Wereld Kanker Dag.

Op 4 februari is de Wereld Kanker Dag,  ingesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van de Verenigde Naties. Het is een internationale bewustwordingsdag waarop mensen in de hele wereld stilstaan bij de ziekte kanker.

Heden ten dage krijgt 1 op de 3 mensen met de ziekte kanker te maken.
Ik heb het zelf gehad en soms als ik in het Anthonie van Leeuwenziekenhuis voor behandeling was leek het alsof ALLE kankerpatiënten van Nederland op die dag dáár ook waren, zó druk was het dan.

Het is een ziekte die je niet alleen draagt maar ook de mensen om je heen worden er door beïnvloed.

Het Wereld Kanker Onderzoek Fonds*) geeft voorlichting; beïnvloed beleid om gezonde keuzes de makkelijke keuzes te maken; analyseert en interpreteert wetenschappelijk bewijs op het gebied van kankerresearch én stimuleert en financiert wetenschappelijk onderzoek.

Wat ik zelf prettig vind is dat er nu “gewoon” gepraat kan worden over kanker.
Ik weet dat  leden van de generatie vóór mij nog spraken over de ziekte “K”.
Vreselijk.
Er moet veel voorlichting gegeven blijven worden.

Ik zat ooit  in de wachtkamer bij de huisarts, daar hing een poster over Kanker.
Behalve mijn persoontje zat er ook een moeder met een kindje in de wachtkamer. Het meisje was kennelijk bezig met leren lezen. Ze spelde de poster K.A.N.K.E.R. “Mama wat is dat kanker?
Mama gaf het antwoord: “Dat is een ziekte waar je aan doodgaat”
Ik moest heel even slikken en MOEST me er toen mee bemoeien; “Nee hoor, dat is in het niet. Ik heb die ziekte ook gehad en ik leef nog”.
Gevolg : een moeder met rode konen en een mij met open mond aankijkend kindje.
Een opvoeder openbaar tegenspreken, dát had ik nog nooit gedaan!
Gelukkig kwam op dat moment de huisarts me halen.
Voorlichting is belangrijk!

Het is al een lange tijd geleden dat er bij mij kanker ontdekt en behandeld werd en gelukkig heb ik het, na operatie, chemotherapie en bestraling, gered, maar ik ken genoeg mensen die dat niet hebben gedaan; lieve, positief in het leven staande mensen die er alles aan gedaan hebben om te mogen blijven leven, maar het NIET gered hebben.
Dát is een pijn die veel van ons bijblijft.

*)Website: http://www.wkof.nl

Hazelkaters en -poezen

In de voortuin staat een boom die nu al een maand lang gele katjes draagt; de hazelaar.

Eerst woeien de katjes met de wind mee, toen woeien er veel af en lag de hele tuin vol met die bruin/gele wurmachtige sliertjes.

De katjes die, na de stormen nog aan de boom hingen werden alsmaar geler, soms zag ik daar ook een wolk van geel stuifmeel af komen.

De plant(boom) is éénhuizig; mannelijk zowel als vrouwelijk. De langwerpige katjes zijn de mannelijk bloemen Maar, omdat mannelijke en vrouwelijke niet gelijk bloeien kan het stuifmeel van de hazelkaters niet terecht komen op de hazelpoezen van dezelfde plant/boom.

Een andere plant/struik/boom moet dus de boom bevruchten om in september hazelnoten te krijgen

Het ene jaar hebben we er veel meer dan het andere jaar. In heel veel  noten zit dan een klein gaatje:  de hazelnootboorder. Dat snuitkevertje legt een eitje in de noot als de wand nog zacht is, de larve boort zich later door de wand naar buiten.

Ik las onlangs dat ook dat behalve de noten ook de mannelijke katjes gegeten kunnen worden (gedroogd en gemalen tot poeder) Dit poeder is  te gebruiken als toevoeging van beslag van desserts, bij yoghurt en smoothies (niet zelf geprobeerd)

Plastic!!

