Horeca nu!

Wij gaan zelden uit eten (mijn lief kook heerlijk en vindt het ook leuk om te doen) maar na een wandeling of fietstocht ergens iets drinken of een lunch gebruiken dát doen we wel.

Onlangs, na een flinke, zonnige tippel kwamen we bij een gelegenheid mét terras. Ik moest dringend van het toilet gebruik maken en stoof daarheen terwijl mijn lief een tafeltje op het terras zou zoeken. Toen ik terug kwam stond hij in de hal op me te wachten: VOL!

We liepen naar de deur, vlak buiten de deur stond een man stoom af te blazen, terwijl zijn vrouw hem probeerde te kalmeren, hij brieste ”Er zijn vrije tafels genoeg”
Hij had gelijk, ik zag ook op het terras veel vrije stoelen, er zat echter wel een rood/wit lint doorheen gevlochten. “Lieverd, ze hebben geen personeel genoeg” probeerde de vrouw haar man tot rede te brengen. “Dan moeten ze maar sluiten, dit is belachelijk”
Wij liepen om het stel heen. Mijn lief vertelde dat ze hem inderdaad gezegd hadden dat ze geen personeel genoeg hadden om het “lege” gedeelte van het terras te kunnen bedienen.

Wij vonden het sneu, eerst een tijd dicht met Corona en dan geen personeel genoeg om de toestromende klanten te bedienen.
We gingen naar huis en dronken dáár wat.
Ook lekker en gezellig.

Volgend bezoek aan HORECA:

Deze keer hadden we een flink eind gefietst en zagen een Viscafé, het was lunchtijd.
We stapten af en bestelden een broodje vis en raakten aan de praat met de eigenaar. Hij vertelde geen personeel te hebben (het was een kleine zaak) en het tot dusver financieel net te kunnen redden. Hij hanteerde nog “oude” prijzen ondanks de verhoogde energiekosten!

Er waren mensen die het veel slechter hadden dan hij, ook in zijn woonplaats, vertelde hij.
Dáár wilde hij graag wat aan doen, maar wat? Hij had besloten elke week één arm gezin uit zijn woonplaats een gratis maaltijd te verschaffen.
Meneer, mevrouw, dan hoor ik de vreselijkste verhalen, zo triest allemaal. Het is maar een klein gebaar, maar misschien zet het anderen ook aan om wat te doen”

Een geweldig, sociaal bewogen mens mét, het moet gezegd, een heerlijk broodje vis.

Volgende Horecabezoek:

We drinken een biertje op het terras van een voor ons bekende horecagelegenheid en dollen wat met de eigenaren die we al jaren kennen. Dan zegt de één tegen een personeelslid “Doe jij even de 2 minuten check bij tafel 4?”Ze loopt weg.
“Wat is” zo vraag ik nieuwsgierig “de 2 minuten check”?
Aanvankelijk terughoudend, krijg ik tenslotte toch een antwoord; Als de klant zijn maaltijd heeft gekregen, gaat een personeelslid, ca 2 minuten daarná vragen of alles naar wens is.

Er zijn méér regels in de Horeca dan ik weet.

Het is vaste prik dat we de laatste dag van de vakantie ergens waar we op dát moment zijn, uit eten gaan. Zijn we op een vaste plek dan reserveren we 2 dagen vóór we vertrekken een tafeltje in een gelegenheid die ons leuk lijkt.

Deze keer ging het mis: 2 dagen tevoren was té laat: al volgeboekt!

Ze hadden een alternatief, de zaak er naast was van dezelfde eigenaar, daar was nog wél plaats.
Ook dat zag er leuk uit, leek iets formeler met een uitgebreidere kaart: we zeiden JA.

Ook daar raakten we aan de praat met een ober over hoe de zaken NU gaan. Hij vertelde dat, zeker in het weekend, vaak allebei de gelegenheden volgeboekt waren.
Beide restaurants, zowel de tapa’s (waar we oorspronkelijk wilden boeken) als de uitgebreide keuken hadden het druk! Ter illustratie vertelde hij dat Tweede Kerstdag nu al geheel volgeboekt was! En genoeg personeel? “Mevrouw, hier gaat niemand weg, dus we hebben al erg lang een vaste staf!”
[Hier moet ik bij zeggen dat het in een klein dorpje is, met zo’n 8600 inwoners]

Het eten was heerlijk én we merkten het ook hier:  we kregen de 2 minuten check (maar dan na 5 minuten)

Horeca, we steunen ze door te blijven komen.

