Vlieg- en daaswerend

Ooit vertelde een boer in Limburg me dat boeren die paarden hadden vroeger bijna altijd een walnotenboom in hun wei of bij hun hoeve hadden geplant. Een walnotenboom geeft schaduw én, belangrijker: hij is vliegen- en vooral daaswerend.
Sindsdien valt het me echt op; zie je ergens een oude boerderij dan is er vaak een walnotenboom bij te zien.



Hier in de wijk staan 2 oude, nootdragende walnotenbomen.
Dat is niet zó vreemd aangezien de grond waarop onze wijk gebouwd is vroeger een meent was, waar boeren hun vee  lieten grazen, het zou dus best kunnen dat minstens één van die walnotenbomen toen geplant is; om schaduw voor het vee te geven en het vliegend ongedierte weg te houden.


Ook in het boerendorp, waar onze wijk bij hoort, staan oude boerderijen. Nu zijn de meeste rigoureus verbouwd en aangepast aan deze tijd, vaak gekocht door BN-ers. Rieten daken, hoge heggen of hekken én af en toe nog een oude hoge walnotenboom op de grens van de (nu) tuin en de openbare weg.

Al jaren zoeken wij in september walnoten onder de twee, in de wijk staande, walnotenbomen.
Er staan heel veel brandnetels onder de boom, dus een noot zien en pakken leidt vaak tot een branderige hand met rode vlekjes.
Er zijn meer kapers op de kust, dus soms lopen we gewoon door als we geritsel tussen de brandnetels horen, dan weten we: iemand was ons voor!

Een boer in de Achterhoek die een walnotenboom in de tuin had en de noten droogde vertelde me “alles” over de noten. Hij had zelf gemaakte droogbakken gemaakt en liet me zien hoe je de noten schoonmaakte vóór je ze op de droogbak (metalen rasters) liet drogen. Alle haartjes moeten van de noot af, die staan in verbinding met de binnennoot en als die nat blijven rot de noot van binnenuit.
Hij deed het voor met een mesje. Verder gaf hij het advies de noten goed te laten drogen, pas met Kerst (of als je niet zo lang wachten kan (een paar) met Sinterklaas) openmaken en dan pas eten.

Dus sinds die tijd zoeken we noten in september. Eerst droogden we ze in op een krant, toen in een gazen mand en nu heeft mijn lief er roosters voor gemaakt.

Dit is een goed walnotenjaar!
We hebben er al behoorlijk wat. Schoonmaken van de noten als er nog (een beetje) bolster omzit is een klus waar je vieze, geelachtige handen van krijgt, dus handschoentjes aan. Nu ze ECHT rijp zijn én er soms behoorlijk veel wind is, liggen ze vaak schoon onder de boom (en in de brandnetels)

Van kerst tot ver in het volgende jaar stoppen we in onze witlof en wortelsla zelf gevonden, gedroogde, gepelde en gehakte noten.
Dat smaakt toch anders dan gekochte, kan ik u vertellen (de brandnetelbultjes trekken na een dag weer weg)

Een raadselachtige moord

Vanmorgen vóór achten al een begrafenis.
Geen probleem met afstand houden ivm Corona.
Ik was alleen. Begroef zelf.
In de tuin.
***

Een vaste routine van me is als ik ’s morgens beneden kom:
tuindeuren open, vissen en (wilde)vogels voeren.
Daarna begint mijn dag.

We hebben (te) veel vissen voor het wateroppervlak (af en toe gaan er een paar naar een andere vijver, als iemand ze wil hebben)
Ooit hadden ze een naam. Er zijn echter  zoveel kleintjes geboren dat we er nu meer dan 20 hebben (in 2500 liter vijver) dus alleen de “bijzondere” hebben nog een naam, zoals Flappie die we al heel lang hebben en die “foute” kieuwen heeft, niet lang zou leven (vlgs mijn broer), maar er nog steeds (gelukkig) is.
Er is dus geen telling meer mogelijk.
Ik miste er vanmorgen dus ook geen één.

