Blog

Uitgelicht

BlablaBus

Gisteren, op weg naar de Achterhoek kwamen we, op de snelweg een Blablabus tegen.
Ik had nog nooit van een dergelijke bus gehoord, dus ben ik eenmaal thuis eens opgaan zoeken wat dat voor een bus is.

blablaEen dochter van de Franse Spoorwegen Ouibus ( Opgericht in 2012) is begonnen met het concept; een langeafstandcarpooler.

Er zijn ritten van Amsterdam naar onder andere Brussel, Parijs en Londen met een tussenstop  in Antwerpen, De nieuwe internationale busdienst rijdt via zestien routes door de Benelux. De startprijs voor een ticket van Amsterdam naar Brussel is vijf euro. In de bus zijn stopcontacten,toilet én is Wifi beschikbaar.
Ik heb even een voorbeeldje gezocht: Amsterdam-Sloterdijk naar Parijs ,vertrek om 7.00 uur aankomst Parijs 15.15uur  prijs € 22,- óf
10.00 uur vertrekken en 21.30 aankomen in Parijs en € 23,- betalen.(Ik denk dat die laatste bus een “ommetje”maakt)*

In Nederland rijdt de  BlaBlaBus in eerste instantie van en naar AmsterdamSloterdijk, Schiphol, Utrecht, Rotterdam en Den Haag en “binnenkort”(las ik) naar meer dan 400 bestemmingen in tien Europese landen.

Met de inzet van langeafstandsbussen gaat BlaBlaBus de concurrentie aan met FlixBus**)(intercity bussen van een Duits bedrijf)  en Eurolines, een groep van 29 onafhankelijke busbedrijven die samen het grootste langeafstandsbuslijnen netwerk van Europa (opgericht in 1985)  hebben.

Door de kleuren van de bus valt de Blablabus flink op.
Ik heb niet kunnen uitvinden waar de Franse de naam vandaan hebben: Blabla.
In het Nederlandse woordenboek staat bij blabla, geleuter, gezever, gezwam.
Het Franse (online) woordenboek komt met “opgeblazen gezwets”
Er moeten toch meer betekenissen zijn wil je een busonderneming zó noemen?

 

*) Zie https://www.busbud.com/nl/bus-schedules-results/u173zq/u09tvm?outbound_date=2019-10-29&adults=1

**) Flixbus noemt zichzelf het grootste busbedrijf ter wereld met 45 miljoen passagiers in 2018, waarvan 3,5 miljoen mensen in Nederland.

Auto –weetjes

De Grieks/Latijnse samenstelling automobiel betekent letterlijk zelfbewegend.
De moderne (luie) mens heeft het afgekort tot auto
Ik las ook een andere uitleg voor een auto: snel vervoermiddel om het verkeer te stremmen!

Er zijn vele merken en types, maar wat is de herkomst van hun naam?
Van een paar ben ik dat eens uit gaan zoeken

Er zijn automerken, die afkortingen zijn, zoals:

Hummer – high utily maximum mobility easy rider
DAF –  Van Doorne’s Aanhangwagenfabriek ( later: automobielfabriek) oprichter Hub van Doorne
SAAB –  Svenska Aeroplan Aktiebolag (1937 opgericht om militaire vliegtuigen te bouwen)
FIAT   –  Fabbrica Italiana Automobil Torino( = Turijn)
BMW –  Bayerische Motoren Werke.

Er zijn ook automerken die géén afkortingen zijn, hoewel mensen dat wel denken
Zoals AUDI. Ik las dat Auto-Union Inglostadt ( “D” erbij gefantaseerd) niet  de werkelijk betekenis van AUDI is, maar dat AUDI de naam van de fabrikant Hörch was maar dan verlatijnst (Hörch = Duits=luisteren. Luisteren in het Latijn = audi)

Ook zijn er automerken waarvan mensen zélf een afkortingsverklaring hebben bedacht.
Zoals: Opel         – Overal Pecht en Last
      Renault   –  Roest en Narigheid achtervolgen u lange tijd
      Skoda     –  Samen knutselen onder de auto
            Ford        –  Ford onderdelen rammelen dagelijks

En auto’s met bijnamen; zoals de DAF, bekend was om zijn Variomatic transmissiesysteem met riemaandrijving, in de volksmond het “pientere pookje” genoemd. Omdat daardoor schakelen niet nodig was (pookje was puur om voor- en achteruit te kiezen) waren er nogal wat dames op leeftijd die deze auto kozen (apart automatenrijbewijs, dat ongeldig was voor schakelauto’s), vandaar de wat grove bijnaam: Truttenschudder met jarretelaandrijving.

