Botanische tuinen

De Utrechtse Botanische Tuinen zijn opgericht in 1639 (3 jr.na oprichting v.d. Utrechtse Universiteit) en behoren tot de oudste nog bestaande universitaire tuinen van Nederland.

De eerste tuinen werd elders aangelegd, maar op dit moment is de hoofdlocatie van de Tuinen te vinden op Fort Hoofddijk in Utrecht.
Met een museumjaarkaart zijn de tuinen gratis te bezoeken.
Nu, in Coronatijd, moeten er wel vooraf kaartjes worden besteld!

Fort Hoofddijk is gebouwd omstreeks 1877 als onderdeel van de Nieuwe Hollandse waterlinie en bestaat uit een bomvrije kazerne( 2 verdiepingen en gemaakt van bakstenen) en drie remises.



Meteen bij binnenkomst zijn de rotstuinformaties te zien.
Op een zonnige dag zie je er hagedissen op zitten zonnen.

Er was ooit in de tuin een soort tent van gaas waarin vlinders zaten, die is nu verdwenen, de vlinderafdeling zit binnen in een gebouw waar het tropisch warm is en waar prachtige vlinders rondvliegen en waar één op mijn schouder gingen zitten (dé plek waar ik NIET kan fotograferen, dus heb ik mijn lief (stiekem voor de vlinder) mijn telefoon gegeven en  hebben we deze beauty  dus toch op de foto)





We komen bij de evolutietuin het  is van oorsprong een echte onderwijstuin.
We raken er aan de praat met een Universiteitsmedewerker. Hij vertelt ons dat de evolutietuin het Cronquist-systeem hanteert; een classificatie van bloeiende planten. Dit systeem werd bedacht door de Amerikaanse botanicus Arthur Cronquist (1919-1992) Deze botanicus ging voor het bepalen van de evolutionaire verwantschappen van planten uit van secundaire plantenstoffen (stoffen die de plant zelf aanmaakt, maar geen directe rol in de stofwisseling spelen)

Nu is met behulp van het DNA-onderzoek door Angiosperm Phylogeny Group (een gezelschap wetenschappers)  duidelijk geworden dat de indeling van Cronquist op veel punten niet klopt:
handboeken en andere botanische literatuur  zijn overgegaan op het nieuwe APG-systeem.
Ook de evolutietuin zou nu totaal anders ingericht moeten worden.
De medewerker met wie we nu, toevallig, spraken heeft het ontwerp voor de nieuwe evolutietuin gemaakt en gaat het ook begeleiden. Hij  was nu zaden aan het verzamelen voor de “nieuwe” tuin die op het huidige evenemententerrein zal verrijzen. Niet alles zal verpoot kunnen worden, vertelt hij, ze zijn al druk aan het stekken en zaden verzamelen.
Een machtig interessant en educatief gesprek, leuk om over de komende ontwikkelingen van de tuin te horen.

Ook aan educatie voor kinderen doen de universiteitstuinen! Zo is er voor leerlingen van groep 7/8 van de basisschool een lesprogramma van prof. dr. Eusebio Billenklap (tekenfiguur op de foto), één van de meest vooraanstaande onderzoekers van deze tijd: een omnialoog (= een professor in de alweetkunde)

In de tuinen zijn waterpartijen, binnen en buiten, groot en klein, met waterlelies en hun gigantische bladeren en lotussen, watervallen groot en klein, stroompjes en stromen lijkend op rivieren.

Water is een uitstekend transportmiddel voor zaden, het stroomt vaak over enorm afstanden. Zaden die ver over water reizen moeten een groot drijfvermogen hebben, dat zijn o.a. zaden van de kokospalm, zij kunnen over duizenden kilometers reizen.

Buiten zijn ook bijen, goed te bekijken door de doorzichtige in/uitgang van de korf bij de Buzzz-halte.

Kauwen zitten op een hoge plek te kijken naar de, op het terraszittende mensen die “iets” eten en misschien wel wat laten vallen.

We zien ook vleesetende planten, waar we afblijven, want anders beschadig je de “voelers” en kan de plant geen vliegen meer vangen (en sterft)

Niet alles gaat goed, bomen gaan dood en moeten soms omgezaagd worden en planten kunnen opgegeten worden door insecten.
Maar heel veel gaat wél goed en groeit en bloeit dat het een lieve lust is.

Er is in de tuinen ook aandacht besteed aan planten die gezondheid brengen.
Zo zie ik de Echinacea (rode zonnehoed), een plant die gebruikt wordt om de symptomen van keelpijn en hoest te verminderen. Echinacea is ook een ingrediënt van een middel dat wordt gebruikt om de weerstand te bevorderen en infecties te bestrijden.