Toen ik, in de tuin, naar achteren liep om iets in de groene vuilnisbak te gooien zag ik op de tafel: een rode vis liggen!
De tafel is hoog, ver van de vijver af én we hebben géén vliegende vissen.
De vis was dood.

De aanblik van De Dood schokt me altijd. Een gerafelde vlinder, een op zijn rug liggende bij, een drijvende vis, ik ben er confuus van. Het Leven is zo  weg ge sij peld!

Na het zien van de dode vis en de bijbehorende emoties komt meteen de vraag: HOE is dit in vredesnaam mogelijk geweest?????


Ik maak een foto, trek weggooihandschoenen aan en graaf een graf.
Als ik de vis (met 2 handen) respectvol oppak zie ik een plasje bloed op de tuintafel liggen.
In ál die jaren dat we vissen hebben én ook vroeger thuis met een vijver heb ik nog nooit ROOD vissenbloed gezien. Nu dus wel, én niet zo’n beetje ook.
Ik kán én wil niet een dode vis uitvoerig gaan bekijken, maar ik zie zó geen wonden, behalve wat kapotte schubben.

Ik begraaf de vis (er is niet veel barre aarde in onze tuin, overal staat wat en ik wil geen levend iets (plant)  offeren voor een ander wezen. Dus de best flinke  vis past  maar nét in een stukje barre aarde. Ik boen de tuintafel, het vissenbloed(?) wordt verdund en verdwijnt.
Een reiger, een poes of??? Die kán toch niet door de vis verwond zijn bij het kidnappen?
Ik heb geen DNA-kit om te onderzoeken van welk dier dit bloed is.
We zullen nooit weten wie de moordenaar was.(als hij of zij niet terugkomt en het wéér probeert)
Het net moet nu (weer) over de vijver; een rot gezicht, maar wel effectief

Eindige vriendschap

vriendschapseind

Dit verhaal gaat over twee vriendinnen die elkaar, allebei 50+, door een wederzijdse kennis leerden kennen. Ik denk niet dat ze, zonder die kennis, ooit vriendinnen geworden waren.

Laten we ze Felicia en Ans noemen.
Felicia was altijd blijven werken, ook na de geboorte van de kinderen, had een nanny voor de 2 kinderen aangenomen en had een verantwoordelijke baan.
Haar man en zij hadden een tijdje in het buitenland gewoond en gewerkt.
Met vakanties verbleven ze in hotels
Ze hadden een hond.

Ans
was meteen na de komst van haar eerste kind gestopt met werken en had weliswaar af en toe administratieve (betaalde én onbetaalde) klussen aangenomen, maar alleen als haar man thuis was en op de kinderen kon passen.
Met vakantie gingen zij en haar gezin altijd in een tent kamperen.
Ze hadden een hond.

De mannen konden het, hoewel totaal verschillend; de één creatief, de andere een techneut, best met elkaar vinden.
Het beeld is wel duidelijk denk ik nu.

De wederzijdse kennis ging verhuizen en omdat veel vrienden, familie en bekenden het “ té druk ” hadden waren Ans en Felicia de enigen die konden (én wilden) helpen verhuizen.

Ze hoefden tijdens het verhuizen niet veel te bespreken, de één deed dit, de ander dat, het liep allemaal gesmeerd én ze hadden veel pret. Ze merkten dat de verhuisklus haast vanzelf ging, zó waren ze op elkaar ingespeeld.

vriendschapssymboolNa de verhuizing werd de band tussen de twee steviger. Felicia en haar man woonden weliswaar in een heel ander deel en behoorlijk ver van Ans en haar man vandaan, maar ze had een questhouse en daar konden Ans en haar man tijdens hun bezoek aan hen verblijven

Ze gingen zelfs met zijn vieren op vakantie; een culturele vakantie; historische dingen bekijken.
Niet in een hotel (Felicia) niet op een camping (Ans) maar een compromis: ze huurden gevieren een appartementje.
Het was een bijzondere vakantie; het culturele en historische verbond; het samenleven in het appartementje beviel ze alle vier.

