Als uil terugkeren.

Vandaag hebben wij een uil naar zijn “geboorteplaats” gebracht.

Vrienden hebben verleden jaar een overkapping bij hun  Pitch& Puttbaan  gebouwd.
Daar waren balken voor nodig. Bij het bouwen was er een stuk van een balk “over”.
Mijn lief mocht dat  stuk hebben; hij wilde er “iets” van maken.

Hij  heeft van een stuk balk een wildzwijnenbiggetje gemaakt.
We hebben daarvoor menig werkbezoek aan een boerderij met 16 jonge biggetjes (van 2 zeugen) gebracht, wat op zich vreselijk leuk was en mijn lief de gelegenheid gaf de anatomie van een biggetje te bekijken.

Het  houten biggetje staat in onze huiskamer.
Er was nog een stuk balk over.
Mijn lief besloot daarvan een uil te maken voor de vrienden die de balk ter beschikking hadden gesteld.
Helaas zijn er weinig uilen ergens te bekijken, dus voor de anatomie van de uil was internet zijn voornaamste bron.

Na verschillende stadia van de uil was hij gisteren eindelijk zo ver dat hij overhandigd kon worden.
De balk kwam vandaag, in de vorm van een uil, terug naar waar hij zijn leven eens begonnen was.
(Natuurlijk niet helemaal ECHT zijn geboorteplaats, want er was een stadium vóór de balk; die van Douglasspar “ergens” in een bos; maar wat heeft het voor zin een houten uil naar een bos te brengen waar vermoedelijk ECHTE uilen zitten!) Bovendien hebben mensen in de Horeca- en Evenementenindustrie het deze Corona maanden EXTRA zwaar, dus een “wijze” partner kunnen ze wel gebruiken én een hart onder de riem ook



De uil werd goed ontvangen, hij zit op de bar (nu tijdelijk ivm Corona gesloten) alsof hij daar hoort!
De Pitch & Putt baan is wél open; 1,5 m. afstand houden is daar geen enkel probleem, Coronavrij sport en spel beoefenen kan er! (Footgolf ook)

Muizen

Ooit woonden we in een flat, 5 hoog. Boven het huiskamerraam onder het plafond was een holle ruimte. Wij noemden dat de M 1 (M one) de muizenweg! Daar renden soms muizen heen en weer.
We zagen ze nooit maar we hoorden meerdere trippelende pootjes en door het gat van de verwarmingsbuizen naast het raam dwarrelden soms korreltjes piepschuim.

In de eengezinswoning waar we nu wonen had de buurvrouw ooit (last van) muizen. Ze vroeg of ik ze voor haar wilde vangen. Zij zat boven in haar slaapkamer en durfde niet naar beneden te komen. Ik liep de openkeuken in en daar rende een muisje. Hij (of zij) verdween in een keukenkastje, waarin ik haar niet meer zag. Ik liep de tuin in en sprak met de uit het raam hangende buurvrouw. Wat moest ik er, áls ik er één zou kunnen vangen, mee doen? Zij had bedacht dat ik hem dan uit het zolderraam zou gooien, op het terrasvallend zou hij dan wel dood zijn. Ik haakte af. Vangen zou me vermoedelijk toch niet lukken en dood maken zou ik sowieso niet kunnen én willen.

Later kregen we zelf muisjes binnen. Die moesten dus wel gevangen worden én naar buiten gebracht worden (minstens 250 meter, anders zouden ze terugkomen)
We kochten een muizenvalletje en stopte er kaas in.

We zagen de muis (meestal stak hij ’s avonds trippelpotend de kamer over) Nooit kwam hij in de val. Chocolade werd ons geadviseerd en…pindakaas!

De pindakaas werkte, we vingen een muisje, die mijn lief in het park vrijliet.
We vingen er nog één (weer naar het park) en toen, midden in de nacht hoorde ik iets beneden: er zaten er 2 in de muizenvallen en ze vochten. Mijn lief schoot kleren aan en ging de muizenval “legen” Niet helemaal in het park, maar op een stukje grasland vlakbij.
Daarna geen muis meer in het valletje, geen muis binnen meer gezien.

