Mazelen, één van de meest besmettelijke ziektes

Ooit, vóór mijn geboorte, is een neefje van mij aan de mazelen overleden
Dus “mazelen”  was in ons huisgezin een ernstige ziekte.
Ik kreeg het en werd door mijn ouders met argusogen in de gaten gehouden, nadat de rode vlekjes wegtrokken en de ziekte over was, waren mijn ouders dolblij: Iemand die mazelen gehad had, kon het niet wéér krijgen: het gevaar voor hun dochter was geweken.

Ik las dat omstreeks die tijd er honderdduizenden mazelpatiënten per jaar waren, bijna ieder kind kreeg de mazelen. Het is één van de meest besmettelijke ziekte en is overdraagbaar door de mens; hele klassen werden vroeger door deze ziekte geveld.

Sinds 1976 worden kinderen in Nederland hiertegen ingeënt, 2 x één keer: 1x op de leeftijd van 14 maanden en één keer bij de leeftijd van 9 jaar. Daardoor zijn er nu nog máár zo’n 10 mazelpatiënten per jaar (niet iedere ouder laat zijn/haar kind vaccineren)
Er is géén behandeling tegen mazelen, meestal gaat het na zo’n 10 dagen vanzelf over. Soms niet, dan gaat het over in iets anders, zoals longontsteking.
Er komt wereldwijd steeds minder mazelen voor, toch stierven er in 2016 nog 90.000 kinderen aan de mazelen.

Momenteel woedt er een mazelen epidemie in Congo*) die al aan meer dan 3.000 mensen het leven heeft gekost. Aangezien er géén medicijnen tegen mazelen zijn, is vaccinatie de enige oplossing; zorgen dat er niet méér mensen deze ziekte krijgen (meer dan 165.200 mensen zijn al besmet)
Artsen zonder grenzen is in Congo actief om te zorgen dat de mazelen epidemie zich niet uitbreidt. Ze hebben al 475.000 kinderen onder de 5 jaar gevaccineerd. Dat is dan alleen in Congo, ook in Nigeria is een team van Artsen Zonder Grenzen de strijd tegen de Mazelen begonnen.

De Bondsdag heeft gisteren (op persoonlijke titel) over een wet tot verplichte mazelvaccinatie gestemd.
Vanaf maart 2020 moeten alle school- en crechegaande kinderen tegen de mazelen zijn ingeënt. Ook leraren, medisch personeel, medewerkers in een creche en mensen die met asielzoekers werken moeten tegen de mazelen zijn ingeënt.
De minister van Volksgezondheid(CDU) Jens Spahn:Deze wet is kinderbescherming in de waarste zin van het woord”
In de Volkskrant stond vandaag dat de groep vaccinatiesceptici, de antivaxxers, zowel in Nederland als in Duitsland toeneemt.
Volgens de WereldGezondheidsOrganisatie moet er een 95% vaccinatiegraad zijn om de gehele bevolking te beschermen.

 

*) 10 juni officieel begonnen

De onverwachte dood (2)

Er kwamen reacties op mijn vorige blog over de onverwachte dood.
Het komt vaker voor dan we denken.
Ook had ik me, toen ik het vorige blog schreef, niet gerealiseerd dat ik dit, jaren geleden, al meerdere malen héél ( fysiek) nabij heb meegemaakt:  Onze (naaste) buurjongen (17 jaar) kreeg een auto ongeluk, hij overleed in de ziekenauto.

Ook onze andere (directe) buren hadden een vreselijke tragedie meegemaakt. Dat wisten we niet toen ze naast ons kwamen wonen. Ze hadden 2 kinderen, waaronder een kleintje van een jaar of 3. Als het mooi weer was en ze waren in de tuin, riep de buurvrouw ieder uur wel een paar keer de naam van het jongetje. (Te snel) Oordelend dachten we wel eens: Geef dat kind eens even de ruimte!
Met de buurman zat ik in een commissie. Eens vertelde hij me dat ze een kindje hadden verloren; het was in een sloot naast het (vorige) huis verdronken.
Toén kregen die vele check-ups van de moeder opeens een héél andere lading.

