De sjeu van het leven

Mijn ene schoonmoeder gaf verjaars- en kerstcadeautjes gewoon zoals zij ze kocht, met het Blokker of Hemapapiertje er nog omheen en soms zelfs met het prijsje er nog op.
“Het gaat om de inhoud” zei ze.
Mijn andere schoonmoeder ging een rolletje pepermunt nog met een strik versieren.

Ik houd van de “versieringen” van het leven. (Onbelangrijke?) mooimakerijtjes die het leven aangenamer maken; een bloemetje meenemen als ik bij iemand ga eten, een kaartje sturen als iemand ’t even moeilijk heeft, een bloemetje op tafel, een geinig servetje in een standaard een leuke dessertschaaltjes voor de vla.

In dat rijtje hoort ook een theedoos met allerlei soorten theezakjes. Ik presenteer de theedoos als er iemand komt theedrinken en geef ze een kopje heet water met een leuk klein bordje voor het natte theezakje. Laatst had ik mensen over de vloer die, toen ik ze de doos presenteerde zeiden “Doe maar gewone thee” Ze keken niet eens in de doos.
Ik snap dan niet hoe je de verleiding kunt weerstaan van welke theesoorten er mogelijk zijn, dat je niet in de doos kijkt (ook niet wat “gewone”thee is!)

Mensen zijn verschillend en dat is maar gelukkig ook. Als iedereen hetzelfde was zou het leven een stuk minder leuk zijn! Nu ik erover nadenk, merk ik wel dat ik wel veel van die”versier-mensen” om me heen heb. Mensen die het leven met relatief kleine dingen aantrekkelijker proberen te maken voor henzelf maar ook voor anderen.

Leeg(3)

Verleden week, mijn lief was in de schuur aan het werk, was er een jong stel gekomen die zich in de schuur hadden voorgesteld met hun namen én de toevoeging ”We worden jullie nieuwe buren”.
Het buurhuis is dus verkocht.
Vandaag tekenden ze bij de notaris en ze kwamen daarna mét sleutel even “hallo” zeggen, zodat ik ze nu ook gezien heb. Leuk!

Gisteren belde onze overbuurvrouw aan, ze wilde ons zélf vertellen dat haar huis verkocht is.
We zijn erg blij voor haar. Ze heeft samen met haar dochter elders een kavel grond gekocht en ze laten daar ieder een huis op bouwen. Het geld van de verkoop is nodig voor de bouw, dus nu haar huis verkocht is, kan ook zij gaan bouwen (de dochter had haar huis al eerder verkocht)

doodlopend
semi- doodlopend

Om te melden dat onze buurt verjongd is,
is wat te vroeg om NU te zeggen.
Er staat nóg een huis in ons, semi-doodlopend*) straatje te koop.
Onze nieuwe naaste buren zijn een jong stel met een baby, de nieuwe overburen zijn achter in de zestig, zo vertelde de huidige buurvrouw ons. In ieder geval komt er nieuw bloed in ons straatje.Niets ten nadelen van de mensen die er woonden, maar ik vind verjonging wel leuk.

Ik hoop dat ik dat over een paar maanden nog kan zeggen en dat het alle drie sociale buren blijken te zijn.
Wij komen bij niemand in de straat over de vloer, maar groeten iedereen en helpen als dat nodig is. Bijna iedereen hier is zo, de nieuwe bewoners ook?
Dan blijft het een fijne straat om in te wonen

 

 

 

*) semi omdat je er wel dóór kan, maar zo ziet het er niet uit en alleen bewoners gebruiken soms de rare bocht om aan die kant uit de straat te komen.

Geen kleuterjuf

Al vanaf heel jong wilde ik kleuterjuf worden.
Speelde ik eerst met poppen, zodra ik wat ouder was ging ik met “echte” peuters aan de slag.

