Overleg? Hoeft niet meer

Nog niet zo heeeel lang geleden hadden gezinnen maar één t.v. in huis.
Pa wilde soms iets anders zien dan ma en de kids wilden hún programma zien.
Er moest overleg gepleegd worden, wie wat en wanneer ging zien en degenen die NIET hun zin kregen moest daarmee (leren) omgaan

Toen kreeg iedere kamer een t.v.
Overleg was niet meer nodig.
Alle gezinsleden keken hun “eigen” ding op hun “eigen” t.v.

Nog niet zo lang geleden was er één telefoon in huis en die zat aan een draadje.
Als ma met haar vriendin zat te bellen en de tienerdochter wilde op dát moment met háár vriendin bellen, was er gebarentaal; Mam, schiet op!

Toen kreeg iedereen een foon, zónder draadje
Overleg (mondeling of met gebaren) was niet meer nodig
Alle gezinsleden hadden hun “eigen” foon.

Nog niet zo lang geleden was er een gezin maar één auto.
Als mama de auto nodig had moest pa met de bus, of ma bracht hem weg.
En wie bracht Armand naar hockey of Marjan naar gitaarles?
Er moest overleg gepleegd worden.

Toen kreeg elke volwassene (en soms een 18 jarig thuiswonend kind)
een eigen auto.
Ma kon gaan en staan waar ze wou, zonder pa te raadplegen.
Overleg was niet meer nodig en de kinderen werden weggebracht door wie op dat moment tijd had en thuis was.

Nog maar heel kort geleden werkten alle “kantoormensen” buitenshuis.
Ze zaten in een ruimte met collega’s waarvan er één het raam open wilde hebben, een ander zomers de ventilator aan, waarvan er één moest bellen “Kan het een beetje stil zijn?” en waar ze voor elkaar koffie meenamen als ze toch langs de koffieautomaat kwamen.


Nu werken ze (noodgedwongen) thuis, zitten ze in hun joggingbroek met warme sloffen aan met de verwarming zo hoog als ZIJ willen, maken ze zelf koffie in hun eigen keuken als ze dat willen en hoeven ze met niemand anders dan hun zelf rekening te houden.

Hoe leren de jonge mensen van nu om rekening met anderen te houden? Er zijn bijna geen voorbeelden meer. Men kan, zonder overleg, heel veel doen zoals ze men dat zelf wil.

Al die zaken prettig en makkelijk? Vast.
Maar ik zie er ook een nadeel voor de samenleving in én ook voor het individu op den duur.

Hoe leer je rekeninghouden met elkaar als het zo weinig nog maar hoeft? We ZIJN allemaal individuen, maar we zijn SAMEN de maatschappij.
We leven mét elkaar, in Nederland zelfs, dicht op elkaar, rekening houden met elkaar is nodig om die maatschappij draaiende houden.



Spaaractie

Een volle spaarkaart met supermarktzegeltjes bij de Jumbo gaf recht op een replica van de raceauto van Max Verstappen; een modelauto (1:24) van de Red Bull Racing Formule 1 bolide (winnende editie van de GP van Oostenrijk 2019) én een sleutelhanger van de helm die Max toen droeg.

Voor een formuleracefan (ik leef samen met zo één) is dat een leuk “hebbedingetje”. *)
Hoewel ik dacht dat ik nóóit aan een volle spaarkaart zou komen (ik kom niet zo veel in deze supermarkt) lukte het me toch! Door gift-zegels van klanten vóór me én een donatie van een Jumbo-medewerker (zie blog 10/10)


Wie denkt dat je een volle zegelkaart inlevert en een autootje krijgt heeft het mis.
Een volle spaarkaart met twintig gespaarde punten kon tot 17 oktober bij een Jumbowinkel  worden ingeleverd. Dan kreeg je IN de winkel een bestelcode.
Mét de bestelcode én bijbetaling van € 5,99 kon je de replica  tot 18 oktober (via internet) bestellen (zolang de voorraad strekt uiteraard)
Mijn lief bestelde en ik kreeg zijn uitgedraaide mail mét code én een ophaaldatum.
Vanwege de verscherpte Coronamaatregelen kreeg hij later ook nog een mail met de vraag of hij (dat werd dus IK) alleen in de winkel wilde komen tegelijk met het boodschappendoen.

