Principes

Het hebben van principes en er voor uit komen lokt vaak tegenreacties uit.
Dan bedoel ik niet het op de barricade staan en het uitschreeuwen maar “gewoon” er naar leven;  iets NIET doen, terwijl velen het WEL doen, omdat je vindt dat het niet kán of juist wel móet.

Een voorbeeld: Ik ging toen ik een jaar of 20 was met een stel vriendinnen naar een discotheek. Voor de ingang van de discotheek stond een soort portier die keek wat er binnen kwam en naast de deur stond een  briefje met daarop de tekst: geen Marokkanen.
Ik zei tegen mijn vriendinnen dat IK hier niet naar binnen ging. Ze vonden het flauw van me, dit was de leukste discotheek die er was en…
Het eindigde er mee dat ik alleen naar huis ging en zij de discotheek in.
Natuurlijk had ik best een beetje de pé in, maar ik KON niet naar binnen, dat druiste tegen alles in waar ik in geloofde.

In mijn woordenboek staan voor principe meerdere synoniemen, één daarvan is overtuiging.
Een overtuiging hebben wil niet persé zeggen dat je iemand overtuigen wil, het is iets waarin je zelf gelooft. De ene overtuiging hebben is voor jezelf moeilijker dan de andere: het is niet moeilijk om vegetariër  te worden als je niet van vlees houdt, wél als je gek bent op vlees.
Wat is je overtuiging en hoeveel heb je ervoor over?Hoe principieel ben je?

Hetzelfde heb ik vaak met belasting betalen. Niemand betaalt graag belasting, maar het is wel nodig willen we de voorzieningen die we hebben, ook houden.Belastinggelden die  we  met elkaar opbrengen, naar draagkracht, worden gebruikt voor gezamenlijke voorzieningen:  kinderbijslag, werkelozen uitkering, wegen, onderwijs en nog ontzettend veel meer. Als burger wil je dat deze zaak GOED geregeld zijn. Iemand die dus belasting ontduikt, zorgt dat er minder geld voor deze voorzieningen is.
Dezelfde (belastingontduik)personen willen wél AOW, uitkering, op wegen rijden of wat dan ook, maar denken niet na over wáár die gelden vandaan moeten komen (of zien het verband niet)

Hoe vaak ik me niet heb moeten verdedigen omdat ik niet zwart wil werken, geen zwartwerkende mensen in dienst wil hebben of dingen wil kopen zonder rekening!
Vrienden van me zeggen: Dan ben je een dief van je eigen portemonnee.
Ik heb proberen uit te leggen dat er iets boven MIJN portemonnee gaat (de gezamenlijkheid) , maar iemand die niet horen wil, kun je niets uitleggen.
Jammer, maar zo is het wel.

Hoe kom ik op principes als onderwerp voor dit blog?
Vanmorgen deed ik boodschappen bij de supermarkt.
Ik raakte aan de praat met de cassiére (het was rustig bij de kassa’s) Ze vertelde dat je als je met de postcodeloterij meedeed je een kaart krijgt voor een gratis vegetarische maaltijd voor 4 personen bij Albert Heijn. Ze doet mee aan de postcodeloterij en kreeg dus zo’n kaart. Maar, zei ze ”Ik ga hem niet innen. Ik kom nooit bij Albert Heijn, dan ga ik nu ook niet iets gratis halen”
Principieel!  Een daad waarvan mijn vriend zou zeggen”Je bent dan wel een dief van je eigen portemonnee”
Maar waarvan ik denk “Wat goed dat er mensen zijn, die hun overtuiging trouw blijven”

Overspoeld door emoties

Soms lees je iets dat je raakt, waarvan je denkt dat je er misschien ooit “iets mee moet”.
Dat had ik met een wijsheid op een kalenderblaadje. Een uitspraak van Sakyong Jamgon Mipham Rinpoche, een boeddhistisch geestelijke.*)

Op het kalenderblaadje stond:

Een emotie die zo groot als een huis aanvoelt
kan steen voor steen afgebroken worden.

