Slangeden

Lang geleden was hier, waar ik nu woon, een meent. Een gemeenschappelijke wei waar de koeien van lokale boeren graasden.
Minder boeren, minder grasland nodig.
Er werden huizen gebouwd; er kwam een nieuwe wijk.
Toen wij hier kwamen wonen was het een zandvlakte (met wind dreven mijn lenzen constant mijn ogen uit) Er werd tuinaarde opgebracht en de nieuwe bewoners begonnen een tuin aan te leggen.
Onze hoekburen (we hebben een rijtje van 4 huizen) van toen zette een bijzonder (Chileens) boompje in hun achtertuin. Geen bladeren en geen naalden, maar “schubben” het is officieel een conifeer.

De wetenschappelijke naam is Araucaria araucana  een altijdgroene conifeer, genoemd naar de bewoners van centraal Chili en Zuidwest-Argentinië in wiens gebied de boom oorspronkelijk ontdekt werd:  de Arauco-indianen
De boom heeft veel bijnamen: apenboom, apenpuzzel, apentreiter en kandelaarden.*)
Het verhaal gaat dat de boom, die in het Engels Monkey puzzle tree heet,  zo heet omdat een van de eerste Westerlingen die de vreemde boom met scherpe naalden zag, zei: “Climbing this tree would puzzle a monkey”


De mannelijke en vrouwelijke delen zijn te vinden op verschillende bomen (tweehuizig) maar er zijn ook slangendennen die eenhuizig zijn.
De vrouwelijke kegels zijn bolvormig en kunnen zo groot als een kleine voetbal worden, en bevatten eetbare zaden. In Chili werden deze zaden op grote schaal geoogst,  het was een belangrijke voedingsbron voor de Araucano-Indianen
De mannelijke kegels zijn kleiner en min of meer cilindrisch.

Door vulkanisme en menselijke activiteit kwamen en komen er nogal wat bosbranden voor in het oorspronkelijke slangendennengebied. De boom heeft zich daaraan aangepast en een dikke schors ontwikkeld, als bescherming tegen brand.

Tot het jaar 2000 had de boom in Chili de status “kwetsbaar”; sinds 2013 staat de boom daar als “officieel bedreigd” te boek. Tegenwoordig heeft de boom de status van een natuurmonument!
Het kappen van een slangeden is in Chili verboden.

In Nederland weet ik niet of zo’n boom gekapt zou mogen worden.
Een nieuwe buurman heeft de boom ooit een stukje verplaatst toen hij van de Gemeente een stukje grond bij zijn tuin kocht. De boom heeft daarvan geen schade ondervonden, misschien zelf voordeel; hij is bijna zo hoog als ons huis, met prachtige “bollen” die rijp en bruin worden in hun tweede herfst en dan hun 4cm grote zaden laten vallen.

In 1794 werd de slangeden voor het eerst in Europa ingevoerd

*) Niet apenbroodboom dat is een tropische boom afkomstig uit Afrika die bladeren heeft)
wetenschappelijke naam

Aartsengelen

Al eerder schreef ik dat ik vroeger Remonstrant ben opgevoed en ook  catechisatie heb gevolgd.
Normaliter leidt dat tot een geloofsbelijdenis, maar kort voor dié tijd ben ik afgehaakt.
Ik heb dus wel een  gelovige “ondergrond”

Ik heb altijd gedacht dat er 4 aartsengelen waren, een beetje “bijzondere engelen”
Ik ken ze ook bij naam Rafaël, Uriël, Gabriël en Michaël.
De einduitgang van hun namen el betekent “van God”

Nu las ik onlangs een artikel waarin staat dat er veel meer aartsengelen zijn: namelijk 15.
Was me dat schrikken.
Ik zal me hier maar beperken tot bekende én nieuwe “weetjes” van de 4 aartsengelen die ik al kende.

Zo las ik dat aartsengelen zowel in het Christendom als het Jodendom als in de Islam voorkomen (hebben die geloven toch meer gemeen dan ze dachten)

Gabriël was de engel die Maria vertelde dat ze Jezus zou baren en vertelde ook aan Elisabet dat ze Johannes (de Doper) zou baren.
Gabriël’s naam in de Islam is Jibril, hij is de boodschapper tussen Allah en de profeten.

