Verdwijnend ziekenhuis

Op 17 mei 1991 werd er een ziekenhuis Gooi Noord (bijna grenzend aan rijksweg A1)  officieel geopend, op 12 december 1990 vond de ingebruikname al plaats.

De naam Tergooiziekenhuizen ontstond op 1 januari 2006 na een fusie tussen  Ziekenhuis  Gooi-Noord (Blaricum) en Ziekenhuis Hilversum.

Tergooi, locatie Blaricum november 2022:

De vraag om in te spelen op de vernieuwingen in de zorg leidde in 2011 tot het besluit te bouwen aan een nieuwe hoofdlocatie: in Hilversum.

In principe gaat het ziekenhuis in Blaricum dus na 31 jaar al gesloopt worden! (dát lijkt mij kapitaalvernietiging)maar….. er wordt nog gepraat wát er met de gebouwen gebeuren gaat.

De ziekenhuislocatie Blaricum is verkocht aan SF Blaricum BV; vanaf 1 april 2020 huurt Tergooi de locatie voor een periode van 3 jaar, want  pas in 2023 wordt alle acute, intensieve en klinische zorg van ziekenhuis Hilversum én locatie Blaricum geconcentreerd in de nieuwbouw in Hilversum.
Ook ná de verkoop van het  Tergooiziekenhuis Hilversum huurt Tergooi Hilversum het ziekenhuis voor vijf jaar terug van de nieuwe koper.
Beide ziekenhuizen worden dus NU gehuurd van hun nieuwe eigenaar.

Een ontwerp van Wiegerinck Architectuur en Stedenbouw: de ziekenhuis nieuwbouw in Hilversum

Het nieuw te bouwencomplex bestaat uit bouwdelen A,B,Cen D en een apart zorgkliniek. Het jongste (gebouwd in de jaren ’90)  deel van het huidige ziekenhuis Hilversum blijft in gebruik als laboratorium en voor de afdeling facilitaire voorzieningen.
Er komt, bij het nieuwe ziekenhuis een parkeergarage, zodat de auto’s uit het zicht zijn.

De gemeente Blaricum, de Stichting Tergooi, SF Blaricum en DHG Behoud hebben gesproken over wat er gaat gebeuren met het, in 2023 verlaten ziekenhuisgebouw en het terrein er omheen. Behoud van de bestaande bebouwing, natuur,  een zorgfunctie én woningbouw op bescheiden schaal, waren daarbij de uitgangspunten.  
Ik kan NIET op internet vinden wat er nu ECHT gaat gebeuren op de locatie Blaricum. Naar wat ik ervan begrijp opent Tergooi MC “in principe” daar een tweede regionaal medisch centrum .








Nederlandse tuingeschiedenis

De schrijver van het eerste Nederlandse handboek over tuingeschiedenis, jonkheer Catharinus Henri Cornelis Ascanius van Sypesteyn (1857-1937) is tegelijk bedenker en ontwerper van kasteel Sypesteyn (Loosdrecht)
De tuin, behorend bij het kasteel, is zijn eerbetoon aan de verdwenen tuinkunst uit de periode vóór de belangrijke, toonaangevende 17de-eeuwse Franse tuinarchitect André Le Nôtre (ontwerper van de tuinen van Versailles van koning Lodewijk XIV, de Zonnekoning)


Henri jong en oud

We gaan even in Loosdrecht kijken omdat er in de tuin momenteel een beeldententoonstelling*) in de tuinen wordt georganiseerd.
Het kasteel is vrij nieuw, pas in 1927 klaargekomen en gebouwd op de fundamenten van een stenen huis ( volgens van Sypesteyn het ”bewijs” dat daar het kasteel Sypesteyn van zijn voorouders ooit heeft gestaan) Hij koopt daarom daar grond op en in 1901 bezit hij 6 hectare weilandgrond

De tuin is een langgerekt stuk, waarom dat zo is, zien we later op een bord: de grond is in de ster van Loosdrecht!
Het was daar ooit moerasgebied, gelegen tussen de rivier de Vecht en de Utrechtse heuvelrug. Om dit moerasgebied te ontwateren werden sloten gegraven. Die sloten werden gegraven naar de oorsprong van de Drecht, waardoor een stervormige verkaveling ontstond: Het Stergebied. Hier begint ook het Laarzenpad, een wandelroute die door het Stergebied loopt.

Er is een slottuin, een boomgaard, een doolhof en een parkbos bij het kasteel. Er staan hier bomen die tot de oudste en grootste van ons land behoren!

