Waar gebeurd





Rond 1915 werd er, in een katholiek gezin, een meisje geboren; laten we haar Anneke noemen.




Anneke werd naaister.
Ze werd in 1937 verliefd op een, eveneens katholieke, jongen.
Ze trouwden en kregen 10 kinderen

De pastoor was blij met haar;  zij en haar man zorgden voor 10 nieuwe parochianen

Ze hadden het niet breed maar gelukkig kon Anneke goed naaien, ze naaide de meeste “bovenkleding” voor zichzelf en de kinderen. Daarbij was ze erg creatief met stof, vaak uitgetornde, geschonken kleding.
Haar man was goed voor haar, bracht zijn hele loon naar huis maar had verder niet veel te vertellen; het gezin werd door Anneke financieel én op alle andere wijzen, draaiende gehouden.

Anneke was een sterke, inventieve vrouw die emoties van haar zelf en haar gezin afdeed als “flauwekul”
Zo goed mogelijk overleven daar ging het om in het leven.

Toen er in 1964 een busreisje voor ouders van “goede leerlingen” van de middelbare school werd georganiseerd van het boerendorp in Noord Holland, waar Anneke en haar gezin woonde naar Twente, waar net een Technische Hogeschool (THW) was geopend, die leerlingen “nodig” had, ging Anneke mee en gaf daar ter plekke één van haar zoons als leerling op; de opleiding was GRATIS!
Het ging er bij haar niet om of hij dat zou willen, het ging om een goede toekomst; dát had ze voor ogen met haar jongens. De meisjes zouden wel trouwen.

De bewuste zoon haalde zijn middelbare school en kreeg een treinkaartje naar Enschede.
In die tijd was het daar verplicht om op de campus te wonen, dus hij had meteen onderdak!
Hij werd later inderdaad ingenieur

Vóór de tijd dat die zoon vertrok naar Enschede haalde Anneke haar 4e kind, een dochter (we zullen haar Nel noemen) van school naar huis. Er liepen inmiddels 5 kinderen van onder de 10 en één van elf in huis rond; Anneke had (goedkope) hulp nodig.
Nel waste en sopte, veegde snotneuzen af, kortom was altijd bezig.
Géén complimentjes van ma, het hoorde zo! Wél hoorde ze het als er wat fout ging, dán kreeg Nel de wind van voren.
Nel was, al heel jong, meer een moeder dan een zusje (Zó beschouwen de jongsten haar nog)

Anneke vroeg, toen Nel 17 werd, aan de groenteboer of hij niet een dame wist die een meisje voor huishoudelijk werk nodig had.
Dát wist de groenteboer wel en zo kreeg Nel er een (betaald) werkhuis bij!

Nel had echter haar moeders kracht en doorzettingsvermogen geërfd!
Ze gaf haar toekomst niet in mama’s hand, maar ondernam zelf stappen.
Ze zocht en vond informatie over een avondopleiding;  de Handelsavondschool.
De kosten waren 80 gulden per jaar. Dat geld spaarde ze en ze volgde de opleiding.
Na 3 jaar had ze haar diploma.

Nel kreeg daarna een kantoorbaan en ontmoette een leuke jongen.
Toen haar jongste broertje 16 jaar was trouwde ze met haar vrijer.

Eén van de zussen trouwde niet en bleef bij papa en mama wonen; ze had niet dat sterke, inventieve van haar moeder geërfd, meer het passieve van haar vader; ze vond het “wel goed zo” bij haar ouders thuis.

Anneke vond dat aanvankelijk oké, maar toen deze dochter 36 jaar werd vond ZIJ het tijd dat de dochter uit huis ging. Ze “regelde” een huurflatje in een nabij dorp en gooide haar letterlijk “het nest uit”.
De dochter vond het allemaal wel oké; ze hoefde tenminste zelf geen actie te ondernemen.
Toen haar vader stierf “zorgde” zij min of meer voor haar moeder; ze was er toch al veel.

Anneke werd 92 jaar! Ze was nooit een moeder geweest die haar affectie toonde; voor het naar bed gaan maakte ze met haar vinger een kruisje op het voorhoofd van elk kind, dát was het dan! Geen aai of kus!
Haar liefde “toonde” ze door te zorgen dat haar jongens goede opleidingen kregen, haar meisjes goed gekleed rondliepen en het huishouden draaide.
Dát moest genoeg zijn.


