Blog

Uitgelicht

BlablaBus

Gisteren, op weg naar de Achterhoek kwamen we, op de snelweg een Blablabus tegen.
Ik had nog nooit van een dergelijke bus gehoord, dus ben ik eenmaal thuis eens opgaan zoeken wat dat voor een bus is.

blablaEen dochter van de Franse Spoorwegen Ouibus ( Opgericht in 2012) is begonnen met het concept; een langeafstandcarpooler.

Er zijn ritten van Amsterdam naar onder andere Brussel, Parijs en Londen met een tussenstop  in Antwerpen, De nieuwe internationale busdienst rijdt via zestien routes door de Benelux. De startprijs voor een ticket van Amsterdam naar Brussel is vijf euro. In de bus zijn stopcontacten,toilet én is Wifi beschikbaar.
Ik heb even een voorbeeldje gezocht: Amsterdam-Sloterdijk naar Parijs ,vertrek om 7.00 uur aankomst Parijs 15.15uur  prijs € 22,- óf
10.00 uur vertrekken en 21.30 aankomen in Parijs en € 23,- betalen.(Ik denk dat die laatste bus een “ommetje”maakt)*

In Nederland rijdt de  BlaBlaBus in eerste instantie van en naar AmsterdamSloterdijk, Schiphol, Utrecht, Rotterdam en Den Haag en “binnenkort”(las ik) naar meer dan 400 bestemmingen in tien Europese landen.

Met de inzet van langeafstandsbussen gaat BlaBlaBus de concurrentie aan met FlixBus**)(intercity bussen van een Duits bedrijf)  en Eurolines, een groep van 29 onafhankelijke busbedrijven die samen het grootste langeafstandsbuslijnen netwerk van Europa (opgericht in 1985)  hebben.

Door de kleuren van de bus valt de Blablabus flink op.
Ik heb niet kunnen uitvinden waar de Franse de naam vandaan hebben: Blabla.
In het Nederlandse woordenboek staat bij blabla, geleuter, gezever, gezwam.
Het Franse (online) woordenboek komt met “opgeblazen gezwets”
Er moeten toch meer betekenissen zijn wil je een busonderneming zó noemen?

 

*) Zie https://www.busbud.com/nl/bus-schedules-results/u173zq/u09tvm?outbound_date=2019-10-29&adults=1

**) Flixbus noemt zichzelf het grootste busbedrijf ter wereld met 45 miljoen passagiers in 2018, waarvan 3,5 miljoen mensen in Nederland.

Zonnebrand

Mensen vragen soms hoe ik aan mijn onderwerpen kom, of ik veel op internet surf om een onderwerp te zoeken?
Nee nooit.
Alles wat ik niet zélf meemaak of hoor van mensen in mijn omgeving LEES ik.
Ook in dit digitale tijdperk zijn er nog steeds kranten, bladen en folders.
Vaak lees ik iets dat mijn interesse wekt, DAN ga ik op internet zoeken wat ik daarvan kan vinden.

Zo duik ik in een onderwerp, leer ik veel en dát vind ik leuk om te delen.
wist jij….? nee. echt?

Zo las ik onlangs iets over zonnebrandproducten. Als ik eerlijk ben smeer ik me zelden in, ik kan slecht tegen de zon zit er nóóit in. (Met zonnig weer gaan we bv nooit naar het strand!) Ik wéét dat je je toch moet insmeren, maar het zit niet in mijn systeem, ik vergeet het. Ik heb het wel in huis (bederft dat goedje eigenlijk?) en ook wel eens bij me in een tas, maar gebruiken…!

Schadelijk in zonnebrandproducten zijn met name de UV-filters in de crème, spray of zalf zoals oxybenzone (C14H12O3)  *)
Laboratoriumonderzoek (Amerika 2015) toonde  aan dat oxybenzone al in kleine concentraties hormoonverstorend werkt tijdens de ontwikkelingsprocessen van koraallarven. **)
Ook octinoxaat (C18H26O3), wereldwijd het meest gebruikte zonnefilter, is schadelijk voor de onderzeewereld.
Bovenzeewereld: Stille Oceaan

Ik las op internet een berichtje van juli 2018 (Junglamsterdam):
Elk jaar spoelt er zo’n 14.000 ton zonnebrandcrème de zee in. De chemicaliën die in zonnebrand zitten, vernietigen plankton en zijn giftig voor vissen. Daarnaast sterft op verschillende plekken in de wereld het koraal af. (niet gecheckt of dit feit op waarheid berust)