Zondags als de ouders naar de kerk gingen  ging ik (mét een volwassene) de kleintjes bezighouden.
En ook in ons buurtje ging ik peuters bezighouden, zodat de moeders de ramen konden lappen en zo (géén één moeder in ons buurtje werkte toen)

Van écht oppassen was geen sprake, want wie laat een kind oppassen op een kind? Het was meer bezighouden. Enig vond ik dat en de peuters (geloof ik) ook. Ik werd tenminste vaak gevraagd.

Toen ik een jaar of 12 was kreeg ik, wat ze toen noemde een groeispurt. Last van mijn rug dat volgens de huisarts “wel zou overgaan” maar dat het NIET deed. Fysiotherapie, oefeningen en uiteindelijk naar een orthopeed. Samen met mijn moeder.
Onderzocht en toen de vraag : “Wat wil je later worden?”
– Kleuterjuf   – antwoordde ik blij.
Van psychologie had de orthopeed nog nooit gehoord, hij boorde met één opmerking mijn toekomst de grond in “Geen sprake van, met die rug”
En tegen mijn moeder “De hele dag bukken, billen en neuzen afvegen kan die rug echt niet hebben, verzin maar wat anders voor haar” De dokter was een autoriteit, een specialist helemaal, dus wat hij zei was wet! (in díe tijd)
Verder was zijn advies een harde matras en slapen zonder kussen.
Ik heb de man geháát, kon niet slapen op de harde matras, ging ’s nachts kleren in een kussensloop stoppen om toch maar een kussen te hebben én bovenal was ik mijn toekomstdroom kwijt.
“Kantoor dan maar?” Stelde mijn moeder voor.Ik haalde mijn schouders op.

Bij een herhaalbezoek bij de orthopeed, het was de tijd van de maxi mode, zei de dokter:
“Ik zag je laatst lopen in een lange zwarte jas in de Kerkstraat, dacht eerst dat je een gorilla was, zó gekromd, dat kan zo niet. Daar moet wat aan gedaan, ga naar  Mensendieck*),met boeken op je hoofd lopen, wat dan ook maar doe iets voor dat je echt een gorilla wordt”
Géén mensendieck, bezwoer ik mijn moeder (per definitie niet iets wat hij zei, ik was per slot toen een puber)
boeken op hoofd Ik heb me toen ingeschreven bij een mannequin-cursus
Eén keer in de week op een avond in een zaaltje van een chique hotel. Inderdaad leren lopen met boeken op je hoofd en allerlei  oefeningen om “damesachtig” rechtop te lopen.
Ik heb er een vriendje aan overgehouden (geen huwelijksmateriaal maar  we hebben samen veel  gelachen)
De laatste 2 maanden werd op cursus de rode loper uitgelegd en moest er geoefend worden voor de show die we als “eindwerkstuk” zouden lopen.Toen vond ik het niet leuk meer.De modellenstress van mijn medecursisten ging totaal aan mij voorbij en ik haakte toen af.
Ik liep inmiddels recht(er)op.

Na de middelbare school cursussen Schoevers, Nederlandse Handelscorrespondentie etc gevolgd om op kantoor werk te vinden. Gelukt.
Met kinderen kon ik me weer bezighouden toen ik ze zelf kreeg en wat heb ik daarvan (mét rug)  genoten!

 

 

De terugreis

Vanaf 3 uur ’s nachts (terugkeer ziekenhuis) geen oog dicht gedaan. Bekaf, maar klaarwakker, ook bang dat we ons verslapen. Om kwart over 10 worden we gehaald voor transfer naar het vliegveld.
Om 8 uur slaat mijn lief zijn ogen op. We pakken onze weinige spullen (alleen handbagage) in en gaan ontbijten. Ik heb erge honger, maar krijg amper een hap door mijn keel. Jammer van al die lekkere dingen!