Omgaan met teleurstelling

Teleurstelling: het niet uitkomen van een verwachting, desillusie, deceptie, ontgoocheling;
Ieder mensen krijgt in zijn/ haar leven te maken met teleurstelling, ontgoocheling.
De realiteit van je leven sluit niet altijd aan bij je verwachtingen, dát kun je beter al vroeg in het leven leren.

Laatst hoorde ik een verhaal over een jongetje (5 jaar) die zich heel erg op zijn verjaardagspartijtje verheugde. Ze zouden mét 6 vriendjes naar een speelparadijs gaan.
Een maand van tevoren was het geregeld; elke dag zette hij een kruisje op de kalender, nog 29 nachtjes slapen, nog 28…..

Een dag voor zijn partijtje kregen zijn ouders een app van de basisschool waarop het ventje zat: zijn juf bleek Corona te hebben!
Geen partijtje op zijn feestdag!
Teleurstelling!

Zijn ouders hadden een “ritueel” voor zijn teleurstelling bedacht; hij mocht voor één keer, achter gesloten deuren heel hard het ergste (scheld) woord wat hij kende uitschreeuwen.
Het was even denken voor de 5- jarige, maar hij schreeuwde het anders verboden woord uit: De teleurstelling werd daarmee iets meer “hanteerbaar”!


Geweldig als je ouders hebben die begrijpen dat je iets MOET met je frustratie en je de kans geven die te uiten.
Al volwassen wordend leer je dat (té) hoge verwachtingen je kunnen teleurstellen.
Sommigen sluiten daarom verwachtingen uit, verheugen zich nergens meer op ”Ik zie wel hoe het loopt”
Of je teleurstellingen dán helemaal uit kan sluiten, betwijfel ik, maar wél weet ik dat je dan ook veel mist!

Jezelf verheugen op een etentje, een ontmoeting…….De blijde verwachting die je dan hebt..
Er kán een ontgoocheling op volgen: het etentje, de ontmoeting… ze gaan niet door of vallen tegen.
Jammer.
Maar de voorpret heb je gehad!


Ook zijn er mensen die overal teleurstelling inbouwen ”Ja dat of dat zou leuk zijn, maar…..het kan ook niet doorgaan” Die mensen stellen zich niet helemaal open, houden iets in reserve.
Komt de teleurstelling dan minder hard aan?
Ik betwijfel het, de voorprent is in ieder geval minder

Zelf heb ik als motto :Het is niet wat je overkomt dat je vormt maar hoe je ermee omgaat.
Dat geldt ook voor een teleurstellingen.
Er gaat iets niet door waar ik veel van verwacht had, heel jammer, maar misschien is het geen afstel maar alleen uitstel (zoals bij het verjaarspartijtje van het ventje) of misschien komt er iets  anders op mijn pad dat ook leuk kan zijn, ik probeer altijd VOORUIT te kijken ( vaak lukt het, soms ook niet)

Ik denk dat een “ritueel” bij een teleurstelling heel nuttig kan zijn; niet wegstoppen wat “even” verdriet of boosheid oproept, maar het uiten en dan weer verder naar de toekomst kijken.
Schreeuwen in een tunnel waar een trein overheen dendert of, zoals met de 5 jarige, een goor woord uitroepen kan zeker opluchten.

De 5 jarige kreeg later het partijtje van zijn dromen; het voldeed aan zijn eerdere verwachtingen, hij was superblij.

Als volwassene wéét je dat het “niet altijd goedkomt” maar je weet ook dat er “andere dingen” voor in de plaats komen. Dat het leven niet “perfect” is, dat je niet ALLES hebben kunt maar (desondanks) toch (redelijk) gelukkig kan zijn.



“Het is de natuur”

We hebben nog geen vakantieplannen.
Corona staat het vakantieplannen maken (nog steeds)  in de weg.
Familieleden gaan een weekje (in Nederland) weg en vragen of wij op hun huis en haard willen passen.
In een ander gedeelte van Nederland.
Het klinkt als een “beetje” vakantie.
Change of scenery.

Een huis met een mega grote tuin, een vijver en een kas.
Planten en vijver te verzorgen én 3 katten.

