Trap op

Verleden jaar in juli schreef ik een blog over het homoniem TRAP.
Sindsdien heb ik vele trappen gezien en soms gefotografeerd

Een trap fascineert me, vaak kun je niet zien wat er om de bocht ervan of bovenaan is. Het is, in het klein, een beetje als tussen de bergen wonen, je weet niet wat er aan de andere kant van de berg is…. totdat je er overheen bent. Met een trap is dat ook zo.
Tenzij het je eigen trap is natuurlijk, dan is “boven” de slaapkamer, de zolder of de badkamer of je keldertrap; beneden is dan de kelder!

Wat ook bijzonder aan een trap is, las ik onlangs

Regelmatig dagelijks traplopen vermindert de kans op overlijden met 15%.
Met traplopen verbrand je meer calorieën dan met joggen: met 30 minuten joggen en 15 min traplopen (trap óp) verbrand je hetzelfde aantal calorieën. (binnen óf buitentrappen)


Als je een paar keer per dag 2 minuten trap op loopt heeft dat én effect op je gewicht en op je cholesterolgehalte (Het is eigenlijk een kracht- en conditietraining inéén)

Een leuk advies, maar als ik 2 minuten trap op moet lopen, is dat in mijn geval na 2 trappen toch ook weer eerst naar beneden vóór ik weer 2 trappen op kan.[ Dus 2 minuten klokken is niet 2 minuten trap op lopen.

Wat ook zo maf met trappen lopen is dat je het ik weet niet hoeveel keren doet zonder erbij na te denken. Dan val je van de trap, breek je, zo als in mijn geval ooit, een heup, komt er de dag ná de val en de operatie een fysiotherapeut naast je bed staan “Gaat u even mee dan leer ik u traplopen”

Hmmm? Dan leer je op een piepklein trappetje met maar een paar treden ( wel een leuning) hoe je mét één kruk een trap op moet.
Dat moet je dan 2x op en af doen en dan zegt iemand “Prima, dat kunt u nu dus ook” en dan mag je naar huis! (gelukkig)


Na een aantal weken krukken weg en weer “gewoon” de trap op, eerst nog voorzichtig stapje voor stapje, maar na een tijdje ren ik weer net zo de trap op als eerst (naar beneden iets voorzichtiger, want toen viel ik)
Het gaat weer automatisch!

Sprekende papegaaiachtige

Ik houd van vogels,  maar mijn ervaringen met “sprekende vogels” zijn niet altijd positief te noemen.

Ooit zat er in een dierentuin buiten (zonder kooi) een “sprekende” kaketoe, wit met gele kuif. Hij was dan wel gekortwiekt maar kon wel van zijn (rust)stok op mijn schouder fladderen toen ik dichtbij stond. Daar zat hij te mompelen op mijn schouder én hij klom naar boven op mijn hoofd.

Dát vond ik niet leuk, maar er was nergens een oppasser te zien, die hem van mijn hoofd kon afhalen. Zelf durfde ik het niet. De klemmende klauwtjes in mijn haar, het “ menselijk klinkende gemompel” buiten mijn zicht…….geen fijne ervaring

Jaren later had een collega 2 ara’s, prachtige beesten, een groene en een rood/blauwe, die, naar zijn zeggen, een beetje konden praten.
Op mijn verjaardag nam de collega ze mee naar kantoor, hij zette ze op een archiefkast, ik moest er voor op een stoel gaan zitten. Er gebeurde weinig, ze brabbelden wat; kopje scheef, ze keken me wel aan, maar er kwam… niets.
Mijn collega was erg teleurgesteld. Wat bleek? Hij had tijden met ze geoefend om op deze dag tegen mij, hartelijk gefeliciteerd te zeggen. Helaas ze deden het toen en daar NIET!



Nog wat jaren later had mijn schoonmoeder een grijze roodstaart; dat moeten de geweldige praters onder de papegaaiachtige zijn, uit deze helaas kwam helaas amper een verstaanbaar woord, wél veel geluid!
Wat wel heel grappig was om te horen was dat hij “omgekeerde” conversaties ten gehore bracht.




De oma van mijn lief had een schelle stem (en was veel aan het woord) als ze weg was (niet eerder!) leek het net of de papegaai haar conversatie achterstevoren weergaf, geen woord van te verstaan, maar het leek wel menselijke oma-taal!