Ik scheurde het kalenderblaadje, toen die dag voorbij was, af en bewaarde het in mijn agenda.
Ik word nog al eens door emoties overmand; de emoties spoelen dan over me heen.
Mijn stiefvader, een wijs man, zei ooit dat ik vaak zo primair reageerde.(Primaire reacties zijn reacties die voortkomen vanuit emotie, vanuit DIE emotie wordt actie ondernomen. De eerste drie of vier seconden is de actie vaak onbewust en dát heet primaire reactie).
Ik reageer inderdaad snel en vanuit mijn gevoel ( ipv doordacht en met enige hersenactiviteit!)

Vanuit deze achtergrond vond ik bovenstaand citaat ERG interessant.
Maar hoe doe je dat: steen voor steen een emotie afbreken?

Ik las  onlangs een methode die hiervoor te gebruiken is

Ga naar binnen bij jezelf en onderzoek de emotie: voel je de emotie in je lichaam? Zo ja, waar dan?
Heeft de emotie een kleur? Zo ja welke?
Is de emotie de hele tijd even sterk? Zo niet, wanneer neemt ze af of toe?

Het schijnt dat de emotie, door deze manier van onderzoeken afneemt in kracht
Je  moet dan merken dat het gevoel verandert, de emotie is  dan niet zo sterk als je dacht.
Je kunt dan kennelijk de emotie (huis) steen voor steen afbreken,  zoals de boeddhistische geestelijk al  schreef.

 

*) geboren in 1963

De onverwachte dood (2)

Er kwamen reacties op mijn vorige blog over de onverwachte dood.
Het komt vaker voor dan we denken.
Ook had ik me, toen ik het vorige blog schreef, niet gerealiseerd dat ik dit, jaren geleden, al meerdere malen héél ( fysiek) nabij heb meegemaakt:  Onze (naaste) buurjongen (17 jaar) kreeg een auto ongeluk, hij overleed in de ziekenauto.

Ook onze andere (directe) buren hadden een vreselijke tragedie meegemaakt. Dat wisten we niet toen ze naast ons kwamen wonen. Ze hadden 2 kinderen, waaronder een kleintje van een jaar of 3. Als het mooi weer was en ze waren in de tuin, riep de buurvrouw ieder uur wel een paar keer de naam van het jongetje. (Te snel) Oordelend dachten we wel eens: Geef dat kind eens even de ruimte!
Met de buurman zat ik in een commissie. Eens vertelde hij me dat ze een kindje hadden verloren; het was in een sloot naast het (vorige) huis verdronken.
Toén kregen die vele check-ups van de moeder opeens een héél andere lading.

Hier zou mijn blog over de buren en een plotselinge dood  moeten eindigen, maar helaas…
Er kwamen nieuwe buren in ons buurhuis, een gezin; vader, moeder en twee kinderen.
Toen de kinderen al pubers waren kwam één van de zonen (wij waren niet thuis) een keer uit school en lag zijn moeder dood op de bank (hartaanval bleek later)
Ook daar een plotselinge dood, zonder afscheid.

Ik wil dit blog afsluiten met iets dat ik van de onverwachte dood heb geleerd: Laat je naasten merken dat je van ze houdt: zeg het af en toe, je weet namelijk niet “of je de tijd krijgt om “ ooit eens” te zeggen wat je voelt, dus doe het NU.

Wat bij ons thuis vroeger, na de dood van mijn vader,echt niet kon, was boos van huis gaan. Eerst het goedmaken vóór je het huis uitging, was de keiharde regel die mijn moeder instelde.
Dat was niet altijd makkelijk. In het vuur van een ruzie en met de tijdsdruk  (een afspraak, school, werk) was het niet altijd mogelijk de ruzie daar én dán uit te praten.
Als het, door tijdsdruk niet mogelijk was “iets” uit te praten werd toen een soort  standaardzin:
“Ik ben NU boos op je, maar ik houd van je en we praten dit later uit, oké?
De ander zei dan (boos of niet) Oké, ik hou ook van jou.

 

Het is maar een idee.
Denk er over. Je weet niet of je de tijd krijgt.