Deze week was de ophaaldatum en deed ik boodschappen bij de JUMBO op een rustig uur.
Ik was om kwart over 8 bij de winkel, waar een aardige medewerkster (mét afstandjasje) buiten me een schoongemaakt karretje overhandigde. Aardige geste, dat ben ik (bij mijn reguliere supermarkt) niet gewend.

Er stonden geen klanten bij de servicebalie dus ik gaf mijn brief af. Dat gaf problemen want…. de lijst was er nog niet. Géén idee waar ze het overhad, maar zij ging de lijst zoeken (zei ze) dus ging ik boodschappen doen.
Ik had afgerekend en stond klaar met mijn boodschappen maar dé lijst was er nog niet.
Er werd uitgelegd dat er zoveel fraude met de (mail van de) autootjes werd gepleegd dat er bij de levering van de auto’s een lijst met naam én nummer van de besteller werd geleverd, die moest ik tekenen. Zonder lijst geen autootje.

Terwijl de dame “achter” aan het zoeken was, kwam er nog een klant voor 2 van die autootjes. Ze had er eerder al 3 gehaald en die had ze zo meegekregen, dit was “flauwekul”.
Ze werd een beetje boos.
Ik bood aan mijn ID te laten zien en “ergens” voor het autootje te tekenen en de andere klant ondersteunde me. Maar het MOCHT niet. We moesten terugkomen.
De andere klant eiste dat JUMBO háár dan zou bellen. Dát was de medewerkster al van plan en ze begon haar telefoonnummer op te schrijven;  ik gaf mijn nummer ook. Er zat niets anders op dan terug te komen.

Nét toen ik de winkel wilde verlaten kwam er een andere medewerkster naar de balie, ZIJ zei dat DE LIJST meestal dáár lag. Ik keerde om, van plan deze aanwijzing even af te wachten. De lijst lag daar. Ik liep snel naar buiten maar zag de andere klant niet meer.

De JUMBO medewerkster pakte de telefoon en begon haar te bellen. Ik wachtte ( inmiddels wél ongeduldig) Ná het telefoontje gaf ze mij de lijst en met haar vinger wees ze waar ik moest tekenen.
Ik wachtte.
Ik teken nóóit voor ontvangst als ik niet ontvangen heb.
Dát vond ze (een beetje) raar. Ze haalde de auto en gaf deze aan mij; ik tekende en verliet de winkel, daar zag ik de andere klant aankomen “Lijst toch gevonden he?” Ik knikte.
“Malle toestand” zei ze en vervoegde zich aan de balie om háár 2 autootjes op te halen!


*) bij elke € 10,- aan boodschappen één zegel, 20 zegels is een volle kaart.
De auto is limited edition (waarvan IK niet weet hoeveel “limited” is, ze hebben er, toen de actie een mega succes bleek, laten bij maken)

Buitenvarkens

In ons boerendorp zijn nog maar weinig boeren die nog boeren.

Bij één van de boeren die nog boert halen we regelmatig onze eieren. een paar dagen geleden zagen we in de wei bij de boerderij een varken met 8 kleine biggetjes, maar er was meer… In een wei dicht erbij stond nog een zeug met 8 biggetjes. De dochter van de boerin vertelde dat als allebei de moeders mét biggetjes in één wei staan, de biggetjes door elkaar lopen en  soms bij één zeug gaan drinken, dan kan één moeder het (te) zwaar krijgen, vandaar dat voor deze oplossing gekozen is.

Bij de andere wei kunnen we dichtbij  en de kleintjes goed zien: roodbruine, gevlekte en beigekleurige biggetjes. Beeldschoon.


