BEL-ARTiesten

In 2008 gingen de BEL-dorpen (Blaricum, Eemnes en Laren) een, voor die tijd, unieke samenwerking aan: de BEL-combinatie (samen tellen deze gemeentes ongeveer 30.000 inwoners) De gemeenten Blaricum en Laren liggen in de provincie Nrd.Holland en de gemeente Eemnes in de provincie Utrecht.

Met het samenwerkingsverband kwam er ook één gemeentehuis! Op 7 oktober 2009 werd het nieuwe gemeentehuis aan de Zuidersingel 1-5 in Eemnes in gebruik genomen; hier is tevens het BEL-kantoor gevestigd.
Door dit gebouw is het samenwerkingsverband tussen de drie zelfstandige gemeenten fysiek zichtbaar is geworden (ontwerp: Amsterdamse bureau ADP Architecten)


Behalve allerlei “gemeentezaken” zijn er soms ook tentoonstellingen te zien in de openbare ruimte van het Gemeentehuis (toegankelijk tijdens de openingstijden)

Vanwege de Coronapandemie waren er een tijd geen tentoonstellingen te zien,
NU is er t/m eind december kunst te zien van BEL-ARTiesten.

Dit laatste is een woordspeling omdat BEL-Art  een Stichting is die zich bezig houdt met werk van kunstenaars in de spotlights te zetten.
NU staat de kunst van de kunstenaars, die deze stichting vormen zelf in de schijnwerpers

Als je het gemeentehuis binnen komt valt, in de openbare ruimte, meteen HET PAARD op.
Niet bij deze tentoonstelling horend maar immer aanwezig :een zwart paard mét lampenkap op zijn hoofd.

Eliza van der Werff’s schilderij “Mijn verjaardag in Coronatijd” staat prominent op een ezel.
Verder hangt en staat er werk van beeldend kunstenaar Kees Kerkhof, (die zich, dmv een folder, ook aanbiedt voor optredens als klankzanger van Griekse en Russische “wereld” muziek)
En er is werk te zien van de kunstenaars Bia Maas en Karin de Boer.

Als u in de buurt bent, rijdt er even langs, mooie gelegenheid om dit aparte gemeentehuis dat 3 gemeentes herbergt eens te bekijken én de kunst die er hangt

Black Friday

Al een tijdje word ik doodgegooid met reclames op telefoon, laptop, in krant en bladen over Black Friday, alsof we niks anders te doen hebben dan kopen, kopen en nog eens kopen!

Om te zien wáár al dat geroep om klanten nu eigenlijk vandaan komt ben ik even in het fenomeen Black Friday gedoken. Waar komt het vandaan?
Amerika. Natuurlijk, waar anders

Het schijnt dat de eerste keer dat de term Black Friday  werd gebruikt door de politie  van Philadelphia was, in de jaren ’50!  De verkeersdrukte was daar, op de dag ná Thanksgiving, zo erg dat het ZWART zag van de auto’s!
Dit heeft (nog) niets te maken met het trekken van klanten met hoge kortingen, zoals de DIE dag (dagen) nu “ingevuld” wordt.
Black Friday blijkt in Amerika DE dag te zijn om te starten met de kerstinkopen!


Eerst vieren de Amerikanen en Canadezen Dankzeggingsdag.
De Amerikanen de vierde donderdag in november, Canadezen vieren het op een andere dag.



Ze zeggen dank voor (oorspronkelijk) de oogst én alle andere goede dingen. Veel werknemers hebben die dag dan vrij!
De dag ná Thanksgiving gaan de winkels vroeger open en geven ze hoge (tot wel 75%) korting om mensen naar de winkels te lokken.
Mensen staan voor die aanbiedingen soms uren in de rij!




Helaas is deze (stomme) traditie ook naar Nederland overgewaaid en wordt ook hier op die dag de focus gelegd op kopen, kopen en nog eens kopen. Vaak gaan de  zogenoemde waanzinnige aanbiedingen al een week eerder in en gelden ze  tot Cyber Monday ( marketingterm voor de start van online Klaas/Kerstshoppen)

De Consumentenbond waarschuwt dat veel van die chocoladeletteraanbiedingen niets voorstellen; slechts één op de 10 aanbiedingen is de moeite waard (onderzoek !)
(Bij de van – voor prijs moet de van- prijs van minstens 3 maanden vóór black Friday gehanteerd worden, iets dat vaak NIET gebeurd, zo blijkt)
 
Ik voeg hier een waarschuwing van mezelf aan toe: Nu, in Coronatijd lijkt het me niet slim om massaal naar winkels te gaan en ook nog eens in de rij te gaan staan ( in de rij staan om je geld  ergens  af te geven vind ik sowieso een enorm stom idee)

Eerst dankzeggen voor wat je hebt en de dag erna meer, en nóg meer gaan kopen?????
Rare jongens, die Amerikanen*)
En wij Hollanders? Wij volgen ze na!


