Vrouwenpraat

Gedurende een vrouwenleven worden ca. 11.000 tampons of maandverbanden gebruikt. Op vrouwelijke hygiëne producten hoeven geen ingrediënten te staan.
Als dat wél zo zou zijn zouden wij vrouwen weten dat zo’n 90% van bv. maandverband, van plastic. synthetische materialen, kleurstoffen en latex  is gemaakt.
Tampons schijnen vaak van met pesticiden bespoten katoen óf met chloor gebleekte kunstzijde te zijn gemaakt.
Al dat spul komt bij ons afval terecht: meer dan 45 miljoen menstruatieproducten worden per jaar weggegooid!

Onlangs las ik een artikel over Natracare: natuurlijke tampons met 100% biologisch katoen; plasticvrij maandverband en natuurlijk incontinentiemateriaal.
Op zich al best bijzonder.
Ik las dat HUN materiaal te composteren valt! Dan niet in de groene bak, maar een eigen bruine compostbak maken, waar behalve de Natracare spullen ook karton en snoeihout in mag.
Het schijnt 18 tot 24 maanden (in goed afsluitbare bak i.v.m. ongedierte) te duren voor het gecomposteerd zal zijn, dan kan het “terug in de grond om toekomstige plantengroei zo goed mogelijk aan t sporen”

De  Britse eco-pionier Susie Hewson  begon zo’n 30 jaar geleden grote merken van maandverband aan te zetten om “andersoortige” minder schadelijke materialen in hun producten te verwerken. “Ze vocht een verloren strijd” zoals ze zelf zei.
pefcUiteindelijk is zij zelf begonnen met iets dergelijks te ontwikkelen én het is haar gelukt via een natuurlijk bleekproces en met gecertificeerde biologische ingrediënten Natracare op de markt te brengen.Natracare producten zijn bovendien met PEFC *) en
FSC
fsc**)gecertificeerd duurzame houtpulp vervaardigd én bevatten biologisch afbreekbaar GM-vrij ***) plantenzetmeel.

 

 

 

*) Endorsement of Forest Certification Schemes of PEFC International is een onafhankelijke niet-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk die het duurzaam beheren van bossen promoot via onafhankelijke certificering door derde partijen.
**) Forest Stewardship Council
*** ) GM vrij =Genetische modificatie vrij

 

 

Voornaam

Het is bijna een wettigmatigheid dat je in een wachtkamer bladen (magazines) leest die je anders nóóit lezen zou.
Zo ook vanmorgen. In de wachtkamer lagen (netjes opgestapeld) naast een beeldschoon bloemenarrangement 3 stapeltjes met bladen.
De bovenste zag er glossy uit en heette: Jan.
Ik las er hoe “men” (beroemdheden? Niet bekend bij mij!)  woont, zich kleedt en zich opmaakt.
Ik had het blad snel uit en moest nog wel wachten. Ik zocht in de colofon naar welke JAN dit blad genoemd was, maar ik vond het niet. Ik weet dat Volendamse Jan Smit ooit een blad heeft gehad, maar ik dacht dat ik “ergens” gelezen had, dat het maar éénmalig was geweest. (Dit blad leek me ook niet echt zijn stijl).

Ik vroeg het aan de receptioniste. Zij dacht dat het Jan des Bouvrie was.
Dát zou kunnen, meer zijn stijl én ik had “ergens in het blad” een commentaar van hem gelezen.
Servicegericht als de receptioniste is, keek ze het op internet even  voor de zekerheid na.
Wat blijkt : JAN betekent Just Another Name en bestaat sinds 2005.
Dank je wel Saskia!
Thuis zag ik dat het een “no-nonsense glossy voor vrouwen boven de 30” is.
Dan ben ik dus WEL de doelgroep, zowel de no-nonsense als 30+.

