Terrasje pakken.

Het mág, mét in achtneming van de COVID-regels, weer; op een terrasje zitten!

We hadden op een bepaalde tijd een afspraak in de Achterhoek, maar waren te vroeg.
Wat doe je dan?
In ons geval liepen we “even” een rondje in de mooie Hanzestad aan de Gelderse IJssel: Doesburg.
Middeleeuwse huizen aan kleine straatjes, een pracht van een stadje waar we al vaker rond gelopen hebben.



Het is maandag dus vele winkels zijn dicht, toch is het centrum niet ongezellig of verlaten, het is vakantietijd en er zijn nogal wat gezinnetjes aan de wandel.

Het is koud maar wel mét een zonnetje. 
Het terras in het hartje van historisch Doesburg, waar we meestal neerstrijken is vol, dus we lopen door en komen bij Proeverij  de Stadstuin in de Koepoortstraat (tegenover het  stadhuis)
Dáár is nog één tafeltje vrij.
Er komt meteen bediening op ons af en behalve de gebruikelijk cappuccino’s willen we gebak!
Het is tenslotte de eerste keer sinds een lange tijd dat we weer op een terras kunnen zitten én in een Middeleeuws stadje zitten.
Meer redenen hebben we NIET nodig.

De eigenaar stelt cheesecake voor; we gaan er in mee én eten de lekkerste cheesecake ooit!
Vergeten om een foto te maken, té lekker het móest meteen de mond in!
Luchtig met kersen, slagroom, mooi opgediend en ook de cappuccino was super.

De kopjes waren apart! Niet het dessin (simpel wit) maar de vorm: in plaats van een kuiltje in het schoteltje waar het kopje in kan staan zat hier een bobbel op het schoteltje waar het kopje OP stond.
Dat lijkt mij voor het schuiven een slimmere oplossing dan anders om!

Toen we met de eigenaar erover spraken vertelde hij dat hij enthousiast is over dit merk RAJA (Maastricht) ook omdat de oortjes van de cappuccinokopjes even groot zijn als die van de espressokopjes! Dát schijnt voor een restauranthouder superfijn te zijn (in ieder geval voor déze restauranthouder)

Na het genieten was het weer tijd om op te stappen (eerlijk gezegd was het ook wel wat koud om stil buiten te zitten) het was een hele gezellige, lekkere stop geweest en zeker aanbevelenswaardig, zowel het stadje Doesburg, als Proeverij de Stadstuin.

Mariënwaerdt -bloesem

Nu ik, tijdelijk, op krukken loop betekent dat niet dat we niet kunnen wandelen.
We gaan sinds kort weer de natuur in, maar een uurtje op krukken lopen is (nu nog wel) mijn maximum.

50 kilometer rijden om één uurtje te wandelen doen we niet vaak.
Vrijdag wel.
We kregen een tip dat Heerlijkheid Mariënwaerdt nu, met bloesem, zo mooi zou zijn
Dus op naar Beesd

Ooit  was hier, in 1129 gesticht, een Norbetijnerabdij (stichter en abt-generaal van de orde was Norbert van Xanten, een Rooms Katholieke bisschop)  

Meermalen werd de abdij verwoest en in 1567  uiteindelijk als ruïne achtergelaten.
Daarna stond het landgoed 100 jaar te koop, tót in 1734 een voorvader van de huidige eigenaar het kocht en óp de gewelven van de abdij het huis Mariënwaerdt (= eiland van Maria) liet bouwen.





Het landgoed is 900 hectare groot, ligt even buiten de Betuweplaats Beesd en wordt beheerd door de 9de generatie van de familie Van Verschuer.



De roze bloesem was nog veel in de knop, terwijl de witte fruitbomen ah’s en oh’s opriepen
toen we aankwamen

Naïef misschien, had ik gedacht dat, nu nog veel door COVID 19 NIET mag, zoals geen terrassen open, het vrij stil op het landgoed zou zijn.
Verre van dat: een parkeerplaats vol met auto’s, mensen met plaids op het gras, ruggen tegen fruitbomen aan, gezinnen zittend op stronken, paaltjes en hekjes.