Nu hebben we weer muisjes; in de tuin.
De buurman (een andere dan toen) heeft in zijn garage klemmen gezet; van hem moeten ze dood.
Zolang ze bij ons niet binnenkomen, laten wij ze zijn waar ze zijn (binnen wordt een heel ander verhaal)

We zien ze scharrelen tussen de bladeren onder de vetballen, die in een struik voor de vogels hangen. Niet alleen ONDER de struik, maar ook lopend over de stammetjes van de struik en….. in het voederding waarin de vetballen zitten.
Moeilijk om te fotograferen, maar het is me gelukt en als je wéét dat er een muisje zit, dan zie je ‘m ook nog.

Zitje met duif én muis muis óp de stoel

Op stammetje (onderaan) op weg naar vetbol


We hopen van harte dat ze buiten blijven en we ze niet hoeven te vangen.

Oud & Nieuw.

Ooit las ik een verhaal waarin Oud en Nieuwjaar gepersonifieerd waren.
Oudjaar een oude man en Nieuwjaar geen baby zoals in sommige verhalen, maar een jongere, levenslustige man.
Oudjaar woonde in een kasteel waar hij op 31 december om 24.00 uur uit moest, dat wist hij van tevoren. Maar toen dat tijdstip aangebroken was wilde hij NIET weg: Hij had nog zoveel te doen; het was niet AF!

31 december: Het Nieuwjaar, de jonge man kwam en bonsde op de kasteeldeur, maar Oudjaar liet hem er niet in.
Nieuwjaar bleef bonzen, hij MOEST erin. Uiteindelijk liet de oude man hem erin, maar hij zei meteen dat HIJ niet wegging. Nieuwjaar was wijs, vroeg een drankje en wilde praten (hoewel het al 5 over 12 was!)  Hij hoorde dat de oude man niet KLAAR was met zijn ten doel gestelde taak en stelde voor dat als de oude man NU  vertelde WAT hij nog afmaken wilde, Nieuwjaar zijn best zou doen om DIE dingen in het nieuwe jaar zelf af te maken.
Dáár kon de oude man zich in vinden en hij GING ( toen was het al kwart over 12!)

Aan dit verhaal moest ik denken toen IK afgelopen jaar overdacht.
Ik zou NU net zo’n soort verhaal kunnen schrijven, maar dan over OUDJAAR die eind september al op wil stappen, terwijl Nieuwjaar nog niet eens in zicht is.
Dat hele gedoe met COVID-19, de tweede golf, het ziekenhuispersoneel op zijn laatste benen, de zwaar zieken, de doden, zo’n (oud)JAAR moet het toch helemaal ZAT zijn.
Ik zou hem hij een brief laten schrijven naar Nieuwjaar met de strekking “Kom nou maar, ik stop ermee, heb het helemaal gehad”

En Nieuwjaar hoe reageert hij als hij de brief ontvangt?
“Dank je lekker, dan zit IK in die troep, nee hoor, maak jij het maar lekker af. Ik wacht wel tot mijn tijd komt op 31 december (en hoop dat het dan allemaal voorbij is)”
Het oudejaar zit dan, met zijn koffer al gepakt, te wachten op een telegram, dat maar niet komt (er komt wel elke dag een postauto met duizenden brieven van mensen die wensen hebben in dit jaar, maar sinds de uitbraak van de pandemie leest hij die niet meer, ze vragen allemaal om het Coronavirus te stoppen en dát ligt niet in zijn macht, dus waarom de brieven lezen? Hij wordt er alleen maar vreselijk depri van)


Dan is Oudjaar het zat, hij pakt de telefoon, belt Nieuwjaar (die ergens aan een zonnig strand ligt te relaxen) Het wordt een eenzijdig gesprek; kom hierheen, ik trek het niet meer, ik  vertrek straks of jij er bent of niet. Vóór hij neerlegt kan Nieuwjaar nog net zeggen: “Ik kom er aan, wacht met weggaan tot ik er ben.”