We lopen eerst langs de tentoongestelde beelden.

Dit is niet de enige kunst die hier te zien is, ook kunstwerkjes van de natuur: grote, mooie bomen, paddenstoelen en gekronkelde stammen en knoesten.

Prachtige hekken sluiting af, geven doorgang en staan “gewoon” voor sier!
Vanwege de overeenkomst met het hoofd- en voeteneind van een ouderwets bed, zijn deze hekken ledikanthekken gaan heten.

Jonkheer van Sypesteyn wilde oude hekken voor zijn kasteel en tuin,  dus hij kocht bestaande hekken van oude buitenplaatsen. Zoals een hek afkomstig van de buitenplaats Hoekenburg uit Voorburg.(op de oude foto staan nog de letters H.EKE.BURG )

Een ander hek heeft fantasielelies in het siersmeedwerk, waarvan we details fotografeerden.

Vroeger werd een doolhof gezien als een symbool voor de moeizame levensweg van de mens, elke tuin van formaat had er een.
Sypesteyn legde “zijn” doolhof aan op een apart stuk van de tuin, met beukhagen en een meelbesboom in het midden

In de slottuin een buxustuin met aan beide zijde een berceau (loofgang) Er heerst nu een schimmelziekte in de buxus, dit terrein is dus nu niet voor bezoekers toegankelijk (besmettingsgevaar door schoenen en/of kleding is mogelijk)

Er staan geweldig mooie bomen, voor mij spant de treurhoningboom de kroon. Oorspronkelijk afkomstig uit China en Korea (in Japan wordt deze boom op begraafplaatsen en bij tempels geplant)“Treur” in zijn naam komt van de afhangende groene takken en twijgen,  en “honing” omdat de bloeiende boom (eind augustus) veel nectar levert voor bijen.
Ook de schors van de witte esdoorn moét ik even voelen, zo gegroefd, zo doorleefd en wat een omvang!

Omdat jonkheer Sypesteyn uit was op eerherstel  van de oude Nederlandse tuinkunst wilde hij ook in zijn tuin Ars Topiaria, oftewel vormsnoei van hagen en struiken.
De taxussen die hier “op een hoopje” staan, zijn in zijn tijd in allerlei vormen gesnoeid om “later” op een andere plek in de tuin gezet te worden. Die verplaatstijd is er nooit gekomen! Dit stukje tuin, dit “taxusdepot” is dus nog precies zo als ten tijde van Jonkheer van Sypesteyn!

Van al dat wandelen en kijken hebben we dorst gekregen, dus we lopen terug naar het kasteel, waar  het terras druk bevolkt wordt (mensen die we in de tuin niet gezien hebben, daar was het heerlijk rustig!) We vinden een leuk plekje halfzon/halfschaduw (het is eind oktober en 19 graden!) en genieten van de cappuccino

De toilet is gesitueerd in het kasteel; een klein trapje naar beneden leidt naar een smal gangetje, waarin een  groot wijnrek, een borstbeeld én een harnas staat. De toilet zelf is super modern en strak.

Hoewel het eind oktober is, zijn er nog wel bloeiende planten in de tuin, zoals een roze Rododendron, Judaspenning, anemonen en nog wat andere bloemen waarvan ik de naam niet weet.

Het kasteel heeft nogal wat bijgebouwen, het lijkt me geweldig om daar te wonen (minstens één huis ziet er bewoond uit; we houden afstand)

We zien een put (afgedekt met een hekwerk) en op een rooster van een kelder is een “oud” luik gelegd (veiligheid voor alles)

Het is een leuke tuin; er is veel te zien!
Het kasteel, één van de jongste kastelen van Nederland,  staat tegenover de Sijpekerk en ziet er in ieder geval van buiten,  “oud” uit. Wat ons betreft is de jonkheer in zijn opzet geslaagd: aandacht voor de “oude” Nederlandse tuinkunst
De vlag die bij de in/uitgang hangt is een “normale ” rood/wit/blauw (fijn om de driekleur weer eens “gewoon” te zien hangen.


*) Geen namen van kunstenaars erbij en de bijbehorende lijst met namen is niet meer beschikbaar, dus (helaas) geen namen van de makers van de beelden.

