Botanische tuinen

De Utrechtse Botanische Tuinen zijn opgericht in 1639 (3 jr.na oprichting v.d. Utrechtse Universiteit) en behoren tot de oudste nog bestaande universitaire tuinen van Nederland.

De eerste tuinen werd elders aangelegd, maar op dit moment is de hoofdlocatie van de Tuinen te vinden op Fort Hoofddijk in Utrecht.
Met een museumjaarkaart zijn de tuinen gratis te bezoeken.
Nu, in Coronatijd, moeten er wel vooraf kaartjes worden besteld!

Fort Hoofddijk is gebouwd omstreeks 1877 als onderdeel van de Nieuwe Hollandse waterlinie en bestaat uit een bomvrije kazerne( 2 verdiepingen en gemaakt van bakstenen) en drie remises.



Meteen bij binnenkomst zijn de rotstuinformaties te zien.
Op een zonnige dag zie je er hagedissen op zitten zonnen.

Er was ooit in de tuin een soort tent van gaas waarin vlinders zaten, die is nu verdwenen, de vlinderafdeling zit binnen in een gebouw waar het tropisch warm is en waar prachtige vlinders rondvliegen en waar één op mijn schouder gingen zitten (dé plek waar ik NIET kan fotograferen, dus heb ik mijn lief (stiekem voor de vlinder) mijn telefoon gegeven en  hebben we deze beauty  dus toch op de foto)





We komen bij de evolutietuin het  is van oorsprong een echte onderwijstuin.
We raken er aan de praat met een Universiteitsmedewerker. Hij vertelt ons dat de evolutietuin het Cronquist-systeem hanteert; een classificatie van bloeiende planten. Dit systeem werd bedacht door de Amerikaanse botanicus Arthur Cronquist (1919-1992) Deze botanicus ging voor het bepalen van de evolutionaire verwantschappen van planten uit van secundaire plantenstoffen (stoffen die de plant zelf aanmaakt, maar geen directe rol in de stofwisseling spelen)

Nu is met behulp van het DNA-onderzoek door Angiosperm Phylogeny Group (een gezelschap wetenschappers)  duidelijk geworden dat de indeling van Cronquist op veel punten niet klopt:
handboeken en andere botanische literatuur  zijn overgegaan op het nieuwe APG-systeem.
Ook de evolutietuin zou nu totaal anders ingericht moeten worden.
De medewerker met wie we nu, toevallig, spraken heeft het ontwerp voor de nieuwe evolutietuin gemaakt en gaat het ook begeleiden. Hij  was nu zaden aan het verzamelen voor de “nieuwe” tuin die op het huidige evenemententerrein zal verrijzen. Niet alles zal verpoot kunnen worden, vertelt hij, ze zijn al druk aan het stekken en zaden verzamelen.
Een machtig interessant en educatief gesprek, leuk om over de komende ontwikkelingen van de tuin te horen.

Ook aan educatie voor kinderen doen de universiteitstuinen! Zo is er voor leerlingen van groep 7/8 van de basisschool een lesprogramma van prof. dr. Eusebio Billenklap (tekenfiguur op de foto), één van de meest vooraanstaande onderzoekers van deze tijd: een omnialoog (= een professor in de alweetkunde)

In de tuinen zijn waterpartijen, binnen en buiten, groot en klein, met waterlelies en hun gigantische bladeren en lotussen, watervallen groot en klein, stroompjes en stromen lijkend op rivieren.

Water is een uitstekend transportmiddel voor zaden, het stroomt vaak over enorm afstanden. Zaden die ver over water reizen moeten een groot drijfvermogen hebben, dat zijn o.a. zaden van de kokospalm, zij kunnen over duizenden kilometers reizen.

Buiten zijn ook bijen, goed te bekijken door de doorzichtige in/uitgang van de korf bij de Buzzz-halte.

Kauwen zitten op een hoge plek te kijken naar de, op het terraszittende mensen die “iets” eten en misschien wel wat laten vallen.