Iets GROOTS vervoeren

Soms heb je iets te vervoeren dat niet IN of OP een auto past, dan huur je, als je een trekhaak hebt, een boedelbak.
Volgorde: Bakje ophalen bij plek X;  dan rijden naar de plek van het GROTE; dat vervoeren naar plek Y, dan bakje terugbrengen naar X en dan weer naar huis.

Soms kan dat simpeler. Zoals iets kopen bij Ikea dat “ergens naar toe” vervoerd moet worden maar NIET in of op de auto kan. Je kunt bij Ikea, als je iets koopt, een aanhangwagentje “lenen”( € 15,- voor de eerste 2 uur)



Dat koppel je dáár achter je auto, brengt het GROTE naar waar het zijn moet en rijdt weer terug naar IKEA om het aanhangertje terug te brengen



Daarna naar huis, tenzij je bij IKEA wil blijven slapen (modelslaapkamers genoeg)

Wat je dan wél moet doen is een reservenummerplaat meenemen. Dus dat deden we.
Het grote ding afgeleverd waar het moest zijn en mijn lief bracht het wagentje terug naar Ikea (25 km heen en 25 km terug) en kwam thuis.
Zo, dat hadden we even knap gedaan: de aanschaffer van het IKEAmeubel was gelukkig en wij blij geholpen te kunnen hebben.

’s Avonds ontdekte mijn lief opeens….. hij had ZIJN nummerplaat NIET van het karretje afgehaald! Verdorie!
Volgende dag IKEA gebeld met de vraag Zit onze nummerplaat nog op een IKEA karretje en kunnen we hem komen halen? Een servicedame antwoordt:
Daar kan ik hiervandaan niets van zeggen, komt u maar hierheen en kijk maar of die er nog op zit –

Soms moet je servicegerichtheid een handje helpen.
Na een kleine anderhalf uur bel ik de IKEA weer, dit keer tref ik een man aan de andere kant van de lijn. Ik vertel het verhaal van de vergeten nummerplaat en vraag wat ik kan doen.
De man denkt hoorbaar na (hij zuigt lucht naar binnen hoor ik)
Ik kan even naar de plek lopen waar de karretjes staan en kijken of hij er nog is? –
“Als u dat zou willen doen, zou dat super fijn zijn. Zal ik dan straks terugbellen?”
–  Het is best een endje lopen van hieraf, als u mij uw nummer geeft bel ik u dan wel even –
Ik bedank uitbundig en wacht af.

Inderdaad duurt het een flinke tijd voor de telefoon weer gaat.


Goed nieuws mevrouw, de kar stond er nog en de nummerplaat (hij herhaalt de cijfers en letters) zat er op, ik heb hem maar meteen eraf gehaald en zal hem bij de afhaalbalie neerleggen dan kunt u hem daarop halen

Wat een topper die man! Met kennelijk de goede schroevendraaier in zijn zak!
We rijden de 25 km naar de IKEA, mijn lief blijft in de auto zitten, terwijl ik snel naar de afhaalbalie loop. De nummerplaat ligt klaar. Ik bedank en we vangen de 25 km korte terugtocht weer aan.

Gisteren hebben we een aanhanger van een familielid geleend, we gaan weer iets groots vervoeren:  het wegbrengen is dit keer 110 kilometer ver.
Ik denk “constant” aan de nummerplaat

“Nieuwe” familie

Het bloggen brengt me veel: kennis, plezier en leuke reacties van lezers én… sinds een paar dagen: nieuwe familieleden.

Ooit schreef ik een blog over Oud Loosdrecht en familie die daar woonde, ik plaatste er een foto bij van een schilderij dat mijn vader van hotel restaurant De Funtushoeve ooit schilderde.