Good Grounds

Gisteren was ik voor het eerst weer eens in het centrum van mijn geboortestad Hilversum, het creatieve mediadorp*) van Nederland.
Een dorp met 91.799 inwoners, meer dan 250 mediabedrijven, 30 studio’s en ca. 12.000 mensen die in de media werken.
Met ooit (opgericht 1918) de Nederlandse Seintoestellen Fabriek(NSF) van waaruit in 1923 de eerste reguliere radio-uitzending plaatsvond.

Maar er is daar méér dan alleen media.


Deze keer werd ik gewezen op: Good Grounds, geen standaardwinkel  en ook geen horecazaak, maar van allebei een beetje én meer en daardoor “anders”

Good grounds werkt met bijzondere mensen. Er wordt daar gekeken naar aanleg, niet naar beperkingen. Een sociale werkplaats met begeleiding waar bijzondere artikelen gemaakt en gekocht kunnen worden; waar (Fairtrade)koffie of soep genuttigd kan worden en waar een praatje gemaakt kan worden.

Je kunt er dus meer dan alleen iets “kopen”, ook een rits in je jas laten zetten en in het naai-atelier kun je ook je broek laten inkorten. Kopen van gereviseerde kleding kan ook,  daarvoor worden onderandere oude spijkerbroeken gebruikt. En er wordt kunst verkocht (uit de collectie van zorginstelling Sherpa) en verder nog heel veel andere artikelen, zoals een 97% biologisch afbreekbaar schoonmaakmiddel, (Marcel’s green soap) yummy gums of musthaves van Nic&Mic; kortom het is óók een mooie cadeauwinkel

Toen wij in de winkel een kijkje kwamen nemen, rook het er heerlijk;  er werd net bananenbrood gebakken.

Het logo (de letters van Good grounds) bestaat uit de kleuren rood geel groen en blauw.
Behalve rood komen de kleuren terug in de kleding van de mensen die er werken.
De uitleg hiervan  staat op een groot bord in de winkel.

Een mooie, respectvolle manier om de klant opmerkzaam te maken op omgangsvormen met de daar werkende medemens.

Er is geen naam aan dit soort winkel te geven: cadeauwinkel, horecagelegenheid, naaiatelier en sociale werkplaats dekken allemaal de lading maar gedeeltelijk.
Ik zou het een conceptstore noemen: waarbij het concept is een verzamelplaats van eerlijke producten die de wereld ietsje beter mooier maken, een plek waar bijzondere mensen werken en bijzondere dingen maken.

Good Grounds: Kerkstraat 63 – 21
1211 CL Hilversum

Ook in Veenendaal en Utrecht.



*) in de media staat altijd mediaSTAD, maar formeel is dat niet juist want Hilversum heeft nooit stadsrechten gehad en is dus een DORP.

Watertappunt

Soms wandel  je ergens en zie je iets moois, in deze tijd zijn dat vaak veel paddenstoelen bij elkaar, of één bijzondere paddenstoel, prachtig kleurende bomen en bladeren of andere dingen in de natuur.

Dát zagen wij gisteren allemaal in de omgeving van Hollandsche Rading*), maar óók een verfraaide KPN kast met opgeplakte foto.**)
Mooi en bijzonder dus ik maakte een foto van de voor- en zijkant.

Mijn lief liep een klein stukje door en  zag toen de waterpomp in het echt!
Hij liep er over een klein grindpaadje naar toe: Het bleek geen waterpomp, maar een watertappunt. Ook daar maakte ik een foto van én van het koperen plaatje erop; het verklaarde hoe dit watertappunt daar kwam.

Als we de KPN kast niet gezien hadden, hadden we zeker het echte watertappunt, in 1954 geplaatst, in 1972 gesloten en in 2009 weer hersteld, niet gezien.

Thuis zocht ik e.e.a. na.
Het bleek dat een watertappunt in 1954 op initiatief van het VVV en de gemeente Maartensdijk op de hoek van de Vuursche Dreef en de Dennenlaan in Hollandse Rading een watertap was geplaatst. ( Het bleek nodig: het fiets- en wandeltoerisme kwam in die tijd op en er werd nogal eens bij huizen aangebeld voor een glaasje water)

In 2019 kwam er een KPN kast te staan vlakbij het watertappunt, waardoor daar gegraven moest worden, planten werden weggehaald en het waterpunt  raakte bijna uit het zicht.

In het voorjaar van 2021 werd een kunstenares uit Enschede (Jet Broekstra) gevraagd of ze de KPN kast wilde verfraaien. Er werden foto’s gemaakt en eind augustus beplakten Jet en haar echtgenoot de KPN kast met foto’s.

