The making-of

Al eerder blogde ik over mijn creatieve lief die dieren uit hout snijdt.
Om te kunnen houtsnijden heb je hout nodig. Het begon allemaal met een familielid die een olijfboom in zijn tuin had; die boom overleefde een winter niet!
De neef gaf ons het omgehakte stammetje. Daarin bleken een uil  en een everzwijntje te zitten.

Een kennis liet een uitbouw aanbouwen en had een paal over, daarin zat een uil.

Een houtvester die we in het bos zagen zagen, liet ons een stronk uitzoeken; daarin zat een eekhoorntje én een engeltje é…. een flamingo

Onlangs kregen we van een kennis die wat boompjes liet omzagen een aantal stammetjes. Hij had wel eens iets laten vallen over ijsvogeltjes die vlakbij een nestje hadden gebouwd. Dat was voor mijn lief de hint om uit een van de gekregen stammetjes een ijsvogeltje voor hem te houtsnijden

Ik heb het proces gefotografeerd en kan u dus laten zien hoe zo’n ijsvogeltje onder de bekwame handen van mijn lief “uit het hout” komt en uiteindelijk kleurig en wel op zijn bestemming komt.

Het ijsvogeltje heeft inmiddels een andere eigenaar (degene van de stammetjes ). Hij is erg blij met zijn nieuwe huisdier; het heeft een prachtig plekje gekregen!

Wouw

Vroeger, ver voor het digitale tijdperk, had ik nog nooit van een “wouw” gehoord
(Het is een roofvogel)
Toen we ooit in Engeland met vakantie waren was mijn lief iets “hoogs” aan het bekijken; hij moest een (vond ik) enge lange trap op, om daarboven iets “technisch” te bekijken.
Ik besloot beneden te blijven.
Het was in een prachtige landelijke omgeving en droog weer.

Ik maakte een praatje met de kaartjesverkoopster en ging daarna op een bankje voor het gebouw zitten om van het uitzicht te genieten.
Na een tijdje zag ik een grote vogel in de lucht rondcirkelen, iets later kwam er nog één.
Groot, roestbruin met een gevorkte staart. Ik rende naar binnen, naar de kaartjesverkoopster die alleen achter haar balie zat en ik wees opgewonden naar buiten: “Look”
Ze liep met me mee, keek waar ik op wees. Eén blik van haar was voldoende ”Kites” zei ze en wilde weer naar binnen lopen.

– Kites? These are not kites, this is a bird- probeerde ik haar tegen te houden.
Ze trok haar schouders op en liep naar binnen, zei nog één keer heel beslist “kites” en ging weer op haar vaste plekje zitten.

Dit waren echt geen vliegers, dit waren duidelijk vogels. Toen mijn lief (eindelijk) naar buiten kwam waren de vogels gevlogen!

Een paar dagen later waren we in een grote stad (die mijden we meestal op onze kampeervakanties)
In die stad waren in elke straat wel charity shops! Ik zag er één met boeken liep naar binnen en kocht voor een paar pond een vogelboek!
Ik vond “mijn vogel” meteen; het was een kite!
Dus niet alleen het Engelse woord voor vlieger maar ook voor een vogelsoort! (sorry met terugwerkende kracht voor de dame dat ik haar “kite” niet geloofde

Pas in Nederland kon ik in het Engels/Nederlandse woordenboek opzoeken wat de Hollandse benaming was voor “the kite”;



.

Pas in Nederland kon ik in het Engelse woordenboek opzoeken wat de Hollandse benaming is voor “the kite”; een  rode wouw dus! Een echte -vogel; spectaculair.

Hieraan moest ik denken toen ik onlangs e.e.a. over de wouw las:

Het is één van de soort roofvogels die bijna alleen in Europa voorkomt, makkelijk te herkennen door de lange, diep gevorkte staart. (samen met zijn soortgenoot de zwarte wouw, de enige in Nederland voorkomende roofvogel met zo’n gevorkte staart)

Sinds 2010, las ik NU, broeden ze ook in ons land ( vnl in het oosten des lands)

Het aantal wouwen in Groot Brittannië is, na de herintroductie van dit soort (eind jaren ’80) flink toegenomen; zo’n 10.000 exemplaren, schat men.

