Plastic!!

Soms ga je naar een museum om iets moois te zien, soms om iets te leren, ergens meer van te weten.
Dat laatste deden we deze week.
We gingen naar het Tropenmuseum naar de tentoonstelling Plastic Crush.

We weten allemaal dat plastic slecht voor het milieu is én slecht voor ons. We gebruiken in Nederland al zelden plasticzakjes in winkels en zijn ons (meestal) bewust van wat we “eigenlijk” NIET zouden moeten kopen (soms is er geen alternatief en moeten we ons afvragen of we dát artikel sowieso wel nodig hebben)

Deze tentoonstelling leert je wat allemaal van plastic is én waar het vroeger van gemaakt was. Niet dat je het allemaal niet weet, het meeste weet je misschien wel, maar  je combineert het niet tezamen!

Zelden ben ik zo depri uit een tentoonstelling gekomen als uit deze. Het is nog véél erger dan we denken. ALLES is haast van plastic gemaakt!
En, erger….we kunnen het vaak niet van iets anders maken!
Een biljartbal is nu van kunststof, maar was vroeger van ivoor. Geen plastic meer? Dan weer  olifanten vermoorden om biljartballen te maken? [Of niet meer biljarten?]

Er zijn ook voorwerpen waarbij je niet direct denkt aan plastic. Kunstenaars hebben dingen gemaakt waarbij je niet direct aan plastic denkt, maar NU je het ziet je wel aan het denken zet.

Kunstenares Gundega Strauberga maakte een kunstmatige neptuin en winkel ineen, geïnspireerd door een Turks doe-het-zelfpakket voor het maken van nepbloemen, ze wil zo de menselijke obsessie om de natuur na te maken met een materiaal dat “voor eeuwig is” laten zien

De kunstenaar Flory Sinanduku maakte een bodysuit van (plastic)  injectienaalden als protest tegen de slechte kwaliteit van zorg in de republiek Congo. Hij draagt het pak en loopt door de straten van Kinshasa om aandacht te vragen voor dit probleem.

200 jaar geleden liep men enorme afstanden op dit soort sandalen, gevlochten van rijststro (goedkoop en soepel) Mensen rekenden afstanden in het aantal sandalen dat ze onderweg sleten (want sleten deden ze , en hoe!)



In 1980 kwamen Tony Alano en Nicolas Guillon op vakantie in Spanje op het idee om goedkope plastic watersandalen om te turnen tot een modeartikel.

Het werd een mondiale hit in de jaren ’80 .

Deze Braziliaans rammelaar (ganzá) werd vroeger gemaakt van natuurlijke materialen, kralen, steentjes en zaden, tegenwoordig van een kunststofsnoer met gerecyclede flessendoppen.

Plastic is uitstekend voor het isoleren van elektrische kabels omdat het geen warmte of elektriciteit geleidt. Vóórdat elektrische verlichting werd uitgevonden, gebruikten mensen dierlijk vet, olie en hout als lichtbronnen.
Nu vormt plastic een groot deel van de bedrading in huis, maar is het ook onderdeel van het design van veel verlichting; led kaarsen bij het altaar, tl-verlichting op kantoren, snoerlampjes bij buitenverlichting – allemaal van plastic!

En nu? waarvan zijn de etensbewaardozen NU van gemaakt?

Zoveel is van plastic, het zit in de schoenen waar we op lopen, in de kleding die we dragen, in cosmetica ,in meubels, eigenlijk in alles.
We werden ooit verliefd op een materiaal dat de wereld kon verbeteren, maar vrezen nu een wereld overspoeld wordt met plastic afval.
Er bestaan nauwelijks plekken op aarde zonder plastic.
Plastic vergaat niet! De gevolgen voor het milieu zijn vernietigend.

Het Tropenmuseum is prachtig, de tentoonstelling wat druk en, vond ik, wat chaotisch (en heel erg veel te lezen, hetgeen je op een gegeven moment toch opgeeft)  maar de boodschap komt ZEKER over: Er is veel te veel plastic op de wereld!

Ik spaar plastic doppen (voor de kosten van blindengeleidenhondenopleiding) scheidt mijn afval, neem altijd een niet- plastic-boodschappentas mee; koop zo min mogelijk in plastic, maar wat is DAT weinig op het geheel van teveel plastic!!! Veel te weinig!

Ik heb me opgegeven voor de gratis tips om e.e.a.te veranderen. ( Dat kun jij ook via https://www.plasticsoupfoundation.org/plasticfashion-gids/)

Tot slot 9 algemene tips om minder plastic te gebruiken. Ook al is het weinig, het is meer dan niets.

We lopen het Tropenmuseum uit, de zon schijnt (alle raambedekking IN het museum is grijs, waardoor van binnen naar buiten kijken uiterst somber wordt)
Terug in de auto, de snelweg op, is ons NU teveel.

We lopen het Oosterpark door, zien halsbandparkieten in de bomen (!) en in struiken knoppen die op uitkomen staan; een oma met kleinkind die de meeuwen voert, een meisje in strak felgekleurd renkostuum sjeest het park door; een oude man sjokt achter een rolstoel met een dame onder een plaid erin; we horen de bel van de tram op de achtergrond en heel, heel langzaam zakt onze depri bui; het leven is óók mooi!

Iets dat je weet, kun je niet meer niet-weten. De kennis blijft.
De tekst op de grote zuilen blijft in mijn hoofd, maar er is meer dan plastic,
gelukkig wel.