Wij kwamen hier bij toeval langs en genoten van de aanblik. Een slimme oplossing voor een lelijke grijze, kennelijk noodzakelijke kast én een watertappunt dat ons leerde dat in 1954 al toeristen van deze omgeving kwamen genieten.

*) Hollandsche Rading is een dorp langs een spoorlijn in de provincie Utrecht en hoort bij de gemeente De Bilt  Het dorp heeft  ca. 1575 inwoners.

**) in mijn blog van 10 juni “Straatkunst” liet ik meer van deze “verfraaide” noodzakelijke kasten in het openbare gebied zien!



Streekdrachtmutsen (Ned)

Bij Nederlandse klederdracht voor vrouwen horen altijd mutsen.
Die mutsen fascineren me, van dichtbij bekeken zijn ze zo ingenieus ontworpen en gemaakt.

Eigenlijk is klederdracht niet het goede woord en moet het streekdracht zijn (het woord klederdracht betekent letterlijk het dragen van kleding).
Ik bedoelde met klederdracht de traditionele kleding die in Nederlandse gemeenschappen door een groot deel van de bevolking  gedragen werd; streekdracht dus!

Streekdrachtmutsen uit Winterswijk.

Hoewel streekdracht op het oog erg homogeen lijkt, en iedereen er hetzelfde uit lijkt te zien, zijn er wel individuele verschillen “Kledingdetails” zijn er om verschillen aan anderen te tonen: zoals arm of rijk of het onderscheid tussen een weduwe, een gehuwde of ongehuwde vrouw. 

Streekdracht uit Huizen (N.H.)

In vrijwel alle streekdrachten bestaat er een duidelijk verschil tussen de zondagse kleding en de daagse dracht.
De zondagse kleding was vaak zeer kostbaar en werd soms alléén gedragen om naar de kerk te gaan.
Ik hoorde onlangs dat in veel drachten zondagse kleding nooit gewassen mocht worden; deed men dat wél (erg smerig, vies ruiken) dan mocht deze kleding NIET meer als zondagse kleding gebruikt worden en werd het “doorgeschoven” naar daagse dracht (een dure aangelegenheid, want dat moest er wel een nieuwe zondagse dracht komen!)

Puttense boerendansers en begeleidende muzikanten

Er zijn koren en volksdansgroepen die nog optreden in streekdracht (daar heb ik ook de meeste foto’s gemaakt)

Ik las dat sommige van deze groepen de kleding zorgvuldig “namaken” maar dat bij anderen de “historische betrouwbaarheid” te wensen overlaat.

Om streekdracht ook voor de toekomstige generatie te behouden zijn op sommige plekken in Nederland klederdracht- en kostuumgroepen ontstaan; mensen die zich inspannen om de oude kleding te bewaren en die bij speciale gelegenheden aan publiek te tonen.
De oudste groep is waarschijnlijk die uit Hindeloopen (Friesland) Deze groep werd opgericht nadat in 1882 de laatste draagster van de Hindelooperdracht was overleden (eerste plaatje Philipskaarten is vrouw met muts uit Hindeloopen)

In 1911 gaf Philips een fraaie serie reclamekaarten uit met streekdrachten.
Bovenste rij: Hindeloopen, Noord-Holland en Staphorst.
Midden: Zeeland, Marken en Zeeland.
Onderste rij: Zeeland, Bunschoten en Scheveningen.

Een paar streekmutsweetjes:

*  Een oorijzer is ontstaan uit de noodzaak de muts aan het haar te bevestigen.

*  Bij de rouw werden kleuren als blauw, paars en groen  gebruikt voor “lichte” rouw
Bij zware rouw overheerst de kleur zwart. 

(rouwmuts uit Winterswijk e.o.)

  • Bekend is dat er in het midden van de 16e eeuw streekdrachten in Nederland waren helaas zijn er heel weinig tot geen streekdrachten bewaard gebleven uit de periode van vóór de 18e eeuw!

    * Er wordt vrijwel nergens in Nederland meer streekkleding gedragen, alleen in Staphorst en in Bunschoten-Spakenburg schijnen nog vrouwen in streekdracht te lopen.

    * Hoofdbedekking (vrouwen) werden en worden meestal om religieuze redenen gedragen. Maar ook om in Nederland het haar te beschermen tegen de regen.