Oudjaar kent zijn verantwoordelijkheid, hoewel hij het helemaal ZAT is, wacht hij tot Nieuwjaar zijn opwachting maakt in ZIJN kasteel.
Nieuwjaar is lekker bruin en veel te luchtig gekleed voor deze tijd van het jaar (het is oktober!) maar het kan Oudjaar allemaal niet schelen; hij wil weg!
Hij pakt zijn koffer en wil gaan, maar Nieuwjaar “tovert” een flesje Tia Maria uit zijn plunjezak, hij wéét dat Oudjaar daar gek op is en een drankje niet kan weerstaan.
Samen klinken ze, het is per slot van rekening nu, midden oktober, Oud & Nieuw.
Na een uurtje of zo is Oudjaar helemaal toeter.
Nieuwjaar stopt hem in bed en gaat naast hem zitten.
Hij houdt de hand van de oude man vast en geeft hem een droom.
Met zijn prachtige jonge stem schetst hij een toekomstbeeld:

Mensen zullen uitkijken, eerst naar Kerst en dan naar Oud & Nieuw, ze willen een horizon; ze willen geloven dat het BETER zal gaan.
Als Oudjaar blijft krijgen ze die horizon; het Nieuwejaar zal beter worden!
Oudjaar is de enige die de mensen hoop kan geven.
Als hij nu gaat en het nieuwejaar neemt het over zullen de mensen de hoop verliezen; “ZIE je wel ook het volgend jaar blijft COVID 19 rondwaren” Dan verliezen ze  alle hoop.
Hoop doet leven. Geef de mensen LEVEN.

Nieuwjaar laat de hand van Oudjaar los als hij ziet dat. in zijn slaap, een glimlach over het gezicht van de oude man trekt. Hij wéét dat de droom zich in het hoofd van OUDJAAR heeft vastgezet.
 Zachtjes verlaat hij het kasteel.

Als Oudjaar ’s morgens wakker wordt heeft hij maar één gedachte: hij moet de mensen hoop geven.
Hoop op andere tijden! Hij zal blijven regeren tot zijn tijd gekomen is en NieuwJaar het stokje over kan nemen.

Het verhaal is geschreven en Nieuwjaar staat vóór de poort. We hebben het Oudjaar “uitgezeten” mét beperkingen. Het was voor de meesten van ons géén leuk jaar.
We hebben HOOP dat nu, met de komst van 2021,( én het vaccin) het beter al gaan; Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Ik wens U een Goed, Beter, Gezond 2021


Overleg? Hoeft niet meer

Nog niet zo heeeel lang geleden hadden gezinnen maar één t.v. in huis.
Pa wilde soms iets anders zien dan ma en de kids wilden hún programma zien.
Er moest overleg gepleegd worden, wie wat en wanneer ging zien en degenen die NIET hun zin kregen moest daarmee (leren) omgaan

Toen kreeg iedere kamer een t.v.
Overleg was niet meer nodig.
Alle gezinsleden keken hun “eigen” ding op hun “eigen” t.v.

Nog niet zo lang geleden was er één telefoon in huis en die zat aan een draadje.
Als ma met haar vriendin zat te bellen en de tienerdochter wilde op dát moment met háár vriendin bellen, was er gebarentaal; Mam, schiet op!

Toen kreeg iedereen een foon, zónder draadje
Overleg (mondeling of met gebaren) was niet meer nodig
Alle gezinsleden hadden hun “eigen” foon.

Nog niet zo lang geleden was er een gezin maar één auto.
Als mama de auto nodig had moest pa met de bus, of ma bracht hem weg.
En wie bracht Armand naar hockey of Marjan naar gitaarles?
Er moest overleg gepleegd worden.