Lezers van mijn blogs weten dat ik geen kattenmens ben.
Katten eten (vijver) vissen (onze huisdieren) én vogeltjes en ze en mollen kikkers (onze “wilde” tuindieren)
Ik wéét dat dat de natuur is, maar ik wil graag de dieren, op het kleine stukje grond op aarde dat wij het onze mogen noemen, beschermen.
Dat kunnen we niet; beschermen.
Katten klimmen over de schutting, kruipen door heggen: ze zijn er, als ZIJ dat WILLEN.
Vandaar mijn aversie tegen katten.

Deze 3 katten (waar we al eerder op hem gepast) zijn binnen leuke beesten met individuele karaktertjes.
Twee van de katten werden door hun kattenmoeder ergens “gedropt”
Bij één, van oorsprong wilde kat, is dat nog duidelijk te merken; hij houdt afstand, is eenzelvig.


Ik ben altijd vroeg wakker. Helemaal in een andere omgeving.
Als ik om half zes mijn blog beneden aan het typen ben ( ná eerst de kattenbeesten gevoerd te hebben!) hoor ik het kattenluikje open en dicht gaan.
Ik zie een kattenbeest binnenkomen mét ………….een vogeltje in de bek.
Ik gruw.


De dader

Dit is het moment waarop ik direct naar huis wil en de boel de boel te laten, maar dat doe ik natuurlijk niet.
Het kattenluikje gaat weer, poes nummer 2 komt binnen, spring op de rug van nummer 1 om zijn prooi af te pakken. Het gaat vlug, een fractie van een seconde en het piepkleine musje fladdert tegen het raam.
Een kat springt.
Gelukkig mis.
Ik grijp het musje, dat tegen het raam fladdert, vóór de twee katten het doen, sla met mijn (goede) been de deur achter me dicht en sta in de hal (alleen, zonder poezenbeesten) met een klein musje in mijn hand.

Ik laat in dat halletje onze beide harten, van de mus en van mezelf, eerst hun normale tempo weer hervinden en probeer dan met één hand de voordeur open te maken. Dat lukt na een paar pogingen.
Twee poezen zitten binnen, wáár is nummer 3?
Ik loop naar een door planten overwoekerd afdakje en wil het musje daarop zetten; het musje denkt er anders over en vliegt zodra mijn hand een beetje opengaat de vrije lucht in.
Gelukkig alles “werkt” zo te zien nog.

Ik loop naar binnen en sluit de voordeur.
Eén kat zit op de vensterbank en snuft tegen het raam waar het vogeltje fladderde; de ander zit onder tafel zijn pootje te likken.
Ik kan  ze “even” niet zien en verdiep me in mijn blog.

Op een tak zingt een lijster.
Ik hoor het kattenluikje weer.
Ik wil die twee dingen NIET combineren.
De katten wél.

8 revisies




Meyer Sluyser

Geboren als Meijer Sluijser (1901/5661)* was een Joods journalist, schrijver en radiocommentator

Ik vond, bij toeval, zijn graf op de Joodse begraafplaats in Bussum, toen ik daar (voor een ander blog) zocht naar het graf van Dirk Witte.

Door het zien van dit graf  met zijn naam erop herinnerde ik me weer de verhalen van mijn ouders over de Tweede Wereldoorlog en dan met name die over Radio Oranje, de stem van Strijdend Nederland.
Elke avond om kwart over 8 zond de European Service van de BBC een radioprogramma uit van de Nederlandse Regering in Ballingschap.
Myer Sluyser was chef van de Radioluisterdienst van de Nederlandse Regering in Londen.

Eerder ( 1929) was Meyer redacteur van het Sociaaldemocratisch dagblad Het Volk.
Hij bestreed alle vormen van dictatuur: het  communisme, het fascisme en, nadat in  Hitler in Duitsland aan de macht kwam (1933), de nazi’s 
Na de Duitse inval wist Meyer en zijn gezin vanuit IJmuiden (15 mei 1940) per schip (Friso) naar Engeland te komen; daar werkte hij onder meer mee aan de programma’s van Radio Oranje.


Koningin Wilhelmina voor Radio Oranje

Vanaf  mei 1943 moesten Nederlanders hun radio inleveren ( de straf als er een radio in een huis gevonden werd was gevangenis- of doodstraf)
Zó dachten de Duitsers te voorkomen dat men luisterde naar de verboden zenders als BBC en Radio Oranje
(Ik las nu dat ongeveer een kwart van alle, toen in Nederland aanwezige radio’s “verdwenen” in de illegaliteit)



Zoals zoveel Nederlanders hadden mijn ouders nog wél een verboden radio in hun bezit, waar ze, zo vertelden ze, toen stiekem naar luisterden.

