Een jongen of een meisje

Men praat tegenwoordig over mensen die zich in een “verkeerd” lichaam voelen zitten, die zich willen laten transformeren, van man tot vrouw, van meisje tot jongen.
Er is begrip voor.
Maar wat als je ZELF tevreden bent met wie en wat je bent, maar jouw omgeving NIET?

Ik vertel een paar waargebeurde verhalen van baby’s die opgroeiden tot mensen met een probleem, omdat ze al héél jong NIET geaccepteerd werden wie ze waren




1

Een man en een vrouw krijgen 3 dochters. De man had graag een zoon gehad, maar het werden 3 dochters.
Dan denkt de vrouw,10 jaar na de geboorte van de laatste dochter, dat ze in de overgang is.
Maar dat is ze niet, ze blijkt zwanger te zijn! Het wordt een zoon.
De vader is laaiend enthousiast. NU kan hij eindelijk allemaal “mannendingen” gaan doen met een ZOON.

De zoon valt tegen.
Hij vindt “mannendingen” niet leuk.
De vader houdt van de zoon, maar is wel teleurgesteld.
De zoon sport, maar wint zelden.
De zoon ziet er goed uit, krijgt geen vriendin.
De zoon is slim, vindt geen baan.
De vader doet wat hij kan; gaat kijken bij een sportwedstrijd, maar ondanks zijn aansporingen wint de zoon ook dán niet. De vader betaalt een prostitué voor de zoon en vindt een baan voor hem.
De zoon voelt de teleurstelling van zijn vader, trekt naar zijn moeder.
Moeder is druk met de 3 meiden en “vrouwendingen” en heeft geen oog voor de nood van de zoon.
De zoon is nu in de 40 en in therapie.

2

Een man en een vrouw krijgen een dochter. Ze vinden eigenlijk dat de eerstgeborene een zoon had moeten zijn. Dan krijgen ze een tweede kindje: een zoon.
Ze stoppen al hun liefde in de zoon.
Het meisje hangt er een beetje bij, vindt ze zelf.
Ze krijgt een vriendje, een goede gozer met een leuke baan.
Haar ouders vinden hem een watje en kleineren hem als ze hem zien.
Het jonge stel krijgt 3 kinderen.
Opa en oma vinden er één leuk, geven hem cadeautjes, aandacht en liefde, bij de andere kinderen komen ze niet eens op verjaardagen. De moeder lijdt daar onder.
Als de moeder 54 jaar is trekt ze het gedrag van haar ouders niet meer.
Ze loopt nu al een tijd bij een psychiater.

3

Lang geleden: Een vrouw alleen in de theaterwereld raakt zwanger van een one-night stand.
Ze doet, zodra ze het merkt “iets” met een breinaald, zit achterop een motor op een hobbelige weg en eet “foute” dingen, maar de vrucht blijft vast zitten.
Ze baart een zoon.
Ze haat hem van dag één, geeft hem gewone melk (van het idee het kind aan haar borst te laten zuigen gruwt ze) Tegen alle verwachtingen overleeft dit kind haar pogingen om hem “te vergeten”
Hij komt als peuter terecht in een tehuis en overleeft ook dat.
Hij wordt acteur.
Trouwt 3x en sterft op zijn 73 ste jaar

Zomaar wat waargebeurde verhalen van baby’s die opgroeien tot mensen met een probleem.
Er zijn veel meer van mensen met een verhaal van NIET geaccepteerd worden als kind.
Er zijn mensen die “overleven” die goede professionele hulp zoeken en krijgen; die een begripvolle, liefhebbende partner of die een baan vinden, waarin ze geluk en vervulling krijgen en waardoor ze zich in de maatschappij staande kunnen houden.
Soms wordt een gedeelte van de jong opgelopen schade geheeld; een gedeelte, want een stukje van dat verleden blijft altijd bij ze.






Iconisch symbool

De (boeren)zwaluw wie kent hem niet? staat al meer dan 115 jaar afgebeeld op een doosje lucifers.