Labour of Love

Zaterdag vertrokken we vroeg naar Noord Brabant, anderhalf uur rijden (heen en ook weer weer) om een verjaardag van een vijfjarige mee te maken

De spanningsboog van een vijfjarige (en ook van het bijna 2 jarig broertje) is niet lang: veel mensen, veel cadeautjes is “even leuk” maar na zo’n 2 uur is hun muntje op. Het bezoek neemt afscheid en er kan “rustig” gespeeld worden met de nieuw gekregen speeltjes!

Het is erg jammer om zo’n eind te rijden en na 2 uur meteen weer naar huis te gaan, dus bedachten we tevoren al om een koppeling te maken met een tentoonstelling in Den Bosch.

Na de gezellige verjaardag en het afscheid reden we mét een zonnetje naar ’s Hertogenbosch, waar me meteen iets bijzonders opviel; stoplichten met cijfers! Waarom hebben we dat niet overal? Staat het stoplicht op rood dan komt er 3,2,1 en dan groen. Zodoende staat iedereen voor de stoplichten in de startblokken om op te rijden. Helemaal top! (hebben we hier (nog?) niet!)

We kunnen de auto NIET kwijt, beide parkeergarages in de binnenstad geven een verlicht bord VOL aan. Voor de ene garage staat een enorme rij te wachten; daar hebben wij geen geduld voor, we toeren maar wat door Den Bosch en kunnen uiteindelijk ergens langs het water de auto kwijt. Het nadeel is dat we van te voren moeten aangeven wanneer we terugkomen. Ik haat dat omdat je dan vast zit aan een tijd! We nemen het ruim (denken we) en lopen naar Het Noordbrabants Museum, waar we de tentoonstelling van Wim Delvoye willen gaan zien.

We moeten nu een eind lopen (en straks ook weer terug) maar de zon schijnt, de narcissen in het grasperk staan op springen en we komen een Weichselboom tegen.

Een weichselboom behoort tot het geslacht van de prunussen en komt van oorsprong uit het Midden Oosten. Deze boom hier in Den Bosch schijnt rond 1900 hier geplant te zijn.
Een boom van meer dan 100 jaar oud dus; hij staat wel wat erg krom of dat nog eens 100 jaar zo kan blijven…..?

We kijken van IN het museum naar de binnentuin.

En dan komen we in het gedeelte van het gebouw waar de  kunstwerken van de Belgisch Delvoye staan. De tentoonstelling heet Labour of Love en is enorm divers. Al het werk straalt de liefde voor het ambachtelijke uit.

We zien Delftsblauw geschilderde gasflessen en glas-in-loodramen met foto’s van het menselijk lichaam.

De kunstenaar werkt intensief samen met ambachtslieden van over de hele wereld, zo liet hij zijn serie aluminium reiskoffers door Iraanse ambachtslieden bewerken.

Alledaagse dingen krijgen door hem een totaal ander aanzicht.
Hij maakt ook dingen die (nog) niet bestonden zoals een reiskoffer voor een Peugot, en opbergmogelijkheid voor een steekkarretje.

Ook de bewerkte autobanden zijn spectaculair om in detail te zien

De kunstenaar doet zoveel verschillende dingen dat je verbijsterd staat wat er nog meer te zien is: getatoeëerde varkenshuiden (de varkens zijn, onder narcose, onder begeleiding van een dierenarts getatoeëerd) Als de varkens doodgaan (hij begon in 1994 hiermee) laat hij de varkens opzetten óf zoals hier stelt hij de huiden tentoon als kunstwerk.

Delvoye heeft duidelijk iets met het katholicisme. Niet alleen lijken betonmolens of trucks op een soort kathedralen maar ook de kruisbeelden hebben aparte “andere” vormen:   een ronde of juist een schuine, langgerekte vorm.  

Persoonlijk deden sommige van deze Jezusfiguren mij meer, dan ze ooit, in een kerk staande hebben gedaan!

Ook de “twisted dumptruck” en een betonmolen (ragfijn staal in gotische stijl) als een soort kathedraal zijn bijzonder in detail (kunstwerk op de laatste foto heet suppo clockwise)

De kunstenaar heeft iets met getordeerd: beelden, trucks, veel van zijn werk is een kwartslag of minder gedraaid, hetgeen een vervreemdend effect heeft.

Een geweldig mooie, bijzondere, adembenemende tentoonstelling.
Die helaas vandaag (zondag 29/1) voor het laatst in Noord Brabant te zien is.

Ook het gebouw: het Noordbrabants Museum, is prachtig om te zien, de vormgeving alleen al!
Maar wat er verder nog in staat gaan we een andere keer bekijken. Voor vandaag was dit overweldigend genoeg.

Hal, infobalie en toilet

Achterhoekse zaterdag

Als we opstaan is de temperatuur  -1.Op de vijver van ons logeeradres ligt op sommige plekken een heel dun laagje ijs.

We gaan vandaag naar Doesburg, een Hanzestadje dat 786 jaar geleden haar stadsrechten kreeg, maar al omstreeks 1060 “ergens” genoemd werd.
We worden gelukkig van het lopen door dit oude stadje (zie ook juliblog vorig jaar)

Zoals elke keer dat we dit stadje bezoeken zetten we de auto neer op het parkeerterrein met de aparte muurschildering.
Deze keer (ondanks temperatuur – 1) staan er veel campers op de camperplek naast het parkeerterrein!