De onverwachte dood

Je kunt iemand aan de Dood verliezen na  een  lang ziekbed, maar het kan ook,  door een ongeluk bijvoorbeeld, onverwacht gebeuren.
Geen afscheid kunnen nemen, niet zeggen wat je altijd nog “eens” had willen zeggen maar een abrupt einde. Behalve het eigenlijke gemis komt er dan nog zoveel méér bij.

Mijn vader had de ene nacht een hartaanval, ’s morgens  werd hij naar het ziekenhuis gebracht  en de volgende dag is hij overleden (zonder dat ik hem nog gezien had)
Dat is ook vrij plotseling, ik was toen 10 jaar. Op die leeftijd maakt een overlijden van een naaste een hele andere indruk dan op een (jong)  volwassene. (“Wat is DOOD? Komt papa niet meer terug? Waar is papa nu?)
Mijn drie broers hadden een ziekbed. Van mijn jongste broer heb ik verleden jaar een maand lang afscheid kunnen nemen. (hij koos voor euthanasie)
Het was heel intens, we leefden met elkaar naar het einde toe.
Er wás een afscheid. Dat is iets heel anders dan een plotselinge dood.

Ik hoorde van 2 jonge vrouwen hoe zij  het plotselinge overlijden van hun vader en broer hadden ervaren. Lang nadat het gebeurd was.

De een was 18 jaar en woonde nog thuis toen haar vader, die “gewoon” ’s morgens naar zijn werk was gegaan, niet meer thuis kwam. In plaats daarvan stond er een agent voor de deur, die het vreselijke nieuws kwam vertellen.
Zij en haar vader, vertelde ze me, lagen voortdurend met elkaar overhoop tijdens haar tienertijd.
Hij wilde, volgens haar, de touwtjes strak houden en zij vond dat ze, bijna volwassen, zelf wel kon bepalen wat goed voor haar was. Dat botste.
Toen ze 17 ½ was veranderde wat en kreeg ze een betere band met haar vader, er waren minder conflicten en soms zag ze iets van trots in zijn ogen. Trots op haar, zijn “kleine” meid.
En toen kwam de politie aan de deur.
Pas veel later kon ze afstand nemen van die moeilijke pubertijdsjaren en zien hoe de band met haar vader daarvóór en kort daarna was geweest.

De ander had een broer waarmee ze nog al eens overhoop lag, vooral in de pubertijd.
Ook daar kwam de dood opeens. Een jonge jongen opeens weggerukt uit het leven door een verkeersongeval. Het laatste jaar vóór het ongeval  veranderde er iets in hun omgang; ze kregen meer begrip voor elkaar en gingen met hun vrienden maar ook met elkaar meer om.
En ook daar werd deze vernieuwde band plotseling verbroken.
En ook zij heeft het er erg moeilijk mee gehad.

Jonge meiden die gelukkig nog een heel leven vóór zich hebben, maar in de jonge adolescente jaren een enorme klap te verwerken hebben gekregen, die ze confronteerde met vragen als : Waarom gebeurt dit?  Waarom nu? Net nu we het zo goed hebben samen?
En die meteen hun eigen handelen onder de loep gingen nemen. Terwijl pubers  vaak oogkleppen op hebben en meer op zich zelf gericht zijn dan op anderen; dat wordt van pubers als “normaal” gedrag beschouwd.
Als de dood er tussen komt wordt dat kennelijk  anders.
Het werd door één van de meisjes heel mooi verwoord:  We dachten dat we nog tijd genoeg hadden.
Wat ik mooi vind  is dat ze gelukkig vóór de dood hun vader/broer, wegrukte nog een tijd hebben gehad waarop het WEL goed ging met elkaar. (Er zullen ook genoeg mensen zijn waarbij dát niet het geval is geweest)

De dag na de verhuizing.

boonie
We worden wakker op ons logeeradres in de Achterhoek en kijken naar buiten.
De aanblik van de poes die een plekje in het vogelhuisje heeft gezocht is nieuw,
geen idee hoe zij er zó ingekomen is.