* De daagse muts, die werd gedragen in het Zuiderzeegebied heet een isabee (zonder “staart” of  oorijzers) en werd over een ondermuts gedragen

De Nederlandse kunstschilder en theosoof Ferdinand Hart Nibbrig (1866-1915) schilderde ooit 2 Huizer meisjes die de isabee dragen

Oude begraafplaats met huiskamer

In mijn geboorteplaat Hilversum zijn een aantal begraafplaatsen: de Noorderbegraafplaats waar ook mijn vader ter ruste is gelegd, ontworpen door W.M.Dudok (1929 in gebruik genomen); de katholieke begraafplaats St.Barbara (in 1918 in gebruik genomen) een Joodse begraafplaats én de  Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Bosdrift in (ontworpen in 1889 en een jaar later aangelegd door tuin- en landschapsarchitect Leonard Anthony Springer (1855-1940)

Deze Nieuwe Algemene Begraafplaats werd in 1964 gesloten en lag vanaf die tijd rustiek stil te zijn. De graven en de bomen en struiken waren een verstild plaatje, maar de gebouwen takelden zichtbaar af, van de “aula” was het halve plafond was ingestort, waterschade te zien en meer; een heel trieste aanblik.

Daar is verandering in gekomen met de aantreding van een nieuwe directeur van de Uitvaartstichting Hilversum in 2019!
Er heeft een zeer uitgebreide renovatie plaatsgevonden en in november verleden jaar zijn de gebouwen weer in hun vroegere glorie geopend (het complex is uitgeroepen tot rijksmonument) én…..er kan weer begraven worden.

Er wordt gezegd dat de begraafplaats zelf één van de mooiste van ons land is.
Eén ding is zeker het is er prettig toeven onder de oude bomen in de verstilde, aangename rust die er heerst. Er schijnen nogal wat mensen deze begraafplaats als een soort dorpspark (Hilversum IS een dorp, geen stad!) te gebruiken; een wandelingetje en het zitten op een bankje.
 ’s Winters is het voor sommigen te koud om er buiten te zijn, zodoende is er nu binnen een mogelijkheid voor een praatje en een kopje (gratis) thee of koffie:

Er is een rouwcafé gestart (het schijnt het eerste in Nederland te zijn) De tweedeklas wachtruimte (dat had je vroeger op stations en kennelijk ook op begraafplaatsen) is daarvoor ingericht, vrijwilligers zijn er aanwezig voor de koffie en thee én een luisterend oor.

Een stukje “dood” Hilversum “leeft” weer.


Heideheuvel

Ooit was er een BBC programma “House Through Time” (nog niet zo lang geleden werd het herhaald) David Olusoga, professor of Public History, filmmaker, schrijver en presentator, “vertelt” na research in archieven, aan de hand van bouwtekeningen, foto’s en gesprekken met (familie van) oud bewoners in dit t.v.-programma een verhaal van een huis en haar bewoners. Van het moment dat het gebouwd werd tot (kort voor) het uitzendmoment

Ik vond het  fascinerende verhalen omdat je door de tijd heen en gaat en veel van deze grote Engelse huizen, gebouwd voor een rijke familie, ziet tot ze later in de tijd worden opgedeeld voor meer gezinnen. Soms wordt zo’n huis dan later weer door één familie bewoond.
Zo’n huis gaat leven; je hoort de verhalen over de mensen die er zijn geboren en gestorven.
En  je hoort de dingen die daar in die tussentijd  zijn gebeurd.

Ik moest aan dit t.v.-programma denken toen ik onlangs een stukje las over een villa in mijn geboortestad; Hilversum: villa Heideheuvel. Een “bekend” gebouw voor veel Hilversummers.
Pas nu las ik waarvoor die villa oorspronkelijk was gebouwd én welke instanties erin hebben gezeten Persoonlijk ben ik ooit in de villa  geweest , maar laat ik bij het begin beginnen.


De villa werd oorspronkelijk gebouwd in 1880 in opdracht van de Vereniging Het Witte Kruis, als herstellingsoord voor meisjes en vrouwen. Het kreeg toen meteen de naam Heideheuvel. Architect Jan de Groot ontwierp  de villa in neogotische stijl met invloeden van Moorse stijlelementen.

In de tuin van de villa stonden huisjes en lighallen waar tuberculosepatiënten in de gezonde lucht konden genezen (Hilversum was een gezonde omgeving voor tbc patiënten want ook in Zonnestraal, in het Loosdrechtse Bos was een tbc sanatorium)

Het Witte Kruis was de eerste kruisvereniging die in Nederland in 1875 werd opgericht; het heette toe nog  voluit: Het Witte Kruis, de Noordhollandsche Vereeniging tot afwering van epidemische ziekten en tot hulpbetoon tijdens epidemieën.