Soms ga je naar een museum om iets moois te zien, soms om iets te leren, ergens meer van te weten.
Dat laatste deden we deze week.
We gingen naar het Tropenmuseum naar de tentoonstelling Plastic Crush.

We weten allemaal dat plastic slecht voor het milieu is én slecht voor ons. We gebruiken in Nederland al zelden plasticzakjes in winkels en zijn ons (meestal) bewust van wat we “eigenlijk” NIET zouden moeten kopen (soms is er geen alternatief en moeten we ons afvragen of we dát artikel sowieso wel nodig hebben)

Deze tentoonstelling leert je wat allemaal van plastic is én waar het vroeger van gemaakt was. Niet dat je het allemaal niet weet, het meeste weet je misschien wel, maar  je combineert het niet tezamen!

Zelden ben ik zo depri uit een tentoonstelling gekomen als uit deze. Het is nog véél erger dan we denken. ALLES is haast van plastic gemaakt!
En, erger….we kunnen het vaak niet van iets anders maken!
Een biljartbal is nu van kunststof, maar was vroeger van ivoor. Geen plastic meer? Dan weer  olifanten vermoorden om biljartballen te maken? [Of niet meer biljarten?]

Er zijn ook voorwerpen waarbij je niet direct denkt aan plastic. Kunstenaars hebben dingen gemaakt waarbij je niet direct aan plastic denkt, maar NU je het ziet je wel aan het denken zet.

Kunstenares Gundega Strauberga maakte een kunstmatige neptuin en winkel ineen, geïnspireerd door een Turks doe-het-zelfpakket voor het maken van nepbloemen, ze wil zo de menselijke obsessie om de natuur na te maken met een materiaal dat “voor eeuwig is” laten zien

De kunstenaar Flory Sinanduku maakte een bodysuit van (plastic)  injectienaalden als protest tegen de slechte kwaliteit van zorg in de republiek Congo. Hij draagt het pak en loopt door de straten van Kinshasa om aandacht te vragen voor dit probleem.

200 jaar geleden liep men enorme afstanden op dit soort sandalen, gevlochten van rijststro (goedkoop en soepel) Mensen rekenden afstanden in het aantal sandalen dat ze onderweg sleten (want sleten deden ze , en hoe!)



In 1980 kwamen Tony Alano en Nicolas Guillon op vakantie in Spanje op het idee om goedkope plastic watersandalen om te turnen tot een modeartikel.

Het werd een mondiale hit in de jaren ’80 .

Deze Braziliaans rammelaar (ganzá) werd vroeger gemaakt van natuurlijke materialen, kralen, steentjes en zaden, tegenwoordig van een kunststofsnoer met gerecyclede flessendoppen.

Plastic is uitstekend voor het isoleren van elektrische kabels omdat het geen warmte of elektriciteit geleidt. Vóórdat elektrische verlichting werd uitgevonden, gebruikten mensen dierlijk vet, olie en hout als lichtbronnen.
Nu vormt plastic een groot deel van de bedrading in huis, maar is het ook onderdeel van het design van veel verlichting; led kaarsen bij het altaar, tl-verlichting op kantoren, snoerlampjes bij buitenverlichting – allemaal van plastic!

En nu? waarvan zijn de etensbewaardozen NU van gemaakt?

Zoveel is van plastic, het zit in de schoenen waar we op lopen, in de kleding die we dragen, in cosmetica ,in meubels, eigenlijk in alles.
We werden ooit verliefd op een materiaal dat de wereld kon verbeteren, maar vrezen nu een wereld overspoeld wordt met plastic afval.
Er bestaan nauwelijks plekken op aarde zonder plastic.
Plastic vergaat niet! De gevolgen voor het milieu zijn vernietigend.

Het Tropenmuseum is prachtig, de tentoonstelling wat druk en, vond ik, wat chaotisch (en heel erg veel te lezen, hetgeen je op een gegeven moment toch opgeeft)  maar de boodschap komt ZEKER over: Er is veel te veel plastic op de wereld!