Als je  zelf zorgvuldig met zonnebrandproducten wilt zijn kun je (volgens het WNF blad Be one with nature):

  • zorgen dat (áls je zonnebrand gebruikt) er twee stoffen NIET in zitten: oxybenzone en octinoxaat;
  • liever crème dan spray gebruiken
  • beter geen beschermende factor hoger dan 50 gebruiken ;
  • niet minder dan een half uur na het insmeren gaan zwemmen (dan spoelt het minder snel van je lichaam af)

*)  Volgens reguleringen mag in, onder andere de Europese Unie, Canada en de Verenigde Staten in ieder geval niet meer dan zes procent oxybenzone toe gevoegd zijn aan zonnebrandproducten

**) In reactie hierop heeft de staat Hawaï  (VS) in 2018 een wet goedgekeurd die vanaf 1 januari 2021 ingaat. Deze wet verbiedt het gebruik van de UV-filters oxybenzone (benzophenone-3) en octinoxate (ethylhexyl).

Vlieg- en daaswerend

Ooit vertelde een boer in Limburg me dat boeren die paarden hadden vroeger bijna altijd een walnotenboom in hun wei of bij hun hoeve hadden geplant. Een walnotenboom geeft schaduw én, belangrijker: hij is vliegen- en vooral daaswerend.
Sindsdien valt het me echt op; zie je ergens een oude boerderij dan is er vaak een walnotenboom bij te zien.



Hier in de wijk staan 2 oude, nootdragende walnotenbomen.
Dat is niet zó vreemd aangezien de grond waarop onze wijk gebouwd is vroeger een meent was, waar boeren hun vee  lieten grazen, het zou dus best kunnen dat minstens één van die walnotenbomen toen geplant is; om schaduw voor het vee te geven en het vliegend ongedierte weg te houden.


Ook in het boerendorp, waar onze wijk bij hoort, staan oude boerderijen. Nu zijn de meeste rigoureus verbouwd en aangepast aan deze tijd, vaak gekocht door BN-ers. Rieten daken, hoge heggen of hekken én af en toe nog een oude hoge walnotenboom op de grens van de (nu) tuin en de openbare weg.

Al jaren zoeken wij in september walnoten onder de twee, in de wijk staande, walnotenbomen.
Er staan heel veel brandnetels onder de boom, dus een noot zien en pakken leidt vaak tot een branderige hand met rode vlekjes.
Er zijn meer kapers op de kust, dus soms lopen we gewoon door als we geritsel tussen de brandnetels horen, dan weten we: iemand was ons voor!

Een boer in de Achterhoek die een walnotenboom in de tuin had en de noten droogde vertelde me “alles” over de noten. Hij had zelf gemaakte droogbakken gemaakt en liet me zien hoe je de noten schoonmaakte vóór je ze op de droogbak (metalen rasters) liet drogen. Alle haartjes moeten van de noot af, die staan in verbinding met de binnennoot en als die nat blijven rot de noot van binnenuit.
Hij deed het voor met een mesje. Verder gaf hij het advies de noten goed te laten drogen, pas met Kerst (of als je niet zo lang wachten kan (een paar) met Sinterklaas) openmaken en dan pas eten.

Dus sinds die tijd zoeken we noten in september. Eerst droogden we ze in op een krant, toen in een gazen mand en nu heeft mijn lief er roosters voor gemaakt.

Dit is een goed walnotenjaar!
We hebben er al behoorlijk wat. Schoonmaken van de noten als er nog (een beetje) bolster omzit is een klus waar je vieze, geelachtige handen van krijgt, dus handschoentjes aan. Nu ze ECHT rijp zijn én er soms behoorlijk veel wind is, liggen ze vaak schoon onder de boom (en in de brandnetels)

Van kerst tot ver in het volgende jaar stoppen we in onze witlof en wortelsla zelf gevonden, gedroogde, gepelde en gehakte noten.
Dat smaakt toch anders dan gekochte, kan ik u vertellen (de brandnetelbultjes trekken na een dag weer weg)

Nationaal Bomenmuseum Gimborn

In 1925 werd Max Theododor von Gimborn, (1872-1964) een Duitse inktfabrikant die in 1916 de Nederlandse nationaliteit kreeg, de grondlegger van het Von Gimborn Arboretum in Doorn.
In 1907 begon hij met zijn bomenverzameling eerst op 5 ha terrein maar in 1924 kocht hij een groter terrein in Doorn (47 ha.)