Het stadje zelf is echter vrij rustig. Het lijkt wel of we de enige toeristen zijn, het is ook best wel frisjes op zo’n januarizaterdagmorgen!
De deur van de dogwash staat open en ik fotograaf deze service, die ik nooit ergens anders zag, hier kun je d.m.v. het inwerpen van geld, zelf je hond wassen en drogen!

Aan de kou is wel wat te doen, ook zonder een Horecagelegenheid in te gaan:

in een winkelstraat is een koffiemachine met bijbehoren neergezet; voor € 1,- kun je hier zelf een kopje koffie inschenken en even wat warmer worden

Wij doen dat niet, we willen ná het rondlopen naar “ons plekje” de Waag gaan voor koffie (met lekkers? wellicht)

We lopen door de nauwe straatjes en zien ook nu weer aparte dingen; een hek met daarachter….omgewoelde grond, pijpen en snoeren en een oud gebouw in de steigers. Een bord vertelt ons dat dit de oorspronkelijke 14de eeuwse zetel van de pastoor-commandeur van de Ridderlijke Duitsche Orde  was (??)

In de smalle straatjes aparte geveltjes, zoals een huis met een Jugendstil (=kunststroming tussen 1890 en 1914) gevel én een huis met een “pianotoetsendetail” . Zelfs een voormalig graanpakhuis (mét vlaggenmast)

Ook bij deze laatste staat een bord voor de nieuwsgierige toerist : gebouwd in 1884 is het een neogotische ontwerp van de beroemde Arnhemse  architect J.W.Boerbooms (zijn inspiratie was de laatmiddeleeuwse regionale stijl van de Hanze gotiek)
De huidige winkelpui is later aangebracht ter vervanging van de oorspronkelijke halfronde poort.

In een van de straatjes zien we een bestelautootje staan met een tekst erop die je alleen maar in de Achterhoek en Twente vinden kan: de Naobers, anpakkers in de buurt. ( naobers zijn buren)

Nabuurschap is een sociale verhouding binnen een kleine gemeenschap: buren in een ruime zin van het woord, helpen elkaar waar dat nodig is.
Iets dat misschien (nog) wel eens voorkomt in de dichtbevolkte Randstad, maar toch steeds meer een zeldzaamheid wordt. Daar kennen mensen vaak hun buren amper.

[ de Anpakkers zijn gedreven en gepassioneerde vakmensen, zowel bouwkundig als installatie technisch, die van “anpakken” weten.]

Dan zijn we toe aan een kop koffie met wat lekkers en we lopen de oudste Horecagelegenheid van Nederland binnen.


Het is er vol, nogal wat gereserveerde tafeltjes, maar gelukkig is er 1 pas om half 2 gereserveerd (zo staat er op het bordje op het tafeltje) Dán zijn we, zelfs als we heel langzaam opwarmen en traag onze cappuccino opdrinken, al lang verdwenen.

Een positief verhaal zoals u van me gewend bent ( ik ben een positief mens)
Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn, ook hier in de Achterhoek niet.
Als mijn lief naar de auto gaat en ik nog even snel in Doesburg een boodschap bij Appie doe, moet ik een drukke weg oversteken om weer bij het parkeerterrein te komen.
Een weg met een vluchtheuveltje en een zebra. Als ik bij de zebra kom, stopt een campingbusje voor me en stap ik de weg op, voorbij het campingbusje probeert in vliegende vaart een Mercedes in te halen: bijna was ik omvergereden door deze eikel!
Het vluchtheuveltje stopt hem en ik loop met bonzend hart verder. De campingbusjeschauffeur maakt een gebaar naar me dat ik meteen snap; ook hij vindt de Mercedes chauffeur een enorme eikel!

Zo drink je koffie en bestel je gebak, geniet je van de warmte na de koude, elkaars gezelschap en de historische omgeving en nog geen 10 minuten later kun je op de grond liggen en kan het allemaal voorbij zijn.

De automobilist blijft een eikel, maar het is wel eens goed om te beseffen hoeveel geluk je soms kan hebben en hoe broos het eigenlijk is.


Achterhoek

We gaan weer naar de Achterhoek.

In de auto, bijna op de plek van bestemming zie ik langs de weg een bordje met BRENGPUNT.
Voor ik kan zien wat dat is zijn we er al voorbij.

Mijn fantasie neemt de vrije loop.
Een kind lastig? Dan breng ik je naar het brengpunt.
Als kinderen vroeger lastig waren dreigden ouders met zwarte Piet, die het lastige kind, in de zak mee naar Spanje zou nemen.
Nog weer eerder was er, voor Amsterdamse kindertjes, de angst voor het Lucifergesticht.
Was jr, als kind, écht stout dan dreigden ouders je daarnaar toe te brengen. Je had geen idee wat het was, maar het woord “gesticht” was al genoeg om er niet heen te willen.
Zou het brengpunt zoiets zijn?

Het blijkt een plek te zijn waar men (inwoners van die regio) “grof, huishoudelijk restafval” kan brengen. Nooit eerder een bord “brengpunt” gelezen (iets echt Achterhoeks misschien?)

Dan zijn we in Doetinchem

in een parkeergarage waar een bord staat over de Zakheilige van Doetinchem. Ook daar heb ik nog nooit van gehoord “een zakheilige” Ik vermoed dat je een beeldje van zo’n “godheid” in je zak bewaart.

