Ekster versus kat

En merkwaardig schouwspel gezien gisteren
We hoorden enorm gekrakra vanuit een boom komen.
Er zat een ekster op een tak te krakelen *) met…… een kat.
kat in boom
De kat zat op een (niet erg dikke) tak
De ekster zat achter hem, hem uit te schelden.
De kat draaide zich voorzichtig om, waarop de ekster opvloog en in de kat zijn staart probeerde te pikken.

De kat kroop langzaam een stukje verder op de tak, de ekster vloog op en ging een stukje voor de kat uit zitten, de kat kroop er heen en… de ekster vloog op en probeerde de kat in zijn kont te pikken. Dit alles ging gepaard met een enorm kabaal van de ekster.
Het was een maf gezicht. De tak waarop de kat zat hing hoog boven een auto, in gedachte zag ik de kat al op het autodak belanden. De kat gaf niet op en probeerde dichter bij de ekster te komen, die opvloog zodra de kat dichtbij kwam en dan  rakelings over de kat heen vloog.
Het leek wel of de ekster de kat probeerde een misstap te ontlokken en hoopte dat de kat viel.
Wij hoopten van niet. Hoewel ik niet dol ben op katten, wens ik ze geen gebroken rug toe. ( ik weet dat men katten 9 **levens toedicht, maar ik geloof daar niet zo in)

We hebben een tijd staan te kijken, uiteindelijk klom de kat (bottom down) de boom uit en vloog de ekster luid roepend weg.
We hebben nog rond gekeken of de ekster een nest met jongen beschermde maar konden geen nest ontdekken.

 

 *)krakelen=  ruzie maken met

** Oorsprong kat heeft 9 levens: In Egypte was vroeger Atum-Ra een Katgod, die eigenlijk uit 9 goden bestond, hij overleefde van alles en werd daarom geloofd 9 levens  te hebben

Vogelavontuur

Eergisteravond zag ik iets bruins gedrongens lopen in de tuin. Even dacht ik: een konijn, maar zo bewoog het niet. Het zat stil in elkaar toen ik weer keek. Hij (of zij) hoorde me, liep langs de rand van de vijver en ging in de bovenste schotel van de ( uit staande) waterval zitten; Het was een vogel.
Wat voor één? Geen soort dat ik eerder in de tuin gezien had, bruin, groter dan een merel, met een erg lange snavel.
Nu zagen we dat hij zijn vleugel “raar” hield. Het begon te schemeren en we wilden hem niet opjagen, hij zat daar goed, mits……………… buurpoezen hem niet ontdekten. Het werd donker en hij zat er nog steeds. We lieten het maar zo, maar waren best bezorgd

’s Morgens om even over zevenen gordijnen open, geen vogel in de vijver of  daar in de buurt. De hoop was dat “onze” vogel  toch “gewoon” weggevlogen was.

Ik postte mijn blog, dat ik gisteren al geschreven had en was druk aan het typen, toen ik opeens iets “voelde”, uit mijn ooghoek zag ik beweging vóór onze schuifpui; een zwart /witte kat kwam, door de poten gezakt aangeslopen en vlak voor de schuifpui zag ik, ineengedoken: DE vogel.
Ik kwakte mijn notebook op de bank en opende de schuifpui, de vogel vloog niet weg, de kat dacht een seconde na: bespringen of wegrennen; ik brulde, hij stoof weg. (Dat malle mens had hem al vaker weggejaagd ) Ik trok mijn werkhandschoenen aan en pakte de vogel op en zette hem, bij gebrek aan beter, in de schuur. De schuur staat volgepakt met allerhande gereedschap waar hij tussen kan gaan zitten en onzichtbaar kan worden: géén ideale plek voor een bange vogel.

houtsnipMijn lief, die ik wakker maakte wist in de garage een verhuisdoos, zette die in elkaar, plakte hem van onderen dicht, terwijl ik een lap stof zocht en zo was de “tijdelijke vogelopvang” gereed.
Gelukkig zat de gewonde vogel nog stil op het zelfde plekje in de schuur waar ik hem had neer gezet.
Ik pakte hem op en zette hem in de doos en mijn lief zette een bakje water in de doos.
De vogel was mooi!! Roestbruin met allerlei donkere en lichtere spikkels; camouflage.
Zijn kop met zijn oog was prachtig getekend.
Wat nu? Het was te vroeg om de vogelopvang te bellen. Mijn lief kwam op het idee de dierenambulance te bellen voor advies. Die bleek om 8 uur bereikbaar te zijn; dat was het al bijna.  De centralist zei, nadat ik mijn verhaal had verteld dat ze de ambulance zou langs sturen en dat die de vogel naar het dierenhospitaal zou brengen. Tot besluit vroeg ze of ik een kleine donatie wilde geven. Dat wilde ik natuurlijk. ( bij nader inzien bleken we maar 5 euro contant geld in huis te hebben, dus sprong mijn lief op de fiets om snel wat contant geld te halen)

