Het gewicht van een ei

Op 25 mei van vorig jaar schreef ik een blog over Respeggt eieren: eieren waarbij géén  jonggeboren haantjes worden gedood, maar waar, in het eistadium, al bepaald  kan worden of het ei een haan of een hennetje zal worden :de haantjes worden dan NIET geboren.
Wereldwijd worden 5 miljard eendagshaantjes gedood.

Sindsdien ik weet dat er 5 miljard eendagshaantjes worden gedood, koop ik Respeggt eieren.
Wat me wel opviel is dat de grootte van de eieren in één doosje verschilt: buiten op het doosje staat dan ook S/M/L.

Aangezien ik geen idee had hoeveel een (al dan niet niet-respeggt) ei weegt ben ik dit eens gaan nazoeken.
Een  met S,M of L geclassificeerd ei moet een bepaald minimum gewicht moet hebben:

S = een ei van minder dan 53 gram
M = een ei dat tussen de 53-63 gram weegt
L = een ei van rond de 63-73 gram
XL = een ei van 73 gram of meer
DD = een ei met de zogeheten dubbeldooier, een ei met twee dooiers.

6 eieren bij elkaar moeten een wettelijk minimaal gewicht van 258 gram hebben.

In het doosje met respeggteieren zou, zo vatte IK het op, een S, een M én een L ei in moeten zitten
( er staat immers S/M/L op)
Even wegen dan maar.


In mijn (laatst gekochte) Respeggtdoosje zaten 6 eieren:
1 van 70 gr
1 van 57 gr
1 van 60 gr
1 van 58 gr
1 van 63 gr én 1 van 67 gr

Totaal 375 gr. Dat is inderdaad meer dan 258 gr. en dus wettelijk correct!
Alles koek en ei dus!


Conclusie: in MIJN doosje zaten dus 4 M eieren in en 2 L eieren en géén S eieren.
Ik denk NU dat er met S/M/L  bedoeld wordt dat er eieren in het doosje zitten die het formaat S, óf M, óf L zouden kunnen hebben.

Verborgen bospareltje

In de buurt van Warnsveld ligt in een bos een “verborgen plek”
Als je het niet WEET vind je het niet.
Ik liep er met iemand die het WIST.

We liepen door een bos, gaan van het gebaande pad af, stappen over een draad en lopen door ritselende bladeren en dan……… “opeens” staan we in een wonderlijke wereld.

Bouwsels, trappetjes, muurtjes, een vijver, een hoop oude stenen, het  lijkt een sprookjeswereld, die gemaakt is voor “kleine mensjes” Het kost me geen enkele moeite om me hier kabouters of elfjes te verbeelden.

Het lijkt heel oud.
Maar dat blijkt het niet te zijn. Hooguit 20 jaar, begreep ik.
Een initiatiefnemer heeft ooit (hele) oude stenen verzameld en is hier met de bouwwerkjes begonnen; hij heeft er ook een tuin aangelegd.
Door tijdgebrek is hij gestopt en is het gebiedje verwilderd. Er ligt nog een stapel oude stenen, dat ziet er naar uit of er zó weer verder gebouwd kan worden.
Het verhaal gaat dat de vroegere initiatiefnemer best NU weer verder zou willen bouwen maar dat de huidige eigenaar van dit grondgebied (die WEL wandelaars op zijn grondgebied toelaat) geen attractie wil, dus ook geen verdere bouwactiviteiten.
Misschien ook wel zo goed, want het ziet er, overgroeid zo prachtig “wild” uit; de natuur heeft het overgenomen.

Hier en daar staat nog een plantje waarvan ik vermoed dat het hier is ooit is neergezet en er niet “oorspronkelijk” hoort.
Alleen de vijver is vol met troep en niet met mooi helder water; het lijkt vol met teerwater gestort; ik zie een vage olievlek. Zó zonde, want kikkergekwaak en waterplanten zou het plaatje helemaal sprookjesachtig maken.
Bierblikjes en troep in en bij het vijvertje maakt dit plekje weer [negatief] “menselijk”

Een héél bijzondere plek, verscholen achter een laag toegangs- uitgangshekje.

Nu we “in the mood” zijn voor sprookjesachtige tafrelen zien we meer bijzondere dingen: in het bos ligt een steen(tegel) met een “K” erop, (toch de K van Kabouterland?) en bij het uitkomen van het bos staat een holle boom met een wel zeer bijzondere “holte”.
Heb ik echt teveel fantasie als ik  me ook hierin kleine wezentjes kan voorstellen?

