Anderhalve liter

In onze tuin staat een hekwerk met hedra (klimplant) er tegenaan.
We zijn er vele jaren NIET met een snoeischaar in de buurt geweest.

Op een dag, een paar weken geleden besloot mijn lief (iets té enthousiast) te gaan snoeien.
Aan het eind van de dag konden we wel huilen, het zag er vreselijk uit.

Het was net zoiets als met pony knippen geweest, stukje eraf, nog een stukje, nog een stukje….
Oef….te veel!

Bovendien waren takken die om en om door het hek gevlochten bleken te zitten, los van de wortels geknipt, dus na een week, hingen er vele takken met hangende (stervende) bladeren.
We hebben geen grote tuin, dus naar buitenkijkend konden we niet om deze droefenis heen kijken


Een rijtje plantenbakjes eraan hangen? Niet onze stijl!

Ik vond een oplossing bij een tuincentrum, een plantenzak.
Geen opvallende kleur, zacht geel.
Mijn lief hing de zak op.
Het zag er daarna iets minder droef uit!

Bovenin de zak zit een pijp, daarin moet elke 48 uur 1 ½ liter water gegooid, dat staat op de bijgeleverde “gebruiksaanwijzing”
Grote gieters hebben we wel, maar hoeveel is dan precies 1 ½ liter?
Ik ben geen klein vrouwtje (1.72m) maar ik kan NIET bovenin de pijp kijken en gieten.
Mijn lief overdenkt dit probleem.

Hij komt met een oplossing: een klein breed plastic flesje heeft daarvoor een bodem moeten offeren.
Een 1 ½ L cola fles staat nu naast het kleine flesje in de schuur.
Als het 48 uur NIET regent vul ik de colafles met water; voel met mijn hand waar de pijp in de zak zit en zet er het kleine flesje op én giet dan de colafles met water erin leeg!

’t Was even jammer: een té enthousiast snoeiende man!
’t Is lang fijn: een probleemoplossend denkende man!

Teleurstelling (het delen van een herinnering)

Nadat ik het blog van Omgaan met teleurstelling had geschreven ging ik nadenken of ik me een teleurstelling van mezelf kon herinneren.

Zoals ik al eerder beschreef blijf ik zelden “hangen” in een teleurstelling, ik kijk weer vooruit.
Ongetwijfeld zullen er wel eens teleurstellingen geweest zijn maar, behalve één in mijn vroege jeugd, kan ik me er geen herinneren.

Tevoren moet u weten dat eerlijkheid in ons gezin het grootste goed was.
Oneerlijkheid, liegen was de grootste zonde die je kon begaan.

Die ene teleurstelling die ik me nog herinneren kan vond plaats toen ik een jaar of 7,8 was. De precieze details kan ik me niet herinneren, nog wel het gevoel dat ik toen had.

Ik hoorde van andere kinderen (op school? op straat?) dat Sinterklaas niet bestond.
Een schok. Ik ging naar huis en verwachtte daar te horen dat “de kindjes gelogen hadden”
In plaats daarvan werd me verteld dat het wáár was: Sinterklaas én Zwarte Piet bestonden niet!
Het was een verklede man.


Maar die keren dat hij ’s avonds bij ons gestrooid had?
Dat er gebeld werd en pakjes voor de deur werden gezet?
Dat bleek papa geweest te zijn!

De papa, die dan altijd “even” weg was, iets moest doen in de schuur, of de buurman helpen.
Hij bleek cadeautjes voor de deur gezet te hebben,
Hij had aangebeld en (mét zwarte handschoenen aan) strooigoed naar binnen gegooid.
Dát werd me TOEN pas verteld.

Ik was verbijsterd! Er was tegen me gelogen, ook al die voorafgaande jaren.
Door de mensen die me ALTIJD hadden geleerd dat een leugen VRESELIJK was.
Ik liep weg en was van plan nóóít meer terug te komen bij DIE mensen
(Ik geloof dat ik me in de schuur verstopte)

Dát gevoel van teleurstelling in de twee mensen waar ik dat nóóit van gedacht had, is de enige teleurstelling die ik me nog kan herinneren.