*) vrije interpretatie van Obelix, die vaak “Rare jongens, die Romeinen” zei.

Zeldzaam woord

Door (kruiswoord)puzzelen en woordspelletjes te doen leer je wel eens een nieuw woord. Het zijn zelden woorden die je in de “gewone” spreektaal gebruikt, desalniettemin vind ik het leuk om de herkomst te achterhalen. (als het woorden met “onmogelijke” letters zijn, is het fijn om bv. met de q of x méér mogelijkheden te hebben en de woorden zelf te kunnen gebruiken in woordspelletjes

Onlangs zag ik weer zo’n woord en zocht het op.
Een heel bijzonder woord, een woord dat betekent dat het maar één keer (in een tekst of zelfs in een taal)* voorkomt!!

Hapax

Het is een Grieks woord, oorspronkelijk hapax legomenon,(afgekort in het Nederlands tot hapax) dat afkomt van de  Griekse woorden
apax (ἅπαξ) = éénmaal en
legómenon (λεγόμενον) =  dat wat gezegd wordt

Natuurlijk ga ik naar een voorbeeld zoeken, zo’n woord ken ik (“natuurlijk”) niet, hoe groot is de kans dat ik nét toevallig DAT gelezen heb waar dat woord ín of óp staat?
Maar tot mijn verbazing ken ik wel een hapax;  “Dodemansbrief”, een woord verzonnen door de dichter Willem Wilmink (1936-2003) aan het eind van zijn leven.

Ik las dat hapax oorspronkelijk speciaal gezegd  werd van woorden uit het werk van Homerus.
Het schijnt dat in Homerische woordenboeken hapaxen vaak met een speciaal teken staan aangeduid.

Als een hapax een “verzonnen” woord is, dan lijkt mij de betekenis van het woord  feitelijk niet zeker!

In de Staatscourant (Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814 ) Nr. 35790 uitgegeven op 21 oktober 2015 staat in een
Mededeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nr. 801624, (houdende de publicatie van de woordenlijst zoals op 12 juli 2015 vastgesteld door het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) in één van de 749 bijlagen op pagina 281 het woord “hapax” vermeld.

In  een onderzoek van het  Centrum voor Leesonderzoek (vakgroep Experimentele Psychologie) werd het woord “hapax” herkend door: 9 % van de Nederlanders en 13% van de Vlamingen
IK zat niet bij de 9% van de Nederlanders die het kende. NU wel. En U lezer, ook!


[Toen ik toch op die internetsite van het Centrum voor Leesonderzoek was, heb ik meteen even zelf de test gedaan van hoeveel Nederlandse woorden ik ken ( ik moest mijn ego even opkrikken na het niet kennen van het woord HAPAX)
Dat opkrikken lukt want ik bleek 87% van de woorden te herkennen (én bovengemiddeld gescoord te hebben). Dan heeft dat lezen, schrijven, puzzelen en opzoeken tóch zin gehad]
Als u de test wil doen: http://woordentest.ugent.be/woordentest]




Herten?

We wandelen in een bos. Er zouden daar herten moeten zitten

Er staat een verbodsbord voor mensen met honden; er is een natuurbrug en als honden daar hun geur achterlaten wil het wild er niet meer overheen, terwijl de natuurbrug is aangelegd om de dieren een doorgang te geven, zodat ze een groter leefgebied tot hun beschikking krijgen.

Ik zou het enig vinden een hert of ree in een bos te zien, toch anders dan in een hertenkamp.
We wandelen veel in bossen maar zien geen herten of reeën. (Vanuit de auto, als we naar de Achterhoek rijden, soms één of meer in een weiland of aan de rand van het bos)
Ik vrees dat Nederland té druk wordt om nog veel in het wild levende zoogdieren in onze bossen te kunnen herbergen. Alleen op de Veluwe weet ik een plek waar je bijna zeker, tegen de schemering, nog wild kan zien.

