Het Leger des Heils

 

logo leger des
Doen wat we geloven

“Het Leger des Heils is een protestantse geloofsgemeenschap, die ontstaan is vanuit het methodisme. Het Leger des Heils gelooft in de mogelijkheid om met elkaar te werken aan een betere samenleving. Een samenleving waarin iedereen tot zijn recht kan komen.
Het Leger des Heils helpt en zorgt voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Want wij geloven dat iedereen er toe doet.”

De Britse methodist William Booth *)(1829-1912) is de stichter van deze wereldwijde organisatie.

In mijn leven ben ik, behalve dan het inleveren van gedragen kleding en het, samen met mijn moeder inleveren van mijn speelgoed bij een tehuis dat gerund werd door het Leger des Heils, twee keer met de organisatie in contact gekomen.

Een bank (mijn eerste baan) in Utrecht had een echtpaar in dienst voor de huishoudelijke zaken: de dame schonk koffie en maakte schoon; haar man was conciërge,  fijne mensen.
Zij waren allebei bij het Leger. Ook nadat ik de bank verliet voor een andere baan, heb ik contact met hen gehouden. Zij waren ook bij op ons huwelijksfeest.
(Later is  het contact verwaterd, zoals dat soms gaat)

Het tweede contact dat ik met het Leger had was van een heel andere aard.
Ons zoontje lag in het ziekenhuis, niets ernstigs maar hij moest 2 nachtjes blijven.
Hij lag op zaal met een jongetje, waar de verpleging geen raad mee wist.
Hij sprak niet, maar ging met alles wat hij in zijn handjes kon krijgen langs de spijlen van zijn bedje en hield er niet mee op, ook stootte hij vreemde klanken uit.
Er kwam nooit iemand op bezoek bij hem, vertelde de verpleging me.
Aangezien MIJN zoontje het wel leuk vond dat ik er (bijna) de hele dag was, maar zich zelf wel kon vermaken, besteedde ik nogal wat tijd aan zijn buurpatiëntje.
Ik vroeg de verpleging of ik hem uit zijn bedje mocht halen en hem op schoot nemen. Dat mocht, hij was aanhalig, maar verstond duidelijk niet wat ik zei. Was hij soms doof, vroeg ik. De verpleging, die na 2 dagen zag dat ik echte interesse in het knaapje had vertelde me ( off the record) dat het jochie mishandeld was er waren oa sigaretten op zijn lijfje uitgedrukt en dat ze hem ook voor ondervoeding hadden behandeld.

Ons zoontje werd uit het ziekenhuis ontslagen. Ik ging nog 2x op bezoek bij het ventje, toen gingen we op vakantie, hetgeen ik de verpleging vertelde. Ná de vakantie zou ik weer komen.
Ik belde na de vakantie; Het ventje was vertrokken. Ik wilde graag zijn adres maar dat mochten ze me niet geven ( privacy woog toen nog niet zo zwaar als nu: bij aanhouden van MIJN kant kreeg ik een telefoonnummer)
Toen ik het belde kreeg ik iemand van het Leger aan de lijn (ik meen een majoor)
Ik vroeg naar het ventje. Hij was bij het Leger in een tehuis. Ik mocht hem NIET bezoeken. De majoor legde ook uit waarom niet. Het ventje was geboren uit een Roemeens zigeunermeisje en een burgerjongen. De zigeunergemeenschap had zowel het kind verstoten.
Zijn verblijfplaats mocht onder geen beding bekend worden, alleen zó kon hij beschermd worden van mensen die hem iets aan wilden doen.
De majoor was vrij dwingend en duidelijk: Laat het rusten! U kunt niets voor hem doen .Er wordt goed voor hem gezorgd.
Ik liet het, zij het met moeite, rusten.

We steunen het Leger des Heils financieel en heel soms vraag ik me af wat er van het ventje geworden is. Het jongetje stootte geen klanken uit, zoals iedereen dacht, hij  sprak, waarschijnlijk (gebrekkig omdat hij een peuter was) Roemeens.