Na het Witte Kruis heeft Humanitas,  (Iedereen is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen handelen maar heeft daarnaast ook medeverantwoordelijkheid voor de omgeving en voor anderen) opgericht om buitenkerkelijken na de oorlog te steunen, vlak ná de Tweede Wereld  Oorlog in het voormalige herstellingsoord 350 kinderen van NSB-ers opgevangen.
Voor hen was de oorlog niet echt afgelopen, vaak zaten hun ouders vast en had hun omgeving “weinig met ze op “.In Heideheuvel werden ze liefdevol opgevangen.

In 1950  werd de villa voor f 1,- aangekocht door de Stichting Aktie voor het Astmatische Kind (St. AVAK) De villa werd toen een behandelcentrum voor kinderen met Astma.

In 1968 werd het terrein verkocht aan de NTS (Nederlandse Televisie Stichting) en in 1974 verhuisde het Astmacentrum naar een nieuwe locatie.
In deze periode komt mijn “persoonlijke” betrokkenheid bij deze villa om de hoek kijken: Mijn broer heeft ooit als  jeugdleider  in het astmacentrum gewerkt en ik ben er in die tijd verschillende keren geweest. (In die tijd waren helaas de bouwverfraaiingen, zoals kantelen en hoektorentjes al verdwenen)

Daarna maakt de villa deel uit van het mediapark en was in de villa DE Media Academie gevestigd (die Media Academie zat daarvoor in het voormalige hotel-restaurant Santbergen, waar mijn lief ooit zijn opleiding deed)  

Sinds in januari 2017, de  stekker uit de Media Academie (ter voorkoming van een faillissement) is getrokken, is het  Heideheuvelgebouw in gebruik  genomen door het MBO College Hilversum.
Op de Locatie Villa Heideheuvel worden nu voornamelijk medialessen gegeven.

Ik denk dat van dit huis (villa) na wat research, een interessant t.v. programma  te maken valt, ook voor mensen die het gebouw niet kennen.

De ex-chocoladefabriek

In de jaren dertig van de vorige eeuw betrok de N.V. Zaanlandsche Cacaofabriek v/h T. Olij & Comp een gebouwencomplex aan de Westkadijk te Nijkerk. Het complex dat ze betrokken stamde uit 1907.

Er werd van alles in de fabriek gemaakt: kerstkransjes, chocoladeletters, boterhamkorrels, flikken en pindarotsjes onder andere. Naast de chocoladefabriek zat een zoetfabriek.
Aan de achterkant van de fabriek lag de Arkervaart, daar werden vroeger de grondstoffen over het water aangevoerd.
Toen de chocoladefabriek stopte met fabriceren heeft het gebouw een lange tijd leeg gestaan, het stond al op de nominatie om gesloopt te worden, maar gelukkig begon men in 1994 met de restauratie.
Ik las:  Om het gebouw werkbaar te maken, moest er eerst een jaar gestookt worden, want het complex had tien jaar leeg gestaan. Er moest grondig worden schoongemaakt: de pindarotsjes zaten nog herkenbaar in dikke lagen smurrie op de vloer.

Ik kwam dit “vernieuwde” gebouw lange tijd geleden op het spoor toen er zich bijzondere woon- en lifestyle shops in bevonden. Allemaal onder één dak : samen De Havenaer Home & Lifestyle.
Ik herinner me een winkel van Villeroy & Boch met prachtig serviesgoed en een showroom, meer een lange gang, met allerlei soorten lampen en design brievenbussen. Ook was er een sfeervol binnenplein ( het Engelseplein*) waar je wat kon drinken
Al was de koopwaar vrij duur, je kon er ook alleen kijken, de sfeer opsnuiven en genieten.  Ik sprak toen een winkelier die vertelde dat de dropfabriek, een pand naast de Havenaer misschien ook zo’n soort sfeervol winkelpand zou worden.

Onlangs waren we in de buurt van Nijkerk, dus wilde ik graag een kijkje nemen hoe het er NU was.
Anders!
We zagen een grote Lidl aan de overkant van wat voorheen de Havenaer was.