Twee dagen later wandelen we in een ander bos; er staat een informatiebord, ook daar staan herten op, ook hier zouden ze dus moeten zitten. Weer zien we ze (helaas) niet!
Het heuvelt hier een beetje en is een gemengd bos, gigantisch hoge naaldbomen naast kleinere berken en beuken. Hier en daar afgewisseld met wat hulst.

We zien zelfs een struik met gele én rode hulstbessen. Waarschijnlijk zijn het twee in elkaar gegroeide struiken, maar het onderscheid is niet te zien.
Ook naast zo’n hoge woudreus staat een klein iel hulstboompje maar wél met rode besjes!

De grond is bezaaid met geel, bruin en rood, een prachtig herfst tapijt. We horen een specht maar kunnen hem niet lokaliseren.
In een grote hoge hulstboom horen we enorm geritsel, na een tijdje vliegen er twee houtduiven uit; lomperiken zijn het! Het is hier verder enorm stil, tijden heb ik niet zo’n stilte “gehoord” geen weg op de achtergrond, één zingend vogeltje en verder STILTE.
We genieten.

Als we met de auto terugrijden besluiten we onderweg iets lekkers te halen; er staat op een parkeerterrein bij een woonwarenhuis een gebakskraam, weten we. Als we voor het woonwarenhuis staan en naar de gebakskraam lopen zie ik 2 grote herten(?!) staan.
Dus hebben we toch nog 2 herten gezien, al waren het dan geen levenden en al was het dan niet in het bos!

Vliegende dieren onderkomens

Wij, mensen, doen nogal wat om vliegende dieren naar onze tuinen te lokken.
We willen vogels, insecten én de enige vliegende zoogdieren “beschermen”; voor uitsterven behoeden; een rustige plek geven om te broeden, maar we willen óók dat ze ons vermaken, voor ons “optreden”, als we ze (vaak) achter glas gadeslaan.

In de loop van de jaren heb ik nogal wat vogelhuisjes, nestkastjes, vleermuiskasten en insectenhotels gezien en soms ook gefotografeerd

Vleermuizenonderkomens
Ik heb er een aantal bijeengezocht om u de variatie  te laten zien.
Variatie ook in “nestkastjes”

De natuur heeft een rijke variatie aan vliegende dieren.
Wij mensen hebben fantasie als het op het maken van hun onderkomens aankomt!

Een insectenhotel is een door de mens, met natuurlijke materialen vormgegeven. overlevingsplaats voor heel wat dieren. (In de onze zitten voornamelijk oorwurmen en spinnetjes)

Er zijn insectenhotels in allerlei formaten en vormen

Iets dat ik zelf nog nooit ergens gezien heb, maar waarvan ik afbeeldingen op internet zag, is een vlinderhotel.
Vlinders overwinteren op een beschut plekje. Zelf heb ik wel eens een overwinterende vlinder op de zolder gevonden
Het leek mij leuk om vlinders in onze tuin een kans te geven om in een “hotel te overwinteren” Maar toen ik las “Blijft je vlinderhotel leeg? Niet getreurd. Vlinders kruipen van nature toch liever op andere plekjes, zoals schuurtjes, houtstapels of struiken.” heb ik maar géén vlinderhotel aangeschaft; ze komen wel “op onze andere plekjes”

Tol


In de vakantie rijdend in bijvoorbeeld Frankrijk kom je tolwegen tegen,  je betaalt geld om over deze wegen te mogen rijden. In Frankrijk kennen ze geen wegenbelasting (de rest van het wegenonderhoud wordt door benzineaccijns gefinancierd)

In Nederland kennen we geen tolwegen meer, vroeger wel.

Wegen werden vroeger in Nederland  ingedeeld in drie klassen: rijkswegen, departementale wegen en lokale of “buurtwegen”
Heel vroeger (voor 1800) was maar ca. 500 km van de wegen in Nederland voorzien van bestrating.
De wegen die bestraat waren werden ook wel Straatweg genoemd. (In mijn geboortedorp ligt de Hilversumsestraatweg, nooit heb ik over die naam nagedacht, anders dan de weg van Baarn naar Hilversum: NU weet ik dus dat DIE weg, kennelijk eerder dan andere wegen bestraat was.)

Rond 1850 waren de meeste rijkswegen verhard.
In de tweede helft van de negentiende eeuw werden ook veel regionale en lokale wegen sterk verbeterd.
Rond 1900 was ongeveer 1200 kilometer rijksweg bestraat. Meestal met gebakken klinkers.