En inderdaad we vinden, elders in de parkeergarage, het beeldje met daarbij de tekst
de zakheilige (28×9 mm) is een beeldje dat in de zak werd meegedragen als afweer tegen ziektes en ongelukken.


Deze 19e eeuwse zakheilige werd in 2007 gevonden op de Ruimzichtlaan in Doetinchem bij opgravingen die zijn verricht voor de bouw van het Lookwartier begon

Het beeldje is te bewonderen in een eigentijdse variant van een reliekschrijn.

We verlaten de parkeergarage en lopen door Doetinchem

In een straat valt een, wat ik aanvankelijk dacht, putdeksel op. Het is echter een herinneringsplaat met steen erin. Ik vermoed dat het NIET de steen is die er aanvankelijk heeft ingezeten ( dit lijkt me een opvulsteen)
De tekst op de ovale plaat luidt: Op 1 jan 2000 trokken wij met 46.977 inwoners het nieuwe millennium binnen.
JESSE was de jongste, slechts 17 uur en 15 minuten oud.

Leuke herinnering met name voor Jesse, nu 23 jaar oud, zou hij de oorspronkelijke steen thuis op de kast hebben staan?

We zien, ook eens omhoog kijkend, een imposant gebouw: de kerk Predik het Evangelie. In 1881 gebouwd in opdracht van Hervormde dominee ds. J van Dijk in “rijk eclectische vormen” (Eclectisch letterlijk: kiezen voor bestaande elementen uit andere stijlen om een nieuwe stijl te creëren)
Momenteel, zo las ik, is de kerk in gebruik door een Baptistengemeenschap.

We lopen verder en zien op een muur in Doetinchem en zien op een muur een “grappige” tekst staan

Het blijkt om een barbershop  te gaan, die tegelijk official dealer is van “Nozem pomade

En dan komen we “zomaar” in een heel apart straatje met 5 gelijke huisjes met charmante boven geveltjes; het blijkt om huisjes te gaan die gebouwd zijn voor het Gasthuis fonds

Het Gasthuisfonds bestaat als sinds de Middeleeuwen (toen was er ook een echt een gasthuis waar armen en zieken onderdak en verpleging konden krijgen)

Het geld  voor dit fonds kwam uit giften, soms geld, maar ook wel uit goederen of grond.
Het gasthuis bestaat allang niet meer, maar er is nog altijd wél een flink bezit om mensen mee te helpen. De jaarlijkse rente van het bezit kan, ook nu nog, worden aangewend voor het geven van financiële hulp! [aan mensen die de noodzakelijke uitgaven voor hun levensonderhoud niet (meer) kunnen betalen]

Na deze Doetinchemse stop, het afscheid nemen van de zakheilige ( én het ophalen van onze auto) rijden we door naar onze uiteindelijke Achterhoekse bestemming; het mooie dorp Zelhem, waar volgens de overlevering ooit een heks, omgekeerd zittend op haar bezem, tegen de kerktoren aanvloog, maar waar het nu heel vredig en stil is.

Harderwijk,Marius van Dokkum

Ooit, spittende in de genealogie van onze familie, kwam ik een voorvader tegen, geboren omstreeks 1666 in Harderwijk. Verder terug gaan in onze familiegeschiedenis lukte me niet.

Voor mijn broers verjaardag schonk ik hem (en mezelf) een trip naar de plek van onze voorouders. Met een stadshistorische gids wandelden we door Harderwijk, de eerste stad van de Veluwe (1231 kreeg Herderewich stadsrechten)

We hoorden dat de stad een universiteit had (van 1648 tot 1811) dat er vanaf 1814 het Koloniaal Werfdepot voor het Oost-Indisch Leger was geweest én dat van 1909 tot 1996 Harderwijk een garnizoensstad was geweest

Helaas was het huis en zelfs de straat van onze voorouder al lang verdwenen, maar interessant was deze Harderwijkdag wel!

In 2015 waren we wéér in Harderwijk, dit keer om het Stadsmuseum te bezoeken. Er was toen een tentoonstelling met werken van Marius van Dokkum, een bijzondere schilder, die je een geschilderde scene laat meebeleven. Ik werd zijn schilderijen ingetrokken en zag elke keer iets nieuws.

Onlangs las ik dat in 2018 het Marius van Dokkummuseum geopend werd:
Het enige geregistreerde museum van een levende kunstenaar! Gevestigd in de “snijkamer” van  de vroegere Harderwijkse universiteit.  Dit historische pand is nu, na een grondige verbouwing het Marius van Dokkum museum.

Ik kénde één tak van zijn werk met de scenes, geen vrije plek op het doek, vaak druk en met veel humor. Nu zag ik hier, dat hij ook portretten schildert,

stillevens en landschappen

Een geweldig museum mét sfeer, “gewone” toiletten, maar ook een beschilderde “nep “w.c.deur; pijpen en een wastafel in een “verborgen” hoekje en ronde geschilderde tafrelen alsof het borden op een schouw zijn. Kortom een museum met karakter.

En… door de van Dokkum boefbeschilderde kluisjes om de tassen en jassen van bezoekers in te doen


De humoristische doeken zijn geweldig, gewone mensen in alledaagse (of minder alledaagse) situaties. Door een nare nare ervaring (oplichting) heeft van Dokkum ooit besloten van zijn humoristische werk nooit iets weg te doen. Het is er dus nog allemaal.