En passant vertelde Saskia ook nog dat er behalve de LINDA ( mij bekend) ook nog de Wendy (niet bekend) bestaat en dat dit blad ook wel eens op hun leestafel ligt.
Wat betreft bladen met voornamen ken IK nog de Margriet (NIET naar “onze” prinses genoemd, het blad is ouder dan de prinses! Misschien is de prinses naar het blad genoemd?) de Eva en de Catherine ( beide nooit gelezen; de laatste is alweer ter ziele geloof ik)

arminiusHet enige blad met een eigennaam waar ik, bij mijn weten, ooit  geld aan uitgegeven heb, was het blad Arminius ( Arminius is de latinisering van Hermanszoon )
Het was een glossy (2010) waar op de cover een rode ronde sticker zat met: Nummer 1 en dat blijft zo.
Persoonlijk vond ik dat jammer! ‘n Interessant goed leesbaar blad.

Ik blijf dus alleen in wachtkamers bladen met de namen van “tv-persoonlijkheden”  doorbladeren.
Ik ga, nu ik weet dat er ook een Wendy bestaat, er wel naar uitkijken.
Op de leestafels van wachtkamers dan!

Pakketpost

Ooit was er een postkantoor in het  dichtstbijzijnde dorp.
Dát postkantoor verdween en er werd een hoek bij de sigarenboer ingeruimd voor Postzaken.
De sigarenboer werd Primera en het loket werd een bijna volwaardig postagentschap.
Tot……..

postnl-logoik  gisteren de Primera inkwam met mijn, te versturen, pakketje,  Een dame die er al heel lang werkt kwam op mij af, keek me aan en zei: “Ik ga u niet blij maken”.
Ik probeerde het nog met een kwinkslag ”Hoe weet je dat zo zeker?”
Ze keek me aan en zei: “Wij kunnen u niet meer helpen met uw pakketje, wij zijn geen postagentschap meer”.
Ik deed alsof ik mijn pakketje weggooide: “Oké, dag dan maar”
De Primerabaas kwam erbij staan;, MIJN klanten liepen de deur uit omdat het zo druk was, rijen voor de balie en ik verdien amper wat aan dat postgedoe”.

Ik snapte het.
Wat nu?
“De fietsenman is er ingestonken, zij doen nu de pakketpost. Ik ben benieuwd voor hoe lang”
Aha, ik zou mijn pakketje dus wel “kwijt” kunnen.
Maar waarom zou de fietsenman het wél doen? Vroeg ik me af? Meer”loop” in de zaak?
Maar als ik nu voor het eerst, door mijn pakketje in die winkel kom, wil dat toch niet zeggen dat ik er ooit een fiets ga kopen?
“Ze komen er nog wel achter” zei de Primerabaas. “Het wordt er druk, ze komen niet meer aan hun eigen werk toe en ze krijgen amper verdiensten”
Ik sloot de discussie en ging naar de fietsenwinkel
In een hoek van de zaak was een stuk afgeschermd met planken, waar ik pakketten kon zien liggen. Ervóór was een soort lessenaar met een weegschaal erop, een mapje NL POST papieren onderop en een jonge fietsenmaker erachter.
Er was één mevrouw voor me; het duurde lang, het was kennelijk nog de aanloopfase.
In de tijd dat ik stond te wachten was een andere jongeman een fiets aan het repareren en kwamen er 3 mensen achter me een “rij maken”.

Ik gaf mijn pakketje af, hij legde het op de weegschaal en drukte op allerlei knopjes, aan mijn kant van de weegschaal waren 3 bedragen te zien. Twee daarvan zou ik ZEKER niet betalen.
Voor het laagste bedrag kwam mijn pakketje weliswaar in Engeland maar zonder dat ik het kon traceren onderweg, (T&T) vertelde de kersverse postman (jongen) me.
Ik vond het allemaal prima.
Ik heb (nog) vertrouwen in Post NL dat ze beloven wat ze doe zonder dat ik ze digitaal in de gaten houd.

Ik ben nog even langs de Primera gefietst en binnen gezegd, dat ik geen fiets heb gekocht,zelfs geen bel. Ik kreeg een duimpje!  Primera gaat me een stuk minder zien!