Hier zou mijn blog over de buren en een plotselinge dood  moeten eindigen, maar helaas…
Er kwamen nieuwe buren in ons buurhuis, een gezin; vader, moeder en twee kinderen.
Toen de kinderen al pubers waren kwam één van de zonen (wij waren niet thuis) een keer uit school en lag zijn moeder dood op de bank (hartaanval bleek later)
Ook daar een plotselinge dood, zonder afscheid.

Ik wil dit blog afsluiten met iets dat ik van de onverwachte dood heb geleerd: Laat je naasten merken dat je van ze houdt: zeg het af en toe, je weet namelijk niet “of je de tijd krijgt om “ ooit eens” te zeggen wat je voelt, dus doe het NU.

Wat bij ons thuis vroeger, na de dood van mijn vader,echt niet kon, was boos van huis gaan. Eerst het goedmaken vóór je het huis uitging, was de keiharde regel die mijn moeder instelde.
Dat was niet altijd makkelijk. In het vuur van een ruzie en met de tijdsdruk  (een afspraak, school, werk) was het niet altijd mogelijk de ruzie daar én dán uit te praten.
Als het, door tijdsdruk niet mogelijk was “iets” uit te praten werd toen een soort  standaardzin:
“Ik ben NU boos op je, maar ik houd van je en we praten dit later uit, oké?
De ander zei dan (boos of niet) Oké, ik hou ook van jou.

 

Het is maar een idee.
Denk er over. Je weet niet of je de tijd krijgt.

De onverwachte dood

Je kunt iemand aan de Dood verliezen na  een  lang ziekbed, maar het kan ook,  door een ongeluk bijvoorbeeld, onverwacht gebeuren.
Geen afscheid kunnen nemen, niet zeggen wat je altijd nog “eens” had willen zeggen maar een abrupt einde. Behalve het eigenlijke gemis komt er dan nog zoveel méér bij.

Mijn vader had de ene nacht een hartaanval, ’s morgens  werd hij naar het ziekenhuis gebracht  en de volgende dag is hij overleden (zonder dat ik hem nog gezien had)
Dat is ook vrij plotseling, ik was toen 10 jaar. Op die leeftijd maakt een overlijden van een naaste een hele andere indruk dan op een (jong)  volwassene. (“Wat is DOOD? Komt papa niet meer terug? Waar is papa nu?)
Mijn drie broers hadden een ziekbed. Van mijn jongste broer heb ik verleden jaar een maand lang afscheid kunnen nemen. (hij koos voor euthanasie)
Het was heel intens, we leefden met elkaar naar het einde toe.
Er wás een afscheid. Dat is iets heel anders dan een plotselinge dood.

Ik hoorde van 2 jonge vrouwen hoe zij  het plotselinge overlijden van hun vader en broer hadden ervaren. Lang nadat het gebeurd was.

De een was 18 jaar en woonde nog thuis toen haar vader, die “gewoon” ’s morgens naar zijn werk was gegaan, niet meer thuis kwam. In plaats daarvan stond er een agent voor de deur, die het vreselijke nieuws kwam vertellen.
Zij en haar vader, vertelde ze me, lagen voortdurend met elkaar overhoop tijdens haar tienertijd.
Hij wilde, volgens haar, de touwtjes strak houden en zij vond dat ze, bijna volwassen, zelf wel kon bepalen wat goed voor haar was. Dat botste.
Toen ze 17 ½ was veranderde wat en kreeg ze een betere band met haar vader, er waren minder conflicten en soms zag ze iets van trots in zijn ogen. Trots op haar, zijn “kleine” meid.
En toen kwam de politie aan de deur.
Pas veel later kon ze afstand nemen van die moeilijke pubertijdsjaren en zien hoe de band met haar vader daarvóór en kort daarna was geweest.

De ander had een broer waarmee ze nog al eens overhoop lag, vooral in de pubertijd.
Ook daar kwam de dood opeens. Een jonge jongen opeens weggerukt uit het leven door een verkeersongeval. Het laatste jaar vóór het ongeval  veranderde er iets in hun omgang; ze kregen meer begrip voor elkaar en gingen met hun vrienden maar ook met elkaar meer om.
En ook daar werd deze vernieuwde band plotseling verbroken.
En ook zij heeft het er erg moeilijk mee gehad.

