Waar blijft je lichaam?

Nogal wat leden van mijn schoonfamilie stellen zichzelf, na hun dood, ter beschikking van de medische wetenschap. (Dat is uitgebreider dan een donorschap)
Zo’n overlijden is wél heftig voor de familie.

Ik herinner me een telefoontje dat de oma van mijn man was overleden; een oude dame.
Dat telefoontjes was alles. Geen herdenkingsdienst [Mijn schoonfamilie is niet gelovig], niet samen rond  een graf, of samenzijn in een aula van een crematorium.
Er is gestorven: het lichaam wordt weggehaald en dat was het dan.
IK vond het heftig; geen enkele vorm van afscheid of liever gezegd: géén afscheid: verdwijning!


MIJN nabestaanden zijn wel duurder uit: Ter beschikking stellen spaart wel een begrafenis of crematie uit, geen kist, geen koffie met cake; NIETS; ogen sluiten en weg!
Bij donorcodocil krijgt de familie de (resten van) het lichaam terug om te begraven of te cremeren (vriesdrogen)


Ook mijn moeder wist vroeger kennelijk niet dat deze mogelijkheid bestond.
Ooit ging ze, met mijn stiefvader naar Utrecht om hun donorschap te regelen (ver vóór het digitale tijdperk) Ze maakte er een “uitje” van. Eerst  de afspraak over het donorschap, daarna museumbezoek en een hapje eten en dan weer met de trein naar huis.

Toen ik haar ’s avonds belde en vroeg hoe de dag was geweest kreeg ze (weer) een lachbui, ze had wat af gelachen die dag, vertelde ze. Uiteindelijk begreep ik dat  de lichamen van haar en mijn stiefvader niet gewenst waren; ze waren te oud voor transplantaties.
Mijn stiefvader schijnt nog geprobeerd te hebben om te onderhandelen ”Maar mijn huid dan, of mijn netvlies?” Maar kennelijk was alles aan hen beiden te oud.
Mijn moeder vond het één grote grap, maar mijn stiefvader was echt teleurgesteld.
Hij, die tijdens zijn leven al zo graag iets voor “de mensheid” wilde betekenen werd afgewezen toen hij “zijn voertuig van zijn ziel” aanbood.

Ik weet niet of dáár in Utrecht nog gesproken is over het “beschikbaar stellen van hun lichaam voor oefendoeleinden van medische studenten “dat werd me niet verteld. (en ik vroeg er toen niet naar.)

Vanaf mijn 16 de jaar had ik een rood formuliertje (zie foto hier boven) in mijn portemonnee. Nu hoeft dat meer, het is digitaal geregistreerd! Mijn lichamelijke “resten” na transplantatie kunnen “gewoon” begraven of gecremeerd worden; gelegenheid tot afscheidnemen dus!

Toen ik kanker kreeg vroeg ik de specialist die me behandelde of ik dat donorschap moest terugtrekken. Zou het mogelijk zijn dat als ik NU zou blijven leven en “later” zou sterven, bijvoorbeeld aan een verkeersongeluk, dat iemand een orgaan van me kreeg waar misschien toch een spoortje kanker in zou huizen? Hij wist het antwoord daarop zo direct niet en zou er op terug komen.
Door de chemokuren zag ik hem vrij vaak dat jaar. Hij hield woord en kwam er op terug: ik kon mijn donorcodicil bij me houden; elk orgaan wordt, vóór transplantatie grondig op gezondheid nagekeken.

Een hele geruststelling.









Genode en ongenode gasten

Als je beesten voert komen ze en blijven ze komen, óók beesten die je liever niet wilt.
Door de pinda’s, vogelzaad en vetbollen hebben we in vóór en achtertuin genode gasten, pimpel- en koolmezen, een enkele lijster, spreeuwen en mussen, hout- en tortelduiven (al dan niet Turks), Vlaamse gaaien en eksters, roodborstje en af en toe een specht, een eekhoorn of egels én laatst voor het eerst een goudhaantje.