Uriël (betekenis licht van God) wordt door de katholieke kerk NIET erkent omdat hij niet in het canonieke Oude én Nieuwe testament vermeld wordt.
In het Jodendom is Uriël de engel die naar Noach wordt gestuurd om hem te waarschuwen voor de zondvloed.

Michaël (betekenis hij die is als God ) In de Islam is dit de engel die zich bezig houdt met de natuur, zoals het laten regenen, het laten waaien van de wind en het laten groeien van zaadjes.

Rafaël (betekenis; hij die geneest))  Met zijn energie die helder smaragd groen van kleur is, helpt hij mensen op aarde te helen. Deze engel komt voor in  het toneelstuk de Gijsbrecht van Amstel van Joost van den Vondel.

Zelf ben ik ooit, dan wel geen AARTSengel maar wel een engeltje geweest in een toneelstuk in de kerk. Mijn  oudere aanstaande schoonzus (dat zij dát  ooit zou worden wist ZIJ en IK toen nog niet) speelde een aartsengel en ik zat in haar “gevolg” met lang los haar, een witte jurk aan en een brandend kaarsje in de hand.
Helaas struikelde een engeltje achter me en brandde de kaars een (midden) stuk van mijn haar weg.
Ik was een engeltje met een schroeilucht om me heen!

Supermarktonbeleefdheid

Wegens tijdgebrek ga ik naar een andere supermarkt dan normaal, eentje vlakbij.
Ik heb maar 4 dingen nodig, moet wel een karretje in het schoonmaakapparaat stoppen; mezelf (handen) en karretje ontsmetten (geen kleinere mandjes zoals mijn supermarkt wél heeft)
Het is Coronatijd; het zij zo!

Net vóór ik bij de kassa kom (één in gebruik) staat de caissière op en wordt afgelost.
Allebei zeggen ze niets tegen mij “(goedemorgen klant zou leuk geweest zijn)

Het “nieuwe” meisje meldt zich aan op de kassa, kijkt dan naar me op en zegt:” Hij moet even opstarten.”
Ik knik en wacht
Kennelijk gaat er iets fout want het lukt niet. Ze roept een ander meisje, die sigaretten staat bij te vullen, erbij. Dat meisje komt niet, maar roept “Wat heb je gedaan dan”?
Er ontspint zich een luide discussie, uiteindelijk komt het tweede meisje tóch naar de kassa, kijkt naar het scherm en zegt “Ik weet het ook niet”.
Ze roept er een ander meisje bij, die slentert naar de kassa, één blik is voor haar genoeg
”Geen idee, roep de baas maar” Nog steeds (allemaal) geen woord tegen mij.

Ondertussen denk ik slim te zijn en de doodliggende tijd (tot de “baas”komt)  effectief te benutten en vraag aan het drietal ”Kan één van jullie dan even bij  de slijterij (achter de kassa behorend bij de supermarkt) een fles rum voor me pakken?”
Meisje 1:  “Dat kan niet, de enige die in de slijterij mag bedienen komt ons zó met de kassa helpen”.

Eén van de meisjes pakt de omroepinstallatie en roept 2x  de naam van haar baas en kassa 3
De baas komt er aan met een telefoon aan zijn oor, hij gebaart naar de meisjes ”Wat?”
De caissière “Het aanmelden lukt niet.” De twee andere meisjes lopen weg nu de baas er is; morele assistentie is niet langer nodig.
De baas zegt in de hoorn ”Wacht even”  tikt wat met in op de kassa en loopt  pratend met zijn foon weer weg.
De caissière roept hem terug; “Mevrouw wil ook nog iets van de slijterij?”
De baas loopt met de telefoon aan zijn oor de slijterij in.
De kassa werkt, de caissière slaat aan en ik pinreken af.
Ik zeg haar goedendag (IK wel) en ga de deur van de slijterij in, NU zegt de cassiere “Prettige dag verder”