Vóór half 10 kwam de dierenambulance voorrijden. Een “oude rot” in het vak stapte uit, keek naar de vogel in de doos en zei : “Jonge houtsnip, waarschijnlijk tegen het raam gevlogen.” Hij  nam de doos mee: “Dan hoeft de vogel geen stress meer te hebben van het oppakken” De vogel had in de schuur niet bewogen, nu keek hij om naar zijn redder in het gele pak. De man vouwde de doos dicht. Ik gaf hem het het geld. ”O, dan moet ik u een briefje geven ”Dat ging moeilijk met de doos in zijn hand. Ik wuifde het weg ”laat maar zitten” Maar hij vertelde dat hij die bon, in tweevoud van de organisatie schrijven moest.  Daarna  vertrok hij met de houtsnip naar het vogelhospitaal.

We hopen dat de houtsnip het redt.

Wachtkamerpraat (2)

Wéér in een wachtkamer.

Als ik binnenkom zitten een man en een vrouw aan de leestafel ieder in een blad te kijken.
Ik groet en meld me bij de gereedstaande computer aan.
Na mij komt een vrouw op krukken binnen.
De andere dame kent en groet haar.
– Hallo, ben je al geopereerd? –
– Nee morgen –
– Vroeg? –
– 2 uur –
Het is even stil, de krukkendame heeft haar aandacht voor de computer nodig.
De andere dame zegt tegen haar man “Jaap, weet je wie dat is? –
“Jaap” wordt duidelijk in verlegenheid gebracht en geeft het diplomatieke antwoord
– Een bekend gezicht, maar ik kan het niet thuis brengen –
Zijn vrouw brengt de verlossing
– De moeder van Anneke –
De man Ojaat en buigt zich weer over zijn blad.
– Hoe is het met je zoon ? –  Gaat de ondervraging verder
– Geen idee –
– Wat? Zie je hem niet meer? –
– Nee, al jaren niet meer –
– Goh, het was zo’n leuk jongetje –
– Ja, tot zijn 8 ste jaar wel –
Ik houd mijn adem even in, maar de ondervraging gaat door.
– Heeft hij kinderen? –
–  Ja 2, ik heb kleinkinderen van 12 en 6 –
Op dat moment word ik binnengeroepen. Na een “klein” familiedrama te hebben aangehoord.

Mijn tandarts is tevreden.  Ze peutert wat met haakjes en tikt en kijkt en dan mag ik een afspraak maken over een half jaar.

Als ik terugkom in de wachtkamer zit alleen de man nog zijn blad te lezen.
Ik blijf denken aan dat leuke jongetje van 8, die volgens zijn moeder  zo veranderd is.

Een “aparte”dag.

We passen op huis, haard, planten en dieren van lieve mensen.
Hun huis is een portiekwoning in de hoofdstad van de Provincie Zuid Holland.
Het huis heeft een lange gang waarnaast de huiskamer ligt, de gang mond uit in de keuken, waarachter de werkkamer waarachter de slaapkamer ligt, met daarachter de schuur. (belangrijk voor het verhaal)

Er is een keer bij hen ingebroken dus het huis sluit als een fort, met 2 aparte sloten.
Eenmaal de deur dicht is er geen mogelijkheid meer om er in te komen, géén achterom, muurtje om overheen te klimmen of openstaand raam. Sleutels ALTIJD mee dus.
Op loopafstand is een AH, dus ’s morgens loop ik daarheen om een krantje en verse broodjes te halen.

Mijn lief slaapt uit (het is vermoeiend om op te passen!) en ik loop in de stromende regen naar de AH. Behalve broodjes en krant neem ik ook een pak toiletpapier mee, want ik zag dat dat bijna op was (belangrijk voor het verhaal) De kassière vraagt of ik voetbalplaatjes wil en aangezien ons enige kleinkind GEK op voetbal is zeg ik met graagte JA. Ik krijg een enorme stapel mee.
Als ik vlakbij het huis kom graai ik in mijn zak en voel mijn hoofd vuurrood worden: ik heb de deur achter me dicht getrokken ZONDER de sleutels in mijn zak te stoppen!
Mijn mobieltjes zit in de tas die op de bank ligt en de deurbel werkt vaker niet dan wel weet ik.

