Autokennis

Mijn neefje vroeg, toen hij klein was, voor al zijn verjaardagen, Sinterklaas en Kerst, speelgoedautootjes. Alle ooms en tantes hadden hem een speelgoedautootje gegeven van het model waar ze zelf in reden. Hij was nog heel klein toen hij al heel veel automerken kende en je haarfijn kon vertellen wie in welke auto reed.
Omdat ik, zijn tante, niet veel ouder dan hij, vaak op de grond met hem zat te spelen, wist ik ook best veel van automerken en types (TOEN)

Ik ben opgegroeid in een mannenwereld met alleen broers, géén zussen.
Dus qua speelgoed mocht IK dan wel poppen gehad hebben, maar de wereld om me heen bestond voornamelijk uit jongens- en mannendingen, waaronder treinen en veel (speelgoed)auto’s. Automatisch leerde ik van de jongens (en later mannen) het één en ander over merken en modellen

Kortgeleden wandelden we ergens en zagen we in een tuin een auto staan van het merk Gurgel, een automerk waar ik (en ook mijn lief) nooit van gehoord had. Ik kon er toen geen foto van maken, maar gelukkig vond ik een foto op internet van dié auto. Uitlaat onder de auto én er op.

Thuis zocht ik het na en vond dat de auto genoemd is na de stichter van de fabriek Joao do Amaral Gurgel , een Braziliaan (1926-2009) Hij stichtte de fabriek in 1969. Aan het eind van 1994 sloot de fabriek wegens onvoldoende financiële middelen.
Er rijden dus nog Gurgel auto’s, zelfs in Nederland.(Hoewel ik  natuurlijk niet zeker weet of het exemplaar dat ik zag, nog rijden kon; de auto stond op een oprit!)

De fabrieksnaam Gurgel bestaat nog steeds, het is nu een Braziliaanse importeur van een soort driewielers.





Géén alcohol? Dan….

Op 29 december schreef ik over Dry Januari, een landelijke actie die mensen oproept om een maand geen alcohol te drinken.

Inmiddels lees ik steeds meer over drankjes zonder alcohol.
Onlangs las ik over mocktails.
Een  cocktail een mengsel  is een mengsel van minimaal drie ingrediënten, waarvan er twee drinkbaar moeten zijn en één alcohol moet bevatten.
Een mocktail  is een alcoholvrije cocktail, bereid uit frisdranken, vruchtensappen, fruit, siropen en andere alcoholvrije ingrediënten.
De naam, verbastering van cocktail, komt uit het Engels, waar to mock bespotten is.

Ook kwam ik een drankje tegen dat ik ooit nogal eens dronk: ginger ale.
Nu heet het Ginger Beer, geen alcohol en 0 % suiker. Er is een Virgin Mule mee te maken: neem een glas vol ijs, knijp er een limoentje in uit, doorboor een schijfje limoen met 3 kruidnagels  doe dit alles met een kaneelstokje en een steranijs in het glas bij het ijs, eroverheen het ginger beer gieten en voilá: een  virgin mule
Ik heb het nog niet geprobeerd maar ga het zeker doen!(als ik de juiste ingrediënten in huis heb

Dan nog even over wijn. Er bestaat alcoholvrije wijn, maar ook alcoholarme wijn!
Het verschil: alcoholvrije wijn mag helemaal geen alcohol bevatten,  terwijl alcoholarme wijn minder alcohol bevat  dan gebruikelijk is ( bv 5% alcohol, ipv de gebruikelijke 12%)
Allebei het proberen waard.

En ook alcoholvrij en alcoholarm bier
Er zijn dus genoeg mogelijkheden om minder of geen alcohol te drinken en toch iets lekkers te drinken!

Benauwd

Mede door antirookcampagnes; het steeds meer bekend worden van de longziekte COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease), het zogeheten Nationaal Preventieakkoord (streeft naar een rookvrije generatie in 2040)  én COVID -19 zijn we ons méér dan ooit bewust van het feit dat we longen hebben en hoe belangrijk het is dat ze goed functioneren (we ademen ca. 25.000x per dag)

Ik las dat 600.000 Nederlanders onherstelbaar beschadigde longen hebben en dat het  voor 1,2 miljoen Nederlanders niet van zelfsprekend is  om “gewoon” te ademen.
En dat er een groot tekort aan longdonoren is: op de wachtlijst voor longtransplantatie  staan (bijna) permanent 180 wachtenden

De Wereldgezondheidsorganisatie voorspelt dat  in 2030 COPD doodsoorzaak nr.3 kán zijn.
Dat zijn schrikbarende berichten, waar een mens met gezonde longen amper bij stilstaat.