Er is veel op het landgoed te snacken, op verschillende plekken zijn lekkere dingen verkrijgbaar in tentjes en kraampjes buiten. Op de plaids en picknicktafels zie ik veel (milieubewuste) bekers en bordjes (die als ze leeg zijn, keurig in de betreffende bakken en zakken worden gegooid: geen beker ergens zien liggen!)


We konden, door mijn fysiotherapie, pas na enen weg en hadden geen lunch genuttigd.
Dus, aankomend op het landgoed en de heerlijke geuren ruikend gingen we, vóór verder het landgoed te verkennen eerst wat te eten halen: Het werden poffertjes!
Ik vond gelukkig een vrije picknicktafel (want in het gras zitten is er voor mij nu even niet bij)

Na de poffertjes en een stukje lopen zagen we een waterpartij met eendenkorven, een  barre akker met een wilde fazant en heel veel gele duiventillen met spierwitte duiven.
De zon scheen, de temperatuur was heerlijk; we genoten.


Het huis Mariënwaerdt, het koetshuis en de vele bijgebouwen, het ziet er allemaal vriendelijk en in het landschap passend uit; We lopen (ik hob met mijn krukken) kijken en genieten.
Eén zitje zag er zó aanlokkelijk uit dat ik er neerstreek en mijn lief vroeg (weer)  iets lekkers te halen.


Hoewel er veel auto’s op de parkeerplaats stonden waren lang niet alle zitplekken her en der bezet, mede omdat veel mensen in het gras neerstreken (fijn voor mij)
Niet alleen het uitzicht was geweldig, ook de koffie en de wortelcake waren “toppers”

Nog een stukje lopen, maar toen wilde mijn been echt niet verder: hoe jammer ook: einde oefening.
We zijn mét de auto nog even een stukje over en om het landgoed gereden en namen natuurlijk iets lekkers uit de landgoedwinkel mee: een “beroemd “walnotentaartje van Barones Van Verschuer.

We komen hier zeker terug om te fietsen of te wandelen als ik weer de “oude” ben! (gauw hoop ik)
Lezers, dit is een echte aanrader, zeker NU met de bloesem





Potstal

Gisteren gingen we eens een kijkje nemen in de potstal van Hoeve Ravenstein (op Landgoed Groeneveld in Baarn op circa 1,5 kilometer van de A1 (Amsterdam-Amersfoort), dichtbij knooppunt Eemnes

De naam POTstal komt oorspronkelijk van het woord potten = sparen. De mest wordt “opgepot” zodat de koeien steeds hoger komen te staan totdat de stal in het voorjaar geleegd wordt en de mest over akkers wordt verspreid
Dat moment is nu bijna bereikt.
De stal (een familiebedrijf) waarbij (erin mocht helaas niet) wij waren meldt dat eind april de koeien naar buiten zullen gaan. Ik heb die blije koeien daar eens de wei in zien gaan, een geweldig vrolijk gezicht met bijna “dansende” koeien.
De boerderijwinkel heeft heerlijke verse producten en de dieren zien er gezond uit.

Heerlijk om daar even rond te lopen, de dieren te bekijken………

……..en iets lekkers “groens”mee te nemen voor thuis

Een potstal is een oud staltype, dat nog wel eens voorkomt bij biologische melkveehouders vanwege de waardevolle mest die met dit systeem ontstaat. De koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig nieuw stro geworpen. In de periode dat de koeien op stal staan is dat dagelijks 8 tot 10 kilo stro per koe. Zo blijven de koeien schoon en hebben ze steeds een warm en comfortabel ligbed. De bodem van stro en mest wordt in de loop van het stalseizoen steeds hoger. De pot kan tot wel 1,5 meter diep zijn. Eén of twee keer per jaar wordt de potstal uitgemest en wordt de mest over het land uitgereden. Voor de boer brengt de potstal meer werk met zich mee. Hij moet – als de koeien in het voorjaar naar buiten gaan – een dikke laag mest opruimen.

Opgeknapt.



Gisteren om 9 uur kon ik bij mijn kapper terecht.
Zij en ik allebei een mondkapje voor.
Vele lokken op de vloer later ga ik met een verzorgd hoofd de zaak weer uit.

Met zo’n (na tijden weer)  verzorgd hoofd wil ik wat!
Niet thuiszitten en niet de bossen in!
Veel andere dingen zijn niet mogelijk, wat wel?