Een “sprookjesachtige” wandeling met een lekker temperatuurtje, af en toe een zonnetje, een fijn iemand om de wandeling mee te doen; een fantasierijke, natuur/architectuur boost!

Maaltijdpakket

Af en toe haal ik  in de supermarkt een maaltijdpakket en maakt mijn lief dat klaar.
In de doos zit “bijna” alles wat je voor het gerecht nodig hebt. Een sticker erop met zelf toevoegen
geeft aan wat er (soms) nog meer bij nodig is.
Soms zijn dat dingen als water of  peper, zout  ( en/of iets dat je als je zelf wel eens kookt altijd in huis hebt) soms iets extra’s zoals kip, gehakt, koksroom.

Snel boodschappen doen is dus werkelijk snel door zo’n pakket pakken, zien wat er nog nodig is en als dat iets is dat je NIET in huis hebt, dát dan ook uit het schap pakken: snel klaar met boodschappen doen en gegarandeerd lekker eten.





Onlangs hadden we een Goulash pakket.
Het woord goulash ken ik wel, maar wat het eigenlijk betekent? Even nazoeken.
Het komt van het Hongaarse: Gulyás.
Ik wil graag weten wat het Hongaarse woord betekent, maar ik kom daar niet achter (Gulyás verklaring Nederlands: goulash)


Het blijkt dé Nationale Hongaarse schotel te zijn en is SOEP!
Wat hier, in Nederland, goulash wordt genoemd is een ingedikte vorm van deze soep: een vleesstoofpot, die de Hongaren zélf dan weer : Pörköl noemen.

Bij het klaarmaken van goulashgerechten vind ik (op internet) een tijdsduur van 2 ½ uur tot langer. Vermoedelijk is ons goulashrecept, dat maar 30 minuten bereidingstijd vergt, sneller omdat het met kip is en niet met rundvlees.

IK was snel klaar met boodschappen voor het avondeten halen; mijn lief 30 minuten aan het koken.
Daarna  samen met een glaasje wijn erbij en tuttifrutti*) als dessert aan het avondeten: het was het een prima maaltijd





*) tuttifrutti is pseudo Italiaans voor al het fruit en bestaat uit gedroogde vruchten: (meestal) abrikoos, pruim en appel

Rond Soesterberg

Het is zaterdag 20 februari 2021 en 16 graden.

We gaan naar buiten,
waar de vogeltjes fluiten
en het zonnetje zo heerlijk schijnt

Louis Davids zong het ooit en na hem vele anderen.
Wij doen  wat het liedje zegt en gaan op deze op “ lente lijkende dag”  richting Soest rijden.
Er is daar behoorlijk veel te zien,
* de voormalige vliegbasis Soesterberg met Nationaal Militair Museum (dicht vanwege COVID-19)
* een eiken stubbenbos;
* landgoed de Paltz met Landgoedtheater de Kapschuur (dicht vanwege COVID-19)

Twee (Haagse) automobielhandelaren begonnen rond 1901 een burgervliegveld in een heideveld bij Soesterberg. Ze organiseerde daar hetzelfde jaar ook een vliegshow
In maart 1913 wordt het terrein door de Staat der Nederlanden aangekocht en maakte het leger haar eerste vluchten. [Vliegbasis Soesterberg was de eerste militaire vliegbasis van Nederland en het op één na oudste van de wereld]

In de bunkers, die er nu nog staan lagen duizenden kilo’s munitie opgeslagen. 
Misschien verwacht men dat er “ergens” onder de grond nog munitie ligt, want het is hier verboden te scheppen of te detecteren.

We zien een radarmast overal bovenuit steken; de radarantenne werkt nog steeds 24 uur per dag, 7 dagen van de week. Deze radarmast is nog steeds onderdeel van de bewaking van het Nederlandse luchtruim.

Van de “defensie kant” van dit terrein lopen we naar een ander stuk: Het eiken strubbenbos.
Een dergelijk eikenbos werd vroeger om de 10 tot 15 jaar afgezaagd, de stobben  ook wel strubben genoemd, werden gespaard zodat de bomen weer konden uitlopen.

We zien  hier prachtige kleine maar ook grote natuurstillevens.