Hij kwam naar Nederland omdat in Emmerich (zijn geboorteplaats)”… de stoomboten te veel rook maakten voor zijn blauwdennen
Hij  begon zijn inktfabriek én een tuin in Nederland in Zevenaar.
Omdat zijn bomenvoorkeur uitging naar coniferen, die het op de kleigrond van Zevenaar niet zo goed deden, begon hij in 1907 een nieuwe bomentuin in Doorn.

Zijn inktbedrijf verkocht hij in 1931 aan Pelikan en de tuinen kwamen na zijn dood in eigendom van de Universiteit van Utrecht, die in 2009 de tuinen op haar beurt weer overdroeg aan een Stichting (Von Gimborn Arboretum) die het Nationaal Bomenmuseum Gimborn, zoals het nu heet, beheert. Veel vrijwilligers houden de tuinen in tiptopconditie

Zelfs de toilet ziet er uit alsof je in de natuur bent; de deuren zijn prachtig beplakt

De tuin zelf heeft prachtige doorkijkjes, waterpartijen en heideplantsoenen.
Je loopt rond en wordt steeds weer verrast met bijzondere struiken, bomen en planten.


Ook “gewone” struiken blijken iets verrassends te hebben, zoals een (parasol)magnoliaboom die, verscholen tussen de bladeren felroze vruchten blijkt te hebben.

We zien ook een bijzondere boom/plant met 3 soorten verschillende bladeren eraan, één vingerige, 2 vingerige en 3 vingerige bladeren aan één stam/tak. Helaas heb ik de naam van een bordje van een andere plant genoteerd! Dus weet ik niet hoe dit bijzonder exemplaar heet!

De Japanse notenboom draagt erg veel vrucht, maak kennelijk zijn ze nog niet rijp, want er ligt (nog) geen vrucht onder de boom.

We zien trouwens meer bomen met vruchten. Als ik tegen mijn lief zeg ”Kijk, een appelboom” richt een geknielde, onkruidtrekkende vrijwilliger zich op en zegt: “Kweeperen, mevrouw.”
We danken voor de informatie, die hij nog meer met ons deelt “Men maakt er gelei van”.

Ergens anders hangen mooi apart gevormde zaaddoosjes aan een tak, op het bordje staat dat de boom een bergsneeuwklokjesboom is!

In tegenstelling tot liefelijke (zachte) tafrelen zien we ook de rechte stammen van Douglassparren in een keurige rechte rij.
Stoer, mooi op een andere manier.


De verscheidenheid aan bomen, planten en struiken is groot.
Ook al is het eind september er zijn, behalve de voor de hand liggende planten als herfsthooi en hei

ook nog andere planten die pronken met bloeiende bloemen, zoals de verschillende soorten hortensia’s.

Er zijn veel, meest mannelijke, vrijwilligers aan het werk in deze grote, prachtige tuin, zij verplaatsen zich met (geluidloze) fietsen; invalide bezoekers kunnen in een(stil) golfkarretje rondgereden worden en verder zijn het wandelaars die, al zijn het er veel, zich verloren kunnen lopen op de vele slingerende paadjes. Stilte en natuur: een prachtige combinatie.
Nationaal Bomenmuseum Gimborn: Echt een aanrader.

Ode aan de Natuur (2)

Vervolg van de keramiekexpositie in het Nationaal Bomenmuseum in Doorn

Als we voorbij een beeld stenen voluptueus vrouwenfiguur )lopen vraagt een heer ons wat we er van vinden. Mijn lief zegt “mooi”, ik onthoud me van commentaar.
“Ja he?” De man straalt ”Ik heb het net gekocht”
Nu ben ik erg blij dat ik mijn mening niet gegeven heb. Zijn vrouw drukt zijn arm “Eind oktober mogen we het mee naar huis nemen!
Mijn man vraagt nog of ze er een mooi plekje voor hebben. Dat hebben ze.
We lopen door; in deze tuin lopen in ieder geval 2 gelukkige, kunstminnende mensen.
(geen foto van het vrouwenfiguur, ik vond het beeld niet mooi/spectaculair /opmerkelijk of /verrassend!)