(Het is weer helemaal goed gekomen)

Bestorming van de Bastille (14/7)

De bestorming van de Bastille is een dag die mijn lief en ik ieder jaar vieren; niet dat in 1789 de Franse revolutie begon, maar dat wij elkaar op die dag hebben leren kennen (elkaar stormenderhand veroverden)

“Vieren” is misschien een groot woord maar we doen dan wel iets samen.
Dit jaar reden we, voor het eerst sinds lange tijd, naar zee; naar Nationaalpark de Kennemerduinen.
Eerst lopen langs zee en dan koffie met lekkers in strandpaviljoen Parnassia ( = bloem)

Wat ons nu opviel was het extreem schone strand, geen aangespoeld wrakhout, bierdoppen, blikjes of teer maar ook amper schelpen. Wél waren er kwallen op het strand.
Het andere wat we misten waren vogels! Geen strandlopers en zelfs maar een doodenkele meeuw en dan nog alleen in de lucht.
Alleen wind, mensen met honden en een enkele hardloper (en dat voor midden juli!)

Daarna met de auto naar Zandvoort, een plaats waar ik vroeger veel kwam (familie) en mijn lief ooit in een kindertehuis zat.
Onze gezamenlijke herinnering: heel veel weekends op het circuit- autoraces kijken.

We kijken nu op afstand naar het circuit waar een en ander wordt opgebouwd; we zien in de verte “ons”  vroegere plekje bij de Tarzanbocht

We eten een visje bij een strandkar gezeten op een bankje in de luwte. We zien, hoewel het rustig op het strand is (maar toch drukker dan in Bloemendaal), van daaraf de strandpret; kitesurfen, vliegeren en zelfs zwemmen.

Ook in de duinen is het heel stil, de vegetatie is apart, veel grijs, zilver en heel veel bodembedekkers tussen het helmgras.

We herinneren ons beide vroeger de enorme drukte op de weg als we terugreden van de  Zandvoortraces naar huis.
Deze keer geen files.
Opstijgende vliegtuigen van Schiphol (er gaan weer mensen met vakantie)
Buitenlandse auto’s op de wegen (er komen weer mensen vakantiehouden in ons land)

Wij hadden een prima dag “gekozen” voor onze zee/strand trip; Quatorze Juillet 2021

Geboortehuis

Ik ben zelden terug geweest naar het huis waarin ik geboren ben en waar ik tot mijn 6e jaar gewoond heb. Onlangs kreeg ik “opeens” zin om dat weer eens te zien.
Het zag er “anders” uit dan ik me herinner en ook de omgeving was totaal veranderd.

Het huis zoals het was, mét heg en zoals het nu is, zonder heg met “hok” in de voortuin

Aan één kant van de straat stonden huizen, waaronder het drie-onder-éénkaphuis, waarvan mijn ouders er één huurden.
Aan de andere kant van de straat was een hele hoge heg daarachter lag het rusthuis HEBRON.
Het was een voormalige villa “Belvedere” dat in de volksmond “het Hertenhuis” werd genoemd omdat het ooit vlakbij een hertenkamp lag.
Dat was echter allemaal (ver) vóór ik geboren werd.
Ik kende het alleen als rusthuis.


Wij konden het rusthuis vanuit ons huis niet zien, alleen een heg met hoge bomen erachter.
Daar heb ik nog “bewijs” van; mijn vader was een zondagsschilder en schilderde het uitzicht vanuit ons huiskamerraam; het uitzicht: onze (lage) heg en Hebrons hoge bomenheg!

Aan het rusthuis zelf heb ik weinig herinnering. Ik zag het alleen als ik, samen met mijn broer,  in de herfst door een gat in het hek kroop om beukennootjes te zoeken; er lagen daar heel veel.
Het was best spannend want kinderen mochten daar NIET zijn. Ik denk dat onze ouders in de herfst een oogje toeknepen want als we thuis kwamen met een trommeltje vol beukennootjes werd nooit gevraagd waar we die vandaan hadden (dat was wél bekend)
Mijn moeder bakte er een ” plakkaat” van dat ze in stukjes sneed, het was stroperig en zoet, we noemden het nougat.

Mijn geboortehuis stond in een heel rustig straatje.
Het ís nog wel een rustige straat, alleen de uitstraling van toen is weg door bebouwing aan de overkant van ons huis.

Rusthuis Hebron is weg, gesloopt; er zijn woningen voor in de plaats gekomen.
De hoge Hebronheg is, met het huis, verdwenen.
Dat veranderde de “rustige “uitstraling!