Mijn lief stelt voor naar Amersfoort te gaan.
Een geweldige plaats  ooit ontstaan op een doorwaadbare plaats(voorde)  in de Amer (Eem)
Amersvoorde werd Amersfoort.
De meeste winkels  zijn dicht, maar dat komt goed uit, we hoeven niks, we willen alleen maar kijken!
Op de pleintjes, naar de geveltjes en de mensen die er lopen.
Ooit heb ik hier een klein jaar gewoond en het voelt als ik daar ben altijd als thuiskomen.

Aan de Onze Lieve Vrouwetoren ( bijgenaamd Lange Jan) zat ooit een kerk vast (de contouren ervan staan nog op het plein aangegeven) De deur is van een afstand al mooi, maar van dichtblij hebben de vierkante plaatjes prachtige details.


Amersfoort is een stad van Cultuur, geweldige evenementen werden ( en worden ooit weer hoop ik) er georganiseerd.
Nu is het heel rustig door COVID 19, waarvan een beeld op het Hof.

Maar ook op “gewone” dagen, als er wel veel mensen lopen is het een relaxte stad met pleintjes, (muur) huizen met mooie geveltjes en nauwe straatjes.



We zien verschillende inventieve ondernemers hun koffie, broodjes en andere etenswaar aanprijzen

Natuurlijk willen we de lokale ondernemers steunen; een wafelijzer in een kraampje trekt onze aandacht, dus we bestellen 2 wafels en staan netjes aan de overkant te wachten tot onze bestelling klaar is. Na het eten van de wafel met chocoladesaus zien we er niet uit (vloeibare chocola lekt!) en zitten we propvol: de chocolade voedt!

We zien ook een restaurant dat NIET leeg is, aan de tafeltjes zitten poppen, op de ramen zijn teksten geschreven; het geheel ziet er “gezellig” uit. Veel aandacht  besteed aan de kleren gevuld met ??? (stro? Papier?)
In een snelle voorbijloop zie je niet snel dat het poppen zijn, alleen maar een “gewoon” restaurant waar mensen zitten te eten!

Door de kapper én door een rondje Amersfoort ben ik weer danig opgeknapt.
Alles leek bijna even een beetje gewoon!

Plannen kunnen gewijzigd worden.

Wij wilden wandelen rond het Henschotermeer en vertrokken met de auto.
Toen we er dicht in de buurt kwamen konden we nergens onze auto kwijt.
We zagen door de bomen het water in de verte glinsteren, maar nergens was een plek om te parkeren (niet druk, gewoon géén plaats voor parkerende auto’s)
We maakten omtrekkende bewegingen, maar nergens een groot blauw P-bord.
Toen waren we te ver van het water en besloten we maar in de bossen daar te gaan lopen.
Nergens een parkeerplaats of stopplaats daar te vinden. Leuke zand- en bosweggetjes alom, maar dan met een slagboom om tegen te gaan dat je dáár een auto zou achter laten.

De aanhouder wint.
Een onverhard  bospad met een P met pijl. We rijden erop, een flink eind verder staan een paar auto’s. Mannen in strakke glimmende pakken staan hun fietsen van de fietsendrager af te laden.
Er blijkt een mountainbikeroute te zijn.
Er is géén echt bos, maar wel een grote hei.
Soms heb je plannen, maar moet je die ter plekke aanpassen.
Geen meer?  Geen bos? Dan maar hei.

De zon schijnt, het is er lekker weer. Op elke bank dat we tegenkomen zit een (of meer) mens (en).
Wij groeten en lopen door.
Ik vind het moeilijk om me die, nu uitgestrekte bruine vlakte, voor te stellen als één grote paars veld, dat het a.s. augustus/ september zeker zal zijn.

Ik herinner me nu weer dat we hier al eens eerder waren en spraken met de beheerder van dit gebied. Ik vroeg hem waarom die paar bomen in dat heideveld NIET gekapt waren en alle andere wél. Hij antwoordde dat er, toen de bomen omgezaagd werden om de hei weer HEI te laten zijn, er een roofvogelnest in dat groepje bomen zat. Om de broedende vogels niet te verstoren waren die paar bomen toen blijven staan en werden ze ook later niet omgezaagd.
We zijn nu wat te vroeg in het jaar voor het nestbouwen anders zou het leuk zijn om eens te kijken of die vogel
 ( ik ben vergeten welke soort ) ook dit jaar daar weer een nest gaat maken.