Toen mijn schoonmoeder een tijdje weg ging, pasten wij op haar papegaai. We kregen instructies over het plaatsen van de doek over de kooi (’s nachts én als hij veel lawaai maakte) en wanneer en wat hij moest eten.
Hij kon, door de tralies heen, een pootje geven, maar het werd ons afgeraden om dat te doen, soms haalde hij uit en zijn snavel was scherp.
Eigenwijs als ik ben probeerde ik de logé na een aantal logeerdagen toch een pootje te laten geven. Hij deed het! Ik was de koning(in) te rijk, maar toen ik na een tijdje mijn vinger zelf weer wilde hebben en terugtrok, beet hij ferm. Mijn vinger bloedde als een rund en ik ging naar de keuken om daar verder te bloeden en het te stelpen (in plaats van over de bank)

Toen ik na een tijdje bij kwam, lag ik op de grond in de keuken en stond er een bak met bloed naast me. Ik was met mijn hand in de waterbak van de hond terecht gekomen en het bloed had zich vermengd met het water, geen fijne aanblik. Toen ik daarná weer bij kwam en jodium en verband om de vinger kon doen, liep ik terug naar de huiskamer, waar de papegaai nog leek te kauwen op een stukje vlees van mijn vinger (dát kan ook verbeelding zijn geweest)

Aan bovenstaande ervaringen moest ik denken toen ik onlangs een artikeltje las over de sprekende Amerikaanse vogel Puck. Puck was (overleden in 1994) een grasparkiet met een rijke woordenschat:

1728 duidelijk uitgesproken (Amerikaanse) woorden leverde deze grasparkiet een plaats op in het Guinness Book of World Records ( er stond niet of het ook een “aardige” vogel was)

geen foto van Puck kunnen vinden

Het schijnt dat mensen ook halsbandparkieten woorden aan kunnen leren.

Ooit vertrok Alexander de Grote (356 v.Chr-323) uit Macedonië voor een reis naar India. Op zijn terugreis had hij verschillende vogels meegenomen, waaronder ook halsbandparkieten.
Deze kleurrijke papegaaiachtige vogel (de mannetjesvogels hebben een zwarte lijn over de hals lopen, vandaar de naam) werd een geliefde kooivogel.
Ontsnapte exemplaren werden voor het eerst gezien in 1969 bij de dierentuin van Keulen. Niet lang daarna zagen mensen ze ook in Londen.

In 2015 werd er een Europees onderzoek naar deze halsbandparkieten gehouden; er werden 85.220 verwilderde halsbandparkieten in 10 verschillende landen geteld*)




*) in Nederland schat men nu het aantal halsbandparkieten op meer dan 10.000

Getrokken conclusies

Wat mij steeds weer opvalt, is hoe mensen uit dezelfde informatie, andere conclusies trekken.
De eerste die me dat deed opmerken was mijn tante Jo. Eigenlijk mijn oudtante Jo (een tante van mijn vader)

Wat de lezer vooraf moet weten: Ik heb een fijne jeugd gehad. Mijn vader overleed toen ik jong was. Mijn moeder herpakte zichzelf na een zenuwinstorting en probeerde moeder én vader voor me te zijn en MIJN leven zo leuk mogelijk te maken. (Dát was, achteraf gezien, wel eens benauwend)

Als gevolg van het overlijden van mijn vader was moesten we een aantal jaren na zijn overlijden, verhuizen: van een huis met tuin, naar een flat 3 hoog, ik vond het VRESELIJK.; Alles waar ik van hield, waar we gelukkig waren geweest als gezin; was “op eens” WEG.
Maar na een klein jaar was ik er min of meer gewend en….. kwam ik er mijn huidige echtgenoot tegen.

Verder met mijn tante Jo: Ze woonde “ver weg” dus zomaar bezoekjes waren er niet bij; behalve ons huis was ook de auto, na de dood van mijn vader, verkocht.
Mijn oom haalde ons af en toe op en we logeerden dan bij hem en tante Jo aan zee!
Tante Jo en ik hadden een gedeelde passie; legpuzzelen, we  waren vaak uren samen bezig.

Toen ik een jongvolwassene was, zei ze eens tegen mij: “Kind wat had ik een medelijden met je, zo’n zwaar leven, als jij gehad heb.”

Ik was verbaasd. Terugkijkend vond ik dat ik een gelukskind was.
Ja, ik had mijn vader verloren en dat was erg maar ik had een schat van een moeder en na een moeilijke periode, met een zich herpakkende moeder in een andere omgeving een goed leven verder.
Mijn tante had dezelfde informatie als ik, maar keek héél anders tegen “mijn leven” aan.
Ik vind dat nog steeds verbazingwekkend.

Nu ben ik “echt” volwassen en heel vaak geconfronteerd met dan fenomeen: dezelfde info, andere conclusie!