Jonge meiden die gelukkig nog een heel leven vóór zich hebben, maar in de jonge adolescente jaren een enorme klap te verwerken hebben gekregen, die ze confronteerde met vragen als : Waarom gebeurt dit?  Waarom nu? Net nu we het zo goed hebben samen?
En die meteen hun eigen handelen onder de loep gingen nemen. Terwijl pubers  vaak oogkleppen op hebben en meer op zich zelf gericht zijn dan op anderen; dat wordt van pubers als “normaal” gedrag beschouwd.
Als de dood er tussen komt wordt dat kennelijk  anders.
Het werd door één van de meisjes heel mooi verwoord:  We dachten dat we nog tijd genoeg hadden.
Wat ik mooi vind  is dat ze gelukkig vóór de dood hun vader/broer, wegrukte nog een tijd hebben gehad waarop het WEL goed ging met elkaar. (Er zullen ook genoeg mensen zijn waarbij dát niet het geval is geweest)

Spaans citaat uit de 17e eeuw

“Es mejor dormir pensando en lo que piensas hacer que no poder dormer pansando en lo que has hecho” *)

Baltasar Gracian y Morales

 

*) “It’s better to sleep on things beforehand
than lie awake about them afterwards”.

handorakel

Baltasar Cracian y Morales (1601- 1658) was een Spaanse Jezuiet die boeken heeft geschreven (oa Handorakel een in 1647 gepubliceerde handleiding voor de omgang met mensen)

 

Film: Red Joan

Regie: Trevor Nunn
Hoofdrolspelers: Judi Dench, Sophie Cookson, Tom Hughes, Stephen Cambell Moore,                                          Tereza Srbova
Film uitgebracht: 2018

Een film die gebaseerd is op het waargebeurde verhaal van  Melita  Norwood die op 87 jarige leeftijd werd gearresteerd toen er was uitgekomen dat ze (vroeger)gespioneerd had voor de Russen.

In deze film speelt Judi Dench de “oude” Melita (in de film heet  ze Joan Stanley)   het gedeelte waarop ze opgepakt en verhoord wordt. In flash backs zien we actrice  Sopie Cookson  de “jonge” Joan Stanley spelen.

De film is nergens echt spannend, maar geeft wel inzicht hoe Joan Stanley (Melita) tot het spioneren kwam.
Ze werkte mee aan het Britse atoombomproject (ze had natuurkunde gestudeerd in Cambridge) en had toegang tot veel  “gevoelige” informatie over de atoombom.
In de film komt nergens naar voren dat ze overtuigd communist was, wel bezoekt ze bijeenkomsten, wordt verliefd op Leo, een  Joodse Rus en Sonya die zich als zijn nicht voorstelt. Nergens wordt verteld dat het NIET zijn nicht is, wél komt uit dat ze samen een kind hebben!

Leo “lijkt” haar te ronselen om de atoombom gegevens aan Rusland te geven, maar feitelijk blijkt Sonya aan de touwtjes te trekken.
De “echte” beweegreden om de Russen de gegevens van een, te maken atoombom, toe te spelen is niet haar liefde voor Leo, maar de enorme shock die ze krijgt als de atoombom in  Hiroshima ontploft en 3 dagen later die in Nagasaki. Ze hoort het aantal doden, ze ziet in de bioscoop een nieuwsjournaal en denkt dat, door deze gegevens in handen van de Russen te spelen,  het evenwicht hersteld zal worden. Als beide wereldmachten een atoombom hebben zouden ze, zo denkt ze,  die niet zo gauw gebruiken en zou de wereldvrede gewaarborgd zijn.
Daarin heeft ze géén ongelijk gekregen.

In de aankondiging stond dat de film een misdaaddrama  was, in een recensie die ik las (die verre van lovend was, behalve voor het spel van Judi Dench) las ik dat het een verfilmd spionnageverhaal was. Dat laatste  etiket dekt de lading misschien het meest.