Om 10 uur zitten we in de hal, om kwart over tien lopen we met de chauffeur mee de straat uit naar zijn taxi. Onderweg praat hij met ons
Hij vertelt dat zijn dochter met 3 jaar al schaken kon, dat hij zijn eigen bedrijf heeft, dat auto’s in Boedapest veel te hard rijden, dat hij allerlei examens moest doen om met personen te mogen rijden en zelfs een psychologische test. (hij is een Roemeen! hij praat wél)
Dan zijn we bij het vliegveld.

klm bandjeBeveiligingsdames deze keer, vriendelijk. De routine begint weer, laarzen uit.
Nee, zakdoek hoeft niet uit mijn zak.
Nee, riem hoeft niet af.
Ja loopt u maar poortje door.
Het poortje piept niet.
Mijn lief heeft minder geluk, hij moet zijn koffertje openmaken en zijn (doorzichtige) toilettasje openmaken. Zijn poortje piept wel en een beveiligingsman vraagt of hij zijn overhemd omhoog wil doen. Hij ziet het al: een riem met metaal, loopt U maar door!
We zijn weer samen aan de andere kant van het hek.

Bij het inchecken staat een rij van hier tot Tokio maar……….. ook een computer. Mijn lief checkt digitaal voor ons in, boarding passes rollen uit de machine en we kunnen naar de gate! Rij omzeilt ( fijn want ik ben nog wel wat wankelig)

Bij en in het vliegtuig loopt alles gesmeerd. Een purser heet ons welkom en lacht vriendelijk( dit heb ik zo gemist!)
We zitten op rij 3 en hoeven niet in het gangpad te wachten maar kunnen zó neerploffen.
Prepare for take off.
We taxiën de baan op, bijna aan het eind wordt er vanachter uit het vliegtuig gegild: STA, STA, verstaan we. We zien niks, maar de roep wordt door steeds meer mensen overgenomen en het vliegtuig stopt. De purser loopt naar achteren, een stewardess volgt. De purser komt terug en haalt medische spullen uit een laag vakje.De piloot opent de deur (omdat we voorin zitten horen we en zien we dat wel)
Piloot tegen purser: Als jij je medische spullen pakt ga ik niet vliegen.
Purser: Wacht nog even en loopt, zonder medische spullen, terug naar de “patiënt”
Na een tijdje komt hij terug, smoest wat met de piloot (met zijn rug naar ons toe)
De piloot verdwijnt, de deur gaat dicht. Even later stijgen we op.

Nieuwsgierig als ik ben vraag ik, als ik mijn boterhammetje krijg aan de purser wat er aan de hand was. Een oudere heer, zwaar getafeld en wijn gedronken was in slaapgevallen en had een rare snurk gemaakt, zijn ( jonge) metgezellin was geschrokken dacht dat hij een hartaanval had gekregen en sloeg alarm. De purser zei dat hij de rest van de passagiers geen (microfoon) verklaring had gegeven uit piëteit met de heer en dame, die zich daarna vreselijk geneerde.

Een purser die  zich inleeft, die zich bekommert om mensen. Dát is dus niet gewoon,dát kan ook anders. Interesse in mensen, empathie blijkt dus NIET gewoon te zijn, in ieder geval niet in Hongarije, hebben we gemerkt.*)
De obers, het verplegend personeel, de dokter, allemaal zou koud.
Is het omdat we toeristen zijn?
Houden ze niet van buitenlanders?
Is het de gene dat ze geen talen spreken en ons niet kunnen verstaan?
Is het omdat ze bovenaan de lijst van meest depressieve volken staan?
IK heb geen idee.
Boedapest is prachtig, een geweldige architectonische, culturele ervaring, maar het ontbrak aan menselijk contact.

De transfer naar de parkeerplaats laat even op zich wachten, maar hij komt!
De auto staat er nog en de rit naar huis loopt voorspoedig.
We steken de sleutel in het voordeurslot en lopen naar binnen.

Daar staan bloemen en een plant en er liggen felicitatiekaarten.
Een warm welkom!
We zijn weer thuis!

 

*) Ik heb het in Mauritanië meegemaakt. Hoewel dat was geen ongeïnteresseerdheid, daar was het háát. Haat tegen blanken (misschien waren we wel Amerikanen!). Haat tegen niet-moslims. Daar waren (wel veel) mensen zó, maar er waren ook anderen.
Haat is ook een emotie. Lege blik, niets terugkrijgen is misschien nog wel erger!