In heel Europa neemt het aantal wouwen echter af, voornamelijk in Duitsland; dan komt, zo denkt men door de toename van het aantal windturbines in hun leefgebied daar.

Deze roofvogel “jaagt” op  andere vogels, insecten, amfibieën, maar ook op regenwormen en hij pakt ook graag een prooi van  een andere roofvogel af én is ook een aaseter, dierverkeersslachtoffers behoren ook tot zijn mogelijke voedselbron.

Een wouwdame broedt 1x per jaar, meestal 2 eieren in een rommelig en (te) klein nest, waarvoor het wouwmannetje het nestmateriaal aanlevert, een stuk plastic, lappen of touw zijn favoriet, reden waarom vóór 1606, William Shakespeare in zijn toneelstuk King Lear al liet zeggen: “Als de rode wouw zijn nest bouwt, let dan goed op je wasgoed”

Rode wouw, als je hem ziet, herken je hem, zeker na dit verhaal meteen!

Een eigen, zelfgeschapen wereldje

Hai: “Het leven kan je buigen, breken zelfs, maar je kunt wel heer en meester zijn over een klein stukje eigen wereld. Dát stukje wereld kun je zelf scheppen: een bonsai in een pot, met stenen, grind, aarde.”

Ieder morgen was Hai, zo vertelde hij me ooit, even bezig met zijn  eigen wereld
Letterlijk: hij trimde zijn bonsai, harkte het grind, herschikte de rotsen. Dit was de wereld, die hij wél zelf in de hand had. Ná dat ochtend meditatief moment kon hij aan wat de Hogere Macht voor hem die dag in petto had.

Ik vond dit bijzonder en was vast van plan thuis ook zoiets te maken. Hai zei me dat ik dan “even” langs de zee moest lopen en daar een bijzondere rots moest uitzoeken. Ik vertelde hem dat Nederland zandstranden heeft en geen rotsen.
Dáár kon hij zich niets bij voorstellen: geen rotsen en stenen aan de zee!

Mijn lief heeft, na onze Vietnamreis, thuis jaren een bonsai verzorgd (en nog) gewoon in een pot, zonder verdere “franje”

Ik ben begonnen met een blauwe pot, maar alles wat ik er inzette vond ik zo “gemaakt” een té gearrangeerd wereldje, het paste niet bij mij!
Uiteindelijk heb ik, in de natuur gevonden “schatten” zoals schelpen, vreemde gevormde stukjes hout, (bekertjes) mos en zeepokken in de pot gedaan en het verder aan de natuur overgelaten.. Zo nu en dan kwam er een “natuurvondst” bij. Ik keek er wel vaak naar, maar (her)schikte niet!
Kennelijk had ik het iedere dag bezig zijn met zo’n “eigen wereldje” niet nodig

Er kwam door de wind? een vogel? een zaadje in de pot van wat later een boompje werd. Langzamerhand werd de pot, zonder mijn verdere inmenging, steeds meer zoals ik ooit hoopte dat het zou worden: een wereldje op zich, maar er ontbrak nog iets aan!

Ooit waren we (weer) in Engeland bij mijn schoonzus.
We liepen, samen met haar, in haar tuin. Ergens stond een porseleinen, oosters beeldje met een gebroken zonnehoed op zijn rug. Toen ze merkte dat ik het zag pakte ze het snel op “In the trash can”. Ik vroeg of ik het mocht hebben. Dat vond ze vreemd, ze houdt zelf niet van iets dat ook maar een beetje beschadigd is.
Ik kreeg het wel mee.

Zo had ik, jaren na Hai’s verhaal, toch mijn eigen wereldje in een blauwe pot, in de tuin naast de vijver. De Oosterse man heeft een stokje in zijn hand gekregen (ook hij is meditatief bezig ) er is een glazen schaaltje als” vijver” bij gekomen.
Vaak baden daar musjes in, dat mag van mij!

Ik ben niet elke morgen met “mijn kleine Oosterse wereldje” bezig.
Hai’s echte wereld is niet te vergelijken met de mijne, mijn “wereldje in een pot” hoeft voor mij niet te vervullen want Hai’s wereldje voor hem doet.
Af en toe haal ik een blaadje uit de pot en vul ik het water bij, nooit zonder aan HAI te denken.