Hoe kom ik nu op het Leger des Heils?
Onlangs kreeg ik het jaarverslag van het Leger van 2018.
Een paar cijfers wil ik u niet onthouden.
Het Leger des Heils zorgt voor:

2,13 miljoen overnachtingen, waarvan 80% van dak- en thuislozen én zwerfjongeren
7 miljoen maaltijden, waarvan 0.8 miljoen gratis
29,6 miljoen kg ingezameld textiel
Ze hebben:
meer dan 10.000 collectanten, die bij de jaarlijks collecte € 911.000,- ophaalden
6.930 medewerkers in dienst
14.000 vrijwilligers

Wilt u ook onderdeel worden van één van de Leger des Heilscijfers?
263.007 huishoudens geven een financiële bijdrage aan deze geweldige organisatie, maak er 263.008 van!

Website: http://www.legerdesheils.nl

*) Hij was ook de eerste generaal van het Leger des Heils

Controlefreak

Omdat ik onlangs een ex-collega van vroeger tegenkwam was ik weer even terug in DIE tijd.
Het was de begintijd van de computer. We zaten met, ik meen, 8 mensen op kantoor; 2 vrouwen en 6 mannen. Het was één ruimte, waarin iedereen zat te werken, zowel de directeur als de datatypiste.

Ik was altijd te vroeg en maakte dan een praatje met collega’s*) Dáár kreeg ik een opmerking van de directeur over, niet praten maar werken.
Daarop zei ik iets terug in de trant dat ik vroeg was en dat het dus MIJN tij was, waarop hij teruggaf dat ik anderen van het werk hield.

Daar had hij wel een punt. Dus nodigde ik ze alle 7 op een zondagmiddag bij me thuis uit voor “wat kletsen en een soepje”
Het was gezellig; Zo leerden we  elkaar  wat beter kennen.
Over de directeur werd amper gepraat; het werk betaalde UITSTEKEND, dus men pikte nogal wat van hem!

De maandag ná deze zondag moest ik bij de directeur komen:  Hij wilde dát niet meer hebben.
Ik vroeg wat “dát” dan wel was. Hij draaide wat, het kwam er op neer dat hij niet wilde dat ik privé”iets” met collega’s organiseerde; dat deden ze eerst ook niet!!!
Met mijn privéleven heeft een directeur NIETS te maken, dus ik zei dan en daar ter plekken op. Hij werd “taai” dan kon ik meteen wel vertrekken, zonder de opzegtermijn in acht te nemen, die maand tijd zou ik dan wel uitbetaald krijgen.
Ik vond het prima, ik was klaar met dit soort gedrag, ondanks het leuke salaris en de aardige collega’s.

Ik pakte mijn spullen en jas, gaf elk personeelslid een hand, terwijl de directeurs boze  ogen in mijn rug prikten: ik hield ze van hun werk! (hij voelde wél  dat hij dáár NU niets van zeggen moest)
Zó verdween ik van dat kantoor (De collega die ik NU ontmoette vertrok niet veel later)

Het kantoorgebouw waar we toen in huisden is omgebouwd tot appartementen, het bedrijf verhuisd naar een andere plaats.

Binnen een maand had ik ander, leuk werk, weliswaar met minder salaris, maar wel  met een leuke,(ook aparte) baas

*) Onder het werk was het bijna onmogelijk om met elkaar te praten, omdat we veel aan de telefoon waren)

Langs de deuren

voordeur-e1568060554774.jpg
Daar liep ik dan met mijn oranje collectebus. *)voordeur
Ik  heb zo’n 2 weken wat kleingeld verzameld om in de bus te doen, dan rammelt de bus al bij het eerste adres waar ik collecteer.

We aten vroeg, zodat ik om kwart voor 6 (de beste collecte tijd**) kon beginnen. Eerst maar mijn eigen straat, daar kennen ze me en geven ze wel.
En inderdaad, dat ging erg voorspoedig.