Schoon zijn ze zeker, vertelde de dochter: ze ruiken helemaal niet en zijn heel schoon op zichzelf zo ontlasten ze zichzelf liefst enkele meters van hun slaapplek vandaan. Een feitje dat IK niet wist. Deze biggetjes zijn ongeveer 1 maand oud. Omdat dit geen varkensfokker is maar een boer die 3 varkens heeft mag deze boer maar 4 biggetjes houden vertelde de dochter.
Varkens kunnen 10 tot 15 jaar oud worden en zijn sociale dieren, ze hebben gezelschap van soortgenoten nodig. De biggetjes liggen ook vaak dicht tegen elkaar aan.

Er staat boerenkarren in beide weiden, ‘s nachts liggen ze er onder en als de zon schijnt vinden de varkens daar schaduw.
De boerendochter vertelde dat de zeug (varkensmoeder)*)veel te dik werd omdat mensen hun overblijvende eten over het hek gooiden, zodat ze een bordje moesten plaatsen : NIET voeren.

Bij het hek zie ik eikels, kastanjes en wat groenten liggen, de zeug zet haar snuit erin, maar ook de kleintjes “wroeten al. Wroeten is voor een varken natuurlijk gedrag. Met hun wroetschijf (snuit) kunnen ze een hele weide omploegen. 
In de vrije natuur gaan wilde varkens zo op zoek naar voedsel; wortels, knollen, eikels

Toen we vroeger op de camping stonden in het Nationaal Park de Hoge Veluwe zagen we vaak, na het avondeten als het park officieel gesloten was, (en alleen de campinggasten nog IN het park waren) wilde zwijnen met kleintjes;  de everzwijnen wroetten in de bermen langs de weg naar eikels en wortels en de kleintjes renden daar achter aan. Ook een aandoenlijk gezicht.


De zeug



*) Een gelt is een vrouwtjesvarken dat nog niet geworpen heeft, een zeug is varkensmoeder en een beer een mannetjes varken én biggetjes zijn de varkenskinderen.

Ook héle kleine kinderen

Een zwangere vrouw wéét dat ze in het ziekenhuis gaat bevallen; het moet, uit medische noodzaak, een keizersnee worden.
Alles gaat voorspoedig en er wordt een prachtig jongetje van 7 pond en een beetje geboren.
Vier dagen na zijn geboorte verlaten hij en zijn moeder het ziekenhuis en 2 dagen later mogen alle vier de grootouders hun prachtige kleinzoon bekijken.

De baby drinkt te weinig en moet 2 dagen ná het bezoek van de opa’s en oma’s terug naar het ziekenhuis; het haalt wat moeilijk adem, een verstopt neusje.
Twee dagen daarna wordt de ouders medegedeeld dat vier verpleegkundigen Corona blijken te hebben.
De baby wordt getest. De uitkomst van de test is positief: de baby heeft Corona

De moeder wil ook op COVID-19 getest worden, maar het ziekenhuis is van mening dat ze géén patiënt (meer) is van het ziekenhuis dus dat dat niet via het ziekenhuis kan gaan.
De moeder gaat het “normale” Coronatestcircuit in.
Ze blijkt ook Corona te hebben.
Ook de vader laat zich testen: ook positief
Dan wordt de oma ziek, hoesten, keelpijn, koorts.
Ze laat zich testen, vóór dat kan duurt het een tijdje, uiteindelijk is het resultaat negatief.
Ze is nog steeds “ziek” maar het is géén Corona.

Het is niet bekend  wie wie aanstak, maar heel  naar is het wel.
Inmiddels is de baby weer thuis en is het hele gezin van 3 personen in quarantaine.

