Autokleur

Er schijnt een theorie te bestaan dat mensen ten tijden van crisis een andere autokleur kiezen dan in tijden dat het economisch goed gaat. Crisis werkt kennelijk “behoudzucht” in de hand; kleuren als zwart wit en grijs schijnen in die tijden meer verkocht te worden dan bijvoorbeeld rode of blauwe auto’s.

Dit kleurengedrag blijkt niet alleen voor de autokleur op te gaan. De grootste verffabrikant ter wereld: AkzoNobel*) deed in 2009 een onderzoek: Zij ontdekten dat de economische situatie een sterke invloed heeft op keuze en gebruik van kleuren. In tijden van economische recessie kiezen mensen eerder voor neutrale kleuren zoals zwart, wit en grijs. Meer intense tinten genieten de voorkeur als er meer vertrouwen is.

In 2013 bestond 80% van de nieuw verkochte auto’s (in Nederland) uit zwarte, grijze of witte auto’s. Toen reden er in het totaal zo’n 60% van  alle personenwagens in die drie kleuren.

Ook in februari 2020  bleek dat TOEN, in Nederland, grijs de autokleur was van auto’s die het meest verkocht werden.
In Europa ligt dat NU anders: daar zijn de meeste auto’s wit. Dat geldt overigens niet alleen voor Europa maar ook voor de rest van de wereld: wit is  (nu) de meeste verkochte autokleur

In de grootste automarkt ter wereld, China, zijn maar liefst 6 op 10 verkochte wagens wit.

Ik zou, uit eigen ervaring, niet weten, of een economische toestand invloed heeft op de keuze van mijn autokleur. Wij hebben nog nooit van ons leven een nieuwe auto gekocht en dus vrije keuze in de kleur van een auto gehad. We zochten (en vonden) een tweedehands auto, het liefst zo jong mogelijk voor het geld dat we wilden uitgeven; de kleur deed er dan niet zo toe.

Ik heb niet eerder een relatie gelegd tussen een economische toestand en een autokleur.
Een interessant weetje.

*)  AkzoNobel: Over 2019 bedroeg de geconsolideerde omzet bijna 10 miljard euro.
     De onderneming is actief in meer dan 80 landen





Groentesoort?

De aardappel, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid Amerika (de Inca’s verbouwden ze al in de 2e eeuw van onze jaartelling) werd in Nederland in 1727 erkend als eetbare groente (alleen in Nederland en België is de aardappel NU een aparte productgroep, in alle andere landen wordt hij gezien als groente)

Vóór de tijd dat de aardappel in Nederland zijn intreden deed at men hier voornamelijk pap/brij van graansoorten (zo’n 5300 jaar vóór onze jaartelling ontstonden in Limburg de eerste vormen van landbouw) bonen, knollen en erwten met spek.
Pas vanaf de 18e eeuw werd de aardappel in Nederland volksvoedsel.

Vroeger thuis aten we altijd BINTJES, ze werden gebracht door de “aardappelboer” en in de kelder gegooid. Dit aardappelras was “gemaakt” door kruising van de rassen Munstersen met Fransen door de Friese onderwijzer en aardappelkweker Kornelis Lieuwes de Vries uit  Suameer (nu behorend tot de gem. Tietjerksteradeel) en door hem in 1905 vernoemd naar de toen 17-jarige Bintje Jansma (hij vernoemde nieuwe aardappelrassen vaak naar zijn leerlingen)

Bintjes zie je niet veel meer, het is een ziektegevoelig ras en werd daarvoor “behandeld” met (giftige) bestrijdingsmiddelen. Milieuorganisaties zoals Stichting Natuur en Milieu en Milieudefensie noemde het een “gifpieper” en adviseerden supermarkten deze aardappel “stapsgewijs” uit hun supermarkten te weren. In 2000 besloot Albert Heijn  bintjes uit de schappen te schrappen, andere supermarkten en ook fabrikanten van patat frites  volgden en weerden BINTJES.

Overigens heeft de aardappel al sowieso al ”moeilijke tijden” gehad doordat verschillende bekende (koolhydraatarme) diëten de aardappel in de ban deden; het zouden ”dikmakers” zijn.