We ontbijten. Het is zonnig dus we gaan een stukje lopen nabij Doetinchem op het bijna 600 hectare grote landgoed Slangenburg, aangelegd in de 17-de eeuw  en (veel )later in handen gekomen van Staatsbosbeheer.

 

De parkeerplaatsen op het landgoed zijn allemaal vol, ook  de toegangswegen, waar parkeerverbodsborden staan, staan helemaal vol met auto’s. We vinden een stuk verder een bospaadje waar we wél mogen parkeren; het is er erg rustig.
herfstwandelingHet is een landgoed met prachtige bospaadjes, wijde velden en een veld  nog begroeid met verpieterde mais. Te droog geweest? Het waterpeil is erg laag hier, vennetjes zijn bijna leeg en ook verschillende greppels staan helemaal droog.
We maken een leuke wandeling op dit mooie landgoed.

Als we op ons logeeradres terug zijn en ons hebben opgefrist gaan we naar Warnsveld; We  gaan met elkaar eten in restaurant de Pauw. Een prachtig restaurant dat in 2017 door brand (kortsluiting) verwoest werd. 10 maanden later opende het herbouwde restaurant weer en afgelopen zondag waren wij er, als gasten van ons zaterdag verhuisde familieleden.

de pauwGoede gastheren  heette ons welkom, verzorgden een drankje en gaven de menukaart.
Een bijzonder gevarieerd menu, waar ons gezelschap verschillende keuzes uit maakten.
Zowel vis (tonijn) als wild als T-bonesteak werd gegeten en iedereen was erg tevreden. De toetjes waren geweldig lekker, waarbij de Dame Blanche wel de Topper was.

Op een bord werd  een half ronde chocolade bol binnen gebracht, de ober goot er warme chocoladesaus op, waardoor het dakje van de chocolade halve bol begon te smelten en het ijs binnenin zichtbaar werd. Verrassend!

Het restaurant is tegenover een kerk die op deze avond met de verlichte ramen een prachtige decoratie in ons uitzicht vormde.

Om half 10 aanvaardden we de terugreis naar het Westen;  het was een productief, gezellig weekend met familie in de Achterhoek geweest.

 

Verhuizing

Ooit zijn wij van een flat naar onze huidige woning verhuisd. Dat deden we met een zelfverhuizer en veel vrienden.
Een zelfverhuizer vonden wij een geweldig concept: Er kwam een  vrachtauto met oplegger. Het voorste deel reed weg, de oplegger bleef staan. We laadden die container met al onze spullen vol.
De volgende dag vroeg reed de chauffeur de  geladen oplegger naar ons nieuwe adres, hij verdween weer; wij laden onze spullen uit, we belden als de container leeg was en dan kwam de chauffeur het hele gevaarte weer  opladen.

Zo hebben wij ook een aantal vrienden verhuisd. Zonder vrienden is zoiets niet te doen, mét vrienden was het een ontzettend gezellige boel. (We zijn met zijn allen in het lege huis op luchtbedden blijven slapen)

Onze zonen zijn meerdere keren verhuisd van de ene naar de andere kamer. Ze hadden niet zoveel spullen, dus huurden we een boedelbak en laadden bij de ene kamer in en bij de volgende kamer uit.
Ook weer een ontzettend gezellig gebeuren dat je met elkaar deed.

verhuisNu gaan we weer een jong stel helpen met verhuizen. Ze hebben een vrachtwagentje gehuurd, waar we heen en weer mee gaan rijden, deze keer tussen 3 plaatsen.