Minder bekend is de slijmjurk (gevlekt longkruid) Vroeger dacht men dat longkruid een goed middel zou zijn tegen tuberculose. Dáár heeft het NIET tegen gewerkt, maar de plant bleek wel slijmoplossende stoffen te bevatten. Tegen vastzittende hoest en verkoudheden blijkt het wel (enigszins) effectief te zijn.
Ook de vijgenboom brengt gezondheid: naast vitamine A, bevatten vijgen ook vitamine B in de vorm van foliumzuur en biotine.

Geweldige mooie tuinen met veel bijzonders te zien en veel te leren.


blauweregen berceau

Scheef?

Meestal komt tegenwoordig een nieuw woord bij mij binnen door een wordfeudspelletje of iets dat ik lees. Vandaag leerde ik een nieuw woord van mijn lief, waar ik toch al een aantal jaren mee samen ben.
Nooit eerder dit woord gehoord!

De situatie:
Onze kokosmat*) was gescheurd, dus er moest een nieuwe komen vóór iemand languit, plat op de snuit in de hal zou belanden (dat kan niet echt, daarvoor is het halletje te klein)
Een kokosmat kun je kopen per meter en dan zelf passend maken (wist ik ook niet maar mijn lief wel)
Omdat ik nu graag eens een ander kleurtje dan de kapotte mat wilde, ging ik mee.

Helaas, de Praxis had maar één soort kokosmat aan de rol en die was dezelfde kleur als die we al hadden.
Er waren matten (ook aan de rol) van een ander materiaal, maar die waren veel te dun om passend op het luik achter onze voordeur te leggen. Dus….. dan maar dezelfde kleur mat.
We hadden een onervaren afsnijder, hij kon geen centimeter vinden en geen stanleymes Er kwam iemand bij helpen; een (niet oude) rot in het vak; een (vak)vrouw.
Zij had snel een centimeter en een stanleymes gevonden; ze gaf hem tips hoe te meten, want met een “golf” in het materiaal, zoals hij het wilde doen, wordt NIET goed gemeten!
De aanzet met het mes van de jongen was nogal scheef (dat zag ik zelfs!) zodat de vakvrouw meteen ingreep. ”Meet maar met één centimeter erbij, dan kan meneer het zelf RECHT snijden! En laat meneer NIET voor die centimeter betalen!”
Zoals ik al zei: VAKvrouw!

Thuis ging mijn lief meteen aan de slag.
Toen kwam het moment waarop ik het nieuwe woord uit zijn mond hoorde!
Het luik waarop de mat moest komen te liggen was, mopperde hij,  scheluw.
Wat?
Hij herhaalde het en gaf de betekenis.

Nu, voor het blog, zoek ik het even na om een korte beschrijving van het woord te geven:
Een vlak wordt scheluw genoemd wanneer de tegenover elkaar liggende randen of zijden niet in een plat vlak liggen.
Het woord is ontwikkeld uit het Proto-Germaans (oergermaans) zijnde skelwa = scheef, vervormd.
De vorm scheluw bestaat in het hedendaags Nederlands nog als vakterm voor “scheef” en “kromgetrokken” (o.a van hout)
In sommige dialecten, o.a. het West-Vlaams is het ook het “gewone” woord voor “scheel” (het scheef kijken met de ogen)

Jaren samen en nog nooit was iets scheluw, althans niet noemenswaardig scheluw!

Scheluw of niet, ik vind dat mijn lief de mat prima passend heeft gemaakt




*) Kokosvezel is een taaie en stugge plantenvezel die afkomstig is van de bast van kokosnoten.

Hedonistische honger

Ooit wel eens hedonische honger gehad?
Vast wel.
Misschien kende u de term niet, maar had u die honger wel.
Zo was het met mij totdat ik er een artikel erover las.
Hedonische honger is de drang om genot d.m.v. eten te krijgen bij afwezigheid van een energie tekort

In het artikel dat ik las staat: Zelfs met een volle maag kun je soms nog met plezier wat lekkers naar binnen werken. Hoe dat kan? Een actief beloningssysteem zorgt ervoor dat je lijf het signaal negeert dat er al genoeg energie binnen is en je eigenlijk vol zit. Je eet dan niet meer omdat je honger hebt, maar je eet voor het genot. 