Loven en bieden

Eerder had ik het in een blog (Verkoopcommunicatie) over het onderhandelen van prijzen, iets dat ik NIET kan en mijn lief ook niet.

Dat niet kunnen onderhandelen valt het meest op in landen waar over bijna elke verkoopprijs onderhandeld moet worden.


In Mauritanië op de markt ging ik flink in de fout.
Ik vroeg in het Frans wat de prijs van een lap stof was, de man zei een prijs, ik zei “non merci” en liep weg.
Mijn begeleider wees me erop dat dit daar ECHT niet kan.
Als je iemand om een prijs vraagt ben je geïnteresseerd en ga je DUS onderhandelen!
Hij vroeg me wat de uiterste prijs was wat ik voor de lap stof wilde betalen en ging voor me onderhandelen. Ik stond wat beteuterd op een afstandje te kijken. Ik kreeg de lap stof voor de prijs die ik wilde. Ik heb in dat land NIETS meer zelf gekocht.

In Egypte vond ik het (in grote steden) lopen op markten en bij toeristische attracties dramatisch. Ook als je NIETS wil kopen, geven kooplui je iets in je hand dat je vervolgens MOET kopen. Zaak dus om je handen dicht te houden zodat er niets in gelegd kan worden óf mensen afblaffen en soms wegduwen, iets dat ik beslist NIET doe.
Gewoon “no thank you” zeggen werkt daar beslist NIET!

Op twee keer na waarbij ik WEL normaal met kooplui kon praten, heb ik verder NIETS gekocht.
Voor een feest op een boot moesten we ons verkleden, mijn lief heeft voor ons “onderhandeld” voor de kleding (meer betaald dan andere gasten hoorden we later) Het was een leuk feest!

Ook in Ghana kreeg ik het benauwd op de markt.
Gelukkig waren we met een Ghanees op die markt. Toen ik een zonnehoed of pet wilde hebben omdat de zon op mijn bolletje brandde ging hij voor me onderhandelen (ik had géén prijs genoemd) Ik kreeg géén zonbescherming: de kooplui vroegen teveel, zei onze “onderhandelaar”
De verkoper zag dat hij de hoed kocht voor “ een witte” daardoor werd de prijs hoger.
Ik had het heet en wilde best wat meer betalen, maar onze begeleider wilde dat niet!
Een trotse Ghanees, die gasten van zijn land niet teveel wilde laten betalen!

Ooit, lang geleden in Vietnam hebben we wel het één en ander (souvenirs) gekocht. We betaalden gewoon wat men vroeg. Een Vietnamees meisje in een winkel vroeg me wat ik voor een (inlandse) zonnehoed die ik ophad, betaald had.



Ze proestte het uit toen ik de prijs zei “Much too much” giechelde ze.
Mijn lief was razendsnel en vroeg haar hoeveel wij háár teveel hadden betaald. Ze lachte en noemde een bedrag. Mijn lief graaide een net betaald bankbiljet uit haar hand, waarop zij weer razendsnel mij bij mijn arm greep “Then I’ll keep your wife” riep ze hem na terwijl mijn lief deed alsof hij de winkel uit vluchtte. Mijn lief liep naar weer haar toe met het papiergeld in zijn uitgestrekte hand “If you keep my wife I’ll give you money.” grapte hij. Het meisje liet me los en kwam niet meer bij van het lachen.
Bij haar wisten we dus ook dat we teveel betaalde, maar we gunde het haar.

In andere blogs heb ik al beschreven welke souvenirs we in deze landen hebben gekocht/laten kopen. We hebben vast vaak, als we iets zelf kochten, teveel betaald maar dat namen we voor lief, beter dát ( je kunt altijd ook NIET kopen) dan het “spel” van prijsonderhandelingen waarvan IK de regels NIET begrijp en het afwijzen, weglopen en terugkomen vreselijk vind.

Verkoopcommunicatie

Voor het eerst sinds lange tijd ben ik weer naar een kringloopwinkel geweest, ik had een paar dingetjes nodig die ik, in plaats van nieuw, ook tweedehands kopen kon.