Toen Meyer, na de oorlog, terugkeerde naar Nederland werd hij een van de oprichters van het sociaaldemocratisch dagblad Het Vrije Volk en bij de VARA had hij onder andere een radio programma :(iedere zaterdagavond) “Commentaar op het Nieuws”
Hij was ook lid van het Hoofdbestuur van de VARA

Zijn stukjes in de krant over het vooroorlogse, alledaags leven in de Amsterdamse Jodenbuurt
(hij was zoon van een Amsterdamse diamantslijper) werden gebundeld en in boekvorm uitgegeven.
Ook schreef hij 2  detectives onder de (schuil) naam Richard Parridon.



Meyer Sluyser stierf op 26 januari 1973 (5733*) in Bussum


*)De joodse jaartelling rekent vanaf het jaar waarin volgens het jodendom de schepping van de wereld heeft plaatsgevonden. Op grond van de Tenach (Hebreeuwse Bijbel) wordt de schepping geacht te hebben plaatsgevonden 3761 jaar voor het begin van de Christelijke jaartelling

Als uil terugkeren.

Vandaag hebben wij een uil naar zijn “geboorteplaats” gebracht.

Vrienden hebben verleden jaar een overkapping bij hun  Pitch& Puttbaan  gebouwd.
Daar waren balken voor nodig. Bij het bouwen was er een stuk van een balk “over”.
Mijn lief mocht dat  stuk hebben; hij wilde er “iets” van maken.

Hij  heeft van een stuk balk een wildzwijnenbiggetje gemaakt.
We hebben daarvoor menig werkbezoek aan een boerderij met 16 jonge biggetjes (van 2 zeugen) gebracht, wat op zich vreselijk leuk was en mijn lief de gelegenheid gaf de anatomie van een biggetje te bekijken.

Het  houten biggetje staat in onze huiskamer.
Er was nog een stuk balk over.
Mijn lief besloot daarvan een uil te maken voor de vrienden die de balk ter beschikking hadden gesteld.
Helaas zijn er weinig uilen ergens te bekijken, dus voor de anatomie van de uil was internet zijn voornaamste bron.

Na verschillende stadia van de uil was hij gisteren eindelijk zo ver dat hij overhandigd kon worden.
De balk kwam vandaag, in de vorm van een uil, terug naar waar hij zijn leven eens begonnen was.
(Natuurlijk niet helemaal ECHT zijn geboorteplaats, want er was een stadium vóór de balk; die van Douglasspar “ergens” in een bos; maar wat heeft het voor zin een houten uil naar een bos te brengen waar vermoedelijk ECHTE uilen zitten!) Bovendien hebben mensen in de Horeca- en Evenementenindustrie het deze Corona maanden EXTRA zwaar, dus een “wijze” partner kunnen ze wel gebruiken én een hart onder de riem ook



De uil werd goed ontvangen, hij zit op de bar (nu tijdelijk ivm Corona gesloten) alsof hij daar hoort!
De Pitch & Putt baan is wél open; 1,5 m. afstand houden is daar geen enkel probleem, Coronavrij sport en spel beoefenen kan er! (Footgolf ook)

Muizen

Ooit woonden we in een flat, 5 hoog. Boven het huiskamerraam onder het plafond was een holle ruimte. Wij noemden dat de M 1 (M one) de muizenweg! Daar renden soms muizen heen en weer.
We zagen ze nooit maar we hoorden meerdere trippelende pootjes en door het gat van de verwarmingsbuizen naast het raam dwarrelden soms korreltjes piepschuim.

In de eengezinswoning waar we nu wonen had de buurvrouw ooit (last van) muizen. Ze vroeg of ik ze voor haar wilde vangen. Zij zat boven in haar slaapkamer en durfde niet naar beneden te komen. Ik liep de openkeuken in en daar rende een muisje. Hij (of zij) verdween in een keukenkastje, waarin ik haar niet meer zag. Ik liep de tuin in en sprak met de uit het raam hangende buurvrouw. Wat moest ik er, áls ik er één zou kunnen vangen, mee doen? Zij had bedacht dat ik hem dan uit het zolderraam zou gooien, op het terrasvallend zou hij dan wel dood zijn. Ik haakte af. Vangen zou me vermoedelijk toch niet lukken en dood maken zou ik sowieso niet kunnen én willen.