De baas is achter de kassa aan de telefoon en wil duidelijk NIET met me communiceren; hij wendt zijn gezicht af en praat in de foon met zijn rug naar me toe.
Ik kijk rond, vindt een fles rum, pak hem en zet hem op de toonbank. Hij praat door aan de telefoon en slaat € 14,95 aan. Ik schud mijn hoofd, wijs op het rek waar de fles uitkomt.
Hij zucht loopt naar het rek, gaat door de knieën en ziet, net als ik eerder, dat de prijs van die rum € 9,95 is.
Hij zucht weer en trekt, al pratend aan de telefoon, € 5,- af.
Ik stop mijn pasje in het apparaat, pin, pak de fles en loop de winkel uit. NU zeg ik niets (ik kook)

Ik kom vanuit de slijterijafdeling in de winkel waar de 3 meisjes weer bij elkaar staan, ze kijken me aan.
“Zo ga je NIET met klanten om” weet ik nog uit te brengen en loop de winkel uit.
Ik ben woest!
Op mezelf.
Waarom laat ik dit gebeuren, waarom loop ik niet gewoon, zonder boodschappen, de winkel uit?
(Antwoord: zo ben ik niet opgevoed.)

Lekkere baas, geeft een G O E D voorbeeld.
Ik fiets in het vervolg, óók als ik haast heb (!) wel naar mijn eigen supermarkt! Zulke dingen gebeuren daar niet (de baas is dan ook een heel ander type en waarschijnlijk dáárom het door hem aangenomen personeel óók)

Het Achterhoekse huis

Achterhoekse-vlag-4
Mijn broer woonde heel lang in de Achterhoek.
Eerst woonde hij bij Achterhoekers in, terwijl er huizen werden gebouwd.
Hij kwam in aanmerking voor een hoekwoning en heeft het jaren gehuurd, totdat hij het kopen kon. Het werd ZIJN huis.

Onze zoon en zijn vrouw (wonend in Zd. Holland) wilden al lang graag naar de Achterhoek verhuizen, maar moesten daar eerst werk zien te vinden en dat was niet makkelijk.
Mijn broer zou het leuk vinden als ze ook bij hem in de buurt kwamen wonen.
Vóór dat kon gebeuren werd hij echter ziek en stierf.
Hij gaf mijn schoondochter op zijn sterfbed zijn auto want “ beiden werken en met één auto dan kom je hier niet ver. Misschien kunnen jullie HIER wel wonen? ”
De as van mijn broer werd op de eerste verjaardag van zijn sterfdag in zijn tuin uitgestrooid

Zijn zoon, die in dezelfde plaats als zijn vader een woning had, erfde het huis van zijn vader.
Hij had geen interesse in het (weer) wonen in het huis van zijn vader. Hij wilde het verkopen; het liefst aan zijn neef en aangetrouwde nicht. Zij wilden dat ook dolgraag, maar er zat nogal wat aan vast; allebei een baan in de Achterhoek krijgen en hun eigen woning verkopen! Dat ging niet op stel en sprong!

voordeurZOnze schoondochter vond binnen een aantal maanden na de dood van mijn broer werk in de Achterhoek; voor onze zoon duurde het langer.
Neef gaf hen alle tijd en ruimte om werk te vinden en hield het huis “vast” totdat ze allebei werk hadden en het huis konden kopen. Onze schoondochter kon er zo lang in wonen terwijl zij en haar man een weekendhuwelijk hadden (er wat wat heen en weer gereisd!)

verkocht
voordeur ROndertussen ging onze neef samenwonen. . Zijn eigen huis verkopen lukte binnen een week. Een geschikt  nieuw huis in de buurt van het werk van zijn vriendin was vrij snel gevonden en werd gekocht

Uiteindelijk vond onze zoon werk nabij de Achterhoek en konden ze hun huis in Zd Holland verkopen. Binnen een maand was dat in kannen en kruiken en kon de volgende stap genomen worden.
Het huis van, oorspronkelijk, mijn broer en nú van onze neef, kon door hen worden gekocht.

toast

Toen kwam Corona; naar de notaris  voor het voorlopig koopcontract kon niet meer,  er moest online worden getekend, in plaats van op het kantoor van de notaris.
Neef en vriendin, zoon en schoondochter hadden zich dit bijzondere  (officiële) moment  anders voorgesteld.
Ze maakten zelf een ceremonie en vierden alle vier het Leven, hun Nieuwe Woonomgevingen, hun familie- én  hun vriendschapsband.