“Toevallig” zag ik een leuk rokje in mijn maat hangen en nam dat ook mee.
Toen ik naar de kassa wilde lopen zag ik een dame met een mandje met daarin exact dezelfde stof als “mijn” rokje. Zij keek naar mij en ik naar haar.
”Ik  ga die blouse voor mijn moeder kopen” zei ze.
Ik wees op mijn mandje “Ik heb van die stof een rokje”
“Echt?” Ze keek me aan. ”Wilt u misschien die blouse erbij hebben, dat mag hoor”
Wat een lief mens.
Ik schudde van neen “heel lief maar dat is misschien te veel van het goede, het is nogal drukke stof”
Ze zei dat haar moeder die stof vast enig zou vinden, maar als ik me zo nog bedacht, ze liep nog in de winkel, dan kon ik de blouse alsnog krijgen. Ik lachte en bedankte voor het aanbod.
Met een blij gevoel, de rok én mijn nodige boodschapjes verliet ik de winkel.

Dezelfde dag was ik de, net gekochte en thuis gewassen, rok op het buiten droogrek aan het hangen toen ik harde stemmen in de tuin van de buren hoorde.
Ze hadden hun tuinameublement op Marktplaats gezet en kennelijk kwam er een koper voor
Hij maakte (harde) complimentjes naar de schattige baby, die in de tuin lag en opmerkingen over de te kopen waar. Ik was klaar met het ophangen en liep weer naar binnen.
De stemmen werden luider en ik hoorde een autodeur dicht slaan.

Toen ik later de tuin inkwam vroeg de buurman of ik e.e.a. gevolgd had.
Niet alles, wel de essentie de verkoop van het tuinstel.
Het hele tuinstel bleek in de auto te zitten toen de buurman om het geld vroeg, zei de koper “Heb ik nog niet betaald dan?”
Daarna gesteggel over de prijs (die vooraf al afgesproken was) Een heel gedoe.
De buren hadden voet bij stuk gehouden, meegelopen naar de auto waar nog wel wat kleingeld in lag en uiteindelijk het bedrag gekregen. Ze telden de handvol kleingeld na; er bleek een euro te kort te zijn!

Later vertelde de buurvrouw dat ze op Marktplaats een opmerking gemaakt had over de verkoop én de euro tekort! En dan het vervolg: de verkoper maakte de ene euro alsnog over!
Mijn buren hadden wel hun buik (even) vol van spullen verkopen!

Ik snap dat. Wij hebben ooit één keer 4 stoelen en een eettafel verkocht (toen nog via kaartje bij de supermarkt) Lang verhaal kort: de dame die aan de deur kwam was net gescheiden, had  “eigenlijk” geen geld,  één stoel zat toen al in de auto, toen er zo’n zielig verhaal kwam dat de tranen van gevoel over mijn rug biggelden .
Of het waar was of niet, ik kon er niet tegen. Het eindigde met de koop van  4 stoelen en een tafel voor  € 25,- totaal waarbij mijn man nog de tafel naar haar huis is gaan brengen omdat die niet in haar autootje paste!

We zijn watjes, we weten het.
Nooit meer wat verkocht, wel weggegeven!
Leven gelukkig.
Met misschien minder geld, maar nooit meer gezeur over een verkoopprijs!




Inventief

Mijn lief is behalve creatief ( zie blog 9 dec vorig jaar) ook inventief.
Als ik een praktische probleempje heb, gaat hij naar de schuur en vindt er een oplossing voor.

Zo ga ik 1x in de week véél boodschappen halen. Op de fiets. Ik heb daarvoor van mijn supermarkt, grote fietstassen gekregen. Geweldig praktisch, maar niet “mooi”.
Ik wil ze dus niet constant op mijn fiets hebben.
Erop en eraf met riempjes vast en los, is een heel gedoe.
Mijn lief ging, toen ik eens mopperde over het riempjesgedoe, de schuur in.
En zie hier. Een praktische oplossing die het heel gemakkelijk maakt om de tassen erop en er af te halen.