Dan komen  we  bij het hek van Landgoed de Paltz, dit terrein werd in1874 ontworpen door landschapsarchitecten Copijn en Springer, en was lang tijd in particulier bezit; het is ongeveer  80 ha groot: het Utrechts Landschap beheert  het nu

[Van de twaalf provinciale Landschappen is Utrechts Landschap in 1927 als eerste opgericht, ze beheert nu zo’n totaal 5.800 ha natuurgronden!] Sinds 2014 is  landgoed de Paltz opengesteld voor publiek

Op het doorgaande pad staan bijzondere, goudkleurige lantaarns, en in het bos zie ik een beeld van een haas met een mandje (vroege Pasen dit jaar?) Of is het een kangoeroe?
In de villa zelf is het Herman van Veen Arts Center én Harlekijn Holland B.V. gevestigd. (Harlekijn produceert voorstellingen, concerten en boeken, cd’ s en dvd ’s van Herman van Veen en anderen)


We waren niet de enigen die er wandelden, maar het terrein is groot en we liepen elkaar zeker niet in de weg! Bovendien zijn er veel aspecten die verschillende soorten mensen trekken: vliegtuigenthousiasten ( er staan ook kisten buiten) legergeïnteresseerden ( radarmast, terrein, munitiedepots)  kunstminners (Herman van Veen), natuurminners (bossen)  en fietsers en wielrenners (er lopen fietspaden door het terrein)
Mooi om eens te bezoeken, welke interesse u ook heeft.

Souvenirs -Egypte

Bijna iedereen neemt souvenirs mee als hij of zij naar een ander land gaat. Sommige mensen doen dat ALTIJD, anderen alleen als ze wat moois zien en weer anderen als ze in een “bijzonder” land  zijn.

Ik besloot wat van de souvenirs die we door de jaren heen mee hebben genomen te laten fotograferen en daar een blog bij te schrijven.

Gebruiksvoorwerpen zijn ideale souvenirs dus meestal struin ik, in vreemde landen, markten af
Ook in Egypte. Een prachtig land, maar (in mijn ogen) vreselijk om iets ( wat dan ook) te kopen.
Je MOET afdingen en dat háát ik, ik kan en wil het niet) Rustig kijken is onmogelijk, men stopt iets ongevraagd in je handen, eist betaling, troont je mee naar dingen die je niet wil, heel opdringerig.
We hebben daar met een Egyptenaar over gesproken, hij begreep ons, maar, zei hij ; HET WERKT! Toeristen kopen!

Een keer zag ik een klein lokaal marktje. Ik bekeek het een tijdje vanaf een terrasje. De paar kooplui zaten op een stoeltje achter hun tafeltje, stonden NIET op als er iemand in de buurt kwam, misschien kon ik daar even “ongestoord” kijken!
Dáár kwam, voor het eerst, niemand op me af om me mee te tronen naar iets dat ik NIET wilde zien, iedereen zat en bleef zitten. Er zat een oude vrouw met houten voorwerpen. Eén ding trok mijn aandacht en ik vroeg wat het was. Ze sprak geen andere taal dan Arabisch en dat, helaas, spreek ik niet, maar met handen en voeten kwamen we een heel eind.
Ze opende. op mijn verzoek, een houten “vaasje” eruit kwam een eveneens houten pennetje; beide mooi bewerkt. Maar waar was het voor wilde ik weten. Ze wees op een schaaltje voor haar met, het leek mij een soort kolengruis.
Ze maakte een gebaar dat dát in het “vaasje” hoorde. Ik glimlachte, dát snapte ik, maar wat doe je er mee?
Dat was te abstract! Ik maakte een gebaar van eten. Nu schaterde ze ( hoofd achter in de nek, zonder tanden)
Toen ze uitgelachen was, pakte ze het houten pennetje stopte het in met gruis gevulde schaaltje en deed alsof ze haar wenkbrauwen verfde, ze pakte een spiegel, keek er in en zei vermoedelijk iets van MOOI.
Ik snapte opeens het kolengruis, het was kohl! Dat gebruikt werd als mascara.
[Later las ik thuis dat men denkt dat de eerste mensen die kohl voor “make-up “gebruikte de oude Egyptenaren waren,  het was toen een substantie met  onder andere roet erin! ]