De ongenode gasten  zijn tegenwoordig muizen; we hebben er 3 tegelijk (in de tuin) gezien, maar iedereen zegt dat het er dan méér zullen zijn.
Deze foto maakte mijn lief vanachter het glas, 3 muizen met uitwapperende staartjes in het vetbolverzamelding!

Vanmorgen vroeg, ik typte mijn blog, hoorde ik een plons in onze vijver. Soms doen onze (grote) koi’s dat en geeft dat flink wat gespetter, ik keek toch even op van mijn laptop: een reiger; midden in de vijver.
Als er, een enkele keer, een reiger in de tuin zit, open ik de schuifpui en vliegt hij of zij weg.
Nu, met mijn rechterhand in het gips krijg ik de schuifpui niet open. Ik tikte tegen de ruit en riep ksst kst. Niet erg imponerend, ik geef het toe, maar genoeg om de reiger op te laten vliegen.
Gestreste vissen zaten onderin de vijver (het is helder en de lelie- en andere bladen zijn nu vergaan, dus de vissen zijn goed zichtbaar, voor ons, maar dus ook voor de reiger!)

Ik keer terug naar mijn laptop. Er valt een donkere schaduw, de reiger landt aan de andere kant van de vijver. Ik ram tegen het raam, hij kijkt mijn kant op, ik zie hem denken” en wat denk jij hieraan te doen, even snacken, dame”. Ik knijp met mijn “goede” hand in de deur van de schuifpui, druk en trek en knijp en hoor een klik. Dié klik hoorde de reiger ook: de deur kan dus wél open. Hij vliegt weg.

Nu ik de schuifpui open heb, loop ik naar buiten; op het dak van het buurhuis zit de bijna- moordenaar!
Ik maak een foto.

Misschien hebben we ook het verkeerde bord naast de vijver staan.

Als ik terugkom van de toilet zie ik de reiger in onze klimop landen; nu is de deurklik genoeg om hem op te laten schrikken. Ik ga voor het raam zitten op te letten tot mijn lief naar beneden komt.
Hij ziet dan de reiger op de heg van de buren zitten mét de blik naar onze vijver.

We vinden het allebei vreselijk, een net over de vijver, maar NU is de tijd gekomen dat het MOET; deze reiger blijft terugkomen totdat de vijver leeggegeten is.
Mijn lief pakt het (zelf ontworpen) opklapbare net uit de schuur en installeert het over de vijver.
Jammer voor het zicht, maar de vissen moeten beschermd worden.

Foto’s van de vijver, toen deze nog met “groen” was én nu met net!


Een tijdje na dit reigeravontuur zie ik een poes voor de schuifpui langslopen.
Poezen wil ik NIET in de tuin, maar verbied het ze maar eens! Roepen en tikken tegen de ruit helpt bij bijna geen één kat. Deze kat wil ook niet weg: een dikke rode poes snuft onder een struikje.
Wéér kan ik dierengedachten lezen:
MUIZEN, jammie!”  
Wéér een ongenode gast die ik met ksst ksst uiteindelijk de tuin uitkrijg, nou ja, op de poort blijft hij zitten en blijft hij ( of zij) naar me kijken.
OP de poort is niet wezenlijk IN de tuin, dus ik laat het zo.
ik heb genoeg “verjaagd” vandaag!

Onbekende mensen missen

Ik mis ook mensen, die ik niet ken

.

Vanmorgen las ik in de Volkskrant een column van Aaf Brandt Corstius. Zij had het daarin over mensen die ze niet kent en toch mist. Mensen die je “gewoon” tegenkwam en waarmee je een praatje maakte, mensen in restaurants die daar ook waren als jij er zat (niemand eet graag in een leeg restaurant) Dát soort mensen en vluchtige contacten, die er nu nauwelijks meer zijn