Soms echt extreem.

Ik was 10 jaar toen mijn vader overleed.
’s Morgens zei mijn moeder dat hij ‘s nachts niet lekker was geworden was en dat ze nu, bij de buurvrouw, de dokter ging bellen. Ik gaf mijn vader in bed een kusje, hij lag er akelig stil bij. Ik ging, toen mijn moeder terugkwam van de buurvrouw, naar school (we woonde bijna naast de school) Op school hoorde ik de sirenes van een ziekenauto.
Toen ik uit school kwam lag mijn vader in het ziekenhuis.

Mijn moeder ging die dag bij hem in het ziekenhuis op bezoek, mijn schoonzusje paste op mij, het was een hartaanval geweest vertelde ze mij. Toen mijn moeder eindelijk terug uit het ziekenhuis kwam huilde ze en zei dat ik nu geen vader meer had.

Mijn oudste broer woonde toen al in Engeland en is nog diezelfde avond overgekomen.
In het ziekenhuis had men hem aangeraden NIET meer naar mijn vader te gaan kijken, hij zag er dood, niet goed uit. Mijn broer (eigenwijs zijn we alle vier) sloeg de raad in de wind en ging wel afscheid van mijn vader nemen

Ik sliep die nacht bij mijn moeder in het grote bed en werd wakker door mijn oudste broers gehuil en mijn moeder die hem troostte. Ik had mijn oudste broer nog NOOIT zien huilen! Ze zaten op het voeteneind van het bed.(ik hield me slapend)

Mijn jongste broer was 7 jaar ouder dan ik en heeft dezelfde feiten als ik. (Misschien herinnert hij zich iets meer omdat hij ouder was.)

Nadat mijn andere broers en moeder overleden was en hij en ik alleen nog uit ons gezin over waren, zei mijn jongste broer eens terloops in een gesprek, dat onze vader zelfmoord gepleegd had.
Ik schrok me een hoedje. Dát verhaal had ik nog nooit gehoord.
Mijn broers versie was dat mijn vader een hartaanval had gehad, het overleefde maar zijn verdere leven heel rustig aan zou moeten doen, dát kon en wilde hij niet hij was een héél actieve man) dus nam hij een pil in en stierf.

Hoe kwam mijn jongste broer daar bij? Hij was ook niet in het ziekenhuis geweest die avond.
En waar kwam dat verhaal van die pil vandaan? Ik was verbijsterd.

Zijn “feiten”uitleg:
* onze vader zat in de oorlog in het verzet en had een cyaankali pil voor het geval dat hij gepakt zou worden.

* Onze oudste broer ging naar onze dode vader kijken en vertelde dat onze vader helemaal blauw was.
Volgens mijn jongste broer gebeurde dat als je cyaankali naar binnen hebt gekregen en doodging, dan werd je blauw!

Ik kon door de schok van dit plotselinge verhaal, niet nuchter meer nadenken en ben naar huis gegaan. Mijn jongste broer vond mijn reactie vreemd: Waarom was ik zo van slag? Zo was het gegaan. Nou en?

Thuis heb ik “de feiten” met mijn lief doorgesproken.
Mijn ( nuchtere) lief kwam met vele vragen, waardoor het verhaal van mijn jongste broer op (erg) losse schroeven kwam te staan.
Een paar ( onrustige nachten later) belde ik  mijn broer om erover te praten, hij kwam en we spraken.

Hij bleef bij zijn verhaal ondanks de vragen waar ook hij geen antwoord op wist, zoals:
* Mijn vader werd ’s nachts beroerd (er zat een olifant op zijn borst vertelde mijn moeder later) en ‘s morgens ná de dokter kwam vrij snel de ambulance. Mijn vader lag in bed en kon niets. Hoe kwam hij aan die “pil”?

* Zijn dood kwam op de dag ná zijn hartaanval; was hij toen al bekend met “rustig aandoen” of wat de eventuele gevolgen van zijn hartaanval zouden zijn?
Het lijkt me sterk; stabiliseren was toen het enige dat men in die tijd deed.

* Als dat “blauw” verdacht was geweest zou het ziekenhuis dan geen onderzoek hebben laten uitvoeren?

Voor men jongste broer was het verhaal, na zoveel jaar: de waarheid; ZIJN waarheid.
Dat ik iets anders dacht moest ik zelf weten; hij WIST het zeker.

Ik weet het ook zeker: dat het niet zo gegaan is. Niet omdat ik het niet wil, maar op basis van de echte feiten!

Mijn broer en ik hebben er nooit meer over gesproken.