Toen kreeg elke volwassene (en soms een 18 jarig thuiswonend kind)
een eigen auto.
Ma kon gaan en staan waar ze wou, zonder pa te raadplegen.
Overleg was niet meer nodig en de kinderen werden weggebracht door wie op dat moment tijd had en thuis was.

Nog maar heel kort geleden werkten alle “kantoormensen” buitenshuis.
Ze zaten in een ruimte met collega’s waarvan er één het raam open wilde hebben, een ander zomers de ventilator aan, waarvan er één moest bellen “Kan het een beetje stil zijn?” en waar ze voor elkaar koffie meenamen als ze toch langs de koffieautomaat kwamen.


Nu werken ze (noodgedwongen) thuis, zitten ze in hun joggingbroek met warme sloffen aan met de verwarming zo hoog als ZIJ willen, maken ze zelf koffie in hun eigen keuken als ze dat willen en hoeven ze met niemand anders dan hun zelf rekening te houden.

Hoe leren de jonge mensen van nu om rekening met anderen te houden? Er zijn bijna geen voorbeelden meer. Men kan, zonder overleg, heel veel doen zoals ze men dat zelf wil.

Al die zaken prettig en makkelijk? Vast.
Maar ik zie er ook een nadeel voor de samenleving in én ook voor het individu op den duur.

Hoe leer je rekeninghouden met elkaar als het zo weinig nog maar hoeft? We ZIJN allemaal individuen, maar we zijn SAMEN de maatschappij.
We leven mét elkaar, in Nederland zelfs, dicht op elkaar, rekening houden met elkaar is nodig om die maatschappij draaiende houden.



Spaaractie

Een volle spaarkaart met supermarktzegeltjes bij de Jumbo gaf recht op een replica van de raceauto van Max Verstappen; een modelauto (1:24) van de Red Bull Racing Formule 1 bolide (winnende editie van de GP van Oostenrijk 2019) én een sleutelhanger van de helm die Max toen droeg.

Voor een formuleracefan (ik leef samen met zo één) is dat een leuk “hebbedingetje”. *)
Hoewel ik dacht dat ik nóóit aan een volle spaarkaart zou komen (ik kom niet zo veel in deze supermarkt) lukte het me toch! Door gift-zegels van klanten vóór me én een donatie van een Jumbo-medewerker (zie blog 10/10)


Wie denkt dat je een volle zegelkaart inlevert en een autootje krijgt heeft het mis.
Een volle spaarkaart met twintig gespaarde punten kon tot 17 oktober bij een Jumbowinkel  worden ingeleverd. Dan kreeg je IN de winkel een bestelcode.
Mét de bestelcode én bijbetaling van € 5,99 kon je de replica  tot 18 oktober (via internet) bestellen (zolang de voorraad strekt uiteraard)
Mijn lief bestelde en ik kreeg zijn uitgedraaide mail mét code én een ophaaldatum.
Vanwege de verscherpte Coronamaatregelen kreeg hij later ook nog een mail met de vraag of hij (dat werd dus IK) alleen in de winkel wilde komen tegelijk met het boodschappendoen.

Deze week was de ophaaldatum en deed ik boodschappen bij de JUMBO op een rustig uur.
Ik was om kwart over 8 bij de winkel, waar een aardige medewerkster (mét afstandjasje) buiten me een schoongemaakt karretje overhandigde. Aardige geste, dat ben ik (bij mijn reguliere supermarkt) niet gewend.

Er stonden geen klanten bij de servicebalie dus ik gaf mijn brief af. Dat gaf problemen want…. de lijst was er nog niet. Géén idee waar ze het overhad, maar zij ging de lijst zoeken (zei ze) dus ging ik boodschappen doen.
Ik had afgerekend en stond klaar met mijn boodschappen maar dé lijst was er nog niet.
Er werd uitgelegd dat er zoveel fraude met de (mail van de) autootjes werd gepleegd dat er bij de levering van de auto’s een lijst met naam én nummer van de besteller werd geleverd, die moest ik tekenen. Zonder lijst geen autootje.