De link zwaluw – lucifers heb ik nooit geweten.
Nu wel, dankzij de Nederlandse vogelbescherming!

Ik “vertel” u graag het verhaal van de boerenzwaluw en de duivel in mijn eigen woorden (en met aanvulling op het Vogelbeschermingsverhaal)

Ik begin bij het begin: het woord!
Lucifer is een Latijns woord dat “lichtbrenger” betekent (lux= licht en ferre=dragen)
Dit wetend snappen we allemaal dat de naam voor een klein houtje met een ontvlambare kop, waarmee vuur gemaakt kan worden, een lucifer heet!

Maar er is meer!


De naam Lucifer staat ook synoniem voor de duivel.
In het Jodendom bestond het idee, dat God één (of meer) van zijn engelen al vóór de geboorte van Christus uit de hemel verbannen had: de duivel zou nl. een gevallen engel zijn! (het verhaal daarachter : een aartsengel zou zijn troon hoger dan de wolken willen plaatsen en zó gelijk willen zijn met GOD. Hierop liet GOD hem vallen!)

Ik verzin dit niet gevallen-engelverhaal niet zelf: het staat in het Tweede Boek van Henoch een pseudepigrafisch werk. [dit woord kende ik tot nu toe ook niet; pseudepigrafische werken blijken Oud Joodse geschriften te zijn, die verondersteld werden(worden?) door oudtestamentische figuren (zoals Abraham) te zijn geschreven.

Terug naar de lucifers en het bekende doosje met de zwaluw!
Er bestaat ook een “verhaal” dat “in den beginne” alleen GOD in het bezit was van VUUR.; hij bewaarde het in een uitgehold twijgje!
De duivel werd jaloers en stal het vuur.
Een dappere zwaluw probeerde het vuur van de duivel terug te stelen en wilde het weer aan GOD geven.
Maar….
kennelijk had de zwaluw zijn plannetje niet goed doordacht; een brandend twijgje in zijn bek met de vlammen lekkend aan alle kanten, dat kón niet goed aflopen! De zwaluw schroeide zijn keelveren (die zijn nu dus rood) en het vuur brandde het midden van zijn staart weg! Deze twee wonden waren genoeg om de zwaluw het vuur te laten vallen (ik geloof zelfs dat de zwaluw de dood vond, hoewel? hoe kwam het dan dat al zijn nageslacht  een gevorkte staart en een rood keeltje kreeg?)
Het is maar een verhaal.

rood keeltje, gevorkte staart



Door de luciferfabrikant (die van het vuurbrengende houtje, NIET die van de duivel) komt  de zwaluw ook heden ten dage nog ons “vuur” in de vorm van lucifers “brengen”







Afscheid van een huisdier

Vroeger thuis kregen we, vlak na de dood van mijn vader een blonde spanielpup.

Hij is maar een paar maanden oud geworden; had al hondenziekte (bleek later) toen we hem kregen.
De dierenarts heeft van alles geprobeerd (hij wist dat we net onze man/ vader verloren hadden) maar het mocht niet baten, de hond was te ziek, ten dode opgeschreven.

Op een dag kwam ik uit school en zat mijn moeder met een rood hondenriempje op haar schoot te huilen; ze had het hondje bij de dierenarts moeten achter laten, hij was te ziek en leed, de arts had hem een spuitje moeten geven.
Ik had geen afscheid van de hond kunnen nemen.

Eerder had ik al een paar keer afscheid moeten nemen van goudvissen in onze vijver. In een sigarendoosje had ik ze in de tuin begraven.
Ook dat was verdrietig, maar toch “anders” dan een hond, hoe kort hij ook maar bij ons was geweest. Het lijfelijk contact, het slapen op je voeten, het aaien van het zachte vel, het afscheid deed bijna lijfelijk pijn

Mensen die huisdieren houden wéten dat ze ééns afscheid van hun maatje moeten nemen; dieren worden nu eenmaal niet zo oud als mensen. Zelfs de koi’s die we nu in de vijver hebben, worden hoogstens 40 jaar oud.