Mijn tweede souvenir heb ik niet zelf gekocht en dus ook niet zelf uitgezocht.
In een museum hadden we alles uitgelegd (Engels) gekregen over canopen: grafvazen.
De oude Egyptenaren verwijderden maag, darmen, longen en lever van de doden, deze werden bewaard in canopen (grafvazen) en vergezelden de dode in zijn graf.  Die grafvazen hadden een deksel met een dierenkop of mensenhoofd als deksel. Die gebeeldhouwde dekseltjes stelden de 4 zonen van Horus *) voor. De lever zat in een vaas met een mannenhoofd als deksel, de maag in een vaas met een jakhalzenkop, de longen hadden een bavianendeksel en de darmen een valkenkop.

Iemand uit ons reisgezelschap bij die excursie vroeg waarom we ons altijd afzijdig hielden als er iets verkocht werd.
Ik vertelde dat we niet van afdingen houden en dat dus ook niet doen. Zij vond het juist een sport en énig en ze kon het goed zei ze. Als ik haar geld gaf wilde zij wel afdingen en kopen.
Ik vertelde van de canopen en hoeveel geld ik daar aan wilde besteden en gaf het haar.
Ik weet nog de teleurstelling die ik  voelde toen ze terug kwam met deze ene canope ( ik vind “goudkleurig” eigenlijk nergens mooi voor, máár dát had ik niet gezegd) Ook deze, naar eigen zeggen “goed afdingende dame”, had maar één, en dan nog niet eens mooie, canope voor € 20,- kunnen kopen!

Toch (mede)vertegenwoordigt dit “rare”, niet zo mooie, goudkleurige beeldje een hele bijzondere rondreis door Egypte én  hun oude geschiedenis!

Als laatste souvenir een gebruiksvoorwerp.
Een echt afschuwelijk kitscherig ding, maar o wat was ik er daar blij mee: een waaier!
Het was, in het Koningsdal zó heet (boven de 40%). Ergens stond iemand deze waaiers te verkopen, schreeuwerige kleuren, plastic. Gewoon betaald, niet afgedongen.
Een waaier gaf je het gevoel dat je wat aan de hitte doen kon, jezelf een koeltje toewapperen.
De omgeving, de beelden het was er zó mooi!
De waaier is een prachtige herinnering mét het gevoel erbij ; HEET!





*) Horus, de zoon van Osiris en Isis

Eem- en Gooikust

De sneeuw uit de tuin was op één plek na, helemaal weg.
Die plek was er omdat mijn lief alle sneeuw die ooit voor de voordeur lag, dáár heeft neergegooid.

Het was gisteren lekker weer, bijna zacht te noemen.
We besluiten te gaan wandelen: langs de Gooi- en Eemkust.
Dát staat op het bordje, zodra we het  tourniquethekje door zijn. Er staat ook dat vrije wandeling op gemarkeerde route mogelijk is. We liepen, maar zagen nergens iets dat ook maar leek op een gemarkeerde route.

Een gigantisch “veld” met gras en mos, met aan de ene kant een paadje langs het Gooimeer, aan de andere kant rijen berkenstammetjes (bosje?) en daar weer naast de 27.
We besloten een “vierkantje” te lopen, te beginnen aan de kant van de berkenstammetjes en de mooiste kant (langs het water) voor de terugweg te bewaren.
We hadden laarzen/hoge schoenen aan.

Als sneeuw smelt wordt het water.
Water op een gras/mosland zakt wel weg , maar hoe diep?
Ik kan u nu vertellen: Niet erg diep.
We kwamen terecht in een soort moeras. Op sommige plekken stonden vennetjes, duidelijk zichtbaar; op andere plekken leek het alleen gras en mos, maar was het echt zompig.
Het wordt een spannende wandeling: houden we droge voeten of nét niet?
Er was daar niemand.
Halverwege zien we vóór de berkenstammetjes een plek SNEEUW. Dáár in de schaduw was nog een plek met ongesmolten witte sneeuw.