Terwijl de dame “achter” aan het zoeken was, kwam er nog een klant voor 2 van die autootjes. Ze had er eerder al 3 gehaald en die had ze zo meegekregen, dit was “flauwekul”.
Ze werd een beetje boos.
Ik bood aan mijn ID te laten zien en “ergens” voor het autootje te tekenen en de andere klant ondersteunde me. Maar het MOCHT niet. We moesten terugkomen.
De andere klant eiste dat JUMBO háár dan zou bellen. Dát was de medewerkster al van plan en ze begon haar telefoonnummer op te schrijven;  ik gaf mijn nummer ook. Er zat niets anders op dan terug te komen.

Nét toen ik de winkel wilde verlaten kwam er een andere medewerkster naar de balie, ZIJ zei dat DE LIJST meestal dáár lag. Ik keerde om, van plan deze aanwijzing even af te wachten. De lijst lag daar. Ik liep snel naar buiten maar zag de andere klant niet meer.

De JUMBO medewerkster pakte de telefoon en begon haar te bellen. Ik wachtte ( inmiddels wél ongeduldig) Ná het telefoontje gaf ze mij de lijst en met haar vinger wees ze waar ik moest tekenen.
Ik wachtte.
Ik teken nóóit voor ontvangst als ik niet ontvangen heb.
Dát vond ze (een beetje) raar. Ze haalde de auto en gaf deze aan mij; ik tekende en verliet de winkel, daar zag ik de andere klant aankomen “Lijst toch gevonden he?” Ik knikte.
“Malle toestand” zei ze en vervoegde zich aan de balie om háár 2 autootjes op te halen!


*) bij elke € 10,- aan boodschappen één zegel, 20 zegels is een volle kaart.
De auto is limited edition (waarvan IK niet weet hoeveel “limited” is, ze hebben er, toen de actie een mega succes bleek, laten bij maken)

Buitenvarkens

In ons boerendorp zijn nog maar weinig boeren die nog boeren.

Bij één van de boeren die nog boert halen we regelmatig onze eieren. een paar dagen geleden zagen we in de wei bij de boerderij een varken met 8 kleine biggetjes, maar er was meer… In een wei dicht erbij stond nog een zeug met 8 biggetjes. De dochter van de boerin vertelde dat als allebei de moeders mét biggetjes in één wei staan, de biggetjes door elkaar lopen en  soms bij één zeug gaan drinken, dan kan één moeder het (te) zwaar krijgen, vandaar dat voor deze oplossing gekozen is.

Bij de andere wei kunnen we dichtbij  en de kleintjes goed zien: roodbruine, gevlekte en beigekleurige biggetjes. Beeldschoon.


Schoon zijn ze zeker, vertelde de dochter: ze ruiken helemaal niet en zijn heel schoon op zichzelf zo ontlasten ze zichzelf liefst enkele meters van hun slaapplek vandaan. Een feitje dat IK niet wist. Deze biggetjes zijn ongeveer 1 maand oud. Omdat dit geen varkensfokker is maar een boer die 3 varkens heeft mag deze boer maar 4 biggetjes houden vertelde de dochter.
Varkens kunnen 10 tot 15 jaar oud worden en zijn sociale dieren, ze hebben gezelschap van soortgenoten nodig. De biggetjes liggen ook vaak dicht tegen elkaar aan.

Er staat boerenkarren in beide weiden, ‘s nachts liggen ze er onder en als de zon schijnt vinden de varkens daar schaduw.
De boerendochter vertelde dat de zeug (varkensmoeder)*)veel te dik werd omdat mensen hun overblijvende eten over het hek gooiden, zodat ze een bordje moesten plaatsen : NIET voeren.

