Mededogen

De flats boven het winkelcentrum waar ik altijd mijn dagelijkse boodschappen doe, worden gerenoveerd. Dat denk ik tenminste want er staan steigers voor er zijn netten gespannen [voor de (niet) vallende dingen] en er is een geboor, gehamer en allerlei andere harde geluiden te horen.
IK heb er geen last van, maar het lijkt me voor de bewoners best vervelend.
Het is nu eenmaal zo dat waar gehakt wordt de spaanders vallen, geen verbouwing zonder herrie, stof en gruis en ander ongemak. Dat het “moeilijk” voor sommige mensen is, was vanmorgen duidelijk  te merken.

Om het winkelcentrum te bereiken moet ik tijdelijk met mijn fiets onder steigers en netten door.
Vanmorgen, even over 8, was er commotie boven mijn hoofd toen ik er onderdoor reed.
Geen apparaatgeluiden maar menselijk stemmen. Ik zette mijn fiets in het fietsenrek vóór de supermarkt en keek naar boven. De stemmen waren inmiddels zo luid dat het leek of  de stem van één van de mannen (er stonden er 3!) versterkt werd: “Jullie hebben mij kanker bezorgd, stelletje klerelijders.
Onverstaanbaar mensengebrom van een andere stem en dan weer loeihard: “De Alliantie is een tyfusinstelling”

Een medewerkster van de supermarkt kwam naar buiten en vroeg me wat er aan de hand was. Ik hoefde geen antwoord te geven want de stem schalde over het pleintje, waar inmiddels veel mensen deden of er niets gebeurde.
Boven hun hoofd gebeurde iets wat dreigend was en waar ze (toch) niets aan konden doen, doorlopen en/of wegwezen dus.
De supermarktdame knikte en zei tegen mij “We kunnen er niets aan doen, ik loop dan altijd maar weg” en ze liep naar binnen. Ik keek nog één keer omhoog; ik kon ook niets doen; sussen van beneden af was geen optie, ze zouden het niet horen.
Het zag er naar uit dat de twee mannen  bij hem in de buurt al probeerde te sussen.
Ik hoopte dat het niet tot een handgemeen zou komen en liep ook de supermarkt in.

Het laat me niet gauw los, zo’n voorval. De woordkeus was niet de mijne, maar uit het weinige wát ik gehoord had was er een MENS die kanker had en  er IEMAND of IETS de schuld van wilde geven, waarschijnlijk getriggerd door de enorme herrie die er zo vroeg al voor zijn deur (slaapkamer?) plaatsvond. Ik had medelijden met de man én met zijn vermoedelijke huisgenoten
Ik kán niets voor hem doen, alleen mededogen voelen en dáár heeft hij niets aan.
Soms sta je “heel even” aan de zijlijn van iemands leven, hoor of zie je maar een héél klein stukje  van dat leven en loopt je hart over van mededogen.
Je kunt niets, maar “zomaar” negeren lukt (mij) dan soms niet.

 

Faillissement?Of niet?

Ooit trainde mijn lief mét een andere man een jeugdhonkbalteam.
We hadden op het veld, een leuk contact met de andere trainer en zijn vrouw, die kapster was.

Toen zij, 34 jaar geleden een kapsalon niet ver van ons dorp begon liet mijn man zijn haar dáár knippen. Onze zoon ging over op een andere sport, mijn man stopte met trainen en we verloren het contact met het stel. Máár mijn man bleef naar haar kapsalon gaan. Soms werd hij door haar geknipt, soms, als zij er niet was, door een andere kapster. Hij was tevreden.

Twee jaar geleden vertelde ze dat ze de zaak ging verkopen en stopte met het kappersvak.
Er was al een koper gevonden die ook het personeel overnam (het pand bleef van haar. de nieuwe koper huurde het)
Mijn man nam afscheid van haar en bleef naar de zaak gaan om geknipt te worden.

De nieuwe eigenaresse leek aardig, het personeel bleef hetzelfde, mijn lief bleef tevreden. Tót een moment dat hij een afspraak wilde maken en er niemand de telefoon opnam. Vreemd, geen gehoor en geen antwoordapparaat tijdens “gewone ”kappersuren.
Een tijdje later reden we langs de kapperszaak. Geen licht, deur dicht, het pand zag er verlaten uit.
Nog later keken we weer op internet en lazen we dat de zaak wegens ziekte gesloten was.