Dit blog las iemand die daar vroeger met haar opa kwam.[Zelf woonde ze nu al een tijd in het buitenland] Ze noemde de naam van die opa. Het was de peetoom van mijn broer!  
Leuk en bijzonder.
Er is iet “bijzonders” in de onze familie: ooit zijn 2 broers zijn met 2 zussen getrouwd, dat maakt soms familierelaties voor kinderen en daar de kinderen weer van, wat ingewikkeld! (familierelaties lopen door elkaar)

Het “nieuwe familielidverhaal” zou hier eindigen; een reactie op een blog, leuk weetje.
Ware het niet dat de moeder van de dame overleed en ze uitgestrooide wilde worden in Loosdrecht op de Vuntus ( de meest “stille” plas van Loosdrecht).

Vuntus plas geschilderd door mijn vader



De dame mailde me dat ze naar Nederland kwam en haar moeder ging uitstrooien in Loosdrecht, in de Vuntusplas. Zouden we elkaar daar kunnen ontmoeten?

Dat kon en hebben we gedaan.
Het bijzondere is dat wij, jaren geleden, ook as (van mijn broer) uitgestrooid hebben in de Vuntusplas. Ook hij wilde daar graag uitgestrooid worden.

Loosdrecht heeft kennelijk een bijzondere plaats in de harten van onze familie.

Apotheekperikelen

Een familielid belt ’s morgens op, hij zou het fijn vinden als we die dag kunnen komen, dus we stappen in de auto en rijden de ca. 110 km. naar zijn huis. 

In de auto kom ik er al achter dat ik wél mijn tas bij me hebt maar niet mijn portemonnee!
Niet slim. Maar voor familiebezoek hoef je niet te betalen en mijn lief heeft de zijne wél bij zich, dus we rijden door.

Als we bijna op de plaats van bestemming aangekomen zijn, kom ik tot de ontdekking dat ik ook mijn, zeer onlangs voorgeschreven oogdruppel s(kunsttranen) NIET bij me heb (ik ben er nog niet echt aan gewend) Ik moet ze 3 a 4x per dag in mijn ogen druppelen. (Ik had  ’s morgens (vóór het telefoontje) al een keer gedruppeld)

Ik kan bellen en om een recept te vragen, maar op dát moment blijkt mijn beltegoed op 0 te staan! In het dorp van het familielid is een apotheek, ik wil proberen of ik daar de oogdruppels zonder recept kan krijgen (Onder het mom van Nee heb je, ja kunt je krijgen.)

Mijn lief stopt voor de deur van de apotheek en ik ga naar binnen; mijn ogen scannen de aanwezige apothekersassistenten. Ik weet welke ik aan de balie hoop te krijgen, maar die komt niet naar me toe; een andere, strenger uitziende dame komt op me af. Kansloze missie, vrees ik.

“Zonder recept kan ik niets, u moet uw arts bellen of hij een recept naar ons wil mailen” (het antwoord dat ik verwachtte maar niet hoopte)
– Dat wil ik graag doen maar mijn telefoon heeft geen beltegoed meer.-
Ze kijkt me doordringend aan en besluit me de telefoon te geven.
Ik heb helaas nog meer noten op mijn zang want ik heb geen telefoonnummer van de apotheek thuis, dus ik “moet” ook nog aan haar vragen of ze op internet even het telefoonnummer van mijn apotheek wil opzoeken én ik vraag of ze het mailadres van háár apotheek wil opschrijven.
Ze zucht maar doet het wel, schrijft beide op een briefje. Ze wijst me een zithoekje “Ga uw gang”
Ik bedank, loop naar het zithoekje en bel.

Zoals ik verwacht had wil de apotheek thuis het oogdruppel recept wel mailen.
De apotheekassistente thuis kent het dorp waar ik NU ben niet. Ik geef haar het mailadres; ze herhaalt het 2x fout; ik spel en hoop maar dat die mail goed zal gaan.
Ik geef de telefoon aan de balie terug en zegt dat de mail er aankomt.
De apothekersassistente zegt dat ze NU dicht gaat: lunchpauze, om half 2 gaat ze weer open.
Dát is precies de tijd waarop ik (uiterlijk) de oogdruppels zou moeten hebben, dus dat zo mooi uitkomen. Ik vraag haar of ze de druppels in voorraad heeft.
Ze is me nu echt zat (heeft honger denk ik) “Zo niet, dan bestellen we ze en heeft u ze morgen
Ik leg uit dat ik de druppels, wil ik géén brandende ogen krijgen, om half 2  vandaag in mijn ogen moet doen.
Ze zucht weer en gaat achter kijken; De oogdruppels zijn in voorraad.