Toen de officiële overdracht plaatsvond mocht het wél in het notariskantoor mét Coronaregels: 1,5 m afstand, met plastic scherm ertussen én de pen waarmee (officieel) getekend werd moest mee naar huis genomen worden.
Gezessen vierden we ’s avonds dit geweldige moment.
Het huis van mijn broer en het geboortehuis van onze neef, het blijft in de familie; we blijven elkaar daar zien; een stukje van mijn broer zal daar altijd zijn en nu krijgt het huis een nieuw leven; er wordt gewit, behangen, verbouwd; het huis krijgt een verjongingskuur.

En op een afstand van zo’n 22 kilometer van dat huis woont onze neef met zijn vriendin in een mooi (nog) ouder huis, en ook dát krijgt een nieuw leven.

achterhoeksetegel

Stamboomonderzoek

Een leuke hobby;  stamboomonderzoek.
Je kunt het vanuit je stoel met laptop doen, maar ook op locatie: archieven induiken en gegevens over jouw voorouders opdiepen; gaan kijken bij huizen waar ze ooit gewoond hebben, in stadjes of dorpen lopen waar ze geleefd hebben en op kerkhoven naar hun graf zoeken.

Mijn lief en ik hebben het allemaal gedaan.
De laatste tijd ben ik weer op mijn laptop aan het speuren, want er is meer te vinden dan een aantal jaren geleden. (Ik ben nergens LID van en doe NIETS met betalende sites) gewoon zoeken wat algemeen te vinden is: in Open Archieven (openarch.nl), Geanet (gw.geneanet.org )of Wiewaswie.nl om maar eens een paa r(gratis) sites te noemen.

BBC geneaAls je geïnteresseerd bent in stamboomonderzoek zijn er twee leuke t.v.-programma’s daarover: op de BBC Who do you think you are en het Nederlandse, daarvan afgeleide Verborgen Verleden.

In het Engelse programma zoeken (voornamelijk) Engelse beroemdheden naar hun voorouders en in het Nederlandse programma zijn het Nederlandse au- en acteurs, sporters en politici.
Onlangs zag ik de programma’s met Gerrit Zalm en met schrijfster Esther Verhoef.

Mijn lief komt van een kleine familie: zijn vader had één zus, zijn moeder één broer.
Zijn opa (van vaders kant) had één zus en zijn vrouw (oma) had ook maar één zus.
Aan de andere(moeders) kant (met veel voorkomende achternaam) had dié opa 6 broers en zusters (waarvan één maar 5 maanden geleefd heeft); diens vrouw was enig kind.
Mijn man heeft een niet veel voorkomende naam, dus dat is relatief “makkelijk” zoeken.

Mijn achternaam is hetzelfde als een plaatsnaam. Zoeken wordt vaak bemoeilijkt doordat iedereen die ooit in die plaats gewoond heeft, of elk evenement dat dáár ooit geweest is, opduikt als ik mijn achternaam intyp.

Het jammere vind ik, hoewel ik terug kan gaan tot omstreeks 1666 ik NIEMAND van onze familie heb kunnen vinden die ook daadwerkelijk uit DIE plaats komt!
Waarom heeft ooit een voorvader van mij DIE achternaam gekozen terwijl hij of zijn vrouw daar NIET vandaan kwam (de plaats waar de meesten van mijn vóór, voorvaders en- moeders vandaan komen ligt ca.55 kilometer van de plek zoals ik heet)
Het zal wel altijd een mysterie blijven.

Misschien is daarom dat genealogische onderzoek zo leuk; je zou “elk moment” iets kunnen vinden dat je nog niet weet! Schatzoeken!

Te geef en te leen

Een leuke dag waarin we een aantal mensen ter wille konden zijn.
Het begon met een vriendin, waarvoor ik bonnetjes had gespaard zodat ze (goedkoper) Lego kon kopen. Samen gingen we naar de winkel, ze vond wat ze zocht en kon 2 dozen LEGO kopen, dankzij de gespaarde zegeltjes.