Van te voren was ik toch wat benauwd omdat steeds meer mensen geen kleingeld meer in huis hebben.  Bij  het Prinses Beatrixfonds kan ik dan een QR code aanbieden, waarop mensen met hun telefoon een donatie kunnen doen (zelf zou ik dat nooit aan de deur doen, dus ik biedt het ook niet graag aan)

Ik heb 4 straten te collecteren gekregen, waarbij  één straat met etagewoningen; trap op, trap af.
Mijn werkwijze is alle deuren van mijn route langs gaan; noteren waar men niet thuis is en dan een andere dag en andere tijd DIE adressen weer bezoeken.
Zijn de bewoners dan weer niet thuis dán krijgen ze een kaartje in de bus (QR-code) waarop ze alsnog kunnen doneren.

De eerste dag had ik na twee uur mijn route helemaal gelopen; had ik 31 mensen niet thuis getroffen, had ik 17 x NEEN te horen gekregen en (maar) één keer had iemand geen kleingeld in huis en heb ik een kaartje met de QR-code achtergelaten.
Twee mensen hadden een sticker  met GEEN COLLECTES AAN DE DEUR. En één sticker vond ik erg ludiek:

Geachte aanbeller
Als u aanbelt om het geloof te verkondigen, iets te verkopen of een energie-advies wilt geven zullen wij U € 25,- per gesprek in rekening brengen om uw verhaal te moeten aanhoren.
U dient dit bedrag vóóraf te betalen
.
Er stond niet bij dat collectanten NIET mogen aanbellen, toch deed ik het niet.

Over humor gesproken:
Ik belde ergens aan,verrassing voor ons beiden:  een oud collega deed open, hij was  daar  een paar maanden geleden komen wonen: hij gaf.
De volgende dag belde ik in dezelfde straat aan: hij deed open: “Ben je daar nu al weer, ik gaf gisteren toch al?”
Ik bloos snel. Op mijn papiertje stond toch echt DIT nummer als niet thuis
Hij zag mijn “ongemakkelijkheid” en verloste me: “Nee, hoor, dit is mijn buurhuis, ik ben even hier” Hij verdween in zijn eigen huis en de échte bewoonster kwam aan de deur, lachte en gaf.

Van de 17 neen-zeggers  zeiden de meesten gewoon NEEN of “daar doen wij niet aan”
Deze collecte zei NIEMAND: ik heb al gegireerd.
Twee mensen zeiden dat ze zélf al bijna niets hadden en niets konden missen (géén grapje) en één zei “Als ik iemand geld wil geven doe ik dat NIET aan de deur”
(Ik krijg dan altijd de neiging om iets terug te zeggen, zoals, “dan kom ik toch aan het raam” Maar mensen die zulke dingen zeggen hebben zelden gevoel voor  humor)

In deze wijk zitten ook in een aantal hofjes: per hofje 5 voordeuren.Een opmerkelijk feitje was dáár dat de mensen in één hofje, alle 5 NIETS gaven.
Er waren  in deze wijk echter (ter compensatie?) ook 2 gulle gevers die papiergeld in de bus stopte.

De tweede keer dat ik bij de “NIET THUIS mensen” langs ging was ik een halfuurtje
bezig en kregen de 20 mensen die wéér niet thuis waren (vakantiegangers?) van mij een kaartje in de bus: We hebben je gemist, doneer je alsnog?
Deze 2 de ronde had ik 2 weigeringen.

Twee leerzame dagen, waarna ik (nog steeds) een positieve kijk op de mensheid heb; de meesten zijn aardig, goedgeefs én THUIS als ik langs kom!

 

*) Vervolg van het blog van gisteren
**) vroeger zat men dan nét te eten, maar tegenwoordig eet men later en zijn de meesten om die tijd  aan het koken.