 

 

 

50 jaar

huwelijk

 jan 1970 nacht: Mijn geëmigreerde broer komt over.
 jan.2020 nacht:Felblauwe licht van de tv verlicht de hotelkamer, we plakken het af

 jan.1970 ’s morgens: Kapster maakt kanten capuchon vast aan mijn,gemaakte,krullen.
 jan.2020 ’s morgens: We zitten in de ontbijtzaal van het Promenade Hotel, Boedapest

 jan.1970 ’s middags: We zeggen allebei “ja”; ik loop naast mijn MAN het Raadhuis uit         jan.2020 ’s middags: We slenteren door Boedapest en zien de meest mooie gebouwen.

 jan.1970 ’s avonds: Eindelijk “thuis”:de hospita komt met fles champagne en 3 glazen
 jan 2020 s avonds:  Italiaans restaurantje met kerstverlichting, roze lichtje op tafel

uitzicht burcht

 

De reis erheen

We parkeren Quick op Schiphol-Rijk. Van daar brengt een shuttlebusje ons naar het vliegveld. We moeten lang bij het bushokje wachten (er is geen arriveertijd bekend).Er staan veel mensen en 2 stellen zijn ontzettend nerveus (om de 2 tellen op hun horloge kijken, vragend “hoe laat dan?” Het andere stel gaat vooraan staan en staat maar te zuchten. Dit gedrag slaat op mij over. Ik word er niet ongerust van  (die bus komt wel) maar wel gespannen.

Eindelijk komt de bus(we kunnen er allemaal in) en komen we aan bij het vliegveld. We kunnen zó doorlopen (digitaal ingecheckt) naar de poortjes: laarzen uit, riem af, jaszakken leeg, vest uit, tassen in de bakken.
We gaan naar een Schengenland, dus nergens paspoort tonen.

We vertrekken te laat, misschien wel doordat er op het laatst een gigantische hoeveelheid Fortuna (in rood/witshirt) spelers een vliegtuig in galopperen. Het blijken Delftse korfbalspelers te zijn die in Boedapest de IKF Europacup gaan spelen. Ik wens ze succes.

De piloot heeft het zich aangetrokken dat hij te laat vertrok en haalt de tijd onderweg weer in.
Aankomend, nergens controle, we kunnen zo naar buiten lopen. Dat doen we niet want we worden afgehaald (hopen we) Overal mannen (en een enkele vrouw) met bordjes, maar nergens een bordje met onze naam erop. Mijn lief gaat buiten kijken. Niets. Op het papier staat dat als ze een uur te laat zijn dan kun je bellen. We wachten.
Als mijn lief weer naar buiten gaat komt hij terug met een man met het bordje met onze naam in zijn hand. We stappen in en hebben een leuk gesprek met de chauffeur; hij spreekt goed Engels en komt uit Transylvania (Roemenië) Twintig jaar geleden
geëmigreerd.

We kunnen niet bij het hotel komen, het is in de autovrije hoofdstraat de Vaci Ucta. De taxi stopt vlakbij  en de chauffeur loopt met ons mee naar het hotel. Onderweg vertelt hij dat hij ons persoonlijk weer zal terugbrengen naar het vliegveld. Leuk om te weten!

We stappen het hotel binnen dat één ingang breed is: na de lange hal met trap en lift naar boven blijkt later de rest van het hotel boven de naastliggende Flying Tiger winkel zijn. De jonge vrouw die vóór ons de ingang instapt blijkt de receptioniste te zijn. Er zitten aan weerszijde van de gang mensen met koffers op stoelen. De kamers blijken NIET gereed te zijn. Ik vraag wanneer dan wel. ”Een uurtje later, misschien?” Hoezo misschien? Ze antwoord “You can try
IK vind het vreemd  antwoord maar vraag of we dan onze koffers hier kunnen laten en dan de stad ingaan. Dat kán maar het bagagedepot is vol; we kunnen ze in de gang neerzetten. Ik dacht het niet. Ik heb een tas met rits, geen sleutel geen bescherming. We lopen naar het bagagedepot. Een soort vierkanten tralie gevangenis met slot, vol met koffers; we zetten onze er bovenop en de receptioniste sluit af. We gaan de stad in.