’s Middags kwam er een vriend; hij wilde iemand 2 vissen geven en wij hadden aangeboden dat hij die van ons krijgen kon. Daartoe moesten ze wel eerst gevangen worden.
Mijn lief begon met een schepnet, maar de vissen vonden het NIET leuk en waar ze anders bijna uit onze hand aten,”kropen” ze nu onder de grote waterleliebladeren weg.
Het vangen werd bemoeilijkt door het feit dat hij het liefst een rode, gele en zwarte vis wilde (de kleuren van de vlag van België)
We konden dus niet “zomaar” vissen vangen, maar moesten gericht “jagen”.
Door een lucky catch kreeg ik één gele vis te pakken, maar daarna waren ALLE vissen verdwenen.
Dat kwam natuurlijk ook doordat we een glazen bak IN de vijver mét vijverwater (juiste temperatuur) hadden gezet waar de gevangen vissen in konden vóór ze met onze vriend meegingen.
Af en toe kwam een vis “kijken ”bij zijn gevangen, gele vriendje!

We belden de vriend op : Meer dan 1 vis gaat niet lukken (de zwarte vissen zag je sowieso niet)
De vriend had nog meer ijzers in het vuur, oftewel hij mocht bij zijn buurman zelf in zijn vijver vissen vangen. Hij verliet ons met de glazen bak met één gele vis erin en ging naar zijn buurman.
Hopelijk kon hij de Belgische vlag “aanvullen” en nog een rode en een zwarte vis vangen!

Toen kwam een kennis ons traphekje lenen. Zijn hond was geopereerd en mocht 10 dagen NIET naar boven. De hond zou zich daar wél aanhouden als ze thuis waren (hij móest wel) maar als ze beiden weg waren…..dan was een traphekje een uitkomst.
(Ook wij gebruiken het, verstelbare, hekje voor de trap als er een logeerhond is.
We zijn stapelgek op honden maar ze mogen NIET naar boven en zeker niet op de slaapkamers.
De kennis verliet, ná enige uitleg hoe het aan een bepaalde maat kon worden aangepast mét traphekje.

Een aantal mensen gelukkig gemaakt en onszelf ook.

Oorlogsverhalen: hele en halve waarheden.

Mijn moeder is geboren in Brussel uit een Franse moeder en een Duitse vader.

ru en aimaHaar vader, haar broertje en zij (haar moeder was toen al aan tbc overleden) zijn in de Eerste Wereld Oorlog uit België naar het neutrale Nederland gevlucht waar de ouders van haar vader al woonden.
Ze werd altijd nogal fel als we het hadden over haar Duitse vader “Hij was geen Duitser, geboren in de Elzas dat soms Frans, soms Duits was” zei ze dan.

Pas na haar dood ontdekte ik dat hij, met een Duits paspoort, in 1925 de Nederlandse nationaliteit heeft aangevraagd én gekregen.

Mijn moeder had veel meegemaakt. Over sommige zaken sprak ze wel eens.
Zoals over de Tweede Wereld Oorlog toen ze, zelf verloofd, haar collega (mijn vader) soms met zijn zieke vrouw en de kinderen hielp.

Eén van de mooie oorlogsverhalen was het verhaal dat er (Zweedse) wittebroden “uit vliegtuigen werd gegooid” in de Hongerwinter van 1945 en over de smaak ervan die na, honger, bloembollen en andere, amper eetbare dingen, nergens mee te vergelijken was.

voedseldropping
Foto: Onbekend – Derived from Beeldbank Rijswijk, Publiek domein

Oók na haar dood, las ik dat het Zweedse wittebrood niet uit vliegtuigen werd geworpen maar uit het neutrale Zweden als meel in drie vrachtschepen werd aangevoerd (aankomst in de haven van Delfzijl, van daaruit werd het meel over Nederland verdeeld; Nederlandse bakkers bakten  het witte brood)
Wat er wel was geweest en wat ze waarschijnlijk gezien heeft, waren voedseldroppings.

Op 29 april 1945 werd 535 ton aan voedsel door de RAF uit vliegtuigen gegooid.

Soms “herinner” je je dingen anders dan ze werkelijk gebeurd zijn. Dat kun je alleen voorkomen door feiten te checken. In dit digitale tijdperk is dat gemakkelijk. Hoewel het scheiden van fictie en waarheid op internet een kunst op zich is.
Verder kun je aan mensen in je omgeving vragen hoe zij zich die dingen herinnerden. Maar dat gaat moeilijk als zoveel mensen al dood zijn als je met je vragen komt.