Ik denk dat iedereen dat wel eens zo’n vreetbui heeft, met een zak chips of een trommel koekjes.
De drang om dóór te eten schijnt het hevigst te zijn bij etenswaren waar én vetten & suikers in zitten.
Het “beloningssysteem” reageert niet alleen sterk bij suikers & vetten, maar ook bij vet & zout  (chips)en koolhydraten & zout ( popcorn)

Ikzelf heb nooit gelijnd (hoeven lijnen) maar het schijnt dat het beloningssysteem uitschakelen een belangrijk onderdeel is om, bij het lijnen, je eetpatroon te wijzigen.
Zelfcontrole is erg belangrijk (dát heeft de een meer dan de ander)
Het is dus niet alleen je hongergevoel die je aanspoort te eten, het brein *) speelt hierin ook een rol:  Er komen hormonen zoals dopamine vrij die je een prettig gevoel geven. Dopamine stimuleert bovendien je eetlust. (waardoor het dus niet bij één koekje blijft)

Ik dacht onmiddellijk toen ik dit las aan baasjes die hun hond een koekje “beloven” en ze daardoor dingen laten doen. Als ze het beloningssysteem veel toepassen hoeft er maar een hand in hun zak te gaan (waar de koekjes zitten) of de hond gaat al braaf zitten en eigenlijk werkt dat dus bij de mens ook een beetje zo.

We willen ons goed voelen en weten dat er “in de zak iets zit wat ons dat gevoel kan geven” Hebben we er één genomen, dat weten we dat bij de tweede dat gevoel wordt versterkt en zo eten we een hele koektrommel leeg.(Helaas is, als de koektrommel leeg is, het goede gevoel ook weg en er soms zelfs een Schuldgevoel voor in de plaats gekomen is)

Wij, in het Westen worden voortdurend omringd door voedsel; het ligt vaak voor het grijpen of het staart ons toe via reclames. “Hedonische honger” wordt niet aangestuurd aan hoeveel en wat je al hebt gegeten, soms is het ook een kwestie van wat je om je heen hebt staan, wat anderen eten of wat je op reclames voorbij ziet komen.


Een ouderwets gezegde is: “Overal waar te voorstaat is niet goed, behalve tevreden


Dat lijkt me ook van toepassing op vreetbuien (hedonische honger zoals ik dat vanaf vandaag ga noemen)  Met af en toe “even snaaien” lijkt me niks mis, maar als het teveel voorkomt kun je de bewustwordingstips nog eens lezen en misschien die “buien” terugbrengen


Bewustwordingstips bij hedonische honger

  • 1.Onderzoek toont aan dat je zelfcontrole aan het eind van de dag  “zwakker” is dan aan het begin van de dag; wapen je dus aan de eind van de dag
  • 2.slaaptekort verstoort de werking van ghreline (hongerhormoon) en leptine **), waardoor je een onverzadigbaar hongergevoel blijft houden (omdat je hersenen niet het signaal ontvangen dat je vol zit.) Heb je hedonische honger? Vraag je dan af Heb ik geen slaaptekort?
  • 3. Stress en onregelmatige eettijden hebben invloed op je ghrelinelevel. Het gevolg is dat te veel van dit hongerhormoon aangemaakt wordt. Logische conclusie: vermijd stress (ik heb nooit begrepen hoe je dat kan doen) en eet op gezette tijden.( Het lichaam raakt minder snel in paniek als het “weet” dat het om bepaalde tijd weer voedsel krijgt en maak dan ook minder ghreline aan)

*) Hersenen kennen twee soorten honger: homeostatisch en hedonistisch. De eerste creëert, als de maag leeg is, een natuurlijk hongergevoel (zodat je op zoek gaat naar eten)
Hedonistische hongergevoelens ontstaan daarentegen juist na het zien van voedsel (waar we eerdere positieve ervaringen mee hebben gehad)

**) Leptine is een peptidehormoon dat van nature in het menselijk lichaam aanwezig is en een rol speelt bij de regulatie van verzadiging.


Kromme Rijnstreek mét fruit

Kromme Rijnstreek

Kersen kun je kopen bij de groenteboer, supermarkt, markt én dichtbij de bron: de boomgaard.
Zondag hadden we zin naar een kersenboomgaard toe te gaan om kersen te scoren.
Zelf plukken leek me leuk.
Ik zocht op internet.
Het blijkt dat kersenboomgaarden bijna altijd in “Christelijk gebied” zitten. Gevolg: Zondags dicht!
Ook blijkt dat “ zelf plukken” NIET (meer) gedaan wordt. Ik weet niet of dat komt door Corona of dat sowieso meer een ding van “vroeger” is.