Een grote koi ( rechts op de foto) lag op een ochtend dood in de vijver.
Ik groef een gat in onze (niet zo grote) tuin en wilde de vis erin leggen; het gat was (veel) te klein; er moest een plant verplaatst worden om de vis rechtuit te kunnen begraven.
De koi was groot geworden in onze vijver en had er zo’n 10 jaar in gezwommen

Een vis is ons enige huisdier dat zélf overleden is. Ook bij de hond die we later hadden gaf de dierenarts aan dat het tijd was om de hond te laten gaan; de hond was bijna 14 jaar oud (wat voor een beardie best oud is)

Het deed enorm zeer om het dier, dat zo lang deel uit gemaakt had van ons gezin te laten inslapen. Het is de dierenarts die de tijd aangeeft, toch voelt het alsof je zelf je trouwe viervoeter de hondenhemel in stuurt.

Met een huisdier heb je zoveel meegemaakt, een hond of kat kan zo’n 14 jaar (of meer)  bij je zijn, van klein bolletje wol tot een volwassen poes of hond, dan is het een ontzettend gemis en doet het dubbel pijn als het dier niet van zelf gaat, maar JIJ moet de beslissing nemen.

Gisteren moest familie van me weer zo’n beslissing nemen voor een hele lieve poes.
Eigenlijk is het geen beslissing, het zat er al langer aan te komen en als een dierenarts dan zegt dat het dier lijdt of gaat lijden, dan is er maar één optie, maar ook zij hadden moeite het dier achter te laten

Het zal anders in hun huis zijn, zoals het altijd “anders” is als er een huisdier is heengegaan.
Wat blijft (of, na een onprettig eind, terugkomt) zijn de blije herinneringen, het plezier dat je van het dier gehad heeft en hij (zij) van jou.

Geen materieel ding kan de plaats innemen van een huisdier en zelfs al zullen er andere dieren in je leven komen, die overledene, vergeet je nooit!

Verzamelen

Ooit, lang geleden, waren er kinderen die suikerzakjes of sigarenbandjes spaarden.
Nu zijn er nog enkele volwassen die postzegels verzamelen én er zijn (voornamelijk) vrouwen die beeldjes sparen. Mijn lief was eens in een huis met “overal” beeldjes van kikkers, van allerlei materialen en in allerlei grootte; o v e r a l.

Zelf ken ik iemand die pinguïns leuk vond, ze kocht een ochtendjas en badmat met pinguïns en kreeg van familie een koektrommel en een beeldje. Langzamerhand kwam IEDEREEN op verjaardagen met beeldjes, boeken over pinguïns en zo meer. Totdat…. ze het een halt toeriep; het was genoeg. DIT was nooit de bedoeling geweest.

Zelf ben ik niet zo’n spaarder. Dacht ik.

Totdat…. De HEMA begon met de grote insectenverzameling.
Beeldschone, zelf in elkaar te zetten kartonnen insecten. Bij een aankoop kreeg ik er 2!
Een libelle en een sprinkhaan.

Nadat ze in elkaar gezet waren zette ik ze in een kastje bij…..een ander (lang geleden gekregen) in-elkaar-gezette libelle. Daaronder stond al een in-elkaar-zetvogel.
Dan mag je toch bijna wel van een kleine verzameling spreken.

Eens kocht ik, in voormalig Joegoslavië, van een man op straat een beschilderde vogel steen en legde hem thuis “ergens” neer. Een lief neefje zag hem en bracht bij een volgend bezoek een door hem gevonden steen in de vorm van een hartje, die hij rood geschilderd had, mee

In Amersfoort is een winkel waar mensen met een beperking kunstzinnige dingen verkopen. Als ik in Amersfoort ben ga ik er meestal even langs. Ik koop bijna altijd wat; meestal om cadeau te geven.


Ik werd er eens verliefd op een glanzende steen met de afbeelding van een veer en kocht die voor mezelf.