Reclame voor Nederlandse kaas

frau antje
In 1961 ontstond Frau Antje; een Nederlands kaasmeisje, een reclamefiguur bedacht door het Nederlandse Zuivelbureau. Frau Antje moest Nederlandse kaas in Duitsland populair maken.
Sindsdien zijn er vele reclameuitingen bedacht om Nederlandse kaas aan de man te brengen

In een winkel zag ik onlangs reclamekaartjes voor kaas.
Nieuws- en leergierig als ik ben, nam ik ze mee. Het bleek om een kleine kaasmakerij van familie en vrienden te gaan, die elke dag zij aan zij rond de tobbe staan om prachtige kazen te maken.
Bij zo’n tekst heb ik meteen een beeld;  een gezellige familie, samenwerkend om een mooi product te maken. De tekst gaat verder: kazen met een natuurlijke korst die Italië in herinnering brengen.
Dát hadden ze nou net NIET moeten schrijven.
Ooit was er een reclame over Italiaanse pasta, hoe dat gemaakt werd, beelden van een Italiaanse mama met familie die in een pan stonden te roeren.
T.v. programma Keuringsdienst van Waren is daar achteraan gegaan en ontdekte dat het een bijna volledig geautomatiseerde fabriek was waar de pasta werd gemaakt.
Niks Italiaanse mama, niks gezellig familieleven, allemaal show.
Sindsdien ben ik wat huiverig als er mij in prachtige bewoordingen een beeld geschetst wordt van hoe romantisch, idyllisch een product wordt gemaakt.
De waarheid wordt geweld aan gedaan om potentiële kopers maar te lokken.
(Reclame werkt! Anders zou er geen reclame meer gemaakt worden.)

Nog even de kaartjes: we bereiden kazen in de Hollandse polder, van rijke Nederlandse smaak. En bergen liefde. Nu gaan ze, wat mij betreft echt over de top, maar….
In de reclame wereld geldt: Decipi vult mundus, ergo decipiatur:  De wereld wil bedrogen worden laat zij dus bedrogen worden.

Ik geloof niet zo in familie en vrienden die elke dag, met bergen liefde, zij aan zij rond de tobbe staan om die kaas te maken, maar ik kan wél proeven of die kaas lekker is.
Of “stink ik er dan in” en doe ik waar de reclame voor bedoeld is mij (en anderen) aanzetten tot koopgedrag?
Ik ben er nog niet uit.
Voorlopig bewaar ik die kaartjes even, wie weet koop ik die kaas toch nog veel eens
( als ik trek heb in kaas met bergen liefde  )

 

Ikea

Wij waren deze week bij Ikea.
Wij komen zelden bij Ikea. Niet omdat we het geen leuke winkel vinden.
Integendeel ze hebben leuke spullen voor een betaalbare prijs, maar we hebben gewoon niets nodig. En in een winkel lopen om alleen te kijken is niet zo “ons ding”.

Nu waren we er met zijn vieren. Twee mensen die wilden ideeën op doen en kijken naar een aantal dingen om te bedenken of ze dat zouden willen aanschaffen en/of ervoor sparen. Wij waren mee.

En zoals het wel meer gaat: zij kochten niets en gingen thuis overdenken en wij (die niets nodig hadden) kwamen met wat dingetjes thuis! De (gratis) gids ging met het andere stel mee naar huis en wellicht gaan ze later (via internet) bestellen.

Eén van die dingetjes die wij meenamen was een bamboe standaard.
Al jaren wil ik “iets” hebben om soms een plaat, boek of foto op neer te zetten. Deze was precies goed.

Het was er behoorlijk druk (wanneer niet) Veel mensen doen daar ideeën op en kopen/kijken-naar niet alleen meubels, gordijnen of bedden, maar ook snuisterijen.

In het restaurant dronken we wat, goede koffie, lekker gebak. We moesten tenslotte onze aankoop en de ideeën van de anderen vieren.

 

Waarschuwing!