Als we in het “oude huis” komen wordt er eerst koffie gedronken, de verhuisauto is dan al gehaald; de buren hebben hun auto elders geparkeerd zodat de verhuisauto vóór de deur kan staan.
En dan begint het geloop, met dozen van boven naar beneden naar de verhuisauto , waar één van ons, die inzicht in inpakken heeft, in de auto staat en alle zaken vakkundig neerzet.
Dát is de topper want na 3 uur blijkt alles in de auto te staan, tjokvol maar de laadklep kan dicht!
De schoonmaakmiddelen en de stofzuiger staan nog in het oude huis, die klus is voor een andere dag!

huisautoWe zijn met zijn zessen; 2 gaan in de verhuisauto, de rest rijdt met auto’s er achteraan. Het is maar 6 minuten rijden en dan kunnen we alles weer uitladen, maar eerst een rondleiding in het nieuwe huis. We zijn enthousiast, het is een lief huis, dat de nieuwe bewoners verwelkomt, omarmt zelfs! De zon schijnt. We zijn allemaal enthousiast.
Behalve over de steile trap naar boven, daar moeten zware dingen heen en de sjouwers fronsen. Uiteindelijk komt alles op zijn plek, maar niet zonder (een beetje) gevloek en hoofd gestoot op de trap.
Als we lunchen is er een bank, zijn er stoelen, heerlijke broodjes en soep.

Daarna verlaten 4 van de 6 harde werkers in de verhuisauto het nieuwe huis en gaan een half uur rijden naar het andere huis; de spullen daar zijn zwaarder én de trap heeft een bocht, maar ook daar komt alles in de auto en als  we ook die spullen het nieuwe huis  ingeladen hebben, is het klaar voor de helpers.

De bestelling  voor het avondeten wordt opgenomen en iedereen zakt onderuit met een drankje. De lampen werken en verspreiden een gezellig licht, het bed voor vanavond is opgemaakt en de rest van de klus (uitpakken van dozen etc) is voor de nieuwe bewoners op een andere dag (dagen)
We eten met zijn allen in onze werkkleding, genieten van de mooie nieuwe ruimte en de gelukkige gezichten van de nieuwe bewoners.
De klus is geklaard.

Olijfboom

Onze neef heeft een leuk huis in de Achterhoek met een piepklein tuintje.
Dat tuintje is, van het begin van bewoning, betegeld en heeft maar één mooie boom erin.
Oorspronkelijk was dat een olijfboom. Een beeldschone, dikke stam met zilverkleurige blaadjes .
Het eerste jaar had ik, in het juiste seizoen, bij wijze van grap, er zwarte nepolijven in gehangen.
Helaas kwam er een strenge winter, de boom was (veel) te groot om binnen te halen en heeft het helaas niet gered. Het stond erg triest: zo’n tuintje met één dode boom erin.
Toen mijn neef moed genoeg verzameld had heeft hij de stam afgezaagd en de stronk met wortels en al uitgegraven.

olijfhoutOoit waren wij in Griekenland en zagen daar olijfboomgaarden met prachtige grillige stammen.
De lokale bevolking wist alles van de olijfbomen ten gelde te maken. Olijfolie, olijfpasta, maar ook prachtige dienbladen, kruidenmolentjes en allerlei andere souvenirs werden van  de vruchten en het hout gemaakt.
Het is heel mooi hout.

Toen onze neef vertelde dat hij de boom, kluit en stam naar de vuilstort ging brengen vroegen wij of we de stam mochten hebben.
Dat mocht.
De stam stond jaren bij ons in de schuur.
Ooit wilden we er wat mee.
Ooit duurde lang. Totdat…..
ik in een folder een, (zo leek het) uit hout gesneden uil  zag (bleek bij nader inziengeen hout maar kunststof te zijn)

Mijn lief zag het  als voorbeeld voor de olijfboom, zoiets zou hij willen maken.
uilIk zocht de stam en vond hem ergens achter in de schuur en mijn lief ging aan de slag.
De boomstam van de neef zal een nieuw leven als uil krijgen.

Neef zelf heeft een kersenboom op de plaats van de olijfboom neergezet, die inmiddels in het juiste seizoen ook al vruchten draagt.
Hij eet ze niet. Vóórdat hij ze wil plukken zijn de vogels hem  al voor geweest
Dat mág van hem.