In de heftigste tijd van COVID 19 riep een buurthuis op om stenen te zoeken en te beschilderen, en dan die stenen “zomaar” ergens neer te leggen om gevonden te worden. Om zelf blij van het schilderen te worden en anderen blij te maken door de beschilderde stenen te vinden.


Ik maakte er een aantal en legde ze op plekjes in onze wijk heen (leuk ook om plaatsjes daarvoor te zoeken)  Eéntje hield ik zelf, als herinnering aan die tijd.

Deze 4 stenen liggen in de huiskamer.
Toch wel bijna een (kleine) verzameling.

De reden dat de kleine verzamelingen bij mij niet uitgroeien tot GROTE komt door twee dingen; ik ga zelden naar iets bewust op zoek, maar wordt geraakt door iets dat “op mijn pad komt en kennelijk bij me wil zijn” én de mensen om mij heen geven me zelden “dingen om neer te zetten”

Verzamelen? Nee
Kleine verzamelingen hebben? Ja

De 7x eet/drankregel

Mijn lief en ik waren onlangs bij de tandarts: we hadden allebei een gaatje!

Reden voor onze tandarts om ons te wijzen op de 7x eet/drinkregel.
Een mens mag (maar), hoorden we nu (los van het 2 min. poetsen en het ragen, wat natuurlijk óók moet) om gezonde tanden te houden zeven keer per dag (etmaal) een eet/drinkmoment hebben.

Dáár gaan wij volledig de fout in. 3 Maaltijden per dag, dan houd je 4 momenten over.
Die hebben wij alleen al aan vier kopjes koffie per dag (ieder!)
Een kopje thee, glaasje fris of wijntje (mét blokje kaas of zoutje) zijn dan al taboe, om nog maar niet te spreken van een ijsje, of een snoepje.
En die momenten hebben we, buiten de koffie om, óók!

Suiker? We hebben dat al tijden geleden geschrapt in onze thee.
In de koffie hebben we het serieus zonder geprobeerd, na een maand minderen en weglaten hebben we het opgegeven; koffie zonder suiker? bah! Dan maar liever geen koffie.

Ook dát hebben we geprobeerd; géén koffie! We werden er chagrijnig van.
Allebei  druk overdag, maar die 2 momenten “even” samen; een bakkie, een kletsje  (ja, ook soms een koekje) en dan weer verder, konden en wilden we niet missen

Nu komt er een tandencompromis aan; een zoetje?
Geen 2 maar 1 kopje koffie per keer?
Een keer extra poetsen?

We willen het gaan proberen als de tanden gevuld zijn en we weer met een héél bekkie van de tandarts komen.

Meteen de dag er naar zijn we op een verjaardag. Koffie? Taart?
We nemen het wel, maar voelen ons een béétje schuldig.

Is elke dag niet een feestje?
Misschien wel, maar we moeten het loskoppelen van iets eetbaars erbij.
We waren gespinst op suiker, maar het gaat om ALLES wat in de mond gaat.
Een hele omschakeling!

We hebben bij dit tandartsenbezoek nóg een ideetje opgedaan: we kunnen onze gebruikte (plastic) tandenragers recyclen.
Er komt een bakje op de badkamer; en 1x per jaar gaan de ragers (niet vergeten!) mee naar de tandarts; dáár worden ze verzameld en ingeleverd! 

Werken leuk?

Een tijdje geleden hoorde ik een jongen van een jaar of twaalf tegen zijn opa zeggen ”Werk is nooit leuk”. Die opmerking bleef heel lang in mijn hoofd rondzingen. Als je zo jong bent en je gelooft dát werkelijk én je moet tot je 67, misschien zelfs tot je 70 ste jaar werken, wat voor soort werkzaam leven krijg je dan?

Voor mezelf wéét ik dat die opmerking niet waar is; ik heb mijn werkzame leven leuk werk gehad. Natuurlijk heeft elke baan ook zijn mindere kanten, maar ik ging (bijna) altijd met plezier naar mijn werk. Ik ken meer mensen die (meestal) plezier hebben in hun werk.