Piep Uniek

Ik spaar schapen en lammetjes. Niet dat ik ze aan cadeau vraag, ik koop ze liever zelf (ze moeten een bepaalde uitstraling hebben)
Soms als ik een leuke zie koop ik haar of hem (ooi of ram). Inmiddels heb ik al aardig wat stoffen en stenen lammetjes, schapen, rammen, ooien en zelfs een belhamel ( hamel is een gecastreerde ram; een belhamel is een hamel met een bel (vroeger werd een hamel een bel omgedaan; hij was de leider van de kudde)

In het lammerenseizoen haal ik mijn verzameling uit de doos en zet ik ze her en der in huis neer.

Een tijdje geleden zag ik weer ergens een leuk schaapje. Ik kocht haar, een wollige (gemaakt van schapenhaar) ooi.
Aan het schaap zat een kaartje, dat ik thuis pas las.

Piep Uniek is géén commercieel merk. De opbrengst van de producten wordt gebruikt om materialen te kopen om nieuwe artikelen te maken. De mensen die de artikelen maken zijn mensen die (nog) een afstand hebben tot de arbeidsmarkt en de artikelen worden (voornamelijk) gemaakt van gerecycled materiaal

Ik legde het kaartje weg om later eens op internet te kijken wat de mensen van Piep Uniek nog meer maken. Elk artikel is met de hand gemaakt en daarom uniek. Gisteren keek ik op de site (https://piepuniek.nl) en zag ik nog meer leuke, aparte artikelen.
Ook las ik dat ze “constant” op zoek zijn naar materialen om dingen van te maken oa leren jasjes en tassen en beddengoed en oude gordijnen.
Mijn oude leren jasje én mijn 3 (oude semi leren) tassen heb ik nog niet zo lang geleden naar de Kringloopwinkel gebracht, maar een paar dekbeddenhoezen heb ik bewaard, omdat de stof zó leuk is ( het kapotte, versleten stuk heb ik eraf gescheurd) dat ik er misschien ooit nog iets mee zou kunnen doen.
Kennelijk hadden deze liggen wachten op Piep Uniek.
Ik las dat ze de spullen wel wilden halen, maar dat je ze ook kon brengen, naar Bussum.

Ik belde en kreeg iemand van de werkplaats van Arbeid Training Centrum aan de lijn. Deze man zei dat ik het nu wel af kon geven, dan zou hij het doorgeven als de juiste mensen aanwezig waren (ze zaten boven, zei hij) Dus reden we naar Bussum; we hadden daar nog wat andere dingen op het programma staan, dus het werd een gecombineerde trip.

We kwamen in een stukje Bussum waar we nooit eerder geweest zijn, onder een poort door is een industrieterrein(tje) daar zien we op het aangegeven huisnummer het Arbeid Training Centrum staan. Er staat een deur open en ik loop naar binnen en geef de zak met grote lappen stof aan een man, die  op me afkomt en weet dat ik gebeld heb. Hij zal de zak doorgeven aan de juiste mensen en bedankt me.

We waren even op een bijzondere plek, waar bijzondere spullen worden gemaakt door bijzondere mensen!

“Ai ai jippie jippie jee”

Ooit hoorden we dat je voor goed en goedkoop vogelvoer voor wilde vogels bij Hornbach moet zijn. Zelf had ik nooit aan zo’n soort zaak gedacht voor vogelvoer.
Daarvóór kochten we vogelvoer bij een tuincentrum en ja, we betaalden dan de hoofdprijs.

Een Hornbach zit niet bij ons in het dorp; we moeten er ca. 30 km. voor met de auto.
Behalve dat die kilometerkosten natuurlijk ook de producten die we daar kopen, duurder maken is met de auto rijden niét goed voor het milieu (fietsen is te ver)
Wij maken van dit doel altijd een combi bezoek; een vriendin woont daar vlakbij, dus daar gaan we dan op bezoek. (ipv 2x 30 km. rijden we dus maar 1x die afstand en terug.) En zelfs mét vervoerskosten is het voer goedkoper!

We hebben (erg) veel vogels in de tuin en voeren (vindt ook de vogelbescherming nuttig) bij.

Zoals te zien komen niet alléén vogels op de vetbollen af!