Ik spaar plastic doppen (voor de kosten van blindengeleidenhondenopleiding) scheidt mijn afval, neem altijd een niet- plastic-boodschappentas mee; koop zo min mogelijk in plastic, maar wat is DAT weinig op het geheel van teveel plastic!!! Veel te weinig!

Ik heb me opgegeven voor de gratis tips om e.e.a.te veranderen. ( Dat kun jij ook via https://www.plasticsoupfoundation.org/plasticfashion-gids/)

Tot slot 9 algemene tips om minder plastic te gebruiken. Ook al is het weinig, het is meer dan niets.

We lopen het Tropenmuseum uit, de zon schijnt (alle raambedekking IN het museum is grijs, waardoor van binnen naar buiten kijken uiterst somber wordt)
Terug in de auto, de snelweg op, is ons NU teveel.

We lopen het Oosterpark door, zien halsbandparkieten in de bomen (!) en in struiken knoppen die op uitkomen staan; een oma met kleinkind die de meeuwen voert, een meisje in strak felgekleurd renkostuum sjeest het park door; een oude man sjokt achter een rolstoel met een dame onder een plaid erin; we horen de bel van de tram op de achtergrond en heel, heel langzaam zakt onze depri bui; het leven is óók mooi!

Iets dat je weet, kun je niet meer niet-weten. De kennis blijft.
De tekst op de grote zuilen blijft in mijn hoofd, maar er is meer dan plastic,
gelukkig wel.



139.943 deelnemers

Bij de Nationale Tuinvogeltelling afgelopen weekend werden 2.029.304 vogels geteld door 139.943 deelnemers. Ik was daar één van.

Iedere dag geniet ik van de aanblik van vogels in onze tuin; ik hoef er niet extra op gewezen te worden of extra te voeren om ze te lokken; ze zijn er altijd! (ze worden ook altijd gevoerd!) Meestal zijn er dezelfde vogels in de achtertuin; mussen, eksters, kauwtjes, Turkse tortels en een enkele gaai en merel. In de voortuin zijn voornamelijk zijn mezen en spreeuwen

Dit jaar was er een bijzondere gast in de achtertuin; een winterkoninkje. Hij (of was het een zij?) kwam vlak voor het raam pikken, zolang zelfs dat ik een foto van hem kon maken!

Ik telden verder nog 15 vogels in het halve uurtje en inderdaad ook in onze tuin was de huismus het meest vertegenwoordigd (met zijn vijven).

Gisteren werd de officiële totaaltelling bekend met op de nummers 1,2, en 3; de huismus, koolmees en pimpelmees.

De pimpelmees had de merel uit de top 3 verdreven! Zou dat iets te maken hebben met dat 2022 het Jaar van de Merel was? ( 2023 is het jaar van de Scholekster)*)

Dit jaar deden er minders tellers mee dan in de Coronajaren, kennelijk waren er nu weer meer “andere” dingen te doen dit weekend! [2022 was een topjaar qua Vogeltelling toen deden  ruim 170.000 mensen mee]

Wilt u volgend jaar ook mee doen met de Nationale Vogeltelling 2024?
Zet dan nu vast de aankondiging in uw  digitale agenda (of vast op 1 jan. 2024 van uw huidige papieren agenda) 26,27 en 28 januari 2024




*) Al ruim 20 jaar zetten SOVON Vogelonderzoek en Vogelbescherming Nederland ieder jaar een vogel in de schijnwerpers die beter beschermd moet worden, omdat het soort steeds minder voorkomt.

Horen en zien

Soms lees je (onderweg) een reclametekst of protestleus op een bord of auto die grappig, apart of grof is en denk je “Hoe komen ze erop?”
Of je hoort iets (vaak uit kindermonden) waarbij je hetzelfde denkt.
Ik heb een tijdje paar dingen verzameld die ik gehoord en gezien heb.