In 1885 schilderde Vincent van Gogh in Nuenen het schilderij “de Aardappeleters”



Er zijn vroege en late soorten :

Een Frieslander (ook prima voor patat)  is bv een vroege soort (verkrijgbaar van juni tot januari*) ook de Doré (hutspot en puree)  is een (zeer) vroeg soort aardappel.
Deze 2 soorten hebben allebei een groeitijd van tussen de 90 en 100 dagen

Late rassen worden ook wel winteraardappelen genoemd (geoogst in sept/okt en verkrijgbaar midden sept. tot half juni) zijn oa. Bildtstar (genoemd naar de Friese gem. Het Bildt)  rode schil en vastkokend en de kruimige  Irene, vaak gebruikt voor winterstampotten.( wie deze aardappel haar naam gegeven en waarom “Irene” heb ik niet kunnen achterhalen)

Tot slot nog een  bewaaradvies én een kooktip:

Aardappelen  kun je 1 tot 3 weken bewaren bij een temperatuur van 8-12°C.
Bewaar ze op een droge, donkere en goed geventileerde plaats en stop ze niet in een plastic zak, want aardappelen moeten kunnen ademen.

Kook de aardappelen nóóit in te veel water, de smaak gaat dan in het water zitten en dat gooi je af!






*)Tegenwoordig zijn de meeste aardappelsoorten het hele jaar verkrijgbaar, gerooid, opgeslagen in schuren, maar verser dan vers is lekkerder!

Twee Kamers

De Staten Generaal is de (Nederlandse) landelijke  volksvertegenwoordiging (parlement) en bestaat uit de Eerste en de Tweede Kamer.

Sinds 1815 kent Nederland een tweekamerstelsel. In dat jaar werd namelijk de, sinds 1814 bestaande Staten-Generaal, gesplitst in een Eerste en Tweede Kamer.

De eerste zitting was in 1815 en de eerste Tweede Kamerleden werden door de Koning benoemd (Willem I) daarna  werden de leden door de Provinciale Staten gekozen en nu door ons, burgers zelf.

De eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen zullen op 17 maart van het volgende jaar worden gehouden.

Nieuwe partijen moeten zich  uiterlijk 21 dec. van dit jaar bij de Kiesraad laten registreren om te kunnen deelnemen aan die verkiezingen.
Wil een partij meedoen in alle kieskringen (Ned. heeft 20 kieskringen), dan moet ze in totaal 580 ondersteuningsverklaringen overleggen, plus een waarborgsom van  € 11.250,- betalen
Alleen partijen die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid zijn, kunnen een naam laten registreren. Die naamregistratie is nodig om mee te doen aan de Tweede Kamerverkiezingen.

Zelf hoop ik enorm dat er niet méér partijen bijkomen, we hebben er al zoveel!
Omdat ik al jaren op de verkiezingsdag ’s avonds stemmen tel (én overdag in het stemlokaal achter de tafel zit), weet ik hoeveel werk het is al die grote stembiljetten van de verschillende partijen “ergens” uit te spreiden (ik heb in scholen, buurthuis en informatiecentrum gezeten)
Steeds wordt het meer partijen waarvan velen niet voldoende stemmenkrijgen voor een zetel.
De laatste Tweede Kamerverkiezingen (2017) waren er ik meen, 15 partijen die niet voldoende stemmen hadden om een zetel te bemachtigen. Niet voldoende betekent niet géén stemmen. Misschien wel weinig te tellen, maar wel veel, ruimte innemende, stapels in de stembureaus

Er zijn 150 zetels in de Tweede Kamer te verdelen; het aantal stemmen dat nodig is voor het behalen van één zetel, wordt de kiesdeler genoemd. Deze wordt berekend door alle geldig uitgebrachte stemmen op kandidaten te delen door 150!