Tussen de hei staat bekertjesbos; ik vind dat altijd aandoenlijk, die kleine vaaggroene bekertjes!
Her en der staan de prachtige witte stammetjes van de berken, de katjes ervan dansen in de wind.


Voor mensen die niet meer weten waar ze zijn staat een richtingenbord!

We zien mensen met honden (aan de lijn), mensen met kinderen, die luid roepend de hellingen op- en afrennen en oudere stellen die zichtbaar lope te genieten.
Het is een mooi golvend gebied.
We missen het water niet echt.

De volgende keer maar vooraf thuis eens kijken wáár we de auto kunnen parkeren om te lopen bij het Henschotermeer!

Verborgen bospareltje

In de buurt van Warnsveld ligt in een bos een “verborgen plek”
Als je het niet WEET vind je het niet.
Ik liep er met iemand die het WIST.

We liepen door een bos, gaan van het gebaande pad af, stappen over een draad en lopen door ritselende bladeren en dan……… “opeens” staan we in een wonderlijke wereld.

Bouwsels, trappetjes, muurtjes, een vijver, een hoop oude stenen, het  lijkt een sprookjeswereld, die gemaakt is voor “kleine mensjes” Het kost me geen enkele moeite om me hier kabouters of elfjes te verbeelden.

Het lijkt heel oud.
Maar dat blijkt het niet te zijn. Hooguit 20 jaar, begreep ik.
Een initiatiefnemer heeft ooit (hele) oude stenen verzameld en is hier met de bouwwerkjes begonnen; hij heeft er ook een tuin aangelegd.
Door tijdgebrek is hij gestopt en is het gebiedje verwilderd. Er ligt nog een stapel oude stenen, dat ziet er naar uit of er zó weer verder gebouwd kan worden.
Het verhaal gaat dat de vroegere initiatiefnemer best NU weer verder zou willen bouwen maar dat de huidige eigenaar van dit grondgebied (die WEL wandelaars op zijn grondgebied toelaat) geen attractie wil, dus ook geen verdere bouwactiviteiten.
Misschien ook wel zo goed, want het ziet er, overgroeid zo prachtig “wild” uit; de natuur heeft het overgenomen.

Hier en daar staat nog een plantje waarvan ik vermoed dat het hier is ooit is neergezet en er niet “oorspronkelijk” hoort.
Alleen de vijver is vol met troep en niet met mooi helder water; het lijkt vol met teerwater gestort; ik zie een vage olievlek. Zó zonde, want kikkergekwaak en waterplanten zou het plaatje helemaal sprookjesachtig maken.
Bierblikjes en troep in en bij het vijvertje maakt dit plekje weer [negatief] “menselijk”

Een héél bijzondere plek, verscholen achter een laag toegangs- uitgangshekje.

Nu we “in the mood” zijn voor sprookjesachtige tafrelen zien we meer bijzondere dingen: in het bos ligt een steen(tegel) met een “K” erop, (toch de K van Kabouterland?) en bij het uitkomen van het bos staat een holle boom met een wel zeer bijzondere “holte”.
Heb ik echt teveel fantasie als ik  me ook hierin kleine wezentjes kan voorstellen?

Een “sprookjesachtige” wandeling met een lekker temperatuurtje, af en toe een zonnetje, een fijn iemand om de wandeling mee te doen; een fantasierijke, natuur/architectuur boost!

Rond Soesterberg

Het is zaterdag 20 februari 2021 en 16 graden.

We gaan naar buiten,
waar de vogeltjes fluiten
en het zonnetje zo heerlijk schijnt

Louis Davids zong het ooit en na hem vele anderen.
Wij doen  wat het liedje zegt en gaan op deze op “ lente lijkende dag”  richting Soest rijden.
Er is daar behoorlijk veel te zien,
* de voormalige vliegbasis Soesterberg met Nationaal Militair Museum (dicht vanwege COVID-19)
* een eiken stubbenbos;
* landgoed de Paltz met Landgoedtheater de Kapschuur (dicht vanwege COVID-19)

Twee (Haagse) automobielhandelaren begonnen rond 1901 een burgervliegveld in een heideveld bij Soesterberg. Ze organiseerde daar hetzelfde jaar ook een vliegshow
In maart 1913 wordt het terrein door de Staat der Nederlanden aangekocht en maakte het leger haar eerste vluchten. [Vliegbasis Soesterberg was de eerste militaire vliegbasis van Nederland en het op één na oudste van de wereld]

In de bunkers, die er nu nog staan lagen duizenden kilo’s munitie opgeslagen. 
Misschien verwacht men dat er “ergens” onder de grond nog munitie ligt, want het is hier verboden te scheppen of te detecteren.