Een geweldig brede straat met winkels maar wel vrij rustig qua mensen, in de straat én in de winkels. We lopen de straat uit ziet en zien prachtige oude gebouwen. Het zonnetje schijnt en hoewel de piloot zei dat het in Boedapest 1 graden zou zijn, voelt het “warmer”.
budaWe zijn nu bij de Donau en zien aan de overkant Buda liggen met de burcht en kerken( wij zijn in Pest) We keren terug naar het hotel, willen ons graag even opfrissen maar de receptioniste schudt haar hoofd als we haar naderen.
Ik vind het belachelijk en vraag of er echt geen mogelijkheid is om de kamers te bespoedigen. Ze zegt dat ze een uur geleden al  naar boven gebeld heeft, maar…………..
Ze typt wat op de computer en zegt dat ze wel een kamer op de 6e etage voor ons heeft. Prima, nemen we die. Mijn lief vraagt nog of die kamer een ander uitzicht heeft. Ze antwoordt heel serieus in het Engels: “ All rooms have the same view
Als we onze sleutel krijgen en de kamer binnengaan zien we het uitzicht op een soort luchtschacht, aan de andere kant van de koker liggen andere kamers. Yes, same view!
’t Kan ons  nu niet  schelen, we frissen ons op, pakken wat uit, poetsen onze tanden.
We zijn er!

GWK

Omdat familie van me in Engeland  woont en we daar nogal wel eens heen gaan, zijn we gewend naar een land te gaan waar géén euro’s zijn.  Meestal hebben we nog wat ponden van de keer ervóór over en op de boot wisselen we anders wat euro’s voor ponden, of we betalen op de boot wat te eten of drinken met euro’s en krijgen ponden terug.
Nooit halen we tevoren geld op.

Nu gaan we naar Hongarije, ook een land zonder euro’s, maar met forint (HUF)
Omdat we maar een paar dagen gaan en het optimale uit die dagen willen halen hebben we NU bij het GrensWisselKantoor (GWK) in een naburige plaats mét een station forinten  besteld. Dan hebben we daar geen gezoek naar een pinautomaat, of dat we de kans lopen dat er niet met pin betaald kan worden.

huf2Het is heel lang geleden dat we op een GWK geweest zijn. We kijken op internet wanneer de openingstijden zijn. Of ik wil of niet ik zie ook de reviews; die liegen er niet om (zéér negatief) We zijn voorbereid.

De dame achter de balie is vriendelijk. Haar computer is down, dus ze moet met de hand een bonnetje schrijven vertelt ze ons. Geen punt.
Of we contant willen betalen want ook dat systeem werkt momenteel niet.
Daar hebben we niet op gerekend, maar we kunnen wel even naar de bank gaan.
Graag. We pinnen geld en komen terug.
Ze gaat het geld voor ons uittellen.
We krijgen veel Hongaars  papieren geld, want 100 forint is  maar ca. 36 cent.

 

Feesten

Binnenkort hebben we wat te vieren. We zijn echter geen mensen om een zaaltje huren voor een drankje en een hapje met vrienden en familie. Maar wat dan wel?

Ook onze trouwerij (toch HET feest bij uitstek voor een zaaltje) wilden we zonder feestzaal en bijbehoren laten plaatsvinden. Onze wederzijdse ouders dachten daar anders over; een receptie was toch het minste wat je moest doen; zij wilden dát én het diner-daarna wel betalen.
jonge graafDus hebben we een receptie gegeven (zo heette dat toen nog) in een Herberg uit 1755 ( ons trouwen was “iets” later) Het diner was gezellig, maar wij zijn vóór het toetje weggegaan, uitgezwaaid door familie, die toen daar nog nagetafeld hebben.
gymzaalEen ander te vieren gelegenheid hebben we een gymzaal met barretje gehuurd. Vrienden en familie kwamen in trainingspak en er werd gevolleybald, gepingpongd en andere teamsporten gedaan met tussen door een drankje en een hapje. Beregezellig.

