Weer met OV

Al tijden ben ik niet met de bus geweest.
Nu moet ik naar het ziekenhuis voor onderzoek en van tevoren een pilletje innemen.
Met dat pilletje mag ik NIET autorijden; dus ga ik met de bus.
De OV kaart zit altijd in mijn portemonnee. Voor de zekerheid ga ik de dag voor ik met de bus moet naar de supermarkt om in het gele NS apparaat te checken hoeveel geld er nog op de kaart staat.

Het gele NS apparaat is daar weg!
De supermarktdame zegt dat ze nu een NS laptop heeft.
Ook goed.
Ik stop mijn OV kaart in haar laptop en zij leest af € 40,44.
Fijn, ik kan daarvoor (makkelijk) heen en weer.

De volgende dag stap ik voorin de bus in en houd mijn kaart voor het incheckapparaat, hij piept niet.
De chauffeur leest op zijn scherm dat de OV krt verlopen is.
Hoezo verlopen?
Hij steekt zijn hand uit en ik leg er de kaart in, hij wijst op de kaart waarop duidelijk staat:
Geldig tot 1 augustus 2021.



Dát zag het supermarkt/NS/laptopje niet en ik ook niet.
Gelukkig kan ik in de bus een kaartje kopen met pin (vreselijk duur, maar het kán gelukkig)


In het ziekenhuis gaat alles goed (sinds Corona is er bijna geen wachttijd meer, ik hoop dat ’t ziekenhuis DAT vasthoudt)
Ik ben te vroeg en raak aan de praat met een andere wachtende patiënt. Hem is het ook opgevallen dat mondkapjes in het ziekenhuis NIET meer hoeft. “Verleden week nog wel” zegt hij.
NU moet je overal kunnen bewijzen dat je 2x gevaccineerd bent!
Hij heeft ook zijn digitale Corona vaccinatiebewijs bij zich; heeft het in het ziekenhuis NIET nodig gehad. Hij vertelt dat hij in de Horeca werkt en gek wordt van de, in zijn ogen, kromme Coronaregels: Bij hem op het terras kun je zonder pas gaan zitten en bestellen, maar moet je naar binnen (bv. naar toilet) dan moet je de corona app/pas aan personeel laten zien én je identificeren.
Dus moet het personeel in de gaten houden wie van het terras naar binnenkomt en of hij/zij al eerder binnen geweest is. Hij moet, met zijn telefoon, alle mensen die BINNEN komen scannen.
Er kán controle komen en als wee je gebeente als je als Horeca ondernemer NIET gecontroleerd hebt.

Ik vertel dat ik een coronapas op papier bij me heb, nog ongebruikt!
Hij wil de mijne wel eens scannen en laten zien hoe dat gaat.
Ik houd hem mijn papier voor.
ZIJN apparaat zegt dat het NIET geldig is, deze is voor het buitenland!
Ik ben niet voor één gat te vangen, ik heb er nog één formulier in dezelfde hoes.
Die “doet het wel”.
Hij krijgt een  vinkje op zijn  display te zien én mijn initialen én geboortedatum, nu moet hij me naar mijn identiteitsbewijs vragen en kijken of het klopt!
Ik snap zijn probleem, in plaats van gasten bij de deur te verwelkomen in zijn zaak, moet hij ze nu “ophouden” door ze te scannen en ze te vragen naar hun identiteitsbewijs; niet erg klantvriendelijk, maar ja, als het het COVID virus tegenhoudt zich te verspreiden….
Hij betwijfelt het.

In het ziekenhuis, toch een plaats waar voornamelijk ZIEKE mensen bivakkeren en op bezoek komen, hoeft een mondkapje niet meer. Sterker nog een andere patiënte die inmiddels ook in de wachtkamer is gekomen zegt dat ze een mondkapje op had toen ze het ziekenhuis inging en dat een verwelkomende gastvrouw daar zei dat dát (wijzend op mondkapje) niet meer hoefde!!!
’n Beetje krom!

Mijn onderzoek ging goed en in plaats van weer veel geld voor een buskaartje uit te geven loop ik naar het treinstation waar een NS servicepunt is, om meteen een nieuwe kaart te vragen en de € 40,- van de oude naar de nieuwe kaart te laten overschrijven.