Waar veel zwaar verkeer was, gaf men de voorkeur aan keien van Belgische hardsteen of Duits basalt zogenoemde  “kinderkopjes” (De naam kinderkopje duidt op de grootte van de stenen: zo groot als het hoofd van een kind)

Bestrate wegen vond men heel vroeger alleen in- en direct buiten de steden.
Verbetering van wegen en de aanleg van bruggen vonden meestal plaats op initiatief van de steden zelf. Deze projecten werden soms gefinancierd door particulieren die daarvoor TOL mochten heffen, dat gebeurde in zogenaamde tolhuisjes.
Een tolhuis is een gebouw aan een verkeers- of waterweg, waar tol werd geheven en betaald. Meestal was het tolhuisje ook een dienstwoning waar de tolgaarder of tolpachter met zijn gezin woonde.

Bijvoorbeeld in en rond de BEL- gemeenten en omstreken*)  financierde de maatschappij van de heren Huydecoper en van Maarseveen de bestrating van de weg van Naarden via Laren, Eemnes en Blaricum naar Huizen (Een deel van deze weg werd daarom  in de volksmond ook wel de Maatschappijweg genoemd) Op dit traject staat nu nog een tolhuisje (1834 in gebruik genomen) op de Eemnesserweg in Blaricum

Ook in Huizen staat, met rieten dak, nu nog een tolhuisje
Het rieten dak vloog, door de vonkjes van de locomotief van de Gooische Stoomtram, die er  vroeger vlak langs liep, nog al eens in de brand. De tolheffing daar is in 1930 opgeheven

Er zijn in den lande hier en daar nog wel wat tolhuisjes van vroeger. In Gorinchem (ook wel Gorcum of Gorkum) staat een groter tolhuis , daar werd rond 1425 riviertol geheven.
Nu is er een appartement in de toren aangelegd, dat per nacht te huren is (met uitzicht over de Merwede, volgens de persinfo); slapen in een tolhuis!


tolhuis Gorinchem: Monument en bed

*) B(laricum) E(emnes) L(aren)

Veranderingen

Soms vinden er in een mensenleven grote veranderingen plaats.
Veranderingen die men niet zelf in de hand heeft:
Ontslag en geen werk vinden (voor jouw leeftijdscategorie of jouw expertise); partner of kind wordt ernstig ziek; je moet gedwongen verhuizen of er komt iemand bij je inwonen waar je voor zorgen moet. Heftig om daarmee te moeten dealen.
Het komt op je pad.

Er zijn ook veranderingen die je WEL zelf in de hand hebt en die het leven zoals het eerst was, totaal veranderen.

Ik ken een paar mensen die hun leven een andere wending hebben gegeven: moedige mensen, die weliswaar de verandering ZELF in gang hebben gezet maar zich daardoor ook (voor een groot deel) op onbekend terrein begaven.

Twee vrijgezellen die na vele jaren “latten” besloten de stap te wagen en te gaan samenwonen.
Als je meer dan 40 alleen hebt gewoond, je eigen plekje heb gemaakt dan is het heel wat om dát op te geven en in plaats van een individu ook echt, dag en nacht, 365 dagen van het jaar een stel te worden.
Ze kochten een huis samen; een bijzonder huis, waarin zich een “samen” bevond, maar ook een terugtrekruimte voor beiden.
Het was een stap in het onbekende die (heel) goed uitpakte.

Een stel die hun hele leven samen (samenwonend én getrouwd) in de op 2 na grootste stad van Nederland woonden, gingen beiden een baan én woning zoeken op het platteland.
Minder banen in hun nieuwe woongebied; het ging niet van een leien dakje; allebei moesten ze “water bij de wijn doen” op banengebied.
Hun huis in de stad was “zo” verkocht, hun nieuwe huis kwam op bijzondere wijze tot ze.
Ze wonen en werken in hun nieuwe omgeving, waar het zó anders is dan in de stad.
De ruimte, de stilte, het tempo, het werk, ALLES is anders; het bevalt!

Een getrouwde vrouw die na jaren in het supermarktwezen gezeten te hebben en opgeklommen tot assistent manager “iets” anders wil, gaat haar Vrachtauto rijbewijs C met code 95 halen.
Er zijn veel vrachtwagenchauffeurs nodig en nog vóór ze alle benodigde certificaten gehaald heeft, kan ze al een baan als vrachtwagenchauffeur krijgen, die ze aanneemt zodra ze alle benodigde papieren heeft.
Ze is nog niet bij haar nieuwe baan begonnen, dus hoe het haar bevalt weten we nog niet, maar moedig is het, zo’n carrière switch.