De vriendschap duurde jaren.
Op een gegeven moment kwam er een alarmerende email bij Ans binnen: Felicia wilde scheiden.
Aangezien ze (afstand) niet naar Felicia toe kon, belde ze haar op.
Het werd een emotioneel gesprek waarbij bleek dat Felicia haar man had betrapt bij het naar porno kijken. Felicia was daar zo van geschokt dat ze alleen maar WEG van hem wilde, Ans bood aan dat ze bij haar kon komen. Felicia zou erover denken.
Een tijdje hoorde of zag Ans niets van Felicia. Ze stuurde een “voorzichtige” mail, niet refererend aan de “problemen” maar met algemeen met de strekking “Hoe gaat het met jullie?
Geen reactie.

De verjaardag van Felicia kwam er aan; geen uitnodiging voor een feestje zoals andere jaren. Ans stuurde een felicitatiekaart.
Er werden verschillende apps en mailtjes van Ans naar Felicia gestuurd; geen reactie.
Totdat er een verhuiskaart kwam; Felicia én haar man verhuisden naar een ander deel van het land.
Ans stuurde een  “gefeliciteerd met jullie nieuwe huis-kaart” namens haar en haar man.

De verhuiskaart was het eerste teken van Felicia naar haar toe.
Ans schreef een brief persoonlijk naar Felicia dat ze niet snapte wat er was, wat was er tussen hun gebeurd? Had ze iets verkeerds gezegd? Gedaan? Konden ze daarover praten?
Geen reactie.
Ans was er verdrietig over: sommige vriendschappen kwijnen weg of lopen stuk, dat kon  gebeuren, maar dit was een zo onbevredigend einde.

Uiteindelijk bedacht Ans dat het misschien niet Felicia was die de vriendschap wilde beëindigen, maar de man van Felicia.  Dát was de enige verklaring  die Ans kon bedenken.Misschien had Felicia haar man verteld dat Ans HET wist en durfde (of wilde) de man háár niet meer onder ogen te komen(.Het positieve was wel dat t stel kennelijk bij elkaar bleef)

Maar zelfs na al die jaren, deed het Ans nog steeds pijn; een dierbare vriendin te verliezen aan….. ja, aan wat?
Zou ze ooit te weten komen of haar gevoel juist was en niet haar vriendin maar haar man de breuk had veroorzaakt?
De vriendschap weer herstellen, dat dát niet zou gebeuren daar had Ans zich bij neergelegd. Jammer

Quatorze Juillet

Ooit, toen de duivel nog een kleine jongen was en ik een jong meisje, leerde ik een jongen kennen, waarvan ik wist: DIT IS ‘M.

In die tijd hield ik een dagboek bij en schreef ik op wat ik meemaakte, voelde en ervoer. Ik schreef: Vandaag heb ik hem ontmoet (geen HEM met hoofdletters want dat was de HEER en die was ik toen nét min of meer kwijtgeraakt)
Dát dagboek heb ik bewaard en zodoende weten we, mijn lief en ik, op welke dag PRECIES wij elkaar ontmoet hebben.

Toen we later, getrouwd en met kinderen op kampeervakanties naar Frankrijk gingen, waren we vaak op onze ontmoetingsdag in Frankrijk; men stak daar dan vuurwerk af.
Dát vuurwerk was natuurlijk voor de viering van Quatorze Juillet; de Nationale Feestdag in Frankrijk; het feit  wordt dan gevierd dat de Franse revolutie (1789) begon met het bestorming van de Bastille  (maar het voelde of dat vuurwerk speciaal voor ons werd afgestoken)

