Het recht van de specht?

Ooit schreef ik al een blog over de 15, door mijn lief  gemaakte en uitgezette vogelhuisjes op een pitch & puttbaan.

Onlangs waren we er weer en wat we deze keer zagen?


Hoe sterk moet een spechtensnavel zijn om dit te bewerkstelligen?
In de lente halen ze jonge meesjes uit de nestkastjes en eten ze op of voeren ze aan hun spechtenbaby’s. Maar nu het herfst is? Waarom dit vandalistisch gedrag?

Ik las dat ze NU geen eten in de nestkastjes zoeken maar dat spechten ze dan inrichten  als slaapplaats. Vandaar dat hun in- en uitvlieggat dan “wat groter moet”
In de winter wordt hun voedselvoorkeur (insecten) wat schaarser en stappen ze over op noten en pinda’s (door de mens buiten gehangen) of zaden van de spar- en dennenappels.

De laatste decennia, zo las ik, komen grote bonte spechten steeds vaker in tuinen en dus kennelijk ook op golfbanen! Vorig jaar zijn  meer dan 10.000 grote bonte spechten geteld tijdens de Tuinvogeltelling. Daarmee haalde de specht zelfs de top 20 van in tuinen voorkomende vogels!
(Ook bij ons in de tuin zit regelmatig een specht te snacken! We hebben zelfs een metalen vriendje voor hem opgehangen)

Elke specht schijnt zijn/ haar eigen roffel te hebben
Straks, aan het eind van de winter, begin van het voorjaar, zetten veel spechten hun territorium uit, dat doen ze vooral door  HARD op takken te timmeren.  Dat is hun manier van zingen: bedoeld om een partner te lokken en tegelijkertijd het territorium af te bakenen.

Voor alsnog hebben ze een aantal van de Pitch & Putt vogelhuisjes “verbouwd” maar zo erg als we die van de eerste foto zagen, hadden we nog niet eerder gezien.


De aluminiumplaatjes zijn kennelijk niet van voldoende dikte; er moet grover geschut komen om deze vogels tegen te houden. Want ook bij dit huisje was geprobeerd het gaatje groter te maken.
’s Winters mogen spechten best in de huisjes slapen, maarrrrr
Als ze in de lente maar verhuizen!
Dan moeten de mezen erin; bondgenoten van de mens in de strijd tegen de processierupsen!

Italiaanse kunststukjes

Het schijnt een prachtig land te zijn; Italië. Ik ben er één keer, heel even geweest. We verbleven in Oostenrijk bij de grens met Italië en besloten een dagje naar Italië te lopen.

We hadden er een “verkeerde” dag voor uit gekozen. Het was heet! Niet een beetje heet, maar erg heet, het asfalt van de weg was aan het smelten. We moesten een stukje over de weg lopen,  daar liep de grens (slagboom) overheen. Onze schoenzolen pekten aan het asfalt.
De grenswachten vonden het zeer vreemd dat we over de grens wilden lopen, na over en weer gepraat met elkaar in het, voor ons, onverstaanbare Italiaans, ging de slagboom open en mochten we, na paspoortcontrole, het land in.
Zó ging dat toen.

Verschillende gerechten, afkomstig uit Italië zijn heerlijk waaronder het toetje Tiramisu dat, leerde ik onlangs, Trek me omhoog betekent. Het is een gerecht dat vaak aan herstellenden wordt gegeven en komt pas sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw voor in Italiaanse kookboeken (het werd  er misschien al eerder gemaakt, maar niet eerder beschreven)

Pasta is ook zo’n heerlijk Italiaans gerecht, hoewel de saus het natuurlijk wel mede “maakt”.
Er bestaan ongeveer 350 pastavormen

Giorgetto Giugiaro (1938- ) een beroemde Italiaanse auto ontwerper, die onder andere de Lotus Esprit, de DeLorean en de Ferrari 250GT heeft ontworpen, heeft ook een pastasoort ontworpen: Marille (in 1983) Ik vond een plaatje van de ontwerpschets én een foto van de pasta zelf.
Een waar kunststukje om te zien. Nooit in de winkel zien liggen.
Dát “pastaontwerp” schijnt geen groot succes geweest te zijn.