Via een bepaald procédé kan een gespecialiseerd bedrijf uit het Noorden des lands, met de schilders goedkeuring, reproducties maken, waarvan sommigen ook in de winkel verkrijgbaar zijn (75 jaar kleurecht)

Schilderij “Beste reizigers” is in compositie en lichtval geïnspireerd op de Nachtwacht van Rembrandt, maar dan een taefreel in de “huidige ” tijd.[ Marius van Dokkum heeft dit schilderij hier, op de atelierzolder in zijn eigen museum geschilderd)*)

Sommige schilderijen zijn niet alleen grappig, maar ook aandoenlijk

En dan dalen we (een andere) trap af om in de winkel met Marius van Dokkumspullen te komen en vragen we waar we in de buurt koffie kunnen drinken( thuis hangt al een van Dokkum kalender 2023)

Brownies&downieS wordt ons geadviseerd, een klein stukje lopen van het museum. Een uiterst waardevolle en lekkere tip; vrolijke sfeer, licht en luchtige gelegenheid met heerlijke koffie en mooi opgediend lekkers, geserveerd door bijzondere, blije mensen.

Een aanrader! Zowel het museum als de horecagelegenheid!


Marius van Dokkum museum
Academiestraat 7
Harderwijk
openingstijden: dins- t/m zondag 10.00 17.00 uur
museum jaarkaart geldig






*) Eén dag in de week schildert de schilder in zijn eigen museum

Kerken in Maastricht

Ik las dat Maastricht 2 basilieken heeft en meer dan 50 kerken, wandelend door Maastricht kom je altijd wel minstens één kerk tegen.

Altijd gedacht dat een basiliek een bouwvorm in de architectuur was; in Maastricht leerde ik dat voor katholieken een basiliek een eretitel voor een kerk is, een eretitel die alleen de paus kan toekennen (dus los van de vorm en uit welke tijd het gebouw is!)

Op het  Vrijthof, het grootste plein van de Limburgse hoofdstad, valt onmiddellijk de Sint Servaas Basiliek op.

Dit bezoek aan Maastricht lopen we de Servaas in en bekijken de “schatten” !  Wat een rijkdom. Ik loop er rond als ware het een museum. Macht en weelde uitstralende spullen, vaak glimmend en mooi bewerkt, maar het beroert mijn hart niet; het is alleen maar MOOI!
Uiterlijk vertoon van kerken heeft in mijn ogen NIETS met innerlijke beleving te maken; in tegendeel het leidt af! (ik ben remonstrant opgevoed, dát zal er ook wel mee te maken hebben)

Het bergportaal (Porticus montis) met name de deur met beslag,  is prachtig gemaakt en heeft de tand des tijds goed doorstaan; het dateert van omstreeks het jaar 1220!

Het is niet alles goud dat er blinkt, want als ik naar buiten kijk zie ik een bordje dat wijst naar het “vagevuur” De andere zijde van de katholieke medaille (hel en verdoemenis)*)

De biechtstoel in deze kerk (althans degene die ik zie) is prachtige houtbewerkt.
Ik weet niet dat of je dat ziet, als je er in plaatsneemt om vergeven te worden, maar IK zie het nu wel! Daar heeft een zeer bekwame houtbewerker (of meerdere) heel wat uurtjes werk aangehad. Het wordt me wat “veel” in deze kerk en we lopen naar buiten de openlucht in ( daar kun je God ook benaderen, als je dat zou willen)


Als we door de prachtige stad lopen komen we nóg een basiliek tegen, de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming (ook wel Sterre-der-Zee genoemd)

.

Boven de ingang staat: Gaat hier niet voorbij zonder te zeggen AVE MARIA.
Het staat er als een gebod, dus……… ik ga er niet voorbij, maar ik zeg geen Ave Maria; mijn compromis is dat ik er even binnenga. En er meteen weer uit

Genoeg kerken gezien; alle volgende lopen we voorbij.

Er is één kerk die ik heel graag binnen wil gaan hier in Maastricht: De Dominicanenkerk
Deze kerk werd in de 13e eeuw gebouwd als kloosterkerk voor de order der Dominicanen.  
In 2007, na een uitvoerig  archeologisch onderzoek (waarbij verstoorde én onverstoorde graven werden gevonden) én een restauratie, werd de kerk in gebruik genomen als boekhandel. Daarvoor moest er een kelderruimte worden aangelegd voor toiletten, personeelskantine, installaties voor verwarming, beluchting en verlichting én een ruimte voor de opslag van boeken. 

Meteen als ik door de voorzet-ingang binnenkomt breekt het wow- gevoel in me los, ook nu na eerdere bezoeken.

Ik vind de verbouwing, respectvol en prachtig gedaan en ik niet alleen: in 2008 riep de Britse krant  The Guardian deze boekhandel in de Dominicanenkerk uit tot “mooiste boekwinkel ter wereld”. Daar ronddwalen is echt een feest.

De plafondschilderingen zijn nog zichtbaar, de tafel in de koffiehoek in de vorm van een kruis lijkt uit te nodigen om aan te gaan zitten, de galerijen zijn open zodat er naar pilaren, het plafond én naar beneden gekeken kan worden, de booggewelven geven een prachtige overkapping als in géén andere boekhandel!