Wij gaan naar ons familielid, we praten en drinken koffie en ik vertel dat ik om half 2  even naar de apotheek moet, waarop hij vraagt of ik ook iets voor hem mee te nemen. Natuurlijk wil ik dat.

Ik leen ik zijn fiets en rijd  om half 2 naar de apotheek.
Een andere apothekersassistente helpt me nu.
Ze heeft echter geen mail gekregen.
Ik vraag de telefoon weer en bel MIJN apotheek; de dame aan de andere kant is het recept nét aan het mailen; ze leest het mailadres op; het klopt!
Ik ga zitten en wacht.

Na 10 lange minuten zegt de apothekersassistente dat ze de mail binnen gekregen heeft.
Ze haalt het recept van de printer en vraagt mijn identiteitsbewijs.
Dat ik dus NIET bij me heb, want die zit in mijn portemonnee die thuis ligt.
Ik had haar goed ingeschat, want er is met haar zaken te doen (na een ernstige vermaning om dat ik ALTIJD mijn identiteitsbewijs bij me te hebben)
Ik  vraag het artikel dat ik voor mijn familielid mee zou nemen, ze pakt het een kast, waarop ik het 20 eurobiljet, dat mijn lief mij heeft toegestopt, pak en aan haar wil geven.

De apothekersassistente begint haar hoofd te schudden ”Wij nemen geen contant geld aan, alleen pinpas” Mijn pinpas zit echter in mijn portemonnee en die ligt THUIS!
Deze keer vallen er géén zaken te doen
“Ik heb geen geldla, geen wisselgeld, het kan echt niet”
Ik verlaat het pand mét de oogdruppels (rekening gaat rechtstreeks naar mijn verzekering) maar zonder het medicijn voor mijn familielid.
Terwijl ik in het huis van het familielid mijn ogen druppel, rijdt mijn lief langs de apotheek en komt met de gevraagde spullen, gepind betaald,  terug.

Mijn ogen zijn me dankbaar voor de acties, nemen de druppels daar een paar keer “dankbaar” op en schrijnen niet!


The making-of

Al eerder blogde ik over mijn creatieve lief die dieren uit hout snijdt.
Om te kunnen houtsnijden heb je hout nodig. Het begon allemaal met een familielid die een olijfboom in zijn tuin had; die boom overleefde een winter niet!
De neef gaf ons het omgehakte stammetje. Daarin bleken een uil  en een everzwijntje te zitten.

Een kennis liet een uitbouw aanbouwen en had een paal over, daarin zat een uil.

Een houtvester die we in het bos zagen zagen, liet ons een stronk uitzoeken; daarin zat een eekhoorntje én een engeltje é…. een flamingo

Onlangs kregen we van een kennis die wat boompjes liet omzagen een aantal stammetjes. Hij had wel eens iets laten vallen over ijsvogeltjes die vlakbij een nestje hadden gebouwd. Dat was voor mijn lief de hint om uit een van de gekregen stammetjes een ijsvogeltje voor hem te houtsnijden

Ik heb het proces gefotografeerd en kan u dus laten zien hoe zo’n ijsvogeltje onder de bekwame handen van mijn lief “uit het hout” komt en uiteindelijk kleurig en wel op zijn bestemming komt.

Het ijsvogeltje heeft inmiddels een andere eigenaar (degene van de stammetjes ). Hij is erg blij met zijn nieuwe huisdier; het heeft een prachtig plekje gekregen!

Wouw

Vroeger, ver voor het digitale tijdperk, had ik nog nooit van een “wouw” gehoord
(Het is een roofvogel)
Toen we ooit in Engeland met vakantie waren was mijn lief iets “hoogs” aan het bekijken; hij moest een (vond ik) enge lange trap op, om daarboven iets “technisch” te bekijken.
Ik besloot beneden te blijven.
Het was in een prachtige landelijke omgeving en droog weer.