Eerlijkheid wordt beloond


Mijn lief houdt van autoracen. In onze verkeringstijd gingen we nogal eens naar Zandvoort en zaten “ergens” langs de baan in het zand en zagen, met veel lawaai, auto’s langs “vliegen”
Als je er “iets” van weet is het best spannend, dan weet je dat de één de ander moet inhalen en als het dan lukt dan heeft hij kans om …(zoveelste ) te worden, dat soort “weetjes” maakt het kijken spannender.

Toen we getrouwd waren en kinderen kregen gingen we niet meer naar Zandvoort, mijn lief keek, als er autosport was, wel op t.v.
De formule I race  is de hoogste  klasse in de autosport en het spectaculairst; mijn lief kruipt dan een gedeelte van de vrijdag (vrije training) zaterdag (kwalificatie en zondag (races) bijna in de t.v.

De Jumbo had onlangs een spaaractie voor een racemodel (schaal 1: 24) van de auto van Max (Verstappen)


Ik doe bij een andere supermarkt boodschappen en ben erg trouw.
Er zijn een paar artikelen die MIJN supermarkt NIET heeft, dan ga ik die bij de Jumbo halen en doe dan meteen de boodschappen die ik op dat moment nodig heb. Ik krijg dan dus wel zegeltjes, maar weinig. Té weinig om daar een spaarkaart mee vol te krijgen.
Op een dag staat er een dame voor me met heel veel boodschappen. Ze spaart géén Max zegeltjes, ik raap al mijn moed bij elkaar en vraag de mij, totaal onbekende mevrouw, om háár zegeltjes. Ze zegt Ja.
Als ik nog twee keer bij de Jumbo boodschappen doe (omdat MIJN Supermarkt géén PALMsuiker heeft bv) krijg ik toch hoop, dat ik de spaarkaart vol kan krijgen en mijn lief kan blij maken met een Max Verstappen auto! De tijd gaat snel en als ik op een zaterdag daar verse broodjes én wat óp brood haal (dichterbij dan MIJN supermarkt) vraag ik hoelang de actie nog duurt. Tot maandag zegt de cassiere.” Ik ga dat niet halen” zeg ik teleurgesteld. De dame achter mij in de rij (met veel boodschappen) zegt dat als ik even wacht ik háár zegeltjes ook mag hebben. Ik wacht en krijg de zegels. Ik wil weglopen met mijn boodschappen in mijn tas en het supermarktkarretje weer naar buiten brengen.
De opmerkzame cassiere zegt dat er nog een boodschap in mijn karretje zit, een pakje boursin.
Ik zeg dat ik dat waarschijnlijk dan ook niet heb afgerekend en geef haar de bon om dat na te kijken  (met een mondkapje op beslaat mijn bril en kan ik géén briefje lezen)
Ze zegt dat het inderdaad NIET op de bon staat, ik trek mijn portemonnee en betaal.
De cassiere vraagt hoeveel zegels ik nog te kort kom: 2, zeg ik.
Ze geeft me 2 zegels “Omdat U zo eerlijk bent
Ik fiets naar huis, plak de zegels op, fiets terug en lever de kaart in.
Ik krijg een code, pas als je de code op internet hebt aangemeld én betaald ben je zeker van de auto.
Ik betaal niks via internet, zou het wel kunnen, maar wil het niet.
Manlief wel.
Ik kan dus niet plotseling een Max auto achter mijn rug vandaan toveren, maar heb manlief nodig voor het aanmelden op internet. Op de folder staat OP is OP.
Dus misschien maak ik hem blij met een dode mus.
Het zij zo.

Ik kom thuis en geef de code.
Man “ regelt” het met de computer: maandag kan ik bij de winkel ZIJN autootje ophalen
Maandag pas, jammer, want dít weekend zijn er races, dan zou zo’n modelautootje voor de t.v. wel leuk staan!

Wéér een bevrijdingsoperatie

Wij vinden het leuk om weg te gaan, dingen te ontdekken, mensen te ontmoeten, (nieuwe) dingen mee te maken, maar ook altijd weer leuk om thuis te komen.