We zien ook vleesetende planten, waar we afblijven, want anders beschadig je de “voelers” en kan de plant geen vliegen meer vangen (en sterft)

Niet alles gaat goed, bomen gaan dood en moeten soms omgezaagd worden en planten kunnen opgegeten worden door insecten.
Maar heel veel gaat wél goed en groeit en bloeit dat het een lieve lust is.

Er is in de tuinen ook aandacht besteed aan planten die gezondheid brengen.
Zo zie ik de Echinacea (rode zonnehoed), een plant die gebruikt wordt om de symptomen van keelpijn en hoest te verminderen. Echinacea is ook een ingrediënt van een middel dat wordt gebruikt om de weerstand te bevorderen en infecties te bestrijden.

Minder bekend is de slijmjurk (gevlekt longkruid) Vroeger dacht men dat longkruid een goed middel zou zijn tegen tuberculose. Dáár heeft het NIET tegen gewerkt, maar de plant bleek wel slijmoplossende stoffen te bevatten. Tegen vastzittende hoest en verkoudheden blijkt het wel (enigszins) effectief te zijn.
Ook de vijgenboom brengt gezondheid: naast vitamine A, bevatten vijgen ook vitamine B in de vorm van foliumzuur en biotine.

Geweldige mooie tuinen met veel bijzonders te zien en veel te leren.


blauweregen berceau

Kromme Rijnstreek mét fruit

Kromme Rijnstreek

Kersen kun je kopen bij de groenteboer, supermarkt, markt én dichtbij de bron: de boomgaard.
Zondag hadden we zin naar een kersenboomgaard toe te gaan om kersen te scoren.
Zelf plukken leek me leuk.
Ik zocht op internet.
Het blijkt dat kersenboomgaarden bijna altijd in “Christelijk gebied” zitten. Gevolg: Zondags dicht!
Ook blijkt dat “ zelf plukken” NIET (meer) gedaan wordt. Ik weet niet of dat komt door Corona of dat sowieso meer een ding van “vroeger” is.

Elke vakantie in Engeland gaan we minstens één keer naar een “Pick Your Own farm” om het fruit dat daar wordt aangeboden zelf te plukken. Een paar jaar geleden stonden we op een camping die PYO had en hebben we nog een paar keer late aardbeien geplukt en bessen geplukt!

Ook in Nederland zijn we een paar keer bessenplukboerderijen tegen gekomen: in Noord Brabant (oppassend op huis van vrienden) zagen we een bord langs de kant van de weg staan en hebben we (te) veel zwarte bessen geplukt. We hebben ze in porties ingevroren en daar in het vriesvak gelegd. Bijna waren we ze, bij het naar huisgaan,  vergeten!

Mijn lief vond op internet een kersenboomgaard in de Kromme Rijnstreek die op zondag WEL open was, niet om zelf te plukken, maar wel met de lekkerste kersen!

We nemen de toeristische route. Onze “beloning” komt snel, 2 ooievaars in een weiland en een paar weilanden  verder; nog 4 ooievaars!

Aan de weg zien we  bij Bunnik een vlag: daar is het; fruitkramen hebben vaak, om aandacht te trekken, een rood/wit/blauwe vlag uit hangen.

Van oudsher is de Kromme Rijnstreek een kersenstreek. De vochtdoorlatende grond langs de rivier schijnt een goede voedingsbodem voor kersenteelt.

De geschiedenis van de kersenteelt in Nederland gaat ver terug: het waren de Romeinen die de kers naar Nederland brachten. Voor het transport van o.a. de kersen werd, tot eind 19e eeuw, gebruik gemaakt van de rivier. Met een speciale schuit, de Krommerijnder werden de kersen vervoerd.

We zien de Kromme Rijn, om erbij te komen lopen we onder een berceau van druivenranken ( de druiven zijn nog niet rijp!)
We zien de kersenbomen, sommige mét en sommige zonder netten eroverheen. Nergens zie ik een kers in de boom hangen, alle bomen (al) leeg!

We zien bordjes  bij jonge bomen met kersenrassen, één heet Bellise; ik zoek deze kers thuis na:
Franse herkomst; Middelgrote (Ø 24-28 mm, Ø 7-9 gram) zoete, matig aromatische vruchten met een laag zuurgehalte en een matige stevigheid; Vruchtkleur: rood tot donkerrood.