Zelf ben ik de enige nog levende uit een gezin van 4 kinderen. Van het oorspronkelijke gezin leeft niemand meer; wel 2 schoonzusjes die pas na de oorlog “in de familie kwamen” en waarvan er één een Engelse is, die nog steeds in Engeland woont.
Haar oorlogsverhalen geven een beeld hoe van de  Engelse kant de Tweede Wereld Oorlog beleefd werd

Ik zal het moeten doen met (oorlogs) verhalen die ik me nog herinneren kan van mijn  moeder en oudste broer (vader is overleden toen ik nog jong was).
Dat zullen niet allemaal hele waarheden zijn, zoals ik nu, na steeds meer te onderzoeken ontdek. Het zullen (wél) de waarheden  zijn, zoals de verteller  het toen beleefde.

 

 

Hitte

Iedereen heeft het over de hitte die, on-Nederlands zegt men, maar blijft voortduren.
Ik herinner me 2 jaar geleden toen we ook zo’n periode hadden en we, in juni, mijn broer begeleiden bij zijn stervensproces énzolderopruiming tegelijkertijd zijn huis (op zijn verzoek!) aan het “opruimen”  waren.
Het was heet en bijna ondragelijk, binnen én buiten: hard werk, lichamelijk én geestelijk

Nu is er wéér zo’n warme periode  (hoezo opwarming van de aarde?) maar hebben wij hebben deze keer geen missie; We kunnen binnen of buiten zijn, iets doen of nietsdoen, al naar gelang we willen.
Een héél verschil met 2 jaar geleden. Wel ook warm!

Wat sommigen vergeten is dat (huis) dieren het óók heet hebben. Ik kan me herinneren dat hier 2 jaar geleden een mogelijkheid was voor boeren om in een weiland een (tijdelijke) overkapping te maken voor de schaduw van vee.

Jaren geleden: een kampeervakantie mét hond (Beardie )in Frankrijk*) altijd de  vouwwagen naast een beekje, waarin de hond verkoeling kon vinden.
Het was heet. De mannen gingen een mijnmuseum in (lekker koel onder de grond)
De hond kon niet mee, dus bleef ik met de hond “buiten”.
Het museum was bij een klein plaatsje, waar ik, toen ik er doorheen liep een kappersdeur open zag staan. Ik besloot om de tijd daar te doden mijn (lange) haar in een Franse vlecht te laten doen en vroeg in mijn beste (school) Frans of de hond mee naar binnen mocht. Er waren geen andere klanten en de kapsters waren dolenthousiast en vroegen of ze het hondenhaar ook mochten vlechten!
Dat mocht dus NIET. Een hond is een hond, en geen frunnikobject; ze zouden het met mij moeten doen.

blijHet was heerlijk koel in de zaak en op de vloer lagen tegels. Onze hond vond het er geweldig liet zich languit op de koele tegels vallen en wilde, ook toen ik klaar was, NIET de winkel uit.
De kapsters lachen en toch nog maar een keer vragen of ze…………..
Nee dus!

Ik sprak vanmorgen een hondeneigenaar/liefhebber die zijn wekker om half 6 zet en dan (vóór zijn werk)  een eind met zijn hond gaat lopen (beter voor de hond én voor hem )Ook ’s avonds houdt hij rekening met het weer en maakt het rondje zo  laat (lees: zo koel) mogelijk.

kippenIemand die mijn blog zag over onze korte (werk)vakantie in Noord Brabant  liet me weten waarom de kippen zó in die plant zaten: de plant heeft koele aarde, daarop zitten geeft ze verkoeling!
Weer wat geleerd!

Om de vissen ter wille te zijn vullen we iedere avond de vijver (inhoud 2500 liter) aan met vers water; er verdampt deze warme dagen, vrij veel.
vijvervissen (2)

Verder hebben wijzelf momenteel geen huisdieren, waar we nu in deze hitte extra rekening zouden moeten houden, wel heel veel vrije vogels, waar altijd vers water en voer voor klaar staat.
gaaizanglijster

Naar huis

Op deze dag verlaten we Noord Brabant, de vissen, vogels en andere dieren en vertrekken weer huiswaarts.