Misschien was het niet slim om er nog eens te gaan kijken en was het beter de herinnering van toen te bewaren.
Te laat!








Reader’s Digest

Ooit las ik de Reader’s Digest*) met toen, nog 2 miljoen andere Nederlanders.
Het heette toen een familieblad te zijn.
De eerste uitgave was, in Amerika in 1922; de eerste Nederlandstalige uitgave in 1957
In Nederland en België werd het blad ook uitgebracht onder de naam Het Beste.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal edities en de wereldwijde oplage bereikte de 37 miljoen, met 49  edities in 21 talen.
Het  werd ooit “het grootste uitgeefsucces na de Bijbel” genoemd.

Er stonden historische artikelen, wetenschappelijke, actuele, natuur- en humorrubrieken in, herinner ik me.
Bij het herinrichten van de boekenkast kwam ik nog een dunne (gratis) bijlage van dit tijdschrift tegen “Tussen frons en glimlach”.



Met die “leesstof en humor uit de gehele wereld” kwamen weer een paar herinneringen boven met namen aan de rubriek “Lachen is gezond”.
Lezers en lezeressen uit de hele wereld konden grappige voorvallen uit hun leven insturen; die konden dan geplaatst worden in één van de vele edities.

Ik schreef altijd al (in een boekenkast of doos op zolder moeten nog ergens 2 gedichtenbundels staan met 2 gedichtjes van mijn hand, met hele jaargangen van een plaatselijk blad waar ik in een rubriek in had en meer ooit gepubliceerde artikelen. Waarschijnlijk ligt daarin ook wel het Reader’s Digest blad waar mijn ingezonden stukje in stond.

Leuk toen ik een brief kreeg met de mededeling dat mijn Lachen is Gezond stukje gepubliceerd zou worden. Minder leuk was dat er een fotograaf kwam om een foto van me te maken die bij het artikel moest komen. Ik houd NIET van poseren, of op een foto staan.
(Getrouwd met een fotograaf, heb ik wel eens geposeerd, maar ik vond het verschrikkelijk en behalve 1 x vond ik het resultaat zelf nooit de moeite waard)

Ik heb er serieus over gedacht om dan maar niet gepubliceerd te worden, maar in Het BESTE staan was toch wel héél gaaf! (Ik meen dat ik er ook geld voor kreeg, maar dat weet ik niet zeker meer)
Er kwam een fotograaf aan huis die een geschikte effen achtergrond zocht maar binnen niet vond. Uiteindelijk werd de foto voor onze (blauwe) garagedeur gemaakt (het was toen koud, hetgeen IK terugzag op de foto!)

Ik kreeg een exemplaar van het blad toegestuurd! De foto had voor mij niet gehoeven, maar ik vond het leuk om mijn stukje juist in dát blad te kunnen lezen.
Misschien zou u het leuk vinden om te weten wát ik geschreven had, maar ik weet het écht niet meer. Het was kennelijk leuk genoeg voor Het Beste om te publiceren! (ergens in een doos op zolder?)

Ik heb  uit de nu gevonden bijlage stukjes gelezen, mega gedateerd, de humor en het lettertype.
Maar ook deze keer las ik iets dat ik wel “meeneem” in mijn verdere leven

“Wie in de wolken is, loopt gevaar dat hij afdrijft”





* vertaling: lezers verteren



Dichtheid van botten

Als je in één jaar 2 x (of meer) iets in je lichaam breekt krijg je een uitnodiging voor een DEXA onderzoek. Zo’n onderzoek meet de dichtheid van de botten.

Na mijn pols- én heupbreuk kreeg ik een uitnodiging voor een dergelijk onderzoek.
Ik heb het een tijdje uitgesteld. Als je zelf, door de vervanging van een verbrijzelde heup (traptrede gemist) een nieuwe hebt “ingeplant” gekregen en daardoor je schoenen en sokken niet zelf aan of uit kan trekken, kun je vast niet op een behandeltafel klimmen dus leek me zo’n onderzoek “iets teveel”
Bovendien was ik “even” witte jassen (hoe lief de inhoud daarvan ook mag zijn) zat.

NU ben ik geweest.
Er is een aparte ruimte op het terrein van het ziekenhuis voor, in het bos.
Hier geen betaald parkeren (hoe lang nog?) maar vóór de ingang een aantal parkeerplekken gratis.