Als je, op een zaterdag, aan het eind van de middag langs een oliebollenkraam rijdt en onweerstaanbare drang krijgt om oliebollen of appelflappen mee naar huis te nemen: weersta die drang!

Mocht je tóch stoppen en gaan kopen, kijk goed in de vitrine! Zie je daar maar een handjevol oliebollen en/of appelflappen liggen, keer dan alsnog om! (het zijn niet voor niets de laatste!)

Kun je de drang NIET weerstaan en kocht je voor € 4,- 2 appelflappen; gooi ze thuis in de vuilnisbak.

Vind je dat zonde van het geld en ga je ze  ’s avonds voor de bij de koffie toch “even oppiepen” en lekker warm nuttigen: ruik dan goed! Als  ze, op een servetje, onder je neus komen om de eerste hap te nemen en ze ruiken ranzig: gooi alsnog weg! Alleen het laatste stukje weggooien omdat de flap enorm tegenvalt is niet genoeg!

Twee derde opeten is al genoeg om boven de w.c. pot te moeten hangen en de halve nacht kotsmisselijk te zijn.

Neem deze les ter harte. Ik deed het niet en zie waar het mij bracht!
kots

Handige hulpmiddelen

Vaak verbaas ik me over wat tegenwoordig technisch beschikbaar is aan hulpmiddelen voor ouderen of zieke mensen.
Mijn (toen) ernstig zieke broer had een “bijzondere” telefoon  met een SOS armband waarmee met één druk op de knop, een noodbericht naar een voorgeprogrammeerd nummer kon worden gestuurd. Nam díe persoon niet op, dan belde de telefoon zelf nummer 2 van de lijst en zo verder. Nam er wél iemand op dan kon die persoon praten met mijn broer en  kon hij ook terug praten zonder dat mijn broer de hoorn oppakte.

Gisteren was ik bij een iemand die alleen woont en slecht horen kan. Hij had een flitsbel. Dus toen ik op de bel drukte flitste er in zijn huiskamer een blauw licht, waarna hij naar de deur kwam.
Ook op de voordeur zag ik iets “bijzonders”. Er werd me uitgelegd dat dit een sleutelkluisje was.
sleutelkluisOók dat had ik nog nooit gezien. Er zit een cijfercode op die iemand (bv de thuiszorg) krijgen kan.
Door het intoetsen van die code gaat er een klepje open en komt de sleutel te voorschijn, daarmee kan de voordeur geopend worden als de persoon die er woont zélf niet naar de voordeur komen kan (de sleutel kan, na binnenkomst, weer terug in het kluisje, klaar voor de volgende gebruiker)

Steeds meer (zieke) ouderen wonen nog op zichzelf en willen dat vaak graag zó houden, soms hebben ze wel zorg nodig. Dat kan uit hun eigen netwerk zijn, familie, buren, vrienden, maar ook thuiszorg of een maaltijdservice.
Mijn schoonzus vrijwilligde indertijd voor Tafeltje-dekje, maar ik hoorde nu ook van een andere maaltijdservice : Uitgekookt ( geweldige naam vind ik!)

En  er zijn dus  technische hulpmiddelen die ouderen in staat stellen langer thuis te blijven wonen. Ik denk dat de bedrijven die deze spullen ontwikkelen en/of verkopen ook een grote markt hebben!
Even wat cijfers: 

  • Op 1 januari 2018 waren er ruim 779.000 mensen In Nederland van 80 jaar en ouder, wat neerkomt op 4,5% van de bevolking  (volksgezondheidsinfo)
  • In 2019 is voor het eerst de helft van de volwassen bevolking van Nederland ouder dan 50 jaar (cijfer CBS)
  • In 2019 stijgt het aantal 65-plussers tot boven de 3,3 miljoen (generationjourney)
Uitgelicht

BlablaBus

Gisteren, op weg naar de Achterhoek kwamen we, op de snelweg een Blablabus tegen.
Ik had nog nooit van een dergelijke bus gehoord, dus ben ik eenmaal thuis eens opgaan zoeken wat dat voor een bus is.

blablaEen dochter van de Franse Spoorwegen Ouibus ( Opgericht in 2012) is begonnen met het concept; een langeafstandcarpooler.