Een paar dagen nadat ik deze opmerking had gehoord (en niet vergeten kon) las ik een citaat van Gandhi (niet toevallig, denk ik)

“Als je doet wat je leuk vindt,

          hoef je nooit meer te werken”

En twee dagen daar weer na las ik een artikel over Steve Jobs, een pionier van de computerindustrie, medeoprichter en topman van Apple.
In het artikel stonde een aantal dingen die ik nog niet van hem wist:

Steve jobs (1955-2011) was half Syrisch, half Amerikaans, werd als baby afgestaan en geadopteerd door het echtpaar Jobs.
Hij was, ten tijde van het oprichten van zijn bedrijf fruitariër, zo kwam hij aan de naam Apple voor zijn bedrijf.  Zijn leven en werk zijn misschien inspirerender dan de technologieën die hij de wereld heeft gegeven! Hij was een inspirator voor velen, las ik.
Hij stierf als miljardair aan alvleesklierkanker.
In dit artikel stond ook een citaat van hem:

Niet iedereen hoeft GROTE dingen te doen, maar van het werk dat je doet houden maakt je werkzame leven een stuk aangenamer (en het werk lichter)

Kennelijk “werkt” de opmerking van het jongetje lang bij me na, want ook gisteren zag ik op een bouwwerk in Naarden relevante tekst op een spandoek staan, die me wéér daaraan deed denken

Misschien ligt het wel aan  de houding van de volwassenen dat een jong iemand zo denkt (werk is nooit leuk) Misschien moet je als kind leren dat ook leuk kan zijn. Dan helpt een voorbeeld van een ouder die met plezier naar zijn/haar werk gaat, daar zeker bij! 

Weten wat je leuk vindt, (en waar je meestal ook goed in bent) een stuk zelfkennis, draagt ook bij aan een passende beroepskeuze.

Gandhi zei het al” Als je doet wat je leuk vindt, hoef je nooit meer te werken!”
Nu nog erachter komen wát je leuk vindt en met welk werk je je werkzame leven wil vullen!
Ik wens het dat jongetje toe: de ontdekking dat werk “leuk” kan zijn.

Poezenoppas

Als je géén kattenmens bent en je past een tijdje op 3 katten is dat best weer even wennen.
Het duurt een tijdje voor je de katten “door” hebt.

Nu passen we op een kat, die erg lief is rm er lief uitziet.



Ze is hier ooit komen aanlopen met een paar jonkies, die ze een voor één onder een overkapping in de tuin deponeerde.. De Dierenbescherming nam, na een telefoontje, poes en kittens mee, maar bracht ma poes (mét stukje uit oor geknipt om duidelijk te maken dat ze gesteriliseerd was) hier weer terug
Ma poes adopteerde de eigenaar van dit huis (ik wil geen kat, ik geef haar voer maar verder niks) na een tijdje; hij en zij werden uiteindelijk hele goede maatjes!

De eigenaar van het huis overleed; de nieuwe eigenaars namen de poes bij het huis over; de poes vond dat méér dan oké.
De nieuwe eigenaars van het huis hadden zelf al 2 poezen:

Eentje daarvan was een wilde kat, die, als kitten in iemands tuin gedropt was. Daar kon men niet al de kittens houden! Er is heel veel tijd en energie gaan zitten in het “een beetje tam maken” van de kleine wilde.

En nóg wil ze alleen bij de eigenaars van het huis zijn en smeert hem als er iemand op bezoek komt.
Wij, oppassers, worden getolereerd en krijgen soms zelfs een enkele keer een kopje (dat is dan een highlight van onze oppasdag)

De derde kat is een oude dame, ooit in huis genomen omdat haar baasje ging scheiden en geen van de twee echtlieden de kat kón of wilde houden.