Tevoren had ik al een vragenlijst ingevuld en gemaild,  over  het eventueel hebben van al dan geen Coronaklachten,  dus bij binnenkomst geen vragen alleen de aanmelding.
Een vriendelijk “Gaat u zitten u wordt zo binnengeroepen” en daar zat ik, in een ruime, open wachtkamer (de toegangsdeur, 2 gangen én de balie met dames waren te zien)


Dat “zo” binnen roepen bleek geen loze belofte te zijn, het was inderdaad SNEL!
Een scanmeisje mét humor vertelt me wat er te gebeuren staat.
Na bepaalde kledingstukken, waar metaal in zou kunnen zitten, te hebben verwijderd kan ik op een behandeltafel  héél stil gaan liggen, waarna een apparaat mij scant.
Dan een korte pauze en een andere lighouding (die ik een paar weken eerder, vlak ná mijn breuk,  nooit gekund zou hebben) wéér even stilliggen en klaar ben ik.
Kleding aan en weer naar de wachtkamer waar een speciale  “breukendame” me zal komen halen voor een gesprek.




Toen ik, na een korte tijd door een aardige dame gehaald werd, stelde ze veel vragen.
Ik dacht maar aan één ding: Wat is het resultaat van die foto’s?
Zij wilde kennelijk een bepaalde procedure doorlopen vóór ze me de uitslag zou geven
Moeilijk voor mij; de spanning liep op.



Ja, ik gebruik zuivel, beweeg veel, slik vitamine D en calciumsupplement.
Ze gaat voor me klappen;” ik doe het goed!”
Ik vermoed dat er een “maar” aankomt.
En die komt ook: het moment waarop haar computerscherm mijn kant opgedraaid wordt om de resultaten van de foto’s te bespreken.
Eén blik op het scherm en ik zie het al: Lijntjes in het roodgebied: foute boel.

Vreemd dat je zo gespannen bent voor een uitslag en als je die dan eindelijk weet, je zo kalm wordt; je wist het eigenlijk al. Je was nerveus OMDAT je “onbewust” al wist dat het foute boel was en nu je het wéét is de spanning weg.

We bespreken wat er te doen is. Het kan niet verholpen worden, wel tot stilstand gebracht worden.
Veel keuzes zijn er niet: medicijnen (met mogelijke. nare bijwerkingen)

Behalve dat het risico tot botbreuken bij vallen en stoten groot is, komt daar bij ook nog het gevaar dat de rugwervels gaan “inzakken” een pijnlijk proces, waar, op het moment dat het gebeurt, niets meer aan te doen zal zijn, alleen pijnbestrijding.

Middelen met “mogelijk” nare bijwerkingen kunnen worden geslikt, ingespoten of via infuus worden toegediend. We bespreken en ik stel vragen.
Mijn hele geest én lijf wijzen al die middelen, die in een ander deel van je lichaam minder goede dingen kunnen doen, af!
Niets doen is “eigenlijk” geen optie.
Het risico van eventueel breken ben ik bereid om te nemen, maar een mogelijke rugwervelinzakking………..

We spreken af dat de dame me, na al dit “nieuws” bezonken is, zal bellen over wat ik ga doen.
Ook krijg ik haar emailadres voor eventuele vragen, die vast later thuis, in mij op zullen borrelen.
Ik bedank haar.

Nu, een paar dagen later kan ik pas het woord benoemen wat ik aldoor vermeden heb: Osteoporose!
Ik heb gesproken met een Osteoporose-verpleegkundige.
Ik heb Osteoporose.
Ik ben één van de 900.000 mensen in Nederland (2/3 vrouw, 1/3 man) die daaraan lijden.
Jaarlijks breken ruim 105.000 mensen ouder dan 55 jaar een bot als gevolg van deze ziekte en ik ben daar nu één van.

Mijn breuken zijn helend, maar hoe voorkom ik nieuwe breuken?
Bungeejumpen, skiën en hordelopen waren sowieso al geen dingen die ik deed en vallen doet niemand express, dus moet er iets gedaan worden aan die brozer wordende botten: meer bewegen, vitamine D en calcium slikken en zuivel gebruiken zal bij mij niet helpen, dat deed ik al ( genoeg)
Maar wat dan? Het zullen toch medicijnen moeten worden, vrees ik.
Ik ga er over nadenken




*) een chronische aandoening van het skelet, waarbij de botsterkte afneemt.