De echte Melita heeft overigens géén gevangenisstraf gekregen en overleed in 2005 op 93 jarige leeftijd

Red_Joan_poster.
filmposter

 

Mededogen

De flats boven het winkelcentrum waar ik altijd mijn dagelijkse boodschappen doe, worden gerenoveerd. Dat denk ik tenminste want er staan steigers voor er zijn netten gespannen [voor de (niet) vallende dingen] en er is een geboor, gehamer en allerlei andere harde geluiden te horen.
IK heb er geen last van, maar het lijkt me voor de bewoners best vervelend.
Het is nu eenmaal zo dat waar gehakt wordt de spaanders vallen, geen verbouwing zonder herrie, stof en gruis en ander ongemak. Dat het “moeilijk” voor sommige mensen is, was vanmorgen duidelijk  te merken.

Om het winkelcentrum te bereiken moet ik tijdelijk met mijn fiets onder steigers en netten door.
Vanmorgen, even over 8, was er commotie boven mijn hoofd toen ik er onderdoor reed.
Geen apparaatgeluiden maar menselijk stemmen. Ik zette mijn fiets in het fietsenrek vóór de supermarkt en keek naar boven. De stemmen waren inmiddels zo luid dat het leek of  de stem van één van de mannen (er stonden er 3!) versterkt werd: “Jullie hebben mij kanker bezorgd, stelletje klerelijders.
Onverstaanbaar mensengebrom van een andere stem en dan weer loeihard: “De Alliantie is een tyfusinstelling”

Een medewerkster van de supermarkt kwam naar buiten en vroeg me wat er aan de hand was. Ik hoefde geen antwoord te geven want de stem schalde over het pleintje, waar inmiddels veel mensen deden of er niets gebeurde.
Boven hun hoofd gebeurde iets wat dreigend was en waar ze (toch) niets aan konden doen, doorlopen en/of wegwezen dus.
De supermarktdame knikte en zei tegen mij “We kunnen er niets aan doen, ik loop dan altijd maar weg” en ze liep naar binnen. Ik keek nog één keer omhoog; ik kon ook niets doen; sussen van beneden af was geen optie, ze zouden het niet horen.
Het zag er naar uit dat de twee mannen  bij hem in de buurt al probeerde te sussen.
Ik hoopte dat het niet tot een handgemeen zou komen en liep ook de supermarkt in.

Het laat me niet gauw los, zo’n voorval. De woordkeus was niet de mijne, maar uit het weinige wát ik gehoord had was er een MENS die kanker had en  er IEMAND of IETS de schuld van wilde geven, waarschijnlijk getriggerd door de enorme herrie die er zo vroeg al voor zijn deur (slaapkamer?) plaatsvond. Ik had medelijden met de man én met zijn vermoedelijke huisgenoten
Ik kán niets voor hem doen, alleen mededogen voelen en dáár heeft hij niets aan.
Soms sta je “heel even” aan de zijlijn van iemands leven, hoor of zie je maar een héél klein stukje  van dat leven en loopt je hart over van mededogen.
Je kunt niets, maar “zomaar” negeren lukt (mij) dan soms niet.

 

De dag na de verhuizing.

boonie
We worden wakker op ons logeeradres in de Achterhoek en kijken naar buiten.
De aanblik van de poes die een plekje in het vogelhuisje heeft gezocht is nieuw,
geen idee hoe zij er zó ingekomen is.

We ontbijten. Het is zonnig dus we gaan een stukje lopen nabij Doetinchem op het bijna 600 hectare grote landgoed Slangenburg, aangelegd in de 17-de eeuw  en (veel )later in handen gekomen van Staatsbosbeheer.

 

De parkeerplaatsen op het landgoed zijn allemaal vol, ook  de toegangswegen, waar parkeerverbodsborden staan, staan helemaal vol met auto’s. We vinden een stuk verder een bospaadje waar we wél mogen parkeren; het is er erg rustig.
herfstwandelingHet is een landgoed met prachtige bospaadjes, wijde velden en een veld  nog begroeid met verpieterde mais. Te droog geweest? Het waterpeil is erg laag hier, vennetjes zijn bijna leeg en ook verschillende greppels staan helemaal droog.
We maken een leuke wandeling op dit mooie landgoed.