Drie zeer aparte katten, zowel van uiterlijk als van karakter.
Er is hier in huis een bepaalde hiërarchie ontstaan:

De kat die al in dit huis woonde is de bazin; zij woonde hier het eerst en dat laat ze weten.
Soms zit ze voor het kattenluik, dan komt geen van de 2 andere katten er in (en gaat er ook geen kat uit) dát wil madam dan even niet.

De oude poes staat onderaan de hiërarchieladder en schikt zich daarin; op weg naar een plekje om een dutje te doen, wordt ze voorbij geracet door de huiskat, die op DIE plek uitgebreid gaat liggen; de oude dame schikt dan en keert om.


Kattenvoer

Het is voor mij een uitdaging om iedere kat te laten eten wat zij wil ipv wat de huiskat wil! Zij eet namelijk eerst haar eigen bakje leeg en loopt dan naar de bak van de oude dame, die haar plek weet en opzij gaat. Als de huiskat ook die bak leeggegeten heeft loopt ze naar de wilde kat. Ook zij gaat maakt plaats. De huiskat likt haar lippen af; ze heeft lekker gegeten.

De katten mogen de trap op naar boven, maar slechts in één kamer boven liggen. Er kan dus nóóit een andere kamerdeur openstaan want dan zit er een kat en dat mag niet.
Als je niet gewend bent de bovendeuren dicht te doen (en ze dus ook op het oppasadres wel eens laat openstaan) is het een enorme klus om een kat weer uit die kamer te krijgen.
Lieve woordjes of kattenbrokjes werken niet. Er wordt in de verste hoek onder het bed of achter een kast gekropen en dat moet je dus dan zelf ook doen! (gymnastiekoefeningen!) om de kat te pakken en buiten DIE deur te zetten.

De katten kunnen zelf bepalen wanneer ze naar buiten of binnen willen door een kattenluikje

Laatst kwam er één van buiten terugracen, de trap op naar boven in de kamer waarvan de deur altijd openstaat. Ik hoorde een piep. Was het van de kat of van een muis of vogel (in de bek van de kat)
Ik erachter aan; niets te zien. Onder het bed zat de kat, in het donker, geen idee of ze iets bij zich had. Roepen en rammelen met voedselblik heeft dan geen zin, dus een lang ding gepakt en die onder het bed geschoven, de kat onder het bed vandaan. Ik erachteraan. Niets in de bek van de kat.
Onder het bed misschien? Lantaarn gepakt en geschenen. Niets te zien, Gekeken achter de gordijnen, in openstaande dozen, achter de kasten. Niets. Deur dicht, na half uur wachten weer gekeken, niets te vinden.
Ik geef op; geen prooidier te vinden: de poes zal zelf “gepiept” hebben.


3 katten op hun eigen plek op de bank

Als wij weggaan kunnen de katten zowel binnen als buiten zijn.
De huiskat kan, misschien verbeeld ik het me, verwijtend op de oprit zitten kijken als we fietsend terugkomen. Ik lees in haar ogen iets van “O, het stel verwaardigt zich om weer thuis te komen, als jullie maar niet denken dat IK daar blij mee ben
De andere katten liggen dan op hun plekje, één opent er één oog en sluit hem weer.
De “wilde” rent naar buiten: “Daar gaat mijn rust, de groeten” en weg is ze, het kattenluikje uit.

De katten en wij hebben een korte periode een bijzondere band met elkaar.
In weerwil van mijn tegenzin om met katten om te gaan (ze mollen thuis mijn vissen en de vogeltjes en spelen met kikkers en muizen tot de dood erop volgt) ben ik hier, op het oppasadres, toch “even” een kattenmens



Gepensioneerd zijn

Je hebt je hele leven gewerkt en dan wordt je 65 jaar (tegenwoordig 66 jaar en 7 maanden)word je gepensioneerd. Wat doe je dan?

Relaxen, na een leven van (hard) werken? Bezig zijn met iets waarvoor je eerder nooit tijd had? Een hobby uitbouwen? Op de kleinkinderen passen? (meer) Vrijwilligerswerk doen?
De één doet dit, de ander dat.