Er zijn ook goede berichten over longen en hoe er met ze wordt omgegaan;
In 2014 rookte nog 25,7% van de volwassen Nederlandse bevolking.
In 2020  rookte nog 20,2% van de Ned. bevolking van 18 jaar en ouder.
Het roken liep en (loopt nog steeds) terug!

Ook is er het “wonder” van de minilong; een kleine versie van een echte long, gekweekt uit stamcellen.
Op zo’n minilong kunnen onderzoekers snel en veilig testen welke nieuwe medicijnen voor dié specifieke patiënt het beste zal werken.
Men denkt zelfs in de toekomst met deze mini-longtechniek  (mits het de onderzoekers lukt longblaasjes te kweken, want pas dan is de mini-long compleet) gezond longweefsel te kunnen kweken om het beschadigde longweefsel te vervangen!


Door de pandemie, het thuis werken, het mindere vliegverkeer etc was de wereldwijde, dagelijkse CO2-uitstoot met maar liefst 17 procent – ofwel 17 miljoen ton kooldioxide – verminderd (De emissiedalingen waren het grootst in China; het land dat als eerst op slot ging)
Het kán dus wel, de CO2 uitstoot verminderen! (het negatieve nieuws is wel weer dat deze vermindering van uitstoot niet lang heeft zo drastisch heeft aangehouden)


Ook las ik een klein positief bericht over een “peukenmeisje”, een logopediste (57jr) die  rondslingerende sigarettenpeuken opraapt ( in één jaar tijd 125.000 stuks) Ze verzamelt ook informatie over de schade die sigaretten aanbrengen aan de natuur en informeert de politiek daarover.
Haar actie om de wereld “mooier achter te laten” heeft navolging, niet alleen in Nederland!
Er komen steeds meer mensen die de giftige peuken*) NIET in de natuur willen zien.

Nu nog (veel) méér mensen die de peuken niet in de natuur gooien of nog beter, niet meer roken.
Óp naar een rookvrije generatie! Naar méér lucht voor iedereen.







*) peuken zijn cocktails van chemicaliën, waaronder formaldehyde, pesticiden, cyanide, kwik, arseen en nicotine, dát komt, bij het buiten weggooien, dan allemaal in de natuur terecht

De blauwe schicht

Niet ver van ons huis ligt de grens tussen de provincies Noord Holland en Utrecht.
Na de vaststelling van de grens in 1351 werd bij de Zuiderzee een (houten) Leeuwenpaal*) geslagen en van daaraf een gracht gegraven.
De definitieve grens werd vastgesteld in 1719.

Nu loopt er langs de gracht een zand/grindpad waar we af en toe overheen fietsen.
’s Zomers stuift het als een malle en als het geregend heeft moet je om de plassen slalommen; er zitten (veel) kuilen in het pad. De beloning van het stuurwerk en gehobbel is het rijden langs een prachtig stukje natuur

Soms zien we daar een blauwe schicht over het water schieten; een ijsvogeltje.
35 tot 40 gram aan gewicht, 24 tot 26cm spanwijdte, snaveltje van ca.4cm.
In de rugveren van dit kleine vogeltje zitten geen kleurstoffen; maar door de structuur van de veren zorgen weerkaatsingen van het licht voor de blauwe kleur.
Dankzij dit iriseren kan het ijsvogeltje zich goed camoufleren, in de schaduw is hij (bijna) niet te zien

(Foto door Andrew Mckie op Pexels.com)

Het is me nog nooit gelukt een ijsvogeltje te fotograferen, dus ik moet het met bestaande beelden doen.