Elke vakantie in Engeland gaan we minstens één keer naar een “Pick Your Own farm” om het fruit dat daar wordt aangeboden zelf te plukken. Een paar jaar geleden stonden we op een camping die PYO had en hebben we nog een paar keer late aardbeien geplukt en bessen geplukt!

Ook in Nederland zijn we een paar keer bessenplukboerderijen tegen gekomen: in Noord Brabant (oppassend op huis van vrienden) zagen we een bord langs de kant van de weg staan en hebben we (te) veel zwarte bessen geplukt. We hebben ze in porties ingevroren en daar in het vriesvak gelegd. Bijna waren we ze, bij het naar huisgaan,  vergeten!

Mijn lief vond op internet een kersenboomgaard in de Kromme Rijnstreek die op zondag WEL open was, niet om zelf te plukken, maar wel met de lekkerste kersen!

We nemen de toeristische route. Onze “beloning” komt snel, 2 ooievaars in een weiland en een paar weilanden  verder; nog 4 ooievaars!

Aan de weg zien we  bij Bunnik een vlag: daar is het; fruitkramen hebben vaak, om aandacht te trekken, een rood/wit/blauwe vlag uit hangen.

Van oudsher is de Kromme Rijnstreek een kersenstreek. De vochtdoorlatende grond langs de rivier schijnt een goede voedingsbodem voor kersenteelt.

De geschiedenis van de kersenteelt in Nederland gaat ver terug: het waren de Romeinen die de kers naar Nederland brachten. Voor het transport van o.a. de kersen werd, tot eind 19e eeuw, gebruik gemaakt van de rivier. Met een speciale schuit, de Krommerijnder werden de kersen vervoerd.

We zien de Kromme Rijn, om erbij te komen lopen we onder een berceau van druivenranken ( de druiven zijn nog niet rijp!)
We zien de kersenbomen, sommige mét en sommige zonder netten eroverheen. Nergens zie ik een kers in de boom hangen, alle bomen (al) leeg!

We zien bordjes  bij jonge bomen met kersenrassen, één heet Bellise; ik zoek deze kers thuis na:
Franse herkomst; Middelgrote (Ø 24-28 mm, Ø 7-9 gram) zoete, matig aromatische vruchten met een laag zuurgehalte en een matige stevigheid; Vruchtkleur: rood tot donkerrood.

Bij de fruitkiosk kopen we kersen én pruimen én ik vraag naar de betekenis van de Knapschinkel.
De kersenverkoopdame vertelt dat het de naam is van een boerderij in de buurt ( 1678 herbouwd op de plek van een nog oudere boerderij) Wat het woord betekent weet zij ook niet.

Als we terug willen rijden, nét in de auto, begint het te druppelen. Onderweg gaat het hozen, de ruitenwissers kunnen het amper aan. Als we weer bij de weilanden zijn, toch een klein uurtje later, staan alle 6 de ooievaars er nog steeds! (het zijn echte géén neppers!)
Thuis  liggen de kersenontpitters klaar: kersen eten!



Lezers & lezeressen


Vanmorgen zag ik dat de 20.000 bezoeker van mijn blog geteld werd!

Ik heb plezier in het schrijven van én het doen van research voor de blogs en vind het erg leuk dat die blogs dan ook gelezen worden!

Dank lieve lezers en lezeressen.
Ga zo door!

Baars

Herkomst naam Roemenië

Nooit heb ik nagedacht over de herkomst van de naam van het land Roemenië, terwijl het toch zo voor de hand ligt: Roemenië komt af van ROME.
De Romeinen verbleven in dit gebied  van 106 tot 271 na Chr.
Zij gaven dit gebied (800 km. van Rome vandaan) deze naam


De Romeinen moesten aan het einde van de 3de eeuw het gebied prijsgeven aan de oprukkende Goten en daarna werd het gebied van het huidige Roemenië bevolkt door verschillende nomadenstammen, waaronder de Hunnen.
Pas in de 13e eeuw vond er een begin van staatsvorming plaats.
De Turken, waren in Roemenië de baas tot 1877, dat jaar werd tijdens de Russisch-Turkse oorlog de onafhankelijkheid uitgeroepen.

Roemenië rond 1600 9bron: , https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1641657)Roemenië NU

Roemenië koos tijdens de Tweede Wereld Oorlog de zijde van Duitsland, waaraan door de bezetting door de Sovjet Unie in 1944 een eind kwam. Na de invoering van de communistische dictatuur op 30 december 1947, werd  Koning Michaël  door de communisten (én het Rode Leger) gedwongen afstand te doen van zijn troon. Hij verliet het land, dat in 1947 werd uitgeroepen tot Volksrepubliek. 