Helaas! Het servicepunt is  sinds 1 aug. gesloten (wat is er toch met die datum van 1 aug?)
Ik koop dan maar op het station een nieuwe kaart uit zo’n gele NSmachine en zet er € 10,- op.
Zo Ik kan weer naar huis!
Maar wél mét mondkapje op, want in de bus is het WEL nog verplicht.



Religieuze gebouwen

Ook als je niet gelovig bent kunnen kerken of  tempels, synagogen of moskeeën je iets doen.
Omdat ze, architectonisch bijzonder zijn, mooi ingericht zijn, of “gewoon” omdat er een bepaalde sfeer hangt.

Ook het tegenovergestelde is waar, je kunt zo’n gebouw, als toerist bijvoorbeeld, binnenkomen en onder de indruk komen van de naargeestige sfeer, de beklemming die er hangt (wegwezen denk ik dan)
Ik ben in en bij vele kerken, tempels, moskeeën en synagogen geweest; het intrigeert me dat mensen in alle tijden en van allerlei geloven geld, tijd en energie hebben gestoken in het bouwen van vererings- en samenkomstplekken en die gebouwen hebben “aangekleed” met schilderijen, kunstvoorwerpen, naamplaten, beelden en meer.

Dat mensen elkaar wilden overtreffen met een nog grotere tempel of kerk om te laten zien dat ze nog meer geloven, nog meer vereerden,  nog meer geld hebben, lijkt mij tegenstrijdig met de basis van geloof; het innerlijk, het wezenlijke.

Beeld  “Aanbidding” van edelsmid Bob Ebell.(1910-1993) een buitenbeeld in de tuin van een Remonstrantse kerk


Dat er mensen begraven zijn onder de religieuze gebouwen, er graftombes in staan maakt het niet alleen een plek van de levenden maar ook van de doden.

De grootste en bijzonderste kerk is vermoedelijk de Sagrada Famillia in Barcelona, het levenswerk van  bouwmeester Antonio Gaudi (geboren in 1852, in 1926 aangereden door een tram en overleden).
De bouw van de kerk begon in 1882 ( Gaudi nam de bouw een jaar later over)
De bouwmeester is al jaren dood maar aan de kerk wordt nog steeds verder gebouwd. Men vermoedt dat de bouw rond 2026 klaar zal zijn.

Ik ben er geweest, indrukwekkend, maar qua sfeer deed het me niets. Daarvoor hoeft een kerk niet groot of rijk geïllustreerd te zijn.
Het kerkje waar ik toen ik jong was ter kerke ging ziet er van buiten “warm”(hout) uit en is van binnen vrij sober, maar het voelde “geborgen” Een gevoel dat je in de Sagrada Famillia niet gauw zal hebben

Hoe je een kerk, synagoge, moskee of tempel ervaart hangt natuurlijk ook van je geloof af.
Toen ik, als kind, catechisatie volgde, vond ”onze” dominee dat we, vóór we belijdenis zouden kunnen doen, ook met andere geloven kennis moesten maken. Zo bezochten we onder zijn leiding een synagoge en een katholieke kerk. Moskeeën en tempels waren niet er in onze omgeving niet ( én het gebouw moest wel met de fiets te bereiken zijn)

Zelf, afgedwaald van het instituut KERK ben ik hem nog steeds dankbaar voor de kennismaking met andere geloven; het heeft mijn blik verruimd.

Ik bezocht kerken in Europa, Boeddhistische tempels in Vietnam, moskeeën in Turkije en Synagogen in Budapest; het zijn plekken waar vereerd wordt, waar je, zo niet een Goddelijke aanwezigheid, dan wel eeuwen van menselijke aanwezigheid voelt.

De mooiste én ontroerendste kerk die ik ooit gezien heb is de Abbey in Bath (Engeland)
Ook de “pr” van de kerk en het  uitdragen van hun geloof sprak me heel erg aan
Op de folder staat over de kerkA moment of stillness in the beating heart of a vibrant city”
(Bath is ná Londen de drukst bezochte toeristenplaats in Engeland)
En over het geloof, het “verhaal” van Jezus (zie ook blog 21 dec.2019) staat:

Jezus werd meer dan 2000 geleden geboren in een klein dorpje in het Midden-Oosten, genaamd Bethlehem.
In de 
eerste 30 jaar van zijn leven deelde hij het gewone leven en werk van een gewoon gezin.
In de daaropvolgende 3 jaar gaf hij mensen onderricht over God en genas hij zieke mensen aan de oevers van het Galileameer.
Hij vroeg 12 gewone mensen
 om zijn helpers te zijn.
Hij had géén geld.
Hij schreef géén boeken.
Hij stond niet
 aan het hoofd van een leger.
Hij streefde niet
 naar politieke macht.
In zijn hele leven reisde hij nooit meer dan 250 kilometer.
Op 33 jarige leeftijd
 werd hij ter dood veroordeeld en aan een kruis genageld.