Als we op ons logeeradres terug zijn en ons hebben opgefrist gaan we naar Warnsveld; We  gaan met elkaar eten in restaurant de Pauw. Een prachtig restaurant dat in 2017 door brand (kortsluiting) verwoest werd. 10 maanden later opende het herbouwde restaurant weer en afgelopen zondag waren wij er, als gasten van ons zaterdag verhuisde familieleden.

de pauwGoede gastheren  heette ons welkom, verzorgden een drankje en gaven de menukaart.
Een bijzonder gevarieerd menu, waar ons gezelschap verschillende keuzes uit maakten.
Zowel vis (tonijn) als wild als T-bonesteak werd gegeten en iedereen was erg tevreden. De toetjes waren geweldig lekker, waarbij de Dame Blanche wel de Topper was.

Op een bord werd  een half ronde chocolade bol binnen gebracht, de ober goot er warme chocoladesaus op, waardoor het dakje van de chocolade halve bol begon te smelten en het ijs binnenin zichtbaar werd. Verrassend!

Het restaurant is tegenover een kerk die op deze avond met de verlichte ramen een prachtige decoratie in ons uitzicht vormde.

Om half 10 aanvaardden we de terugreis naar het Westen;  het was een productief, gezellig weekend met familie in de Achterhoek geweest.

 

Verhuizing

Ooit zijn wij van een flat naar onze huidige woning verhuisd. Dat deden we met een zelfverhuizer en veel vrienden.
Een zelfverhuizer vonden wij een geweldig concept: Er kwam een  vrachtauto met oplegger. Het voorste deel reed weg, de oplegger bleef staan. We laadden die container met al onze spullen vol.
De volgende dag vroeg reed de chauffeur de  geladen oplegger naar ons nieuwe adres, hij verdween weer; wij laden onze spullen uit, we belden als de container leeg was en dan kwam de chauffeur het hele gevaarte weer  opladen.

Zo hebben wij ook een aantal vrienden verhuisd. Zonder vrienden is zoiets niet te doen, mét vrienden was het een ontzettend gezellige boel. (We zijn met zijn allen in het lege huis op luchtbedden blijven slapen)

Onze zonen zijn meerdere keren verhuisd van de ene naar de andere kamer. Ze hadden niet zoveel spullen, dus huurden we een boedelbak en laadden bij de ene kamer in en bij de volgende kamer uit.
Ook weer een ontzettend gezellig gebeuren dat je met elkaar deed.

verhuisNu gaan we weer een jong stel helpen met verhuizen. Ze hebben een vrachtwagentje gehuurd, waar we heen en weer mee gaan rijden, deze keer tussen 3 plaatsen.

Als we in het “oude huis” komen wordt er eerst koffie gedronken, de verhuisauto is dan al gehaald; de buren hebben hun auto elders geparkeerd zodat de verhuisauto vóór de deur kan staan.
En dan begint het geloop, met dozen van boven naar beneden naar de verhuisauto , waar één van ons, die inzicht in inpakken heeft, in de auto staat en alle zaken vakkundig neerzet.
Dát is de topper want na 3 uur blijkt alles in de auto te staan, tjokvol maar de laadklep kan dicht!
De schoonmaakmiddelen en de stofzuiger staan nog in het oude huis, die klus is voor een andere dag!

huisautoWe zijn met zijn zessen; 2 gaan in de verhuisauto, de rest rijdt met auto’s er achteraan. Het is maar 6 minuten rijden en dan kunnen we alles weer uitladen, maar eerst een rondleiding in het nieuwe huis. We zijn enthousiast, het is een lief huis, dat de nieuwe bewoners verwelkomt, omarmt zelfs! De zon schijnt. We zijn allemaal enthousiast.
Behalve over de steile trap naar boven, daar moeten zware dingen heen en de sjouwers fronsen. Uiteindelijk komt alles op zijn plek, maar niet zonder (een beetje) gevloek en hoofd gestoot op de trap.
Als we lunchen is er een bank, zijn er stoelen, heerlijke broodjes en soep.

Daarna verlaten 4 van de 6 harde werkers in de verhuisauto het nieuwe huis en gaan een half uur rijden naar het andere huis; de spullen daar zijn zwaarder én de trap heeft een bocht, maar ook daar komt alles in de auto en als  we ook die spullen het nieuwe huis  ingeladen hebben, is het klaar voor de helpers.