Als ik bij de supermarkt mijn fietstas sta in te pakken zie ik vlak daarbij 2, zo te zien eerstejaars middelbare,  scholieren staan. De een heeft de ander aan zijn jas, vlak onder zijn keel beet.
Het ziet er niet uit of een volwassene moet ingrijpen, dus ik wacht even.
Zegt de ene jongen tegen de ander: ”Zweer je het op je leven en de levens die je nog gaat krijgen?”
De jongen zegt kennelijk iets in de trant van ja of goed; hij wordt losgelaten en samen lopen ze lachend verder.
Een jongen, zo te horen, met een aparte toekomstvisie!

Als we in de auto naar Limburg rijden komen we langs weilanden met positieve en minder positieve boerenteksten, zoals:

“Eigen slacht is onze kracht”
                        en

Op snelwegen zag ik auto’s rijden met wervende bedrijfsteksten teksten”
Zoals: “Bouwbink, wij zijn aanpakkers

en gasten met een flinke eigendunk:

Ook zie ik een rode auto met Belgische nummerplaat, geen getallen en cijfers op de plaat maar alleen
“Katinka”
Het  blijkt dat het sinds maart 2014  voor een Belgische automobilist mogelijk is een kenteken met een zelfgekozen lettercombinatie te krijgen. De duizend euro die dat kost vloeit regelrecht richting de Belgische staatskas. 

Een Engels taalgrapje op een transportbedrijfswagen die kennelijk wel eens overzees gaat!


Als we na de kerst in een stad lopen zien we een moeder met een kind aan de hand langs een plein lopen. “Mam, is de ijsbaan opgeruimd?”
– Ja schat, die is nu weg –
En dan komt de verrassende vraag van de kleine ”Hoe dan?”

Een bord voor een raam (misschien heb ik het al eerder gepubliceerd want ik zag het al een tijdje geleden) Ik blijf het een aparte manier vinden om hondenbezitters te wijzen op hun “verplichting” om de hondenontlasting op te ruimen

Als laatste nog een “meemaak dingetje”:

In een smalle doorgang in een winkelcentrum loopt een oude vrouw met een stok ons tegemoet, ze roept, als ze vlakbij ons is, heel hard “LUL”
“Natuurlijk” moet ik me er weer mee bemoeien en zeg “Nou, nou mevrouw, moet dat zo?”
Ze wijst met haar stok naar een verdwijnende rug met een hoodie en zegt “Weet U wat dat stuk vreten tegen me zei?” Als ik nee schud antwoordt ze zelf “Hij zei oudwijf kijk een beetje uit waar je loopt”
Nu ben ik ook ik verontwaardigd en even stil. Mijn lief is sneller in zijn reactie ” En u had nog wel een wapen bij u”
Nu lacht ze “Niet aan gedacht” Ze zwaait met haar stok en loopt door.

Labour of Love

Zaterdag vertrokken we vroeg naar Noord Brabant, anderhalf uur rijden (heen en ook weer weer) om een verjaardag van een vijfjarige mee te maken

De spanningsboog van een vijfjarige (en ook van het bijna 2 jarig broertje) is niet lang: veel mensen, veel cadeautjes is “even leuk” maar na zo’n 2 uur is hun muntje op. Het bezoek neemt afscheid en er kan “rustig” gespeeld worden met de nieuw gekregen speeltjes!

Het is erg jammer om zo’n eind te rijden en na 2 uur meteen weer naar huis te gaan, dus bedachten we tevoren al om een koppeling te maken met een tentoonstelling in Den Bosch.

Na de gezellige verjaardag en het afscheid reden we mét een zonnetje naar ’s Hertogenbosch, waar me meteen iets bijzonders opviel; stoplichten met cijfers! Waarom hebben we dat niet overal? Staat het stoplicht op rood dan komt er 3,2,1 en dan groen. Zodoende staat iedereen voor de stoplichten in de startblokken om op te rijden. Helemaal top! (hebben we hier (nog?) niet!)

