Boomspiegels

In een lokaal blad stond, op de pagina van de gemeente, een artikeltje over boomspiegels.

Er is ons dorp een vrij chique wijk met grote huizen en gigantische tuinen met opritten.
Soms  zijn er spiegels op een boom bevestigd om op de straat te kunnen kijken en zo veilig de weg op te kunnen draaien.
Ik dacht dat het over die spiegels ging, dus had BIJNA het stukje niet gelezen.
Het bleek om iets heel anders te gaan
. Boomspiegels zijn kleine stukjes grond rondom de stam van een boom in een stoep.

Wel gezien, niet geweten dat het zo heet.
Wat ik me wel eens afvroeg als ik zo’n stukje natuur zag: WIE dat gedaan had/bijhield.
Als er maar één boomspiegel vol bloemen in een hele straat met bomen is, is dat dan een privé actie?
Kennelijk!
Onze gemeente roept op: “Hoe meer mensen een boomspiegeltuin in hun buurt aanleggen, hoe meer kleine oases ontstaan” en legt uit… tegelijk zijn meer bloemen en planten goed voor bijen, vlinders en andere kleine dieren.

Jammergenoeg bij ons niet van toepassing; in onze directe nabijheid is geen boomspiegel, de dichtstbijzijnde boom staat op een flink stuk gemeentegras, dáár mag de gemeente van mij best een “bloemenoase” (gemeentetaal) van maken, maar ik heb begrepen dat de Raad erover denkt dát stukje gemeentegrond te bestraten zodat er meer parkeerplek ontstaat. ( Ik hoop dat het niet doorgaat, we “verstenen ” al genoeg.)

Misschien is onze gemeente van plan een BIJvriendelijke gemeente te worden, zoals een dorp hier in de buurt.

Ik las op Nederlandzoemt.nl: “Een gemeente zoemt als er nadruk wordt gelegd op bijvriendelijk beheer. Dit komt onder andere terug in zorg voor jaarrond bloeiende planten, bijvriendelijk bermbeheer door een aangepast maaibeleid en voldoende nestgelegenheid voor wilde bijen.

De gemeente neemt haar inwoners hierin mee en legt uit wat mensen zelf kunnen doen om de leefomstandigheden van wilde bijen te verbeteren.

Geen idee hoeveel van onze 11.952 inwoners een boom in de stoep voor (of bij) hun huis hebben staan en genegen zijn die met bloemenzaad te besprenkelen én te onderhouden (want dat wil de gemeenten dan ook)
Onze gemeente  roept op tot Zelfbeheer, dat is, zo lees ik: het vrijwillig onderhouden van een gedeelte van de openbare ruimte.

Wij hebben een gemeenteheg voor de deur, wij onderhouden die al jaren.

We doen het graag, wisten niet dat het een naam had: Zelfbeheer!
We doen dus al jaren, zonder het te weten, aan zelfbeheer!

Ik zag wat voorbeelden van bloemige boomspiegels op internet en werd daar blij van.

Leuk als dat in ons dorp, waar mogelijk, ook gaat gebeuren.
Ik wacht af!

Herten?

We wandelen in een bos. Er zouden daar herten moeten zitten

Er staat een verbodsbord voor mensen met honden; er is een natuurbrug en als honden daar hun geur achterlaten wil het wild er niet meer overheen, terwijl de natuurbrug is aangelegd om de dieren een doorgang te geven, zodat ze een groter leefgebied tot hun beschikking krijgen.

Ik zou het enig vinden een hert of ree in een bos te zien, toch anders dan in een hertenkamp.
We wandelen veel in bossen maar zien geen herten of reeën. (Vanuit de auto, als we naar de Achterhoek rijden, soms één of meer in een weiland of aan de rand van het bos)
Ik vrees dat Nederland té druk wordt om nog veel in het wild levende zoogdieren in onze bossen te kunnen herbergen. Alleen op de Veluwe weet ik een plek waar je bijna zeker, tegen de schemering, nog wild kan zien.