Later kregen we zelf muisjes binnen. Die moesten dus wel gevangen worden én naar buiten gebracht worden (minstens 250 meter, anders zouden ze terugkomen)
We kochten een muizenvalletje en stopte er kaas in.

We zagen de muis (meestal stak hij ’s avonds trippelpotend de kamer over) Nooit kwam hij in de val. Chocolade werd ons geadviseerd en…pindakaas!

De pindakaas werkte, we vingen een muisje, die mijn lief in het park vrijliet.
We vingen er nog één (weer naar het park) en toen, midden in de nacht hoorde ik iets beneden: er zaten er 2 in de muizenvallen en ze vochten. Mijn lief schoot kleren aan en ging de muizenval “legen” Niet helemaal in het park, maar op een stukje grasland vlakbij.
Daarna geen muis meer in het valletje, geen muis binnen meer gezien.

Nu hebben we weer muisjes; in de tuin.
De buurman (een andere dan toen) heeft in zijn garage klemmen gezet; van hem moeten ze dood.
Zolang ze bij ons niet binnenkomen, laten wij ze zijn waar ze zijn (binnen wordt een heel ander verhaal)

We zien ze scharrelen tussen de bladeren onder de vetballen, die in een struik voor de vogels hangen. Niet alleen ONDER de struik, maar ook lopend over de stammetjes van de struik en….. in het voederding waarin de vetballen zitten.
Moeilijk om te fotograferen, maar het is me gelukt en als je wéét dat er een muisje zit, dan zie je ‘m ook nog.

Zitje met duif én muis muis óp de stoel

Op stammetje (onderaan) op weg naar vetbol


We hopen van harte dat ze buiten blijven en we ze niet hoeven te vangen.

Oud & Nieuw.

Ooit las ik een verhaal waarin Oud en Nieuwjaar gepersonifieerd waren.
Oudjaar een oude man en Nieuwjaar geen baby zoals in sommige verhalen, maar een jongere, levenslustige man.
Oudjaar woonde in een kasteel waar hij op 31 december om 24.00 uur uit moest, dat wist hij van tevoren. Maar toen dat tijdstip aangebroken was wilde hij NIET weg: Hij had nog zoveel te doen; het was niet AF!

31 december: Het Nieuwjaar, de jonge man kwam en bonsde op de kasteeldeur, maar Oudjaar liet hem er niet in.
Nieuwjaar bleef bonzen, hij MOEST erin. Uiteindelijk liet de oude man hem erin, maar hij zei meteen dat HIJ niet wegging. Nieuwjaar was wijs, vroeg een drankje en wilde praten (hoewel het al 5 over 12 was!)  Hij hoorde dat de oude man niet KLAAR was met zijn ten doel gestelde taak en stelde voor dat als de oude man NU  vertelde WAT hij nog afmaken wilde, Nieuwjaar zijn best zou doen om DIE dingen in het nieuwe jaar zelf af te maken.
Dáár kon de oude man zich in vinden en hij GING ( toen was het al kwart over 12!)

Aan dit verhaal moest ik denken toen IK afgelopen jaar overdacht.
Ik zou NU net zo’n soort verhaal kunnen schrijven, maar dan over OUDJAAR die eind september al op wil stappen, terwijl Nieuwjaar nog niet eens in zicht is.
Dat hele gedoe met COVID-19, de tweede golf, het ziekenhuispersoneel op zijn laatste benen, de zwaar zieken, de doden, zo’n (oud)JAAR moet het toch helemaal ZAT zijn.
Ik zou hem hij een brief laten schrijven naar Nieuwjaar met de strekking “Kom nou maar, ik stop ermee, heb het helemaal gehad”

En Nieuwjaar hoe reageert hij als hij de brief ontvangt?
“Dank je lekker, dan zit IK in die troep, nee hoor, maak jij het maar lekker af. Ik wacht wel tot mijn tijd komt op 31 december (en hoop dat het dan allemaal voorbij is)”
Het oudejaar zit dan, met zijn koffer al gepakt, te wachten op een telegram, dat maar niet komt (er komt wel elke dag een postauto met duizenden brieven van mensen die wensen hebben in dit jaar, maar sinds de uitbraak van de pandemie leest hij die niet meer, ze vragen allemaal om het Coronavirus te stoppen en dát ligt niet in zijn macht, dus waarom de brieven lezen? Hij wordt er alleen maar vreselijk depri van)


Dan is Oudjaar het zat, hij pakt de telefoon, belt Nieuwjaar (die ergens aan een zonnig strand ligt te relaxen) Het wordt een eenzijdig gesprek; kom hierheen, ik trek het niet meer, ik  vertrek straks of jij er bent of niet. Vóór hij neerlegt kan Nieuwjaar nog net zeggen: “Ik kom er aan, wacht met weggaan tot ik er ben.”