Maatschappelijk bezig zijn

Vroeger is me geleerd dat IETS DOEN voor de maatschappij een vanzelfsprekendheid is.
Mijn vader “deed” dingen voor zijn voetbalclub en zat in het bestuur en mijn broer was jeugdleider bij een club.  Het was dus vanzelfsprekend dat ik ook“iets maatschappelijks” deed. Het begon als tiener en is eigenlijk nooit opgehouden (Jeugdraad, ,Buurthuis, Vluchtelingenwerk, WereldWinkel, Ouderraad,Telefonische Hulpdienst en collecteren voor Goede Doelen)

Goede Doelen hebben allemaal één bepaalde week per jaar toegewezen gekregen waarop ze collectanten langs de deuren mogen sturen.
Ik had mijn Goede Doelen qua weersomstandigheid NIET goed uitgekozen.
Amnesty was altijd in februari/maart en de Dierenbescherming omstreeks 4 oktober (Dierendag) Maanden waarop de kans op regen (én kou) groot was.
Ik  heb een aparte regenjas voor het collecteren (geel, want als mensen  in het half donker iemand met een donkere jas door een klein ruitje of een spleetje door de gordijnen zien doen ze vaak niet open)
Ik heb zelden met een zonnetje gecollecteerd.

Dit jaar was ik tijdens de collecte voor Amnesty (voor het eerst) niet thuis en kon dus niet collecteren.
De dierenbescherming in deze regio kon geen mensen genoeg krijgen voor het collecteren en is gestopt (met collecteren)
beatrix
Dit jaar zou ik dus “collectevrij” geweest zijn, ware het niet dat ik gebeld werd door het Prinses Beatrix  Spierfonds  “Iemand” had hen verteld dat ik wel eens collecteerde, of ik tijd had om in september…
Maatschappelijk gezien had ik in 2019 nog niet veel bijgedragen, dus ik zei JA.
Vandaar dat ik nu in week 37 met een oranje collectebus langs de deuren ga, ik hoop ZONDER mijn gele regenjas (die op de zolder nog in een kast hangt te wachten)

 

                                                                                  wordt vervolgd

Niet zoek, wel gevonden

Als we bij de golfbaan wegrijden moeten we, met de auto, een stuk verder op het terrein een uitrij kaart kopen om van het recreatieterrein af te kunnen komen (daar verdient de golfbaan niets aan, het recreatieschap wél)
bankpasMijn lief parkeert de auto en haalt uit de automaat een parkeerkaart. Ik zie hem bukken en iets oprapen. Het blijken 2 bankpasjes en een tankkaart te zijn.
Op één staat een naam, op de ander een bedrijf.
We nemen ze mee naar huis en zoeken thuis op internet de naam en het bedrijf op.

Het bedrijf staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (2006) maar is op het daar staande adres niet (meer) te vinden. De, toch wel bijzondere achternaam, komt wel een paar keer op internet voor, maar niet met de goede initialen.

Ik bel de bank, leg het uit. Ze vragen mijn telefoonnummer, zullen de rekeninghouder bellen en hem vertellen dat bij mij de 3 pasjes liggen. De bankdame aan de telefoon zegt ”Als we zijn goede telefoonnummer hebben” en legt neer. Dat geeft me niet erg veel vertrouwen, maar ik laat het daarbij.

De volgende dag bel ik de andere bank. Deze  heeft een automatisch antwoordende dame die geprogrammeerd is om voor te stellen dat ik met haar chat, dat gaat een stuk sneller en wil ik tóch aan de telefoon geholpen worden dan moet ik er rekening mee gaan houden dat het lang gaat duren. Ik wil geen mechanische stem ik wil een MENS!
Ik haak dus af en chat niet met de “omgekeerde” bank (knab)

De laatste de tanktroefkaart. Een echt meisje neemt op. Ik vertel dat we de tankpas gevonden hebben. “Wat lief dat u de moeite neemt om even te bellen, ik zal even kijken of de pas al geblokkeerd is. Nee dat is hij niet, ik ga die meneer bellen en verbindt hem met u door, moment aub”
En weg is ze, het jammere is dat er nu een irritant tingeltangel muziekje komt.
Maar daar is de dame alweer. “De heer is druk en kan niet aan de telefoon komen, mag ik hem uw nummer geven, zodat HIJ u straks kan bellen?”
Dat mag. Dankjewel snelle en goede benzinekaarttelefoniste.