Sindsdien noemen wij onze ontmoetingsdag de bestorming van de Bastille.
Soms gaan we op dié dag uit eten.
Sinds we niet meer naar Frankrijk gaan is er helaas géén vuurwerk meer voor ons op die dag. Gelukkig hebben  we “vuurwerk”  genoeg in ons leven!
14 juli

Kabouters

Ooit zag ik een tv programma waarin excentrieke personen iets over hun leven vertelden. Een mevrouw vertelde dat ze achter haar tuin in het bos regelmatig kabouters zag. De camera volgde haar op een tocht door het bos en ze wees aan waar ze het kleine volkje vaak zag. De camera zoomde in op plekken in het mos, waar niets te zien was.
Zij geloofde er echt in, zag ze ook echt; zij had verbeelding!

piggelmeeZelf opgegroeid zonder t.v. met liedjes als “Op een grote paddenstoel rood met witte stippen” en boekjes als Piggelmee  en Klaas Vaak maakten kabouters wel deel  uit van mijn jeugd.

op paddenstoel

Er kwam een tijd dat sprookjes in de ban werden gedaan: niet goed voor de tere kinderzieltjes, kabouters en elfjes bestonden niet ! Een kabouter in de tuin werd beschouwd als een getuigenis van slechte smaak!

kabouterpad
Tegenwoordig zijn de kabouters weer terug van weggeweest; er zijn kabouterthemaparken voor de kleintjes, je kunt kabouterwandelingen doen, compleet met knapzak en kabouterkaartkabouter

Er zijn “gewone”tuinen, die vol staan met kabouters.
Goede of slechte smaak? kleine kinderen zijn er dol op!


Fantasie mag weer.
Geloven in kabouters mag weer; klein en groot!

Regen: Bronstijd, vogelpindakaas, bosbessen en kersen

Het regent.
Er is, een paar huizen verder, iemand met een hogedrukspuit aan de gang (alsof de regen niet genoeg schoonwast!)
Bij de buren wordt de verwarming ontmantelt, geboor en gehamer.
Alom herrie.
Het regent.

Niet op bezoek gaan – Corona;
Tuinzitten of tuinwerken niet mogelijk;
Niet wandelen of fietsen;
Museumbezoek tevoren aanvragen
Maar ook niet op je gemak thuiszitten met die herrie!

vogelpindaOp dát moment een appje van een schoondochter: de vogelpindakaas is het goedkoopst bij Hornbach.
De potten vliegen hier in de tuin er doorheen; ons vaste goedkope adres verkoopt in DIT jaargetijde geen vogelpindakaas omdat, zo melden ze: vogels in de zomer NIET bijgevoerd moeten worden. De vogelbescherming meldt dat i.v.m het inkrimpen van de natuurlijke habitat van vogels deze  wél bijgevoerd moet worden.
Wij luisteren naar de Vogelbescherming!

In de tuincentra zijn de potten duur, maar we kopen ze wel omdat we het geweldig vinden dat we specht, Vlaamsegaai, kool- en pimpelmezen allemaal een plezier doen met de vogelpindakaas én onze tuin vol gekwetter is en blijft, maar goedkoper zou ONS beter uitkomen ( 1 pot=binnen 1 week leeg)

Dus rijden  we naar nwegein en kopen 10 potten vogelpindakaas (=ongezouten) kersenn aan boomOnderweg zien we diverse kersenboomgaarden langs de weg adverteren.
We stoppen op de terugweg kersen te kopen.
Als ik uit de auto loop om naar de kersenkraam te gaan, merk ik dat de miezerregen best meevalt  en  we besluiten we toch in een bos te  gaan wandelen i.p.v naar huis weer de herrie te trotseren.

We stoppen ergens langs een bospad, hebben regenjassen bij ons en gaan lopen.
Takken die overhangen druppen, het pad is licht drassig, het is niet koud, toch heeft het de uitstraling  de maand november.

We zien behoorlijk veel paddenstoelen

Op de paden waterplassen, waarbij ik erg aan het werk van Escher moet denken.