Het Japanse Mitsubishi  is vertaald in het Nederlands:  “drie diamanten” .
“mitsu” betekent drie en ”hishi” betekent waterkastanje.
Waterkastanjes hebben bladeren in de vorm van ruiten en daarom wordt het woord  “hishi” in het Japans ook gebruikt als aanduiding voor diamant- of ruitvormig.


Hyundai , 현대자 is Koreaans voor “modern karakter “ .
Hyundai richtte in Korea eind 2020 een speciale divisie op voor brandstofcelsystemen; streven is een samenleving te creëren zonder de uitstoot van schadelijke stoffen


En dan hebben we ook automerken die naar de oprichter genoemd zijn:

Honda – naar Soichiro Honda (opgericht 1948 in Hamamatsu)
Ford    –  naar Henri Ford ( opgericht uiteindelijk in 1903, daarvoor was in1899 de door hem de              
    Detroit Automobile Company opgericht maar die ging in 1900 failliet)
Citroën-  André Citroën (opgericht 1919)
Ferrari – Enzo Ferrari richtte in 1929 raceteam Scuderia Ferrari op (oudste Formule 1 team) In 1947 ging het bedrijf over op de productie van legale straatauto’s

En het laatste automerk dat ik opzocht had de achternamen van de twee oprichters.
Rolls Royce – opgericht door Henry Royce en Charles Rolls  (eerste Rolls Royce gemaakt in 1904)

Ikigai – 生き甲斐

Het Japanse Ikigai is in het Nederland te vertalen met reden om te leven, ook wel levensvreugde.
Ikigai is een Japans concept dat staat voor datgene waar een mens het bed voor uitkomt, het gene dat het leven de moeite waard maakt.
Het is de passie waarin vier elementen samenkomen: hetgeen waar je van houdt, wat de wereld nodig heeft waarvoor je betaald kunt worden én waar je goed in bent:

Waar je van houdt. Daar kun je achter komen als je de zin “ Ik ben gelukkig als…… “ afmaakt
Wat de wereld nodig heeft.
De wereld staat hier voor je naaste omgeving bv. partner, kinderen, collega’s, ouders.
Waarvoor je betaald zou kunnen worden. Niet alleen in het NU, maar ook in de toekomst;

De vraag om daar achter te komen zou dan luiden “Waarmee zou je je geld willen verdienen?”
* Waar je goed in bent.


Waar deze componenten elkaar overlappen, dáár is je Ikigai; als je weet wat je Ikigai is kun je er (al dan niet)
naar handelen.




Ik werd onlangs door iemand op de Ikigai- filosofie gewezen.
Volgens de Ikigaifilosofie heeft iedereen een bepaald levensdoel. Wanneer je achterhalen kan wat dat doel is, zou je een langer, gelukkiger leven tegemoet kunnen gaan.

Je Ikigai of levensdoel vinden (als je dit al niet gevonden hebt) is, (volgens een website) mogelijk door middel van een flink aantal vragen te beantwoorden.
Voor wie dit interessant lijkt :op  https://ikigaitest.com/nl/nl-free/?iD=jbd8fb34e4138 .kun je vragen (anoniem) beantwoorden om, te ontdekken wat JOUW levensdoel is.




Religieuze gebouwen

Ook als je niet gelovig bent kunnen kerken of  tempels, synagogen of moskeeën je iets doen.
Omdat ze, architectonisch bijzonder zijn, mooi ingericht zijn, of “gewoon” omdat er een bepaalde sfeer hangt.

Ook het tegenovergestelde is waar, je kunt zo’n gebouw, als toerist bijvoorbeeld, binnenkomen en onder de indruk komen van de naargeestige sfeer, de beklemming die er hangt (wegwezen denk ik dan)
Ik ben in en bij vele kerken, tempels, moskeeën en synagogen geweest; het intrigeert me dat mensen in alle tijden en van allerlei geloven geld, tijd en energie hebben gestoken in het bouwen van vererings- en samenkomstplekken en die gebouwen hebben “aangekleed” met schilderijen, kunstvoorwerpen, naamplaten, beelden en meer.

Dat mensen elkaar wilden overtreffen met een nog grotere tempel of kerk om te laten zien dat ze nog meer geloven, nog meer vereerden,  nog meer geld hebben, lijkt mij tegenstrijdig met de basis van geloof; het innerlijk, het wezenlijke.