Ik maakte een praatje met de kaartjesverkoopster en ging daarna op een bankje voor het gebouw zitten om van het uitzicht te genieten.
Na een tijdje zag ik een grote vogel in de lucht rondcirkelen, iets later kwam er nog één.
Groot, roestbruin met een gevorkte staart. Ik rende naar binnen, naar de kaartjesverkoopster die alleen achter haar balie zat en ik wees opgewonden naar buiten: “Look”
Ze liep met me mee, keek waar ik op wees. Eén blik van haar was voldoende ”Kites” zei ze en wilde weer naar binnen lopen.

– Kites? These are not kites, this is a bird- probeerde ik haar tegen te houden.
Ze trok haar schouders op en liep naar binnen, zei nog één keer heel beslist “kites” en ging weer op haar vaste plekje zitten.

Dit waren echt geen vliegers, dit waren duidelijk vogels. Toen mijn lief (eindelijk) naar buiten kwam waren de vogels gevlogen!

Een paar dagen later waren we in een grote stad (die mijden we meestal op onze kampeervakanties)
In die stad waren in elke straat wel charity shops! Ik zag er één met boeken liep naar binnen en kocht voor een paar pond een vogelboek!
Ik vond “mijn vogel” meteen; het was een kite!
Dus niet alleen het Engelse woord voor vlieger maar ook voor een vogelsoort! (sorry met terugwerkende kracht voor de dame dat ik haar “kite” niet geloofde

Pas in Nederland kon ik in het Engels/Nederlandse woordenboek opzoeken wat de Hollandse benaming was voor “the kite”;



.

Pas in Nederland kon ik in het Engelse woordenboek opzoeken wat de Hollandse benaming is voor “the kite”; een  rode wouw dus! Een echte -vogel; spectaculair.

Hieraan moest ik denken toen ik onlangs e.e.a. over de wouw las:

Het is één van de soort roofvogels die bijna alleen in Europa voorkomt, makkelijk te herkennen door de lange, diep gevorkte staart. (samen met zijn soortgenoot de zwarte wouw, de enige in Nederland voorkomende roofvogel met zo’n gevorkte staart)

Sinds 2010, las ik NU, broeden ze ook in ons land ( vnl in het oosten des lands)

Het aantal wouwen in Groot Brittannië is, na de herintroductie van dit soort (eind jaren ’80) flink toegenomen; zo’n 10.000 exemplaren, schat men.

In heel Europa neemt het aantal wouwen echter af, voornamelijk in Duitsland; dan komt, zo denkt men door de toename van het aantal windturbines in hun leefgebied daar.

Deze roofvogel “jaagt” op  andere vogels, insecten, amfibieën, maar ook op regenwormen en hij pakt ook graag een prooi van  een andere roofvogel af én is ook een aaseter, dierverkeersslachtoffers behoren ook tot zijn mogelijke voedselbron.

Een wouwdame broedt 1x per jaar, meestal 2 eieren in een rommelig en (te) klein nest, waarvoor het wouwmannetje het nestmateriaal aanlevert, een stuk plastic, lappen of touw zijn favoriet, reden waarom vóór 1606, William Shakespeare in zijn toneelstuk King Lear al liet zeggen: “Als de rode wouw zijn nest bouwt, let dan goed op je wasgoed”

Rode wouw, als je hem ziet, herken je hem, zeker na dit verhaal meteen!

Een eigen, zelfgeschapen wereldje

Hai: “Het leven kan je buigen, breken zelfs, maar je kunt wel heer en meester zijn over een klein stukje eigen wereld. Dát stukje wereld kun je zelf scheppen: een bonsai in een pot, met stenen, grind, aarde.”

Ieder morgen was Hai, zo vertelde hij me ooit, even bezig met zijn  eigen wereld
Letterlijk: hij trimde zijn bonsai, harkte het grind, herschikte de rotsen. Dit was de wereld, die hij wél zelf in de hand had. Ná dat ochtend meditatief moment kon hij aan wat de Hogere Macht voor hem die dag in petto had.