Door het lezen van die column werd ik ontroerd. Ze slaat de spijker, wat mij betreft, zó op de kop.
Natuurlijk mis je de zomaar aanloop van vrienden en bekenden en het zien van ouderen en kwetsbare mensen, maar óók de “normale” entourage. Mensen die je tegenkwam met het hond uit laten, het boodschappen doen, het wandelen. NU zijn de meeste mensen (indoor) verscholen achter een mondkapje en buiten werkt de 1,5 m afstand niet mee om “zomaar” een praatje te maken.
Om maar niet te spreken over mensen in het bos, die soms van het (brede) pad afwijken om je maar niet tegen te komen, of mensen die in de supermarkt alleen maar dingen tegen je zeggen als dat DIT écht geen 1,5 m is (ik ben nooit goed geweest in het inschatten van afstanden)

Vandaag had ik weer even zo’n vroeger gewoon, nu bijzonder “COVID-19-vrees-niet” moment.
We gingen fietsen (actieradius groter dan met wandelen, maar niet écht mijn favoriete bezigheid)

We kwamen door 3 gemeenten.
In één van die plaatsen zag ik een Brunawinkel met op de deur het woord open.


Nu wil het geval dat alle puzzelboekjes in het huis vol zijn.
Dus als het daar mocht, wilde ik graag daar een puzzelboekje kopen.

Mondkapje uit de zak, portemonnee in de hand, deurknop met mouw open en buiten blijvend staan
vraag ik of ik een puzzelboekje mag kopen. De verkoopster zegt dat ze dicht zijn, alleen open voor pakjes en dat de puzzelboekjes allemaal teruggestuurd zijn.
Het, ook gemondkapte meisje met lang blond haar naast haar  zegt dat ze er net nog ééntje ergens achter zag (waren ze misschien samen de voorraad aan het tellen?)
De eerste verkoopster zegt dat als ik DAT puzzelboekje wil, ze het wel naar buiten brengt en dat als ik dáár wil pinnen dat boekje mag ik kopen, binnen iets kopen mag in deze tijd niet.

Ik waag de gok (beter een leeg boekje in mijn fietsmand dan veel volle puzzelboekjes thuis)
Ze komt, zonder jas naar buiten met een zakje en pinapparaat (de spanning welk boekje het is bewaren we voor thuis) Ze loopt naar de hoek van de straat met een pinapparaat omhoog ”Geen bereik hier” zegt ze.
Ik moet denken aan het begin van de mobiele telefoon toen nog niet héél Nederland bereik had en we, op een camping, naar een dichtstbijzijnde heuvel moesten lopen om daar het thuisfront ons nieuwe campingadres door te bellen.

Het is koud, ik heb een jas aan, zij niet. Ik wil niet de oorzaak zijn van een verkouden verkoopster.
“Wil je niet liever eerst je jas aan doen” Ze heeft een stuk naar links én een stuk naar rechts van de winkel gelopen en kennelijk nog steeds geen verbinding.
Ze kijkt me aan en zegt dan resoluut “ Het is koud. Komt u maar even binnen, dan regelen we het daar!” [we zijn” éven” allebei een beetje koud én stout]

Ik laat haar vóór gaan, gesp mijn mondkapje weer voor, waardoor prompt mijn bril beslaat en ik niets meer zie. Ze verricht wat handelingen op de kassa en schuift me het pinapparaat toe. Ik zie helemaal niets meer, stop mijn kaart in de machine; er komt tekst op het display. Ik doe mijn bril af, maar dat helpt (zoals verwacht) niet, ik zie nóg steeds niets.
Ik schuif het pinapparaat weer terug” Ik zie niet wat er staat”
Ze lacht “Er staat probeer opnieuw!”   
En weer dansen haar handen op de toetsen van de kassa, ze veegt mijn pasje aan haar mouw af en stopt hem er weer in.
Ik pin, het gaat! Ik bedank haar voor de service. Als ik de deur uit ben en mijn fiets pak, roept een nieuwe klant naar binnen “Heeft u ook agenda’s “?
Als ik wegfiets zie ik de verkoopster, wéér zonder jas naar buiten komen.

Ik had  een ( geslaagd)  momentje met een “onbekende” en wie zegt dat er geen dienstverlening meer bestaat? Dat is binnen én buiten nog mogelijk.

Thuis krijg ik mijn beloning voor de gok: precies de soort puzzels die ik graag doe!