Bij het hek zie ik eikels, kastanjes en wat groenten liggen, de zeug zet haar snuit erin, maar ook de kleintjes “wroeten al. Wroeten is voor een varken natuurlijk gedrag. Met hun wroetschijf (snuit) kunnen ze een hele weide omploegen. 
In de vrije natuur gaan wilde varkens zo op zoek naar voedsel; wortels, knollen, eikels

Toen we vroeger op de camping stonden in het Nationaal Park de Hoge Veluwe zagen we vaak, na het avondeten als het park officieel gesloten was, (en alleen de campinggasten nog IN het park waren) wilde zwijnen met kleintjes;  de everzwijnen wroetten in de bermen langs de weg naar eikels en wortels en de kleintjes renden daar achter aan. Ook een aandoenlijk gezicht.


De zeug



*) Een gelt is een vrouwtjesvarken dat nog niet geworpen heeft, een zeug is varkensmoeder en een beer een mannetjes varken én biggetjes zijn de varkenskinderen.

Ook héle kleine kinderen

Een zwangere vrouw wéét dat ze in het ziekenhuis gaat bevallen; het moet, uit medische noodzaak, een keizersnee worden.
Alles gaat voorspoedig en er wordt een prachtig jongetje van 7 pond en een beetje geboren.
Vier dagen na zijn geboorte verlaten hij en zijn moeder het ziekenhuis en 2 dagen later mogen alle vier de grootouders hun prachtige kleinzoon bekijken.

De baby drinkt te weinig en moet 2 dagen ná het bezoek van de opa’s en oma’s terug naar het ziekenhuis; het haalt wat moeilijk adem, een verstopt neusje.
Twee dagen daarna wordt de ouders medegedeeld dat vier verpleegkundigen Corona blijken te hebben.
De baby wordt getest. De uitkomst van de test is positief: de baby heeft Corona

De moeder wil ook op COVID-19 getest worden, maar het ziekenhuis is van mening dat ze géén patiënt (meer) is van het ziekenhuis dus dat dat niet via het ziekenhuis kan gaan.
De moeder gaat het “normale” Coronatestcircuit in.
Ze blijkt ook Corona te hebben.
Ook de vader laat zich testen: ook positief
Dan wordt de oma ziek, hoesten, keelpijn, koorts.
Ze laat zich testen, vóór dat kan duurt het een tijdje, uiteindelijk is het resultaat negatief.
Ze is nog steeds “ziek” maar het is géén Corona.

Het is niet bekend  wie wie aanstak, maar heel  naar is het wel.
Inmiddels is de baby weer thuis en is het hele gezin van 3 personen in quarantaine.

Eerlijkheid wordt beloond


Mijn lief houdt van autoracen. In onze verkeringstijd gingen we nogal eens naar Zandvoort en zaten “ergens” langs de baan in het zand en zagen, met veel lawaai, auto’s langs “vliegen”
Als je er “iets” van weet is het best spannend, dan weet je dat de één de ander moet inhalen en als het dan lukt dan heeft hij kans om …(zoveelste ) te worden, dat soort “weetjes” maakt het kijken spannender.

Toen we getrouwd waren en kinderen kregen gingen we niet meer naar Zandvoort, mijn lief keek, als er autosport was, wel op t.v.
De formule I race  is de hoogste  klasse in de autosport en het spectaculairst; mijn lief kruipt dan een gedeelte van de vrijdag (vrije training) zaterdag (kwalificatie en zondag (races) bijna in de t.v.

De Jumbo had onlangs een spaaractie voor een racemodel (schaal 1: 24) van de auto van Max (Verstappen)