Mijn lief zocht en vond een andere kapper.
Verleden maand fietste we weer langs de donkere kapperszaak, er hing een pamflet op de deur, we stapten van onze fietsen om te kijken wat er op stond. Een oude man met een hondje liep langs ”Ze is failliet hoor”. De man wist het verder ook niet, maar failliet was ze. Het pamflet was van buiten af opgeplakt en ging over een evenement in het dorp. We waren niet veel wijzer geworden.
(Niet alles geloven wat een voorbijganger zegt!)

Gisteren kwamen we weer langs de zaak, er stond een auto  voor de deur  en er was licht aan in de zaak .We liepen er heen. Het was de vrouw van de jeugdhonkbaltrainer van weleer.
Ze vond het leuk ons te zien en nodigde ons binnen uit.
Inderdaad was haar opvolgster failliet gegaan. Onbegrijpelijk.
Een goed lopende zaak met hetzelfde personeel en klantenkring,  binnen 1 ½ jaar kapot. Hoe kán dat?vroeg zij zich nog steeds af.
De nieuwe eigenaresse werkte zelf maar sporadisch in de zaak, (een paar handen minder) en dus moesten de andere kapsters harder werken. Eén kreeg een burn- out, een ander rugklachten.
Soms sloot de eigenaresse de zaak en was er geen personeel, klanten kregen geen gehoor.  Ook klanten mét afspraak vonden de deur  nogal eens gesloten zónder dat er afgebeld  was.
Het bleek dat de nieuwe eigenaresse (na 2 jaar huwelijk)  gescheiden was.  Ze wilde haar ex-man, die voor een aantal zaken (huur etc) getekend had en medeverantwoordelijk voor de zaak was “ financieel helemaal kapot maken
Dát had ze binnen 1 ½ jaar voor elkaar. De zaak failliet.

De vorige eigenaresse had er lang niet van kunnen slapen vertelde ze, toen ze de zaak waarin ze 32 jaar haar liefde en energie in had gestopt kapot zag gaan. Ze bleef contact met haar personeel houden en zei na de verhalen over de nieuwe eigenaresse in het begin “Geef haar een kans”
Tot dat de  kapsters geen salaris meer uitbetaald kregen, toen wist ze dat het (erg) fout zat! De kapsters moesten een andere baan zoeken. Gelukkig was dat met allemaal gelukt.
Ze hadden met elkaar afgesproken één keer per jaar een uitje te organiseren en bij elkaar te komen.“Dat blijven we doen”! zei ze strijdvaardig.

Ze staat op de lijst van schuldeisers (voor de achterstallige huur) géén  idee of ze dat geld ooit nog krijgen zal.
Ze was nu de zaak aan het leeghalen, voor de inboedel (kappersbenodigdheden) had ze een koper gevonden en het pand stond nu te koop.
Het was een droevige einde geworden van de eens zo bloeiende zaak, die nu misschien wel een makelaarskantoor gaat worden, zelfs een woonhuis behoort tot de mogelijkheden.
Zij is er klaar mee!

Oma’s spierballen

De kleindochter van 5 jaar is bij oma.
Oma is een jong uitziende zeventiger, die vanwege de extreme hitte in een vrij bloot zonnejurkje rond loopt.
“Oma, wat zijn dat?” Het kleine prikvingertje wijst naar oma’s bovenarmen.
Oma glimlacht ”Als je ouder wordt gaat je huid wat ruim zitten, soms gaat het een beetje hangen, zoals daar”
“Mag ik voelen?” Het kleine meisje blijft nieuwsgierig.
Oma vindt het goed en een klein handje aait over haar bovenarm
”Lekker zacht” is haar oordeel.

Later krijgt ook opa de vraag ”Wat zijn dat opa? “en ze wijst naar zijn spierballen.
Opa spant zijn spierballen: “Dat zijn mijn spierballen”
Ook daaraan wil ze voelen, maar commentaar blijft uit.