Een (te) lange kerstboom

Mijn snelle, impulsieve gedrag zorgt soms voor “aparte” situaties.

Zoals als ooit toen ik alleen (lief was voor het werk in het buitenland) een kerstboom ging kopen.
Ik ging op de fiets naar een grote kwekerij. Ik zocht een boom uit die de zaterdag erop thuis bezorgd zou worden.

 Thuis was toen een galerijflat 4 hoog.


En inderdaad werd er die zaterdag aan het eind van de middag beneden gebeld en door de intercom werd de komst van de boom aangekondigd. Ik drukte op de deuropener voor beneden en hoorden de mannen ( het waren er 2) beneden de hal binnenkomen.

Ik vond het wel erg lang duren voordat ze de galerij op kwamen.
“Lift bezet?” vroeg ik toen ik de voorste man zag aankomen.
Hij lachte ”Deze boom gaat niet in de lift , mevrouw.
Waar zal ik hem laten?”
– In het halletje graag –

Nu proestten beide mannen het uit. Ik zag nu ook de achterste man die het eind van de stam vasthield. Het was inderdaad wel een erg lange boom.

Op de kwekerij, buiten, had hij niet zo groot geleken.
De mannen sleepten de boom onze lange smalle hal in. De deur van de huiskamer moest dan open blijven.
Ik betaalde. De mannen verdwenen lachend. (Ik blij dat ik voor vrolijkheid had gezorgd, maar tegelijkertijd lichtelijk ongerust over at mijn lief hiervan zou vinden)

Het lange, smalle gangetje lag helemaal vol met boom, moeizaam kon je langs de boom naar binnen en naar buiten ( geleverd zonder net, dat dikke bomen smal kan maken )

Die nacht zou mijn lief thuiskomen, ik wist niet hoe laat.
Om half 1 ging ik naar bed en liet het ganglicht aan om een struikelpartij zijnerzijds te voorkomen.
Ik werd  om een uur of 4 wakker van gestommel. Daar stond mijn lief in de gang tussen de takken.
“Onze kerstboom?” Ik knikte.
“Dat wordt morgen zagen! Of wil je dat ik nu…..?”

Ik heb een lief met humor!

Het gaf heel wat zaagwerk voordat de boom in de huiskamer stond, niet alleen hadden we toen twee bomen (een flink stuk van de top moest er af voor hij niet meer tegen het plafond stond) maar ook de stam moest dunner gemaakt worden vóór hij in de standaard paste)

Sindsdien kopen we alleen SAMEN een boom. Is mijn lief weg dan wachten we tot hij terug is vóórdat de “ideale” boom gekocht kan worden. Een slimme, door ervaring geleerde, oplossing.

Zoeken en vinden

We halen zondagmorgen een frisse neus en lopen in een bos waarin behalve bomen staan, ook een kerstbomenveld, maisstoppelvelden, braakliggende akkers en weiland(jes) liggen.

Ik vermoed dat men aan de kerstboomvelden “niets meer doet”   de bomen hebben wat “ongemakkelijke” vormen voor  huiskamerkerstbomen.
Waarschijnlijk zijn de zomer- en wintersnoeiingen, nodig om “mooie” verkoopbare te kweken, al lang  niet uitgevoerd.

Er is een veld met kool- of raapzaad (ik houd die twee nooit uit elkaar) met vage gele gloed; er zijn nog planten mét bloempjes die in de winterzon geel staan te stralen.

Op een maisstoppelveld zien we, in de verte,  een man met een metaaldetector. Ik ben razend benieuwd wát hij denkt te vinden óf gevonden  heeft.