Ik vond dit bijzonder en was vast van plan thuis ook zoiets te maken. Hai zei me dat ik dan “even” langs de zee moest lopen en daar een bijzondere rots moest uitzoeken. Ik vertelde hem dat Nederland zandstranden heeft en geen rotsen.
Dáár kon hij zich niets bij voorstellen: geen rotsen en stenen aan de zee!

Mijn lief heeft, na onze Vietnamreis, thuis jaren een bonsai verzorgd (en nog) gewoon in een pot, zonder verdere “franje”

Ik ben begonnen met een blauwe pot, maar alles wat ik er inzette vond ik zo “gemaakt” een té gearrangeerd wereldje, het paste niet bij mij!
Uiteindelijk heb ik, in de natuur gevonden “schatten” zoals schelpen, vreemde gevormde stukjes hout, (bekertjes) mos en zeepokken in de pot gedaan en het verder aan de natuur overgelaten.. Zo nu en dan kwam er een “natuurvondst” bij. Ik keek er wel vaak naar, maar (her)schikte niet!
Kennelijk had ik het iedere dag bezig zijn met zo’n “eigen wereldje” niet nodig

Er kwam door de wind? een vogel? een zaadje in de pot van wat later een boompje werd. Langzamerhand werd de pot, zonder mijn verdere inmenging, steeds meer zoals ik ooit hoopte dat het zou worden: een wereldje op zich, maar er ontbrak nog iets aan!

Ooit waren we (weer) in Engeland bij mijn schoonzus.
We liepen, samen met haar, in haar tuin. Ergens stond een porseleinen, oosters beeldje met een gebroken zonnehoed op zijn rug. Toen ze merkte dat ik het zag pakte ze het snel op “In the trash can”. Ik vroeg of ik het mocht hebben. Dat vond ze vreemd, ze houdt zelf niet van iets dat ook maar een beetje beschadigd is.
Ik kreeg het wel mee.

Zo had ik, jaren na Hai’s verhaal, toch mijn eigen wereldje in een blauwe pot, in de tuin naast de vijver. De Oosterse man heeft een stokje in zijn hand gekregen (ook hij is meditatief bezig ) er is een glazen schaaltje als” vijver” bij gekomen.
Vaak baden daar musjes in, dat mag van mij!

Ik ben niet elke morgen met “mijn kleine Oosterse wereldje” bezig.
Hai’s echte wereld is niet te vergelijken met de mijne, mijn “wereldje in een pot” hoeft voor mij niet te vervullen want Hai’s wereldje voor hem doet.
Af en toe haal ik een blaadje uit de pot en vul ik het water bij, nooit zonder aan HAI te denken.

Loven en bieden

Eerder had ik het in een blog (Verkoopcommunicatie) over het onderhandelen van prijzen, iets dat ik NIET kan en mijn lief ook niet.

Dat niet kunnen onderhandelen valt het meest op in landen waar over bijna elke verkoopprijs onderhandeld moet worden.


In Mauritanië op de markt ging ik flink in de fout.
Ik vroeg in het Frans wat de prijs van een lap stof was, de man zei een prijs, ik zei “non merci” en liep weg.
Mijn begeleider wees me erop dat dit daar ECHT niet kan.
Als je iemand om een prijs vraagt ben je geïnteresseerd en ga je DUS onderhandelen!
Hij vroeg me wat de uiterste prijs was wat ik voor de lap stof wilde betalen en ging voor me onderhandelen. Ik stond wat beteuterd op een afstandje te kijken. Ik kreeg de lap stof voor de prijs die ik wilde. Ik heb in dat land NIETS meer zelf gekocht.

In Egypte vond ik het (in grote steden) lopen op markten en bij toeristische attracties dramatisch. Ook als je NIETS wil kopen, geven kooplui je iets in je hand dat je vervolgens MOET kopen. Zaak dus om je handen dicht te houden zodat er niets in gelegd kan worden óf mensen afblaffen en soms wegduwen, iets dat ik beslist NIET doe.
Gewoon “no thank you” zeggen werkt daar beslist NIET!