Eerste Kamer

De Eerste Kamer is ook in 1815 ontstaan en ook dié leden werden aanvankelijk door de koning (Willem I) benoemd. NU worden (sinds 1848) de leden van de Eerste Kamer door de leden van de Provinciale Staten gekozen. Die Provinciale Staten leden worden weer door óns burgers gekozen, getrapte verkiezingen

Sinds 1983 worden ook de leden van de Eerste Kamer voor 4 jaar gekozen en niet meer zoals daarvoor voor 6 jaar, met vernieuwing van de helft, om de drie jaar.
De Eerste Kamer bestaat uit 75 leden.
In 2023 zijn de eerstvolgende verkiezingen voor de Provinciale Staten, binnen 3 maanden daarna kiezen de Provinciale Staten de leden voor de Eerste Kamer.

[Het aantal leden van provinciale staten is afhankelijk van het aantal inwoners van de provincie en varieert van 39 tot 55 leden. Het aantal zetels wordt gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar van de Provinciale Statenverkiezing.]

Fringilla coelebs

Bovenstaande naam las ik op mijn laatste verjaardag voor het eerst.
Ik kreeg een mooie verjaardagskaart “printed in England” met op de achterkant een uitleg over The Common Chaffinch.


Ik kén de vogel: een vink.
Maar ik ging wél even google translate “eroverheen gooien” : boekvink– In de lage landen, de meest frequent voorkomende vinkachtige, stond er
Ze worden ook wel botvink of Charlotte genoemd en komen voor in het Palearctisch gebied.
Ook die term moest ik even opzoeken: Het Palearctisch gebied is in de biogeografie de aaneengesloten landmassa, met de dicht bij de kust liggende eilanden, die grofweg geheel Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Noord-, Centraal- en Oost-Azië omvat. (weer wat geleerd)

Helaas heb ik niet kunnen achterhalen waarom dit vinkje Charlotte wordt genoemd (daar moet een verhaal achter zitten!)
Het bijzondere van deze vink, zo las ik, is dat het een zaadeter is, maar omdat als hun jongen gevoed moeten worden planten nog geen zaden hebben voert het vinkenpaar hun jongen DAN met insecten.

Chaff is kaf (van koren) en de vinken heten chaffinch omdat ze met grote groepen neerstrijken op velden waar het koren geoogst is.
Misschien dat boekvink afgeleid is van boekweit? ( is maar een idee)


Bij het nazoeken van dit vinkje op internet ging een hele nieuwe wereld voor me open.
Die van de vinkensport!

De Latijnse naam ”coelebs” betekent vrijgezel, dát is, volgens de tekst op mijn verjaardagskaart, te herleiden tot het feit dat alleen de mannetjesvinken in de winter in Noord Europa blijven, de vrouwtjes trekken naar het zuiden


Mannetjesvink

Mensen die vinken houden worden vinkeniers genoemd en hun hobby heet vinkenieren.
Ze bezitten de vogels en nemen deel aan zangwedstrijden: vinkenzettingen of suskewiet *) genoemd.
Vinkeniers  stellen zich met een vinkenkooi (een muit) op langs een weg, met telkens 2,4 meter tussen vinkenier en vink.

Ze tellen gedurende een uur  het aantal liedjes van hun vink door te turven  ( met een krijtje  worden streepjes getrokken op een zwarte houten telstok (een telstok kan 800 turven bevatten)


Ik las in Het Belgisch  Nieuwsblad dat er afgelopen mei nog een vinkenzetting was gehouden in Moorslede (West Vlaanderen); er deden 20 deelnemers aan mee en, door Corona, had iedereen (de mensen NIET de vinken) een mondkapje voor!

Dan las ik ook nog een stukje over de vink dat niet zo fraai was, of liever over de niet-zo-fraaie-mens in relatie tot de vink

In 1595 werd voor het eerst een zangwedstrijd van vinken beschreven; de vinken werden toen gevangen met mistnetten en lijmstokken!

[Even moest ik denken aan Malta. Ooit daar met vakantie en aan het wandelen zagen we netten en mannen verscholen zitten met vogelkooitjes met lokvogels erin. Malta heeft al formele berispingen van de Europese Unie  gekregen en, naar wat ik heb begrepen blijven ze nu van de vinken af, maar andere vogels die op Malta neerstrijken zijn nog steeds niet veilig voor “sommige” Maltezers.]