We lopen die kant op, gaan eens kijken of de man mededeelzaam is.
Dat is hij.
“Het is een soort meditatieve tijdsbesteding, lekker buiten, je komt in een soort flow én er is spanning over wat je kán vinden”
Mijn vraag is waarom hij dáár gaat zoeken, weet hij dat daar iets moet liggen?
“Nee hoor, ik ga hier meestal, er zijn veel velden hier en er is soms wat te vinden”
Natuurlijk wil ik graag weten wat voor vondst hij in zijn plasticzakje heeft zitten.
Het blijken deze keer kogelhulzen te zijn. Er wordt daar nogal eens (op konijnen?)  gejaagd.
Wat hij verder dáár ooit gevonden heeft ?
“Duiten en stukken van landbouwwerktuigen”.
Met een metaaldetector lopen: een bezigheid die ook in Coronatijd “gewoon” doorgang kan vinden

We laten hem verder meditatief over het stoppelveld lopen, en wandelen zelf verder

Van Douglasspar tot Douglas.

Al eerder schreef ik over de, van een familielid gekregen, stam van zijn olijfboom.
Na jaren in de schuur gestaan te hebben heeft mijn lief beitels gekocht en is gaan hakken en beitelen kortom: houtbewerken.
De resultaten waren prachtig en staan in onze huiskamer.
Mijn lief was gestopt met beitelen: het was mooi zo en de olijfstam was op een klein stukje na, ook  op.

Nu Corona heerst en we meer dan ooit aan huis gebonden zijn wilde hij toch deze hobby (dit het inmiddels wel “een beetje”  geworden is, weer oppakken)
Vrienden bouwden een overdekt terras  en toen we gingen kijken lag daar een blok hout van één van de “pilaren”; mijn lief mocht het hebben; het was, zo werd hem verteld, van een Douglasspar.

Niet het makkelijkst te bewerken hout, merkte hij al snel (dat was het olijfhout ook niet, de beitelverkoper zei toen dat het een van de hardste houtsoorten is!)
Mijn lief zat de laatste tijd veel in de schuur te “biggen” zoals hij het noemde, want de Douglasspar moest een jeugdig everzwijntje worden.


Ademloos hebben we gekeken bij de kleine biggetjes die hier in het dorp geboren werden. Mijn lief wilde goed de anatomie van de diertjes in zich opnemen. Van internet wist hij inmiddels ook al de verschillen van een everzwijnbig en een boerderijbig

Douglas, zoals het zwijntje heet, is nu zo goed als klaar (manlief is nog niet tevreden over zijn snuitjeskleur) Douglas waakt over ons nepkerstboompje, tot de echte boom zal arriveren en misschien mag Douglas dan wel naast het stalletje staan, hoewel de verhoudingen van de stal en de big niet zullen kloppen, lijkt het mij wel toepasselijk, een everzwijntje bij een stal.

HET “verhaal” zegt dat er alleen een os en een ezel in de stal waren. Wij zetten Douglas ernaast, voor ons is dát dit jaar een kersttafreel.

Virtuele lezing

De afgelopen maanden zijn nogal wat “happenings” waar ik naar toe zou gaan afgelast.
Voornamelijk lezingen, maar ook een film over een gebeurtenis van een aantal jaren geleden en een soort bijeenkomst.
“Elke nadeel heb zijn voordeel” zei Cruijff ooit (of was het Van Hanegem die dat ooit zei?)
Het “voordeel” van niet doorgaande lezingen is……. ik word er rijker van.
Van tijd tot tijd heb ik nu een bijschrijving op mijn bankafschrift omdat er weer reeds gestort deelnemersgeld terug wordt gestort!

Gisteren ging er iets wél door; maar dan virtueel!
Erg enthousiast was ik niet, maar na alles wat is afgelast, is het wel fijn dat er iets, waar je interesse in hebt, WEL doorgaat; zij het dan in een andere vorm.

Een voordeel was dat ik al vaker in  de locatie waar de lezing werd gegeven, een zeventiende-eeuwse Remonstrantse schuilkerk, was geweest en de sfeer daar nu nog een beetje kon oproepen.

Mensen die vijftien jaar geleden geboren werden  weten vaak niet beter dan dat veel online kan gebeuren.
Ik ben “iets” ouder en heb nog verse “herinneringen” aan bijvoorbeeld een BOEK, dat heb je in je handen, daar voel je het papier van bij het omslaan; het papier ruikt ook!
Totaal anders dan lezen via een e-reader! (Ik romantiseer niet hoor, want ik kan me ook nog de neuspeuters tussen de pagina’s in een bibliotheekboek herinneren)
Online shoppen prima, maar ik vóel de stof van kleding niet en spreek de verkoopster niet (wat soms ook een voordeel kan zijn als zo iemand opdringerig verkoopt) en ik zie online niet dat er vlakbij de rok een énige broek hangt!