Het allereerste begin van het Christendom teruggebracht tot de essentie.

Voor het bezoek aan een moskee, tempel of synagoge heb je, als je niet tot dat geloof behoort, uitleg nodig. Om te begrijpen wat je ziet, waartoe voorwerpen dienen, wat de mensen die deze religie volgen, geloven.
Zo werd ik ooit rondgeleid in de mooiste synagoge in Nederland, in Enschede


1928 architect Karel de Bazel


Wat me daar, behalve de visuele herinneringen, van bijgebleven is dat de gids een niet-Jood was: er waren geen mensen van het Joodse geloof in Enschede meer, die rondleidingen konden (wilden) geven.
Je hoort de uitleg vanuit een boekje geleerd, niet van uit het hart. Anders.



De Hagia Sophia (= heilige wijsheid) in Istanbul is van oorsprong een Christelijk, Oosters orthodoxe kathedraal, die ik bezocht heb toen het als moskee in gebruik was (en nog steeds is) en tot Ayasofia was omgedoopt.
In het jaar 537 was de Hagia Sophia  de grootste kathedraal ter wereld (Istanbul heette toen nog Constantinopel) De versieringen, de afmetingen, de leegheid maakt indruk, maar voor mij voelde het meer als een museum dan als een gebedshuis.

Wat in Istanbul de meeste indruk op me maakte was, in een aanliggend deel van het complex, de tombes.
De tombe van Sultan Selim II is een van de 18 tombes die er daar liggen, ontworpen door de Ottomaanse architect Mimar Sinan (1490-1588)   Ook  zijn graf (elders) hebben we bezocht.

De laatste bijzondere tempel waarvan ik hier melding van wil maken is de tempel van de 1000 boeddha’s in Frankrijk. Op (kampeer)vakantie in Frankrijk (30 km ten zuiden van Autun) kwamen we deze tempel tegen: we mochten erin.

Wat ik me daar het meest van herinner is de sereniteit. Hoewel er monniken en toeristen liepen, was er een bijzonder soort bijzondere kalmte daar.
Gestrest, luidruchtig of druk; als je op het complex rondliep kwam er een soort rust over je, iedereen praatte zachtjes (of helemaal niet)

Er zijn veel mooie religieuze gebouwen in de wereld het bekijken waard.
Er zijn er waarin je “iets” voelt Sommigen zullen dat een goddelijke aanwezigheid noemen.
Ik zie het als een gevoel van sereniteit; een gevoel onderdeel te zijn van iets dat boven jezelf uitstijgt

Bij het instituut kerk wil ik niet horen, niet bij een bepaalde religie.
Wat ik wél wil is me een onderdeel voelen van een groter geheel, niet met etiket; geen Christendom, Boeddhisme, Islam of Jodendom of wat dan ook, maar onderdeel van de spirituele mensheid in zijn geheel; in sommige kerken voel je dat; het onderdeel zijn van.. iets groters.

Het paaltje, met aan alle vier de kanten deze tekst, staat voor een kerk, maar je hoeft niet gelovig te zijn om hier even bij “stil te staan”.



Idee

I

Een sportschool mét zwembad gaat verhuizen.
Ik neem aan dat men het zwembad laat leeglopen, misschien wel volstorten?
Het is allemaal niet te zien, zelfs niet met deuren die constant openstaan.
Wat er wél te zien en vooral te horen is zijn hamerende mannen die in en uitlopen en van alles in een container zwiepen

Ik loop er soms langs als ik een bepaalde boodschap ga doen.
Container 1 is verdwenen, container 2 staat ervoor in de plaats. Brokken steen, karton, platen hout; het zijn kennelijk van-alles-wat-containers.
Na een tijdje is het lawaai voorbij, de wit geklede mannen zijn weg (of binnen)

De “laatste” container staat er lang. Bovenop ligt een witte plafonniere. Stuk natuurlijk!
Ik heb ‘m (stiekem) al een keer omgedraaid; aan de onderkant is een stuk ingedeukt.