Vinken werden in de Middeleeuwen ook gestroopt om te eten!
In de  achttiende en negentiende eeuw waren zangwedstrijden voor “blinde vinken” de norm.
Hierbij werden de oogleden aan elkaar geschroeid! Het idee was toen dat een blinde zangvogel mooier zong
Sinds 2003 worden er geen vinken in het wild meer gevangen (in 1972 werd de vinkenvangst al afgeschaft maar omdat de kweek in gevangenschap onmogelijk aan de vraag kon voldoen, werd een overgangsregeling uitgewerkt.)**)
Tegenwoordig worden de vinken voor zangwedstrijden niet gevangen maar zelf gekweekt én er wordt “geruild”




*) De vinkensport is voornamelijk populair in Vlaanderen maar ook in Nederland en Duitsland  worden nog vinkenzettingen gehouden.
**)Sinds 2002 bestaat in Nederland de Partij voor de Dieren, misschien hebben die daar iets mee van doen gehad?

Singapore

Op t.v. is een serie over Singapore. Zodra ik Singapore las gaat mijn brein “zoeken” naar wat ik weet over Singapore en ik merk dat ik er maar erg weinig over weet: Een stad en tegelijk eilandstaat (bestaande uit meerdere eilanden) in Azië, waar Engelse overheersing was; een handelspost met een strategische ligging
Dát was zo’n beetje alles wat ik van Singapore wist.

De t.v.- serie speelt ten tijde van de Japanse invasie van Singapore en is een bewerking van het boek van  de Britse schrijver (Booker Prize winnaar ) J.G.Farrell.
En, zoals altijd als “iets” over de Tweede Wereld Oorlog in Azië gaat, denk ik terug aan hoe weinig we op school geleerd hebben over dát gedeelte van de wereld in samenhang met de Tweede Wereld Oorlog.

Er zat familie van me in Nederlands Indië (zoals dat toen nog heette) ten tijde van de Tweede Wereld Oorlog. Een broer van mijn vader, die zeeman was, had zich vóór de oorlog al op Java gevestigd en was machinist op een theeplantage geworden.
Hij en zijn  gezin daar hebben daar in een Jappenkamp gezeten, mijn oom is er overleden, zijn vrouw is met de kinderen teruggekomen naar Nederland, zo werd mij verteld.
Verder wéét ik dat in Nederland wordt de bevrijding op 5 mei gevierd, in Indonesië in augustus (de 15e las ik NU).Weinig kennis van Singapore, dus tijd om me er (een beetje) in te verdiepen.

Singapore (ca. 137 km boven de evenaar)  was, in de 13e eeuw, onderdeel van Koninkrijk Srivijaya  en heette toen Temasek (stad van de zee)
Pas rond de 14e eeuw, na de val van het Srivijaya rijk, werd het gebied herdoopt in Singapura  (leeuwenstad in sanskriet*) 
In 1819 koloniseerden de Engelsen Singapore en stichtten er een strategisch gelegen handelspost  om van daaruit handel te drijven met  Zuidoost Azië. Ze stichtten er ook een Brits marinesteunpunt.
In 1942 veroverde de Japanners Singapore. De bezetting duurde tot 1945, waarna de Britten het weer overnamen.

Er gebeurde, politiek gezien, nogal wat in Singapore: (gedeeltelijk) zelfbestuur  in 1959, aansluiting bij de Maleisische Federatie in 1963 en in 1965 daar weer uit (verbannen!)Vanaf 1965 is Singapore een onafhankelijke republiek (officieel de Republiek Singapore)

Het land, zo las ik, bestaat uit 63 eilanden en het hoofdeiland is Singapore (42 km lang, 23 km breed) waarop zich de hoofdstad Singapore bevindt.
Singapore heeft  in 2020 6.209.660  inwoners, waarvan 77% Chinezen zijn.
Het percentage van de oorspronkelijke bewoners, die van Maleisië komen, is, nu nog, 14% en er zijn er Singaporese Indiërs, voornamelijk Tamils  (7,9%). Ongeveer anderhalf procent van de huidige bevolking uit Singapore komt uit de rest van de wereld.