Er is ontzettend veel mogelijk op internet (blog schrijven bijvoorbeeld) en ik zie meerwaarde in het medium, maar sommige dingen doe ik liever live.

Je kunt nu virtueel (met bril) in een sprookjesbos lopen en elfen en kabouters zien, ik loop liever zelf in een echt bos (met  mijn eigen bril); mijn verbeelding zet, bij een geknakte paddenstoel of een gat in een holle boom, zélf wel de elfjes of kabouters.

Terug naar de virtuele lezing.
Ik zat op mijn eigen bank thuis en live streamde de lezing. Geen treinreis erheen, geen drankje na afloop, geen contact over “Hoe vond jij het” met vreemden.
Met mijn voeten (in lekkere dikke sokken) op mijn eigen bank.
Onverdeelde aandacht naar de spreker, geen afleiding van hoestende mensen of uitzicht blokkerende hoofden, dát niet!.
Het was een inspirerende lezing en ik ben blij dat ik dát ondanks Corona (dankzij Corona) zó heb kunnen ervaren. Er miste iets, maar het gaf ook iets extra’s.

Lieve Lezer

Lang geleden zei een familielid dat als ik schrijven zo leuk vond, ik  maar moest gaan bloggen.
Ik dacht erover en besloot het te doen.
Hij “bouwde” een website voor me en ik begon te bloggen.
Het was de “ digitale oertijd” dus geen foto’s of plaatjes, alleen tekst!
Ik schreef bijna iedere dag een blog en hield dat jaren vol.
Totdat…..
Ik een mail van de provider kreeg: Nog drie maanden, dan zouden ze stoppen; de reeds verschenen blogs zouden dan ook niet meer te bekijken zijn.(Dát vond ik echt heel jammer, alles WEG)
Einde oefening dus.
Jammer maar helaas.

Een paar jaar schreef ik geen blog.
Toen, zomaar opeens begon het weer te “kriebelen”
Een (ander) familielid zocht een blogmogelijkheid voor me uit.
Ik schreef weer bijna iedere dag een blog. Nu  maakte ik er foto’s bij.
Het blog had geen “eigen naam” en was dus moeilijk te vinden . Weinig lezers! Ik vond het leuk om te doen.  Ik heb niets met facebook, twitter of andere sociale media dus timmer niet GROOTS aan de weg.

Toen kreeg ik voor mijn verjaardag een blognaam. Ik verzon “Elkedagwatblog” omdat dat de lading het beste dekt. Alles wat in me opkwam, wat ik las, meemaakte, zag of hoorde kon een onderwerp voor mijn blog zijn. Het aantal lezers bleef beperkt maar groeide wel gestaag.

Nu de reden van dit blog: Ik heb zojuist de 10.000 lezers gehaald.
Dank u allen voor het lezen van mijn blog en als u het leuk vindt: Blijf het vooral doen!



Een schrijver bestaat pas echt  als hij of zij gelezen wordt!

Baars

Dieren in gevangenschap.


Vroeger waren de meningen over het houden van exotische dieren in gevangenschap anders dan nu. Wij hadden vroeger een apenschedeltje in de boekenkast staan.
Dat was, zo vertelde mijn vader me, het overblijfsel van een aapje dat een varende oom eens meegenomen had voor zijn ouders. De oom voer op Nederlands Indië en had het aapje daarvandaan meegenomen (dat kon toen nog)
Ik vraag me dan altijd af hoe zoiets ging; aapje kopen op een markt daar? aap in kooitje en meevaren in oom’s scheepskooi tot ze in een Nederlandse haven aanmeerden? En dan? Oom met kooitje en plunjezak naar huis ( met de bus, trein, tram?) waar moeders: “O wat schattig, dank je wel, zoon” zei?