We kunnen de auto NIET kwijt, beide parkeergarages in de binnenstad geven een verlicht bord VOL aan. Voor de ene garage staat een enorme rij te wachten; daar hebben wij geen geduld voor, we toeren maar wat door Den Bosch en kunnen uiteindelijk ergens langs het water de auto kwijt. Het nadeel is dat we van te voren moeten aangeven wanneer we terugkomen. Ik haat dat omdat je dan vast zit aan een tijd! We nemen het ruim (denken we) en lopen naar Het Noordbrabants Museum, waar we de tentoonstelling van Wim Delvoye willen gaan zien.

We moeten nu een eind lopen (en straks ook weer terug) maar de zon schijnt, de narcissen in het grasperk staan op springen en we komen een Weichselboom tegen.

Een weichselboom behoort tot het geslacht van de prunussen en komt van oorsprong uit het Midden Oosten. Deze boom hier in Den Bosch schijnt rond 1900 hier geplant te zijn.
Een boom van meer dan 100 jaar oud dus; hij staat wel wat erg krom of dat nog eens 100 jaar zo kan blijven…..?

We kijken van IN het museum naar de binnentuin.

En dan komen we in het gedeelte van het gebouw waar de  kunstwerken van de Belgisch Delvoye staan. De tentoonstelling heet Labour of Love en is enorm divers. Al het werk straalt de liefde voor het ambachtelijke uit.

We zien Delftsblauw geschilderde gasflessen en glas-in-loodramen met foto’s van het menselijk lichaam.

De kunstenaar werkt intensief samen met ambachtslieden van over de hele wereld, zo liet hij zijn serie aluminium reiskoffers door Iraanse ambachtslieden bewerken.

Alledaagse dingen krijgen door hem een totaal ander aanzicht.
Hij maakt ook dingen die (nog) niet bestonden zoals een reiskoffer voor een Peugot, en opbergmogelijkheid voor een steekkarretje.

Ook de bewerkte autobanden zijn spectaculair om in detail te zien

De kunstenaar doet zoveel verschillende dingen dat je verbijsterd staat wat er nog meer te zien is: getatoeëerde varkenshuiden (de varkens zijn, onder narcose, onder begeleiding van een dierenarts getatoeëerd) Als de varkens doodgaan (hij begon in 1994 hiermee) laat hij de varkens opzetten óf zoals hier stelt hij de huiden tentoon als kunstwerk.

Delvoye heeft duidelijk iets met het katholicisme. Niet alleen lijken betonmolens of trucks op een soort kathedralen maar ook de kruisbeelden hebben aparte “andere” vormen:   een ronde of juist een schuine, langgerekte vorm.  

Persoonlijk deden sommige van deze Jezusfiguren mij meer, dan ze ooit, in een kerk staande hebben gedaan!

Ook de “twisted dumptruck” en een betonmolen (ragfijn staal in gotische stijl) als een soort kathedraal zijn bijzonder in detail (kunstwerk op de laatste foto heet suppo clockwise)

De kunstenaar heeft iets met getordeerd: beelden, trucks, veel van zijn werk is een kwartslag of minder gedraaid, hetgeen een vervreemdend effect heeft.

Een geweldig mooie, bijzondere, adembenemende tentoonstelling.
Die helaas vandaag (zondag 29/1) voor het laatst in Noord Brabant te zien is.

Ook het gebouw: het Noordbrabants Museum, is prachtig om te zien, de vormgeving alleen al!
Maar wat er verder nog in staat gaan we een andere keer bekijken. Voor vandaag was dit overweldigend genoeg.

Hal, infobalie en toilet

“Wijze” uil

Ik ben zo iemand die toegeeft als ze iets stoms heeft gedaan (dat gebeurt wel eens)
Ik had ooit een collega die daar wel eens narrig over werd “Je moet jezelf niet zo naar beneden halen, dat doet een ander wel”
Ik zie dat nooit als “mezelf naar beneden halen”. Ieder mens maakt fouten, waarom niet toegeven dat het niet goed ging en zeggen dat je het de volgende keer beter zal proberen?