Italianen schijnen gemiddeld 30 kilo pasta per persoon per jaar te eten!

Pasta hoort “al dente” te zijn (beetgaar) Van een student heb ik geleerd hoe je dat kunt controleren:
haal een sliert uit de pan (met vork) en gooi hem tegen het plafond (mag ook de muur zijn) ; blijft de sliert hangen, dan is de pasta beetgaar zo niet, dan valt de sliert naar beneden en moet de pasta nog wat langer koken. Het keukenplafond van het studentenhuis zag er uit als een stalactietengrot!


Bijzondere foto’s (1)

Soms maak je een foto waarvan je denkt; dit is iets bijzonders!
In het digitale tijdperk staat zo’n foto op je telefoontoestel of laad je hem op je computer en dat is het dan!
Soms is dat zonde, wil je er meer mee.
Dan stuur je hem via mail of app naar vriend(in) of familielid(leden).

Dát doen anderen ook naar jou; dan krijg je een foto en denk je: bijzonder.
Ook als je soms een afbeelding in een blad of krant ziet
Een paar van die foto’s wil ik graag af en toe met mijn bloglezers delen.



Vandaag


Je legt je bril op tafel en dan….*)




Een plafond in een kerk (Bath- Engeland) beneemt je de adem

Een hondje met zijn “schaduw “baasje*)

Een bijzondere “waarschuwings”boterham (reclame)

Op de golfbaan: “natuur” die er NIET hoort of wel?





*) beide foto’s gemaakt door een artistiek familielid, één ” reclamefoto” én een paar foto’s van deze blogger.

De ouvreuse

Al vaker blogde ik over onze bioscoopgang (vóór het Coronatijdperk zo’n 1x per maand)
Al een lange tijd hadden we bij ons bioscoopbezoek dezelfde ouvreuse, een vrolijke dame die altijd een praatje maakte en een leuk sfeer verspreidde.

Een klein jaar geleden vertelde ze ons dat ze weg moest. Haar contract was  al een aantal keren verlengd en als het NU weer verlengd zou worden moest de werkgever haar in vaste dienst nemen. Dát wilde “het hoofdkantoor” niet: personeel in vaste dienst nemen. Dus moest ze er uit en “misschien” konden ze haar na een half jaar terug nemen.
Heel jammer voor haar (ze deed het werk graag) en heel jammer voor ons, bioscoopbezoekers.
We namen bij háár laatste- keer-in-functie afscheid: zij met een traktatie voor ons, wij met een traktatie voor haar.

Ik heb het zelf ook een keer meegemaakt dat ik “gewit” zou kunnen worden als mijn contract wéér zou worden verlengd.  Mijn “chef” toentertijd had er iets “creatiefs” op gevonden. Mijn contract was afgelopen in DIE functie, dus creëerde hij een andere functie voor me en bood me daarvoor een contract aan. Ik bleef dus eigenlijk in dienst, deed hetzelfde werk, maar heette anders. Helaas werd bij de ouvreuse géén oplossing gevonden en moest ze verdwijnen.

Gisteren hoorden we opeens, fietsend langs het Gooimeer, iemand roepen ”Hé, bioscoopminners!”
We kennen elkaars naam niet! Ze was aan het joggen met een oud-collega (ook ouvreuse)
We spraken even kort (de dames koelden anders teveel af) Ze miste het werk enorm, het bracht niet veel geld in het laatje, weinig zelfs, maar ze vond het zó leuk om te doen en miste de gezelligheid.
Het terugkomen zat er niet meer in, het hoofdkantoor had een andere manager benoemd en waarom zou hij een vrouw die hij niet kende terugnemen? Héél jammer.

Gelukkig had ze nog contact met haar oud-collega (die ooit zélf bij de bios was weggegaan) samen konden ze over de “goeie oude tijd” praten en schik hebben. We groetten hen beiden.
Ook wij missen haar; het is nu sowieso anders: afstandhouden, mondkapjes voor, de “persoonlijke” noot is (noodgedwongen) weg.
Misschien maar goed dat ze deze “fase” niet mee hoefde te maken en meer vrolijke herinneringen aan de bios heeft.