Op twee keer na waarbij ik WEL normaal met kooplui kon praten, heb ik verder NIETS gekocht.
Voor een feest op een boot moesten we ons verkleden, mijn lief heeft voor ons “onderhandeld” voor de kleding (meer betaald dan andere gasten hoorden we later) Het was een leuk feest!

Ook in Ghana kreeg ik het benauwd op de markt.
Gelukkig waren we met een Ghanees op die markt. Toen ik een zonnehoed of pet wilde hebben omdat de zon op mijn bolletje brandde ging hij voor me onderhandelen (ik had géén prijs genoemd) Ik kreeg géén zonbescherming: de kooplui vroegen teveel, zei onze “onderhandelaar”
De verkoper zag dat hij de hoed kocht voor “ een witte” daardoor werd de prijs hoger.
Ik had het heet en wilde best wat meer betalen, maar onze begeleider wilde dat niet!
Een trotse Ghanees, die gasten van zijn land niet teveel wilde laten betalen!

Ooit, lang geleden in Vietnam hebben we wel het één en ander (souvenirs) gekocht. We betaalden gewoon wat men vroeg. Een Vietnamees meisje in een winkel vroeg me wat ik voor een (inlandse) zonnehoed die ik ophad, betaald had.



Ze proestte het uit toen ik de prijs zei “Much too much” giechelde ze.
Mijn lief was razendsnel en vroeg haar hoeveel wij háár teveel hadden betaald. Ze lachte en noemde een bedrag. Mijn lief graaide een net betaald bankbiljet uit haar hand, waarop zij weer razendsnel mij bij mijn arm greep “Then I’ll keep your wife” riep ze hem na terwijl mijn lief deed alsof hij de winkel uit vluchtte. Mijn lief liep naar weer haar toe met het papiergeld in zijn uitgestrekte hand “If you keep my wife I’ll give you money.” grapte hij. Het meisje liet me los en kwam niet meer bij van het lachen.
Bij haar wisten we dus ook dat we teveel betaalde, maar we gunde het haar.

In andere blogs heb ik al beschreven welke souvenirs we in deze landen hebben gekocht/laten kopen. We hebben vast vaak, als we iets zelf kochten, teveel betaald maar dat namen we voor lief, beter dát ( je kunt altijd ook NIET kopen) dan het “spel” van prijsonderhandelingen waarvan IK de regels NIET begrijp en het afwijzen, weglopen en terugkomen vreselijk vind.

Verkoopcommunicatie

Voor het eerst sinds lange tijd ben ik weer naar een kringloopwinkel geweest, ik had een paar dingetjes nodig die ik, in plaats van nieuw, ook tweedehands kopen kon.

“Toevallig” zag ik een leuk rokje in mijn maat hangen en nam dat ook mee.
Toen ik naar de kassa wilde lopen zag ik een dame met een mandje met daarin exact dezelfde stof als “mijn” rokje. Zij keek naar mij en ik naar haar.
”Ik  ga die blouse voor mijn moeder kopen” zei ze.
Ik wees op mijn mandje “Ik heb van die stof een rokje”
“Echt?” Ze keek me aan. ”Wilt u misschien die blouse erbij hebben, dat mag hoor”
Wat een lief mens.
Ik schudde van neen “heel lief maar dat is misschien te veel van het goede, het is nogal drukke stof”
Ze zei dat haar moeder die stof vast enig zou vinden, maar als ik me zo nog bedacht, ze liep nog in de winkel, dan kon ik de blouse alsnog krijgen. Ik lachte en bedankte voor het aanbod.
Met een blij gevoel, de rok én mijn nodige boodschapjes verliet ik de winkel.

Dezelfde dag was ik de, net gekochte en thuis gewassen, rok op het buiten droogrek aan het hangen toen ik harde stemmen in de tuin van de buren hoorde.
Ze hadden hun tuinameublement op Marktplaats gezet en kennelijk kwam er een koper voor
Hij maakte (harde) complimentjes naar de schattige baby, die in de tuin lag en opmerkingen over de te kopen waar. Ik was klaar met het ophangen en liep weer naar binnen.
De stemmen werden luider en ik hoorde een autodeur dicht slaan.