Oudjaar kent zijn verantwoordelijkheid, hoewel hij het helemaal ZAT is, wacht hij tot Nieuwjaar zijn opwachting maakt in ZIJN kasteel.
Nieuwjaar is lekker bruin en veel te luchtig gekleed voor deze tijd van het jaar (het is oktober!) maar het kan Oudjaar allemaal niet schelen; hij wil weg!
Hij pakt zijn koffer en wil gaan, maar Nieuwjaar “tovert” een flesje Tia Maria uit zijn plunjezak, hij wéét dat Oudjaar daar gek op is en een drankje niet kan weerstaan.
Samen klinken ze, het is per slot van rekening nu, midden oktober, Oud & Nieuw.
Na een uurtje of zo is Oudjaar helemaal toeter.
Nieuwjaar stopt hem in bed en gaat naast hem zitten.
Hij houdt de hand van de oude man vast en geeft hem een droom.
Met zijn prachtige jonge stem schetst hij een toekomstbeeld:

Mensen zullen uitkijken, eerst naar Kerst en dan naar Oud & Nieuw, ze willen een horizon; ze willen geloven dat het BETER zal gaan.
Als Oudjaar blijft krijgen ze die horizon; het Nieuwejaar zal beter worden!
Oudjaar is de enige die de mensen hoop kan geven.
Als hij nu gaat en het nieuwejaar neemt het over zullen de mensen de hoop verliezen; “ZIE je wel ook het volgend jaar blijft COVID 19 rondwaren” Dan verliezen ze  alle hoop.
Hoop doet leven. Geef de mensen LEVEN.

Nieuwjaar laat de hand van Oudjaar los als hij ziet dat. in zijn slaap, een glimlach over het gezicht van de oude man trekt. Hij wéét dat de droom zich in het hoofd van OUDJAAR heeft vastgezet.
 Zachtjes verlaat hij het kasteel.

Als Oudjaar ’s morgens wakker wordt heeft hij maar één gedachte: hij moet de mensen hoop geven.
Hoop op andere tijden! Hij zal blijven regeren tot zijn tijd gekomen is en NieuwJaar het stokje over kan nemen.

Het verhaal is geschreven en Nieuwjaar staat vóór de poort. We hebben het Oudjaar “uitgezeten” mét beperkingen. Het was voor de meesten van ons géén leuk jaar.
We hebben HOOP dat nu, met de komst van 2021,( én het vaccin) het beter al gaan; Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Ik wens U een Goed, Beter, Gezond 2021


Overleg? Hoeft niet meer

Nog niet zo heeeel lang geleden hadden gezinnen maar één t.v. in huis.
Pa wilde soms iets anders zien dan ma en de kids wilden hún programma zien.
Er moest overleg gepleegd worden, wie wat en wanneer ging zien en degenen die NIET hun zin kregen moest daarmee (leren) omgaan

Toen kreeg iedere kamer een t.v.
Overleg was niet meer nodig.
Alle gezinsleden keken hun “eigen” ding op hun “eigen” t.v.

Nog niet zo lang geleden was er één telefoon in huis en die zat aan een draadje.
Als ma met haar vriendin zat te bellen en de tienerdochter wilde op dát moment met háár vriendin bellen, was er gebarentaal; Mam, schiet op!

Toen kreeg iedereen een foon, zónder draadje
Overleg (mondeling of met gebaren) was niet meer nodig
Alle gezinsleden hadden hun “eigen” foon.

Nog niet zo lang geleden was er een gezin maar één auto.
Als mama de auto nodig had moest pa met de bus, of ma bracht hem weg.
En wie bracht Armand naar hockey of Marjan naar gitaarles?
Er moest overleg gepleegd worden.