We zien een radarmast overal bovenuit steken; de radarantenne werkt nog steeds 24 uur per dag, 7 dagen van de week. Deze radarmast is nog steeds onderdeel van de bewaking van het Nederlandse luchtruim.

Van de “defensie kant” van dit terrein lopen we naar een ander stuk: Het eiken strubbenbos.
Een dergelijk eikenbos werd vroeger om de 10 tot 15 jaar afgezaagd, de stobben  ook wel strubben genoemd, werden gespaard zodat de bomen weer konden uitlopen.

We zien  hier prachtige kleine maar ook grote natuurstillevens.

Dan komen  we  bij het hek van Landgoed de Paltz, dit terrein werd in1874 ontworpen door landschapsarchitecten Copijn en Springer, en was lang tijd in particulier bezit; het is ongeveer  80 ha groot: het Utrechts Landschap beheert  het nu

[Van de twaalf provinciale Landschappen is Utrechts Landschap in 1927 als eerste opgericht, ze beheert nu zo’n totaal 5.800 ha natuurgronden!] Sinds 2014 is  landgoed de Paltz opengesteld voor publiek

Op het doorgaande pad staan bijzondere, goudkleurige lantaarns, en in het bos zie ik een beeld van een haas met een mandje (vroege Pasen dit jaar?) Of is het een kangoeroe?
In de villa zelf is het Herman van Veen Arts Center én Harlekijn Holland B.V. gevestigd. (Harlekijn produceert voorstellingen, concerten en boeken, cd’ s en dvd ’s van Herman van Veen en anderen)


We waren niet de enigen die er wandelden, maar het terrein is groot en we liepen elkaar zeker niet in de weg! Bovendien zijn er veel aspecten die verschillende soorten mensen trekken: vliegtuigenthousiasten ( er staan ook kisten buiten) legergeïnteresseerden ( radarmast, terrein, munitiedepots)  kunstminners (Herman van Veen), natuurminners (bossen)  en fietsers en wielrenners (er lopen fietspaden door het terrein)
Mooi om eens te bezoeken, welke interesse u ook heeft.

Eem- en Gooikust

De sneeuw uit de tuin was op één plek na, helemaal weg.
Die plek was er omdat mijn lief alle sneeuw die ooit voor de voordeur lag, dáár heeft neergegooid.

Het was gisteren lekker weer, bijna zacht te noemen.
We besluiten te gaan wandelen: langs de Gooi- en Eemkust.
Dát staat op het bordje, zodra we het  tourniquethekje door zijn. Er staat ook dat vrije wandeling op gemarkeerde route mogelijk is. We liepen, maar zagen nergens iets dat ook maar leek op een gemarkeerde route.

Een gigantisch “veld” met gras en mos, met aan de ene kant een paadje langs het Gooimeer, aan de andere kant rijen berkenstammetjes (bosje?) en daar weer naast de 27.
We besloten een “vierkantje” te lopen, te beginnen aan de kant van de berkenstammetjes en de mooiste kant (langs het water) voor de terugweg te bewaren.
We hadden laarzen/hoge schoenen aan.

Als sneeuw smelt wordt het water.
Water op een gras/mosland zakt wel weg , maar hoe diep?
Ik kan u nu vertellen: Niet erg diep.
We kwamen terecht in een soort moeras. Op sommige plekken stonden vennetjes, duidelijk zichtbaar; op andere plekken leek het alleen gras en mos, maar was het echt zompig.
Het wordt een spannende wandeling: houden we droge voeten of nét niet?
Er was daar niemand.
Halverwege zien we vóór de berkenstammetjes een plek SNEEUW. Dáár in de schaduw was nog een plek met ongesmolten witte sneeuw.