Beeld  “Aanbidding” van edelsmid Bob Ebell.(1910-1993) een buitenbeeld in de tuin van een Remonstrantse kerk


Dat er mensen begraven zijn onder de religieuze gebouwen, er graftombes in staan maakt het niet alleen een plek van de levenden maar ook van de doden.

De grootste en bijzonderste kerk is vermoedelijk de Sagrada Famillia in Barcelona, het levenswerk van  bouwmeester Antonio Gaudi (geboren in 1852, in 1926 aangereden door een tram en overleden).
De bouw van de kerk begon in 1882 ( Gaudi nam de bouw een jaar later over)
De bouwmeester is al jaren dood maar aan de kerk wordt nog steeds verder gebouwd. Men vermoedt dat de bouw rond 2026 klaar zal zijn.

Ik ben er geweest, indrukwekkend, maar qua sfeer deed het me niets. Daarvoor hoeft een kerk niet groot of rijk geïllustreerd te zijn.
Het kerkje waar ik toen ik jong was ter kerke ging ziet er van buiten “warm”(hout) uit en is van binnen vrij sober, maar het voelde “geborgen” Een gevoel dat je in de Sagrada Famillia niet gauw zal hebben

Hoe je een kerk, synagoge, moskee of tempel ervaart hangt natuurlijk ook van je geloof af.
Toen ik, als kind, catechisatie volgde, vond ”onze” dominee dat we, vóór we belijdenis zouden kunnen doen, ook met andere geloven kennis moesten maken. Zo bezochten we onder zijn leiding een synagoge en een katholieke kerk. Moskeeën en tempels waren niet er in onze omgeving niet ( én het gebouw moest wel met de fiets te bereiken zijn)

Zelf, afgedwaald van het instituut KERK ben ik hem nog steeds dankbaar voor de kennismaking met andere geloven; het heeft mijn blik verruimd.

Ik bezocht kerken in Europa, Boeddhistische tempels in Vietnam, moskeeën in Turkije en Synagogen in Budapest; het zijn plekken waar vereerd wordt, waar je, zo niet een Goddelijke aanwezigheid, dan wel eeuwen van menselijke aanwezigheid voelt.

De mooiste én ontroerendste kerk die ik ooit gezien heb is de Abbey in Bath (Engeland)
Ook de “pr” van de kerk en het  uitdragen van hun geloof sprak me heel erg aan
Op de folder staat over de kerkA moment of stillness in the beating heart of a vibrant city”
(Bath is ná Londen de drukst bezochte toeristenplaats in Engeland)
En over het geloof, het “verhaal” van Jezus (zie ook blog 21 dec.2019) staat:

Jezus werd meer dan 2000 geleden geboren in een klein dorpje in het Midden-Oosten, genaamd Bethlehem.
In de 
eerste 30 jaar van zijn leven deelde hij het gewone leven en werk van een gewoon gezin.
In de daaropvolgende 3 jaar gaf hij mensen onderricht over God en genas hij zieke mensen aan de oevers van het Galileameer.
Hij vroeg 12 gewone mensen
 om zijn helpers te zijn.
Hij had géén geld.
Hij schreef géén boeken.
Hij stond niet
 aan het hoofd van een leger.
Hij streefde niet
 naar politieke macht.
In zijn hele leven reisde hij nooit meer dan 250 kilometer.
Op 33 jarige leeftijd
 werd hij ter dood veroordeeld en aan een kruis genageld.

Het allereerste begin van het Christendom teruggebracht tot de essentie.

Voor het bezoek aan een moskee, tempel of synagoge heb je, als je niet tot dat geloof behoort, uitleg nodig. Om te begrijpen wat je ziet, waartoe voorwerpen dienen, wat de mensen die deze religie volgen, geloven.
Zo werd ik ooit rondgeleid in de mooiste synagoge in Nederland, in Enschede


1928 architect Karel de Bazel


Wat me daar, behalve de visuele herinneringen, van bijgebleven is dat de gids een niet-Jood was: er waren geen mensen van het Joodse geloof in Enschede meer, die rondleidingen konden (wilden) geven.
Je hoort de uitleg vanuit een boekje geleerd, niet van uit het hart. Anders.



De Hagia Sophia (= heilige wijsheid) in Istanbul is van oorsprong een Christelijk, Oosters orthodoxe kathedraal, die ik bezocht heb toen het als moskee in gebruik was (en nog steeds is) en tot Ayasofia was omgedoopt.
In het jaar 537 was de Hagia Sophia  de grootste kathedraal ter wereld (Istanbul heette toen nog Constantinopel) De versieringen, de afmetingen, de leegheid maakt indruk, maar voor mij voelde het meer als een museum dan als een gebedshuis.