Twee dagen later wandelen we in een ander bos; er staat een informatiebord, ook daar staan herten op, ook hier zouden ze dus moeten zitten. Weer zien we ze (helaas) niet!
Het heuvelt hier een beetje en is een gemengd bos, gigantisch hoge naaldbomen naast kleinere berken en beuken. Hier en daar afgewisseld met wat hulst.

We zien zelfs een struik met gele én rode hulstbessen. Waarschijnlijk zijn het twee in elkaar gegroeide struiken, maar het onderscheid is niet te zien.
Ook naast zo’n hoge woudreus staat een klein iel hulstboompje maar wél met rode besjes!

De grond is bezaaid met geel, bruin en rood, een prachtig herfst tapijt. We horen een specht maar kunnen hem niet lokaliseren.
In een grote hoge hulstboom horen we enorm geritsel, na een tijdje vliegen er twee houtduiven uit; lomperiken zijn het! Het is hier verder enorm stil, tijden heb ik niet zo’n stilte “gehoord” geen weg op de achtergrond, één zingend vogeltje en verder STILTE.
We genieten.

Als we met de auto terugrijden besluiten we onderweg iets lekkers te halen; er staat op een parkeerterrein bij een woonwarenhuis een gebakskraam, weten we. Als we voor het woonwarenhuis staan en naar de gebakskraam lopen zie ik 2 grote herten(?!) staan.
Dus hebben we toch nog 2 herten gezien, al waren het dan geen levenden en al was het dan niet in het bos!

Vliegende dieren onderkomens

Wij, mensen, doen nogal wat om vliegende dieren naar onze tuinen te lokken.
We willen vogels, insecten én de enige vliegende zoogdieren “beschermen”; voor uitsterven behoeden; een rustige plek geven om te broeden, maar we willen óók dat ze ons vermaken, voor ons “optreden”, als we ze (vaak) achter glas gadeslaan.

In de loop van de jaren heb ik nogal wat vogelhuisjes, nestkastjes, vleermuiskasten en insectenhotels gezien en soms ook gefotografeerd

Vleermuizenonderkomens
Ik heb er een aantal bijeengezocht om u de variatie  te laten zien.
Variatie ook in “nestkastjes”

De natuur heeft een rijke variatie aan vliegende dieren.
Wij mensen hebben fantasie als het op het maken van hun onderkomens aankomt!

Een insectenhotel is een door de mens, met natuurlijke materialen vormgegeven. overlevingsplaats voor heel wat dieren. (In de onze zitten voornamelijk oorwurmen en spinnetjes)

Er zijn insectenhotels in allerlei formaten en vormen

Iets dat ik zelf nog nooit ergens gezien heb, maar waarvan ik afbeeldingen op internet zag, is een vlinderhotel.
Vlinders overwinteren op een beschut plekje. Zelf heb ik wel eens een overwinterende vlinder op de zolder gevonden
Het leek mij leuk om vlinders in onze tuin een kans te geven om in een “hotel te overwinteren” Maar toen ik las “Blijft je vlinderhotel leeg? Niet getreurd. Vlinders kruipen van nature toch liever op andere plekjes, zoals schuurtjes, houtstapels of struiken.” heb ik maar géén vlinderhotel aangeschaft; ze komen wel “op onze andere plekjes”

Bosuil

De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Europa.
Ik denk dat ik al wel een paar keer een bosuil gezien heb. Ik weet zeker dat het een uil was, maar of het een bosuil was?

Een bosuil woont, de naam zegt het al, in het bos (loof én naald), maar ik las onlangs,  dat een bosuil ook in stadsparken en groene woonwijken te vinden is.
Bij ons zat hij eens vlakbij in een boom. Hij was daar geen vaste bewoner; we hebben hem daar maar één keer gezien (en foto kunnen maken)

Het mannetje maakt een geluid van ohoe en het vrouwtje van kw- wik.
Dát weet ik omdat we eens met een boswachter een uilenwandeling hebben gemaakt.
Er was een grote opkomst, zodat de aanwezigen in 2 groepen werden opgesplitst.
Wij hadden een boswachtSTER, de andere groep een boswachTER.
Onderweg kregen we veel uileninformatie, maar omdat het wel sneu was dat we geen uil zagen of hoorden ging de boswachtster met een soort fluitje het geluid van een uil voortbrengen zodat misschien een ECHTE uil zou antwoorden; ke-wik ke-wik deed het fluitje.
En ja hoor, ze kreeg antwoord; iedereen enthousiast.
Mijn lief vroeg, zachtjes, aan de boswachtster of ze zeker wist dat het een echte uil was en niet haar collega met de andere groep, die hetzelfde fluitidee had!
Ze wist het niet echt zeker!