De naam Roemenië  verwijst dus naar de Romeinen die ooit gebied 166 jaar het hunne noemde.
De Roemenen  spreken ook nog steeds een taal die afstamt van het Latijn (net als Fransen en Italianen).

Roemenië is sinds 2004 lid van de NAVO en sinds 2007 van de Europese Unie
De Roemenen noemen hun land Romania; het land is 8x groter dan Nederland en er wonen ca. 19,41 miljoen mensen. Eén derde van de werkende mensen is werkzaam in of afhankelijk van de landbouw

  Roemenië grenst aan de Zwarte Zee, Bulgarije, Servië, Oekraïne, Hongarije en Moldavië

Toerist

Hoe herkent een buitenlander een Nederlander in ZIJN land: de lawaaierigste mensen op een terras of camping, dát zijn Nederlanders!
Deze bevindingen kwamen uit het Hollands imago onderzoek dat in 2012 toen het NBTC (Ned. Bureau voor Toerisme en Congressen)  11.000 mensen uit 13 landen ondervroeg.

Ik wist niet dat Nederlanders als luidruchtig te boek stonden.
Ikzelf heb de ervaring op campings in Frankrijk en voormalig Joegoslavië dat als het ergens extreem luidruchtig is dat Italianen of Spanjaarden zijn!

De verklaring van dat “luidruchtig” zijn  geeft Marinel Gerritsen, emeritus hoogleraar Interculturele bedrijfscommunicatie aan de Radboud Universiteit:  “Er ontstaat bij Nederlanders, zodra ze de grens over zijn nogal luidruchtige groepsdynamiek. Dan gaan we ons Nederlandser gedragen dan wanneer we thuis zijn, met als resultaat: we praten harder in onze moedertaal” (vandaar dat het MIJ niet opgevallen is, wij reizen niet met een groep en zoeken vaak  plekken uit waar weinig tot geen Nederlanders zijn)
De hoogleraar geeft ook aan wáárom bepaalde volkeren zich aan buitenlandse toeristen ergeren: “Landen storen zich vooral aan eigenschappen die heel anders zijn dan die van henzelf. Welke dat zijn, hangt helemaal af van de culturele normen en waarden die er heersen.”

Een onderzoeker van Toeristenbureau NBTC zegt “Spanjaarden (het enige volk dat ons NIET druk vindt) ons juist vrij kalm en teruggetrokken vinden” (dat komt waarschijnlijk doordat ze zelf ook vrij druk zijn )




Mijn oudste broer, jong geëmigreerd naar Engeland en daar deelnemend aan het zakenleven, had het vaak over de lompheid van de Nederlanders, hun directheid.

Hij noemde het voorbeeld van de weg vragen.
Een Engelsman stapt uit zijn auto en loopt op iemand af: Goodmorning.  How are you? Can I ask you something? En pas na de bevestiging dat hij dát mag, vraagt hij waar de weg die hij zoekt,
Een Nederland loopt op iemand af en stelt zijn vraag ”Waar is de Sterrelaan?”
LOMP!

Volgens onderzoek vinden ook Aziaten ons, Nederlanders, erg lomp Zelf hebben ze heel wat beleefdheidsregels

Ik vind dat gedoe met Fransen met taal altijd verschrikkelijk, je doet je best om hun taal te spreken (6 jaar Frans op school gehad)  maar één verkeerde klemtoon en ze hebben geen idee (of doen alsof) waar je het over hebt. Als ze het, na een tijdje taalploeteren van jouw kant, eindelijk begrijpen zeggen ze dat zelfde woord met een iets andere klemtoon!

Volgens onderzoekster Marieke Politiek ( van NBTC) “ Vinden Fransen onze taal moeilijk, maar hebben ze er bewondering voor dat wij, Nederlanders, zoveel talen spreken” Die bewondering heb ik (jaren gekampeerd in Frankrijk) nóóit gevoeld.
Wel bij de Engelsen:  heel vaak een compliment voor de Engelse taal met daar meteen achteraan de verontschuldiging dat ze zelf alleen maar Engels spreken.
Zij kunnen dat:  380 miljoen mensen gebruiken het Engels als moedertaal en méér dan een miljard mensen beheersen deze taal!*)

Zodra Nederlanders wij over onze landsgrens zijn en voorbij Vlaanderen verstaat NIEMAND ons
( misschien nog in Indonesië en Zuid Afrika?)
Wat mij bij reizen altijd weer verbaasd dat zoveel buitenlanders zo weinig kennis van ons land hebben: vaak kennen ze alleen:  Amsterdam, klompen en, een enkele keer, Rembrandt.
Het Imago onderzoek bevestigde dat ook: 70% van de Amerikanen ( een land waar ik nog nooit geweest ben) associeert Nederland met molens, klompen en tulpen!