Het bijzondere van deze gevallen vind ik, is dat de mensen niet ongelukkig waren in hun “eerdere” leven; het was geen noodzaak. Ergens hadden ze het gevoel dat het ook anders kon, durfden ze de uitdaging aan te gaan en zich in het “onbekende” te storten.
Bijzonder moedige mensen!



Bosuil

De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Europa.
Ik denk dat ik al wel een paar keer een bosuil gezien heb. Ik weet zeker dat het een uil was, maar of het een bosuil was?

Een bosuil woont, de naam zegt het al, in het bos (loof én naald), maar ik las onlangs,  dat een bosuil ook in stadsparken en groene woonwijken te vinden is.
Bij ons zat hij eens vlakbij in een boom. Hij was daar geen vaste bewoner; we hebben hem daar maar één keer gezien (en foto kunnen maken)

Het mannetje maakt een geluid van ohoe en het vrouwtje van kw- wik.
Dát weet ik omdat we eens met een boswachter een uilenwandeling hebben gemaakt.
Er was een grote opkomst, zodat de aanwezigen in 2 groepen werden opgesplitst.
Wij hadden een boswachtSTER, de andere groep een boswachTER.
Onderweg kregen we veel uileninformatie, maar omdat het wel sneu was dat we geen uil zagen of hoorden ging de boswachtster met een soort fluitje het geluid van een uil voortbrengen zodat misschien een ECHTE uil zou antwoorden; ke-wik ke-wik deed het fluitje.
En ja hoor, ze kreeg antwoord; iedereen enthousiast.
Mijn lief vroeg, zachtjes, aan de boswachtster of ze zeker wist dat het een echte uil was en niet haar collega met de andere groep, die hetzelfde fluitidee had!
Ze wist het niet echt zeker!

Een bosuil broedt overwegend in boomholtes en begint al vroeg in het jaar (februari/maart) met nestelen. Een bosuilenpaartje is het hele jaar samen, dus je zou zeggen dat als je er één ziet, de kans groot is dat de “bijbehorende “ uil dan in de buurt moet zijn.
Ze schijnen ook ieder jaar op dezelfde plek te nestelen.
Daar hebben wij “bewijs” van: ooit lopend in een bos bij Amersfoort kwamen wij een joggende dame tegen die vroeg of we de uil al hadden gezien.
???
Wij kwamen kennelijk uit een richting waar een uil (2 dus begrijp ik nu) zijn/haar domicilie in de holte van een boom had. Hij(zij?) kwam(en) daar al jaren achterelkaar zei de joggende dame. Ze liep met ons mee en wees de holte aan, waarin, inderdaad, een uil zat te dommelen.
Het is dat de dame ons erop wees; we waren er zó aan voorbij gelopen.


Ook “ jeugdige “ uilen hebben we wel eens gezien, op een boscamping
Als het donker werd hoorde we een vreemd geluid; het leek op het heen en weer gaan van een schommel, kwe ik, kwi e.
We liepen over de camping om te zoeken waar het geluid vandaan kwam en kwamen een ouder echtpaar tegen die vroeg of we “even naar de uilen gingen kijken? ”
???
Zij wezen ons een nest aan. Bovenin een hoge naaldboom zagen we, toen onze ogen gewend waren aan de schemering, op een tak 2 paar uilenoogjes naar beneden kijken.(helaas vanwege de duisternis geen foto kunnen maken)
Het was een koddig gezicht!

Jonge uilen heten uilskuikens, maar ik las nu ook een andere naam voor ze: takkeling.
Het schijnt dat vóór ze écht uitvliegen, eerst “oefenen” op een tak, daar komt deze bijnaam vandaan!

Nu de bladeren uit de bomen vallen en de takken vrij kaal aan het worden zijn, zouden uilen makkelijker te spotten zijn.
Wij lopen nogal eens omhoogkijkend in het bos; helaas dit seizoen nog geen uil gezien!