Er zijn ritten van Amsterdam naar onder andere Brussel, Parijs en Londen met een tussenstop  in Antwerpen, De nieuwe internationale busdienst rijdt via zestien routes door de Benelux. De startprijs voor een ticket van Amsterdam naar Brussel is vijf euro. In de bus zijn stopcontacten,toilet én is Wifi beschikbaar.
Ik heb even een voorbeeldje gezocht: Amsterdam-Sloterdijk naar Parijs ,vertrek om 7.00 uur aankomst Parijs 15.15uur  prijs € 22,- óf
10.00 uur vertrekken en 21.30 aankomen in Parijs en € 23,- betalen.(Ik denk dat die laatste bus een “ommetje”maakt)*

In Nederland rijdt de  BlaBlaBus in eerste instantie van en naar AmsterdamSloterdijk, Schiphol, Utrecht, Rotterdam en Den Haag en “binnenkort”(las ik) naar meer dan 400 bestemmingen in tien Europese landen.

Met de inzet van langeafstandsbussen gaat BlaBlaBus de concurrentie aan met FlixBus**)(intercity bussen van een Duits bedrijf)  en Eurolines, een groep van 29 onafhankelijke busbedrijven die samen het grootste langeafstandsbuslijnen netwerk van Europa (opgericht in 1985)  hebben.

Door de kleuren van de bus valt de Blablabus flink op.
Ik heb niet kunnen uitvinden waar de Franse de naam vandaan hebben: Blabla.
In het Nederlandse woordenboek staat bij blabla, geleuter, gezever, gezwam.
Het Franse (online) woordenboek komt met “opgeblazen gezwets”
Er moeten toch meer betekenissen zijn wil je een busonderneming zó noemen?

 

*) Zie https://www.busbud.com/nl/bus-schedules-results/u173zq/u09tvm?outbound_date=2019-10-29&adults=1

**) Flixbus noemt zichzelf het grootste busbedrijf ter wereld met 45 miljoen passagiers in 2018, waarvan 3,5 miljoen mensen in Nederland.

Kijk & Grijp groente en fruitkraam

Een leus vroeger was “Op de markt is je gulden een daalder waard
Er werd  door mijn  ouders veel (voornamelijk groenten en fruit op de markt gekocht)
Tas mee, waar met name het verse fruit door de marktkoopman ingekieperd werd.

Toen we pas getrouwd waren was er geen markt in het lintdorp waar we toen woonden.
Later verhuisden we naar mijn geboortedorp, daar was woensdags én zaterdags markt.
Ik kwam er zó vaak, dat de man van de kaaskraam als hij me zag al een stukje boeren belegen kaas om te proeven afsneed en riep “Deze maar weer of iets pittiger?”

Nog weer later verhuisden we naar een klein boerendorp zonder markt. Maar met op fietsafstand een ander (groter) dorp mét een zaterdagmarkt. Daar ging ik (bijna) elke zaterdag heen toen de kinderen nog thuis woonden. Nu is dat minder omdat een tweepersoonshuishouden (veel) minder nodig heeft
Ik ben gek op markten, behalve dat het er vaker goedkoper (minder vaste lasten voor de kooplui) is, én gezellig worden er ook vaak dingen aangeprezen die je niet kent, die je mag proeven en die je voor weinig geld meteen kopen kunt.