Bij de fruitkiosk kopen we kersen én pruimen én ik vraag naar de betekenis van de Knapschinkel.
De kersenverkoopdame vertelt dat het de naam is van een boerderij in de buurt ( 1678 herbouwd op de plek van een nog oudere boerderij) Wat het woord betekent weet zij ook niet.

Als we terug willen rijden, nét in de auto, begint het te druppelen. Onderweg gaat het hozen, de ruitenwissers kunnen het amper aan. Als we weer bij de weilanden zijn, toch een klein uurtje later, staan alle 6 de ooievaars er nog steeds! (het zijn echte géén neppers!)
Thuis  liggen de kersenontpitters klaar: kersen eten!



Oud Rijswijk

We waren in Rijswijk  voor Splendid Isolation van de Britse kunstenaar Ian Berry.
Een tentoonstelling in Museum Rijswijk dat gehuisvest is in het Tollenshuis.
Een pracht van een tentoonstelling, zeker een aanrader als je van, denim, contemporary art én een mooi museum houdt.

Na het museumbezoek (het is dan even droog!) lopen we even door Oud Rijswijk heen: het heeft sfeer!

Op een terrasje onder het zonnescherm, dat nét nog als regenscherm functioneerde, zitten een paar oudere mensen. Ervóór staat een prachtig, zo te zien, nieuw rond bankje om een boom, met olifantenbeeldjes eronder.
Erachter ligt, onder een glazen plaat verlicht, een historische put: al vanaf 1550 haalde Rijswijkers water uit deze put. Later werd er, 13 meter verderop, een pomp aangelegd.
In 2010 is de glasplaat en verlichting gekomen om dit stukje puthistorie te behouden; de pomp staat er nog

Op de bank op de boom staan woorden zoals Ceylon  en Hansken, Rembrandt
Nergens een bordje waarom én ter herinnering  waaraan deze bank is.
Ceylon in Rijswijk? En wie was Hansken? En wat heeft Rembrandt hiermee van doen?
Ik loop naar de mensen onder het scherm toe en vraag waarvoor dit bankje is.
Het blijkt om een olifant te gaan, in 1620 had Rijswijk een olifant!
Men raadt me aan om even naar het museum te lopen, daar hebben ze een boekje met het verhaal van de olifant. De dame die het me zegt was vrijwilliger in het museum vertelt ze
Ik zeg dat ik dat zal doen.
“Het is gratis” roept de (ex?) vrijwilligster me nog na.


De dame van het museum komt achter de balie vandaan als ik mijn vraag stel, ze gaat, trapje af, trapje op, ik achter haar aan, naar een piepklein kantoortje, waar iemand zit te werken. Ze vraagt, hem naar het boekje : hij blijkt ze allemaal te hebben uitgegeven.

De baliedame vindt het vreselijk dat ze me niet helpen kan, ze loopt met me mee naar buiten en wijst in de straat verderop een juwelier; als er een olifantenkoekblikje in de etalage staat kan ik dáár het boekje halen.
Dank u wel, lieve, behulpzame dame!

De juwelierszaak blijkt helaas gesloten te zijn! We lopen door, ook een slagerij heeft een koekblik in de etalage staan. Ik loop er binnen en vraag naar het boekje. Helaas zijn ze ook bij hem op, maar ook hij  doet een extra stap en geeft me wel een pamfletje (dat hij uit een koekblik haalt) met een kort “verhaaltje” over de olifant.
Dank u slager!
We lopen verder
Ik zie een brillenzaak mét een trommeltje in de etalage en probeer het nog één keer.
De opticien had nog een stapel boekjes en gaf me er één.

Zodoende kan ik u nu de geschiedenis vertellen van een Aziatische vrouwtjesolifant die Hansken heette. Ze werd geboren in 1630 in Ceylon en vertrok voor een reis van 7 maanden met een VOC schip via Kaap de Goede Hoop, Sint Helena en Texel naar Amsterdam.
In Amsterdam waren zij en haar medereizigers: een Indisch hert en een luipaard (aangekondigd als een tijger) tegen betaling te bezichtigen. Het opgehaalde geld ging naar de armen.