Wat in Istanbul de meeste indruk op me maakte was, in een aanliggend deel van het complex, de tombes.
De tombe van Sultan Selim II is een van de 18 tombes die er daar liggen, ontworpen door de Ottomaanse architect Mimar Sinan (1490-1588)   Ook  zijn graf (elders) hebben we bezocht.

De laatste bijzondere tempel waarvan ik hier melding van wil maken is de tempel van de 1000 boeddha’s in Frankrijk. Op (kampeer)vakantie in Frankrijk (30 km ten zuiden van Autun) kwamen we deze tempel tegen: we mochten erin.

Wat ik me daar het meest van herinner is de sereniteit. Hoewel er monniken en toeristen liepen, was er een bijzonder soort bijzondere kalmte daar.
Gestrest, luidruchtig of druk; als je op het complex rondliep kwam er een soort rust over je, iedereen praatte zachtjes (of helemaal niet)

Er zijn veel mooie religieuze gebouwen in de wereld het bekijken waard.
Er zijn er waarin je “iets” voelt Sommigen zullen dat een goddelijke aanwezigheid noemen.
Ik zie het als een gevoel van sereniteit; een gevoel onderdeel te zijn van iets dat boven jezelf uitstijgt

Bij het instituut kerk wil ik niet horen, niet bij een bepaalde religie.
Wat ik wél wil is me een onderdeel voelen van een groter geheel, niet met etiket; geen Christendom, Boeddhisme, Islam of Jodendom of wat dan ook, maar onderdeel van de spirituele mensheid in zijn geheel; in sommige kerken voel je dat; het onderdeel zijn van.. iets groters.

Het paaltje, met aan alle vier de kanten deze tekst, staat voor een kerk, maar je hoeft niet gelovig te zijn om hier even bij “stil te staan”.



Max

Een vriendin appte dat haar zus een kind had gekregen: MAX.
Meteen na dit bericht kreeg ik nog een appje van haar:
Jullie zijn respectievelijk nummer 6 en 7 die het een herdershondennaam vinden.
Helderziend die vriendin van mij.


De naam Max is afgeleid van Maximiliaan, Maximus is in het Latijn “de grootste “! Oorspronkelijk was Maximus een eretitel voor succesvolle legeraanvoerders, later werd het een eigennaam.
De vrouwelijke vorm daarvan is Maxima.

Bijzonder is de, in Nederland, bekendste Max Emilian. Bij hem is de naam Maximiliaan in stukken geknipt; Zijn volledige naam luidt Max Emilian Verstappen!
Max Verstappen is een autocoureur, een in 1997 in België (Hasselt) geboren Nederlander die sinds zijn laatst gewonnen race op het circuit in Zandvoort*) leider in de WK Formule I klassement is. (Zijn vader Jos (1972) was ooit ook een Formule I coureur. Hij behaalde in zijn carrière twee keer een podiumplaats (3de) Zijn Belgische moeder was ook autocoureur (Formido Swift Cup))

Er is nog een bekende MAX, een Nederlandse publieke omroep, opgericht in 2002 door Jan Slagter:
Hij was van mening dat “ er bijzonder weinig gedaan werd voor ouderen op radio en televisie
In september 2005 startte de omroep met zowel radio-als t.v.-uitzendingen en op 4 november 2009 kreeg de Omroep voor 50-plussers definitieve erkenning in het publieke bestel .

Er zijn, in het verleden, ook nog al wat aan de weg timmerende politici met de naam Max (ime) geweest

Max (Margrietus) v.d.Berg (1946-   ) Partijvoorzitter PvdA, Europarlementariër
Max (Maximilianus) v.d.Stoel (1924-2011), Minister van buitenlandse zaken; ambassadeur van Nederland bij de Verenigde Naties
Maxime Verhagen (1956-  )Minister van buitenlandse zaken, Minister van Economische Zaken, vice-premier
(
in Kabinet Rutte I)

max. met een kleine letter is de afkorting van maximum, een leenwoord ook uit het Latijn, dat “hoogste waarde” betekent

We kennen ook (buitenlandse) merknamen Max ; waarvan vermoedelijk de bekendste
Max Factor (make up merk) is

1.Maksymilian Faktorowicz, (1872-1938) geboren in Polen was van oorsprong een pruikenmaker. Hij had op zijn 20 ste een make-upwinkel. In 1914 perfectioneerde hij make-up voor filmacteurs en in 1927 bracht Max Factor zijn cosmetica voor consumenten op de markt

2. Max  was een historisch Frans motorfietsmerk, de fabriek Ets Motos Max maakte tussen 1927 en 1930 motorfietsen van 98 tot 496 cc .