*) Er waren géén leeuwen in Singapura, men vermoed dat het een “verkeerde” vertaling vanuit Sanskriet is en de naam Singapore niet van  singa =leeuw af komt, maar van sing = steen. Die verklaring zou “logischer” zijn omdat het “rotsachtig” gebied was( is?)
[Wel waren er ooit tijgers, maar die zijn daar u uitgestorven]

Jarig

Geboren onder het sterrenbeeld schorpioen ben ik eerdaags jarig. (Door de Corona zal het niet gevierd kunnen worden, zoals ik dat graag zie: al mijn dierbaren bij elkaar)

Ik vroeg me af hoeveel mensen op MIJN verjaarsdag nog meer jarig zijn.
Bij toeval (toeval bestaat niet*)   vond ik het getal in een blad: elke dag zijn er zo’n 41.000 (in Nederland geboren) mensen jarig. Ik ben dus één van 41.000!

Wat ik ook las dat wij Nederlanders uniek zijn in het geven van traktaties, in andere landen geven anderen de jarige traktaties en betalen bv voor de verjaardagstaart.
Eerder naar huis gaan, een zakelijke afspraak afzeggen of collega’s trakteren op het werk omdat je jarig bent gebeurt in andere landen niet, zo las ik.
Zelf heb ik ooit een baan gehad waarbij je, op de dag dat je jarig was, om 1 uur naar huis mocht: cadeautje van de baas!

Buitenlanders schijnen het vaak maf van Nederlanders te vinden dat de gasten iedereen feliciteren.
Wij feliciteren de ouders van de jarige : gefeliciteerd met uw zoon; de kinderen: gefeliciteerd met je mama, de vrienden; gefeliciteerd met je vriendin etc. Buitenlanders feliciteren alleen de jarige.

Wat ik zelf meermalen meemaakte in Engeland en wat ik “apart” vond was, dat als je daar (op uitnodiging) op een verjaardag komt, je de felicitatiekaart meeneemt en aan de jarige geeft bij wijze van handshake of kus.

Meegemaakte verjaardagen in Afrika (van Europeaanse kinderen) waren bijzonder omdat daar zoveel verschillende nationaliteiten op de verjaardag kwamen en er zoveel talen (door elkaar) gesproken werden. Ook mij eigen verjaardag en die van mijn vriendin heb ik daar eens gevierd. Zoveel nationaliteiten. Tafels met van allerlei lekkers erop en iedereen pakt en dat de hele dag door! (geen koektrommel open, koekje eruit, klaar! Of taart aansnijden stukje op bordje, vorkje erbij Klaar)

Wij Nederlanders vieren onze verjaardag en dat is het dan! In andere landen vieren mensen behalve hun verjaardag ook nog hun NAAMDAG. (Nederland is van oorsprong een protestant land, naamdag vieren is iets katholieks) Het heet Panigyria, de gedenkdag van de heilige naar wie de jarige genoemd is.

Misschien is niet iedereen naar een heilige vernoemd, maar velen (zonder het te weten) wel. Een Betty, zou op 4 jan. de panigyria van “haar heilige vieren” en een Jan, Johannes of Janneke op 31 januari (er zijn lijsten van op internet wanneer JOUW naamdag is!) Het ontstaan hiervan zou kunnen komen omdat vroeger “de gewone man” geen kalender had. De (katholieke) kerk hield de naamdag van (de heilige van) elk kind dat gedoopt was bij, dát hoefde je dus niet zelf bij te houden!

Ik ben tevreden met één dag per jaar! (ook ik heb een heilige naar wie ik vernoemd ben en dus heb ik ook een (nooit gevierde) panigyria)



*) Alles is oorzaak en gevolg en dus onvermijdelijk


Nederlands water

Het aardoppervlak is voor 71% bedekt met water in de vorm van zeeën en oceanen
Nederland bestaat  voor 19 procent uit water, een groot deel van ons land én de bevolking bevindt zich onder zeeniveau. [Ter vergelijk : Engeland bestaat voor 1,3%, Duitsland voor 2,3%, Spanje voor 1,04%  en België voor 6,2% uit water]

Nederland is (de naam zegt het al: Laag land) altijd bezig geweest met (de strijd tegen) water. Zelfs onze koning hield zich, toen hij nog prins was (1997 tot inhuldiging tot Koning)  bezig met watermanagement (hij studeerde af in geschiedenis) In 1998 werd hij beschermheer van het Global Water Partnership (een internationaal netwerk, opgericht om een ​​geïntegreerde benadering van waterbeheer te bevorderen én praktisch advies te geven voor het duurzaam beheer van watervoorraden)