Als we langs de gracht (meer een ondiepe sloot) fietsen, schrikt hij (of zij) soms van ons en scheert hij over het water heen, dán zien we hem even. Als we geluk hebben gaat hij op een takje zitten en kunnen we hem wat beter bekijken, dát gebeurt maar heel sporadisch!
Ik vind een ijsvogeltje zien altijd een cadeautje van de natuur.

Van een familielid kreeg ik een glazen ijsvogeltje, dat een vaste plaats voor ons raam heeft gekregen.

Ooit was er een echte aan de rand van de vijver in onze tuin: op mijn verjaardag. Dát was een topcadeau van de natuur!


Onlangs las ik dat de hogesnelheidstreinen (Shinkansen) in Japan veranderd zijn op basis van de anatomie van de ijsvogel!
De kogeltreinen in Japan zijn één van de snelste treinen ter wereld, maar door hun stompe neuzen veroorzaakten ze nogal wat hinder bij tunnels (drukgolven leidden tot enorme knal bij het uitrijden van de tunnel)
Ingenieur ( én vogelspotter) Eiji Nakatsu liet zich voor de oplossen van dit probleem inspireren door de ijsvogel; als deze het water induikt spat het water nauwelijks op, door de vorm van zijn snavel kan de vogel zich namelijk razendsnel aanpassen aan de hoge waterweerstand!



Nakatsu besloot de neus van de hogesnelheidstrein dezelfde stroomlijn te geven als de snavel van een ijsvogel. De neus (snavel) van de trein werd zo’n 15 meter lang en het probleem met
trein-tunnel-geluid werd opgelost!

Moraal: Kijk naar de natuur, deze is niet alleen maar MOOI, maar kan je ook wat leren!

*) Een leeuwenpaal of leopaal, wordt zo genoemd omdat zowel de provincie Utrecht als Nrd Holland een leeuw in hun wapen hebben

Voornamelijk

Ik ben vernoemd.
Eén doopnaam heb ik van mijn vader met een” a” er achter om het te vervrouwelijken, een andere doopnaam komt van mijn (Belgische) moeder en mijn 3e doopnaam komt van een vrouwelijke relatie van mijn beide ouders:

De naam Maria is een variant van het Hebreeuwse Mirjam, een naam die voorkomt in de Bijbel (de zus van Mozes) De verlatijnste naam van Mirjam werd Maria ;de naam van de moeder van Jezus

Afbeeldingen van Mirjam, de zus van Mozes en Maria, de moeder van Jezus

De Maria, waar ik naar vernoemd ben was katholiek, mijn ouders allebei niet.
Ik heb een andere roepnaam, dus alleen bij het invullen van formulieren komt de naam Maria te voorschijn. Ik vind het géén fijne naam, zo “heilig”, past helemaal niet bij me (vind ik)

De verklaring van de herkomst van de naam Maria, is niet eenduidig, er schijnen 60 mogelijke verklaringen te zijn, één daarvan is dat het van oorsprong een Egyptische naam is, afgeleid van
” welgevormd” en “schoon” Een andere verklaring is dat het van oorsprong Hebreeuws is, afgeleid van “bitter” en “weerspannig”

Een paar Marianaam weetjes:

De populariteit van de naam Maria neemt, sinds 1970 af.
Er schijnen momenteel (in Nederland)  1.522.000 vrouwen en 510.000 mannen deze naam*) te dragen.
In het, door de Paus ingestelde, Mariajaar (1954), kreeg 17% van de geboren jongens Maria*) als volgnaam

In 2021 zijn er 128 meisjes geboren die Maria heten.

Er zijn veel meisjesnamen van Maria afgeleid. Daarvan is Marie wel de bekendste, maar ook Maaike, Marijke en Marieke zijn afgeleid van Maria.

Behalve afgeleide zijn er ook samenstellingen met de naam Maria, zoals Marianne van Maria en Anna en Marloes, van Maria en Louise en Marlies van Maria en Elisabeth.

Ook is er een samengestelde bijbelse meisjesnaam die zowel van Maria als van Josef afkomt, nl. Marie- José.

Vóór de Middeleeuwen vond men het niet gepast om de naam van de moeder van Christus als persoonsnaam te gebruiken (Het schijnt in Frankrijk zelfs een tijd verboden te zijn geweest)


*) In  rooms-katholieken gezinnen was/is het gebruikelijk om de naam Maria aan jongens als tweede of derde doopnaam te geven.