Voor wat ik hem zou willen gebruiken zou dat niks uitmaken!
Maar iets uit een container halen! Ook al wéét ik dat het  wordt weggegooid…..
Ik heb er ’n beetje moeite mee.
Ik kom er weer langs, de lamp ligt er nog, de deuren zijn dicht. Ik kan het niet “netjes” vragen. Ik loop langs

Een kleine week later ga ik daar vlakbij weer een  boodschap doen; ik heb een grote tas bij me. De container staat er nog, de ex-sportschool is ontmanteld en verlaten. Op de terugweg stop ik de lamp in de tas

Ik heb een idee voor die lamp.
Ik zet hem onderste boven met eronder waxinelichtjes op batterijen.
Het is even oetelen vóórdat ik het heb zoals ik het voor ogen had maar het werkt.

De volgende keer dat ik langs de/het vroegere sportschool/zwembad kom, is de container weg (er staat ook geen nieuwe) Het “leeghalen” is kennelijk klaar!
Ik was net op tijd met de lamp.

’s Avonds als het donker wordt moet de lamp opgetild, de lichtjes ook, knopje om, lichtjes weer onder de lamp, lamp er weer overheen en ik weer naar binnen. (Wel een gedoe in deze tijd dat alles op afstandsbediening werkt!)

Het is (nog)  heerlijk weer, s avonds staat de schuifpui open, ik dartel nu ‘s avonds heen en weer voor mijn lamp, maar ’s winters gaat dat vast niet gebeuren.

Het staat wel leuk Hoewel?
Eigenlijk is de lamp wat te groot voor het formaat tuin.
Ik denk dat hij in de (naaste) toekomst weer in een (oranje-plastic) container verdwijnt.
Soms heb ik (best) leuke ideeën, soms werken zo ook (zelfs op de lange duur)

Volwassen worden.


“Wordt eens volwassen” een opmerking die je (meestal) als puber krijgt als je, in de ogen van een volwassene, iets kinderlijks doet.
En dan bén je volwassen, althans voor de wet, dan gedraag je je (meestal) volwassen,  maar wat brengt je dat?

Is het niet heerlijk als je, ook al ben je 30,40 ….of 80 nog eens op een schommel kan zitten? Of op de kermis in de botsautootjes gaat?
Mijn lief zegt daarover: het lijkt me vreselijk om op een dag wakker te worden en te ontdekken dat ik echt volwassen geworden ben”
Zó kun je het ook bekijken, het is soms heerlijk om het leven door de ogen van een kind te bekijken; het “(op)nieuw” te zien. Het andere standpunt, letterlijk van kindhoogte en figuurlijk van een iemand van de kleuterleeftijd, in te nemen

Als je volwassen wordt raak je dat onbevangene kwijt. Dat móet ook als je een gezin gaat stichten, een huis gaat kopen, een baan krijgt.

Maar in je “vrije tijd” kun je nog best dat onbezonnene hebben en eens huppelen of in het gras gaat liggen om naar de miertjes te kijken.
Zelfs in kabouters geloven als je dat wil ( ik zie ze soms in het bos)

Zelf word ik wel eens voor naief uitgemaakt, dat heeft niet (alleen) te maken dat ik op een wel eens op een schommel ga zitten als ik die tegen kom, maar ook dat ik mensen vertrouw totdat het tegendeel bewezen is.
Ik ben niet argwanend of getekend door het leven omdat ik vaak bedrogen ben. Ik kies ervoor om dat NIET te zijn, als dat naïef is, het zij zo.

Het voordeel van onbevangen zijn is dat je bijzondere situaties meemaakt ( in terecht komt), dingen meemaakt waar je anders NIET in terecht gekomen zou zijn.
In mijn leven zijn dat méér positieve ervaringen dan negatieve!

Mijn (levens) advies:
Wees (soms) kinderlijk, zie dingen door kinderogen en geniet wat meer

Andere tandarts(en)

Een “beetje” gevoelige kies en een praktijk die eerdaags wegens vakantie zou sluiten waren de redenen dat ik een afspraak maakte bij de tandartsenpraktijk waar ik nu al een paar jaar kom

MIJN tandarts was al op vakantie hoorde ik aan de telefoon.
“Eén van de andere tandartsen dan maar?”
Ik parkeerde mijn op hol slaande angst “even” en zei “ja”
Ik kon de volgende dag terecht.