Toen ik later de tuin inkwam vroeg de buurman of ik e.e.a. gevolgd had.
Niet alles, wel de essentie de verkoop van het tuinstel.
Het hele tuinstel bleek in de auto te zitten toen de buurman om het geld vroeg, zei de koper “Heb ik nog niet betaald dan?”
Daarna gesteggel over de prijs (die vooraf al afgesproken was) Een heel gedoe.
De buren hadden voet bij stuk gehouden, meegelopen naar de auto waar nog wel wat kleingeld in lag en uiteindelijk het bedrag gekregen. Ze telden de handvol kleingeld na; er bleek een euro te kort te zijn!

Later vertelde de buurvrouw dat ze op Marktplaats een opmerking gemaakt had over de verkoop én de euro tekort! En dan het vervolg: de verkoper maakte de ene euro alsnog over!
Mijn buren hadden wel hun buik (even) vol van spullen verkopen!

Ik snap dat. Wij hebben ooit één keer 4 stoelen en een eettafel verkocht (toen nog via kaartje bij de supermarkt) Lang verhaal kort: de dame die aan de deur kwam was net gescheiden, had  “eigenlijk” geen geld,  één stoel zat toen al in de auto, toen er zo’n zielig verhaal kwam dat de tranen van gevoel over mijn rug biggelden .
Of het waar was of niet, ik kon er niet tegen. Het eindigde met de koop van  4 stoelen en een tafel voor  € 25,- totaal waarbij mijn man nog de tafel naar haar huis is gaan brengen omdat die niet in haar autootje paste!

We zijn watjes, we weten het.
Nooit meer wat verkocht, wel weggegeven!
Leven gelukkig.
Met misschien minder geld, maar nooit meer gezeur over een verkoopprijs!




Inventief

Mijn lief is behalve creatief ( zie blog 9 dec vorig jaar) ook inventief.
Als ik een praktische probleempje heb, gaat hij naar de schuur en vindt er een oplossing voor.

Zo ga ik 1x in de week véél boodschappen halen. Op de fiets. Ik heb daarvoor van mijn supermarkt, grote fietstassen gekregen. Geweldig praktisch, maar niet “mooi”.
Ik wil ze dus niet constant op mijn fiets hebben.
Erop en eraf met riempjes vast en los, is een heel gedoe.
Mijn lief ging, toen ik eens mopperde over het riempjesgedoe, de schuur in.
En zie hier. Een praktische oplossing die het heel gemakkelijk maakt om de tassen erop en er af te halen.

Wij scheiden afval.
Zomers is het geen punt als ik ..tig keer, door de voordeur naar buiten loop om in iets weg te gooien in één van de 4, door de afvaldienst verstrekte, bakken.
In de winter vliegt de warmte uit de voordeur elke keer dat we naar de vuilnisbakken gaan (en dat is best vaak) Dus hebben we een binnenafvalbak met 3 vakken gekocht.
’s Avonds legen we de 3 bakjes in 1 keer met afval van de hele dag, maar………….. voor papier moeten we nog wel naar buiten, en ook dát blijkt best vaak te zijn als je dat (consciëntieus) met elk snippertje doet! Eerst stond er een doos voor papier in de hal.
En rot gezicht, maar beter voor het milieu dan tig keer de voordeur open én fijn voor de sportvereniging die de blauwe papierbak leegt en het geld goed kan gebruiken!
Mijn lief vertrok weer naar de schuur.

Het smalle houten bakje staat, achter de 3 bakken, niet in de weg en is groot genoeg voor de enveloppen en reclame van de post, de verpakking van boodschappen en de rest.

Er viel een tijdje geleden iets uit een boven keukenkastje op de suikerpot. Het potje was nog heel; de porseleinen deksel aan scherven.
Mijn lief vroeg of ik een stukje bamboe had.
Dat had ik, een snijplankje.
Hij verdween mét bamboeplankje én suikerpot naar de schuur.
Later kreeg ik het suikerpotje terug mét een nieuwe, nu geen porselein maar bamboe deksel.

Leuk om zo’n partner te hebben als je zelf niet al te handig bent:
Op ieder potje past een deksel!