Dit keer was er nog “iets” blij dat we THUIS waren.
Misschien ook de vissen in onze vijver, hoewel die  goed verzorgd worden tijdens onze afwezigheid en waarschijnlijk niet eens door hebben dat we weg zijn.
We waren één dag thuis en ik was in de slaapkamer de schone was aan het opruimen toen ik een raar geluid hoorde vanuit de badkamer. In het ventilatiekanaal klonk duidelijk gefladder, erg hard gefladder.

Nadat we een keer 2 kauwtjes én een dode muis uit het kanaal vanaf de schoorsteen hadden gehaald (een vreselijke ervaring, half ontbonden vogels opruimen) hebben we een schoorsteenkap op het rookkanaal gezet.
Kennelijk was dit vogeltje zo klein dat hij (of zij) er toch tussendoor kon.

Het gefladder gaat door en is hard! Nog even en hij of zij beschadigt zijn/haar vleugels.
Mijn lief kan bij het rooster van het ventilatiekanaal zonder trapje. We sluiten de deur en hij haalt het rooster eraf.

Een musje vliegt door de badkamer en gaat boven op de kast in een hoekje zitten.
Dáár kunnen we allebei niet bij (Ik had tevoren het idee dat ik hem kon pakken, net als de groenling een paar dagen eerder en naar buiten brengen. Hoop vervlogen)

Mijn lief heeft een idee, licht in badkamer uit (onze badkamer ligt inpandig)  alle deuren dicht, behalve de slaapkamerdeur, in de slaapkamer de ramen open zetten en dan hopen dat het vogeltje naar het licht én de koude luchtstroom trekt en naar buiten vliegt.
Goed plan, helaas er zitten 2 maren aan. We hebben géén deur voor de trap naar zolder én geen deur voor de trap naar beneden. Voor de trap naar beneden zijn we allebei niet bang,  vogels vliegen in zo’n omstandigheid meestal omhoog, maar de trap naar boven…..
Mijn lief heeft vaak briljante plannen, zo ook nu: Hij pakt het grote kleed van de vloer, houdt met hoera-armen het kleed, staande op een zoldertraptree vast: zo is de zolder zo goed als afgesloten.
Ik open de badkamerdeur.
Geen reactie.
Ik klim op de badrand en raak met een kam een doos op de kast aan (verder is alles daar buiten bereik)
De doos verschuift iets, de mus vliegt de open badkamerdeur uit, recht tegen het kleed aan, bounced back en vliegt zo het open slaapkamerraam uit.
Missie geslaagd.
Onze harten gaan als gekken tekeer; we zijn erg blij dat dit zó is afgelopen.
Was het 2 dagen eerder gebeurd had niemand  hem of haar gehoord of gezien en had de mus zeker de dood in de ogen gekeken.

Even later zitten heel veel mussen in de achtertuin te tjilpen, ik versta hun taal niet, maar volgens mij vragen ze allemaal aan die ene mus wat er gebeurd is. Het blijft nog lang onrustig in onze tuin. Ik denk dat elke voorbij vliegende mus het ventilatiekanaalverhaal moet aanhoren én er, in mussentjilptaal vragen over stelt.

Verbouwburen

Al eerder blogde ik over het feit dat we nieuwe buren hebben die vanaf februari in het buurhuis getrokken zijn en sinds die tijd ook aan het renoveren zijn.
Ze wonen (en, door Corona, werken) grotendeels boven want de huiskamer en keuken zijn nog steeds gestript en “klusgebied”. Bijna alle klussen worden door vader en schoonvader gedaan.

Afgelopen week werd er gestuct, dat was fijn voor ons, want stucen gaat zo goed als geluidloos. Hiervoor was een Turks bedrijf ingeschakeld. In warme landen wordt veel gestuct en is er veel ervaring, hoorde ik.

Er werd hard gewerkt en wat aanvankelijk 2 dagen werk zou zijn werd in één (lange) dag gedaan. Het resultaat mag er zijn.
Buren blij!