Kort hierna wordt de kleindochter 6 jaar en dat wordt gevierd.
Alle 2 de oma’s en opa’s zijn op haar feestje.
De ene oma móet met de andere oma even iets delen.
Ze vertelt wat haar kleindochter zei:
“Oma, ik weet waarom jij mouwtjes draagt”
”Omdat jij oud bent en dan gaan je velletjes hangen, dat heeft de andere oma ook.”
Allebei de oma ’s lachen (wat hebben ze toch een leuk kleinkind!!)

Een week later is ze weer bij oma.
Oma’s bovenarmen blijven haar fascineren.
“Oma mag ik je velletjes zien?”
Oma doet haar mouwtje omhoog. De kleine kijkt er gefascineerd naar en zegt troostend
“Oma, het kunnen ook spierballen zijn, hoor”.

Oma is gerustgesteld.
Het zou kunnen.

Mensenpoep

Ooit waren we in een horecagelegenheid waar een briefje op het raam hing dat er op het toilet géén grote boodschap mocht worden gedaan.
Zo’n briefje intrigeert me dus ik ben met de dame achter de toonbank gaan praten.
Wat bleek? Het gebeurde nog al eens dat iemand vroeg of hij of zij even van het toilet gebruik mag maken, dat mocht altijd.
Een paar keer heeft ze nu meegemaakt dat de hele toilet onder de poep zat. Zij moet het dan schoonmaken. Dat is ze zat.
Dit briefje voorkomt dit.
Niet, dat ze ook maar één moment denkt dat de mensen hun grote boodschap NIET  daar doen, maar tenminste ruimen ze het op om niet te laten merken dat ze het WEL gedaan hebben.
Een slimme dame daar achter de toonbank!

Onlangs moest ik daaraan terug denken. Ik hoorde wéér zo’n verhaal van een horeca-onderneemster.
Zij heeft, behalve de horeca ook een paar buitentoiletten waar badgasten (het ligt aan het water) naar het toilet kunnen, schoon te houden. Wat ze daar soms aantreft!!
Zoals een urinoir waar men een kind,  dat aan de dunne is, in heeft laten poepen! Niet schoongemaakt, de vieze luier nog op de grond.

Mensen die zoiets doen zouden taakstraffen moeten krijgen; wekenlang toiletten schoonmaken! Ze verprutsen het ook voor anderen want horecaondernemers zijn het zat en sommigen zeggen nu NEEN als je vraagt of je even van het toilet gebruik mag maken.

Ook bij zo’n verhaal wil ik wel graag een “toepasselijke”, zelfgemaakte*) foto plaatsen.
Deze keer de “bijzonderste toiletten “die ik ooit gezien heb, in the middle of nowhere in een regenwoud “ergens” in Nieuw Zeeland.
w.c. nieuwzeeland

 

*) ik smokkel een beetje met dat” zelf”, foto’s van mijn zéér naasten vallen daar ook onder.

Zwanen- én mensenleed

We fietsen over een bruggetje. Onder het bruggetje zijn een vader en een moeder zwaan in het water, 2 jonge zitten op de kant. We kijken vertederd.

2 jonge zwaantjesEr staat een man over zijn fiets gebogen ook te kijken.
– Leuk spul he? –
Wij beamen en vertellen dat we net een zwanenechtpaar met 5 jonkies hebben gezien.
– De gemeente neemt vaak de pa en ma zwaan eerst mee en haalt dan een paar jonkies weg, dan zetten ze pa en ma weer terug. Anders komen er teveel zwanen, daarom zijn er, denk ik, hier maar 2 kleintjes .

Een tijdje geleden is er een jongen hier gesnapt die een steen naar ze gooide. Dan ben je toch geschift? Gelukkig zag een agent hem, die gaf hem een schop onder zijn kont –

Wij luisteren alleen maar. De man heeft ziet dat als een aanmoediging

– Er woont hier tuig. Ik woon hier nou 2 jaar en er is al 2 keer bij me ingebroken. De laatste keer heb ik hem op heterdaad betrapt, nou dat heeft hij geweten.
Volgende week moet ik voorkomen. Eigen rechter spelen mag niet, he? –
Wij schudden met onze hoofden, nee dat mag niet.
Nou, ik ga maar weer, goeiedag samen –

Hij stapt op zijn fiets en rijdt weg.
Thuis kijk ik op internet of er iets van waarheid schuilt in het weghalen van jonge zwanen. IK kan er niets van vinden. Wél van het molesteren van (jonge) zwanen.
Zoals de man zei, als je dat doet dan ben je geschift!