Deze kerk beroerd mijn hart wel degelijk, wat het gebouw ooit geweest is, en nu is, past bij elkaar.


Een kerk als heiligdom voor boeken!


*) dit “vagevuur” blijkt hier het steegje tussen de Servaas en de St Jan te zijn

Sphinxkwartier

De bakermat van de Nederlandse industriële revolutie blijkt in Maastricht te liggen: in de door Petrus Regout in 1834 opgerichte eerste grootschalige*) gemechaniseerde fabriek de Sphinx.

Eerst een fabriek waarin voornamelijk serviesgoed**) glas- en aardewerk werd geproduceerd. Later specialiseerde ze zich daar in sanitair; tegels, w.c.- potten en wastafels.
In 1959 kreeg het bedrijf het predicaat Koninklijk.

Na 175 jaar ging de Sphinxfabriek ter ziele en stonden de fabriekspanden leeg. Maastricht heeft de oude fabriekspanden opgeknapt en nu is, op een  ferme steenworp afstand van de historische binnenstad van Maastricht, een bruisende wijk ontstaan: Het Sphinxkwartier, de naam is een ode aan de vroegere Sphinxfabrieken.

Het oude Sphinxmagazijn is nu een poppodium (Muziekgieterij); in de oude fabriek is The Student Hotel gevestigd en in de industriële hallen  is Loods 5 gevestigd (design ”paradijs”)

In 1896 richtten de Franse broers Pathé een filmbusiness op, hetgeen in 1906 resulteerde in een bioscoop (in Parijs). In 2014, in het Sphinxkwartier, is een  Pathégebouw verrezen met 8 bioscoopzalen (stoelcapaciteit variërend van 92 tot 165 stoelen)

Wij zagen er een 3D film (mét brilletjes) maar er schijnt ook ( in zaal 2) een “spectaculaire” 4D belevenis te zien te zijn.

Tussen dit gebouw en het Eiffelgebouw (tot 2006  onderdeel van de sanitair afdeling van Sphinx) is in 2017 de museale SphinxPassage geopend. Met een lengte van 120 meter is de Sphinxpassage de langste overdekte tegeltableaupassage van Nederland.

We lopen doorheen en bekijken aan de hand van 30.000 tegels de geschiedenis van de Sphinxfabrieken.  

Ik heb nooit geweten dat Maastricht de eerste industriestad van Nederland was!
De Sphinxfabrieken hadden ooit een enorme aanzuigende werking; werkzoekende mensen trokken van het platteland naar Maastricht om daar in de fabrieken werk te vinden.
Die mensen moesten daar ook wonen,  wat in veel gevallen een probleem was. Er kwamen woonkazernes in de arbeidersbuurten waar grote gezinnen vaak in 1 of 2 kamers dicht op elkaar woonden en epidemieën zoals cholera en tyfus vrij spel hadden. Heftige tijden!

De ondertitel van de laatste foto (al die kapotte toiletpotten) “Einde Sphinx” vond ik goed gekozen, het markeert een verdrietig eind van dit stukje industriële Nederlandse geschiedenis

Eenmaal uit de passage, een stukje verder lopend zijn terrasjes, waar ook nu
( half januari) nog veel mensen buiten zitten. De wijk leeft, ondanks dat de fabriek gesloten is, heeft Maastricht er een levende buurt van gemaakt.

Het wapen van Maastricht

Museum aan het Vrijthof

Ooit heb ik een feest gehad in het Spaans Gouvernement, een historisch gebouw aan het Vrijthof in Maastricht. Waarschijnlijk is dit het oudst bewaard gebleven woonhuis van Maastricht: de geschiedenis van het gebouw begint al in 1333.

Na een aantal grondige restauraties heeft het gebouw een museale bestemming gekregen en heet het sinds 2020 ; Museum aan het Vrijthof!

Nu ik in Maastricht ben mét een voormalig fotograaf gaan we na vele jaren nogmaals  Vrijthof 18 bezoeken, deze keer niet voor een feest maar om de inzendingen van de Somfy Photography award 2022 te bekijken

De Somfy Photography Award is een Nederlands initiatief waarmee op een inspirerende en creatieve manier de ontwikkeling van fotografie internationaal wordt gestimuleerd. Aan de eerste prijs is een bedrag van  € 15.000,– verbonden.


Het afgelopen jaar (8.10. 2022 werd de prijs uitgereikt) werd de award gewonnen door fotograaf Bas Losekoot (1979) gespecialiseerd in portret- en documentairefotografie

We worden uiterst hartelijk welkom geheten door een dame die uitlegt uit dat iedere finalist aan deze tentoonstelling zijn eigen “kamer” heeft en dat behalve de winnaar er ook inzendingen van Jérémy De Backer (FR), Nathalie Daoust (CAN), Chantal Heijnen (NL), Viktor Hübner (DE), Petra Noordkamp (NL) en Fab Rideti (FR) te zien zijn.

Van mijn eerdere bezoek wist ik al dat dit een prachtig gebouw is, de renovatie heeft het gebouw qua entree behoorlijk veranderd maar het oude is goed bewaard gebleven en valt misschien nu meer op, door de tegenstelling.