We lopen in de buurt vaak langs een huis dat vlak aan de weg staat, (geen voortuin) om inkijken te voorkomen hebben de bewoners de luxaflex gedeeltelijk dicht. Op de stoel die je als voorbijganger wél kunt zien zit 9 van de 10 keer dat we er langs lopen een man te lezen; we noemen hem de “benenman” omdat we alleen zijn schoot met het boek kunnen zien. Hij leest. Altijd!

We hebben hem wel eens buiten, bewegend gezien: een zeventiger, denk ik, ogenschijnlijk gezond van lijf en leden.

Er zijn ook meer lichamelijk actievere mensen.
Gisteren kwamen we er één tegen. De vorige keer dat we hem tegen kwamen was hij op weg naar het ziekenhuis, daar brengt hij, met een soort golfkarretje, moeilijk ter been zijnde mensen van hun auto naar de ziekenhuisingang.

Nu was hij op weg om een heggenschaar te lenen, vertelde hij. Opmerkelijk want hij woont op een flat met alleen een balkon!

Wat bleek; hij werkt bij de Vrijwilligerscentrale en doet (voor € 5,- per job) klusjes voor (weinig vermogende) mensen.
Gisteren was hij in een oud gebouw dat in allerijl gereedgemaakt is voor Oekraïense vluchtelingen, de kieren van deuren en ramen aan het opvullen.

Deze actieve oudere vertelde me, niet te lezen of t.v. te kijken en zich voornamelijk bezig te houden met anderen te helpen, het houdt hem bezig én geeft hem een goed gevoel.
Hij vrijwilligt ook één middag bij de voedselbank: pakketten samenstellen!

Hij blijkt  84 jaar te zijn en doet alles lopend of op de fiets!

Een andere gepensioneerde man die ik ken is EHBO-er, zijn werkzame leven deed hij dat ook al. Hij volgt cursussen om bij te blijven en is bij evenementen inzetbaar. Ook is hij gids bij het fietsgilde, mooie tochten maken met mensen die meer van een omgeving willen weten en van fietsen houden. Daar wordt hij blij van.


Een gepensioneerd stel met 3 kinderen waarvan 2 allebei 2 kinderen hebben, past op.
Een dag in de week bij een dochter een flink eind rijden van hun huis vandaan en 2 halve dagen bij hen thuis op 2 peuters van de zoon. Ze vinden het geweldig om te doen, maar hebben de tussenliggende dagen wel nodig om “bij te komen”

De moraal van dit verhaal is dat als je goed gezond bent er veel dingen zijn die je kunt doen om bezig te blijven. Sommige dingen komen op je pad, voor andere bezigheden moet je wat moeite doen, zoals naar de Vrijwilligerscentrale gaan en je opgeven

Er zijn ook (veel) ouderen die géén goede gezondheid hebben en vaak aan huis gekluisterd zijn,
Eén daarvan die ik ken, verzamelt postzegels, leest en leert veel én maakt legpuzzels en schept daar veel genoegen in.

De les die je leert van al deze bezige mensen is dat dingen die je ter harte gaan doen, je gelukkig kunnen maken en dat het niet GROOTS hoeft te zijn; het zijn vaak kleine dingen waar je gelukkig van kan worden.

Op leeftijd

Leeftijd is betrekkelijk.
Als je 6 jaar bent is iemand van 15 al oud en als je 15 bent is een leraar van 40 oud.
Als je zelf 50 bent vind je jezelf niet oud, maar een jonger iemand vindt dat wel.
Laatst hoorde ik een ouder iemand zeggen “Hoe oud je geschat wordt hangt er van af of je nog goed loopt”

Wat daarmee bedoeld werd, was dat als iemand recht van lijf en leden is, hij(zij) vaak jonger geschat wordt dan iemand die krom, met een stok of achter een rollator loopt.
Krom, stok, rollator dat zijn OUDE mensendingen.
De man die me dit zei liep sinds kort met een stok en had een paar “nare” ervaringen. Zoals een onbekende volwassene die hem “opa” noemde ( dubbel erg:hij heeft geen kinderen)

Ik ben daarover na gaan denken en denk nu dat hij gelijk heeft. Je lijkt ouder met dat soort hulpmiddelen.