Buitenlands brood

In Nederland kennen we veel soorten brood: de basisbroden zijn: wit, bruin  en volkoren
D
e andere broodsoorten zijn min of meer daarvan afgeleid.
Teveel soorten om allemaal op te noemen, zoals zuurdesembrood, meergranenbrood en speltbrood.

Ook kunnen we in Nederland allerlei buitenlandse broodsoorten. kopen. Sommige soorten zijn behoorlijk ingeburgerd, zoals de “Franse” baquette; stokbrood. (baquette = stokje)
Oorspronkelijk komt stokbrood echter uit Oostenrijk, vandaar dat de Fransen zelf het soms Weens’ brood noemen!

Ik heb de herkomst en bijzonderheden van een paar soorten buitenlands brood, die ook wij af en toe eten, nagezocht voor dit blog.

Naan (= Perzisch (Dari) voor brood) In Nederland noemen we dit brood vaak naanbrood maar dan zeggen we dus eigenlijk broodbrood.
Naanbrood is van tarwemeel gemaakt en het belangrijkste bijgerecht bij maaltijden in Zuidoost en Centraal Azië.
In de Indiaanse keuken wordt naan gebruikt om andere gerechten mee op te scheppen: het is dan een soort lepel van brood!

naan met koriander

Pitabrood is een traditioneel gerecht uit het Midden-Oosten oorspronkelijk “uitgevonden” door bedoeïenen. Het is het resultaat van de meest eenvoudige manier van brood bakken; deeg op een platte hete steen.
Een Pita broodje (het woord pita komt vanuit het Grieks en betekent plat of stevig)  wordt in veel landen gegeten, zoals Griekenland, Turkije, Libanon, Marokko en Egypte.
Vaak worden pitabroodjes in Nederland half opengesneden en als een envelopje gevuld, bv met shoarmavlees

Bagel. Men denkt vaak dat dit broodje typisch Amerikaans is, maar het komt oorspronkelijk uit Oost Europa en werd rond 1600 door Oost Europese Joodse emigranten naar Amerika meegenomen. Vandaar ook de naam bagel, afgeleid van het Duitse woord Bügel verwijzend naar de ronde gebogen vorm (inmiddels is de halve maan gesloten en is een bagel nu ringvormig)
In New York waren vroeger de winkels (dus ook de bakkers) op zondag gesloten.
In de Joodse wijk waren de bakkers wél op zondag geopend [zij sloten op sabbat (vrijdagavond tot zaterdagavond) hun deuren en vierden dán hun rustdag] Omdat in de Joodse wijk de winkels zondags open waren kochten veel Amerikanen dáár zondags hun brood; bagels!
De bagel is van waterdeeg gemaakt


En over het eten van brood las ik ook een “weetje“ : Verschillende culturen hebben verschillende (gemiddelde) eettijden; zo nemen Nederlanders (ook daar is onderzoek naar gedaan!) voor de lunch (vaak brood) gemiddeld 21 minuten en voor het ontbijt gemiddeld 15 minuten.
Amerikanen zijn sneller en Fransen (veel) langzamer.

Calciumcarbide

In 1892 werd carbid (ook wel karbiet, carbiet, carbit, karbid of carbuur) ontdekt.

Calcium Carbide Formule:CaC2

Carbid wordt gemaakt door kalk en steenkool cokes samen in een vlamboogoven te versmelten. Wat overblijft is calciumcarbide of gewoon carbid in de volksmond.

Het werd vroeger gebruikt voor de verlichting in koetsen, auto’s, motoren en fietsen.(vanaf 1919 kwamen elektrische koplampen ter beschikking als vervanging voor de carbidlampen)

Ook werd carbid gebruikt (misschien nog wel?) voor bestrijding van bv. ongedierte. Bij mollenoverlast werden een paar brokjes mollen carbid in de molshopen gelegd en werd er wat water toegevoegd. Hierdoor ontstaat een reactie waarbij accetyleengas vrij komt. Dit geeft een stank af waar de mollen niet tegen kunnen.