Een kijkje van boven naar beneden, met de bijzondere raamknoppen én een kijkje op de twee uiterst vriendelijke ontvangers.
De laatste van mijn afbeeldingen van bovenaf laat een stukje de hal zien waar staat Back home (het thema van de tentoonstelling van 2022) mét de toevoeging –  And if Elsewhere was Here ?
Hetgeen ik interpreteer als “Als  thuis eens niet de aarde zou zijn?”( of het zo bedoeld is….?)

De inzending die het meeste indruk op mij maakte was die van Chantal Heijnen (opgeleid als sociaalwerker en sinds 2008 afgestudeerd aan de Fotoacademie) Niet alleen om de foto’s, hoewel die mooi zijn, maar om het verhaal erachter.
Zij maakte foto’s van de thuisloze Aseed Avelo Da Silva

Aseed is de zoon van een Mongools/Japanse moeder en een Portugees/Saoedie Arabische vader. Hij heeft het grootste deel van zijn leven als marinier bij de Navy Seals gediend; hij is gewend onder barre omstandigheden te leven.

Zijn zeven lagen kleding noemt hij zijn huis

Eerst woonde hij in een daklozenopvangcentrum in New York, maar voelde zich daar niet prettig omdat het er overvol was, sinds het begin van de pandemie woont hij op het strand van Coney Island in Brooklyn (schiereiland Atlantische Oceaan) ook als er sneeuw ligt en het 16 graden vriest.
Hij “woont” daar nu 3 jaar.Hij heeft, zegt hij zelf “Het beste uitzicht van de wereld”
Aseed : “Geen comfort hebben is mijn comfort, ik ben als militair geboren, hecht me niet aan een huis, de zee is mijn thuis”

Aseed maakt graag kleding van dekens die mensen hem geven; Japanse style sweaters noemt hij ze; ze houden hem warm tijdens koude dag


Seagull sweater

Chantal Heijnen(1976) drukte één van haar foto’s af op een stuk fleece en Aseed maakte er een sweater van.

Natalie Daoust (1977)  heeft haar foto’s met ruw kolenpoeder op origineel Ger-doek geprint, als een echo van de beklemmende vervuiling die de bewoners van het Ger-district (Mongolië)daar dagelijks ervaren.


Het Ger district (Mongolië) is erg vervuild tijdens de winter, omdat veel huishoudens steenkool verbranden om zich warm te houden. Dit brengt erg gezondheidsrisico’s met zich mee. De hoofdstad van Mongolië Ulaanbaatar is één van de meest vervuilde hoofdsteden ter wereld. (het inademen van de lucht in Ulaanbaatar staat gelijk aan 2 pakjes sigaretten op een dag)

Eiland Musvaer, (Noorwegen )waar een boerenfamilie woont die oude familietradities, zoals hun overgrootouders in 1832 dat deden, voortzetten. Titel: Een uniek huis

Fotograaf Viktoer Hübner (1988) is voor dit project (fotograferen van mensen die hun moderne leven achter zich hebben gelaten om terug te gaan naar het geïsoleerde leven zoals dat ooit op de eilanden in het hoge, onherbergzame Noorden werd geleefd) verhuisd naar Noorwegen (Tromso)

Het centrale thema  van waaruit de inzenders moesten werken is Back Home.
Eerlijk gezegd zag ik dat thema in maar weinig werken terug.
Wel “home” maar back home suggereert in mijn beleving een beweging, van die beweging, terug naar huis, zag ik weinig!

Ook bij dit laatst ingezonden werk een tekst van Proust ( eerder al een boven een schoorsteen op de muur, zie foto boven)
Dit laatste citaat bleef in me resoneren!

De groepstentoonstelling BACK HOME is in Maastricht te zien tot en met 29 januari 2023.

Beren in Maastricht

Maastricht had iets met beren, daar kwamen we achter toen we  het kunstwerk de “Halfautomatische Troostmachine” in het stadspark van Maastricht bezochten.
Dit kunstwerk, ontworpen door uitvinder en morfoloog Michiel Huisman (Heerlen 1957-  ) is gesitueerd in het Aldenhofpark, bij de rivier de Jeker in een voormalige berenkuil.

De berenkuil stond leeg nadat de laatste bruine beer (Jo) in 1993 naar Ouwehans Dierenpark werd overgebracht.

Het kunstwerk wat uiteindelijk in 2001 werd gerealiseerd (in 1997 ontworpen) was omstreden; de bedoeling was een kunstwerk dat aan de, ooit daar wonende beren herinnerde: het is nu min of meer een monument voor uitgestorven dieren geworden.


Er zijn, in de droge gracht, oa. een Caribische monniksrob, een grote invoorsnavel en een Tasmaanse buidelwolf te zien. Bovenop is het centerpiece,  bestaande uit een beeld van een, in avondkleding gestoken, jonge vrouw die het hoofd van een dode giraf  streelt. [Ieder half jaar krijgt de vrouw door studenten aan de Academie Beelden Kunsten (afd. mode) een nieuwe jurk aangemeten]
Dat is er NU te zien.

Maar oorspronkelijk was het een plek waar 2 beren gevangen zaten!
De eerste bewoners van de berenkuil, die toen nog geen kuil was, maar een door leerlingen van de Maastrichter Ambachtsschool gesmede dierenkooi,  waren de beren Max en Polla,  gekocht*) van het Hamburgse circus Hagenbeck in 1920.