Al het vocht dat met stucen in de muren gaat moet er ook weer uit en dat is een lang proces. Gelukkig is (was) het mooi weer en kunnen ramen en duren open. Ook staat er nu een luchtontvochtiger in de kamer.
De muren kunnen pas geverfd worden als het vocht eruit is en dat gaat nog wel even duren, heb ik begrepen.

Ik kijk naar zo’n renovatie met grote ogen. Het maanden “in de troep zitten” is voor mij een soort horrorscenario. Het is in mijn (volwassen) leven nooit nodig geweest.
Eerst woonden we “op kamers” muren schilderen was het enige wat we konden én mochten doen. Daarna kregen we een nieuwbouw flat en later een nieuwbouwhuis. Een behangetje erop en wonen maar.
Een huis wordt een thuis in mijn ogen als je er spullen inzet en erin gaat wonen.

Liever zó wonen, dan in de troep zitten en het “perfecte” huis creëren. Ons huis is verre van perfect, maar dat zijn wij ook niet.

Ik wéét wel dat je zo’n periode met beperkingen  snel  vergeet als alles klaar en mooi is, maar  van mij hoeft het niet. Stiekem bewonder ik onze buren wel een beetje dat ze dat zo lang kunnen.

Vlieg- en daaswerend

Ooit vertelde een boer in Limburg me dat boeren die paarden hadden vroeger bijna altijd een walnotenboom in hun wei of bij hun hoeve hadden geplant. Een walnotenboom geeft schaduw én, belangrijker: hij is vliegen- en vooral daaswerend.
Sindsdien valt het me echt op; zie je ergens een oude boerderij dan is er vaak een walnotenboom bij te zien.



Hier in de wijk staan 2 oude, nootdragende walnotenbomen.
Dat is niet zó vreemd aangezien de grond waarop onze wijk gebouwd is vroeger een meent was, waar boeren hun vee  lieten grazen, het zou dus best kunnen dat minstens één van die walnotenbomen toen geplant is; om schaduw voor het vee te geven en het vliegend ongedierte weg te houden.


Ook in het boerendorp, waar onze wijk bij hoort, staan oude boerderijen. Nu zijn de meeste rigoureus verbouwd en aangepast aan deze tijd, vaak gekocht door BN-ers. Rieten daken, hoge heggen of hekken én af en toe nog een oude hoge walnotenboom op de grens van de (nu) tuin en de openbare weg.

Al jaren zoeken wij in september walnoten onder de twee, in de wijk staande, walnotenbomen.
Er staan heel veel brandnetels onder de boom, dus een noot zien en pakken leidt vaak tot een branderige hand met rode vlekjes.
Er zijn meer kapers op de kust, dus soms lopen we gewoon door als we geritsel tussen de brandnetels horen, dan weten we: iemand was ons voor!

Een boer in de Achterhoek die een walnotenboom in de tuin had en de noten droogde vertelde me “alles” over de noten. Hij had zelf gemaakte droogbakken gemaakt en liet me zien hoe je de noten schoonmaakte vóór je ze op de droogbak (metalen rasters) liet drogen. Alle haartjes moeten van de noot af, die staan in verbinding met de binnennoot en als die nat blijven rot de noot van binnenuit.
Hij deed het voor met een mesje. Verder gaf hij het advies de noten goed te laten drogen, pas met Kerst (of als je niet zo lang wachten kan (een paar) met Sinterklaas) openmaken en dan pas eten.

Dus sinds die tijd zoeken we noten in september. Eerst droogden we ze in op een krant, toen in een gazen mand en nu heeft mijn lief er roosters voor gemaakt.