De bal aan het raam, door mijn lief zelf ontworpen en gemaakt, is na hooguit 2 dagen leeg: kool- en pimpelmezen!
De birdfeeder vul ik iedere dag, de hoeveelheid mussen, die eerst in de wachtkamer (de hoge bamboe) gaan zitten totdat de kust vrij is, én de spreeuwen én de kauwen zorgen voor het opeten van het gemengde voer (de maiskorrels gooien ze eruit; de houtduiven en Turkse tortels scharrelen dan onder de birdfeeder en eten die maiskorrels op.
Een halve kokosnoot hangt in de hazelaar in de voortuin, ik vul die met zelf gevonden, gepelde hazelnoten of walnoten.
Het enige wat langer duurt vóór het opraakt zijn de mezenbollen. Soms hangen de 2 mezenbollen wel 5 dagen!
Er gaat hier dus nogal wat vogelvoer doorheen!

Gisteren waren sommige vogelvoeren bijna op, dus belde ik mijn vriendin op of een bezoek gelegen kwam. We spendeerde een paar genoeglijke uurtjes bij haar, waarna we doorreden naar Hornbach.
Ik vind dat een bijzondere winkel qua personeel.
Als ik ooit (liever niet!) in een mannenwinkel (zo noem ik ijzerwaar- en gereedschapzaken) kom om iets te kopen (meestal in opdracht) zoek ik me het rambam naar personeel om te vragen wáár iets ligt of wat het verschil is tussen de verschillende gereedschappen (meestal is dan het antwoord: de prijs)

Niet bij Hornbach, overal waar je ook in deze mega store bent lopen mannen of vrouwen in herkenbare hesjes en altijd zijn ze bereid je te helpen.

Deze keer liepen we meteen naar de vogelzadenafdeling (we zijn hier al wat keren geweest)
Mijn lief tilt de 20 kilo zware zak op ons karretje; ik heb ondertussen de gedroogde meelwormen gescoord, maar dan………….. de vetbollen.

We zien ze meteen staan maar…..mét plasticnetjes erom heen. Slecht voor het milieu, maar erger nog slecht voor de vogels! De vogelbescherming maakte haar leden attent op het feit dat er vaak vogeltjes met hun pootjes vast komen te zitten in die netjes, met soms hele nare gevolgen.
Ze raden daarom aan om de ballen “naakt”( zonder netje) te kopen en in een, voor vogels veilige, vetbollensilo te doen.

Ik loop naar een man met een Hornbachjasje en vraag of ik hem iets mag vragen, hij lacht:
“Vooruit maar”
De toon is gezet.
– Ik zie alleen maar vetbollen met netjes eromheen –
“En die wilt u niet? “
– Nee die wil ik niet dat is slecht voor de vogels en slecht voor het milieu-
“Ik haal ze er dan voor u af”
– Nee, want dan gooit u ze weg en komen ze ook in het milieu –
“Nee, ik bewaar ze dan, voor als ik later groot ben”
Hij loopt onderwijl naar de vetbollen en graaft onder een plank.
Hij komt met een mooie, kartonnen doos te voorschijn; Meisenknödel
“Kijk eens, van karton, goed voor het milieu!”



Hij opent de doos; “60 Meisenknödel zonder netje.” Hij overhandigt me de doos en pakt er meteen nog één “Die neem ik voor mezelf: geleerd van u. Nou ben ik ook goed bezig. Nu kom ik vast in de hemel”
We lachen, hij kijkt me aan” Als u er eerder bent, houdt u dan een plekje voor me vrij?” ( ik ben inderdaad ouder dan hij)
Ik knik. Wat een man!

We bedanken hem voor zijn hulp.
Hij zet de Meisenknödeldoos onder zijn toonbank.
Om hem straks weer op de plank te zetten?
Ik weet het niet, maar wil graag denken dat hij ze ECHT mee naar huis neemt en voortaan netjesvrije mezenbollen koopt!



In De Bilt helpt men in Manzini

Jarenlang heb ik in een WereldWinkel gestaan en artikelen met een verhaal verkocht.
Het is een geweldig concept:  de verkoop van  Fairtradeproducten die zijn gemaakt met respect voor mens en milieu. De makers van die producten krijgen een rechtvaardige prijs  voor hun werk en kunnen zo een menswaardig bestaan opbouwen.
Door de handel met Wereldwinkels verdienen de makers van deze producten een geregeld inkomen én krijgen zij ondersteuning bij het ontwikkelen van hun bedrijf.
Wereldwinkels laten hiermee zien dat armoede bestreden kan worden!

Als ik cadeautjes nodig heb, bezoek ik vaak een Wereldwinkel en als ik waar dan ook een wereldwinkel zie, móet ik er even naar binnen (niet zelden kom ik er met een mooi product met een verhaal weer uit)

Deze keer waren we in de Bilt, een grote, prachtig ingerichte Wereldwinkel. Zelden zag ik zo’n grote wereldwinkel met zoveel mooie spullen.