We krijgen door dat als er een rood stokje náást het kunstwerk staat of een rood bandje eromheen, het werk is verkocht .Wij hebben, (zuinige Hollanders) géén catalogus gekocht!

Om aardig wat kunstwerken zit een rood bandje!
Bij een kunstwerk van heel veel blauwe vogels zitten heel wat ( ontsierende) rode bandjes; op het nummerbordje bij het kunstwerk staat “alle vogels zijn verkocht”
Er zijn dus al heel wat bezoekers, die in oktober een blauwe vogel gaan ophalen!

Bij een kunstwerk van heel veel blauwe vogels zitten heel wat (ontsierende) rode bandjes, máár op het nummerbordje bij het kunstwerk staat “alle vogels zijn verkocht”
Er zijn dus al heel wat bezoekers, die in oktober een blauwe vogel gaan ophalen!

Zelf zien we ook wel een paar mooie beelden, maar voor een mooi beeld moet je een mooie plek hebben om het kunstwerk neer te zetten óf, in ons geval neer te hangen! Een oude kromme fruitboom zou prachtig geweest zijn. Helaas, die hebben we niet.



Maar we genieten volop van de beelden.
Je kunt iets mooi vinden zonder het te willen hebben!

Ode aan de Natuur is nog in Doorn te zien tot 25 oktober a.s.


blog Nationaal Bomenmuseum volgt nog




ODE aan de NATUUR (1)

In het vroegere Von Gimborn Arboretum (1925 door Max Th. von Gimborn gesticht) dat van 1966 tot 2010 deel uitmaakte van de Botanische Tuinen  van de Universiteit Utrecht en tegenwoordig het Nationaal Bomenmuseum Gimborn heet, is momenteel (tot 25 okt) een keramiekexpositie te zien.
Op een gedeelte van deze ca. 27 ha grootte bomentuin staan ruim 70 recente werken van 47 keramisten. Een bijzondere expositie, zeker de moeite van het bekijken waard.
De toegang van het park, en dus ook van deze expositie is € 6,50 p.p


Zelf merkte ik dat door het kijken naar de beelden ik de rest van  natuur “vergat”.
Dus hebben we eerst de beelden bekeken, die op prachtige plekken van de parkachtige bomentuin staan.
Daarna zijn we door het “andere” gedeelte van het park gelopen en hebben ons gefocust op de bomen, de planten, de waterpartijen en de aanleg van de tuin*)

*)Over de natuur in de tuin komt een apart blog.

Najaar

Aanvangstijdstip van de astronomische herfst in Nederland 2020: 22 september 15:30 uur

Najaar = Jaargetijde tussen zomer en winter,

Najaar = herfst

Najaar = natij

Najaar = nazomer

Najaar = periode van september t/m december

“De herfst is een tweede lente,
                                               waarin elk blad een bloem is”

                                 Albert Camus

Een raadselachtige moord

Vanmorgen vóór achten al een begrafenis.
Geen probleem met afstand houden ivm Corona.
Ik was alleen. Begroef zelf.
In de tuin.
***

Een vaste routine van me is als ik ’s morgens beneden kom:
tuindeuren open, vissen en (wilde)vogels voeren.
Daarna begint mijn dag.

We hebben (te) veel vissen voor het wateroppervlak (af en toe gaan er een paar naar een andere vijver, als iemand ze wil hebben)
Ooit hadden ze een naam. Er zijn echter  zoveel kleintjes geboren dat we er nu meer dan 20 hebben (in 2500 liter vijver) dus alleen de “bijzondere” hebben nog een naam, zoals Flappie die we al heel lang hebben en die “foute” kieuwen heeft, niet lang zou leven (vlgs mijn broer), maar er nog steeds (gelukkig) is.
Er is dus geen telling meer mogelijk.
Ik miste er vanmorgen dus ook geen één.

Toen ik, in de tuin, naar achteren liep om iets in de groene vuilnisbak te gooien zag ik op de tafel: een rode vis liggen!
De tafel is hoog, ver van de vijver af én we hebben géén vliegende vissen.
De vis was dood.

De aanblik van De Dood schokt me altijd. Een gerafelde vlinder, een op zijn rug liggende bij, een drijvende vis, ik ben er confuus van. Het Leven is zo  weg ge sij peld!