Dit is een goed walnotenjaar!
We hebben er al behoorlijk wat. Schoonmaken van de noten als er nog (een beetje) bolster omzit is een klus waar je vieze, geelachtige handen van krijgt, dus handschoentjes aan. Nu ze ECHT rijp zijn én er soms behoorlijk veel wind is, liggen ze vaak schoon onder de boom (en in de brandnetels)

Van kerst tot ver in het volgende jaar stoppen we in onze witlof en wortelsla zelf gevonden, gedroogde, gepelde en gehakte noten.
Dat smaakt toch anders dan gekochte, kan ik u vertellen (de brandnetelbultjes trekken na een dag weer weg)

Een raadselachtige moord

Vanmorgen vóór achten al een begrafenis.
Geen probleem met afstand houden ivm Corona.
Ik was alleen. Begroef zelf.
In de tuin.
***

Een vaste routine van me is als ik ’s morgens beneden kom:
tuindeuren open, vissen en (wilde)vogels voeren.
Daarna begint mijn dag.

We hebben (te) veel vissen voor het wateroppervlak (af en toe gaan er een paar naar een andere vijver, als iemand ze wil hebben)
Ooit hadden ze een naam. Er zijn echter  zoveel kleintjes geboren dat we er nu meer dan 20 hebben (in 2500 liter vijver) dus alleen de “bijzondere” hebben nog een naam, zoals Flappie die we al heel lang hebben en die “foute” kieuwen heeft, niet lang zou leven (vlgs mijn broer), maar er nog steeds (gelukkig) is.
Er is dus geen telling meer mogelijk.
Ik miste er vanmorgen dus ook geen één.

Toen ik, in de tuin, naar achteren liep om iets in de groene vuilnisbak te gooien zag ik op de tafel: een rode vis liggen!
De tafel is hoog, ver van de vijver af én we hebben géén vliegende vissen.
De vis was dood.

De aanblik van De Dood schokt me altijd. Een gerafelde vlinder, een op zijn rug liggende bij, een drijvende vis, ik ben er confuus van. Het Leven is zo  weg ge sij peld!

Na het zien van de dode vis en de bijbehorende emoties komt meteen de vraag: HOE is dit in vredesnaam mogelijk geweest?????


Ik maak een foto, trek weggooihandschoenen aan en graaf een graf.
Als ik de vis (met 2 handen) respectvol oppak zie ik een plasje bloed op de tuintafel liggen.
In ál die jaren dat we vissen hebben én ook vroeger thuis met een vijver heb ik nog nooit ROOD vissenbloed gezien. Nu dus wel, én niet zo’n beetje ook.
Ik kán én wil niet een dode vis uitvoerig gaan bekijken, maar ik zie zó geen wonden, behalve wat kapotte schubben.

Ik begraaf de vis (er is niet veel barre aarde in onze tuin, overal staat wat en ik wil geen levend iets (plant)  offeren voor een ander wezen. Dus de best flinke  vis past  maar nét in een stukje barre aarde. Ik boen de tuintafel, het vissenbloed(?) wordt verdund en verdwijnt.
Een reiger, een poes of??? Die kán toch niet door de vis verwond zijn bij het kidnappen?
Ik heb geen DNA-kit om te onderzoeken van welk dier dit bloed is.
We zullen nooit weten wie de moordenaar was.(als hij of zij niet terugkomt en het wéér probeert)
Het net moet nu (weer) over de vijver; een rot gezicht, maar wel effectief

Eindige vriendschap

vriendschapseind

Dit verhaal gaat over twee vriendinnen die elkaar, allebei 50+, door een wederzijdse kennis leerden kennen. Ik denk niet dat ze, zonder die kennis, ooit vriendinnen geworden waren.

Laten we ze Felicia en Ans noemen.
Felicia was altijd blijven werken, ook na de geboorte van de kinderen, had een nanny voor de 2 kinderen aangenomen en had een verantwoordelijke baan.
Haar man en zij hadden een tijdje in het buitenland gewoond en gewerkt.
Met vakanties verbleven ze in hotels
Ze hadden een hond.