Laatst had ik een “dom moment” gehad en gaf dat ( in een email) eerlijk toe.
Ik kreeg dit terug:

Ik vind hem enig. Temeer daar ik ooit een rubriek in een blad heb gehad die “de Wijze uil” heette.

Om de puntjes op de I te zetten heb ik ook even een plaatje van een “echt” uilskuiken erbij gepakt: ik vind hem zo aandoenlijk ( op zo’n figuurtje kun je toch niet boos zijn?)

Marlene, dochter van de Alpen

Zoals ik al eerder blogde lees ik ALLES wat los en vast zit en ik in mijn handen krijg.
Onlangs was dat een folder (in boekjesvorm) die ik kreeg bij de groenteman met de titel: Marlene, Seasonal Art Book!

In het boekje kunstwerkjes van verschillende artiesten, allemaal geënt op de Marlene appel,  zoals er op het merkje staat “Daughter of the Alps”*)
Een leuke manier van reclamemaken!

Het blijkt dat de Italiaanse provincie Zuid Tirol vol staat met appelboomgaarden en dat de lekkerste van al die appels de Marlene is.

Marlene zegt daar zelf over: “Mijn vader is de berg. Mijn moeder is de mediterrane zon. Ik ben Marlene, dochter van de Alpen”  (welke pr man/vrouw zou dát bedacht hebben?)

De Marlene appel is niet alleen gezond ( vitaminen, mineralen en antioxidanten) maar doet ook “wonderen” voor de huid.

De bovenstaande 2 schuingedrukte zinnen zijn (knap?) pr – gepraat.
Nu de feiten:

Er blijken 7 varianten van Marlene te zijn: Golden Delicious,Royal Gala,Granny Smith, Fuji,Red Delicious, Braeburn, Stayman Winesap!

Allemaal met een certificaat: Indicazione Geografica Protetta = beschermde geografische aanduiding

Marlene is een handelsmerk van het VOG Consortium (opgericht in 1945 met handelsmerk ”What one cannot do alone, many can do together” – coöperaties dus)
Op 10.900 hectare in Zuid Tirol  worden de appels  geteeld. En ze zijn sinds 2008  verkrijgbaar op de Nederlandse markt .
De nieuwe sticker óp de appel werd speciaal ontworpen door de Italiaanse kunstenaar Luca Santella
De afbeelding  wil laten zien hoe de natuur, midden in de winterkou rust, om met meer energie en kleur dan ooit te voren te ontwaken mét de Marlene appels.

Een aantal van afbeeldingen van dit boekje zijn een tijdje geschilderd op de trams van Milaan te zien geweest! Over exposure gesproken!

Misschien is het een idee om toch maar eens één (of meer) Marlene appeltjes te proberen?

Toen ik dit blog gemaakt had vond ik het idee van die 4 kunstwerkjes leuk, dus heb ik lijstjes gekocht en is mijn lief aan het inlijsten gegaan.
We hebben 4 van de appelportretjes opgehangen (wisselen kan altijd nog)
Waar een blog al niet toe kan leiden!





*) mij deed zo’n titel meteen denken aan vroegere boekjes van Heidi en Peter. Heidi een weeskind uit de Alpen, met plaatjes van een meisje huppelend in aan Alpenwei, bergen op de achtergrond



Pools paard(je)

Het Europese wilde oerpaard, de tarpan was omstreeks 1879 uitgestorven
Vóór die tijd hadden de tarpanhengsten nog wel eens een romance met een, half in het wild levende konikmerrie (kón = Pools voor paard, kónik = Pools voor paardje)
Zodoende heeft de huidige konik nog een scheutje tarpanbloed in de aderen!