Boven de ingang staat een andere naam, er is geen entree om in het pand te komen. Een deur door dan sta je meteen in een winkel: De parketmeester.
We lopen er binnen en vragen de dame (die de eigenaresse blijkt te zijn) wat er met het gebouw gebeurd is.
Een triest verhaal;  beginnend met de financiële crisis en het langzaam kapotgaan van winkels. De één na de ander vertrok. Villeroy & Boch heeft het nog even geprobeerd met een kleinere ruimte in het pand, maar is uiteindelijk ook vertrokken. Alleen zij hebben het, eerst met moeite, uiteindelijk kunnen redden. Het gaat hen nu (heel) erg goed, het werk valt niet aan te slepen. Behalve parket worden er ook kasten op maat gemaakt, een linnenkast, een inloopkast, maar ook een kast voor om de wasmachine. De dame vertelt heel blij dat ook haar kinderen in de zaak willen, dus dat de opvolging geregeld is.
Een hele vriendelijke, blije dame.
Zij vertelt dat het hele terrein verkocht is aan de Lidl, die nu hun huurbaas is en dat de dropfabriek nog steeds dropjes maakt.
We bedanken haar voor de info en gaan eens om het pand heen lopen.

Ook de achterkant ziet er “anders” uit dan toen het  gebouw nog de Havenaer was.
De Arkervaart ligt er nog wel als vanouds mét grote boten erin
Niet moeilijk voor te stellen dat  vroeger hier de ingrediënten voor de chocoladefabriek werden uitgeladen.
Vlakbij de Arkervaart  ligt de watertoren uit 1898.

We lopen tussen de twee panden door en kijken even bij de dropfabriek: Onze drop is herkenbaar door haar unieke harlekijntjes vorm, heeft altijd de vertrouwde zachte bite en is zo lekker van smaak dat de zak leeg is voordat je het weet. Bij ons in Nijkerk maken we drop “om je vingers bij af te likken, zo lekker zijn ze”

In 2018 is de naam van de dropfabriek verandert in BV Harlekijntjes. Daarvoor was, in 2016 Festivaldi BV, zoals de dropfabriek toen heette voor 100% onderdeel geworden van Katjes International.

De eigenaar van de panden, Lidl blijkt, zo lees ik later thuis, in 2014 een omgevingsvergunning gekregen voor het bouwen van een supermarkt aan de Ampèrestraat 5 te Nijkerk.
Mega veel parkeerruimte voor deze discountsupermarktketen Lidl én de bedrijven ( en kantoren) die er nu in deze mooie, opgeknapte voormalige chocoladefabriek zitten.
Jammer dat de  Home & Lifestylewinkels ter ziele zijn gegaan en je niet “zomaar” meer dit van binnen mooie gebouw in kan.



*) Dat was een fabriekshal die meer te redden  was en gesloopt is om ruimte te maken voor een nieuwe ruimte; het Engelseplein.

Ondergrondse rivier: The Fleet

Laatst zag ik een politieserie op t.v. waar een ondergrondse, Londense rivier een grote rol in speelde. Het was een film, maar volgens mij was die ondergrondse rivier géén bedenksel en ligt die werkelijk onder Londen.
Bekend is toch de Fleetstreet waar vroeger de Britse pers gevestigd was ( 1702 vestigde de eerste krant: de Daily Courant er)  Het laatste persinstituut dat er vertrok was persbureau Reuters (2005). Het lijkt me dat dié straat genoemd is naar de ondergrondse rivier.

Ik zocht het na en inderdaad maakte een brug over de rivier the Fleet vroeger deel uit van de Fleetstreet.

In de film “onderzocht” men de loop van de ondergrondse rivier en kwam men onder andere  terecht bij de bijzondere begraafplaats St Pancras, vroeger aan de over van the Fleet gelegen.
Een deel van de begraafplaats moest, rond 1860, wijken voor het aanleggen van de Midlandspoorlijn.

Thomas Hardy (1840-1928) de latere romanschrijver en dichter, oorspronkelijk opgeleid als architect, werkte ten tijde van de aanleg van deze spoorlijn bij het architectenbureau dat moest toezien op het verwijderen van de graven.
Toen de spoorlijn was aangelegd, bleven er honderden grafstenen over.

Hardy besloot ze cirkelvormig rond een boom op de vroegere begraafplaats te plaatsen.
Deze boom mét grafzerken heet nu de Hardy Tree!
En was dus niet voor de film, maar bestaat echt!