Ik doe bij een andere supermarkt boodschappen en ben erg trouw.
Er zijn een paar artikelen die MIJN supermarkt NIET heeft, dan ga ik die bij de Jumbo halen en doe dan meteen de boodschappen die ik op dat moment nodig heb. Ik krijg dan dus wel zegeltjes, maar weinig. Té weinig om daar een spaarkaart mee vol te krijgen.
Op een dag staat er een dame voor me met heel veel boodschappen. Ze spaart géén Max zegeltjes, ik raap al mijn moed bij elkaar en vraag de mij, totaal onbekende mevrouw, om háár zegeltjes. Ze zegt Ja.
Als ik nog twee keer bij de Jumbo boodschappen doe (omdat MIJN Supermarkt géén PALMsuiker heeft bv) krijg ik toch hoop, dat ik de spaarkaart vol kan krijgen en mijn lief kan blij maken met een Max Verstappen auto! De tijd gaat snel en als ik op een zaterdag daar verse broodjes én wat óp brood haal (dichterbij dan MIJN supermarkt) vraag ik hoelang de actie nog duurt. Tot maandag zegt de cassiere.” Ik ga dat niet halen” zeg ik teleurgesteld. De dame achter mij in de rij (met veel boodschappen) zegt dat als ik even wacht ik háár zegeltjes ook mag hebben. Ik wacht en krijg de zegels. Ik wil weglopen met mijn boodschappen in mijn tas en het supermarktkarretje weer naar buiten brengen.
De opmerkzame cassiere zegt dat er nog een boodschap in mijn karretje zit, een pakje boursin.
Ik zeg dat ik dat waarschijnlijk dan ook niet heb afgerekend en geef haar de bon om dat na te kijken  (met een mondkapje op beslaat mijn bril en kan ik géén briefje lezen)
Ze zegt dat het inderdaad NIET op de bon staat, ik trek mijn portemonnee en betaal.
De cassiere vraagt hoeveel zegels ik nog te kort kom: 2, zeg ik.
Ze geeft me 2 zegels “Omdat U zo eerlijk bent
Ik fiets naar huis, plak de zegels op, fiets terug en lever de kaart in.
Ik krijg een code, pas als je de code op internet hebt aangemeld én betaald ben je zeker van de auto.
Ik betaal niks via internet, zou het wel kunnen, maar wil het niet.
Manlief wel.
Ik kan dus niet plotseling een Max auto achter mijn rug vandaan toveren, maar heb manlief nodig voor het aanmelden op internet. Op de folder staat OP is OP.
Dus misschien maak ik hem blij met een dode mus.
Het zij zo.

Ik kom thuis en geef de code.
Man “ regelt” het met de computer: maandag kan ik bij de winkel ZIJN autootje ophalen
Maandag pas, jammer, want dít weekend zijn er races, dan zou zo’n modelautootje voor de t.v. wel leuk staan!

Wéér een bevrijdingsoperatie

Wij vinden het leuk om weg te gaan, dingen te ontdekken, mensen te ontmoeten, (nieuwe) dingen mee te maken, maar ook altijd weer leuk om thuis te komen.

Dit keer was er nog “iets” blij dat we THUIS waren.
Misschien ook de vissen in onze vijver, hoewel die  goed verzorgd worden tijdens onze afwezigheid en waarschijnlijk niet eens door hebben dat we weg zijn.
We waren één dag thuis en ik was in de slaapkamer de schone was aan het opruimen toen ik een raar geluid hoorde vanuit de badkamer. In het ventilatiekanaal klonk duidelijk gefladder, erg hard gefladder.

Nadat we een keer 2 kauwtjes én een dode muis uit het kanaal vanaf de schoorsteen hadden gehaald (een vreselijke ervaring, half ontbonden vogels opruimen) hebben we een schoorsteenkap op het rookkanaal gezet.
Kennelijk was dit vogeltje zo klein dat hij (of zij) er toch tussendoor kon.

Het gefladder gaat door en is hard! Nog even en hij of zij beschadigt zijn/haar vleugels.
Mijn lief kan bij het rooster van het ventilatiekanaal zonder trapje. We sluiten de deur en hij haalt het rooster eraf.