Ans
was meteen na de komst van haar eerste kind gestopt met werken en had weliswaar af en toe administratieve (betaalde én onbetaalde) klussen aangenomen, maar alleen als haar man thuis was en op de kinderen kon passen.
Met vakantie gingen zij en haar gezin altijd in een tent kamperen.
Ze hadden een hond.

De mannen konden het, hoewel totaal verschillend; de één creatief, de andere een techneut, best met elkaar vinden.
Het beeld is wel duidelijk denk ik nu.

De wederzijdse kennis ging verhuizen en omdat veel vrienden, familie en bekenden het “ té druk ” hadden waren Ans en Felicia de enigen die konden (én wilden) helpen verhuizen.

Ze hoefden tijdens het verhuizen niet veel te bespreken, de één deed dit, de ander dat, het liep allemaal gesmeerd én ze hadden veel pret. Ze merkten dat de verhuisklus haast vanzelf ging, zó waren ze op elkaar ingespeeld.

vriendschapssymboolNa de verhuizing werd de band tussen de twee steviger. Felicia en haar man woonden weliswaar in een heel ander deel en behoorlijk ver van Ans en haar man vandaan, maar ze had een questhouse en daar konden Ans en haar man tijdens hun bezoek aan hen verblijven

Ze gingen zelfs met zijn vieren op vakantie; een culturele vakantie; historische dingen bekijken.
Niet in een hotel (Felicia) niet op een camping (Ans) maar een compromis: ze huurden gevieren een appartementje.
Het was een bijzondere vakantie; het culturele en historische verbond; het samenleven in het appartementje beviel ze alle vier.

De vriendschap duurde jaren.
Op een gegeven moment kwam er een alarmerende email bij Ans binnen: Felicia wilde scheiden.
Aangezien ze (afstand) niet naar Felicia toe kon, belde ze haar op.
Het werd een emotioneel gesprek waarbij bleek dat Felicia haar man had betrapt bij het naar porno kijken. Felicia was daar zo van geschokt dat ze alleen maar WEG van hem wilde, Ans bood aan dat ze bij haar kon komen. Felicia zou erover denken.
Een tijdje hoorde of zag Ans niets van Felicia. Ze stuurde een “voorzichtige” mail, niet refererend aan de “problemen” maar met algemeen met de strekking “Hoe gaat het met jullie?
Geen reactie.

De verjaardag van Felicia kwam er aan; geen uitnodiging voor een feestje zoals andere jaren. Ans stuurde een felicitatiekaart.
Er werden verschillende apps en mailtjes van Ans naar Felicia gestuurd; geen reactie.
Totdat er een verhuiskaart kwam; Felicia én haar man verhuisden naar een ander deel van het land.
Ans stuurde een  “gefeliciteerd met jullie nieuwe huis-kaart” namens haar en haar man.

De verhuiskaart was het eerste teken van Felicia naar haar toe.
Ans schreef een brief persoonlijk naar Felicia dat ze niet snapte wat er was, wat was er tussen hun gebeurd? Had ze iets verkeerds gezegd? Gedaan? Konden ze daarover praten?
Geen reactie.
Ans was er verdrietig over: sommige vriendschappen kwijnen weg of lopen stuk, dat kon  gebeuren, maar dit was een zo onbevredigend einde.

Uiteindelijk bedacht Ans dat het misschien niet Felicia was die de vriendschap wilde beëindigen, maar de man van Felicia.  Dát was de enige verklaring  die Ans kon bedenken.Misschien had Felicia haar man verteld dat Ans HET wist en durfde (of wilde) de man háár niet meer onder ogen te komen(.Het positieve was wel dat t stel kennelijk bij elkaar bleef)

Maar zelfs na al die jaren, deed het Ans nog steeds pijn; een dierbare vriendin te verliezen aan….. ja, aan wat?
Zou ze ooit te weten komen of haar gevoel juist was en niet haar vriendin maar haar man de breuk had veroorzaakt?
De vriendschap weer herstellen, dat dát niet zou gebeuren daar had Ans zich bij neergelegd. Jammer