Het is erg stil in het bos en heerlijk om te lopen. We komen een plaquette tegen met info over de Bronstijd en grafheuvels waarin  vroeger urnen lagen
bronstijd

bosbes
Ik zie bosbessen en pluk er een paar (plastic tasje altijd bij me).
We lopen en genieten ondanks het lichte miezerregentje.

We zien een naaldboom met een bijzondere schors; alle andere, dezelfde naaldbomen daar in de buurt hebben een andere schors. Ik weet niet of deze boom ziek is, er een kevertje inzit, of…………


Als we  thuiskomen is het stil om ons heen. Ik ruim de potten vogelpindakaas op, doe de kersen op een schaal en schenk een drankje in. NU begint hard te regen!
Ik voel me een bofbips!

Wie schrijft die blijft!

Het valt me op dat er NU zoveel meer teksten als anders staan; rode vlaggen met de tekst Met elkaar, voor elkaar, teksten op spandoeken op scholen, op kerken,  op verzorgingshuizen en soms gewoon op huiskamerramen.
Men wil elkaar laten weten wat men vindt, solidariteit betonen met ouderen en zieken die binnen moeten blijven of  dank overbrengen aan mensen in de zorg.

Ik heb oog voor deze teksten, lees altijd  al alles wat ik tegenkom.
Vandaag zag ik, behalve de tekst “Bedankt team voor de goede zorg” tegen de muur van een instelling ook een sticker op een raam “Elk kakje in een zakje” met een plaatje van een hond erbij.
hondenbordjeOok de “gewone” dingen gaan door: poepende honden! (Er staat ook steeds meer van die NO- prikpennen met een poepende hond in tuinen en plantsoenen.)
Ik kan me niet voorstellen dat het helpt! Net zo min als in een grote stad een sticker met “geen fietsen tegen het raam aub” helpt. Meestal staan er fietsen tegen zo’n sticker.

Ook zag ik het woord GESLAAGD  in plakletters op een raam mét een uithangende vlag met daaraan een schooltas. schooltasDát symbool van geslaagd zijn had ik dit jaar nog niet veel gezien. Ondergesneeuwd tussen de “solidariteitsvlaggen”? Of minder als vorige jaren? Het voelt vermoedelijk “anders”, als je schoolresultaten bepalen of je je examen gehaald hebt of dat je echt examen moet doen.

Persoonlijk heb ik niets met die witte T-shirts met een rood hart erop voor het raam, als steun voor de zorg.
Iedereen hoort blij te zijn met de goede gezondheidszorg die we in Nederland hebben, NIET alleen nu er een pandemie is, maar altijd.
Geef de mensen in de zorg een beter salaris, maar een t-shirt met hart voor je raam………..pfft

Bijna alle winkels hebben de, voor hun branche geldende, speciale Corona maatregelen op de ruit geplakt,;de kapper in het winkelcentrum heeft er een briefje erbij dat, omdat er Coronamaatregelen in de zaak getroffen zijn, de kappersbezoeken NU € 2,50 duurder zijn. Ik ben benieuwd of die “toeslag” als de pandemie over is, weer gaat verdwijnen!

raambeerAl eerder blogde ik over de beren die voor de ramen gezet worden om kinderen en volwassenen iets te doen te geven als ze een wandelingetje maken: namelijk TELLEN.
Nu zag ik een raam met een vel papier met daarop in rood geschreven BEER. Waarschijnlijk iemand die mee wilde doen maar geen speelgoedbeer in huis had.

IK heb deze BEER meegeteld!

Vanuit de huismuis gezien.