We “steken over” en lopen aan de andere kant op een soort paadje langs het water.
Prachtig is het daar. Gek genoeg is het minder drassig dáár dan aan de andere kant.
We komen een witte herder tegen met een enorme tak in zijn bek; hij staat stil, schat ons in, maar loopt dan door. We zien er  zeker niet “sterk” genoeg uit om een dergelijke tak flink ver weg te gooien; zijn baas, een stuk verder  achter hem heeft meer oog voor zijn foon dan voor de hond.
De herder loopt verder met een “dan draag ik hem zelf wel” houding

We gingen weer een tourniquetje door en komen dan op een breed pad.
Dáár begonnen de eerste regendruppels te vallen.
Het was ook té mooi om waar te zijn: de ene dag witte drab, de volgende dag (bijna) alles weg en lekker weer!
De lente is in aantocht, maar niet zo snel als we zouden willen.

Labyrint

Zoek en je zult vinden
Ook als je niet zoekt, kun je wat vinden.

Wij zochten niet.
Wij liepen in een bos (ten zuidoosten van Hilversum) en vonden een labyrint!

Dit labyrint, zo staat op een bord, is gemaakt naar het voorbeeld van het beroemde Chartres (hoofdstad van het Franse departement Eure-et-Loir) labyrint
Het labyrint, dat dáár te vinden ligt op de vloer van de (Onze Lieve Vrouwe)kathedraal van Chartres en staat symbool voor de levensweg
Pelgrims (de kathedraal werd gebouwd tussen 1194 en 1220) moesten het labyrint volgen tot aan het midden; vandaar konden ze de bijzondere ramen van de kerk bewonderen.

Foto’s Chartres: Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=510275

In/bij dit labyrint in het bos “moet” niets, je kunt de weg naar binnen gaan, maar je kunt het ook niet doen; als je het wél doet loop je één kilometer.

Een onverwachte “schat” in een verder “leeg”(qua mensaanwezigheid) bos.

Salehem- Zelhem- Bronckhorst


Mijn broer woonde (en werkte) vanaf eind jaren zestig tot zijn dood toe in de Achterhoekse plaats Zelhem. Hij werd daar lid van een oudheidkundige/archeologische vereniging

Hij vertelde ons over de vroegste geschiedenis van Zelhem, vroeger Salehem dat een  oud document  van omstreeks 800 de naam Salehem al vermeldde; een Friese missionaris Ludgerus (St. Liudger) bouwde er rond het jaar 800 een kapelletje (op de plek waar nu de Lambertikerk staat)

Het kapelletje is in het jaar 2000  (viering 1200 jaar Zelhem) zo natuurgetrouw mogelijk nagebouwd en naast de Lambertikerk, vlakbij haar oorspronkelijke plek gezet.

In 2013 is de kerk “verhuist” naar het terrein van museum Smedekinck, een bijzondere,  goed gelukte operatie.

In Zelhem staan en hangen op verschillende plekken afbeeldingen van een heks, dat is Smoks Hanne, een Zelhems kruidenvrouwtje uit de 19 eeuw (Hanne “smokste” altijd rond op veel te grote klompen) Haar personage kreeg na haar dood steeds wildere verhalen toebedeeld. Uiteindelijk is het vrouwtje verworden tot heks die “altijd” achterste voren op haar bezem zat en daardoor tegen de kerk klapte! ( de enige heks die achterstevoren op haar bezem zit, beweren ze daar!)

In 2005 werd Zelhem bij de gemeentelijke herindeling samengevoegd met Keppel, Hummelo, Steenderen en Vorden en werd toen gemeente Bronckhorst. Deze nieuwe gemeente (niet te verwarren met Bronkhorst zonder c) bestaat uit 44 dorpen en buurtschappen en is 28.643 ha groot.

Bronkhorst zonder c kreeg in 1482 stadsrechten en is een beeldschoon stadje met weinig huizen en bewoners en had ooit een Dickens museum. In kersttijd liepen (lopen?) er “Dickens figuranten” rond, werden er kerstliederen gezongen en was het stadje versierd, kortom  er was een heerlijk kleinschalige Achterhoekse happening ( zonder tent en bier overigens)

Mensen die wonen in de Achterhoek zijn TROTS op hun woongebied ( ze zetten het zelfs op hun sokken!)