En de geografie?
Ooit meegemaakt in Engeland:”You’re Dutch? We’ve been to Holland. We went to Kopenhagen”
Vaak vragen Engelsen wáár je in Nederland woont en vaak komt er, als je het antwoord geeft, een vraag achteraan “Near Amsterdam? “ En altijd zeg ik Yes! Nederland is zo klein ALLES ligt near Amsterdam.
Wat kennelijk alle naties verbindt is voetbal


Ooit was ik in Mauritanië ( een Adrikaans land waar het reisbureau nog nóóit  een reis naartoe geboekt had en de baliemedewerkster NIET wist waar het lag)

Ik was daar bij vrienden en trok met hen op, zo kwamen we nog al eens ergens. [Dáár begrepen ze mijn Frans wél] Het land Holland rees daar wel nog al eens een vragende wenkbrauw; Wat dat was? Waar dat lag? Geen idee. Totdat ooit iemand vroeg “PSV? “
Ja, dát Holland!
Vanaf die tijd rolde, na de uitleg dat we uit Holland kwamen, de voetbalteamnamen Ajax, Feyenoord, PSV  uit mijn mond en werd er steevast geknikt dát Holland kende ze!

*) De Verenigde Naties (VN) schatten dat de mondiale populatie in april 2019 de 7,7 miljard haalde, met een jaarlijkse toename van 83 miljoen.



Oud Rijswijk

We waren in Rijswijk  voor Splendid Isolation van de Britse kunstenaar Ian Berry.
Een tentoonstelling in Museum Rijswijk dat gehuisvest is in het Tollenshuis.
Een pracht van een tentoonstelling, zeker een aanrader als je van, denim, contemporary art én een mooi museum houdt.

Na het museumbezoek (het is dan even droog!) lopen we even door Oud Rijswijk heen: het heeft sfeer!

Op een terrasje onder het zonnescherm, dat nét nog als regenscherm functioneerde, zitten een paar oudere mensen. Ervóór staat een prachtig, zo te zien, nieuw rond bankje om een boom, met olifantenbeeldjes eronder.
Erachter ligt, onder een glazen plaat verlicht, een historische put: al vanaf 1550 haalde Rijswijkers water uit deze put. Later werd er, 13 meter verderop, een pomp aangelegd.
In 2010 is de glasplaat en verlichting gekomen om dit stukje puthistorie te behouden; de pomp staat er nog

Op de bank op de boom staan woorden zoals Ceylon  en Hansken, Rembrandt
Nergens een bordje waarom én ter herinnering  waaraan deze bank is.
Ceylon in Rijswijk? En wie was Hansken? En wat heeft Rembrandt hiermee van doen?
Ik loop naar de mensen onder het scherm toe en vraag waarvoor dit bankje is.
Het blijkt om een olifant te gaan, in 1620 had Rijswijk een olifant!
Men raadt me aan om even naar het museum te lopen, daar hebben ze een boekje met het verhaal van de olifant. De dame die het me zegt was vrijwilliger in het museum vertelt ze
Ik zeg dat ik dat zal doen.
“Het is gratis” roept de (ex?) vrijwilligster me nog na.


De dame van het museum komt achter de balie vandaan als ik mijn vraag stel, ze gaat, trapje af, trapje op, ik achter haar aan, naar een piepklein kantoortje, waar iemand zit te werken. Ze vraagt, hem naar het boekje : hij blijkt ze allemaal te hebben uitgegeven.

De baliedame vindt het vreselijk dat ze me niet helpen kan, ze loopt met me mee naar buiten en wijst in de straat verderop een juwelier; als er een olifantenkoekblikje in de etalage staat kan ik dáár het boekje halen.
Dank u wel, lieve, behulpzame dame!

De juwelierszaak blijkt helaas gesloten te zijn! We lopen door, ook een slagerij heeft een koekblik in de etalage staan. Ik loop er binnen en vraag naar het boekje. Helaas zijn ze ook bij hem op, maar ook hij  doet een extra stap en geeft me wel een pamfletje (dat hij uit een koekblik haalt) met een kort “verhaaltje” over de olifant.
Dank u slager!
We lopen verder
Ik zie een brillenzaak mét een trommeltje in de etalage en probeer het nog één keer.
De opticien had nog een stapel boekjes en gaf me er één.