Er zijn (vele) momenten dat je samen wil zijn met hen die je liefhebt, maar alleen zitten   (dansen  doet mijn lief liever niet) snacken en drinken is niet ons ding.
scoutingDus hebben we een keer een scoutinggebouwtje midden in het bos gehuurd (een klein probleempje was dat sommige vrienden het, ondanks het bijgeleverde kaartje, niet konden vinden en een half uur  in het bos hebben rondgezworven alsvorens tot op het bot verkleumd het gebouwtje binnen te komen ( ze hadden het voor ons over)

Er waren slaapzalen; een gedeelte van de aanwezigen bleef slapen. Na een nachtelijke speurtocht door het bos mét zaklantaarn én een bezoek aan een ijskelder heeft onze slaapzaal ontzettend veel schik gehad en zijn we zéér laat gaan slapen. (De andere slaapzaal was gevuld met échte slapers, die snel onder zeil waren)
Een gezellig, ongedwongen ontbijt besloot een enorm leuk weekend.
(We hebben de foto’s nog!)

schietenEn de derde keer in ons gezamenlijke leven dat we “iets” feestelijks mét vrienden en familie hebben gedaan was in een gebouwtje van de Handboogvereniging waar mijn lief en later ook een zoon, in clubverband schoot. Een barretje boven met uitzicht óp de schietbaan. Wie wilde kreeg les en mocht schieten. Gelukkig hebben we “avontuurlijke” vrienden en familie en heeft bij mijn weten iedereen “les genomen” en al dan niet véél geschoten. Een bijzondere avond.

Niet de doorsnee feestavonden. Drie keer is scheepsrecht.
Die drie keer hebben we (het leuk) gehad.
Nu er wéér iets te vieren valt. kiezen we voor een andere manier; we gaan samen WEG.
Ook een actief “feestje” : dingen bekijken!

Vuurwerk

Ooit is er een rotje in de broekspijp van een familielid geschoten. Of het de broek van mijn vader of een oom was herinner ik me niet meer (het was voor mijn geboorte) Maar het verhaal werd iedere december weer verteld. Géén idee hoe dat rotjesverhaal afliep, alleen dat mijn ouders panisch voor vuurwerk waren ( ’t zal wel een amputatie tot gevolg gehad hebben, gezien hun angst)
Toen ik klein was mocht ik NIET naar buiten op Oudjaarsavond en zelfs moest ik een eind van het raam afstaan (voor de zekerheid)
Ik had in mijn kindertijd NIETS met Oud – en Nieuw (ja, angst)

Toen ik 10 jaar was stierf mijn vader. In september.
De eerste jaarwisseling na mijn vaders overlijden had mijn moeder zijn foto op de tafel staan (naast de schaal oliebollen en appelflappen (gekocht wat papa maakte ze altijd) en zat ze op de stoel ernaast te huilen. Dat zal niet de hele dag zijn geweest, maar in mijn beleving later was dat de hele Oud- en Nieuw.
Van die tijd af was Oudjaar een herdenkingsdag. Mijn moeder huilde en dacht aan mijn vader en ik hoopte maar dat die avond gauw over zou zijn. Later werd het minder, maar nooit echt leuk.

Toen kreeg ik een vriend. Hij was gek op Oud en Nieuw. We woonden in een straat met flats waar vroeger veel musici woonden. Hij vertelde dat zij vroeger om 12 uur  mét hun instrument op het balkon gingen staan en speelden En dat er aan het eind van de straat een grote kerstboomverbranding was, dat veel mensen vuurwerk afstoken, en naar buiten kwamen om elkaar Gelukkig Nieuwjaar te wensen, het klonk gezellig.