Carbid werd vroeger ook in smederijen gebruikt om ethyn (oftewel acetyleen) te maken als brandstof voor lasbranders. Tegenwoordig wordt ethyn  in gasflessen geleverd waardoor het door de smid of lasser niet meer uit carbid hoeft te worden vervaardigd. 

Carbid werd niet alleen NUTTIG gebruikt, maar ook voor de pret.  Vooral op het platteland. Carbidschieten deed men bv op Oudjaar (het wegjagen van boze geesten met harde knallen) maar in bepaalde streken ook op de avond van ondertrouw én op bruiloften (Vlaanderen

Carbid wordt in de melkbus gelegd en nat gemaakt, waarna de bus wordt afgesloten met een bal. Het zich vormende ethyn (acetyleen) wordt door een klein zundgat ontstoken en ontploft met een dreunende knal, waarbij de bal uit de bus schiet en tientallen meters verderop terecht kan komen
(vaak is er ook een net gespannen, zodat de ballen niet té ver weg kunnen schieten
 
opvangnet

In plaats van een lont, rotje of aansteker wordt tegenwoordig een fakkel, gasbrander op een lange stok, of een elektronische ontsteking voor het aansteken gebruikt.

In de tweede helft van de twintigste eeuw kwam het carbidschieten niet meer alleen voor op het boerenerf maar ook steeds meer op sportvelden en dorpsbrinken. Er werden competities en behendigheidswedstrijden georganiseerd.

Zelf heb ik leuke behendigheidswedstrijden met carbidschieten gezien, zoals wie het verste komt met skippybal schieten;
Teamschieten: één persoon schiet, de ander staat ergens in het veld om de bal op te vangen.
En met hoge moeilijkheidsgraad: een rijdende tractor met aanhanger, daar staat dan een scherm op dat met een weggeschoten bal geraakt moet worden ( waar de bal het scherm raakt bepaald het puntenaantal)
Ook zag ik simpele wedstrijden waar “gewoon” geschoten wordt en de balk die het verste komt de punten krijgt.

Bij carbidschieten worden deelnemers én publiek aangeraden oorbeschermers mee te nemen. (De mensen die schieten hebben allemaal oorbeschermers op)

Het schijnt dat nadat in 2014 een nieuwe vuurwerkwet is ingevoerd, de populariteit van carbidschieten is toegenomen. (Volgens die wet mocht vuurwerk alleen tussen 6 uur ’s avonds en 2 uur ‘s-nachts op oudejaarsnacht worden afgestoken) Carbidschieten valt niet onder deze wet; men dus kan langer knallen!

NU we in de Coronacrisis zitten is er een vuurwerkverbod afgekondigd en werd er ook overwogen het carbidschieten landelijk te verbieden. Dat landelijke verbod kwam er niet, maar in sommige regio’s werd het wél verboden.(vergunning aanvragen moet overal!)

Wat brengt 2022? 

Het nieuwe jaren heeft veel, nu nog onbekende zaken, voor ons in petto, maar sommige zaken staan al WEL vast, zoals:

Pasen valt dit jaar op 17 en 18 april    (15 april = Goede Vrijdag)
Pinksteren valt dit jaar op 5 en 6 juni ( 26 mei = Hemelvaartsdag

Sport:

Van  4/2 t/m 20/2 worden de Vierentwintigste Olympische Winterspelen in Peking gehouden
Van 21/11 t/m 18/12 zal het  Tweeëntwintigste Wereldkampioenschap Voetbal dit jaar in de Staat Qatar gehouden worden (Het is voor het eerst dat een WK voetbal niet in de zomer wordt gespeeld)

Politiek :

Op 16 maart  zullen in de meeste Nederlandse gemeentes de gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden.

Europa:

Er zijn dit jaar maar liefst 3 Culturele hoofdsteden gekozen:  Kaunas in Litouwen, Novi Sad in Servië en Esch-sur-Alzette in Luxemburg


Wereldtentoonstelling:

14 april t/m 9 okt komt de Floriade Expo 2022 (wereldtuinbouwtentoonstelling) in Almere

En dan is er nog iets dat verwacht wordt in 2022, maar waar de geleerden het nog niet over eens zijn:

in de ruimte

De verwachting is dat de twee sterren in het binaire zonnestelsel KIC 9832227 zullen samensmelten en een red nova  (stellaire explosie) zullen veroorzaken die met het blote oog zichtbaar zal zijn.