Zodoende kan ik u nu de geschiedenis vertellen van een Aziatische vrouwtjesolifant die Hansken heette. Ze werd geboren in 1630 in Ceylon en vertrok voor een reis van 7 maanden met een VOC schip via Kaap de Goede Hoop, Sint Helena en Texel naar Amsterdam.
In Amsterdam waren zij en haar medereizigers: een Indisch hert en een luipaard (aangekondigd als een tijger) tegen betaling te bezichtigen. Het opgehaalde geld ging naar de armen.

Hansken kwam, na deze “omweg”, bij haar nieuwe eigenaar terecht: stadhouder Frederik Hendrik die in Rijswijk woonde in paleis dat Huis ter Nieuborch, ook wel Hof te Rijswijk geheten. (Er is helaas niets meer over van deze bebouwing) Hansken verbleef 3 jaar in een paardenstal van de stadhouder in Rijswijk.
In 2010 is, als eerbetoon, deze zeshoekige boombank ontworpen door ir.Elisabeth(Piet) Rijkels-Visser.
ter nagedachtenis en deze eerste olifant in Europa! [foto van de ontwerpster, zie hierboven met bordjes gemaakt door Robbert Roos]

Hansken wisselde nog al eens van eigenaar; van Frederik Hendrik naar diens neef Johan Maurits en toen deze naar het buitenland moest kwam Hansken bij weer een nieuwe eigenaar terecht. Zo “verhuisde” zij minstens 3x en kwam toen bij Cornelis Groenevelt terecht, die haar kunstjes leerde. Hij liet toen reclameposters drukken met haar kunsten [oa buiging maken, zwaaien met een vlag en dansen] en trok
samen met haar de wereld rond; Hansken liep en Cornelis zat op haar rug.
Er gaan verhalen dat ze in Amsterdam in 1647 door een brug zakte én dat Hansken samen met Cornelis door de Alpen en naar Italië trok.

Groenevelt had veel verstand van paarden maar niet van olifanten, slechte voeding en onnatuurlijk gedrag hebben geleid tot haar vroegtijdige dood: in 1655, tijdens een optreden in Florence zakte ze in elkaar en stierf.

De Groot hertog van Toscane, Ferdinand II kocht de dode olifant voor zijn verzameling.
Momenteel is haar (oudst bewaarde) olifantenskelet te zien in het Museo della Specola in Florence .
Erbij staat: Skeleton of the famous Hanske, the elephant (1630 – Florence, 9 November 1655)

Hansken is niet alleen door ontwerpster Elisabeth (Piet) Rijkels-Visser vereeuwigd (bankje), ook Rembrandt heeft Hansken vermoedelijk ooit  gezien (niet gedocumenteerd) maar zeker 3x  getekend en Vondel,  die in 1637 voor de opening van de Amsterdamse Schouwburg (jan 1638) zijn beroemd geworden Gijsbrecht van Aemstel schreef,  maakte in regel 1304 een toespeling op een van de opzienbarende stunts van Hansken.

Tot zover het verhaal van Hansken; IK vind het een zielig verhaal, zielig voor een grote olifant uit Ceylon

We lopen door een straat, bijna had ik het gemist, straatkunst: eerst een soort elektriciteit kastje met daar een klein stukje vandaan nog een. Maar nu tweede was geen saaie grijze kast, maar” beplakt” met steentjes “papier”; het ziet er zo veel “leuker” uit.

We lopen nog langs een leuk steegje met goudgepunt hekwerk en keren dan terug naar onze (gratis) parkeerplek

Oud Rijswijk, een sfeervol winkelgebied, een prachtig museum, een historische put, een waterpomp van 1831 én een gedenkbank voor Hansken, de olifant.

Tentoonstelling: Splendid Isolation

De eerste solotentoonstelling van Ian Berry (1984 – ) in Nederland wordt gehouden in Museum Rijkswijk (nog geopend t/ 15 augustus)

Museum Rijswijk is gehuisvest in  Oud Rijswijk in een pand dat, in zijn huidige vorm, dateert uit omstreeks 1790, maar is gebouwd op de resten van een 17e eeuwse boerderij. De dichter en toneelschrijver Hendrik Tollens  (1780-1856) woonde ooit in dit pand.
Het huis werd naar hem vernoemd. Museum Rijswijk is dus gevestigd in het Tollenshuis.
In 2012 werd naast het Tollenshuis een grote expositievleugel gebouwd.