Hansken kwam, na deze “omweg”, bij haar nieuwe eigenaar terecht: stadhouder Frederik Hendrik die in Rijswijk woonde in paleis dat Huis ter Nieuborch, ook wel Hof te Rijswijk geheten. (Er is helaas niets meer over van deze bebouwing) Hansken verbleef 3 jaar in een paardenstal van de stadhouder in Rijswijk.
In 2010 is, als eerbetoon, deze zeshoekige boombank ontworpen door ir.Elisabeth(Piet) Rijkels-Visser.
ter nagedachtenis en deze eerste olifant in Europa! [foto van de ontwerpster, zie hierboven met bordjes gemaakt door Robbert Roos]

Hansken wisselde nog al eens van eigenaar; van Frederik Hendrik naar diens neef Johan Maurits en toen deze naar het buitenland moest kwam Hansken bij weer een nieuwe eigenaar terecht. Zo “verhuisde” zij minstens 3x en kwam toen bij Cornelis Groenevelt terecht, die haar kunstjes leerde. Hij liet toen reclameposters drukken met haar kunsten [oa buiging maken, zwaaien met een vlag en dansen] en trok
samen met haar de wereld rond; Hansken liep en Cornelis zat op haar rug.
Er gaan verhalen dat ze in Amsterdam in 1647 door een brug zakte én dat Hansken samen met Cornelis door de Alpen en naar Italië trok.

Groenevelt had veel verstand van paarden maar niet van olifanten, slechte voeding en onnatuurlijk gedrag hebben geleid tot haar vroegtijdige dood: in 1655, tijdens een optreden in Florence zakte ze in elkaar en stierf.

De Groot hertog van Toscane, Ferdinand II kocht de dode olifant voor zijn verzameling.
Momenteel is haar (oudst bewaarde) olifantenskelet te zien in het Museo della Specola in Florence .
Erbij staat: Skeleton of the famous Hanske, the elephant (1630 – Florence, 9 November 1655)

Hansken is niet alleen door ontwerpster Elisabeth (Piet) Rijkels-Visser vereeuwigd (bankje), ook Rembrandt heeft Hansken vermoedelijk ooit  gezien (niet gedocumenteerd) maar zeker 3x  getekend en Vondel,  die in 1637 voor de opening van de Amsterdamse Schouwburg (jan 1638) zijn beroemd geworden Gijsbrecht van Aemstel schreef,  maakte in regel 1304 een toespeling op een van de opzienbarende stunts van Hansken.

Tot zover het verhaal van Hansken; IK vind het een zielig verhaal, zielig voor een grote olifant uit Ceylon

We lopen door een straat, bijna had ik het gemist, straatkunst: eerst een soort elektriciteit kastje met daar een klein stukje vandaan nog een. Maar nu tweede was geen saaie grijze kast, maar” beplakt” met steentjes “papier”; het ziet er zo veel “leuker” uit.

We lopen nog langs een leuk steegje met goudgepunt hekwerk en keren dan terug naar onze (gratis) parkeerplek

Oud Rijswijk, een sfeervol winkelgebied, een prachtig museum, een historische put, een waterpomp van 1831 én een gedenkbank voor Hansken, de olifant.

Tentoonstelling: Splendid Isolation

De eerste solotentoonstelling van Ian Berry (1984 – ) in Nederland wordt gehouden in Museum Rijkswijk (nog geopend t/ 15 augustus)

Museum Rijswijk is gehuisvest in  Oud Rijswijk in een pand dat, in zijn huidige vorm, dateert uit omstreeks 1790, maar is gebouwd op de resten van een 17e eeuwse boerderij. De dichter en toneelschrijver Hendrik Tollens  (1780-1856) woonde ooit in dit pand.
Het huis werd naar hem vernoemd. Museum Rijswijk is dus gevestigd in het Tollenshuis.
In 2012 werd naast het Tollenshuis een grote expositievleugel gebouwd.