Asbest

Asbest is een verzamelnaam voor zes, in de natuur gevormde, mineralen met een vezelstructuur én het is de naam van een Russische stad, in het Russisch: Асбест  (ca. 80 000 inwoners) 86 kilometer ten noordoosten van Jekaterinenburg 


Veel bewoners van deze stad winnen er het mineraal asbest
De Asbest dagbouwmijn is de grootste ter wereld en is 11,5 kilometer lang, 1,8 kilometer breed en bijna 300 meter diep. Hier wordt per jaar 500.000 ton asbest gedolven.
Mede door déze mijn produceert Rusland in totaal 870.000 ton per jaar, waarvan 60% in Rusland blijft.

Van asbest is bekend dat het kanker kan veroorzaken, momenteel is het in ca. 55 landen verboden om asbest te verwerken; wereldwijd zijn al een groot aantal asbestmijnen stilgelegd.
Wel wordt er nog witte asbest, Chrysotiel, gewonnen.


In het stadje  Асбест (Asbest) blijven ze het mineraal gewoon winnen, ook al ligt het aantal kankergevallen in de stad 20 procent hoger dan op andere plaatsen.

Ook in Europa waren op diverse locaties asbestmijnen operationeel. De grootste mijn in Europa lag in Italië, deze was actief van 1871 tot 1990.
De laatst gesloten asbestmijn in Europa  lag in Griekenland en werd in 2000 gesloten

Asbest heeft lang bekend gestaan om een aantal goede eigenschappen: het is sterk, slijtvast, bestand tegen hoge temperaturen én het was bovendien: goedkoop!.
In Nederland zijn veel toegepaste soorten: wit asbest (chrysotiel)*), blauw asbest (crocidoliet)** en bruin asbest (amosiet). Soms zijn in één product twee of drie verschillende soorten asbest aanwezig

In het verleden zijn veel asbesthoudende materialen gebruikt. In Nederland is het meeste asbest in de bouw gebruikt: gebouwen en woningen ***) Chrysotiel (witte asbest) is veel gebruikt bij het maken van bijvoorbeeld golfplaten daken op schuurtjes. Ook is het gebruikt in installaties en op schepen.

Later werd bekend dat er vezeldeeltjes  van het asbest los kunnen komen en dat die een risico vormen voor de gezondheid. Asbestvezels die in de lucht zweven, kunnen na inademen diep in de longen doordringen. Dat kan – meestal pas na jaren – longkanker of mesothelioom (longvlies- of buikvlieskanker) veroorzaken.****)
De beroepsmatige toepassing van asbest is in 1993 gestaakt, daarom worden bouwwerken van na dat jaar gezien als asbestvrij.

(Toen nog) Minister van Veldhoven heeft in maart 2020 samen met provincies, gemeenten, Milieu Centraal, brancheverenigingen en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de “Samenwerkingsverklaring aanpak asbestdaken” ondertekend

Die verklaring houdt in dat de ondertekende partijen gaan werken aan een asbestdakenvrij Nederland  (Om particuliere dakeigenaren te helpen werd een fonds opgericht :de Overheid droeg 12 miljoen euro bij, van waaruit leningen verstrekt kunnen worden. Men wil dakeigenaren bewust maken dat het beter is om hun asbestdak te verwijderen.

Ik ken een paar van die dakeigenaren.  2 familieleden  van mij hebben in de afgelopen 3 jaar een huis gekocht. Van beide gekochte huizen was er bij de koop bekend dat er asbest in de daken was verwerkt.

Op dit moment is er geen wettelijke verplichting om bestaand asbest te verwijderen.
Als er op dit moment ergens asbest aanwezig is mag men dit voorlopig laten zitten.
Vanaf 2024 zijn daken waarin asbest verwerkt zit verboden.
Waarom wachten tot 2024?
Dat asbest MOET uit hun daken vinden allebei mijn familieleden

Het ene familielid,  (bouwjaar huis 1964) heeft alleen een schuurtje waar asbest in het dak verwerkt is. Hij gaat het samen met de buurman, die ook zo’n schuurtje heeft, verwijderen.

Zelf asbest verwijderen
mag alleen wanneer de totale oppervlakte van het materiaal niet groter is dan 35 vierkante meter, men er zeker van is dat er geen asbestvezels vrij gaan komen (geen materialen breken, zagen o.i.d.) en als het om de hechtgebonden variant van asbest gaat. (hechtgebonden asbestmaterialen zijn materialen waarin de vezels stevig in een dragermateriaal verankerd zitten. Als het materiaal dan in goede staat verkeert en niet wordt bewerkt of gesloopt, komen er nauwelijks vezels vrij.)
Dit is bij hen van toepassing. Ze gaan er eerdaags mee beginnen

Bij het andere familielid (bouwjaar huis 1905) gaat het om asbest in een dak van een flinke aanbouw aan zijn huis; hij laat het doen.
De “witgepakte mannen” kwamen ’s morgens vroeg, er werd “verboden toegang asbestlint” uitgezet en de familie kreeg huisarrest.