Vandaag waren we, na heel lang, weer eens in mijn geboortedorp (mijn lief is een Amsterdammer) en omdat het woensdag was hebben we over de markt gelopen (met een linnen tasje mee!)
Een hele grote kraam wordt gerund door een familie, die een begrip is in mijn geboortedorp ( al meer dan 100 jaar voor groenten en fruit) Vroeger wachtte je je beurt af totdat de groenteman vroeg wat je hebben wilde, nu is het een grote kraam, waar je inloopt met een mandje en pakt wat je wilt, aan het eind staan 2 kassa’s en moet er gewogen en betaald worden. Een soort Kijk & Grijp Kraam.
Bij verschillende fruitsoorten ligt een schoteltje met stukjes om te proeven.
Ik pak een stukje geel fruit, heerlijk! Op het bordje erbij staat kaki.
We pakken vier van die feloranje vruchten, doen de rest van de boodschappen, rekenen af en doen het fruit (zelf) in de meegebrachte linnen tas.

Thuis gekomen pak ik het tasje van de achterbank, het laat een natte plek achter. Ook het linnen tasje is van onderen nat. De kaki’s waren “erg rijp” Twee hebben natte, beurse plekken (er lag niets bovenop!)  Dus we eten er twee meteen op (geen straf) Heerlijk.

kakiIk  ga eens kijken wát een kaki is en waar deze vandaan komt: China, de kaki heeft een dunne, gladde, fel oranje schil, oranje vruchtvlees, een uitgedroogd, groen kroontje. Een kaki is overrijp op zijn lekkerst. Lees ik  Helemaal waar!
De boom komt van nature voor in de Himalaya en in de bergen Myanmar, Thailand, Korea en Japan. Het blijkt de nationale vrucht van Japan te zijn, maar men denkt dat de oorsprong van de vrucht in China ligt. (Daar noemt men hem “Chinese pruim”)
In China wordt dit fruit geacht, hoofd-en rugpijn te kunnen verhelpen
Er is ook een soort kaki die in Israël geteeld wordt in het kustgebied Sjaron, waarnaar de vrucht genoemd is: Sharonfruit.

“Even“ op de markt geweest, heerlijk fruit gekocht én weer wat geleerd

Het milieu en U en ik; schoonheidsproducten

Een paar algemene regels (van Milieu Centraal) over schoonheidsmiddelen:

* géén drijfgassen (dus dan liever deoroller of  parfumverstuiver)

* zo min mogelijk producten met oplosmiddel gebruiken (aftershave ,nagellakremover)

* de keurmerken Ecocert Organic & Natural, Europees Ecolabel, NaTrue, Cosmebio     Bio & Eco en BDIH garanderen dat er geen microplastics (plastic soep oceaan!) in je tandpasta, creme of zo, zit.

Wil je weten of je een duurzaam*)jouw merk schoonheidsverzorging koopt óf weten welke merken wél duurzaam zijn? Kijk op https://www.rankabrand.nl/lichaamsverzorging

De botanist Yves Rocher maakt sinds 1959 *)  schoonheidsproducten op basis van planten met respect voor de natuur.

Sinds 1989 worden er géén dierproeven meer gebruikt om make up te testen.
De producten worden gemaakt van planten en bomen die op hun terreinen in Frankrijk gekweekt: Yves Rocher beschikt over 55 hectare door Ecocert gecertificeerde teeltgrond waar biologisch geteeld wordt. Al deze waardevolle planten die in de productformules verwerkt worden, worden hier geteeld en leveren voldoende grondstoffen om in de behoeften van het merk te voorzien. ( dus geen tropische regenwouden gekapt om te telen)

De foundation Yves Rocher heeft in de winter 2018/2019 30.000 bomen en struiken beschikbaar gesteld om de biodiversiteit in Nederland te versterken: Het Project Plant for the Planet. Je koopt een product en er wordt een boom geplant.
Dus schoonheidsmiddelen van deze company zijn duurzaam, goed voor het milieu en duurzaam? (Ik vind nergens andere informatie over dit bedrijf***)

 

*)  Voor de vergelijking is gekeken hoe de merken presteren op klimaat, milieu, duurzaamheid en diervriendelijkheid.
**)
Nu leidt zijn kleinzoon dit bedrijf met 16.000 werknemers
***) Wel klachten over te late levering, niet werkende producten en mindere service, maar geen kritische opmerkingen over hun duurzaamheidsbeleid!