Als we bij de vlakbij gelegen parkeerplaats uitgestapt zijn en kijken of en waar je geld in de parkeermeter moet gooien komt de, op de hoek zittende slager (mét voorschoot aan) naar buiten, hij zag ons kijken en komt ons informeren dat de parkeerplaats gratis is en het museum vlak om de hoek.
We bedanken hem voor de “service” waarop hij zegt dat deze “service” hem een reden geeft om even naar buiten te gaan en een praatje te maken. Hij komt zelf overigens NIET uit Rijkswijk maar uit Kijkduin; het mooiste stukje van Den Haag (volgens zijn zeggen)

Het entree van het museum  is verwelkomend en het uitzicht vanuit het museum is rustgevend.
Op de toilet zul je nooit w.c.- papier tekort komen .

De Brit Ian Berry (1984- ) hergebruikt jeans, jassen en andere denimkleding om portretten, landschappen en andere unieke werken te maken. Hij sorteert de denim kleding op kleur zoals een schilder zijn palet gebruikt. Zijn “schilderijen” zijn collages van denim.

Een kamer met details:

De trein, de metro en de mensen erin

Zijn denim planten, staand en hangend zijn bijzonder realistisch, maar wel helemaal blauwe met blauwe (denim) bladeren

Club Deuce, Bar is geplakt op een denim ondergrond die bedrukt lijkt met een soort “onderzettertjes”

Een “detail” uit de Installatie : The Newsagent (2020)

Als we al Berry’s werk gezien hebben besluiten we in het Tollenscafé een kop koffie te drinken en de aangeprezen verse taart te proberen; de notenworteltaart is een echte aanrader.

We maken meer in Oud Rijswijk mee, daarover vertel ik u morgen meer.

De oudste Megen

Nijmegen is de oudste stad van Nederland!

Om de oudste stad van Nederland te zijn moet er aan twee voorwaarden voldaan zijn:
Heeft het, van de Romeinen het eerste stadsrechten verkregen?
En is de plek ononderbroken bewoond geweest?

De antwoorden op die vragen aan Nijmegen:

Nijmegen kreeg stadsrechten van de Romeinen in het jaar 89 (de Middeleeuwse stadsrechten kreeg Nijmegen in het jaar 1230)

Opgravingen bewezen al eerder dat er constant bewoning in Nijmegen had plaatsgevonden maar pas in 1980 werd éérdere bewoning “bewezen”

Er werden toen namelijk resten van een Romeinse overwinningszuil (godenpijler) gevonden (nabij Valkhof)
De godenpijler was 7,5 meter lang en bleek, na onderzoek, uit ongeveer 17 na Chr. te stammen
Zo’n zuil werd door de Romeinen alleen neergezet op een plaats van betekenis


In 2005 werden op die plek ook munten opgegraven Daaruit bleek dat er al Romeinse soldaten in het jaar 19 v.Chr. in Nijmegen waren.
De oudste stad van Nederland dus. ( Niet iedereen is het daarmee eens ook Heerlen, Maastricht, Voorburg claimen de “oudste stad in Nederland” te zijn)

De Romeinen waren overigens ook degenen die voor de naamgeving van Nijmegen zorgdroegen.
Zij noemden de stad Noviomagus (Novio = latijn voor nieuw, magus = vermoedelijk Keltisch en betekent markt. Nijmegen is dus Nieuwe Markt .

In de loop van de eeuwen is de naam op verschillende manieren geschreven: onder andere Novimagus, Novomagus, Neomagus en Noviomagi.
In de tijd van Karel de Grote sprak men van Numaga, en weer later was het Nieumeghen of Nimmegen.
Van die laatste naam is het een kleine stap naar het huidige Nijmegen.

Onlangs hoorde ik van een Megen zonder NIJ; dit plaatsje ligt in Noord Brabant.
Momenteel hebben ze daar ook wateroverlast

Megen was de ooit de hoofdstad van het  Graafschap Megen en werd als Meginum voor het eerst genoemd in het jaar 721.
Megen is een stad; het kreeg in 1357 stadsrechten en heeft uit die tijd twee kloosters (een van de Franciscanen (volgelingen van Franciscus van Assisi) en een van de Clarissen (de vrouwelijke volgers van Franciscus; een nonnenorde)
Megen ligt aan de Maas aan de overkant van Maasbommel en is nu een stad in de gemeente Oss.

Ook hier zou de naamgeving Keltisch of Latijns kunnen zijn:  
Magus in het Latijn = veld of dorp 
In het  Keltisch magos= doorwaadbare plaats.

Nijmegen en Megen; twee plaatsen, allebei met stadsrechten en allebei aan een rivier (Waal en Maas)
Verder met alleen “megen” in de naam als gemeenschappelijke overeenkomst.
Van deze twee is Nijmegen ZEKER de oudste!