Ik bel, hoor de bel niet en mijn slapende lief ook niet, wed ik.
Ik klepper met de brievenbus en tik tegen het raam. Tevergeefs ik wéét het, maar wil toch WAT doen. In een grote stad bemoeit niemand zich met elkaar, dus al sta ik drie kwartier met de brievenbus te klepperen, op de deur te bonzen en op de bel te drukken, geen buurman of vrouw trekt zich er iets van aan. De schuinbovenwonende buurvrouw en bekende van ons en de oorspronkelijke bewoners logeert tijdelijk elders, dus ook daarvan hoef ik geen hulp te verwachten.

Gelukkig is het een PORTIEKwoning, dus ik sta droog, de trap is nat maar aangezien de vele rollen wc papier in plastic zijn verpakt en lekker zacht zijn leg ik die op de trap. Ik heb wel een krantje én voetbalplaatjes. Ik wissel af; bonken, beldrukken, voetbalplaatjes scheuren en door de brievenbus roepen.
Niet dat het zin heeft; de slaapkamer is erg ver van de voordeur er zit een halletje met tochtdeur tussen en vele meters gang, keuken en kamer. Mijn lief zal VANZELF wakker moeten worden.

Drie kwartier later:  mijn lief is (uit zichzelf) wakker geworden en hoort een raar geluid dat hem naar de voordeur lokt: Ik kan naar binnen.
Ik pak de boodschappen uit de tas en zie dat een van de katten op de bank gekotst heeft; dit gaat een bijzonder dagje worden.
’s Middags wilden we fietsen, mijn band stond lek.
Er stond een reservefiets, daar was het ventiel van stuk!

Hansje Brinker – Niet echt

Al eerder schreef ik over mijn familie die in Engeland woont.
Dáár hoorde ik ook voor het verhaal van Hansje Brinker.
Mijn lief had het in Nederland (hij dacht op school) al gehoord.
Het  “verhaal” gaat over de Nederlanders en het gevecht met de zee.
Hansje Brinker, was een sluiswachterszoontje die een gat in de dijk zag, zijn vinger erin hield tot er hulp kwam en daardoor een overstroming heeft voorkomen, zo vertelden de Engelsen ons.
Engelsen vinden het sowieso “eng”  dat wij Nederlanders onder de zeespiegel  wonen.
(26% van ons land ligt onder zeespiegelniveau en 59% van ons land is gevoelig voor overstromingen)

Het is géén historisch Nederlands verhaal, maar een verzinsel van een Amerikaanse jeugdboekenschrijfster Mary Mapes Dodges. ZIJ  liet zich weer inspireren door een Franse schrijfster Eugenia Foa (1796-1852) van “De kleine sluiswachter”.
Mary bewerkte dit verhaal en deed, net als Eugenia, of dit een oud volksverhaal was.

hansje brinkerOm de Amerikaanse toeristen die naar Nederland kwamen tevreden te stellen is er in 1950 een beeld van een jongetje met zijn vinger in de dijk geplaatst (Spaarndam) Erbij is een bord geplaatst waarop NIET de naam van Hansje Brinker staat, aangezien DIT dus een verzinsel is.
De Engelsen wisten NIET dat dit een verzinsel was, en eerlijk gezegd mijn lief en ik, tot vandaag, ook niet.

 

 

Missie volbracht.

krachtcentrale2Vandaag was ik in de Krachtcentrale: Industrieel erfgoed dat NIET gesloopt is maar een nieuw leven heeft gekregen. Het gebouw herbergt kunstenaars met hun ateliers.
Vandaag was ik “ontboden” door edelsmid Natalie Hoogeveen; mijn hanger is klaar.

Erg nieuwsgierig fiets ik naar dit leuke pand dat er inmiddels mooier uitziet (deze vooraangezicht foto had ik afgelopen oktober gemaakt)

hanger

Mijn hanger is beeldschoon geworden, niet langer liggen de geërfde sieraden van moeder en oma in een doosje in een kast ( blog 28/2) maar zijn ze omgesmolten en verwerkt tot iets dat gedragen gaat worden.

Ook kreeg ik van Natalie nog een leuke tip om minder waardevolle, maar wel leuke sierraadjes, die ik echt niet ga dragen maar die wel emotionele (erf)waarde hebben, een nieuw leven te geven: Een soort glazen “schatkistjes” met daarin een foto tegen de achter wand en een sieraad erin, kan leuk zijn om ergens neer te zetten en zo toch eens te showen.

Blij met mijn nieuwe aanwinst én het leuke idee fiets ik naar huis. Dank Natalie!
Missie volbracht, mam.