Nederland heeft grote rivieren; Nederrijn, Lek, Waal, Merwede en Maas. Rivieren die Nederland voor een grootdeel van oost naar west doorsnijden (een gebied van gemiddeld 25 km breed en 150 km lang) Nederlanders zeggen niet ten zuiden of ten noorden van de rivieren, maar ONDER en BOVEN de rivieren, daarmee wordt ook de grens aangeduid tussen de geloven: het voornamelijk protestantse noorden BOVEN de rivieren en grotendeels katholieke gebied BENEDEN de rivieren.

Als we in 2020 het hebben over WATER moet ik, als ik actueel wil zijn, zeker het boekje (uitgave jan.2020) noemen dat historicus en opiniemaker Rutger C Bregman (1988- ) heeft geschreven: ”Het water komt” over (wat Bregman noemt: Een van de grootste Nederlanders aller tijden)  ingenieur Johan van Veen.


Ook als we het over Nederland én water hebben MOET natuurlijk de regenval in ons landje genoemd worden: de jaarlijkse neerslaghoeveelheid in Nederland is in de periode 1910-2019 gelijkmatig gestegen van 692 naar 873 millimeter. Dit is een toename van 26% in 110 jaar.
Het regent steeds vaker heel hard. Extreme regenbuien geven grote druk op riool. Riool is om afvalwater af te voeren, niet voor de afvoer van schoon regenwater.

Onze kustlengte bedraagt ongeveer 523 kilometer, waar heel veel toeristen komen, buitenlanders én Nederlanders. Dus ook dáár veel water.
Omdat Nederland  zo’n waterland is, is het risico van verdrinking relatief groot.

Het percentage  jonge mensen dat kán zwemmen is hoog; in de leeftijd van 11 tot 16 jaar hebben 97% van alle Nederlandse kinderen hun Zwemdiploma A!

Dat hoge percentage komt mede door het schoolzwemmen. Helaas is dat “vak” op de lagere school vaak gesneuveld door bezuinigingen, terwijl schoolzwemmen toch een lange traditie heeft getuige ook de term schoolslag, de meest gebruikte zwemslag en tegelijk ook de oudste zwemslag (topzwemmers zwemmen met schoolslag 1,67 meter per seconde)

Nu we het toch over kinderen hebben: Nederlandse kinderliedjes gaan ook heel veel over WATER (cultureel historisch gevormd?)

* Alle eendjes zwemmen in het water
* Schuitje varen, theetje drinken
* Daar zaten 7 kikkertjes al in een boerensloot
* Onder moeders paraplu
* Het regent, het zegent, de pannetjes worden nat
* Twee emmertjes waterhalen

Dan hebben we ook nog het water uit de kraan. Nederlanders gebruiken gemiddeld zo’n 120 liter kraanwater per dag (douchen, toilet doorspoelen, de was en afwas) Het Nederlandse kraanwater is van  topkwaliteit, schoon en veilig is om te drinken.

In weinig landen zijn de normen en de controles zo streng als in Nederland: het moet aan honderden eisen voldoen, vele malen meer dan bijvoorbeeld flessenwater. (In Nederland worden geen chemicaliën toegevoegd aan het drinkwater.)
In Nederland is de grootste “bron” van drinkwater grondwater (ruim 60%)
Volgens Drinkwaterplatform.nl: Het water uit de grond zit er vaak al heel lang, soms wel een paar eeuwen. Het is regenwater dat er heel lang over doet om op die plek te komen en al grotendeels is gezuiverd door klei- en zandlagen. Bovendien zit er geen zuurstof meer in, waardoor er geen bacteriën en virussen in zitten”

Het voordeel van een land met veel water is dat er mensen én goederen vervoerd kunnen worden over water. In totaal telt Nederland zo’n 5046 km aan vaarwegen, waarvan 4800 km geschikt zijn voor goederenvervoer. Van het goederenvervoer binnen Nederland (ruim 625 miljoen ton), gaat  bijna 20 procent via de binnenwateren en ruim 80 procent over de weg en ( info van 2015)

Hoe eindig je een (lang niet volledig) waterblog?
Met kunst.
Iemand stuurde me onderstaand plaatje ooit op en ik denk dat het een prachtig eind vormt


Gezondheid!