**)  in de volksmond heeft men het over botontkalking, maar die term is niet helemaal correct. Bij osteoporose is er naast minder botmassa ook een verandering in de structuur van het bot, hierdoor wordt de botsterkte nóg minder.

Voetbal

Het Europees kampioenschap voetbal (mannen) van 2020 (UEFA Euro 2020)  zou de geplande 16e editie van het vierjaarlijkse voetbaltoernooi zijn. Het zou gehouden  worden van 12 juni tot en met 12 juli 2020.
De pandemie gooide roet in het eten; het EK werd (zoals zoveel (sport)evenementen) uitgesteld tot 2021
NU gaat het gebeuren: van 11 juni tot en met 11 juli wordt het in verschillende Europese steden gespeeld, waaronder Amsterdam.



Als ik zeg dat  ik niets met voetbal heb is dat niet helemaal wáár.
Ik ben geboren in een gezin waarvan pa voorzitter was van de lokale voetbalclub (hij had zelf vóór mijn geboorte ook gevoetbald) Daar zijn zelfs foto’s van!


Er was, in mijn jeugd, dus veel voetbal!
NU PAS  bedenk ik me dat het eigenlijk wel “apart” was dat geen van mijn broers voetbalde, althans niet bij een club.

Ik kan me herinneren dat ik wel eens met mijn vader meeging als “zijn” club thuis speelde.
Alléén met mijn pa (oudere broers deden waarschijnlijk andere dingen??) ook mijn moeder was geen voetbalfan. Leuk samen met pa een zondagje op stap.
Eerlijk gezegd weet ik niet of ik ook écht naar het voetbal keek, of daar maar wat ronddolde en me ergens anders mee vermaakte.
Het gevoel dat ik er NU bij heb was dat ’t een leuke zondagmiddag was.
Anders was het aan het eind van de zondag, als we allemaal  stil op onze tenen door het huis liepen en mijn pa met zijn hoofd bijna IN de radio zat om de voetbalverslagen en uitslagen te volgen.

Dat was TOEN. Later kreeg ik een vriend (die nog later echtgenoot werd) die helemaal in het honkbal zat. Voetbal speelde geen rol in zijn leven, en dus ook niet in het mijne.
Ook de zonen die we kregen waren niet met voetbal bezig.
Onze enige kleinzoon daarentegen is er helemaal wous van; elke minuut van zijn leven waarop het niet regent en hij niets MOET (school, slapen, eten) is hij met een bal buiten bezig.




Hoewel ik niet naar de wedstrijden op tv kijk en me er verder NIET voor interesseer, vind ik de gekte er omheen wél leuk. Hele straten oranje versierd, mannen met “rare”, petten, t-shirts  en sokken aan
( blij dat  ik er niet naast hoef te lopen) maffe artikelen in de winkels ( zoals juichcapes)
Helemaal blij dat ná de serieuze coronatijd er nu wat vrolijks aankomt.

Ik schrijf NA de Coronatijd, maar dat is natuurlijk niet zo, we zitten er nog in, alleen met versoepelingen.
Ook daarbij gebeuren weer sneue dingen.
Een kennis had kaartjes voor een kwartfinale van het EK; helemaal blij.
Onlangs kreeg hij bericht dat hij is “uitgeloot”!
Er mogen minder toeschouwers bij de wedstrijden, dus is er geloot in dit geval betekent dat GEEN kaartje! Hij kan er dus niet heen! Hij balen!



Bij de PLUS hebben ze een actie met een (soort lego) voetbalveld, poppetjes en attributen die met voetbal te maken hebben. Ik doe boodschappen bij de PLUS en kocht een beginnerspakket voor de kleinzoon.
Als ik boodschappen koop, krijg ik er nu voetbalattributen bij.
Gisteren kreeg ik de VAR :Video Assistant Referee.
Zo leer je nog eens wat!