Het doel van de berenaanschaf was Maastricht als toeristische trekpleister te vergroten.
De rest van het plan: het fokken met de beren, ging in rook op, toen bleek dat Max en Polla allebei van het mannelijke geslacht bleken te zijn.
De beren werden voornamelijk gevoed met onverkochte broden en moesten “vanwege pijnlijke aandoeningen aan het achterlijf” in 1944 en 1946 worden afgemaakt.

Dit was helaas NIET het eind van het houden van wilde beren in een te kleine ruimte in Maastricht:

In 1950 werden 2 nieuwe beren aangeschaft (ze kregen dezelfde namen als de 2 eerdere beren ) Gekocht van dompteur Erie Erwin Hagenbeck Klant. [Hij had in 1947 een dressuurschool voor dompteurs en een dierentuin in Valkenburg opgericht]

(foto 1953)

Dit keer waren de aangeschafte beren wél een mannetje en een vrouwtje!
Het vrouwtje stierf in 1957; het mannetje werd in 1962 verkocht.

Ook nu was dit niet het einde van de in gevangenschap levende beren, want Ouwehand Dierenpark schonk Maastricht twee 2 jaar oude beren. In 1968 kreeg deze 2 beren drie jongen; Jo, Sjakkie en Cor. De behuizing bleek te klein voor 5 beren in 1969 werd er begonnen aan vergroting

In 1970 verhuisden de 5 beren naar een betonnen berenkuil. Vader Max bleef nogal agressief naar zijn zonen toe, ook in de nieuwe (toch nog te kleine behuizing)
Pas in 1982 verhuisden de 2 berenouders naar de  Belgische dierentuin Zoo Zwartberg (1999 afgebroken) en hadden de 3 “jongens” de ruimte voor zichzelf.

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw nam de kritiek op de huisvesting van de Maastrichtse beren toe, waarna de betonnen kuil werd verrijkt met een waterbak, een zandbak, een boomstam en wat autobanden.
In 1991 stierf Cor en in 1992 Sjakkie.

In 1993 verhuisde Jo, na bemiddeling van de Landelijke Inspectie Dierenbescherming naar Ouwehands Dierenpark in Rhenen, waar hij nog een paar “mooie jaren” gehad schijnt te hebben. Febr. 1997 troffen de verzorgers hem daar levenloos aan.

Na jaren leegstand en denkwerk wat er op deze plek NU zou komen, werd aan 4 kunstenaars gevraagd wat ze van deze plek zouden kunnen maken en dat zou herinneren aan het verleden ervan.
Michiel Huisman won.

Vanwege de toenmalige kritiek op zijn ontworpen monument ( de dode giraf was géén beer) besloot kunstenaar Michiel Huisman op eigen kosten een bronzen beer op een bankje aan zijn ontwerp toe te voegen.  Het beeld van beer Jo zit op zo’n 50 meter afstand van de kuil met zijn rug er naar toe. Het is een eenzame bronzen beer, met mensenhanden**) geworden.
Dit beeld is volgens de maker, een ode aan de bruine beren die in de kuil geleefd hebben.
De dieren in de kuil NU zijn een klaagzang voor alle uitgestorven dieren.

Kunstwerk:
De halfautomatische troostmachine van Maastricht

Kunstenaar: Michel Huisman

Omschrijving: Meisje in avondjurk troost stervende giraffe

Locatie: Berenkuil Maastricht

Opening : 2001

Toegevoegd op afstand: beer Jo





*) voor fl. 1.350,- twee beren
**) afgietsel van de handen van Michiel Huisman


Zutphen – winterstad

We bezochten kort voor Kerst Zutphen, een geweldig mooie en leuke Hanzestad ( de naam Hanzestad komt van een vroegere samenwerkingsorganisatie van kooplieden uit Duitse- en later ook steden uit de Lage Landen*) in de Nederlandse provincie Gelderland, gelegen aan de rechteroever van de rivier de IJssel. 

Eigenlijk zijn we té vroeg, want Zutphen viert in 2023 samen met acht andere Hanzesteden – Deventer, Doesburg, Elburg, Harderwijk, Hasselt, Hattem, Kampen en Zwolle dan het Hanzejaar. Het Hanzejaar is een ode aan de Hanzetijd, met, in dát jaar een programma van evenementen en activiteiten.
We hopen volgend jaar nóg minstens één keer naar Zutphen toe te gaan en “iets” van de festiviteiten mee te maken

Dit keer hebben we (weer) genoten van de prachtige gevels, de enorme verscheidenheid aan leuke kleine winkeltjes, de poortjes en steegjes

Zutphen is al meer dan 1700 jaar continu bewoond en is één van de oudste steden van Nederland, dát kun je in de binnenstad aan sommige muren ook wel zien.

Zutphen omvat 4293 ha en er wonen 48.111 mensen. Mensen met humor ook, getuige een grote foto van een man met een bord onder de arm, bedoeld om mensen ervan te weerhouden om hun fiets daar neer te zetten.

En “ergens” voor een raam zien we vóór een kanten gordijntje een neppoes vrolijk naar buiten zitten te kijken; een knus tafereeltje

De gemeente heeft in Zutphen een aparte “twist” aan de putdeksels gegeven, niet rond, maar vierkant!
Kortom: Zutphen is “gewoon(leuk) anders”

Ook de persoon die de muziek in de binnenstad verzorgt is een vrolijk man.
Zutphen, een bezoek meer dan waard, zéker ook in deze tijd

De Lage Landen zijn het huidige België en Nederland, Denemarken, Noorwegen en Zweden