Een musje vliegt door de badkamer en gaat boven op de kast in een hoekje zitten.
Dáár kunnen we allebei niet bij (Ik had tevoren het idee dat ik hem kon pakken, net als de groenling een paar dagen eerder en naar buiten brengen. Hoop vervlogen)

Mijn lief heeft een idee, licht in badkamer uit (onze badkamer ligt inpandig)  alle deuren dicht, behalve de slaapkamerdeur, in de slaapkamer de ramen open zetten en dan hopen dat het vogeltje naar het licht én de koude luchtstroom trekt en naar buiten vliegt.
Goed plan, helaas er zitten 2 maren aan. We hebben géén deur voor de trap naar zolder én geen deur voor de trap naar beneden. Voor de trap naar beneden zijn we allebei niet bang,  vogels vliegen in zo’n omstandigheid meestal omhoog, maar de trap naar boven…..
Mijn lief heeft vaak briljante plannen, zo ook nu: Hij pakt het grote kleed van de vloer, houdt met hoera-armen het kleed, staande op een zoldertraptree vast: zo is de zolder zo goed als afgesloten.
Ik open de badkamerdeur.
Geen reactie.
Ik klim op de badrand en raak met een kam een doos op de kast aan (verder is alles daar buiten bereik)
De doos verschuift iets, de mus vliegt de open badkamerdeur uit, recht tegen het kleed aan, bounced back en vliegt zo het open slaapkamerraam uit.
Missie geslaagd.
Onze harten gaan als gekken tekeer; we zijn erg blij dat dit zó is afgelopen.
Was het 2 dagen eerder gebeurd had niemand  hem of haar gehoord of gezien en had de mus zeker de dood in de ogen gekeken.

Even later zitten heel veel mussen in de achtertuin te tjilpen, ik versta hun taal niet, maar volgens mij vragen ze allemaal aan die ene mus wat er gebeurd is. Het blijft nog lang onrustig in onze tuin. Ik denk dat elke voorbij vliegende mus het ventilatiekanaalverhaal moet aanhoren én er, in mussentjilptaal vragen over stelt.

Verbouwburen

Al eerder blogde ik over het feit dat we nieuwe buren hebben die vanaf februari in het buurhuis getrokken zijn en sinds die tijd ook aan het renoveren zijn.
Ze wonen (en, door Corona, werken) grotendeels boven want de huiskamer en keuken zijn nog steeds gestript en “klusgebied”. Bijna alle klussen worden door vader en schoonvader gedaan.

Afgelopen week werd er gestuct, dat was fijn voor ons, want stucen gaat zo goed als geluidloos. Hiervoor was een Turks bedrijf ingeschakeld. In warme landen wordt veel gestuct en is er veel ervaring, hoorde ik.

Er werd hard gewerkt en wat aanvankelijk 2 dagen werk zou zijn werd in één (lange) dag gedaan. Het resultaat mag er zijn.
Buren blij!

Al het vocht dat met stucen in de muren gaat moet er ook weer uit en dat is een lang proces. Gelukkig is (was) het mooi weer en kunnen ramen en duren open. Ook staat er nu een luchtontvochtiger in de kamer.
De muren kunnen pas geverfd worden als het vocht eruit is en dat gaat nog wel even duren, heb ik begrepen.

Ik kijk naar zo’n renovatie met grote ogen. Het maanden “in de troep zitten” is voor mij een soort horrorscenario. Het is in mijn (volwassen) leven nooit nodig geweest.
Eerst woonden we “op kamers” muren schilderen was het enige wat we konden én mochten doen. Daarna kregen we een nieuwbouw flat en later een nieuwbouwhuis. Een behangetje erop en wonen maar.
Een huis wordt een thuis in mijn ogen als je er spullen inzet en erin gaat wonen.

Liever zó wonen, dan in de troep zitten en het “perfecte” huis creëren. Ons huis is verre van perfect, maar dat zijn wij ook niet.

Ik wéét wel dat je zo’n periode met beperkingen  snel  vergeet als alles klaar en mooi is, maar  van mij hoeft het niet. Stiekem bewonder ik onze buren wel een beetje dat ze dat zo lang kunnen.