Jarig

Eerdaags ben ik jarig (ik ben een schorpioen)
Ik heb een aantal heel bijzondere verjaardagen meegemaakt.
Zo heb ik mijn moeder ooit op mijn verjaardag verhuisd naar een inleunwoning; zat ik op de dag en nacht vóór mijn verjaardag in het ziekenhuis naast het bed van mijn broer, die een zware operatie moest ondergaan en vloog ik op mijn verjaardag terug naar huis; reisden we als begeleiding met een vriendin naar Ghana ( heel bijzonder om op je herfstverjaardag in een heet*) land te zijn) en waren we  ooit met een camper op mijn verjaardag aan het trekken door Nieuw Zeeland.

Maar de eerste verjaardag die ik me herinner die bijzonder was, was al klein kind.
Ik was thuis en ziek. Het zal op een zondag geweest zijn, want mijn vader was thuis.
(Tot ca  1960 werkten mensen nog op zaterdag en gingen kinderen op zaterdagochtend nog naar school) Ik denk dat ik besmettelijk ziek was, want er kwam, in mijn herinnering, niemand op bezoek, terwijl een verjaardag in ons huisgezin meestal een “drukke” boel was.

In die tijd hadden de meeste woonkamers nog geen zitbank, alleen leun- en eetkamerstoelen.Wij hadden in ieder geval geen bank, divan of sofa, en ik geloof ook andere mensen in onze omgeving niet.
Dus “op de bank liggen ziek te wezen” kon niet: er was een stretcher in de huiskamer neergezet “een “wankel” opklapding, waar ook logées op konden slapen. Ik herinner dat een meisje van mijn broer eens ’s nachts met bed en al is ingeklapt!!

Waarom herinner ik me deze verjaardag zo specifiek en andere jeugdverjaardagen niet?
Ik was ziek, kan me alleen die ene keer herinneren dat ik ziek was en er “een gedoe”omheen was en mijn vader was  naast mijn geïmproviseerde bed “aan het werk”.
Hij was zondagsschilder, zo werd iemand genoemd die amateurschilder was en in zijn vrije tijd (alleen de zondag dus ) schilderde.
herfstasters
Zijn schildersezel, die normaal in het “bijkamertje ”stond werd in de buurt van mijn bed gezet en daar was hij aan het schilderen terwijl ik op de stretcher lag. Veel van zijn schilderijen waren (bloemen) stillevens. Ik dommelde wat, maar als ik mijn ogen opende was mijn vader  aan het schilderen; een vaas met bloemen.
Mijn vader is aan een hartaanval overleden toen ik 9 jaar was; dat maakt deze herinnering nog specialer. Zoveel herinneringen aan hem mét tastbare bewijzen heb ik niet.

Het schilderij heb ik  (hij kon geen afstand van zijn schilderijen doen en bij hoge uitzondering werd een schilderij “weggegeven ”)
Ook heb ik de koperen vaas nog die hij toen schilderde! En, als je een volwassen vrouw bent die in november jarig is, is  de kans héél groot dat je herfstasters op je verjaardag krijgt!

klein
Ooit zal ik voor hem geposeerd hebben, maar dát herinner ik me dan weer niet

 

*) geen warm land, maar een HEET land; in huis zitten met draaiende ventilatoren omdat het buiten té heet was; in november!

 

Onverwachts inkijkje

Op de markt (in een kerks dorp) raak ik aan de praat met een wat oudere man (51 jaar getrouwd vertelt hij later)

Het gesprek begint over de winkelopenstelling op zondag.
– Mijn vader zou zich in zijn graf omdraaien als hij dit wist –
De (jonge) marktkoopman praat mee
– In mijn (ook kerks dorp) zijn 5 supermarkten, maar er is er maar één op zondag open- De oudere man zegt dat er véél veranderd is sinds zijn jeugd
Hij was, in 1968, met een katholiek meisje getrouwd, dat was toen in beide families een enorm “gedoe”, nu woont zijn dochter al jaren samen. Dát werd vroeger “hokken” genoemd: je leefde dan in zonde.
– Ach mevrouw, het geloof heeft zoveel kwaad gedaan. IK moest vroeger elke dag naar de kerk, of ik wou of niet en tegenwoordig weer dat gedoe met die moslims. Geloof – Hij spuwt het woord uit en snuift, er valt een korte stilte.
Maar dan gaat hij verder:
– Mijn dochter is verhuisd van een niet-kerkelijke gemeente naar een kerkelijk dorp: prachtig huis met een mooie tuin aan het water. Ik heb haar gewaarschuwd; Eén keer zondags de was buiten hangen en je ligt er daar uit!