Toen kreeg elke volwassene (en soms een 18 jarig thuiswonend kind)
een eigen auto.
Ma kon gaan en staan waar ze wou, zonder pa te raadplegen.
Overleg was niet meer nodig en de kinderen werden weggebracht door wie op dat moment tijd had en thuis was.

Nog maar heel kort geleden werkten alle “kantoormensen” buitenshuis.
Ze zaten in een ruimte met collega’s waarvan er één het raam open wilde hebben, een ander zomers de ventilator aan, waarvan er één moest bellen “Kan het een beetje stil zijn?” en waar ze voor elkaar koffie meenamen als ze toch langs de koffieautomaat kwamen.


Nu werken ze (noodgedwongen) thuis, zitten ze in hun joggingbroek met warme sloffen aan met de verwarming zo hoog als ZIJ willen, maken ze zelf koffie in hun eigen keuken als ze dat willen en hoeven ze met niemand anders dan hun zelf rekening te houden.

Hoe leren de jonge mensen van nu om rekening met anderen te houden? Er zijn bijna geen voorbeelden meer. Men kan, zonder overleg, heel veel doen zoals ze men dat zelf wil.

Al die zaken prettig en makkelijk? Vast.
Maar ik zie er ook een nadeel voor de samenleving in én ook voor het individu op den duur.

Hoe leer je rekeninghouden met elkaar als het zo weinig nog maar hoeft? We ZIJN allemaal individuen, maar we zijn SAMEN de maatschappij.
We leven mét elkaar, in Nederland zelfs, dicht op elkaar, rekening houden met elkaar is nodig om die maatschappij draaiende houden.



Spaaractie

Een volle spaarkaart met supermarktzegeltjes bij de Jumbo gaf recht op een replica van de raceauto van Max Verstappen; een modelauto (1:24) van de Red Bull Racing Formule 1 bolide (winnende editie van de GP van Oostenrijk 2019) én een sleutelhanger van de helm die Max toen droeg.

Voor een formuleracefan (ik leef samen met zo één) is dat een leuk “hebbedingetje”. *)
Hoewel ik dacht dat ik nóóit aan een volle spaarkaart zou komen (ik kom niet zo veel in deze supermarkt) lukte het me toch! Door gift-zegels van klanten vóór me én een donatie van een Jumbo-medewerker (zie blog 10/10)


Wie denkt dat je een volle zegelkaart inlevert en een autootje krijgt heeft het mis.
Een volle spaarkaart met twintig gespaarde punten kon tot 17 oktober bij een Jumbowinkel  worden ingeleverd. Dan kreeg je IN de winkel een bestelcode.
Mét de bestelcode én bijbetaling van € 5,99 kon je de replica  tot 18 oktober (via internet) bestellen (zolang de voorraad strekt uiteraard)
Mijn lief bestelde en ik kreeg zijn uitgedraaide mail mét code én een ophaaldatum.
Vanwege de verscherpte Coronamaatregelen kreeg hij later ook nog een mail met de vraag of hij (dat werd dus IK) alleen in de winkel wilde komen tegelijk met het boodschappendoen.

Deze week was de ophaaldatum en deed ik boodschappen bij de JUMBO op een rustig uur.
Ik was om kwart over 8 bij de winkel, waar een aardige medewerkster (mét afstandjasje) buiten me een schoongemaakt karretje overhandigde. Aardige geste, dat ben ik (bij mijn reguliere supermarkt) niet gewend.

Er stonden geen klanten bij de servicebalie dus ik gaf mijn brief af. Dat gaf problemen want…. de lijst was er nog niet. Géén idee waar ze het overhad, maar zij ging de lijst zoeken (zei ze) dus ging ik boodschappen doen.
Ik had afgerekend en stond klaar met mijn boodschappen maar dé lijst was er nog niet.
Er werd uitgelegd dat er zoveel fraude met de (mail van de) autootjes werd gepleegd dat er bij de levering van de auto’s een lijst met naam én nummer van de besteller werd geleverd, die moest ik tekenen. Zonder lijst geen autootje.