Het aapje ging dood (vlgs mij leven aapjes niet solitair maar in groepen, dus waarschijnlijk gestorven van eenzaamheid) Mijn vader wilde het schedeltje graag hebben om te schilderen. Wat hij ook deed. (Hoe het schedeltje zo mooi schoon werd? Daar wil ik niet eens aan het denken.)

Voor wie denkt dat dit een zeldzaamheid was, heb ik nog zo’n verhaal, dat zelfs een beetje “verder” gaat..
Ook mijn man vertelde dat zijn varende oom een dier mee naar huis genomen had: een krokodilletje Het krokodilletje werd een krokodil en zat in bad . Té groot voor aan terrarium!
Uiteindelijk werd hij aan Artis geschonken (ze woonden in Amsterdam)
Het verhaal vertelt niet hoelang ze daarvóór niet in bad hadden gekund!

De varende oom  had NIETS van dit krokodillenavontuur geleerd (of misschien vond zijn vrouw het wel “schattig”) Hij nam de keer daarop een aapje mee.  Ze hadden een volière in de huiskamer waar de aap in zat. De volière stond van de grond af op pootjes De aanwezige huiskat kroop vaak onder de apenkooi.
Als de aap dat doorhad, ging zijn kleine handje door de tralies en greep hij de staart van de kat, die hield hij stevig vast en trok hem langzaam naar boven. De kat werd opgetild, de lucht in en krijste, hij kon geen kant op!
Dán had de aap had schik.
Een maf verhaal. (Ik ken mijn lief, hij overdrijft nóóit)

Het schijnt dat vroeger varende zoons hun familie dachten te verrassen met een exotisch huisdier.
Ik vraag me af hoe vaak de familie ECHT blij waren met zo’n dier.


Auberge Postillion de la Provence

Ik ben geboren en getogen in Hilversum
Na mijn vaders dood verhuisde mijn moeder, de hond en ik van een vrijstaande eengezinswoning met (grote) tuin naar een portiekflat 3 hoog (zonder tuin)

Geen tuin, maar gelukkig was de flat was vlakbij de Bussummerhei.

Daar lieten we de hond uit. Soms liepen we over de Bussumer- en Westerheide naar Laren.
Aan de rand van Laren zat een vrij chique uitziend, rietgedakdekt restaurant mét terras, daar dronken we wat waarna we de terugweg aanvaardde.

Dat La Provence heeft nogal een geschiedenis. Vandaag hoorde ik dat die lokaliteit NU voor verbouw gesloten is. Ik weet dat er, toen ik al uit Hilversum weg was, een soort Steakhouse in gezeten heeft, compleet met houten waranda, wel iets TOTAAL anders dan de chique hap die ik me herinner.
,
Tijd voor wat research:

La Provence, gelegen aan de Westerheide in Laren werd  in 1960 door een van de mannen uit de Fageldynastie (Martin) gesticht, later kocht zijn chefkok deze “Auberge La Provence” zoals de zaak toen heette.

In 1974 kreeg het restaurant een Michelinster die het tot 1989 wist te behouden.

In 1989 werd het restaurant weer verkocht, vlak daarna was er een brand en weer één in 1995; het pand stond toen al een tijdje leeg. De laatste keer is het volledig afgebrand (er werd die keer blikseminslag verondersteld)

Een tijd  later was de horecagelegenheid van de Holding V&D en heette La Place.
Op 31 dec.2015 werd de V&D holding én restaurantketen La Place failliet verklaard.

In 2016 is La Place overgenomen door Jumbo, die de horecatak (febr.2016) ondergebracht in een nieuwe holding: La Place Food b.v.

Momenteel wordt het restaurant verbouwd en is het gesloten, zo hoorde ik.

In de weekends staat er een foodcaravan om toch de, vaak op de hei wandelende voetgangers iets” (koeken, soep, croissants en koffie oa.) te kunnen bieden.

Misschien tijd om weer eens op die hei te gaan lopen en de lokale ondernemer te ondersteunen ?