Mijn oma had een(grijs) knotje, droeg donkere kleding en liep gebogen; in mijn ogen was ze toen STOKOUD. Laatst las ik in een genealogisch verslag dat ze 75 jaar was toen ze stierf. Niet echt stokoud dus, maar zo zag ze er toen wel uit.

Het was een andere tijd qua kleding en kapsels; nu dragen jonge én oude mensen leuke vlotte kleding en hoeven oude dames geen grijs haar of knotje te hebben!

Een vriendin van me loopt, tijdelijk, met krukken, het ziet er inderdaad anders, “ouder”, uit dan de kwieke dame die ze anders is.




Ik denk ook dat sommige mensen al oud zijn vóór hun tijd, dat heeft niets met uiterlijk te maken maar met uitstraling; deze mensen “denken oud” Al het nieuwe is stom of eng, alles is teveel of te moeilijk. Dat soort mensen zit vastgeroest in bekende patronen. Dát geeft je een oude uitstraling.

Ik ken mensen van boven de 90 met een jonge uitstraling.

Eén vrouw ( 94 jr) moet, vanwege een knieblessure, met een stok lopen; ze kocht meteen een gekleurde stok met bloemenmotief, niet wegmoffelen die stok, maar vrolijk laten opvallen!


Leeftijd is betrekkelijk!

A walk in the park

In een parkje met een watertje zijn 2 nesten: een zwanennest met moeder zwaan erop en pa zwaan in de buurt én een meerkoetennest, verlaten omdat ma meerkoet haar kleintjes in het riet het “meerkoetenleven van alledag” aan het leren is.

Wij, wandelende zoogdieren van het soort mensen, kijken vertederd toe naar dit jonge leven.
Andere zoogdieren (poes en hond) en vogels (meeuwen)kijken daar met andere ogen naar de
jonge dieren en eieren; het kan ook VOEDSEL zijn of iets om mee te spelen en om op te jagen (hond)

Aan de oever, tussen de takken, verdekt opgesteld zit een roodwitte poes te loeren. Hij kan niet naar het nest op het eiland zonder een natpak te halen, maar de kleintjes zwemmen dicht langs het riet; het is een kwestie van het juiste moment afwachten.

Om de bocht zijn meeuwen aan het schreeuwen, ze duiken omlaag en halen iets uit het water: nu nog brood! Als ze de bocht omgaan en de kleintjes zien dan………….. lopen die zeker gevaar een lekker hapje te worden.

Pa en Ma zwaan hebben hun nest NIET op een eiland gebouwd, het ligt aan de wal.
Mensen laten hun hond uit in het park. We zien een klein keffertje naar het nest lopen, zijn baas er ver achteraan. Ma zwaan sist én maakt zich groot. Het keffertje schrikt en loopt keffend weg, zijn baas  komt er sjokkend achteraan, geen blik naar het zwanennest.
Door het opstaan van ma zwaan hebben wij 7 zwaneneieren geteld

Wij kijken van een afstandje.
Wat als er een grotere hond aankomt die niet geïmponeerd wordt door de sissende zwaan?
Verlaat ma zwaan dan het nest en zullen de eieren nooit pullen worden?

Een dierentafreel in een parkje; vertederend jongdierenleven, maar tegelijkertijd ook angstig.
Zal ma zwaan de kans krijgen om haar eieren uit te broeden?
Hoeveel jonge meerkoetjes kunnen uit de klauwen van de kat of meeuwen blijven?
Rationele zoogdieren zoals wij mensen kunnen genieten, maar zich ook zorgen maken!

Een wandelingetje in het park is nieta walk in the park” (Eng. Uitdrukking voor “een makkie”) alléén: het zet je ook aan het denken over de vergankelijkheid van het (dieren)leven.