Een markant jaar?

 


Nieuwjaarsdag was niet altijd in januari


Het intreden van een nieuw jaar werd vroeger gekoppeld aan een vruchtbare periode. Zo begon het nieuwe jaar bij de Babyloniërs en Romeinen bij het begin van de lente, en bij de Egyptenaren op het moment dat de Nijl voor het eerst buiten zijn oevers trad.

Julius Caesar (geb 100 jr vóór Chr.- overleden (vermoord) 44 jr. v. Chr) vond die verschillende begindata niet praktisch en stelde in het jaar 46 voor Chr. vast dat 1 januari (maand genoemd naar god Janus) voortaan het begin van elk nieuw jaar was; De Juliaanse kalender trad in en verspreidde zich over het hele Romeinse rijk.

Paus Gregorius XIII (paus van 1572-1585) vond bepaalde zaken van de Juliaanse kalender ”onhandig”, zo was het moeilijk om het tijdstip van de viering van Pasen te berekenen; de schrikkeljaren maakten er te veel variabelen in.


Gregorius liet een ander systeem voor jaarberekening ontwikkelen  door de Napolitaanse arts en filosoof Aloisius Lilius en voert deze in 1582 in: de Gregoriaanse kalender is een feit; Katholieke landen namen deze kalender meteen over, maar protestante en orthodoxe landen niet direct!
In Nederland namen Holland, Zeeland en de zuidelijke gewesten de kalender over, maar de overige gewesten doen dat pas na 1700!




Aloisius Lilius

De kerk gaf in 1575 een Christelijke betekenis aan 1 januari: De besnijdenis van Jezus*)
Nu konden de katholieken die dag óók vieren, maar met een religieuze betekenis!
(Sinds de vierde eeuw wordt de geboorte van Christus gevierd op 25 december)






Zeven dagen daarna (op de 8ste dag) zou zijn besnijdenis plaatsgevonden moeten hebben.
Jezus werd geboren als een Joods jongetje en moest dus conform het Mozaïsche gebod op de achtste dag van zijn geboorte besneden worden







*) Katholieke geestelijken vonden dat de viering van Nieuwjaar HEIDENS was

Oud en Nieuw

Vadertje Tijd is voortgekomen uit een aantal Griekse en Romeinse goddelijke figuren: Kairos, Aion en Chronos.
Vooral  naar de laatste is Vadertje Tijd gemoduleerd.
De Grieken stelden zich “Chronos, χρόνος= Tijd “voor als een staartetende slang (de tijd verdween immers)
In de loop der tijd werd Chronos,  geïdentificeerd met een andere God: Kronos, die de Romeinen Saturnus noemden.
Kronos  is de vader van Zeus en werd afgebeeld als oude bebaarde man.
Hij werd gezien als de oudste godheid.


Zo is Vadertje Tijd dus uiteindelijk uit al deze personages ontstaan

De toebedeelde attributen die Vadertje Tijd op plaatjes vaak bij zich heeft, hebben elk een eigen betekenis: de sikkel of zeis  staat symbool voor de tijd die alles afsnijdt; de vleugels verwezen naar de Latijnse spreuk tempus fugit = de tijd vliegt.

De zandloper of de klok kwam er pas in de Late Middeleeuwen bij.
De verklaring hiervan zou kunnen zijn dat rond dié tijd openbare klokken in Europa gebruikelijk werden (door de opkomende handel werd juist tóen tijdsmeting belangrijker.)  
De zandloper moet ons bewust maken van de kortstondigheid van het aardse leven.

Was het afgelopen jaar een oude man, dan is het nieuwe jaar een baby.
Vaak wordt Vadertje tijd afgebeeld met een baby (het nieuwe jaar) op zijn arm; Het oude jaar gaat; het nieuwe jaar komt

Dit jaar is de baby het nieuwe jaar 2022.


Vandaag aangekondigd door de ooievaar, die vannacht exact om 12 uur de baby dropt, zodat morgen heel Nederland wakker kan worden in het jaar 2022

Een voorspoedig 2022