Bijna de hele nacht zat ik gestrest beneden; angst voor wat er komen zou.
Tegen de tijd van de afspraak was ik helemaal “op”.

De “andere” tandarts was een vrouw, efficiënt, rustig en aardig (óók nadat ik gezegd had dat ik een stresskip ben en bang)
Ze keek in mijn mond, ontdekte iets “vreemds” en onderzocht het. Ze had “dit” nog niet eerder gezien.
Twee (röntgen) foto’s later bevestigden het wat ze al dacht: foute boel!
Er waren 2 mogelijkheden:

1.het nog “even” aankijken, met het risico dat ik tussen nu en… meer pijn zou krijgen
2.de kies trekken.

Ik wilde optie 1, maar optie 2 leek me verstandiger; haar ook.
Ik kon dezelfde middag terugkomen voor de behandeling die láng zou duren

Het was allemaal “erger” dan ik me had kunnen voorstellen; een uur met mond open, een soort plastic ring in mijn mond die hem openhield; het hoge geluid van de boor, het wrikken, het afbreken van de kroon en de smaak van bloed.
Maar, vanaf het begin, deed het, na een flink aantal verdovingsspuiten, géén pijn en de tandarts vertelde ALLES wat ze ging doen, hetgeen mij iets minder angstig maakte.

Met verbandgaasjes op de wond, een enorme bloedsmaak in mijn mond, 2 velletjes met getypte instructies voor “erna” en een verdoofd gevoel in tong en lip én met een stukje goud van de kroon in mijn hand liep ik een uurtje later de spreekkamer uit.( natuurlijk ná de tandarts en assistente bedankt te hebben)

Hierna zou het, na een “beetje” pijn afgelopen moeten zijn. Helaas het liep anders.
De pijn werd na 2 dagen zo heftig dat ik meer “tegen het plafond zat” dan op de bank.
Paracetamol (8 per dag mag) waren niet genoeg om het leven dragelijk te houden
Toch maar even doktersdienst bellen voor een vervangende tandarts ( toen was mijn kaaktrekkende tandarts óók op vakantie)


Wéér stress voor (weer) een andere tandarts. Minder dan eerst omdat de pijn geen ruimte gaf voor iets erbij, laat staan stress. De praktijk zat die dag vol, maar na telefonisch overleg mocht ik na sluitingstijd komen. Lief!!
Even over 5 zette mijn lief me af bij de andere tandartsenpraktijk.

Een (weer) vrouwelijke tandarts verwelkomde mij in een bijzondere tandartsspreekkamer; wit met paarse stoel en accessoires ( de paarse kleur heet BES vertelde ze me later)

Ik ga niets doen, eerst alleen even kijken met alleen een spiegeltje” probeerde ze me gerust te stellen.
Eén blik van haar naar mijn niet-meer-bestaande-kies en ze wist het al:
tandkasontsteking
Extreme pijn, duurt 14 dagen, weinig aan te doen, alleen pijnbestrijding”



Ik heb nog nooit een dokter (of tandarts) horen zeggen dat ik van welke ingreep dan ook extreme pijn ga krijgen (het woord alleen al) meestal zeggen ze dat het “nauwelijks pijn” gaat doen, of “met paracetamol goed onder controle te houden pijn”
Deze tandarts wond er geen doekjes om: PIJN, EXTREME pijn, 14 dagen!!
Ik kreeg antibiotica, pijnstillers en maagbeschermers voor die pijn.

Hiermee zou het afgelopen kunnen zijn, maar het verhaal gaat door.
De pijnstillers: 1 per 8 uur, werkte 4 uur en daarna de ging de pijn van erg naar ondragelijk.
Na 5 dagen, max. 4 uur slaap per nacht toch maar de (laatst bezochte) tandarts gebeld; zij was NIET na mijn bezoek met vakantie gegaan!

Ik kon laat in de middag komen, eerder had ze echt geen plek; ze stelde voor om te bellen als er een patiënt uitviel. Lief.
Er viel géén patiënt uit, maar ze belde toch dat ik eerder komen kon.[Ze was wat eerder klaar met een patiënt, de volgende was er al, dus die erachteraan. Toen was er plek gekomen voor mij!]