De stokmaat (=schofthoogte) voor een konik is 130 tot 140 cm.
Het is een eigenzinnig paardenras dat niet zo geschikt is om te berijden en meer als werkpaard, vrijetijdspaard of als begrazer voor een natuurgebied te houden is.
In 1982 werd de eerste konik naar Nederland gehaald en uitgezet in een Gronings natuurgebied (Ennemaborg) voor begrazing.
In Nederland heeft de konik geen natuurlijke vijanden, maar in Polen schijnen gevallen bekend te zijn van koniks die met hun voorhoeven zelfs wolven bevechten.

Koniks leven in een kudde, de oudste merrie bepaalt waar de kudde heengaat, zij weet uit ervaring waar, op dát moment, het beste groen te vinden is.
Wilde paarden zijn echte grazers: door hun dubbele rij tanden kunnen ze gras zeer kort afgrazen

Paarden hebben maar één maag, ze hoeven niet te herkauwen zoals bv koeien. Om toch voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen eten ze de hele dag door( koniks wegen ongeveer 400 kg) Een konikmerrie is maar 11 dagen per jaar niet drachtig.
Als het veulen na een jaar nog steeds bij de moeder wil drinken, trapt de moeder het weg; het veulen moet dan voor zich zelf kunnen zorgen (na ca. 3 jaar is het veulen geslachtsrijp)

Ik zag deze paarden voor het eerst in het natuurgebied Oostvaardersplassen* (het zijn paarden die niet aan mensen gewend zijn, afstand houden dus )

Heden ten dage leven er meer konikpaarden in Nederland dan in Polen





*)Toen de Flevopolder was drooggemalen, bleef dit natte stuk (5600 ha tussen Almere en Lelystad) ongebruikt. De natuur greep haar kans en er ontstond een moeras met plassen, rietvelden en wilgenbossen.




Trap op

Verleden jaar in juli schreef ik een blog over het homoniem TRAP.
Sindsdien heb ik vele trappen gezien en soms gefotografeerd

Een trap fascineert me, vaak kun je niet zien wat er om de bocht ervan of bovenaan is. Het is, in het klein, een beetje als tussen de bergen wonen, je weet niet wat er aan de andere kant van de berg is…. totdat je er overheen bent. Met een trap is dat ook zo.
Tenzij het je eigen trap is natuurlijk, dan is “boven” de slaapkamer, de zolder of de badkamer of je keldertrap; beneden is dan de kelder!

Wat ook bijzonder aan een trap is, las ik onlangs

Regelmatig dagelijks traplopen vermindert de kans op overlijden met 15%.
Met traplopen verbrand je meer calorieën dan met joggen: met 30 minuten joggen en 15 min traplopen (trap óp) verbrand je hetzelfde aantal calorieën. (binnen óf buitentrappen)


Als je een paar keer per dag 2 minuten trap op loopt heeft dat én effect op je gewicht en op je cholesterolgehalte (Het is eigenlijk een kracht- en conditietraining inéén)

Een leuk advies, maar als ik 2 minuten trap op moet lopen, is dat in mijn geval na 2 trappen toch ook weer eerst naar beneden vóór ik weer 2 trappen op kan.[ Dus 2 minuten klokken is niet 2 minuten trap op lopen.

Wat ook zo maf met trappen lopen is dat je het ik weet niet hoeveel keren doet zonder erbij na te denken. Dan val je van de trap, breek je, zo als in mijn geval ooit, een heup, komt er de dag ná de val en de operatie een fysiotherapeut naast je bed staan “Gaat u even mee dan leer ik u traplopen”

Hmmm? Dan leer je op een piepklein trappetje met maar een paar treden ( wel een leuning) hoe je mét één kruk een trap op moet.
Dat moet je dan 2x op en af doen en dan zegt iemand “Prima, dat kunt u nu dus ook” en dan mag je naar huis! (gelukkig)


Na een aantal weken krukken weg en weer “gewoon” de trap op, eerst nog voorzichtig stapje voor stapje, maar na een tijdje ren ik weer net zo de trap op als eerst (naar beneden iets voorzichtiger, want toen viel ik)
Het gaat weer automatisch!