Toen de mannen om ca 1 uur klaar waren gingen ze “stofzuigen” en kwam er daarna controle, vóór de familie weer naar buiten mocht.
Nu zitten ze met open spanten, waar “straks” een asbestvrij dak op komt.

Voor info over asbestverwijdering zie de site van de Rijksoverheid/asbest.



*) Witte asbest, met een gekrulde vezel, is het minst schadelijk, maar blijft gevaarlijk

**)Blauwe asbest is het meest schadelijk. Dat komt omdat de vezels naaldvormig zijn, en als die breken, gebeurt dat in de lengte; ze worden dan nog dunner en gevaarlijker.
Het gebruik van dit  crocidoliet is geleidelijk stopgezet sinds de jaren 70 van de vorige eeuw.

***)Nederland verwerkte van de ooit geïmporteerde asbest ruim 80% tot asbestcement producten zoals golfplaten en waterleidingbuizen.

****) Blootstelling aan asbest kan ervoor zorgen dat naast mensen ook dieren mesothelioom oplopen

 Tuincentrum in kerstsfeer

Rond de kersttijd zijn er weer tal van kerstmarkten.
Vóór het Coronatijdperk gingen er  busreisjes van Nederland naar België ( oa. Gent, Antwerpen en Brussel) en naar Duitsland (Essen, Oberhausen en Düsseldorf) om daar een dagje te “kerstmarkten”


Er zijn grote, maar ook kleinere kerstmarkten; in steden, dorpen, maar ook bij tuincentra.
Een bekende  kerstshow in deze regio is de kerstshow in Soest bij tuincentrum Vaarderhoogt.
Het is NU al begonnen, binnen en buiten. De kersthuisjes zijn vanaf gisteren open voor 4 personen tegelijk binnen daarvóór was het 2pers.tegelijk).Touringcars zijn nu, in Coronatijd verboden, maar met auto en fiets zijn bezoekers welkom (gratis parkeerterrein voor de zaak)

Het is duidelijk een kwekerij, zodat bij binnenkomst op het buitenterrein de kerstbomen en decemberplanten het eerst opvallen.

Boompjes mét en zonder sneeuw!

Elke 3 a 4 dagen komen er andere “bewoners” in de kersthuisjes, dus na 4 dagen zijn er weer totaal andere artikelen te bekijken en te kopen

Elk jaar is er een stal met het kersttafreel en levende dieren. Dit jaar was een koe mijn favoriet,  in de stal  achterin gaven  de schapen hem “rugdekking”. Het ezeltje stond wat schrikachtig in zijn stalafdeling.

Dit jaar heb ik NIETS gekocht, maar wel wat ideeën opgedaan. Zo zag ik dat ik van pompoenen (nu nog op mijn schaal liggend) een kerststukje kan maken (ook leuk om weg te geven) en  hoe ik van een lange smalle doos, plank o.i.d. met besneeuwde dennenappels en windlichtjes een leuk kerststilleven maken kan.

Op een pleintje staan tal van eet- en drinktentjes; wij kozen voor de poffertjes (staand opeten) , vreselijk lekker maar niet slim als je een zwarte wollige jas aan hebt! Ik zag er daarna “bestoven

Op een pleintje staan tal van eet- en drinktentjes; wij kozen voor de poffertjes (staand opeten) , vreselijk lekker maar niet slim als je een zwarte wollige jas aan hebt! Ik zag er daarna “bestoven

Op een pleintje staan tal van eet- en drinktentjes; wij kozen voor de poffertjes (staand opeten) , vreselijk lekker maar niet slim als je een zwarte wollige jas aan hebt! Ik zag er daarna “bestoven“ uit

Hoewel ik mezelf pas ná Sinterklaas toesta om in kerstsfeer te geraken vond ik dit toch leuk om nu te bezoeken in een rustige tijd qua bezoekers. Dat zal vast anders worden naarmate het korter voor kerst is!
Tot 23 december is Vaarderhoogt dagelijks te bezoeken van 10.00- tot 17.00 uur!