Na een blik van haar in mijn mond: flink ontstoken én een foto (of er misschien iets in mijn kaak was achtergebleven, wat gelukkig niet zo was) bleek de enige mogelijkheid zwaarder pijnstillers te gaan gebruiken: opiaten.
Normaal had ik gezegd : in géén geval (ik houd graag controle) maar ik zat nu op de bodem van de pijnput: alles beter dan zo nog een week doorgaan.

Ik kreeg een recept mee, reed meteen naar de apotheek, nam het meteen in en…………………. bleef (wel minder) pijn houden.
Ik stopte de dag erna met de opiaten ( het innemen daarvan ging toch al tegen mijn gevoel in) en leed weer pijn.
De 15e dag ging de pijn van hels naar dragelijk en na nóg een paar dagen was de pijn grotendeels weg.

Tandkas ontsteking, nog nooit eerder van gehoord: NU WEL

Anderhalve liter

In onze tuin staat een hekwerk met hedra (klimplant) er tegenaan.
We zijn er vele jaren NIET met een snoeischaar in de buurt geweest.

Op een dag, een paar weken geleden besloot mijn lief (iets té enthousiast) te gaan snoeien.
Aan het eind van de dag konden we wel huilen, het zag er vreselijk uit.

Het was net zoiets als met pony knippen geweest, stukje eraf, nog een stukje, nog een stukje….
Oef….te veel!

Bovendien waren takken die om en om door het hek gevlochten bleken te zitten, los van de wortels geknipt, dus na een week, hingen er vele takken met hangende (stervende) bladeren.
We hebben geen grote tuin, dus naar buitenkijkend konden we niet om deze droefenis heen kijken


Een rijtje plantenbakjes eraan hangen? Niet onze stijl!

Ik vond een oplossing bij een tuincentrum, een plantenzak.
Geen opvallende kleur, zacht geel.
Mijn lief hing de zak op.
Het zag er daarna iets minder droef uit!

Bovenin de zak zit een pijp, daarin moet elke 48 uur 1 ½ liter water gegooid, dat staat op de bijgeleverde “gebruiksaanwijzing”
Grote gieters hebben we wel, maar hoeveel is dan precies 1 ½ liter?
Ik ben geen klein vrouwtje (1.72m) maar ik kan NIET bovenin de pijp kijken en gieten.
Mijn lief overdenkt dit probleem.

Hij komt met een oplossing: een klein breed plastic flesje heeft daarvoor een bodem moeten offeren.
Een 1 ½ L cola fles staat nu naast het kleine flesje in de schuur.
Als het 48 uur NIET regent vul ik de colafles met water; voel met mijn hand waar de pijp in de zak zit en zet er het kleine flesje op én giet dan de colafles met water erin leeg!

’t Was even jammer: een té enthousiast snoeiende man!
’t Is lang fijn: een probleemoplossend denkende man!

Teleurstelling (het delen van een herinnering)

Nadat ik het blog van Omgaan met teleurstelling had geschreven ging ik nadenken of ik me een teleurstelling van mezelf kon herinneren.

Zoals ik al eerder beschreef blijf ik zelden “hangen” in een teleurstelling, ik kijk weer vooruit.
Ongetwijfeld zullen er wel eens teleurstellingen geweest zijn maar, behalve één in mijn vroege jeugd, kan ik me er geen herinneren.

Tevoren moet u weten dat eerlijkheid in ons gezin het grootste goed was.
Oneerlijkheid, liegen was de grootste zonde die je kon begaan.

Die ene teleurstelling die ik me nog herinneren kan vond plaats toen ik een jaar of 7,8 was. De precieze details kan ik me niet herinneren, nog wel het gevoel dat ik toen had.

Ik hoorde van andere kinderen (op school? op straat?) dat Sinterklaas niet bestond.
Een schok. Ik ging naar huis en verwachtte daar te horen dat “de kindjes gelogen hadden”
In plaats daarvan werd me verteld dat het wáár was: Sinterklaas én Zwarte Piet bestonden niet!
Het was een verklede man.


Maar die keren dat hij ’s avonds bij ons gestrooid had?
Dat er gebeld werd en pakjes voor de deur werden gezet?
Dat bleek papa geweest te zijn!