3.Max is een gamma van Belgische fruitbieren  van spontane gisting. Het bier wordt gebrouwen in  brouwerij Omer vander Ghinste (Bellegem).
In 2011 won Kriek Max de gouden medaille op de World Beer Awards 



En dan was er ook nog een Nederlands merk MAX

4. een Nederlands automerk, een auto geproduceerd door Max Motors BV (Helmond)
In 1985 begon in Helmond de firma Kick Design met de ontwikkeling van een nieuwe, sportieve kleine auto. De productie van de auto, de Max Roadster, kwam niet lekker op gang en uiteindelijk zijn er maar 17 exemplaren afgebouwd ;  Max Motors BV ging uiteindelijk in 1993 failliet.



*) na 36 jaar was er op 5 september jl. voor het eerst weer een Formule 1 race op Zandvoort

Niet alleen sterven

Een hospice  is een instelling met een huiselijke sfeer die zich in terminale zorg heeft gespecialiseerd. Doel van de hospicezorg is de kwaliteit van leven van terminale patiënten zo goed mogelijk te houden of te krijgen in de laatste periode van het leven.

Ik kwam voor het eerste met hospices in aanraking toen mijn schoonzus terminaal patiënt was en uit het ziekenhuis ontslagen zou worden, maar niet thuis (ze woonde alleen) wilde sterven

Ik was degene die hospices ging bezoeken om te zien of ze daar sterven kon en bracht haar daarvan verslag uit. Het was een moeilijke tocht langs allerlei instellingen. Mijn schoonzus was 53 jaar toen ze was opgegeven en tot het laatst toe bij haar volle verstand. Ze wilde, als de pijn te hevig werd en ze geen kwaliteit van leven meer had, voor euthanasie kiezen.
Dát was het probleem bij de hospices, de meesten waren christelijk en wilden hier niet aan mee werken, zodat  van opname in zo’n instelling geen sprake kon zijn (dit speelde zich eind vorige eeuw af)
Slechts één hospice kon hieraan meewerken, maar het was zo vol dat de enige plek waar ze haar op dat moment konden plaatsen een piepklein kamertje was. Na overleg met mijn schoonzus besloten we dit NIET te doen.*) Dát was mijn ervaring met hospices.

NU las ik een artikel over een  ander soort, heel bijzonder hospice: één voor verwaarloosde en terminaal zieke dieren. Alexis Fleming, gediagnosticeerd met de ziekte van Crohn ( chronische ontstekingsziekte van de darm) had veel pijnen, kon niet werken en zat, naar eigen zeggen veel op internet. Daarop vond ze een site over gedumpte, mishandelde honden met slechte gezondheid, die afgemaakt zouden worden. Dit trof haar zo dat ze een fundraisingsite opzette. Deze werd een enorm succes en uiteindelijk is hieruit haar hospice voor dieren ontstaan; het schijnt het enige hospice voor verwaarloosde en terminaal zieke dieren ter de wereld te zijn.

Ze schreef er ook een boek over: “No life too small”.
Het hospice is in Schotland: in Kirkcudbright, een havenplaats aan de rivier de Dee.

In het artikel over Alexis en haar hospice trof me één alinea zeer.
Alexis vraagt zich, bij het overlijden van elk dier altijd af “Wat precies maakte jou nou jou?”
Ze weet het antwoord niet.

Ik vind het een heel mooie gedachte om, als er iemand gestorven is, je, als nabestaande, af te vragen Wat maakte DIE persoon nou precies DIE persoon?
Een na(her)denken over dié persoon,  over zijn of haar specifieke kenmerken, die onderscheidend waren.
Ik neem deze gedachte mee in mijn verdere leven.



*) Mijn schoonzus heeft gekozen voor euthanasie en mocht uiteindelijk in het ziekenhuis waar ze lag sterven met ons om haar heen. Ze is vredig ingeslapen.


Geen kleur

Zwart en wit zijn eigenlijk geen kleuren: wit is alle kleuren bij elkaar opgeteld, zwart is de afwezigheid van kleur

Wit wordt geassocieerd met licht, goedheid, onschuld, zuiverheid en maagdelijkheid.
Het wordt beschouwd als “de kleur“ van perfectie, van vlekkenloosheid *)
In de kleurenpsychologie is wit de “kleur“ van een nieuw begin.
Wit wordt ook, van oudsher, geassocieerd met religie; heilige personen worden vaak afgebeeld met een wit licht; de Heilige Geest wordt als witte duif afgebeeld en doopjurken waren (zijn?) vaak wit.