Ik kan maximaal 30 maanden oud worden, maar dan moet ook alles meezitten.huismuis
Dus ik moet mijn leven goed benutten.
Ik leef onder de buitenvlonder van een huis van een MENSCH.
Nou ja het zijn er misschien wel meer; ik heb er ooit 2 tegelijk gezien, dus er wonen er minimaal 2 in het huis bij mijn vlonder.
Ze geven vogels en vissen (vijver) te eten, dus ik heb meestal genoeg te eten; ze knoeien namelijk behoorlijk met visseneten en dat vind ik best lekker.
Ik ben een alleseter, maar zaden, wormen en vissenvoer vind ik het lekkerst.
In mijn karigste dagen heb ik, in hun schuur, ook wel karton van doosjes gegeten; het smaakt naar niks, maar het voedt wel.

Ik leef celibatair en alleen.Ik ben onvruchtbaar, hoe dat kan weet ik ook niet; misschien iets verkeerds gegeten? Ik ben er niet trots op of blij mee, het IS zoals het IS.
Soms vind ik het jammer dat ik niet kan communiceren met de MENSCH.
Dan hoor ik MIJN MENSCH weer zeggen “Zien we nou de hele tijd dezelfde of zouden er meer zijn?”
En dan denk ik; je gaat toch geen gif kopen of zoiets? Ik leef alleen én maar dertig maanden, láát me nou maar gaan, maar ja dat kan ik de MENSCH niet laten weten, dus ik houd me gedeisd.
Ze zien me misschien 1x per week (als ze geluk hebben)
Ik heb een goed leven.
Van mij mag het 30 maanden duren.


Nawoord van de MENSCH: mens 
                                                                             Af en toe zie ik een muis onder de birdfeeder.
Muizen kunnen een plaag worden, maar ik heb het gevoel dat het er maar één is en dan is het géén plaag. Ik vind het eigenlijk wel schattig, zo’n rondscharrelend muisje in de tuin.
Op de website van het RIVM wordt dat de huismuis niet genoemd als ziektekiemverspreider.
Dus we laten hem  zijn (of zou het een haar zijn?) gangetje gaan.

Een ochtend met een zwaar gevoel

Vannacht heb ik “gedroomd” dat een bepaald persoon zou sterven.
Ik word vroeg en met een “zwaar gemoed” wakker.
Ook al wil ik dat wel, het “gevoel” ebt niet weg.
Ik doe boodschappen, fiets door de polder, pluk een bos wilde bloemen, maar het gevoel blijft.
Na de koffie gaan we de natuur in.
We stappen in de auto, ik vraag niet eens waar we naar toe gaan. Mijn lief rijdt en stopt bij een bos in de Lage Vuursche  (gem.Baarn)
We lopen zonder te spreken.

Ik kan het gevoel niet van me afschudden.
In een bepaalde stemming ben je ontvankelijker voor dingen die passen bij die bui: ik zie vooral dode bomen en doodhout (Ook die kunnen “mooi” in hun vergankelijkheid zijn)


Gelukkig zie ik ook een koolwitje, heel veel bloeiende bramen en veel rose/wit vingerhoedskruid.
We zien een meertje onder bomen: het water lijkt wel inkt, zo zwart, het spiegelt
meertje.3In mijn hoofd  komt de titel van een boek van Frederik van Eeden boven drijven:
Van de koelen meren des doods.
Mijn lief wéét hoe dit water is ontstaan: Aan het eind van de oorlog waren hier Canadezen gelegerd, toen ze vertrokken hebben ze al hun explosieven hier tot ontploffing gebracht. *)

verdelgen
Als we terug bij de auto zijn, zien we een processierupsenkar met 2 werknemers aan het werk.
De een heeft een gesloten pak aan en een bril en glazen schermpje voor en lacht vriendelijk; ze gaat in de hoogwerker zitten en wordt door haar collega omhoog gebracht vlakbij het rupsennest.
Er wordt een buis naar  het nest toe gebracht die het nest opslurpt; wéér een nest minder.

In plaats van in de auto te stappen stelt mijn lief voor op een nabijgelegen terrasje iets te drinken: een puik plan!
We lopen erheen.
Dáár op dat terrasje ebt mijn “zware “gevoel een beetje weg, genieten we van koffie en
biertje.