Lopen- niet lopen-willen lopen

Lopen in de natuur is een levensbehoefte voor me. Ik zeg expliciet niet wandelen omdat ik  de indruk wil wekken dat ik van wandeltochten van dagen (met overnachtingen) of Pieterpadenlopen of zo, houd.
Gewoon ergens heen rijden, zomaar  in de natuur (bos, hei,weiland,strand,zand) lopen, of een route volgen en na afloop naar huis of ergens koffie; een “loopje” dus.

mortonsneuroma
Van tijd tot tijd gaat dat “even” niet meer. Een zenuwbeknelling in mijn voet (Morton’s neuroom) zorgt dan dat ik behoorlijke pijn bij het lopen krijg. Helaas is dat nooit vlakbij het eindpunt en kondigt het zich ook niet  tevoren aan aan. Het doet pijn, pijner, pijnst!

Rust helpt. Helaas ben ik niet zo van zitten!
Als het lang gaat duren en er komt nauwelijks verbetering is een bezoek aan de podoloog noodzakelijk.

Vanmorgen was dat noodzaak noodzakelijk, het niet- kunnen-lopen duurde me te lang.
Ik belde gisteren en kon vanochtend VROEG meteen komen  (helemaal TOP)
Als je niet meer werkt (luxepopje) is om 8 uur s morgens de deur uit :VROEG!
Dus heb ik vanmorgen de wekker gezet! Dát was lang geleden!
Er stond nog een heel irritant deuntje op mijn telefoon ( van TOEN)
(Ik wissel niet vaak van telefoon.)

staartmeesIk zat (op tijd) in de wachtkamer.
Die was helemaal leeg.
Ik hoorde een zacht gefladder.
De grote ruit van de wachtkamer kijkt uit op een binnenplaatsje: uitzicht: niks én een bank.
Tegen het raam zat een staartmeesje; wit met zwart en een lang staartje. Op een piepklein afstandje van mijn gezicht; zo close was ik nog nooit bij een staartmeesje geweest. De kraaloogjes keken me guitig aan. Hij vloog weg, maar kwam meteen weer terug en dat verschillende malen. Ik genoot

Toen de podoloog me kwam halen vroeg ik hem naar zijn vogeltje.
“Niet MIJN vogeltje, maar volgens mij wil hij zichzelf in de ruit zien, hij doet het al een tijdje”
Ik vond het een cadeautje, zo n beestje van zo dicht bij zien.

Ik moest lopen en staan op een matje, zijn computer vertelde wat er aan mijn steunzolen veranderd moest worden en hij verdween, mij achterlatend met een machtig interessant artikel over Michele Obama. Ik had het op één zin na uit, toen hij terug kwam en me de zooltjes terug gaf.
Eén en ander zou nu ontlast worden en minder pijn doen en anders………….mocht ik terugkomen.

Om kwart voor tien zat ik weer thuis aan de koffie én was ik hopelijk snel van mijn voetpijn af.

Engelse geschiedenis

Omdat familieleden van mij in Engeland wonen, kom ik mijn hele leven al veel in Engeland.
Meestal per boot en mét de auto.
De ene keer de dag- de andere keer de nachtboot.
Een van deze reisjes was ooit in November, op Guy FawkesDay.
Er wordt dan vuurwerk afgestoken. We zagen het op het dek van de boot.
We vroegen aan Engelsen op de boot WAT ze eigenlijk vierden.
Antwoord: Guy Fawkes Day
vuurwerk2Dát wisten we, dat was de man die het Engelse Parlement in 1605  in de fik stak. Maar waarom vierden ze dat?
De man aan wie we het vroegen wist het niet en haalde er een vriend bij.

Die wist het ook niet. Uiteindelijk stonden we met een grote groep Engelsen op het dek, die allemaal niet wisten waarom ze het  in de fik steken van het Parlement in 1605 NU vierden. Eén  van hen sprak toen de onsterfelijke woorden:
“ Dutchies, geef geen ruchtbaarheid aan  het feit we het niet weten, please, want dan pakken ze straks ons die vrije dag nog af”!

Inmiddels weet ik dat de Engelsen die dag vieren omdat de aanslag verijdeld is en dat er elk jaar gevierd wordt dat Koning James I de aanslag  toen overleefde.

Wakkerworden

koperen wekkerSommige dingen veranderen, sommige dingen veranderen nooit.

mobiel
Mijn vriendje vroeger als dienstplichtige werkzaam in een kazerne, kon  daar niet op tijd wakker worden. Ik gaf hem een grote koperen wekker met 2 gigantische bellen.