Ondergrondse rivier is een té mooie naam voor the Fleet nu, het is een riool. (In de film wordt ook (zogenaamd?)  het riool in gegaan)
Hoewel nauwelijks ergens te zien, schijnt the Fleet nog wel te horen te zijn in Raystreet, bij de putdeksel vóór een pub

Fascinerend, een ondergrondse rivier in Londen die ooit uit helder water bestond.
Toen de stad Londen echter groeide vervuilde de rivier al snel.
In 1728 schreef dichter Alexander Pope in the Dunciad een stuk over the Fleet, waarin al ”een stroom van dode honden” voorkwam. Dus tóen al een ernstig vervuilde Fleet!
Er schijnt een river Fleet wandeling te zijn zie  https://livinglondonhistory.com/the-lost-river-fleet-a-self-guided-walk-and-map/.


Een koperen plaat omstreeks van omstreeks 1559 met daarop een stuk van de Fleet, stromend onder de Holborn- en Fleet- bruggen, langs Bridewell Palace de Theems in ( Bridewell Palace, ooit gebouwd als residentie voor koning Henry VIII, later weeshuis en nog weer later (1556) een gevangenis. Het gebouw is in 1863 gesloopt )

Als ik in Londen ben (Coronacrisis voorbij!) ga ik die wandeling zeker proberen te lopen!

Tol


In de vakantie rijdend in bijvoorbeeld Frankrijk kom je tolwegen tegen,  je betaalt geld om over deze wegen te mogen rijden. In Frankrijk kennen ze geen wegenbelasting (de rest van het wegenonderhoud wordt door benzineaccijns gefinancierd)

In Nederland kennen we geen tolwegen meer, vroeger wel.

Wegen werden vroeger in Nederland  ingedeeld in drie klassen: rijkswegen, departementale wegen en lokale of “buurtwegen”
Heel vroeger (voor 1800) was maar ca. 500 km van de wegen in Nederland voorzien van bestrating.
De wegen die bestraat waren werden ook wel Straatweg genoemd. (In mijn geboortedorp ligt de Hilversumsestraatweg, nooit heb ik over die naam nagedacht, anders dan de weg van Baarn naar Hilversum: NU weet ik dus dat DIE weg, kennelijk eerder dan andere wegen bestraat was.)

Rond 1850 waren de meeste rijkswegen verhard.
In de tweede helft van de negentiende eeuw werden ook veel regionale en lokale wegen sterk verbeterd.
Rond 1900 was ongeveer 1200 kilometer rijksweg bestraat. Meestal met gebakken klinkers.

Waar veel zwaar verkeer was, gaf men de voorkeur aan keien van Belgische hardsteen of Duits basalt zogenoemde  “kinderkopjes” (De naam kinderkopje duidt op de grootte van de stenen: zo groot als het hoofd van een kind)

Bestrate wegen vond men heel vroeger alleen in- en direct buiten de steden.
Verbetering van wegen en de aanleg van bruggen vonden meestal plaats op initiatief van de steden zelf. Deze projecten werden soms gefinancierd door particulieren die daarvoor TOL mochten heffen, dat gebeurde in zogenaamde tolhuisjes.
Een tolhuis is een gebouw aan een verkeers- of waterweg, waar tol werd geheven en betaald. Meestal was het tolhuisje ook een dienstwoning waar de tolgaarder of tolpachter met zijn gezin woonde.

Bijvoorbeeld in en rond de BEL- gemeenten en omstreken*)  financierde de maatschappij van de heren Huydecoper en van Maarseveen de bestrating van de weg van Naarden via Laren, Eemnes en Blaricum naar Huizen (Een deel van deze weg werd daarom  in de volksmond ook wel de Maatschappijweg genoemd) Op dit traject staat nu nog een tolhuisje (1834 in gebruik genomen) op de Eemnesserweg in Blaricum

Ook in Huizen staat, met rieten dak, nu nog een tolhuisje
Het rieten dak vloog, door de vonkjes van de locomotief van de Gooische Stoomtram, die er  vroeger vlak langs liep, nog al eens in de brand. De tolheffing daar is in 1930 opgeheven

Er zijn in den lande hier en daar nog wel wat tolhuisjes van vroeger. In Gorinchem (ook wel Gorcum of Gorkum) staat een groter tolhuis , daar werd rond 1425 riviertol geheven.
Nu is er een appartement in de toren aangelegd, dat per nacht te huren is (met uitzicht over de Merwede, volgens de persinfo); slapen in een tolhuis!


tolhuis Gorinchem: Monument en bed

*) B(laricum) E(emnes) L(aren)