Toen ooit de pest over de wereld rondwaarde had men geen idee waar dat van kwam. Het enige wat men kon doen was bidden en hopen dat het “over ging”
Men dacht wel dat de ziekte werd verspreid door niezen, dán werden immers speekseldeeltjes verspreid!

De 64 ste paus van de katholieke kerk Gregorius I (pontificaat 590-604) bijgenaamd De Grote werd geconfronteerd met een pestepidemie in Rome, nét toen hij aantrad. Hij spoorde iedereen aan om de zegeningen van God aan te roepen als iemand nieste.
Als een paus dat zei, dan deed je dat!

In Engeland zegt men nog steeds: Bless you als iemand niest, vroeger :”God bless you“.
Hiér is het oorspronkelijk “Heer ontferm u” tot  “Gezondheid” verworden.
De gezondheidswens is voor zo wél de niezer als degenen die er in de buurt staan!

Vroeger dachten de Grieken en Romeinen ook dat je ziel je lichaam kon verlaten als je nieste, je hield dus je hand voor je mond en riep de hulp in van een oppergod: Jupiter, in hun geval.

In Spanje  geloofde men dat de duivel tijdens het niezen (estornudo) in je lichaam kon kruipen, dát moest  bezworen worden door meerdere malen Jésus  (Spanje is grotendeels katholiek ) aan te roepen. Tegenwoordig  doet men dat, in Spanje, nog maar één keer (las ik)

Er zijn ook landen waar omstanders bij de eerste nies van iemand iets anders zeggen dan bij de 2de nies. In Frankrijk bv., Daar zegt men bij de eerste nies” A tes souhaits” (op je wensen) en bij de 2de nies “ A tes amours” (op je liefdes)

Nog even over niezen:

* Niezen is bedoeld voor het reinigen van prikkelende stoffen uit het ademhalingsstelsel;
* De snelheid van de lucht bij een nies kan theoretisch oplopen tot zo’n 160 km per uur;
* Gemiddeld produceer je zo’n 85 decibel met je snotuitstoot;
* Tijdens het slapen wordt je niesreflex onderdrukt;
* Het wereldrecord niezen staat op 976 dagen;
* Volkswijsheid: 3x niezen achter elkaar betekent : morgen goed weer

Nu, in Coronatijd is hoesten én niesen “verdacht“. Mensen denken dat de niezer “misschien wel besmettelijk is en lopen met een grote boog om de niezer ( of hoester) heen óf zeggen iets in de trant van ” Had u niet beter thuis kunnen blijven?”

Ik las ergens dat je vroeger nieste om te maskeren dat je een windje liet en in Coronatijd een wind laat om te maskeren dat je niest!

Nog een Noordpoolbericht

Eerder al (18 okt) blogde ik over het smelten van het ijs van de Noordpool , wat in rap tempo gebeurt, (verwacht wordt dat in de zomer van 2050  de Noordpool ijsvrij zal zijn) maar er is daar meer aan de hand.

Wat er namelijk óók gebeurt is dat de magnetische  “Noordpool” verschuift. Dat is “normaal” maar nu verschuift hij sneller (van Canada richting Siberië) Het aardmagneetveld verandert doordat er op 3.000 km diepte onder de aardlaag vloeibaar ijzer in kolommen rondkolkt. De stroming wordt gestuurd door de draaiing van de aarde, daarom liggen de magnetische noord- en zuidpolen ook altijd in de buurt van de geografische polen*)


Om de 5 jaar passen wetenschappers het World Magnetic Model aan (het magneetveld gebruiken we oa. om te navigeren, vliegtuigen en de scheepvaart)
Het magneetveld beweegt echter de laatste tijd zo snel dat wetenschappers genoodzaakt zijn het model eerder dan gepland aan te passen.
 