De telefoon gaat. Ik hoor een andere naam dat er op de bankpas staat.
“U heeft mijn tankkaart gevonden, hoor ik?”
Ik zeg dat ik ook bankpasjes gevonden heb maar dat er een andere naam dan de zijne op staat. Ik zeg, op zijn verzoek de naam die er wél opstaat “Dat is mijn compagnon. Ik bel hem even, mag ik uw nummer geven?”
Ik zeg  “ja”.

De telefoon gaat. De juiste achternaam is aan de andere kant van de lijn.
Heb ik zijn pasjes? Ja die heb ik.
Ik krijg de indruk dat hij ze nog niet gemist had. Hij had ze ook alle drie (nog) niet laten blokkeren. Het spijt hem dat ik “zo’n last van hem heb “en vraagt of hij ze morgenochtend mag ophalen.
Ook dat mag.

pasbloemen
En dan staat hij, een veertiger schat ik, ‘de volgende dag
(15 minuten later dan de afgesproken tijd) met een bos bloemen op de stoep.
Hij bedankt me: “Dit scheelt me een enorm gedoe”
Ik bedank hem voor de bloemen.

Gevonden voorwerpen terug bij de eigenaar.

Levensvraag

In een blad las ik iets over José Ortega y Gasset, een Spaanse filosoof, van wie ik, eerlijk gezegd, nog nooit gehoord had.

Hij leefde van 1883 tot 1955  Met zijn boek La rebelión de las masas dat in 1932  in het Engels werd vertaald met The Revolt Of The Masses (en in 1933 in het Nederlands als De opstand der horden) verwierf hij internationale roem

Wat mij enorm aanspraak was ZIJN visie op het leven en het zijn van ons, mensen, op deze wereld. Hij gebruikt de metafoor van wakker worden op een podium terwijl het toneelstuk al begonnen is met vragen als: Waar ben ik in terecht gekomen? En wat is mijn rol hierin?

Zó voelt het leven voor mij persoonlijk: Ik kwam “ergens” middenin op, ze waren al begonnen zonder mij en ik zoek nog steeds wat mijn rol in het geheel is.

Toen mijn schoonzus door euthanasie stierf en we, na om haar bed gezeten te hebben, uit het ziekenhuis naar buiten liepen, zag ik dat ALLES gewoon doorging: Er liepen mensen met ferme tred en bloemen naar de ziekenhuisingang, waar voor wij, familie, op een bankje  ná dit heftige gebeuren verweesd zaten.
Ik had graag gehad dat alles even STIL zou staan dat alles ,al was het maar even, verstilde.

Als je de metafoor van Ortega y Gasset gebruikt was dat moment “gewoon” een moment dat een speelster het toneel verliet; het spel ging door. En zo was het ook.
Hoewel ik af en toe aan haar denk en haar zeker niet vergeten ben, is mijn leven doorgegaan en speel ik mijn rol verder.
Alleen is iemand vergeten mij het script te geven, dus ik improviseer maar wat.

In dat opzicht is de Nederlandse filosoof Lammert Kamphuis ( 1983-   ) in mijn ogen troostvol, hij zegt ”Eigenlijk klooien we allemaal maar wat aan; soms werkt iets, soms niet.”
Als je er zó naar kijkt, is het allemaal wat “luchtiger” Dat bevalt mij, doordenker over ALLES, eigenlijk wel; ik klooi maar wat aan en soms werkt het en soms niet.
En ik niet alléén ook  anderen doen dat.

 

Kleiduiven schieten.