Niet al het wit wordt als positief ervaren: spoken worden in veel culturen als witte, negatieve gedaantes afgebeeld en witte wieven en schimmen laten over het algemeen géén positieve indruk achter.
Als je deze witte uitingen als engelen ( ook wit) wilt zien, geeft dat een heel ander gevoel.

In de Chinese symboliek is wit de “kleur“ van de ouderdom en in China én in Afrika is wit ook de “kleur“ van de rouw

Uitdrukkingen met “wit” hebben wel vaak een gunstige betekenis:

De prins op het witte paard (de man van je dromen)
Een wit voetje halen ( in de gunst proberen te komen)
Een witte raaf (zeldzaamheid)
Er is witte rook (de uitslag is bekend)

In de natuur zijn veel witte dingen, behalve bomen, planten en bloemen zijn er ook witte zaden, witte paddenstoelen en witte stenen/rotsen

In de lente staan er veel (fruit) bomen in bloei, soms in het rose, maar vaak ook stralend wit:

en ‘s winters is er natuurlijk witte sneeuw, soms ijshaar, wolken en wit schuim op de golven.
Ik ben weer even in mijn fotoarchief gedoken om witte natuur op te zoeken.

En natuurlijk zijn er ook witte dieren. Onderstaande de witte dieren die IK ooit tegen kwam (en fotografeerde)

Kleurloze weetjes

* Pasgeboren baby’s zien alleen contrasten, na 4 weken begint een baby kleur te zien, dat begint met ROOD
* Als je alle tinten van een kleur meetelt kom je in totaal op miljoenen verschillende kleuren uit
* In 90% van de gevallen is een plafond wit;
* Lakens zijn in hotels altijd wit omdat witte lakens hun kleur niet kunnen verliezen en er daarom er altijd fris en schoon uitzien
* Pas sinds 1920 is een witte trouwjurk in de mode (daarvóór trouwden veel bruiden in het zwart)
* De vroegere koning Wilhelmina en haar man hadden allebei een witte begrafenis.
“Want”, zo zei koningin Wilhelmina eerder” Wij hebben beiden de geloofszekerheid, dat de dood de ingang tot het leven is en elkaar daarom beloofd, dat onze begrafenis geheel in het wit zou geschieden”


Begrafenis voormalig koningin Wilhelmina

Buiten blijven

Afgelopen week heb ik 2 keer een tijd op een bankje voor het ziekenhuis moeten zitten wachten, want door de Corona mag je, ook al moet je geliefde wél naar binnen, niet mee het ziekenhuis in.( niet dat iedereen zich daar aan houdt, zo merkte ik)

Zittend vóór zo’n ziekenhuis zie je heel wat!
Op de draaideur hangt een papier geplakt, weinig mensen houden zich aan dit verzoek (gebod?) ook het witgejaste ziekenhuispersoneel dat terug komt van pauze loopt met zijn tweeën de draaideur in!

Een uitzondering was een middelbaar stel dat hand in hand kwam aanlopen. Ze lazen het bordje en hij liet haar galant als eerste door de draaideur gaan en nam het volgende draaideurvak.

Ook de regels op het grote bord worden, wel gelezen, maar niet altijd nagevolgd.
Een oudere dame met haar dochter en kleindochter komen naar het bord, 2 van de 3 lezen het bord en de middelste (qua leeftijd) zegt ”Kom alleen! Jah doei” waarop ze alle drie de draaideur stappen! (dat zijn dan 2 regels niet nagevolgd!)

Een wit elektrisch open karretje rijdt over de parkeerplaats en brengt desgewenst mensen naar de ingang, of terug naar hun auto. Nogal wat mensen weigeren:  “De auto staat daar “  en ze wijzen naar een plek vlakbij, ze lopen wel.

Een oude dame stapt uit en maakt een praatje met de chauffeur, vlak voor mijn bankje.
– Ik vind het net een terreinkarretje zoals vroeger in een pretpark, zo gezellig. Leuk dat u dit doet –
De chauffeur zegt dat vooral kleine kinderen en mensen vanaf de bushalte dit ritje waarderen, de rest wil vaak liever lopen. – Ook goed –
En daar gaat hij weer met zijn bijna geruisloze karretje.
De dame knikt naar mij “Ik vind het ontzettend leuk, krijg bijna een feestgevoel”
Ze doet haar mondkapje voor en verdwijnt door de draaideur. Alleen.

Er komt een beveiligingsman, duidelijk te herkennen aan de zilveren V op zijn donkerblauwe jasje, naar buiten. Hij loopt naar de parkeerautomaat waar op dat moment net een wit busje komt aanrijden.