 

 

 

 

 

Ekster versus kat

En merkwaardig schouwspel gezien gisteren
We hoorden enorm gekrakra vanuit een boom komen.
Er zat een ekster op een tak te krakelen *) met…… een kat.
kat in boom
De kat zat op een (niet erg dikke) tak
De ekster zat achter hem, hem uit te schelden.
De kat draaide zich voorzichtig om, waarop de ekster opvloog en in de kat zijn staart probeerde te pikken.

De kat kroop langzaam een stukje verder op de tak, de ekster vloog op en ging een stukje voor de kat uit zitten, de kat kroop er heen en… de ekster vloog op en probeerde de kat in zijn kont te pikken. Dit alles ging gepaard met een enorm kabaal van de ekster.
Het was een maf gezicht. De tak waarop de kat zat hing hoog boven een auto, in gedachte zag ik de kat al op het autodak belanden. De kat gaf niet op en probeerde dichter bij de ekster te komen, die opvloog zodra de kat dichtbij kwam en dan  rakelings over de kat heen vloog.
Het leek wel of de ekster de kat probeerde een misstap te ontlokken en hoopte dat de kat viel.
Wij hoopten van niet. Hoewel ik niet dol ben op katten, wens ik ze geen gebroken rug toe. ( ik weet dat men katten 9 **levens toedicht, maar ik geloof daar niet zo in)

We hebben een tijd staan te kijken, uiteindelijk klom de kat (bottom down) de boom uit en vloog de ekster luid roepend weg.
We hebben nog rond gekeken of de ekster een nest met jongen beschermde maar konden geen nest ontdekken.

 

 *)krakelen=  ruzie maken met

** Oorsprong kat heeft 9 levens: In Egypte was vroeger Atum-Ra een Katgod, die eigenlijk uit 9 goden bestond, hij overleefde van alles en werd daarom geloofd 9 levens  te hebben

Vogelavontuur

Eergisteravond zag ik iets bruins gedrongens lopen in de tuin. Even dacht ik: een konijn, maar zo bewoog het niet. Het zat stil in elkaar toen ik weer keek. Hij (of zij) hoorde me, liep langs de rand van de vijver en ging in de bovenste schotel van de ( uit staande) waterval zitten; Het was een vogel.
Wat voor één? Geen soort dat ik eerder in de tuin gezien had, bruin, groter dan een merel, met een erg lange snavel.
Nu zagen we dat hij zijn vleugel “raar” hield. Het begon te schemeren en we wilden hem niet opjagen, hij zat daar goed, mits……………… buurpoezen hem niet ontdekten. Het werd donker en hij zat er nog steeds. We lieten het maar zo, maar waren best bezorgd

’s Morgens om even over zevenen gordijnen open, geen vogel in de vijver of  daar in de buurt. De hoop was dat “onze” vogel  toch “gewoon” weggevlogen was.

Ik postte mijn blog, dat ik gisteren al geschreven had en was druk aan het typen, toen ik opeens iets “voelde”, uit mijn ooghoek zag ik beweging vóór onze schuifpui; een zwart /witte kat kwam, door de poten gezakt aangeslopen en vlak voor de schuifpui zag ik, ineengedoken: DE vogel.
Ik kwakte mijn notebook op de bank en opende de schuifpui, de vogel vloog niet weg, de kat dacht een seconde na: bespringen of wegrennen; ik brulde, hij stoof weg. (Dat malle mens had hem al vaker weggejaagd ) Ik trok mijn werkhandschoenen aan en pakte de vogel op en zette hem, bij gebrek aan beter, in de schuur. De schuur staat volgepakt met allerhande gereedschap waar hij tussen kan gaan zitten en onzichtbaar kan worden: géén ideale plek voor een bange vogel.