Ik kocht er een paar cadeautjes en toen ik betalen wilde zag ik bij de toonbank een folder.
In de folder een verhaal vanuit het Koninkrijk Eswatini ( tot 2018 het Koninkrijk Swaziland) over een  bedrijf (Swazi candles) die handgemaakte kaarsen van paraffine maakt:

45 personeelsleden, (waarvan een aantal HIV besmette mannen en vrouwen); stabiele omzet, exporterend naar 20 landen. Achter het bedrijf een biologische groentetuin zodat personeel goed voedsel mee naar huis kan nemen (bij HIV positieve mensen is goede voeding van vitaal belang)

Maar Covid 19 veranderde alles: de export stortte in;  de grote fabriek moest sluiten, er moest worden verhuist naar een kleinere locatie (nabij Manzini).

Eswatini en de plaats – Manzini

Ook hier wil men weer graag een groentetuin bij aanleggen, maar het geld ontbreekt.
Deze Biltse Wereldwinkel wil een jaar lang gaan sparen om de aanleg van de groentetuin weer mogelijk te maken.

Bij die Wereldwinkel kun je stempels krijgen, een stempelkaart vol is € 2,50 waard. Het is dit jaar mogelijk om de stempels ook aan dit doel schenken. Ook kan de klant (klein) geld voor dit doel in een pot te doen.
Helaas heb ik geen geld in mijn portemonnee, maar de verkregen stempels gaan wél naar dit doel.
Een mooie winkel met een mooi initiatief!


COVID niet voorbij

Al dragen we geen mondkapjes meer en mogen we weer (bijna) alles, COVID is niet weg.
Een familielid ligt sinds vrijdag aan zuurstof in het ziekenhuis met COVID.  Bij een zoon van vrienden is COVID geconstateerd, hij zit 5 dagen thuis en hoest.
Dat drukte ons weer even, net als sommige krantenberichten, met de neus op de feiten.

We hebben een uitnodiging voor de zoveelste prik (Moderna deze keer) liggen en maken nu een afspraak. Baat het(misschien) niet dan schaadt het (misschien) ook niet.

De afspraak is deze keer in het oude pand van de Hocras aan de Franse Kampweg in Bussum vrij vroeg: het is beredruk. We sluiten aan in een rij, die gelukkig snel van buiten naar binnen loopt. Gevraagd wordt of we een afspraak hebben, dat hebben we en de mensen vóór én achter ons ook!
Geen foto’s, dus een foto van internet van de, toen net ingerichte, aanmeldbalies daar


Er zijn veel loketjes waar je je kan melden. We krijgen allebei een rode sticker en een krul (geen zoen van de meester!) We gaan weer in een rij staan, waar iemand onze sticker bekijkt en ons, na een korte wachttijd naar prikhok 2 verwijst (er zijn 9 prikhokjes) We worden samen naar één hokje gedelegeerd.

Ik voel niks van de prik, na mij wordt mijn lief geprikt, die de prik ook niet voelt. Er staan verderop rijen stoelen; er zitten al 25 mensen te wachten op het “bijverschijnselenkwartiertje”, verschijnt er niks dan mag je naar huis.

Wij lopen meteen door naar een dame achter een lessenaartje die ons gele boekje gaat bijwerken Ze gaat in de weer met stempels, zet een paraaf en wijst ons naar de wachtstoelen, waar we braaf onze tijd gaan uitzitten, de rij achter de voorste stoel (voor wie zou die ene stoel bedoeld zijn? Hij staat zo apart)

Als we naar buiten gaan staat er géén rij meer bij de ingang! Om terug te rijden naar onze woonplaats komen we langs de (grotendeels uitgebloeide) heidevlakte, waar een heerlijk zonnetje boven staat. We parkeren er en lopen in de zon

Af en toe zien we nog een bloeiend polletje hei! Ik vind een windkanter, een steen met, één of meerdere door invloed van wind en zand (vlak of bol) geslepen facetten. 


Zagen (en fotografeerden) we onlangs nog een stelletje prachtig in de zon staande berkenstammetjes,

hier lagen ze, afgehakt en wel, dunne én dikke witte stammetjes in de zon

We lopen in de zon over de hei en krijgen een ander soort boost dan de vaccinatie, maar desalniettemin een boost; een energy boost!

Horeca nu!

Wij gaan zelden uit eten (mijn lief kook heerlijk en vindt het ook leuk om te doen) maar na een wandeling of fietstocht ergens iets drinken of een lunch gebruiken dát doen we wel.