Die eerste Oudjaarsavond van onze verkering belde hij even na twaalven bij ons aan om ons een gelukkig Nieuwjaar te wensen en…………. hij kwam me halen om naar zijn ouders mee te gaan. Dan moest ik de straat over!! Mijn moeder begon al te beven, haar  dochter de straat op!!! Mijn vriend was ferm; zijn ouders moesten ook gelukkig nieuwjaar gewenst worden, toch? Ik mocht en ging, trillend van angst. Het knalde en overal schoten pijlen de lucht in. Pure angst.

rotjes
vuurwerk in jongenshanden: Angstig!!!

We moesten een brede straat over, daar woonden zijn ouders. Ik schoot de voordeur in, blij binnen te zijn. Maar na de gelukwensen, Houd je jas maar aan dan gaan we even verderop kijken, gingen we weer naar buiten. Dat ik dát gedaan heb moet een daad van pure liefde geweest zijn, ik was zoooo bang.

Ik ben altijd gefascineerd geweest (door het niet mogen meemaken als kind misschien?) door vuurwerk, maar van veraf. Met Koninginnedag, aangestoken door professionals, maar  door gewone mensen van dichtbij? Er kon immers iets in je broekspijp terecht komen?

Met dát vriendje van toen ben ik getrouwd én…. kreeg ik 2 zonen, die zoals alle kleine (en grote) jongens, vuurwerk fascinerend vonden. Dát is altijd een zaak geweest van mijn man en zij. Ik wilde geen angst overdragen en hield me er verre van.

carbid
Toen de kinderen het huis uit gingen en mijn schoonzus stierf werd het een traditie om naar mijn broer in de Achterhoek te gaan en daar Oud- en Nieuw te vieren.
Traditie daar: georganiseerd vuurwerk: carbidschieten! Wel watjes in je oren voor de enorme knallen, maar  staand achter een hek, met mensen die weten wat ze doen.

Toen pas werd Oud en Nieuw  LEUK!

Leeg (2)

Een tijdje geleden blogde ik al over een te koop staand huis in onze straat.
Inmiddels zijn dat 3 huizen.

Bewoners vertrekken. Mensen,die tegelijk gekomen zijn met jonge kinderen, die nu een leeg nest hebben en waarvan sommigen naar een bejaardenhuis gaan of kleiner willen gaan wonen.
Ons buurhuis schijnt “onder voorbehoud” verkocht te zijn en ook de andere woning in de straat zou zijn, verkocht zei men.
Vandaag zagen we, bij thuiskomst, mensen rondlopen die duidelijk aan het huizen kijken waren.
Wij stapten uit de auto en ze kwamen naar ons toe.
Eén van de te koop staande huizen was “onder voorbehoud” verkocht, maar de aspirant-kopers konden de financiering niet rond krijgen en dus is het weer op de markt gebracht, vertelden ze ons. Deze mensen wilden het huis graag kopen, maar konden pas dinsdag met de makelaar terecht.
Ze hadden veel zin in het huis en al pratend vertelden ze wat ze van plan waren.
Leuk om zulke enthousiaste (over)buren te krijgen.
We hopen dat het ze gaat lukken.
We gaan voor ze duimen!

Als je zo met mensen praat, die graag in “ons” straatje willen komen wonen, denk je onwillekeurig terug aan de tijd dat je er zelf kwam. Toen was het nieuwbouw en gingen we vaak kijken. Dan was er weer een bouwfase klaar en mochten we weer een gedeelte van het koopbedrag storten.
Nu is het een wijk die binnen nu en 5 jaar gerenoveerd wordt: nieuwe bestrating, er worden meer parkeerplekken gecreëerd én we krijgen natuurlijk nog  te maken met de energietransitie. Allemaal veranderingen.

Nieuwe mensen kijken anders naar een buurtje dan  JIJ, die er zelf al zo lang woont.
Leuk om weer even terug te denken aan de tijd dat je zelf “nieuw”  kwam en alles met een frisse blik zag.