Na het zien van de dode vis en de bijbehorende emoties komt meteen de vraag: HOE is dit in vredesnaam mogelijk geweest?????


Ik maak een foto, trek weggooihandschoenen aan en graaf een graf.
Als ik de vis (met 2 handen) respectvol oppak zie ik een plasje bloed op de tuintafel liggen.
In ál die jaren dat we vissen hebben én ook vroeger thuis met een vijver heb ik nog nooit ROOD vissenbloed gezien. Nu dus wel, én niet zo’n beetje ook.
Ik kán én wil niet een dode vis uitvoerig gaan bekijken, maar ik zie zó geen wonden, behalve wat kapotte schubben.

Ik begraaf de vis (er is niet veel barre aarde in onze tuin, overal staat wat en ik wil geen levend iets (plant)  offeren voor een ander wezen. Dus de best flinke  vis past  maar nét in een stukje barre aarde. Ik boen de tuintafel, het vissenbloed(?) wordt verdund en verdwijnt.
Een reiger, een poes of??? Die kán toch niet door de vis verwond zijn bij het kidnappen?
Ik heb geen DNA-kit om te onderzoeken van welk dier dit bloed is.
We zullen nooit weten wie de moordenaar was.(als hij of zij niet terugkomt en het wéér probeert)
Het net moet nu (weer) over de vijver; een rot gezicht, maar wel effectief

寿司smullen bij GOYA

In Huizen (NH) is een sushi & grillrestaurant dat het vermelden waard is.
Het concept is  “all you can eat”; een vast bedrag betalen en daarvoor verschillende gangen met sushi nuttigen met daarna het toetjesbuffet (drank apart afrekenen)

Op tafel komt een tablet waarmee je bestelling kan worden gedaan. Er zijn verschillende rondes en  er zijn per keer, per persoon, 4 gerechtjes te bestellen.

Het is een grote zaak, maar zo ingedeeld dat men zich niet “verloren” voelt.
Het personeel is er razendsnel (en dragen, NU in Coronatijd, mondkapjes)
De sushi zijn met liefde gemaakt en dat proef je.
Het is een kindvriendelijk restaurant (met kinderstoelen) én spannende toetjes die, onder begeleiding, zelf gepakt kunnen worden (nu wel met plastic handschoen aan)

Er zijn chocoladefonteinen (witte en bruine chocolade) allerlei soorten schepijs, cakejes en puddinkjes, spekkoek en mini tompouces, soorten fruit en meer.
Kinderen staan likkebaardend te genieten bij het zien van zoveel lekkers. (Nee, dat is niet allemaal gezond, maar kinder- én volwassen ogen zijn groter dan de mond en na een heerlijke maaltijd kan er niet zoveel zoetigheid bij)

Onder de zaak is een gratis parkeergarage, GOYA is dus vanaf de parkeergarage binnendoor te bereiken (extra fijn als het regent)
Verschillende all in prijzen op verschillende dagen.
Maandag gesloten.
Plein 2000 7a
1271 KK, Huizen, 0355256646, info@goyahuizen.nl

Slangeden

Lang geleden was hier, waar ik nu woon, een meent. Een gemeenschappelijke wei waar de koeien van lokale boeren graasden.
Minder boeren, minder grasland nodig.
Er werden huizen gebouwd; er kwam een nieuwe wijk.
Toen wij hier kwamen wonen was het een zandvlakte (met wind dreven mijn lenzen constant mijn ogen uit) Er werd tuinaarde opgebracht en de nieuwe bewoners begonnen een tuin aan te leggen.
Onze hoekburen (we hebben een rijtje van 4 huizen) van toen zette een bijzonder (Chileens) boompje in hun achtertuin. Geen bladeren en geen naalden, maar “schubben” het is officieel een conifeer.