Onlangs, na een flinke, zonnige tippel kwamen we bij een gelegenheid mét terras. Ik moest dringend van het toilet gebruik maken en stoof daarheen terwijl mijn lief een tafeltje op het terras zou zoeken. Toen ik terug kwam stond hij in de hal op me te wachten: VOL!

We liepen naar de deur, vlak buiten de deur stond een man stoom af te blazen, terwijl zijn vrouw hem probeerde te kalmeren, hij brieste ”Er zijn vrije tafels genoeg”
Hij had gelijk, ik zag ook op het terras veel vrije stoelen, er zat echter wel een rood/wit lint doorheen gevlochten. “Lieverd, ze hebben geen personeel genoeg” probeerde de vrouw haar man tot rede te brengen. “Dan moeten ze maar sluiten, dit is belachelijk”
Wij liepen om het stel heen. Mijn lief vertelde dat ze hem inderdaad gezegd hadden dat ze geen personeel genoeg hadden om het “lege” gedeelte van het terras te kunnen bedienen.

Wij vonden het sneu, eerst een tijd dicht met Corona en dan geen personeel genoeg om de toestromende klanten te bedienen.
We gingen naar huis en dronken dáár wat.
Ook lekker en gezellig.

Volgend bezoek aan HORECA:

Deze keer hadden we een flink eind gefietst en zagen een Viscafé, het was lunchtijd.
We stapten af en bestelden een broodje vis en raakten aan de praat met de eigenaar. Hij vertelde geen personeel te hebben (het was een kleine zaak) en het tot dusver financieel net te kunnen redden. Hij hanteerde nog “oude” prijzen ondanks de verhoogde energiekosten!

Er waren mensen die het veel slechter hadden dan hij, ook in zijn woonplaats, vertelde hij.
Dáár wilde hij graag wat aan doen, maar wat? Hij had besloten elke week één arm gezin uit zijn woonplaats een gratis maaltijd te verschaffen.
Meneer, mevrouw, dan hoor ik de vreselijkste verhalen, zo triest allemaal. Het is maar een klein gebaar, maar misschien zet het anderen ook aan om wat te doen”

Een geweldig, sociaal bewogen mens mét, het moet gezegd, een heerlijk broodje vis.

Volgende Horecabezoek:

We drinken een biertje op het terras van een voor ons bekende horecagelegenheid en dollen wat met de eigenaren die we al jaren kennen. Dan zegt de één tegen een personeelslid “Doe jij even de 2 minuten check bij tafel 4?”Ze loopt weg.
“Wat is” zo vraag ik nieuwsgierig “de 2 minuten check”?
Aanvankelijk terughoudend, krijg ik tenslotte toch een antwoord; Als de klant zijn maaltijd heeft gekregen, gaat een personeelslid, ca 2 minuten daarná vragen of alles naar wens is.

Er zijn méér regels in de Horeca dan ik weet.

Het is vaste prik dat we de laatste dag van de vakantie ergens waar we op dát moment zijn, uit eten gaan. Zijn we op een vaste plek dan reserveren we 2 dagen vóór we vertrekken een tafeltje in een gelegenheid die ons leuk lijkt.

Deze keer ging het mis: 2 dagen tevoren was té laat: al volgeboekt!

Ze hadden een alternatief, de zaak er naast was van dezelfde eigenaar, daar was nog wél plaats.
Ook dat zag er leuk uit, leek iets formeler met een uitgebreidere kaart: we zeiden JA.

Ook daar raakten we aan de praat met een ober over hoe de zaken NU gaan. Hij vertelde dat, zeker in het weekend, vaak allebei de gelegenheden volgeboekt waren.
Beide restaurants, zowel de tapa’s (waar we oorspronkelijk wilden boeken) als de uitgebreide keuken hadden het druk! Ter illustratie vertelde hij dat Tweede Kerstdag nu al geheel volgeboekt was! En genoeg personeel? “Mevrouw, hier gaat niemand weg, dus we hebben al erg lang een vaste staf!”
[Hier moet ik bij zeggen dat het in een klein dorpje is, met zo’n 8600 inwoners]

Het eten was heerlijk én we merkten het ook hier:  we kregen de 2 minuten check (maar dan na 5 minuten)

Horeca, we steunen ze door te blijven komen.

Iets GROOTS vervoeren

Soms heb je iets te vervoeren dat niet IN of OP een auto past, dan huur je, als je een trekhaak hebt, een boedelbak.
Volgorde: Bakje ophalen bij plek X;  dan rijden naar de plek van het GROTE; dat vervoeren naar plek Y, dan bakje terugbrengen naar X en dan weer naar huis.