We “steken over” en lopen aan de andere kant op een soort paadje langs het water.
Prachtig is het daar. Gek genoeg is het minder drassig dáár dan aan de andere kant.
We komen een witte herder tegen met een enorme tak in zijn bek; hij staat stil, schat ons in, maar loopt dan door. We zien er  zeker niet “sterk” genoeg uit om een dergelijke tak flink ver weg te gooien; zijn baas, een stuk verder  achter hem heeft meer oog voor zijn foon dan voor de hond.
De herder loopt verder met een “dan draag ik hem zelf wel” houding

We gingen weer een tourniquetje door en komen dan op een breed pad.
Dáár begonnen de eerste regendruppels te vallen.
Het was ook té mooi om waar te zijn: de ene dag witte drab, de volgende dag (bijna) alles weg en lekker weer!
De lente is in aantocht, maar niet zo snel als we zouden willen.

Opkikken

In onze vijver in de tuin zitten behalve vissen ook schaatsenrijders (nu in diapauze), de hoogst ontwikkelde familie van de oppervlaktewantsen*); een enkele salamander; (nu waarschijnlijk ergens buiten de vijver aan het winterslapen) klein microbiologisch leven onzichtbaar voor mensenogen én kikkers.

kikkers in april

Kikkers houden ook een winterslaap maar zijn daar niet fanatiek in; een enkele keer zie ik op de bodem of onder de rand van de vijver een kikker traag bewegen.  Opgeschrikt uit winterslaap, of even rek en strek-oefeningen aan het doen

Het mooie van een vijver is dat er altijd “leven” in zit, al is het ’s winters allemaal wat traag.
In deze lockdowntijd, zien we, meer wandelend door de wijk, ook in voortuinen vaak vijvertjes, soms met beeldjes ernaast, vaak van kikkers of vissende kabouters!

Kikkers doen ons, mensen, wat! Misschien niet de gladde, glibberige beesten zélf, maar wél hun beeltenis.
Onlangs kreeg ik een “opvrolijkkaart”
Een lieve wens van een lief mens.
Een kaart met een kikker op de voorkant: een (OP)KIKKERTJE!

De commercie heeft plaatjes van de kikker omarmt vanwege de naam én de associatie met opkikkeren
Hoe dat kwam?

Dát heb ik even nagezocht en het blijkt (etymologisch) dat het woord opkikkeren oorspronkelijk opkikken was.
Kikken (1875)= een klein geluid geven: Hij geeft geen kik!
Hij hoeft maar te kikken, of ze staat al voor hem klaar!
(Toen zat er volgens mij nog geen enkele associatie met de kikker in.
Heeft u wel eens een kikker een “zacht” geluid horen geven? Ze kwaken meestal uit volle borst!!)

Het woord opkikken werd vroeger ook gebruikt voor opbeuren, opmonteren.
Dát opkikken werd verworden tot opkikkeren; een woord  dat NU verwijst naar het levendige, springerige van een kikker.





*) Schaatsenrijders komen ook op zee voor en zijn de enige insecten die een vuile zee kunnen overleven

Statiegeld (2)

In november verleden jaar (10/11) schreef ik een blog over statiegeld.
Onlangs las ik (weer) een artikel hierover met aanvullende info, die ik graag met mijn lezers/lezeressen wil delen.

Verpakkingen terugbrengen en er voor geld krijgen was in 1899 al gebruikelijk in de bloembollenteelt, zo las ik in het Weekblad voor Bloembollencultuur. Daar ging het over de manden waarin de bollen verkocht werden en waarvoor statiegeld werd betaald en teruggekregen bij inlevering van de manden.

Ook de melkboer haalde vroeger de  glazen flessen op!
De flessen, die vroeger in de kruidenier/supermarkt werden teruggebracht, werden bij een loketje ingenomen en gesorteerd, behoorlijk arbeidsintensief

Twee Noorse broers bedachten daar wat op: ze ontwikkelden een machine die dit tijdrovende flesinnamegedoe kon overnemen. Dat leidde in 1972 tot de geboorte van het bedrijf  Tomra en de eerste flesinleverautomaat [er waren al wel eerder drankautomaten (eind jaren ‘50) die, na betaling, een flesje “uitspuugden” én het lege flesje ook weer opslokten].

Die eerste flesinleverautomaten zagen er anders uit dan de huidige: met lasers werd  op vorm gescand. Ook werd er zo info verkregen, of het flesje leeg of vol was.
Nu zijn de lasers vervangen door camera’s, die bepalen de vorm, de afmetingen  en het gewicht *) tegelijkertijd wordt de fles gewogen  en kan de barcode gescand worden.