Wij scheiden afval.
Zomers is het geen punt als ik ..tig keer, door de voordeur naar buiten loop om in iets weg te gooien in één van de 4, door de afvaldienst verstrekte, bakken.
In de winter vliegt de warmte uit de voordeur elke keer dat we naar de vuilnisbakken gaan (en dat is best vaak) Dus hebben we een binnenafvalbak met 3 vakken gekocht.
’s Avonds legen we de 3 bakjes in 1 keer met afval van de hele dag, maar………….. voor papier moeten we nog wel naar buiten, en ook dát blijkt best vaak te zijn als je dat (consciëntieus) met elk snippertje doet! Eerst stond er een doos voor papier in de hal.
En rot gezicht, maar beter voor het milieu dan tig keer de voordeur open én fijn voor de sportvereniging die de blauwe papierbak leegt en het geld goed kan gebruiken!
Mijn lief vertrok weer naar de schuur.

Het smalle houten bakje staat, achter de 3 bakken, niet in de weg en is groot genoeg voor de enveloppen en reclame van de post, de verpakking van boodschappen en de rest.

Er viel een tijdje geleden iets uit een boven keukenkastje op de suikerpot. Het potje was nog heel; de porseleinen deksel aan scherven.
Mijn lief vroeg of ik een stukje bamboe had.
Dat had ik, een snijplankje.
Hij verdween mét bamboeplankje én suikerpot naar de schuur.
Later kreeg ik het suikerpotje terug mét een nieuwe, nu geen porselein maar bamboe deksel.

Leuk om zo’n partner te hebben als je zelf niet al te handig bent:
Op ieder potje past een deksel!

(Niet) reizen

Een spreekwoord luidt Wie verre reizen doet kan veel verhalen.”
Ik ben door COVID-19  al 2 jaar de grens niet over geweest, dus over reizen en andere landen kan ik u weinig recentst uit de eerste hand vertellen.
Doordat de contacten met familie, vrienden en bekenden nu frequenter digitaal zijn dan toen we elkaar wél konden zien ben ik wel “bij” over hun handel en wandel in eigen óf ander land.

De reislustigen uit mijn kennissen- en vriendenkring én uit mijn familie vertellen me over COVID 19 en hun wel/niet reizen.

Woonachtig in Zd Afrika meldt een vriendin (dec.jl) dat daar nu een PCR test  gedaan kan worden als het nodig is.Op de school van de kinderen zijn 13 klassen naar huis gestuurd, vanwege positief geteste kinderen. 18 Leraren zitten in quarantaine, hetzij positief getest, hetzij dat één van hun huisgenoten Corona heeft. Online school voor haar kinderen dus nu!

Met Kerst zou familie uit Nederland naar Zd.Afrika komen, dat kon (door reisbeperkingen) helaas geen doorgang vinden.
Mensen uit Zd Afrika zélf kunnen nergens (buitenland) heen, óf ze moeten meteen na aankomst in het andere land 10- 14 dagen in quarantaine (dan zijn je vakantiedagen snel OP)

Een kennis wilde graag naar zijn vriendin in Thailand. En aangezien mei de goedkoopste maand om naar Thailand te vliegen is, probeerde hij afgelopen jaar een vlucht te boeken.
Helaas naar Thailand gaan mocht verleden jaar mei niet. Pas in december kon hij, mits mét de benodigde COVID-19 prikken en kort daarvoor getest, erheen.

Teruggaand moest hij  in Thailand een negatief testresultaat  van een aantal uren  geleden kunnen overleggen om het vliegtuig in te mogen.
Helaas vloog hij op een zondagavond terug en bleken de testlocaties op die dag gesloten.
Best een gedoe om een locatie te vinden waar hij wél op de juiste tijd getest kon worden. In een privékliniek  lukte het uiteindelijk wél. Hij kwam gezond en wel Nederland weer in.

Een zoon van vrienden van ons zou deze week op wintersport naar Oostenrijk; het schijnt vanwege de hoge Coronakans daar, ten zeerste worden afgeraden. Dus toen heeft hij toch maar gekozen voor de plaats Winterberg (D) Nordrijn-Westfalen, waar momenteel 50 cm sneeuw en 27 km aan skipistes ligt

Tenslotte mijn Engelse familie; zij waren véél eerder dan wij gevaccineerd en vonden het “belachelijk” dat wij van alles mochten terwijl we nog NIET gevaccineerd waren.