Soms kan dat simpeler. Zoals iets kopen bij Ikea dat “ergens naar toe” vervoerd moet worden maar NIET in of op de auto kan. Je kunt bij Ikea, als je iets koopt, een aanhangwagentje “lenen”( € 15,- voor de eerste 2 uur)



Dat koppel je dáár achter je auto, brengt het GROTE naar waar het zijn moet en rijdt weer terug naar IKEA om het aanhangertje terug te brengen



Daarna naar huis, tenzij je bij IKEA wil blijven slapen (modelslaapkamers genoeg)

Wat je dan wél moet doen is een reservenummerplaat meenemen. Dus dat deden we.
Het grote ding afgeleverd waar het moest zijn en mijn lief bracht het wagentje terug naar Ikea (25 km heen en 25 km terug) en kwam thuis.
Zo, dat hadden we even knap gedaan: de aanschaffer van het IKEAmeubel was gelukkig en wij blij geholpen te kunnen hebben.

’s Avonds ontdekte mijn lief opeens….. hij had ZIJN nummerplaat NIET van het karretje afgehaald! Verdorie!
Volgende dag IKEA gebeld met de vraag Zit onze nummerplaat nog op een IKEA karretje en kunnen we hem komen halen? Een servicedame antwoordt:
Daar kan ik hiervandaan niets van zeggen, komt u maar hierheen en kijk maar of die er nog op zit –

Soms moet je servicegerichtheid een handje helpen.
Na een kleine anderhalf uur bel ik de IKEA weer, dit keer tref ik een man aan de andere kant van de lijn. Ik vertel het verhaal van de vergeten nummerplaat en vraag wat ik kan doen.
De man denkt hoorbaar na (hij zuigt lucht naar binnen hoor ik)
Ik kan even naar de plek lopen waar de karretjes staan en kijken of hij er nog is? –
“Als u dat zou willen doen, zou dat super fijn zijn. Zal ik dan straks terugbellen?”
–  Het is best een endje lopen van hieraf, als u mij uw nummer geeft bel ik u dan wel even –
Ik bedank uitbundig en wacht af.

Inderdaad duurt het een flinke tijd voor de telefoon weer gaat.


Goed nieuws mevrouw, de kar stond er nog en de nummerplaat (hij herhaalt de cijfers en letters) zat er op, ik heb hem maar meteen eraf gehaald en zal hem bij de afhaalbalie neerleggen dan kunt u hem daarop halen

Wat een topper die man! Met kennelijk de goede schroevendraaier in zijn zak!
We rijden de 25 km naar de IKEA, mijn lief blijft in de auto zitten, terwijl ik snel naar de afhaalbalie loop. De nummerplaat ligt klaar. Ik bedank en we vangen de 25 km korte terugtocht weer aan.

Gisteren hebben we een aanhanger van een familielid geleend, we gaan weer iets groots vervoeren:  het wegbrengen is dit keer 110 kilometer ver.
Ik denk “constant” aan de nummerplaat

“Nieuwe” familie

Het bloggen brengt me veel: kennis, plezier en leuke reacties van lezers én… sinds een paar dagen: nieuwe familieleden.

Ooit schreef ik een blog over Oud Loosdrecht en familie die daar woonde, ik plaatste er een foto bij van een schilderij dat mijn vader van hotel restaurant De Funtushoeve ooit schilderde.

Dit blog las iemand die daar vroeger met haar opa kwam.[Zelf woonde ze nu al een tijd in het buitenland] Ze noemde de naam van die opa. Het was de peetoom van mijn broer!  
Leuk en bijzonder.
Er is iet “bijzonders” in de onze familie: ooit zijn 2 broers zijn met 2 zussen getrouwd, dat maakt soms familierelaties voor kinderen en daar de kinderen weer van, wat ingewikkeld! (familierelaties lopen door elkaar)

Het “nieuwe familielidverhaal” zou hier eindigen; een reactie op een blog, leuk weetje.
Ware het niet dat de moeder van de dame overleed en ze uitgestrooide wilde worden in Loosdrecht op de Vuntus ( de meest “stille” plas van Loosdrecht).

Vuntus plas geschilderd door mijn vader



De dame mailde me dat ze naar Nederland kwam en haar moeder ging uitstrooien in Loosdrecht, in de Vuntusplas. Zouden we elkaar daar kunnen ontmoeten?

Dat kon en hebben we gedaan.
Het bijzondere is dat wij, jaren geleden, ook as (van mijn broer) uitgestrooid hebben in de Vuntusplas. Ook hij wilde daar graag uitgestrooid worden.

Loosdrecht heeft kennelijk een bijzondere plaats in de harten van onze familie.