Een beetje vroeger dan gepland, want de voorspellingen zijn:  HEET WEER
Ook onze tuinplanten  en vissen zullen daar last van hebben en moeten weer verzorgd worden.

Ergens onderweg  langs de snelweg ,in de middenberm staan lange lantaarnpalen met bovenin naar elke kant een lichtarmatuur: Op elk armatuur zit een ooievaar!
Alsof ze er op neergezet zijn; snavels naar elkaar toe!
Als ik niet beter zou weten zou ik denken dat de COSMOS me iets te vertellen heeft, zoveel ooievaars in korte tijd in ons blikveld!

De terugreis gaat voorspoedig, na ca. een uur zijn we weer terug in ons eigen huis.
Ook hier vissen die blij zijn dat we, na drie dagen er weer zijn; ze doen tenminste hun bekjes open, ter begroeting, als ik de schuifpui open doe (dat kan ook van de honger zijn)
Ze krijgen meteen voer en nog vóór de auto uitgepakt is, hangt de tuinslang in de vijver om hun verdampte water weer aan te vullen.

Helaas wordt er op dit moment wéér bij de buren verbouwd; en gaat er daar een boor te keer;  zó  weten we zeker dat we weer thuis zijn!

Zomer (vakantie) 2020

Dit jaar een andere zomer (vakantie) dan alle voorgaande jaren.
Niks gepland, omdat alles élk moment kan veranderen.
Vrienden, familie, kennissen, buren, bijna niemand wéét/wist wat hij deze zomer gaat doen; er wordt veel geïmproviseerd.
Er zijn er (weinig in onze periferie) die gáán vliegen; er zijn er (meer) die gaan kamperen; maar dan wel vooraf geboekt, niet op de bonnefooi.

Er zijn campings met speciale toilet/douch/wascabines voor 1 gezin, naast de tent.
w.c. nieuwzeelandIk heb daar geen foto van, wél van toiletcabines midden in een regenwoud in Nw Zeeland. We waren verbijsterd die in de middle of nowhere te zien.
Op een Nederlandse camping zal  een “cabine” wel “iets” moderner zijn!

En, zo hoorde ik vandaag, campings waar in de “normale” toilet/wasgelegenheid een douche én één toilet is afgesloten met sleutels die de bewoners van één tent krijgen.
Fijn”  zei de dame die er geweest was “ hygiënisch én je  kunt er je handdoek en douchespullen laten staan

Er zijn mensen die in hun auto stappen en “even” naar Italië rijden “om een pizza te eten” en binnen een week weer terug zijn, maar het was dan wel even “change of scenery

Er zijn er ook die naar het buitenland willen, maar niet te ver, zodat, bij wijzigende omstandigheden snel terug zijn. Zij komt terug met  de tekst “Alles is daar veel strenger dan hier,  zoals verplicht mondkapjes op in de winkels, fijn dat ik terug ben”

Musea, pretparken, vlinder- en vogelparken, hier en elders, alles moet van te voren gereserveerd worden én er mogen maar een bepaald aantal ( minder) mensen in.
Zelf kwam ik onlangs langs Speelpark Oud Valkenveen: “Ze hingen er met de benen uit” zoals een Twentse vriendin zou zeggen.
Parkeerplaats vol, mannen in hesjes die verwezen naar een groot weiland afgezet met rood/witte linten; rijen auto’s die stonden te wachten (waarschijnlijk tot er anderen weer uit kwamen)

We willen “allemaal “graag WEG, ergens HEEN.
Tegelijkertijd zijn de meesten van ons beducht voor de tweede golf besmettingen.

kat kippenEr belde een bekende én een kind ons op, of we op hun dieren willen letten tijdens hun korte vakantie. Dus krijgen wij nu een korte “werkvakantie”: kippen, katten, kanarie en vissen voeren; planten binnen en buiten bewateren, met genoeg “vrije tijd” over om HUN omgeving (voorzichtig) te verkennen

nrd br

Dát in september nog een keer, maar dan in een ander gedeelte van Nederlandgelre
bonnie2

 

Vakantieplannen worden soms voor je gemaakt en reken maar dat ze ook leuk kunnen zijn: ANDERS, maar ook leukpoes in doos