Er was een periode (en misschien nóg wel) waarin het “mode” was om iets te doen met de as van een geliefd gecremeerd persoon. Men liet zich met de as tatoeëren, het werd in een sieraad gevat, verwerkt tot verf en dan in een schilderij en het kon de lucht in geschoten worden in een vuurpijl.
Ik bedacht dat IK het wel leuk zou vinden als mijn as in een kleiduif werd gedaan zodat mijn geliefden erop (op mij)  konden schieten. Dat zou eens wat anders zijn dan een nazit met koffie en cake.

Eerlijk gezegd had ik geen idee hoe kleiduiven eruit zagen en hoe dat hele kleiduifschieten in zijn werk zou gaan.

Onlangs ben ik op een kleiduivenschietbaan (als dat zo heet) geweest. Helaas werd er op dat moment NIET geschoten en had het geregend, dus waren de kleiduivenschietapparaten afgedekt (natuurlijk wel even onder het zeil gekeken)
Ik kreeg  een beetje een idee hoe dat in zijn werk zou gaan én ik vond er heel wat afgeschoten “kleiduiven”.
kleiduiven
Dat was een beetje een teleurstelling: het zijn gewoon ronde van klei gemaakte schijven, wel in verschillende groottes en kleuren.Eigenlijk weet ik niet wat ik verwachtte, misschien iets dat er meer als een vogel uitzag?)

Er lagen ontzettend veel kapotte, maar ook wat hel kleiduiven. Ik nam er één (met barst er in) mee als souvenir maar liet hem per ongeluk uit mijn handen vallen: kapot in heel veel stukjes. (toen nog maar een paar afgeschoten “duiven” gaan halen)
Ze zijn dus best teer.

Waar ik was (Hailes) waren 12 schietplekken onderaan een heuvel. De schietplekken zijn een soort kleine houten hokjes met een afschietmachine (hier helaas afgedekt) ernaast.
Ik had graag gezien hoe dat er toe ging, maar er werd maar 2x in de maand geschoten en dat was TOEN helaas niet.

 

 

 

Fruitfarm

Eén van de campings waar we, in Engeland dit jaar, op bivakkeerden was een fruitfarm.
De eigenaar had er als 16 jarig jongetje gewerkt, zonder waterleiding, met een bron en een pomp, zonder elektrisch licht, met olielampen, vertelde de  nu 85 jarige boer.
Want boer was hij, daar was hij trots op. ZIJN vader had ook land gehad, maar was had later een hotel gaan uitbaten in een stadje vlakbij. Zijn opa, was, ook in dezelfde streek, schapenboer geweest.

Hij en zijn vrouw hebben 2 zonen die de “fruitacademie” gedaan hebben. Eén zoon  heeft nu een bedrijf in Frankrijk en de ander runt dit bedrijf nu mét camping, Zijn vader “helpt”  daarbij (is er altijd)
De oude man heeft het bedrijf  in 1950 van zijn baas overgenomen en had, zegt hij zelf, er een goede boterham aan gehad. Daarvan had hij, samen met zijn vrouw, reizen gemaakt oa. naar Zuid Afrika.
Of zijn zoon er ook zo goed van zou kunnen leven betwijfelt hij: Alles verandert, veel te veel regeltjes vindt hij

cob nuts
Zijn fruitbedrijf beslaat ongeveer 100 acres, heuvelland met Cob nuts*), appels, peren, frambozen, aardbeien, pruimen, en blauwe en zwarte bessen.

 

 


Bijna alle vruchten worden met de hand geplukt,**) daar komen seizoenarbeiders voor. De laatste jaren zijn dat vooral Tsjechen. Er staan in het “bos” en verderop in het terrein wat stacaravans verscholen, ik neem aan dat de plukkers daar dan, tijdens hun verblijf, in huizen.
We waren nu te vroeg voor de pluk, over een week of zo komen de plukkers, zo kondigde de oude baas aan (85 jaar volgend 60 jaar getrouwd!)

h.fruitschuur

De schuren en het terrein zien er in onze ogen wat “verlopen” uit., maar dat kan ook de Engelse manier van bedrijf runnen zijn.