Mei-jarigen

In de maand mei hebben wij 5 verjaardagen in de naaste familie.
Mei is dus meestal een drukke visitemaand, minder in de Coronaperiode.
Twee mei-jarigen vieren dit jaar hun verjaardag niet vanwege de Coronamaatregelen

Eén jarige viert het alleen met zijn ouders; dat zijn wij! Dus daar gaan we heen.
Gezellig met zijn viertjes, helaas kan geknuffel nog steeds niet én is 1,5 afstand verstandig, dus doen we dat! Beregezellig op zo’n speciale dag samen te zijn, met een leuke maaltijd aan een grote tafel en heerlijk eten, gelach en “bijgepraat”
Kortom: we hebben genoten!
Het “sportcadeau” viel in de smaak. (Het kopen op zich was al leuk want hoe vaak in je leven koop je een golfballenvanger?)

Een andere jarige is een kind; hij viert meerdere verjaardagen, bij één van de vieringen mogen wij bij zijn; aanwezigentotaal: 3 volwassenen en 2 kinderen. Ook hier geen geknuffel en 1,5 meter.
Genoten van het gezelschap, het taart eten én de reactie van de jarige op ons cadeau een (groot deel van de verjaardag kropen de kids in en uit de tent)



En eergisteren was de laatste mei-jarige van de familie; een uur rijden van ons huis.
Een reis met een heerlijk zonnetje.
We zien 2 zonneparken onderweg waar de zon, na dagen regen nu vrolijk in weerkaatst; langs de snelweg een prachtige berm met klaprozen en koolzaad en boven de weg een verkeersportaal met een aalscholver, wijd open vleugels om te drogen (visjes gevangen in de IJssel misschien?)
Het was een mooie rit.

Ook bij deze jarige geen geknuffel maar elleboog-verjaars-contact en meerdere verspreide vieringen, de ene dag wij, de dag erna vrienden, de dag dáárna andere vrienden!
We genoten van de zon, de tuin en elkaars gezelschap en gelukkig schoten we ook hier in de roos met ons cadeau
Nu maar hopen dat de egel, gezien in hun tuin, de voor hem bedoelde behuizing óók leuk vindt en blijft komen, want dát willen ze graag!


Algemene verjaarsconclusie: De Coronaperiode is over het algemeen NAAR*), je kunt de mensen van wie je houdt, maar waar je géén huishouden mee vormt, niet knuffelen of aanraken; je kunt niet samenzijn met meer dan 4 personen, kortom niet een verjaardag vieren op de ouderwetse manier met de hele kamer vol vrienden en familie.

Maar er zijn ook “minder nare” kanten aan; je hebt méér tijd en aandacht voor elkaar als je met zo’n klein gezelschap bent.
Winkelen is NIET onze favoriete bezigheid ( een feit dat het in Coronatijd NIET kon, vonden we (m.u.v. een enkel ding dat echt NODIG was en dat je nergens lijfelijk kon kopen) dan ook niet erg.
Maar nu was “bijzondere” cadeaus uitzoeken en kopen een UITJE!
We genoten van het uitzoeken en waren dan ook oprecht blij dat ze zo in de smaak vielen!

Toch hopen we dat we volgend jaar mei weer “gewoon” zal zijn!











*) Dan heb ik het hier niet over het vreselijke van ziek zijn, ziekenhuisopnames en zelfs overlijden van mensen die je liefhebt maar uitsluitend over de “randverschijnselen” zoals niet bij elkaar kunnen zijn als je dat WEL zou willen.



Rijen voor winkels

Wij willen een verjaarscadeautje geven, de winkels zijn open, dus wij rijden naar Amersfoort naar een winkel waarvan we weten dat ze dat artikel dáár hebben.

Ik wéét dat kan je ook online kopen, maar van internetkopen hebben we “even” onze buik vol.
Een jarig kind, een bijzonder cadeau én winkels dicht door Covid 19, deed ons internetbestellen.
Ruim voor de verjaardag besteld; levering binnen 7 dagen.
Het is nu meer dan vijf weken verder en we hebben het bestelde nog niet én het artikel hoefde niet uit Taiwan of China te komen maar uit Barneveld
Het telefoonnummer van de zaak waar we bestelde gaf nooit gehoor en op onze meerdere mails werd niet gereageerd. Toen er, eindelijk,  wél gereageerd werd was de strekking van de email ”het is onderweg”. We wachten nog steeds én de-inmiddels- niet-meer-jarige ook.