De parkeerautomaat wordt geleegd, door het geluid krijg ik een associatie met een uitkerende gokkast.

Een auto stopt vlak voor me, een oudere dame stapt uit en een oudere heer volgt moeizaam.
De man is duidelijk niet in zijn hum ”Ik ga NIET in een rolstoel zitten”
De oudere dame kent hem kennelijk langer dan vandaag en geeft het op “Dan niet, ga maar lopen dan”
Ze loopt en ondersteunt hem door de draaideur. Verstandig denk ik, want de heer ziet er niet uit of hij alleen rechtop kan blijven staan. Even later komt de dame alleen naar buiten en rijdt haar auto naar de parkeerplaats. Ik kan niet zien of ze haar partner toch in een rolstoel heeft geparkeerd en als ze terugkomt van het auto wegzetten en de draaideur doorgaat, uit mijn gezichtsveld, bedenk ik zelf hoe dit verder afloopt: Wel of niet in de rolstoel?

Er zijn nogal wat mensen die bellend naar buiten komen.
Mijn lief hoeft dat niet, ik zie hem meteen als hij de draaideur (alleen) uitkomt; hij kan“ alles “meteen aan me vertellen.

Tuinbeelden

Mensen zetten, behalve planten en bomen, van alles in hun tuin, kikkers (bij de vijver) tuinkabouters met kruiwagentjes en/of hark, maar ook beeldjes/beelden
Beelden van Boeddha en boeddhistische monniken (shaolin) zijn razend populair, maar ook al andere “realistische” kunst, zoals dieren doet het goed in tuinen.

Ik heb een paar tuinbeelden her en der gefotografeerd om een idee te geven wat er zoal in Nederlandse tuinen staat.

Er zijn ook (steeds meer) mensen die hun vóór (en soms ook achter) tuin volplempen met grind of tegels, vanwege het weinige onderhoud. Zo jammer! En vaak slecht voor de afwatering
Die tuinen fotografeer ik niet, ik word er verdrietig van; een “koude” tuin noem ik dat.
Je kunt een tuin met kabouters, beelden of kikkers niet mooi vinden, maar het heeft wel iets “ warms“

Er zijn hele aparte “kunst uitingen” in tuinen gezet, vaak in achtertuinen die je als passant NIET ziet, maar een enkele keer vang je er een glimp van op

Soms staat een tuinbeeld klaar om te fotograferen, maar is de plek te gênant, omdat het tuinbeeld in de voortuin staat en mensen achter de ramen naar buiten zitten te kijken.
Die “beelden” houd ik dan maar in mijn hoofd, dié beelden kan ik helaas niet delen)

Buitenlandse slagers

Als mijn lief in de tajine (aardenwerken stoofpot) wil koken ga ik, voor lamsvlees, meestal naar de slagerijafdeling van een Turkse supermarkt.

De eerste keer dat ik er kwam en vroeg of hij lamsvlees had en hij ja zei, zag ik dat hij de hapklare blokken uit een bak haalde waarin ook kruiden zaten. Ik vroeg of hij ook ongekruid lamsvlees had.
Hij zette grote ogen op; – Ik kruidt goed –
Ik verzekerde hem dat het daar niet aan lag, maar dat mijn lief zelf het vlees wil kruiden, elke keer weer anders afhankelijk van het recept.
“Wat maakt hij dan?”
Ik zei dat ik niet weet hoe de recepten heten, maar dat er deze keer met, behalve lamsvlees, ook abrikozen, rozijnen en noten in gingen (die had ik net gekocht)
Hij keek me bevreemd aan.
Ongekruid lamsvlees had hij niet “klaar” liggen, maar hij kon het wel verzorgen. Kon ik om 4 uur terugkomen? Dat kon ik. Dat deed ik.
Het  vlees en ook het gerecht, waren heerlijk.

Ongeveer 3 weken later kwam ik weer in de winkel en vroeg of hij ongekruid lamsvlees had, hij wees naar achter, waar zijn zoon in het slagerijgedeelte stond.
De vader riep iets Turks naar de zoon, waarop de zoon in het Nederlands terugriep ”Ongekruid? Waarvoor dat dan?”
Het Hollandse antwoord van de vader deed me glimlachen ” iets met muesli of zo?”
Kennelijk hadden onze ingrediënten hem een associatie met muesli gegeven.
Ik kreeg ongekruid lamsvlees in blokjes!