 


Veel machines liggen gewoon, onafgedekt buiten, kratten, landbouwplastic in rollen, het ligt her en der, soms met gras begroeid (mooi om een foto van te nemen, maar het lijkt me niet goed voor de levensduur van de apparaten) 


Kortom een goed georganiseerd bedrijf heeft een andere uitstraling dan hier, maar dit bedrijf heeft wel sfeer; zeker met de oude baas en zijn zoon.
Ook heeft het veel “ontdek” mogelijkheden, want elke keer als we over het terrein  rondliepen zagen we wel weer iets nieuws.
h.bramen

Zoals  op de heuvel veel bramenstruiken met superrijpe (en lekkere) bramen eraan, aan de voet van een heuvel twee visvijvers
H vijver
Hoger op een  heuveltje een kleiduivenschietbaan (de schietclub huurt het land van “onze” boer)  en ergens zagen we een veldje met kool .
En overal rijtjes lage fruitbomen met hoog gras (en onkruid) er omheen, waar af en toe een “verdwaalde” kleiduif in ligt.

 

 

*) Cob nuts zijn een groot soort hazelnoten
**) de aardbeien, frambozen en bessen zijn PYO ( pick your own, zelf plukken, bakje laten wegen en het gewicht betalen

Engeland en religie

Sinds Hendrik VIII in 1534 The Church of England stichtte is dát de belangrijkste godsdienst in Engeland (72% van de Britse bevolking tot die kerk)

Over het algemeen werden kerken vaak op “heilige” (spirituele” plaatsen gebouwd), soms is dat ook nog te voelen. Daarom ga ik in vakanties ook DIE plaatsen bezoeken, naast de historische bezienswaardigheden en wandelen in de natuur.

rollrightstonesZo waren we dit jaar bij The Rollright Stones: The Kings Men stone circle, King Stone , and Whispering Knights dolmen. Drie groepen stenen uit de Bronzen Tijd, waarbij de stenen cirkel voor mij het indrukwekkendst was.(Stonehedge geweest, daar moet je ver van af blijven en is, in mijn ogen, een toeristenpoppenkast) Dit  was aanraakbaar en leek audenthiek

r.buddhaIn een Arboretum in Batsford zien we een grote Boeddha tussen de bomen staan, dát is wel de enige uiting van het boeddhisme die we in Engeland zien. Als we Batsford zelf gaan bekijken (doodlopend straatje met een paar huizen, een kerkje en een estate) raken we aan de praat met een jonge man die ons aanraadt naar een kerk in Stow te gaan. Daar zijn 2 bomen tegen en in de kerkdeur gegroeid.

Onverwachte dingen vinden we enig dus we rijden naar Stow. De kerkdeur daar is inderdaad iets uit een fantasyfilm, elk moment verwacht je hobbits te zien!stow

 

In Blockley staat het kerkje waar de BBC serie Father Brown is opgenomen, ook daar gaan we even kijken en kopen een foto van de crew. Het is niet echt “kopen”; in de kerk staat een tafeltje met wat memorabilia van de serie en een honestybox erbij; of je daar a.u.b. je geld in wil doen. We “kopen” de foto.

r.parrHet indrukwekkendst op religiegebied in Engeland dít jaar vind ik de Chapel bij  het Sudeley Castle, waar de laatste vrouw van Henry VIII begraven ligt: Catharine Parr.
Het verhaal erbij is ook indrukwekkend. Ze leefde daar, na de dood van Henri VIII met haar nieuwe man Thomas Seymour. Vijf dagen na de geboorte van hun kind stierf Catherine daar. Ze werd begraven en raakte totaal in de vergetelheid (evenals haar toen geboren dochtertje,  die is compleet van de (historische)radar verdwenen, sommigen beweren dat ze op 2 jarige leeftijd gestorven is, bewijzen schijnen daarvan niet te zijn)