De wetenschappelijke naam is Araucaria araucana  een altijdgroene conifeer, genoemd naar de bewoners van centraal Chili en Zuidwest-Argentinië in wiens gebied de boom oorspronkelijk ontdekt werd:  de Arauco-indianen
De boom heeft veel bijnamen: apenboom, apenpuzzel, apentreiter en kandelaarden.*)
Het verhaal gaat dat de boom, die in het Engels Monkey puzzle tree heet,  zo heet omdat een van de eerste Westerlingen die de vreemde boom met scherpe naalden zag, zei: “Climbing this tree would puzzle a monkey”


De mannelijke en vrouwelijke delen zijn te vinden op verschillende bomen (tweehuizig) maar er zijn ook slangendennen die eenhuizig zijn.
De vrouwelijke kegels zijn bolvormig en kunnen zo groot als een kleine voetbal worden, en bevatten eetbare zaden. In Chili werden deze zaden op grote schaal geoogst,  het was een belangrijke voedingsbron voor de Araucano-Indianen
De mannelijke kegels zijn kleiner en min of meer cilindrisch.

Door vulkanisme en menselijke activiteit kwamen en komen er nogal wat bosbranden voor in het oorspronkelijke slangendennengebied. De boom heeft zich daaraan aangepast en een dikke schors ontwikkeld, als bescherming tegen brand.

Tot het jaar 2000 had de boom in Chili de status “kwetsbaar”; sinds 2013 staat de boom daar als “officieel bedreigd” te boek. Tegenwoordig heeft de boom de status van een natuurmonument!
Het kappen van een slangeden is in Chili verboden.

In Nederland weet ik niet of zo’n boom gekapt zou mogen worden.
Een nieuwe buurman heeft de boom ooit een stukje verplaatst toen hij van de Gemeente een stukje grond bij zijn tuin kocht. De boom heeft daarvan geen schade ondervonden, misschien zelf voordeel; hij is bijna zo hoog als ons huis, met prachtige “bollen” die rijp en bruin worden in hun tweede herfst en dan hun 4cm grote zaden laten vallen.

In 1794 werd de slangeden voor het eerst in Europa ingevoerd

*) Niet apenbroodboom dat is een tropische boom afkomstig uit Afrika die bladeren heeft)
wetenschappelijke naam

Aartsengelen

Al eerder schreef ik dat ik vroeger Remonstrant ben opgevoed en ook  catechisatie heb gevolgd.
Normaliter leidt dat tot een geloofsbelijdenis, maar kort voor dié tijd ben ik afgehaakt.
Ik heb dus wel een  gelovige “ondergrond”

Ik heb altijd gedacht dat er 4 aartsengelen waren, een beetje “bijzondere engelen”
Ik ken ze ook bij naam Rafaël, Uriël, Gabriël en Michaël.
De einduitgang van hun namen el betekent “van God”

Nu las ik onlangs een artikel waarin staat dat er veel meer aartsengelen zijn: namelijk 15.
Was me dat schrikken.
Ik zal me hier maar beperken tot bekende én nieuwe “weetjes” van de 4 aartsengelen die ik al kende.

Zo las ik dat aartsengelen zowel in het Christendom als het Jodendom als in de Islam voorkomen (hebben die geloven toch meer gemeen dan ze dachten)

Gabriël was de engel die Maria vertelde dat ze Jezus zou baren en vertelde ook aan Elisabet dat ze Johannes (de Doper) zou baren.
Gabriël’s naam in de Islam is Jibril, hij is de boodschapper tussen Allah en de profeten.

Uriël (betekenis licht van God) wordt door de katholieke kerk NIET erkent omdat hij niet in het canonieke Oude én Nieuwe testament vermeld wordt.
In het Jodendom is Uriël de engel die naar Noach wordt gestuurd om hem te waarschuwen voor de zondvloed.

Michaël (betekenis hij die is als God ) In de Islam is dit de engel die zich bezig houdt met de natuur, zoals het laten regenen, het laten waaien van de wind en het laten groeien van zaadjes.

Rafaël (betekenis; hij die geneest))  Met zijn energie die helder smaragd groen van kleur is, helpt hij mensen op aarde te helen. Deze engel komt voor in  het toneelstuk de Gijsbrecht van Amstel van Joost van den Vondel.

Zelf ben ik ooit, dan wel geen AARTSengel maar wel een engeltje geweest in een toneelstuk in de kerk. Mijn  oudere aanstaande schoonzus (dat zij dát  ooit zou worden wist ZIJ en IK toen nog niet) speelde een aartsengel en ik zat in haar “gevolg” met lang los haar, een witte jurk aan en een brandend kaarsje in de hand.
Helaas struikelde een engeltje achter me en brandde de kaars een (midden) stuk van mijn haar weg.
Ik was een engeltje met een schroeilucht om me heen!