Als we bij de vlakbij gelegen parkeerplaats uitgestapt zijn en kijken of en waar je geld in de parkeermeter moet gooien komt de, op de hoek zittende slager (mét voorschoot aan) naar buiten, hij zag ons kijken en komt ons informeren dat de parkeerplaats gratis is en het museum vlak om de hoek.
We bedanken hem voor de “service” waarop hij zegt dat deze “service” hem een reden geeft om even naar buiten te gaan en een praatje te maken. Hij komt zelf overigens NIET uit Rijkswijk maar uit Kijkduin; het mooiste stukje van Den Haag (volgens zijn zeggen)

Het entree van het museum  is verwelkomend en het uitzicht vanuit het museum is rustgevend.
Op de toilet zul je nooit w.c.- papier tekort komen .

De Brit Ian Berry (1984- ) hergebruikt jeans, jassen en andere denimkleding om portretten, landschappen en andere unieke werken te maken. Hij sorteert de denim kleding op kleur zoals een schilder zijn palet gebruikt. Zijn “schilderijen” zijn collages van denim.

Een kamer met details:

De trein, de metro en de mensen erin

Zijn denim planten, staand en hangend zijn bijzonder realistisch, maar wel helemaal blauwe met blauwe (denim) bladeren

Club Deuce, Bar is geplakt op een denim ondergrond die bedrukt lijkt met een soort “onderzettertjes”

Een “detail” uit de Installatie : The Newsagent (2020)

Als we al Berry’s werk gezien hebben besluiten we in het Tollenscafé een kop koffie te drinken en de aangeprezen verse taart te proberen; de notenworteltaart is een echte aanrader.

We maken meer in Oud Rijswijk mee, daarover vertel ik u morgen meer.

De Groene Afslag.

De Groene Afslag is een Pleisterplaats voor de wereld van morgen!
Te abstract?
Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als restaurant, café, vergaderzalenverhuurbedrijf, flexwerkplek, evenementenlocatie. Maar de Groene Afslag is óók een HUB voor duurzame koplopers.
De Groene Afslag is de dorpspomp waar veranderaars elkaar treffen. Een gemeenschappelijke speelplaats voor mensen die inzien dat we een aantal dingen zullen moeten veranderen in onze levens.

Die fysieke locatie ligt in het hart van ’t Gooi, pal onderaan afrit 8 van de A1; gelegen in het Goois Natuurreservaat. Je neemt, om er te komen, dus letterlijk: de Groene Afslag.

De Groene afslag is maandag t/m vrijdag geopend van 9.00 tot 18.00 uur.
Ook is er elke eerste en derde zondag van de maand een markt die om 11.00 uur opent!
Leuk om eens rond te kijken, op het terras onder de bomen iets te drinken of te eten.
Voor de hond is er op het terras “bruiswater” Ik koos er voor een biertje van Brouwerij De Leckere, de eerste (Utrechtse) 100% biologische en 100% fossiele brandstofvrije brouwerij van Nederland (ze zijn van het gas af en hebben 920 zonnepanelen op hun dak).
Hun slagzin: . Laten we het leven vieren. Durf de Leckere.

Ook de kinderen kunnen mee naar de Groene Afslag, spelen in de zandbak, zitten/klimmen op de witte neushoorn of schommelen op de bijzondere schommels die tussen de bomen hangen,

terwijl de volwassenen kennis kunnen nemen van bijzondere “groene” zaken en/of gezonde plantjes, fruit, groente of bijzonder brood kopen

Infobord (voor-en achterkant); Wat als we bouwmaterialen uit onze eigen tuin kunnen halen?
Resultaat van het actieonderzoek van Bouwtuin,*) naar de architectonische innovatie van de natuurlijke bouwmaterialen: aarde, hout en riet, afkomstig uit de regio Hilversum en de Gooi- en Vechtstreek