Terwijl de dame “achter” aan het zoeken was, kwam er nog een klant voor 2 van die autootjes. Ze had er eerder al 3 gehaald en die had ze zo meegekregen, dit was “flauwekul”.
Ze werd een beetje boos.
Ik bood aan mijn ID te laten zien en “ergens” voor het autootje te tekenen en de andere klant ondersteunde me. Maar het MOCHT niet. We moesten terugkomen.
De andere klant eiste dat JUMBO háár dan zou bellen. Dát was de medewerkster al van plan en ze begon haar telefoonnummer op te schrijven;  ik gaf mijn nummer ook. Er zat niets anders op dan terug te komen.

Nét toen ik de winkel wilde verlaten kwam er een andere medewerkster naar de balie, ZIJ zei dat DE LIJST meestal dáár lag. Ik keerde om, van plan deze aanwijzing even af te wachten. De lijst lag daar. Ik liep snel naar buiten maar zag de andere klant niet meer.

De JUMBO medewerkster pakte de telefoon en begon haar te bellen. Ik wachtte ( inmiddels wél ongeduldig) Ná het telefoontje gaf ze mij de lijst en met haar vinger wees ze waar ik moest tekenen.
Ik wachtte.
Ik teken nóóit voor ontvangst als ik niet ontvangen heb.
Dát vond ze (een beetje) raar. Ze haalde de auto en gaf deze aan mij; ik tekende en verliet de winkel, daar zag ik de andere klant aankomen “Lijst toch gevonden he?” Ik knikte.
“Malle toestand” zei ze en vervoegde zich aan de balie om háár 2 autootjes op te halen!


*) bij elke € 10,- aan boodschappen één zegel, 20 zegels is een volle kaart.
De auto is limited edition (waarvan IK niet weet hoeveel “limited” is, ze hebben er, toen de actie een mega succes bleek, laten bij maken)

Buitenvarkens

In ons boerendorp zijn nog maar weinig boeren die nog boeren.

Bij één van de boeren die nog boert halen we regelmatig onze eieren. een paar dagen geleden zagen we in de wei bij de boerderij een varken met 8 kleine biggetjes, maar er was meer… In een wei dicht erbij stond nog een zeug met 8 biggetjes. De dochter van de boerin vertelde dat als allebei de moeders mét biggetjes in één wei staan, de biggetjes door elkaar lopen en  soms bij één zeug gaan drinken, dan kan één moeder het (te) zwaar krijgen, vandaar dat voor deze oplossing gekozen is.

Bij de andere wei kunnen we dichtbij  en de kleintjes goed zien: roodbruine, gevlekte en beigekleurige biggetjes. Beeldschoon.


Schoon zijn ze zeker, vertelde de dochter: ze ruiken helemaal niet en zijn heel schoon op zichzelf zo ontlasten ze zichzelf liefst enkele meters van hun slaapplek vandaan. Een feitje dat IK niet wist. Deze biggetjes zijn ongeveer 1 maand oud. Omdat dit geen varkensfokker is maar een boer die 3 varkens heeft mag deze boer maar 4 biggetjes houden vertelde de dochter.
Varkens kunnen 10 tot 15 jaar oud worden en zijn sociale dieren, ze hebben gezelschap van soortgenoten nodig. De biggetjes liggen ook vaak dicht tegen elkaar aan.

Er staat boerenkarren in beide weiden, ‘s nachts liggen ze er onder en als de zon schijnt vinden de varkens daar schaduw.
De boerendochter vertelde dat de zeug (varkensmoeder)*)veel te dik werd omdat mensen hun overblijvende eten over het hek gooiden, zodat ze een bordje moesten plaatsen : NIET voeren.

Bij het hek zie ik eikels, kastanjes en wat groenten liggen, de zeug zet haar snuit erin, maar ook de kleintjes “wroeten al. Wroeten is voor een varken natuurlijk gedrag. Met hun wroetschijf (snuit) kunnen ze een hele weide omploegen. 
In de vrije natuur gaan wilde varkens zo op zoek naar voedsel; wortels, knollen, eikels

Toen we vroeger op de camping stonden in het Nationaal Park de Hoge Veluwe zagen we vaak, na het avondeten als het park officieel gesloten was, (en alleen de campinggasten nog IN het park waren) wilde zwijnen met kleintjes;  de everzwijnen wroetten in de bermen langs de weg naar eikels en wortels en de kleintjes renden daar achter aan. Ook een aandoenlijk gezicht.


De zeug



*) Een gelt is een vrouwtjesvarken dat nog niet geworpen heeft, een zeug is varkensmoeder en een beer een mannetjes varken én biggetjes zijn de varkenskinderen.