Vaste lezers van mijn blog weten dat ik in een boerendorp woon, waar een 2 supermarkten, een Kruidvat en een ijssalon tot de weinige basiswinkels behoren. Voor “bijna alles” moeten we dus elders shoppen.
Door COVID 19 hebben we dat dus bijna een jaar niet gedaan (bijkomend voordeel: weinig geld uitgegeven)


Nu dus weer eens shoppen in Amersfoort

Op de drukte NU in het centrum van Amersfoort waren we NIET voorbereid.
De Langestraat was mega druk, voor veel winkels stonden rijen mensen (mét mondkapjes op)
Voor kledingwinkels, maar ook voor de juwelier. (moederdagshopping?)


Gelukkig was de winkel waar wij moesten zijn NIET erg in trek; geen rij; we konden “gewoon” naar binnen lopen. We kochten waarvoor we kwamen, betaalden en……..meteen terug naar huis?
Nee, even “mensen kijken” op een terrasje; er zijn hier genoeg! (zowel terrasjes als mensen)


Als we in Amersfoort zijn gaan we naar de Blauwe Engel, een horeca pand bijna “leunend” tegen de St.Joriskerk: de cappuccino is er heerlijk, een tafeltje in de zon is mogelijk én er komen genoeg mensen langs om te bekijken!

Onze missie was geslaagd. De eerstkomende verjaardag hebben we een concreet cadeau in handen ( in tegenstelling tot de “bon” voor de andere, nog steeds op haar “concrete”, uit Barneveld verzonden” cadeau, wachtende jarige!)

Mannen en Porsches

Ik las ergens:

“Porsche rijden activeert deels dezelfde hersenactiviteit als bekende verslavende stimuli zoals alcohol, koffie, chocolade en seks” *)

en dacht toen aan mijn eigen ervaringen met mannen en Porsches.

Een vroegere (mannelijke) collega, dertiger, vrijgezel had 2 oude zwarte Porsches 911; één reed, de ander was om te kannibaliseren. Er was vaak wat met de oude Porsche, maar dan werd er een onderdeeltje uit de andere gesloopt en dan reed die weer.
De collega kwam nog al eens hier thuis en mijn jongens likkebaardden als ze de zwarte Porsche voor de deur zagen staan.
De collega wilde héél graag een vriendin en hij dacht dat het met een Porsche “makkelijker” zou lukken. (niet gelukt in de tijd dat hij mijn collega was)



Een collega van mijn man, veertiger, getrouwd met puber dochter, kreeg een bult in zijn nek en ging uiteindelijk naar de dokter: kanker.
Het was operabel en hij redde het.
Toen ik hem, een tijd na de operatie tegenkwam en vroeg hoe het er mee ging, was er alleen maar positief nieuws en, hij bloosde een beetje,  ”Ik heb iets mafs gedaan. Tenminste veel mensen vinden het maf. Ik heb mijn hele leven een rode Porsche willen hebben, nu ik de dood in de ogen keek, heb ik mezelf voorgenomen die ook daadwerkelijk te kopen, dan heb ik dát tenminste gedaan”
Hij was als een kind zo blij met het verwezenlijken van zijn jeugddroom.
Maf? Ik denk van niet. Go for it!
Toen ik hem veel later weer tegenkwam en vroeg naar zijn Porsche kwam er een scheef lachje ”Het was niet echt praktisch met een vrouw een halfvolwassen dochter en een gigantische hond (Briard), toch ben ik blij dat ik het toen gedaan heb”

Ook de derde Porsche was een rode, die van mijn oudste broer.
Gescheiden met één volwassen dochter werd hij “wild”: Een veel jongere vriendin, een rode Porsche, die hij zelfs nog gebruikte als hij zijn krantje ging kopen amper een kilometer van zijn huis.
Of hij die jongere vriendin kreeg dóór die Porsche weet ik niet, wél dat hij zich door het rijden erin, een stuk jonger voelde.
De Porsche werd later verruild door een andere rode sportwagen (waarom de switch weet ik niet meer)
De Porsche had hem, in ieder geval “even” een jong gevoel gegeven





Mannen en Porsches ze hebben wat samen. (Ik ken geen één vrouw die een Porsche heeft of had!)


*)  uit een neurowetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd door Neurensics ( grootste neuromarketting onderzoeksbureau ter wereld) onder leiding van prof. dr.Victor Lamme