Bij een krat wordt door een dergelijk apparaat stereovisie gebruikt. Dat is een oude cameratechniek waarbij je met twee camera’s naar de krat kijkt, zodat je diepte ziet. Zo kunnen ze zien of er flesjes in de krat zitten, hoe hoog die zijn en welke vorm de flessenhals heeft. Tegelijk kijken camera’s aan de korte zijde naar de kleur, de vorm en het logo van de krat.

Met plastic flessen gaat het ook zo in de machine. Vroeger werden plastic flessen (tot 2006) nog wel hergebruikt, nu niet meer, ze gaan, na inlevering in de flessenautomaat in grote zakken naar telcentra, waarna het plastic wordt hergebruikt.

TOMRA is actief in meer dan 80 markten wereldwijd en er werken zo’n 2500 mensen nu, het bedrijf had in 2016 een omzet van ongeveer 6,6 miljard
TOMRA: “Onze samenleving gebruikt meer grondstoffen dan er beschikbaar zijn. Als we zo doorgaan, komt er een moment dat de aarde uitgeput raakt. De visie van TOMRA is daarom: Leading the Resource Revolution. Wij willen vernieuwen hoe we onze grondstoffen verkrijgen, gebruiken en hergebruiken om zo te werken aan een duurzame samenleving.


*) je krijgt géén statiegeld voor een volle ingeleverde fles

Week van de euthanasie (13 t/m 19 febr)

Al eerder heb ik blogs geschreven over de twee keer dat ik een euthanasie heb meegemaakt.
U begrijpt dat ik dus vóór euthanasie bij een ondragelijk lijden ben (vanzelfsprekend mits aan de zorgvuldigheidseisen voldaan wordt)


Ik ben dan ook lid van de NVVE, Nederlandse Vereniging Voor Vrijwillig Levenseinde.
Deze Vereniging heeft af en toe lezingen. In deze Euthanasieweek was er een digitale lezing over euthanasie bij dementie, getiteld: “Euthanasie, wat je niet moet vergeten”.

Ik heb deze lezing digitaal gevolgd.
Naast het beeld van de dame die de tekst uitspreekt is een blokje gemaakt waarin je vragen kunt stellen. Er wordt dan meteen op gereageerd. Meteen was in dit geval echt METEEN. De  2 antwoorden op de vragen die ik stelde, kwamen snel  kort en goed in tekstbeeld.

Waar het op neerkwam in deze lezing is dat, als er dementie bij iemand is geconstateerd, deze meteen moet handelen vóórdat één van de volgende fasen aanbreekt: die van wilsonbekwaamheid.




Vóór de tijd dat wilsonbekwaamheid intreedt kunnen er (3) verklaringen ingevuld worden ( behandelverbod, euthanasieverzoek en volmacht medische beslisser) en met de huisarts gesproken worden, ( Wil hij of zij het euthanasie toepassen? Wat zijn de grenzen?) én aan de mensen, om de persoon met de diagnose dementie heen, kan duidelijk gemaakt worden wat de grenzen zijn.
Ook kan er vast een gevolmachtigde aangewezen worden, die kan handelen als de persoon dat zelf niet meer kan

Ik hoop nooit meer een euthanasie mee te maken, het is ontzettend heftig.
Van mezelf wéét ik wat ik wil (en vooral wat ik NIET wil) mocht die tijd aanbreken (en ik heb dat ook op papier gezet)

Wat deze lezing me eens te meer heeft duidelijk gemaakt is dat bij dementie het (véél) moeilijker is dan bij een andere ongeneeslijke ziekte , het lijden aantoonbaar voor anderen (arts) te maken

Bij de 2 gevallen  van euthanasie die ik heb meegemaakt  (én 1 geval van palliatieve sedatie) waren ongeneeslijk zieke mensen in het laatste stadium vóór ze zelf zouden sterven ( het was alleen niet bekend hoe lang het lijden nog zou duren) Daar waren artsen overtuigd dat ze alleen het TIJDSTIP “iets” vervroegden en het uitzichtloos lijden zo verkortten.

Bij dementie is dat anders, een mens kan heel lang, na bijvoorbeeld de diagnose ziekte van Alzheimer, nog 8 tot 10 jaar leven! En wat is “lijden”?
Mijn stiefvader wilde de ene dag dood, de volgende dag genoot hij van het uitzicht van zijn kamer en zei dat ook; hij werd 97 jaar.
Moeilijk voor een arts ( onmogelijk als er niets vooraf geregeld is) én moeilijk voor familie om te besluiten wanneer als de patiënt zelf niet meer helder is en het niet “kraakhelder” ( de term die in de lezing meerdere keren gebruikt werd) heeft aangegeven.