De papa, die dan altijd “even” weg was, iets moest doen in de schuur, of de buurman helpen.
Hij bleek cadeautjes voor de deur gezet te hebben,
Hij had aangebeld en (mét zwarte handschoenen aan) strooigoed naar binnen gegooid.
Dát werd me TOEN pas verteld.

Ik was verbijsterd! Er was tegen me gelogen, ook al die voorafgaande jaren.
Door de mensen die me ALTIJD hadden geleerd dat een leugen VRESELIJK was.
Ik liep weg en was van plan nóóít meer terug te komen bij DIE mensen
(Ik geloof dat ik me in de schuur verstopte)

Dát gevoel van teleurstelling in de twee mensen waar ik dat nóóit van gedacht had, is de enige teleurstelling die ik me nog kan herinneren.

(Het is weer helemaal goed gekomen)

Bestorming van de Bastille (14/7)

De bestorming van de Bastille is een dag die mijn lief en ik ieder jaar vieren; niet dat in 1789 de Franse revolutie begon, maar dat wij elkaar op die dag hebben leren kennen (elkaar stormenderhand veroverden)

“Vieren” is misschien een groot woord maar we doen dan wel iets samen.
Dit jaar reden we, voor het eerst sinds lange tijd, naar zee; naar Nationaalpark de Kennemerduinen.
Eerst lopen langs zee en dan koffie met lekkers in strandpaviljoen Parnassia ( = bloem)

Wat ons nu opviel was het extreem schone strand, geen aangespoeld wrakhout, bierdoppen, blikjes of teer maar ook amper schelpen. Wél waren er kwallen op het strand.
Het andere wat we misten waren vogels! Geen strandlopers en zelfs maar een doodenkele meeuw en dan nog alleen in de lucht.
Alleen wind, mensen met honden en een enkele hardloper (en dat voor midden juli!)

Daarna met de auto naar Zandvoort, een plaats waar ik vroeger veel kwam (familie) en mijn lief ooit in een kindertehuis zat.
Onze gezamenlijke herinnering: heel veel weekends op het circuit- autoraces kijken.

We kijken nu op afstand naar het circuit waar een en ander wordt opgebouwd; we zien in de verte “ons”  vroegere plekje bij de Tarzanbocht

We eten een visje bij een strandkar gezeten op een bankje in de luwte. We zien, hoewel het rustig op het strand is (maar toch drukker dan in Bloemendaal), van daaraf de strandpret; kitesurfen, vliegeren en zelfs zwemmen.

Ook in de duinen is het heel stil, de vegetatie is apart, veel grijs, zilver en heel veel bodembedekkers tussen het helmgras.

We herinneren ons beide vroeger de enorme drukte op de weg als we terugreden van de  Zandvoortraces naar huis.
Deze keer geen files.
Opstijgende vliegtuigen van Schiphol (er gaan weer mensen met vakantie)
Buitenlandse auto’s op de wegen (er komen weer mensen vakantiehouden in ons land)

Wij hadden een prima dag “gekozen” voor onze zee/strand trip; Quatorze Juillet 2021

Geboortehuis

Ik ben zelden terug geweest naar het huis waarin ik geboren ben en waar ik tot mijn 6e jaar gewoond heb. Onlangs kreeg ik “opeens” zin om dat weer eens te zien.
Het zag er “anders” uit dan ik me herinner en ook de omgeving was totaal veranderd.

Het huis zoals het was, mét heg en zoals het nu is, zonder heg met “hok” in de voortuin

Aan één kant van de straat stonden huizen, waaronder het drie-onder-éénkaphuis, waarvan mijn ouders er één huurden.
Aan de andere kant van de straat was een hele hoge heg daarachter lag het rusthuis HEBRON.
Het was een voormalige villa “Belvedere” dat in de volksmond “het Hertenhuis” werd genoemd omdat het ooit vlakbij een hertenkamp lag.
Dat was echter allemaal (ver) vóór ik geboren werd.
Ik kende het alleen als rusthuis.


Wij konden het rusthuis vanuit ons huis niet zien, alleen een heg met hoge bomen erachter.
Daar heb ik nog “bewijs” van; mijn vader was een zondagsschilder en schilderde het uitzicht vanuit ons huiskamerraam; het uitzicht: onze (lage) heg en Hebrons hoge bomenheg!