Lieve Lezer

Lang geleden zei een familielid dat als ik schrijven zo leuk vond, ik  maar moest gaan bloggen.
Ik dacht erover en besloot het te doen.
Hij “bouwde” een website voor me en ik begon te bloggen.
Het was de “ digitale oertijd” dus geen foto’s of plaatjes, alleen tekst!
Ik schreef bijna iedere dag een blog en hield dat jaren vol.
Totdat…..
Ik een mail van de provider kreeg: Nog drie maanden, dan zouden ze stoppen; de reeds verschenen blogs zouden dan ook niet meer te bekijken zijn.(Dát vond ik echt heel jammer, alles WEG)
Einde oefening dus.
Jammer maar helaas.

Een paar jaar schreef ik geen blog.
Toen, zomaar opeens begon het weer te “kriebelen”
Een (ander) familielid zocht een blogmogelijkheid voor me uit.
Ik schreef weer bijna iedere dag een blog. Nu  maakte ik er foto’s bij.
Het blog had geen “eigen naam” en was dus moeilijk te vinden . Weinig lezers! Ik vond het leuk om te doen.  Ik heb niets met facebook, twitter of andere sociale media dus timmer niet GROOTS aan de weg.

Toen kreeg ik voor mijn verjaardag een blognaam. Ik verzon “Elkedagwatblog” omdat dat de lading het beste dekt. Alles wat in me opkwam, wat ik las, meemaakte, zag of hoorde kon een onderwerp voor mijn blog zijn. Het aantal lezers bleef beperkt maar groeide wel gestaag.

Nu de reden van dit blog: Ik heb zojuist de 10.000 lezers gehaald.
Dank u allen voor het lezen van mijn blog en als u het leuk vindt: Blijf het vooral doen!



Een schrijver bestaat pas echt  als hij of zij gelezen wordt!

Baars

Opbrengst Cookie drive-in

De actie waarover ik 17 november blogde is afgelopen. Twee zaterdagen verkocht men Amerikaanse cookies voor drie Goede Doelen.
Het bracht € 6855,- op; elk Goede Doel hield € 2.285,- aan deze actie over!

De overgebleven bosbessenmuffins worden aan het personeel van het plaatselijke ziekenhuis geschonken om “… ze een hart onder de riem te steken voor het doorstaan van de 2e Coronagolf.”



Tanken.

Langs een snelweg zijn tankstations. Merken als Esso en Shell zijn er van oudsher bekend.
Relatieve “nieuwkomers” zoals Tango (Tank en go) zijn er sinds 2000 en TinQ (zelfstandige dochter van Gulf oil) sinds 2001 (toen van Shell en in 2004 verkocht aan Gulf)
Laatst zag ik een Amigo en toen een Argos (niet eerder gezien) zij blijken onderdeel van Varo te zijn, dat opgericht is in 2012. Ons land blijkt, met ca.4200 tankstations, het land met de meeste  tankstations per vierkante kilometer in de wereld te zijn.

Weetjes over het tanken:

* Uit onderzoek blijkt dat er wel steeds minder tankstations langs ’s Nederlands wegen zijn

* Shell blijkt  de meeste tankstations te hebben en TinQ de meest onbemande tankstations

* De verhouding tussen het aantal bemande en onbemande tankstations is afgelopen jaren behoorlijk veranderd: meer dan 50% van alle tankstations in Nederland zijn anno 2020 onbemand ( in 2003 waren 3661 bemand en 575 onbemand)


* Als je in een auto van iemand anders rijdt en je moet tanken weet je bij het tankstation vaak niet aan welke kant de tankdop zit: ezelsbruggetje kijk naar het plaatje van de pomp op je dashboard!
Zit daar de slang naar rechts? Dan zit dáár de tankdop.(kan ook zijn, dat een klein driehoekje de plek aangeeft waar de dop van de tank zit)

*  De brandstof bij tankstations is qua kwaliteit zo goed als gelijk. De grotere merken voegen echter zogenaamde ”additieven toe aan de brandstof toe om de benzine beter en/of zuiniger te laten zijn.
(Of dat ook werkelijk zo is is de vraag)

* Het prijsverschil tussen tanken langs de snelweg en tanken bij een onbemande pomp kan tot
 € 0,13 per liter oplopen.