Wij hadden het vroeger niet zo breed, niks mis mee en nou….
Neem mijn dochter die gaat (hij kijkt op zijn horloge) nou zo’n beetje,  vliegen ze mét de kinderen even 4 dagen naar New York.
Wij gingen vroeger nooit met vakantie  –

De marktkoopman maakt aanstalten om wat te zeggen maar de man is hem voor:
– Ik zeg niet dat het vroeger allemaal beter was, echt niet, maar sommige dingen……….-
Ik knik: sommige dingen…………………

Ik moet nog meer boodschappen doen en sluit zijn monoloog af.
– Fijn weekend – roept hij me na.
– U ook –
Een onverwacht inkijkje in het leven van een man die zijn hele leven in een kerks dorp heeft gewoond, maar (ondanks dat?) niets meer met het geloof heeft.

 

 

Ontzuiling 2

Mijn ouders waren voorstanders van Openbaar Onderwijs; iedereen moest met iedereen om kunnen gaan welk geloof men ook aanhing. Ik heb dus Openbaar Onderwijs genoten.

Ik ben wél gedoopt: Remonstrants. Later heb ik begrepen dat dat een “dingetje” van mijn moeder was en dat het dopen voor mijn vader niet zo hoefde.
Toen mijn vader nog leefde (hij stierf toen ik 9 jaar was) gingen we zondags naar de kerk van de  Nederlandse Protestante Bond (NPB). Toen hij overleed zijn we “terug” gegaan naar de kerk van mijn moeder en ben ik bij de Remonstranten op catechisatie gegaan.

Op de (Openbare) Lagere School had ik geen benul van andere geloven. Ik had vriendinnetjes die naar een andere school gingen en die “anders” bidden vóór en na het eten.Dat was het wel zo’n beetje
Het besef kwam pas op de middelbare school toen ik naar dansles moest (voor mij hoefde het niet, maar volgens mijn moeder hoorde dat bij je opvoeding)
Heel veel van de kinderen waar ik mee om ging gaven zich op bij Dansschool van Bommel. Ik ging naar een andere dansschool, dát was dichter bij ons huis (zei mijn moeder)
Na een tijdje “zeuren” kwam de werkelijke reden eruit: Dansschool van Bommel was een katholieke dansschool. Katholieke mensen wilden (volgens mijn moeder) dat hun kinderen trouwden met een katholiek iemand, DUS moesten ze op een dansschool waarop ze  katholieke jongens en meisjes zouden ontmoeten.)

Mijn man komt uit een niet-gelovig gezin, waarin men ook vond dat iedereen met iedereen moest kunnen omgaan. Dus er was geen beletsel van onze ouders om met elkaar om te gaan, te verloven en te trouwen.

Onze kinderen zijn NIET-gedoopt en zaten op een openbare lagere school, tot zover
“ l’histoire se répète
De Middelbare School mochten ze zélf uitkiezen. We zijn met de oudste naar verschillende scholen geweest en hij koos een katholieke school.
Toen zijn broer aan de beurt was om een middelbare school te kiezen (6 jr later) wilde hij geen scholen gaan bekijken: hij wilde op de school van zijn broer. Daar was hij diverse keren geweest en dié was hem vertrouwd.
Mijn man en ik zijn toen ”voor de vorm” (én omdat we het leuk vonden) bij andere scholen gaan kijken om een beeld te krijgen hoe het dáár, zoveel jaar later was, maar de jongste was onvermurwbaar, hij wilde zelfs niet mee gaan kijken, hij had zijn keuze al gemaakt (hij heeft er nooit spijt van gehad zegt hij zelf)
Een goede school voor het ene kind hoeft nog niet DE goede school voor het andere kind te zijn. Bij onze jongens heeft het allebei goed uitgepakt (dankzij hun eigen keuze)