Ik neem ook even een kijkje binnen, waar de flex-en vergaderruimtes zijn en het minitheaterzaaltje. De locatie is gevestigd in een oud slooppand en is compleet ingericht met gebruikte meubels en materialen.
Een snelle blik in de te huren vergaderruimtes liet me zien dat ze stuk voor stuk hun eigen sfeer hebben en ingericht zijn met “gered” vintage meubels en objecten ( mij sprak de “gele” kamer wel aan)  

Ook de toiletten zijn “groen” en de vuilnisbak is een Hotbin, een GFT bak die het afval tussen de 40 en 60 graden Celsius houdt en 32x sneller composteert dan een “koude” bak (organic compost in 30-90 days) Weliswaar letterlijk grijs, maar “groen” in de zin van milieuvriendelijk.

De Groene Afslag laat zien dat de wereld kan vergroenen en dat ieder mens daaraan kan bijdragen!

De oma van onze koning zwaait ons uit (met op de achtergrond de moeder van de koning)

*) Bouwtuin is een nieuw soort gilde op het gebied van natuurlijk bouwen en streekarchitectuur. 

De cursief getypte tekst is overgenomen uit pr materiaal van de Groene Afslag!

Bestorming van de Bastille (14/7)

De bestorming van de Bastille is een dag die mijn lief en ik ieder jaar vieren; niet dat in 1789 de Franse revolutie begon, maar dat wij elkaar op die dag hebben leren kennen (elkaar stormenderhand veroverden)

“Vieren” is misschien een groot woord maar we doen dan wel iets samen.
Dit jaar reden we, voor het eerst sinds lange tijd, naar zee; naar Nationaalpark de Kennemerduinen.
Eerst lopen langs zee en dan koffie met lekkers in strandpaviljoen Parnassia ( = bloem)

Wat ons nu opviel was het extreem schone strand, geen aangespoeld wrakhout, bierdoppen, blikjes of teer maar ook amper schelpen. Wél waren er kwallen op het strand.
Het andere wat we misten waren vogels! Geen strandlopers en zelfs maar een doodenkele meeuw en dan nog alleen in de lucht.
Alleen wind, mensen met honden en een enkele hardloper (en dat voor midden juli!)

Daarna met de auto naar Zandvoort, een plaats waar ik vroeger veel kwam (familie) en mijn lief ooit in een kindertehuis zat.
Onze gezamenlijke herinnering: heel veel weekends op het circuit- autoraces kijken.

We kijken nu op afstand naar het circuit waar een en ander wordt opgebouwd; we zien in de verte “ons”  vroegere plekje bij de Tarzanbocht

We eten een visje bij een strandkar gezeten op een bankje in de luwte. We zien, hoewel het rustig op het strand is (maar toch drukker dan in Bloemendaal), van daaraf de strandpret; kitesurfen, vliegeren en zelfs zwemmen.

Ook in de duinen is het heel stil, de vegetatie is apart, veel grijs, zilver en heel veel bodembedekkers tussen het helmgras.

We herinneren ons beide vroeger de enorme drukte op de weg als we terugreden van de  Zandvoortraces naar huis.
Deze keer geen files.
Opstijgende vliegtuigen van Schiphol (er gaan weer mensen met vakantie)
Buitenlandse auto’s op de wegen (er komen weer mensen vakantiehouden in ons land)

Wij hadden een prima dag “gekozen” voor onze zee/strand trip; Quatorze Juillet 2021

Foodtruck Festival t/m 4 juli 2021

Huizen, Evenemententerrein aan de IJsselmeerstraat

Entree € 1,- géén reservering, ter plekke handen ontsmetten, Corona intekenlijst invullen, bestek staat klaar

Eet-trucks met voedsel (en drank) voor elk wat wils.
En dingen-te-doen voor kinderen.

EHBO en toilet

Italiaans eten in stijl en Moluks eten met gele zon-overspanning

foodtrucks (mét leuzen) in alle maten

Overblijfselen na eten of drinken worden netjes afgevoerd

En ook muziek!
Nog te bezoeken tot 4 juli 21.00 uur!