Help je naasten door iets op papier te zetten

Voor leden van de NVVE is er nog een mogelijkheid de lezing digitaal te volgen.
Voor niet-leden zijn er mogelijkheden voor andere lezingen.
Zie: https://www.nvve.nl/week-van-de-euthanasie/digitale-lezing-euthanasie-bij-dementie





Drankgebruik

Mijn vader was lid van de Blauwe Knoop, dat wist ik, maar ik had het ook kunnen zien, hij droeg een blauwe reversknoop. Dát was een teken dat hij lid was van de Nederlandsche  Vereeniging tot afschaffing van alcoholische dranken.

Mijn vader stierf toen ik nog heel jong was, dus ik heb nooit met hem kunnen praten over het waarom.
Heel vroeger, zo heb ik me laten vertellen, gingen er veel gezinnen kapot omdat de heer des huizes een groot deel van zijn loon (toen nog handje contantje) in de eerste de beste kroeg op weg van zijn werk naar huis, op dronk.



Ik geloof niet dat zijn lid-van-de-blauwe-knoop-zijn voortkwam uit vroeger meegemaakte dingen
Mijn opa en oma stierven binnen een half jaar na elkaar toen ik nog maar 2 was, dus van hen weet ik zo goed als niets.
Een broer (Jappenkamp) en een zus van hem waren al overleden vóór mijn geboorte, maar zijn andere 4 broers heb ik veelvuldig meegemaakt en nooit één van hen zelfs maar aangeschoten gezien.
Twee broers waren zeker géén lid van de blauwe knoop want zij hadden allebei een hotel/restaurant!

Misschien heeft mijn vader andere dingen met dronkenschap meegemaakt waardoor hij niet dronk en er ook in ons huis nooit drank was.
Ik geloof wel dat er een fles Pleegzuster Bloedwijn in huis was, maar dat zal wel ná mijn vaders dood geweest zijn. Deze Bloedwijn  was ( is?) versterkt met ijzerverbindingen en calciumglycerofosfaat, hetgeen een “heilzame” werking zou hebben (hetgeen later in twijfel werd getrokken)
Ik herinner me dat mijn moeder een keer is flauwgevallen en mijn schoonzusje uit het dressoir de fles bloedwijn te voorschijn haalde en mijn moeder toen ze bijkwam, een glaasje gaf.
Ik vond het als kind een vreselijke naam: bloedwijn, ik denk dat ik er een soort vampierengedachte bij had!

Twee van mijn drie broers hebben nooit gedronken, zelfs geen biertje! Mijn oudste broer wél en dat zou best eens vroeger ontstaan kunnen zijn uit rebellie tegen mijn vader!

Zelf kan ik slecht tegen alcohol, één glaasje en ik wordt slaperig. Dus ik drink buitenshuis zelden tot nooit en ZEKER geen druppel als ik nog moet autorijden!
Tegenwoordig thuis is een ander verhaal. Nu, door Corona, we veel vaker thuis zijn dan ooit hebben we een borreluurtje vóór het avondeten ingesteld: (een toastje met) kaas, of worst erbij, een kaarsje aan en dan een cola- tic of glaasje Port

In het ziekenhuis, toen ik naar de kaakchirurg moest, vroeg de assistente of ik een formulier wilde invullen. Het ging over ziektes die ik ooit gehad zou kunnen hebben, medicijnen die ik zou geslikt hebben of nog slikte én of ik rookte en/of dronk en zo ja hoevéél.

Op dat moment kwam mijn blauweknoop-opvoeding naar boven.
De volgende vraag, als je JA bij alcoholgebruik had ingevuld, luidde: hoeveel glaasjes  gemiddeld per dag?
Eerst wilde ik nog smokkelen (er zijn wel eens dagen dat het borreluurtje wordt overgeslagen) maar  er waren ook wel eens dagen dat ik 2 glaasjes dronk!
Ik heb “eerlijk” 1 glaasje ingevuld.


Die avond hielden we, laat thuis uit het ziekenhuis, geen borreluurtje, maar rukten we een flesje wijn bij het eten open. De kurk  van deze fles was (nooit eerder gezien) Blauw!