Een hond brengt zijn felgroene discus bij me. Ik gooi weg. Niet ver genoeg naar zijn zin, hij komt niet naar me terug.

We rijden naar huis. De ochtend is voorbij.
De middag is begonnen.

 


*) thuis zie ik op internet dat ook de Duitsers munitiedepots in dat bos hadden. In een rapport ”Vooronderzoek conventionele explosieven A 1 en A 27 “gedateerd 8 mei 2012 lees ik dat daar “heden ten dage” nog steeds munitie gevonden wordt!

Tweede Pinksterdag in Coronatijd.

Om 12 uur vandaag gaan de terrassen weer open.
Het gaat druk worden, nu we weer méér mogen
Wij blijven dus thuis.

We zijn in de tuin én binnen bezig; vijverfilters schoonmaken, snoeien, vegen en glazen vazen van binnen schoonmaken.
Volgens mijn schoonmoeder kun je glas en kristal helder schoon krijgen door er paardenpoep met stro in te doen.
Dát trekt me niet zo.

Haar tweede tip vond ik wél de moeite om te proberen waard: steradenttabletten met water in de fles laten staan en af en toe schudden!
Ik heb daarvoor speciaal zo’n buisje van dat spul gekocht, dus dat gooi ik nu in mijn glazen flessen.

rabatdelenDe (nieuwe) buurvrouw komt naar buiten met zwarte verf; zij gaat haar rabatdelen verven.
Ik weet dat ze haar achterschutting bedoelt, maar rabatdelen?
Ze zouden natuurlijk uit Marokko (hoofdstad) kunnen komen, maar dat denk ik niet want ze heeft het over Zweedse rabatdelen!
Deze zoeken we op: Een rabat is een plank die aan de ene kant is voorzien van een groef en aan de andere kant van een geschulpte rand. Hierdoor kunnen de rabatdelen in elkaar geschoven worden.
Dank buurvrouw; weer wat geleerd!

 

Om een uur of twee willen we er toch even uit, dus we pakken de fiets.
We fietsen langs een kerk met een spandoek: Houd moed, heb lief.
Langs een school met op het raam: Welkom terug lieve kinderen
Langs de Praxis; er rijdt nét een auto het parkeerterrein op, die het laatste parkeerplekje inneemt: druk daar dus.
Langs een sportveldencomplex; normaal zouden hier nu Pinkstertoernooien gespeeld worden; de velden zijn leeg, er klinken sproeiers en af en toe zie je enorme stralen langs komen.

kabouterpad
Dan rijden we door het bos (heerlijk koel) we komen fietsers én wandelaars tegen en….
een kabouterroute.

kabouter op takHeel hoog in de boom hangt een kaboutertje op een tak.
Hoog gehangen tegen vandalisme denk ik, maar dit is wel erg hoog!

Ik vraag me af of een kind deze kabouter ontdekt of dat ik de enige ben!
kaboutertak

Dan komen we langs een terras, Coronaproef, tafeltjes  1,5 m van elkaar af.
Het is er niet druk, maar ziet er wel gezellig uit. We rijden er langs.
We komen langs een tuincentrum, het is open.
Zaterdag was onze vogelpindakaas op, er roepen nu constant vogels in de tuin dat die pot leeg is!
Dus ik “vlieg” even snel naar binnen om vogelpindakaas te kopen.
Dom!
Vanwege de Corona zijn tussen “doorsteekjes” afgesloten en MOET je mét karretje de hele winkelroute volgen. Ik grijp 2 potten en gelukkig is er maar één dame bij de kassa voor me. (Wél een heel langzame dame!)
Ik reken af, loop naar mijn lief, die buiten moest wachten (1 klant per gezin) en we fietsen naar huis.

De schutting (rabatdelen)  van de buren is zwart!
Wij nemen ons laatste ijsje uit onze diepvries en duiken de tuin weer in.
Het was een rustige, vrij relaxte Tweede Pinksterdag