Konrad Klapheck: Venus ex Machina




In  het Museum voor Moderne Realisme More (Gorssel) is momenteel een tentoonstelling te zien met werken van de Duitse realist Konrad Klaphek (1935- )









[affiche voor de tentoonstelling]

Over de schilder, graficus Konrad Klapheck staat in het museum: “ Klapheck behoort tot de meeste eigenzinnige en herkenbare persoonlijkheden van de naoorlogse kunstgeschiedenis. Zijn werk is vervreemdend en “klassiek” , tijdloos en tegelijkertijd steeds weer opnieuw actueel”

Zelf schrijft hij over zijn werk:

De tentoonstelling begint met een zelfportret.

Er is ook een film waarin hij zelf aan het woord komt en laat zien hoe hij een “technisch” werk opbouwt.

Het is geen boeiend vertellende man, eerder het tegenovergestelde, hij werkt minutieus en vertelt er ook zo over; hoe hij het potloodlijntje zet, wat hij daarna doet, welk lijntje hij er dan overheen zet hoe hij zijn vloeistoffen mengt.

Ik haak halverwege de film af.
ik geniet liever van zijn werk

Ik loop door de zalen en zie zoveel verschillende, door hem geschilderde, onderwerpen.
“Zomaar” wat door mij genoteerde feiten én foto’s van zijn werken die op deze periodes zouden kunnen slaan.

In 1956 trekt hij per touringbus met het Count Basie Orchestra door West Duitsland.

In 1957 schildert hij  een naaktmodel op de Academie de la Grande-Chaumiére

“De tuin van de buren”
Er is een hele zaal in More te zien met zijn erotische, zeer expliciete werk.

1979-2002 is hij hoogleraar vrije schilderkunst aan de Staatliche Kunstakademie in Düsseldorf.

Soms zie je waarop het onderwerp gebaseerd is, een strijkijzer bv. maar de titel “haaibaai” zet je op een ander spoor.

1.De haaibaai, 2.De stem van het geweten. 3.De vakantiegroet. 4.?

Een prachtig museum, licht en met veel ruimte om het werk goed te laten uitkomen.
Momenteel nog alleen nog te bezoeken ná online reservering. (wij deden  per mobiel ter plekke, er was nog plek, een half uur later) Een mondkapje is (nu nog) verplicht en bij de reservering krijg je tijdslot.
Je wordt buiten opgewacht door een gastvrouw die een seintje geeft (exacte tijd) wanneer je naar binnen mag (na ontsmetting handen)
Bezoek met een museumjaarkaart is (meestal) gratis, maar voor deze tentoonstelling wordt een toeslag berekend.
Bij heet weer ( ik zag op het moment dat wij er waren (buiten) ergens 32 graden staan) is het heerlijk koel in het gebouw

De uitgang met een terras ervoor en aan de overkant heerlijk ijs

Wie van modern realisme houdt is deze tentoonstelling echt een must en met heet weer een heerlijk koele belevenis!

Landgoed De Wiersse (Gd)

Verscholen tussen de dorpen Vorden en Ruurlo ligt het landgoed de Wiersse.

Al in 1288 werd dit huis vermeld, maar het huidige landgoed is grotendeels 18e eeuws.
De familie Gatacre, die het landgoed NU bewoont heeft in 2007 het hele landgoed overgedragen aan een ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling)
Het landgoed is ongeveer 300 hectare groot en de tuinen zijn donderdags en zaterdags voor bezichtiging geopend.(entre € 7,50 pp)

Er is een slotgracht(je) en, voor wie héél goed kijkt, ook een ophaalbrug (je) te zien.


De tuinen zien er mooi onderhouden uit, maar niet té perfect. Liefdevol  door vrijwilligers bewerkt.

Het huis ziet er van buiten “gezellig” bewoond uit en is voor ons bezoekers verboden gebied.
In de tuinen is een route uitgezet, maar er kan ook “gewoon” rondgelopen worden.

Er zijn her en der zitjes en banken waar het goed toeven is. Zeker nu de zon vol op onze bolletjes schijnt wordt een plek in de schaduw met mooi uitzicht door ons erg gewaardeerd.