houtsnipMijn lief, die ik wakker maakte wist in de garage een verhuisdoos, zette die in elkaar, plakte hem van onderen dicht, terwijl ik een lap stof zocht en zo was de “tijdelijke vogelopvang” gereed.
Gelukkig zat de gewonde vogel nog stil op het zelfde plekje in de schuur waar ik hem had neer gezet.
Ik pakte hem op en zette hem in de doos en mijn lief zette een bakje water in de doos.
De vogel was mooi!! Roestbruin met allerlei donkere en lichtere spikkels; camouflage.
Zijn kop met zijn oog was prachtig getekend.
Wat nu? Het was te vroeg om de vogelopvang te bellen. Mijn lief kwam op het idee de dierenambulance te bellen voor advies. Die bleek om 8 uur bereikbaar te zijn; dat was het al bijna.  De centralist zei, nadat ik mijn verhaal had verteld dat ze de ambulance zou langs sturen en dat die de vogel naar het dierenhospitaal zou brengen. Tot besluit vroeg ze of ik een kleine donatie wilde geven. Dat wilde ik natuurlijk. ( bij nader inzien bleken we maar 5 euro contant geld in huis te hebben, dus sprong mijn lief op de fiets om snel wat contant geld te halen)

Vóór half 10 kwam de dierenambulance voorrijden. Een “oude rot” in het vak stapte uit, keek naar de vogel in de doos en zei : “Jonge houtsnip, waarschijnlijk tegen het raam gevlogen.” Hij  nam de doos mee: “Dan hoeft de vogel geen stress meer te hebben van het oppakken” De vogel had in de schuur niet bewogen, nu keek hij om naar zijn redder in het gele pak. De man vouwde de doos dicht. Ik gaf hem het het geld. ”O, dan moet ik u een briefje geven ”Dat ging moeilijk met de doos in zijn hand. Ik wuifde het weg ”laat maar zitten” Maar hij vertelde dat hij die bon, in tweevoud van de organisatie schrijven moest.  Daarna  vertrok hij met de houtsnip naar het vogelhospitaal.

We hopen dat de houtsnip het redt.

Wachtkamerpraat (2)

Wéér in een wachtkamer.

Als ik binnenkom zitten een man en een vrouw aan de leestafel ieder in een blad te kijken.
Ik groet en meld me bij de gereedstaande computer aan.
Na mij komt een vrouw op krukken binnen.
De andere dame kent en groet haar.
– Hallo, ben je al geopereerd? –
– Nee morgen –
– Vroeg? –
– 2 uur –
Het is even stil, de krukkendame heeft haar aandacht voor de computer nodig.
De andere dame zegt tegen haar man “Jaap, weet je wie dat is? –
“Jaap” wordt duidelijk in verlegenheid gebracht en geeft het diplomatieke antwoord
– Een bekend gezicht, maar ik kan het niet thuis brengen –
Zijn vrouw brengt de verlossing
– De moeder van Anneke –
De man Ojaat en buigt zich weer over zijn blad.
– Hoe is het met je zoon ? –  Gaat de ondervraging verder
– Geen idee –
– Wat? Zie je hem niet meer? –
– Nee, al jaren niet meer –
– Goh, het was zo’n leuk jongetje –
– Ja, tot zijn 8 ste jaar wel –
Ik houd mijn adem even in, maar de ondervraging gaat door.
– Heeft hij kinderen? –
–  Ja 2, ik heb kleinkinderen van 12 en 6 –
Op dat moment word ik binnengeroepen. Na een “klein” familiedrama te hebben aangehoord.

Mijn tandarts is tevreden.  Ze peutert wat met haakjes en tikt en kijkt en dan mag ik een afspraak maken over een half jaar.

Als ik terugkom in de wachtkamer zit alleen de man nog zijn blad te lezen.
Ik blijf denken aan dat leuke jongetje van 8, die volgens zijn moeder  zo veranderd is.

Een “aparte”dag.

We passen op huis, haard, planten en dieren van lieve mensen.
Hun huis is een portiekwoning in de hoofdstad van de Provincie Zuid Holland.
Het huis heeft een lange gang waarnaast de huiskamer ligt, de gang mond uit in de keuken, waarachter de werkkamer waarachter de slaapkamer ligt, met daarachter de schuur. (belangrijk voor het verhaal)

Er is een keer bij hen ingebroken dus het huis sluit als een fort, met 2 aparte sloten.
Eenmaal de deur dicht is er geen mogelijkheid meer om er in te komen, géén achterom, muurtje om overheen te klimmen of openstaand raam. Sleutels ALTIJD mee dus.
Op loopafstand is een AH, dus ’s morgens loop ik daarheen om een krantje en verse broodjes te halen.