De bestelling  voor het avondeten wordt opgenomen en iedereen zakt onderuit met een drankje. De lampen werken en verspreiden een gezellig licht, het bed voor vanavond is opgemaakt en de rest van de klus (uitpakken van dozen etc) is voor de nieuwe bewoners op een andere dag (dagen)
We eten met zijn allen in onze werkkleding, genieten van de mooie nieuwe ruimte en de gelukkige gezichten van de nieuwe bewoners.
De klus is geklaard.

Insectenweetjes

Vlinders
Niet alle vinders overwinteren als rups of pop.
Ik las laatst dat citroenvlinders overwinteren als vlinder.
Zodra de eerste lentezonnestralen er zijn komen ze te voorschijn.

Mieren
In Nederland komen 75 soorten mieren voor.
Wereldwijd zijn er meer dan 14.000 soorten

Bijen

metselbij
rosse metselbij

Behalve bijen die in kolonies leven zijn er ook solitaire bijen.
Ze worden ook wel “wilde” bijen genoemd.
In Nederland komen zo’n 300 soorten solitaire bijen voor (in tegenstelling tot de koloniebij maakt een solitaire vrouwtjesbij een nestje in de grond, een bestaande “gang ”in hout, of in een leemwand).Solitaire vrouwtjesbijen hebben wel een angel maar steken ons mensen nooit (ze hebben geen volk te verdedigen)

pyamaPyamaschildwants
Dit insect bestaat echt! Hij ziet er vrolijk uit maar schijnt vies te smaken, zodat vogels ze NIET eten.
De rode kleur geeft een signaal aan de vogels afblijven: vies.
In Nederland komt hij ook voor (meer in Zd-Europa) vaak op schermbloemen

lentevuurspinLentevuurspin
Nu we het toch over rode, viessmakende beestjes hebben, wat te denken van de lentevuurspin? Van dit soort spin lijkt het mannetje op een lieveheersbeestje (althans zijn achterlijf) Insectenetende vogels lusten lieveheersbeestjes niet, dus als ze deze zin spin aanzien voor een lieveheersbeestje pakken ze hem niet !(Het is bluf want de spin zelf smaakt NIET vies) De lentevuurspinnen komen alleen in het voorjaar en alleen op de hei voor.

 

Olijfboom

Onze neef heeft een leuk huis in de Achterhoek met een piepklein tuintje.
Dat tuintje is, van het begin van bewoning, betegeld en heeft maar één mooie boom erin.
Oorspronkelijk was dat een olijfboom. Een beeldschone, dikke stam met zilverkleurige blaadjes .
Het eerste jaar had ik, in het juiste seizoen, bij wijze van grap, er zwarte nepolijven in gehangen.
Helaas kwam er een strenge winter, de boom was (veel) te groot om binnen te halen en heeft het helaas niet gered. Het stond erg triest: zo’n tuintje met één dode boom erin.
Toen mijn neef moed genoeg verzameld had heeft hij de stam afgezaagd en de stronk met wortels en al uitgegraven.

olijfhoutOoit waren wij in Griekenland en zagen daar olijfboomgaarden met prachtige grillige stammen.
De lokale bevolking wist alles van de olijfbomen ten gelde te maken. Olijfolie, olijfpasta, maar ook prachtige dienbladen, kruidenmolentjes en allerlei andere souvenirs werden van  de vruchten en het hout gemaakt.
Het is heel mooi hout.

Toen onze neef vertelde dat hij de boom, kluit en stam naar de vuilstort ging brengen vroegen wij of we de stam mochten hebben.
Dat mocht.
De stam stond jaren bij ons in de schuur.
Ooit wilden we er wat mee.
Ooit duurde lang. Totdat…..
ik in een folder een, (zo leek het) uit hout gesneden uil  zag (bleek bij nader inziengeen hout maar kunststof te zijn)

Mijn lief zag het  als voorbeeld voor de olijfboom, zoiets zou hij willen maken.
uilIk zocht de stam en vond hem ergens achter in de schuur en mijn lief ging aan de slag.
De boomstam van de neef zal een nieuw leven als uil krijgen.

Neef zelf heeft een kersenboom op de plaats van de olijfboom neergezet, die inmiddels in het juiste seizoen ook al vruchten draagt.
Hij eet ze niet. Vóórdat hij ze wil plukken zijn de vogels hem  al voor geweest
Dat mág van hem.