We zien vijver, beek, een berceau (loofgang) van beuken, een pergola en een wei die de Ezelswei blijkt te heten. Dze is zo genoemd naar de ezel die er 100 jaar geleden van zijn rust mocht genieten na het harde werk; hij moest namelijk de gazonmaaier voortrekken! 

Tussen de bomen staan heel wat soorten varens, waaronder adelaarsvarens.
Er is een moestuin, een rozentuin en een “tennis” tuin.
Die laatste moet misschien een kleine verklaring  wat nergens is ook maar  iets te zien wat met tennis te maken zou kunnen hebben. Er is alleen een prieeltje, gras en fruitbomen. Het schijnt dat  men vroeger vanuit het prieeltje naar tennis kon kijken( toch iet van een tennisbaan/veld geweest?)

Online tickets worden verkocht op: www.de wiersse.com .
Parkeren is gratis. Honden worden niet toegelaten.

Woont u dicht bij en lijkt het u leuk hier te “werken”? Er worden “vrijwilligers gevraagd”; gastvrouwen voor de donderdagopeningen en ook zoekt men vrijwilligers voor de tuinen.
U kunt u daarvoor opgeven per mail: info@dewiersse.com

Achterhoeks “nieuws”

Wat ik leuk vind als ik ergens een tijdje verblijf, is minstens één keer een lokaal nieuwsblad te lezen.
Het geeft je inzicht in wat daar speelt en hoe de mensen denken

Ook in de Achterhoek heb ik een lokaal krantje gelezen.
Dit is wat ik zoal las:

Corona:
93% van de Achterhoekers laat zich vaccineren;
1 op de 3 mensen geeft toe aangekomen te zijn. Men geeft de schuld aan: thuiswerken en het verenigings- en sportleven dat gedurende de coronaperiode stilstond.

Men is tegen
*  zonneparken. Reden oa. ze zijn gepland op kostbare bouwgrond én omdat zonnepanelen communicatie met hulpdiensten (zoals politie, brandweer en ambulance) verstoren.
windturbines. Reden  oa. het is onlangs duidelijk geworden dat windturbines van (negatieve)  invloed zijn op de volksgezondheid.*)




Men maakt zich zorgen om:
Mensen uit het Westen die hier huizen kopen.
Onder het kopje “Ons dorp” is ons dorp niet meer, verdwijnt onze Achterhoek?” wordt er door een briefschrijver gemeld dat er wél seniorenwoningen worden gebouwd (voor mensen die hun té grote huizen willen verkopen**) maar géén huizen voor starters. Daarom kunnen jongeren, bij ouders uit huis en elders studerend, na hun studie niet meer terugkeren: er is geen woonruimte voor hen beschikbaar! Dit heeft gevolgen voor de zorg; immers ouderen kunnen niet meer een beroep doen op dichtbij wonende (jongere) kinderen (familieleden)

Er zijn “mooie” initiatieven opgestart, waaronder

*Een initiatief  “Kunst door de brievenbus”.
Elke 2 weken krijgen deelnemers een enveloppe door de bus met een blanco kaart en een kunstopdracht; zo worden met name ouderen creatief gemotiveerd.

* Er is de start van een cursus “Maak je eigen moestuin”
Bezig zijn met het leren een moestuin aan te leggen én leren groente en fruit te conserveren.

* De voorbereiding van de 35e Monumentendag zijn al begonnen! Eén van de activiteiten in september zal zijn: ouderen (Zonnebloemgasten) die in een Oldtimerbus zullen worden rondgereden.
Bij dit artikel staat het advies “Ziet u de bus, zwaai ze gezellig toe”

Ik schreef het al; je krijgt een bepaalde indruk van de bewoners in het gebied van zo’n krant.
Bij mij is die indruk een sfeer van gemoedelijkheid, van “maak je niet druk” , van samenhorigheid en van vol ervoor gaan als het echt de Achterhoekse maat vol is

*) In Bronckhorst is daar zelfs een nieuwe politieke partij voor opgericht: Bronckhorst Wind Turbine Vrij
**) Er een (erg) goede prijs voor krijgen, maar wel  vaak aan Westerlingen