* maandag is de slechtste dag om te tanken; verschillende merktankstations hebben kortingsdagen, geen een merk geeft korting op maandag! Gemiddeld geven  de meeste plekken op zaterdag extra korting.

*  Omrijden voor goedkopere benzine? Een regel om te onthouden is dat je bij een verschil in prijs van 5 cent baat hebt met omrijden tot 5 km, bij een prijsverschil van 10 cent is dit 10 km.

Heb je “foute” brandstof getankt, benzine ipv diesel bel de Wegenwacht, zij hebben speciale installaties om de foute brandstof af te voeren

*  Bacteriën! Veel tankstations  hebben plastic handschoentjes; gebruik ze! Onderzoek heeft uitgewezen dat 70% van alle tankpistolen ziekteverspreidende bacteriën bevatten. Je kunt natuurlijk ook meteen na het tanken GOED je handen wassen, dát is beter voor het milieu dan plastic weggooihandschoentjes


* Door de Coronapandemie (thuiswerken)  is er, het eerste half jaar van 2020, 15% minder getankt
(cijfers van NOVE, de brancheorganisatie voor zelfstandige brandstofhandelaren)
 

Nederlandse taal

Er zijn 6800 talen op de wereld! Daar is het Nederlands er één van.

Nederlands (een West-Germaanse taal) wordt gesproken in Nederland, Suriname, Aruba, Curacao en St.Maarten en België.
Het Nederlands is de derde meest gesproken Germaanse taal.

In Nederland spreken ook nog een aantal mensen Fries. Ik las ergens dat 250.00 Friezen Fries spreken, maar ik las ook het aantal  400.000 Friessprekers. In het laatste getal zijn óók de mensen die in Duitsland wonen en Fries spreken (Saterland en Nrd. Friesland) meegeteld.
Fries is, in tegenstelling tot Limburgs een TAAL. Limburgs is een dialect.

In België is Nederlands één van de 3 officiële talen (met Duits en Frans) 60% van de inwoners van België spreken Nederlands
In Suriname zijn 2 officiële talen : het Surinaams ( Srana Tongo) en het Nederlands; 60% van de bevolking spreekt Nederlands.
Aruba heeft 2 officiële talen het Papiamento en het Nederlands.
Curacao heeft 3 officiële talen: Nederlands, Engels en Papiamento
Sint Maarten is gedeeltelijk Frans en gedeeltelijk Nederlands en die talen worden daar dan ook gesproken.

Afrikaans is  één van de officiële talen in Zuid Afrika, het is een dochtertaal van het Nederlands (dochtertalen zijn onderling verstaanbaar)

Het aantal mensen dat Nederlands spreekt in de  Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.
Verder spreken  in de voormalige kolonie Indonesië nog mensen Nederlands


Keigoede Sint-actie voor kinderen


Bij de Zeeman (in een naburig dorp) hebben ze de goedkoopste batterijen.
Boze tongen beweren dat de batterijen half leeg zijn of van slechte kwaliteit.
IK heb dat nog nooit gemerkt.

Geld uitsparen vind ik prettig (ik geef het liever aan andere dingen dan batterijen uit)
Dus ik sta in de rij bij de Zeeman. Mét mondkapje, (door personeel) schoongemaakt mandje én ik ben via de voetjeslooproute de zaak doorgegaan naar de batterijen (die bij de kassa staan)
Ik sta in gedachten in de rij (er staan 2 dames voor me) en hoor de gesprekken van de mensen voor me met de caissière amper. Ik ben me alleen bewust dat het wel elke keer een lang verhaal is (geen zegeltjesverhaal of zo) Alle 2 de klanten voor me zeggen uiteindelijk NEEN.