Mijn neef heeft op het moment Corona, dat werd duidelijk door een zelftest die positief was.
In Nederland kunnen we die test dan laten bevestigen door de GGD (kosteloos). In Engeland schijnt dit anders te zijn; mijn neef mag NIET verder getest worden, hij mag een week zijn huis niet uit,  meer zelftesten en als de test na een week negatief is, dan mag hij alles weer.

Hij zou zijn 4e vaccinatie(!) eerdaags krijgen maar dat gaat nu niet door; er moeten 28 dagen tussen de positieve test en een vaccinatie zitten.
Op 22 jan. appte hij dat hij negatief gezelftest heeft, dus binnenkort zijn oude moeder weer kan bezoeken.

[Volledig gevaccineerden hebben geen negatieve testuitslag meer nodig om Engeland binnen te komen, toch wachten we nog maar even]

Autokennis

Mijn neefje vroeg, toen hij klein was, voor al zijn verjaardagen, Sinterklaas en Kerst, speelgoedautootjes. Alle ooms en tantes hadden hem een speelgoedautootje gegeven van het model waar ze zelf in reden. Hij was nog heel klein toen hij al heel veel automerken kende en je haarfijn kon vertellen wie in welke auto reed.
Omdat ik, zijn tante, niet veel ouder dan hij, vaak op de grond met hem zat te spelen, wist ik ook best veel van automerken en types (TOEN)

Ik ben opgegroeid in een mannenwereld met alleen broers, géén zussen.
Dus qua speelgoed mocht IK dan wel poppen gehad hebben, maar de wereld om me heen bestond voornamelijk uit jongens- en mannendingen, waaronder treinen en veel (speelgoed)auto’s. Automatisch leerde ik van de jongens (en later mannen) het één en ander over merken en modellen

Kortgeleden wandelden we ergens en zagen we in een tuin een auto staan van het merk Gurgel, een automerk waar ik (en ook mijn lief) nooit van gehoord had. Ik kon er toen geen foto van maken, maar gelukkig vond ik een foto op internet van dié auto. Uitlaat onder de auto én er op.

Thuis zocht ik het na en vond dat de auto genoemd is na de stichter van de fabriek Joao do Amaral Gurgel , een Braziliaan (1926-2009) Hij stichtte de fabriek in 1969. Aan het eind van 1994 sloot de fabriek wegens onvoldoende financiële middelen.
Er rijden dus nog Gurgel auto’s, zelfs in Nederland.(Hoewel ik  natuurlijk niet zeker weet of het exemplaar dat ik zag, nog rijden kon; de auto stond op een oprit!)

De fabrieksnaam Gurgel bestaat nog steeds, het is nu een Braziliaanse importeur van een soort driewielers.





De blauwe schicht

Niet ver van ons huis ligt de grens tussen de provincies Noord Holland en Utrecht.
Na de vaststelling van de grens in 1351 werd bij de Zuiderzee een (houten) Leeuwenpaal*) geslagen en van daaraf een gracht gegraven.
De definitieve grens werd vastgesteld in 1719.

Nu loopt er langs de gracht een zand/grindpad waar we af en toe overheen fietsen.
’s Zomers stuift het als een malle en als het geregend heeft moet je om de plassen slalommen; er zitten (veel) kuilen in het pad. De beloning van het stuurwerk en gehobbel is het rijden langs een prachtig stukje natuur

Soms zien we daar een blauwe schicht over het water schieten; een ijsvogeltje.
35 tot 40 gram aan gewicht, 24 tot 26cm spanwijdte, snaveltje van ca.4cm.
In de rugveren van dit kleine vogeltje zitten geen kleurstoffen; maar door de structuur van de veren zorgen weerkaatsingen van het licht voor de blauwe kleur.
Dankzij dit iriseren kan het ijsvogeltje zich goed camoufleren, in de schaduw is hij (bijna) niet te zien

(Foto door Andrew Mckie op Pexels.com)

Het is me nog nooit gelukt een ijsvogeltje te fotograferen, dus ik moet het met bestaande beelden doen.

Als we langs de gracht (meer een ondiepe sloot) fietsen, schrikt hij (of zij) soms van ons en scheert hij over het water heen, dán zien we hem even. Als we geluk hebben gaat hij op een takje zitten en kunnen we hem wat beter bekijken, dát gebeurt maar heel sporadisch!
Ik vind een ijsvogeltje zien altijd een cadeautje van de natuur.