Aan het rusthuis zelf heb ik weinig herinnering. Ik zag het alleen als ik, samen met mijn broer,  in de herfst door een gat in het hek kroop om beukennootjes te zoeken; er lagen daar heel veel.
Het was best spannend want kinderen mochten daar NIET zijn. Ik denk dat onze ouders in de herfst een oogje toeknepen want als we thuis kwamen met een trommeltje vol beukennootjes werd nooit gevraagd waar we die vandaan hadden (dat was wél bekend)
Mijn moeder bakte er een ” plakkaat” van dat ze in stukjes sneed, het was stroperig en zoet, we noemden het nougat.

Mijn geboortehuis stond in een heel rustig straatje.
Het ís nog wel een rustige straat, alleen de uitstraling van toen is weg door bebouwing aan de overkant van ons huis.

Rusthuis Hebron is weg, gesloopt; er zijn woningen voor in de plaats gekomen.
De hoge Hebronheg is, met het huis, verdwenen.
Dat veranderde de “rustige “uitstraling!

Misschien was het niet slim om er nog eens te gaan kijken en was het beter de herinnering van toen te bewaren.
Te laat!








Reader’s Digest

Ooit las ik de Reader’s Digest*) met toen, nog 2 miljoen andere Nederlanders.
Het heette toen een familieblad te zijn.
De eerste uitgave was, in Amerika in 1922; de eerste Nederlandstalige uitgave in 1957
In Nederland en België werd het blad ook uitgebracht onder de naam Het Beste.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal edities en de wereldwijde oplage bereikte de 37 miljoen, met 49  edities in 21 talen.
Het  werd ooit “het grootste uitgeefsucces na de Bijbel” genoemd.

Er stonden historische artikelen, wetenschappelijke, actuele, natuur- en humorrubrieken in, herinner ik me.
Bij het herinrichten van de boekenkast kwam ik nog een dunne (gratis) bijlage van dit tijdschrift tegen “Tussen frons en glimlach”.



Met die “leesstof en humor uit de gehele wereld” kwamen weer een paar herinneringen boven met namen aan de rubriek “Lachen is gezond”.
Lezers en lezeressen uit de hele wereld konden grappige voorvallen uit hun leven insturen; die konden dan geplaatst worden in één van de vele edities.

Ik schreef altijd al (in een boekenkast of doos op zolder moeten nog ergens 2 gedichtenbundels staan met 2 gedichtjes van mijn hand, met hele jaargangen van een plaatselijk blad waar ik in een rubriek in had en meer ooit gepubliceerde artikelen. Waarschijnlijk ligt daarin ook wel het Reader’s Digest blad waar mijn ingezonden stukje in stond.

Leuk toen ik een brief kreeg met de mededeling dat mijn Lachen is Gezond stukje gepubliceerd zou worden. Minder leuk was dat er een fotograaf kwam om een foto van me te maken die bij het artikel moest komen. Ik houd NIET van poseren, of op een foto staan.
(Getrouwd met een fotograaf, heb ik wel eens geposeerd, maar ik vond het verschrikkelijk en behalve 1 x vond ik het resultaat zelf nooit de moeite waard)

Ik heb er serieus over gedacht om dan maar niet gepubliceerd te worden, maar in Het BESTE staan was toch wel héél gaaf! (Ik meen dat ik er ook geld voor kreeg, maar dat weet ik niet zeker meer)
Er kwam een fotograaf aan huis die een geschikte effen achtergrond zocht maar binnen niet vond. Uiteindelijk werd de foto voor onze (blauwe) garagedeur gemaakt (het was toen koud, hetgeen IK terugzag op de foto!)

Ik kreeg een exemplaar van het blad toegestuurd! De foto had voor mij niet gehoeven, maar ik vond het leuk om mijn stukje juist in dát blad te kunnen lezen.
Misschien zou u het leuk vinden om te weten wát ik geschreven had, maar ik weet het écht niet meer. Het was kennelijk leuk genoeg voor Het Beste om te publiceren! (ergens in een doos op zolder?)

Ik heb  uit de nu gevonden bijlage stukjes gelezen, mega gedateerd, de humor en het lettertype.
Maar ook deze keer las ik iets dat ik wel “meeneem” in mijn verdere leven

“Wie in de wolken is, loopt gevaar dat hij afdrijft”





* vertaling: lezers verteren