Meer dan honderd jaar later vinden 2 dames die daar rondwandelen een soort loden kist met een plaatje erop Catherine Parr. De kist ligt nog half onder de aarde. De dames vragen een boer om de kist op te graven en het blijkt de doodskist met het lichaam van Catherine Parr te zijn. Bij het openen blijkt dat het lichaam nog helemaal in tact is (zowel de kleren als de haren. Het wordt “ergens” naartoe vervoerd, teveel bekeken (zuurstof erbij) het lichaam vergaat en wordt uiteindelijk (ik meen in de 60 er jaren) weer teruggebracht naar Sudeley en begraven in de kapel. Hier ligt ze dan weer op haar eigen rustplaats.

 

Kampeerders

Er zijn 2 soorten kampeerders: mensen met tenten en vouwtenten en mensen met caravans of campers. (In Frankrijk had (heb?) je aparte velden voor die twee)
(vouw) Tent mensen kunnen goed improviseren. Ze moeten wel; ze hebben vaak niet alles bij zich.
Ze komen aan en moeten nogal wat “werk” verzetten voor ze kunnen denken aan zitten.
Caravan en camper mensen draaien pootjes uit of zetten blokken voor de wielen en pakken een wit wijntje of biertje uit hun koelkast.

Het lijkt een logische volgorde van (vouw)tent naar caravan of camper maar behalve GELD zit er soms ook een mentaliteitskwestie “in de weg”.

Wij blijven dus in  vakanties met een vouwwagen rondtrekken, tot wij  of de vouwwagen het begeven/ begeeft.
Deze vouwwagen hebben we al meer dan 30 jaar en we zijn er nog steeds blij mee.
Er zit sinds verleden jaar een nieuwe rits in en vlak voor de vakantie brak een bout van het pootje af, dus ze krijgt wel wat ouderdomsverschijnselen, maar tot nu toe kan het gerepareerd worden.

Natuurlijk zijn we wel eens “jaloers” als het snikheet is of het regent en we komen op een camping aan en moeten nog onze vouwwagen opzetten en er komt tegelijk met ons een caravan aan, waarvan de man mét mover het ding op zijn plaats zet en klaar is.

We zijn zó op elkaar ingespeeld dat we bijna zonder woorden ons wagentje opzetten, zonder voortent (en waarom zou je die opzetten als je toch weer verder trekt) staat hij in 20 minuten.
Snel of niet, je kunt dan behoorlijk nat zijn van regen  of zweet.

Mijn lief heeft het zo gemaakt dan de luifel ook aan de “kale”(zonder voortent) wagen, kan.
Erg handig en iets waarnaar andere Alpenkreuzerbezitters vaak nieuwsgierig komen kijken.

We hebben ook wel wat “luxe” erbij gekregen. De laatste 10 jaar nemen we ook een koelkastje mee ipv een koelbox. Dat heeft wel een bijeffect: dan hebben we elektra nodig (en daardoor staan we vaak op een plek vlak bij caravans/campers want die hebben dat ALTIJD nodig)

campinglampBehalve de koelkast hebben we nu ook een lamp. Eerst was dat altijd een gaslamp, waarvan het kousje nogal eens sneuvelde. Nu nemen we de looplamp van thuis mee, die we ophangen aan de bovenste nokstang. Om de looplamp zit de laatste jaren een kunststoffen zilverkleurig kapje. (alleen een stoffen kapje met dessin is burgerlijker)
Ooit zagen we dat in een soort rommelwinkel en namen we het als geintje mee. Als de lamp aangaat stikt het een beetje naar rubber.
Het is een soort gimmick van ons. (Basic kamperen, maar wel met een lampenkampje.)

ducks
Zo staan we dus nu in Engeland; we hebben ook nieuwe vriendjes gemaakt.
Elke dag komen ze wel even “buurten”: 3 Moldavische eenden
moldavisch