Van een familielid kreeg ik een glazen ijsvogeltje, dat een vaste plaats voor ons raam heeft gekregen.

Ooit was er een echte aan de rand van de vijver in onze tuin: op mijn verjaardag. Dát was een topcadeau van de natuur!


Onlangs las ik dat de hogesnelheidstreinen (Shinkansen) in Japan veranderd zijn op basis van de anatomie van de ijsvogel!
De kogeltreinen in Japan zijn één van de snelste treinen ter wereld, maar door hun stompe neuzen veroorzaakten ze nogal wat hinder bij tunnels (drukgolven leidden tot enorme knal bij het uitrijden van de tunnel)
Ingenieur ( én vogelspotter) Eiji Nakatsu liet zich voor de oplossen van dit probleem inspireren door de ijsvogel; als deze het water induikt spat het water nauwelijks op, door de vorm van zijn snavel kan de vogel zich namelijk razendsnel aanpassen aan de hoge waterweerstand!



Nakatsu besloot de neus van de hogesnelheidstrein dezelfde stroomlijn te geven als de snavel van een ijsvogel. De neus (snavel) van de trein werd zo’n 15 meter lang en het probleem met
trein-tunnel-geluid werd opgelost!

Moraal: Kijk naar de natuur, deze is niet alleen maar MOOI, maar kan je ook wat leren!

*) Een leeuwenpaal of leopaal, wordt zo genoemd omdat zowel de provincie Utrecht als Nrd Holland een leeuw in hun wapen hebben

Voornamelijk

Ik ben vernoemd.
Eén doopnaam heb ik van mijn vader met een” a” er achter om het te vervrouwelijken, een andere doopnaam komt van mijn (Belgische) moeder en mijn 3e doopnaam komt van een vrouwelijke relatie van mijn beide ouders:

De naam Maria is een variant van het Hebreeuwse Mirjam, een naam die voorkomt in de Bijbel (de zus van Mozes) De verlatijnste naam van Mirjam werd Maria ;de naam van de moeder van Jezus

Afbeeldingen van Mirjam, de zus van Mozes en Maria, de moeder van Jezus

De Maria, waar ik naar vernoemd ben was katholiek, mijn ouders allebei niet.
Ik heb een andere roepnaam, dus alleen bij het invullen van formulieren komt de naam Maria te voorschijn. Ik vind het géén fijne naam, zo “heilig”, past helemaal niet bij me (vind ik)

De verklaring van de herkomst van de naam Maria, is niet eenduidig, er schijnen 60 mogelijke verklaringen te zijn, één daarvan is dat het van oorsprong een Egyptische naam is, afgeleid van
” welgevormd” en “schoon” Een andere verklaring is dat het van oorsprong Hebreeuws is, afgeleid van “bitter” en “weerspannig”

Een paar Marianaam weetjes:

De populariteit van de naam Maria neemt, sinds 1970 af.
Er schijnen momenteel (in Nederland)  1.522.000 vrouwen en 510.000 mannen deze naam*) te dragen.
In het, door de Paus ingestelde, Mariajaar (1954), kreeg 17% van de geboren jongens Maria*) als volgnaam

In 2021 zijn er 128 meisjes geboren die Maria heten.

Er zijn veel meisjesnamen van Maria afgeleid. Daarvan is Marie wel de bekendste, maar ook Maaike, Marijke en Marieke zijn afgeleid van Maria.

Behalve afgeleide zijn er ook samenstellingen met de naam Maria, zoals Marianne van Maria en Anna en Marloes, van Maria en Louise en Marlies van Maria en Elisabeth.

Ook is er een samengestelde bijbelse meisjesnaam die zowel van Maria als van Josef afkomt, nl. Marie- José.

Vóór de Middeleeuwen vond men het niet gepast om de naam van de moeder van Christus als persoonsnaam te gebruiken (Het schijnt in Frankrijk zelfs een tijd verboden te zijn geweest)


*) In  rooms-katholieken gezinnen was/is het gebruikelijk om de naam Maria aan jongens als tweede of derde doopnaam te geven.