De Turkse supermarkt is weg, er is nu een soort snackbar in het pand gekomen.
Dus moest ik op zoek naar een andere “lamsvleesleverancier”.
Ik vond er één, deze keer een Marokkaanse supermarkt met slagersafdeling.
Lamsvlees? Ja dat had hij.
Ongekruid? Ja, natuurlijk ongekruid. Hij pakte het vlees en ging het voor me in blokjes snijden.

We raakten aan de praat en ik vertelde dat wij zo’n 3x per week vlees aten.
– Dat is meer dan wij –  
Dát was niet het antwoord dat ik van een slager verwachtte.
Hij vertelde dat in Marokko heel veel arme mensen wonen die nooit vlees aten; zij vroeger ook niet.
Nu, hier in Nederland slechts 2x in de week, ook om het “bijzonder” te houden.
– Wij , islamieten, eten veel vis. In Marokko kleine visjes, maar in Nederland hebben ze veel soorten vis, ook grote zoals heilbot –
Hij glunderde:  – Wij, in Nederland zijn de beste in vis!-
Ik glimlachte ook.

Hij had zich in ons korte gesprekje tot de Marokkaanse gemeenschap, tot de Islamitische -en tenslotte ook  tot de Nederlandse gemeenschap gerekend!
Over integreren gesproken!
Ik ging met een zakje brokken lamsvlees naar huis

Het gerecht was weer heerlijk met een enorme variatie aan geuren en smaken ( de meeste kruiden kwamen vers uit de tuin)
Lekker vlees, goede slager.
Daar komen we terug!





Op de plek van….


Er zijn gebouwen die me intrigeren. Wanneer zijn ze gebouwd? Waarvoor?
Wat is hun geschiedenis?
Soms duik ik erin en probeer e.e.a. te achterhalen, zoek ik foto’s, probeer zelf foto’s van het NU te maken.
Vandaag Hilversum: Landgoed Quatre Bras

In 1898 betrok Geert van Mesdag (1863-1939) de fraaie villa “Quatre Bras” in Hilversum.

Geert was een zoon van een apotheker uit Groningen. Na het diploma van de Openbare Handelsschool te Amsterdam behaald te hebben, werkte hij vanaf 1883 enige jaren op handels- en fabriekskantoren te Groningen In verband met werk bij een vlasspinnerij vertrok hij ook een tijdje naar Belfast. Na zijn terugkeer werd hij deelgenoot bij een theefirma.
In 1889 ging hij werken bij de firma van Houten (Chocoladefabriek te Weesp) en in 1893 werd hij tot beherend vennoot benoemd.
Van Mesdag zat niet stil; hij was in 1903 een van de initiatiefnemers van de vereniging “Centrale Raad voor Hulpbetoon en Armenzorg”( tot aan zijn overlijden  was hij voorzitter)
Hij was tussen 1915 en 1919 lid van de Hilversumse Gemeenteraad.
Hij zat verder in vele besturen; hij was commissaris van de Spaarbank in Hilversum, van de  Maatschappij voor Hypothecair Crediet in Nederland én van Zuidhollandsche Bierbrouwerij.


Kortom een actief lid van de gemeenschap
Er is niet voor niets, niet ver van zijn vroegere landgoed Quatre Bras in 1955 een randweg aangelegd die zijn naam draagt.

.
Geert van Mesdagweg

Zijn landhuis, ontworpen door Abraham Salm, op een landgoed in Hilversum noemde hij “Quatre Bras” (viersprong) Hij verbleef er tot 1920.




Op het landgoed stond verder, eveneens in Chalet-stijl een tuinmanswoning (ontwerp E.Verschuyl-1902)
Deze woning staat er nog


Het landhuis Quatre Bras (ca.1898)  is er helaas niet meer; het werd na de oorlog afgebroken om plaats te maken voor een woningcomplex (27 appartementen, ontworpen door W.M. Dudok (1884-1974)*)

Dit complex staat nog wel op die plek, die toepasselijk Parkflat Quatre Bras heet ; het is een gemeentelijk monument [aan de rand van de villawijk Trompenberg]

Het koetshuis ( 1902,eveneens naar ontwerp van A.Salm) heeft in 1932 zijn functie verloren, koetsen waren  toen in onbruik geraakt. Er  heeft nog een tijd een garagebedrijf ingezeten

In 1953 kocht de remonstrantse gemeente het koetshuis en nam het na een grondige verbouwing in gebruik als kerk: de remonstrantse kapel.

In het torentje boven de ingang kwam een luidklok te hangen, die afkomstig was van een landhuis uit Loosdrecht.






*) Tevens bouwmeester van het Raadhuis in Hilversum