Bron New Scientist:
Wetenschappers proberen te begrijpen waarom het aardmagneetveld zo dramatisch verandert. Sommige vermoeden dat het een voorbode is dat de magnetische polen van de aarde binnenkort zullen omkeren. De polen ruilen gemiddeld één keer per 300.000 jaar van plaats. De laatste keer dat het gebeurde, is inmiddels al 780.000 jaar geleden

*) De noordelijke magnetische pool werd voor het eerst gemeten in 1831. Vanaf ongeveer 1990 nam de snelheid van de verschuiving toe: van zo’n 15 kilometer per jaar naar ongeveer 55 kilometer per jaar (150 meter per dag)  [Bron New Scientist]

Hallo

Volgens mij zegt tegenwoordig niemand meer “Hallo” door de telefoon, toch komt het woord oorspronkelijk van het bellen, hoewel….

Er zijn meerdere verklaringen voor de herkomst van het woord Hallo (hello)
Ik las  dat het uit het Hongaars zou komen omdat “hallo” in het Hongaars “luisteren” betekent.
Daar heb ik even google translate overheen “gegooid”  Volgens dit vertaalprogramma is luisteren hallgat in het Hongaars, dus die verklaring lijkt me niet juist óf het moet uit het Oud-Hongaars gekomen zijn.

Volgens het Nederlands Etymologisch Woordenboek is “’Hallo” een scheepsterm, die geroepen werd roep bij het inhalen van touw. Ik denk dan meteen aan  een onomatopee : Haal OOoop.
Ook las ik dat, halverwege de 19e eeuw, de kreet “hallo” werd gebruikt om aandacht te trekken zoals in “Hallo, jij daar !”

Over “Hello” zegt de Oxford English Dictionary dat het een verbastering is van hallo, hollo, en afkomstig van het Oud Hoog Duitse “halâ, holâ”  (Het Oudhoogduits is een taal die van ongeveer de 6e eeuw tot 1050 gesproken werd.)
In de Quest (populairwetenschappelijk Nederlands tijdschrift) vond ik een andere uitleg die te maken heeft met Thomas Edison en Alexander Graham Bell.

De, van oorsprong Schotse, Alexander Graham Bell (1847-1922) woonde in de VS toen hij het patent op de telefoon in 1876 aanvroeg en kreeg op 7 maart 1876. Eigenlijk was Bell niet de “echte uitvinder” van de telefoon, dat was d,e ook in de VS wonende, Italiaan Antonio Meucci (1808-1889). In 1855 had hij in zijn huis al een “telefoonsysteem” aangelegd.
Hij had echter niet genoeg geld om het patent op zijn uitvinding aan te vragen, Bell had dat geld wél en daarom staat HIJ nu te boek als de uitvinder van de telefoon en niet Meucci.

                                                                                                                                                      
Thomas Edison (1847-1931) oprichter van de General Electric Company én uitvinder was  lange tijd recordhouder van het grootste aantal octrooien toegekend aan één persoon (hij had er ca.1400)
Hij kocht octrooien op en liet ze op zijn naam vastleggen. Hij zag wel wat in de uitvinding van Alexander Graham Bell (1876): de telefoon en in 1877 bracht Edison de telefoon op de markt, al was dat een schending van Bells patent.

Hij voorzag het apparaat vooral gebruikt zou gaan worden in de zakenwereld met altijd de verbinding open voor communicatie. Maar hoe zou je dan de aandacht kunnen trekken van een ander?
Er is een brief boven tafel gekomen (aldus Quest) van Edison aan de directeur van de eerste telefoonmaatschappij van Pittsburgh waarin hij voorstelde dan “Hello” te roepen. De uitvinder van de telefoon (Bell) zag meer in “Ahoy” *)
In de uiteindelijke handleiding van de telefoon kwam “Hello” als gebruiksterm bij het opnemen van de telefoon.(Edison won dus, anders hadden we Ahoy door de telefoon gezegd.)

In Nederland schijnt het woord hallo niet eerder voor te komen dan in 1897 toen de redactie van het Woordenboek der Nederlandsche taal  schreef dat de begroeting Hallo thans b.v. aan den telephoontoestel zeer gebruikelijk is.
Als dát zo is hebben we het woord Hallo dus aan Edison te danken!

*) ahoy is een roep gebruikt om schepen aan te roepen.