Als ik bijna aan de beurt ben zie ik speelgoed op de toonbank staan, een leuk soort puzzeltje trekt mijn aandacht. Helaas ik ken geen kind van die leeftijd die ik het zou kunnen geven.
De cassiere slaat mijn batterijen aan en dan komt haar verhaal: “Wilt u meedoen aan de actie: Sint of Kerstcadeau voor kinderen van de Voedselbank?”

Ze legt uit; op de toonbank liggen cadeautjes, ik kan iets kopen (afrekenen bij mijn batterijen) dan stopt de caissière het in een groot krat en gaat het naar kinderen van mensen die de Voedselbank nodig hebben. Kinderen die géén cadeautjes krijgen omdat daar geen geld voor is.
Ik vind het een TOP initiatief. Het puzzeltje wordt gekocht en gaat in de krat.
De caissière zegt:” Verleden jaar kregen we foto’s van die blije kindergezichtjes, dan weet je waarvoor je het doet”. Ik knik.

Thuis las ik dat 54 Zeemanfilialen zich bij deze actie hebben aangesloten en aanmeldingen van andere filialen blijven binnenkomen.

Zeeman, niet alleen voor batterijen!

Overleg? Hoeft niet meer

Nog niet zo heeeel lang geleden hadden gezinnen maar één t.v. in huis.
Pa wilde soms iets anders zien dan ma en de kids wilden hún programma zien.
Er moest overleg gepleegd worden, wie wat en wanneer ging zien en degenen die NIET hun zin kregen moest daarmee (leren) omgaan

Toen kreeg iedere kamer een t.v.
Overleg was niet meer nodig.
Alle gezinsleden keken hun “eigen” ding op hun “eigen” t.v.

Nog niet zo lang geleden was er één telefoon in huis en die zat aan een draadje.
Als ma met haar vriendin zat te bellen en de tienerdochter wilde op dát moment met háár vriendin bellen, was er gebarentaal; Mam, schiet op!

Toen kreeg iedereen een foon, zónder draadje
Overleg (mondeling of met gebaren) was niet meer nodig
Alle gezinsleden hadden hun “eigen” foon.

Nog niet zo lang geleden was er een gezin maar één auto.
Als mama de auto nodig had moest pa met de bus, of ma bracht hem weg.
En wie bracht Armand naar hockey of Marjan naar gitaarles?
Er moest overleg gepleegd worden.

Toen kreeg elke volwassene (en soms een 18 jarig thuiswonend kind)
een eigen auto.
Ma kon gaan en staan waar ze wou, zonder pa te raadplegen.
Overleg was niet meer nodig en de kinderen werden weggebracht door wie op dat moment tijd had en thuis was.

Nog maar heel kort geleden werkten alle “kantoormensen” buitenshuis.
Ze zaten in een ruimte met collega’s waarvan er één het raam open wilde hebben, een ander zomers de ventilator aan, waarvan er één moest bellen “Kan het een beetje stil zijn?” en waar ze voor elkaar koffie meenamen als ze toch langs de koffieautomaat kwamen.


Nu werken ze (noodgedwongen) thuis, zitten ze in hun joggingbroek met warme sloffen aan met de verwarming zo hoog als ZIJ willen, maken ze zelf koffie in hun eigen keuken als ze dat willen en hoeven ze met niemand anders dan hun zelf rekening te houden.

Hoe leren de jonge mensen van nu om rekening met anderen te houden? Er zijn bijna geen voorbeelden meer. Men kan, zonder overleg, heel veel doen zoals ze men dat zelf wil.

Al die zaken prettig en makkelijk? Vast.
Maar ik zie er ook een nadeel voor de samenleving in én ook voor het individu op den duur.

Hoe leer je rekeninghouden met elkaar als het zo weinig nog maar hoeft? We ZIJN allemaal individuen, maar we zijn SAMEN de maatschappij.
We leven mét elkaar, in Nederland zelfs, dicht op elkaar, rekening houden met elkaar is nodig om die maatschappij draaiende houden.