Mijn lief slaapt uit (het is vermoeiend om op te passen!) en ik loop in de stromende regen naar de AH. Behalve broodjes en krant neem ik ook een pak toiletpapier mee, want ik zag dat dat bijna op was (belangrijk voor het verhaal) De kassière vraagt of ik voetbalplaatjes wil en aangezien ons enige kleinkind GEK op voetbal is zeg ik met graagte JA. Ik krijg een enorme stapel mee.
Als ik vlakbij het huis kom graai ik in mijn zak en voel mijn hoofd vuurrood worden: ik heb de deur achter me dicht getrokken ZONDER de sleutels in mijn zak te stoppen!
Mijn mobieltjes zit in de tas die op de bank ligt en de deurbel werkt vaker niet dan wel weet ik.

Ik bel, hoor de bel niet en mijn slapende lief ook niet, wed ik.
Ik klepper met de brievenbus en tik tegen het raam. Tevergeefs ik wéét het, maar wil toch WAT doen. In een grote stad bemoeit niemand zich met elkaar, dus al sta ik drie kwartier met de brievenbus te klepperen, op de deur te bonzen en op de bel te drukken, geen buurman of vrouw trekt zich er iets van aan. De schuinbovenwonende buurvrouw en bekende van ons en de oorspronkelijke bewoners logeert tijdelijk elders, dus ook daarvan hoef ik geen hulp te verwachten.

Gelukkig is het een PORTIEKwoning, dus ik sta droog, de trap is nat maar aangezien de vele rollen wc papier in plastic zijn verpakt en lekker zacht zijn leg ik die op de trap. Ik heb wel een krantje én voetbalplaatjes. Ik wissel af; bonken, beldrukken, voetbalplaatjes scheuren en door de brievenbus roepen.
Niet dat het zin heeft; de slaapkamer is erg ver van de voordeur er zit een halletje met tochtdeur tussen en vele meters gang, keuken en kamer. Mijn lief zal VANZELF wakker moeten worden.

Drie kwartier later:  mijn lief is (uit zichzelf) wakker geworden en hoort een raar geluid dat hem naar de voordeur lokt: Ik kan naar binnen.
Ik pak de boodschappen uit de tas en zie dat een van de katten op de bank gekotst heeft; dit gaat een bijzonder dagje worden.
’s Middags wilden we fietsen, mijn band stond lek.
Er stond een reservefiets, daar was het ventiel van stuk!

Hansje Brinker – Niet echt

Al eerder schreef ik over mijn familie die in Engeland woont.
Dáár hoorde ik ook voor het verhaal van Hansje Brinker.
Mijn lief had het in Nederland (hij dacht op school) al gehoord.
Het  “verhaal” gaat over de Nederlanders en het gevecht met de zee.
Hansje Brinker, was een sluiswachterszoontje die een gat in de dijk zag, zijn vinger erin hield tot er hulp kwam en daardoor een overstroming heeft voorkomen, zo vertelden de Engelsen ons.
Engelsen vinden het sowieso “eng”  dat wij Nederlanders onder de zeespiegel  wonen.
(26% van ons land ligt onder zeespiegelniveau en 59% van ons land is gevoelig voor overstromingen)

Het is géén historisch Nederlands verhaal, maar een verzinsel van een Amerikaanse jeugdboekenschrijfster Mary Mapes Dodges. ZIJ  liet zich weer inspireren door een Franse schrijfster Eugenia Foa (1796-1852) van “De kleine sluiswachter”.
Mary bewerkte dit verhaal en deed, net als Eugenia, of dit een oud volksverhaal was.

hansje brinkerOm de Amerikaanse toeristen die naar Nederland kwamen tevreden te stellen is er in 1950 een beeld van een jongetje met zijn vinger in de dijk geplaatst (Spaarndam) Erbij is een bord geplaatst waarop NIET de naam van Hansje Brinker staat, aangezien DIT dus een verzinsel is.
De Engelsen wisten NIET dat dit een verzinsel was, en eerlijk gezegd mijn lief en ik, tot vandaag, ook niet.