Iedereen op zijn kamer werd wakker, hij niet.
Hij zette hem (een advies) op een bord met knikkers; de hele kazerne werd er wakker van; hij niet.

Hij en ik trouwden en we kregen 2 zonen.
Als pubers moest ik ze bijna iedere dag wel een paar keer roepen vóór ze echt het bed uit waren tot………….er mobieltjes kwamen. Ze zette de wekker op hun mobieltje, legde hem op hun kussen en……….werden op tijd wakker (of sliepen niet)

Vanmorgen sprak ik een slaperig, jong (manlijk) persoon. Hij had zich verslapen en was daar narrig over. Nee, hij had geen “echte” wekker maar zette zijn mobiele telefoon (aan de andere kant van de slaapkamer) Dát werkte altijd, totdat………………. er een update van zijn telefoon kwam en zijn zorgvuldig beredeneerde wakkermaakmanier kennelijk teniet werd gedaan.

Wat was zijn manier?
Hij zette zijn mobiele wekker en stelde zijn mobieltje zó in dat hij hem niet “zomaar” af kon zetten maar eerst  uit bed moest komen, naar de andere kant van de slaapkamer lopen én twee sommen moest oplossen.

Dus hij drukt ’s morgens zijn wekker uit: Hoeveel is 22×3 : 11 + 2? vraagt zijn mobieltje dan. Hij toetst het goede antwoord in.
En 648:3 x4 vraagt zijn foon vervolgens? *)
En als dat antwoord goed is, houdt zijn telefoon op met wakkermaken en IS hij ook echt wakker.

Een waterdichtsysteem dacht hij. Tot zijn provider ging updaten.
Dat wordt vanavond een tijdje puzzelen hoe hij alles weer terug in de oude stand kan krijgen én morgen toch maar weer een paar “gewone” wekkers er naast zetten voor het geval dat!

 

*) elke dag nieuwe sommen.

WinterBBQ.

Voor alles is een eerste keer.
Gisteren was ik voor het eerst van mijn leven op een winterbarbecue.
Dat is toch heel anders dan een “gewone” barbecue in een tuin of op de camping in korte broek of zomerjurk.

Op aanvraag onze vuurschaal met hout en aanmaakblokjes mee, in plaats van de traditionele fles wijn. Ook een tas met superdikke trui en gevoerde laarzen met extra sokken.

De entourage was gezellig, een carport met kerstlichtjes, panelen tegen de open kant om de wind wat buiten te houden, een tafel met wit laken met daarop een grote lantaarn met dikke brandende kaas, zodat de weerschijn optimaal was én op elke stoel een warme plaid.

Op onze reis erheen waren er meerdere NL Alert boodschappen op mijn mobiele telefoon over een tank waaruit stoffen waren ontsnapt; geen gevaar voor de volksgezondheid wel mogelijkheid tot misselijkheid.
Dat klonk niet goed voor mensen die in de openlucht gaan eten.
Gebeurd in Alblasserdam en te ruiken  tot in Groningen! Dat moet een enorme concentratie  viezigheid geweest zijn!
Op miraculeuze wijze was die lucht NIET waar wij waren óf was onze tegenlucht sterker!

De wind was behoorlijk, dus dikke kleren waren echt nodig.
De vuurtjes in buitenhaard, vuurschaal én barbecue brandden voorspoedig.
Zo voorspoedig dat er behoorlijke rookontwikkeling was en ogen traanden. Met wat schuiven van de vuurhaarden werd dat ietwat beperkt en gelukkig droeg géén van de aanwezigen contactlenzen.

Glühwein én het zicht van op en neer dansende vlammetjes maakte ons van binnen en van buiten warm; het goede gezelschap deed de rest.

Er waren kookvoorbereidingen geweest, want van binnen kwamen “geprepareerde” stukken vlees, die in het schaarse licht, voor verrassende smaken zorgden.
De toetjes, die ook  op de bbq  gelegd werden,waren helemaal spannend!
Het leken, door het gebrekkige maar gezellige licht, op hamburgers( ronde bruine schijven)  maar het waren plakken ananas gedrenkt in rum met kaneel: verrassend lekker.
Het andere toetje leek op in aluminium verpakte bananen en dat waren het ook, uitgepakt bleek er een smalle opening in de bananenschil te zitten waar  gesmolten chocolade uitkwam; machtig!
Voor de diehards waren er nog marshmallows aan stokjes maar dan moest je nog wel op kunnen staan én naar het vuur  kunnen lopen én plek in je maag hebben.
Dát had  en kon niet iedereen!

De vlammetjes knetterden, de buikjes vol, de monden wat stiller, kortom : voldane mensen.
Een winterbbq een uitstekend idee!