Een bosuil broedt overwegend in boomholtes en begint al vroeg in het jaar (februari/maart) met nestelen. Een bosuilenpaartje is het hele jaar samen, dus je zou zeggen dat als je er één ziet, de kans groot is dat de “bijbehorende “ uil dan in de buurt moet zijn.
Ze schijnen ook ieder jaar op dezelfde plek te nestelen.
Daar hebben wij “bewijs” van: ooit lopend in een bos bij Amersfoort kwamen wij een joggende dame tegen die vroeg of we de uil al hadden gezien.
???
Wij kwamen kennelijk uit een richting waar een uil (2 dus begrijp ik nu) zijn/haar domicilie in de holte van een boom had. Hij(zij?) kwam(en) daar al jaren achterelkaar zei de joggende dame. Ze liep met ons mee en wees de holte aan, waarin, inderdaad, een uil zat te dommelen.
Het is dat de dame ons erop wees; we waren er zó aan voorbij gelopen.


Ook “ jeugdige “ uilen hebben we wel eens gezien, op een boscamping
Als het donker werd hoorde we een vreemd geluid; het leek op het heen en weer gaan van een schommel, kwe ik, kwi e.
We liepen over de camping om te zoeken waar het geluid vandaan kwam en kwamen een ouder echtpaar tegen die vroeg of we “even naar de uilen gingen kijken? ”
???
Zij wezen ons een nest aan. Bovenin een hoge naaldboom zagen we, toen onze ogen gewend waren aan de schemering, op een tak 2 paar uilenoogjes naar beneden kijken.(helaas vanwege de duisternis geen foto kunnen maken)
Het was een koddig gezicht!

Jonge uilen heten uilskuikens, maar ik las nu ook een andere naam voor ze: takkeling.
Het schijnt dat vóór ze écht uitvliegen, eerst “oefenen” op een tak, daar komt deze bijnaam vandaan!

Nu de bladeren uit de bomen vallen en de takken vrij kaal aan het worden zijn, zouden uilen makkelijker te spotten zijn.
Wij lopen nogal eens omhoogkijkend in het bos; helaas dit seizoen nog geen uil gezien!










Sint Maarten(skliniek)

Martinus van Tours,  (316 -397) een Romeinse legionair, sneed ooit de helft van zijn mantel af en gaf die aan een, aan kou lijdende bedelaar.
Martinus bekeerde zich later tot het Christendom. Na zijn priesterwijding werd hij in 372 tot bisschop van Tours gekozen en werd hij Sint Maarten genoemd.
(De helft van zijn mantel omdat de andere helft aan het Romeinse Leger behoorde)
Zijn naamdag is 11 november en in sommige streken wordt die naamdag gevierd.
Naar deze Sint Maarten is een kliniek genoemd, die in 1936 werd opgericht; Dokter Bär startte hier als eerste orthopedisch specialist; hij pleitte voor conservatieve orthopedie.

In de vestiging in Nijmegen worden  NU oa. orthopedische operaties gedaan.
Mijn vriendin heeft er onlangs een nieuwe schouder gekregen, dus rijden we een grotendeels mooie route van een kleine 100 km om haar daar te bezoeken.

Een mooie kliniek in een prachtige, licht heuvelende omgeving.
Gelukkig gaat het goed met mijn vriendin en wordt de pijn redelijk onderdrukt.
We hebben het fijn samen en ik hoop dat we haar (een beetje) hebben kunnen afleiden.
Een verpleegster vertelt dat ook haar beroepsgroep dáár een 3e Coronaprik gaat krijgen; ze weet nog niet of ze er blij mee is, ze is van de eerste 2 prikken behoorlijk beroerd geweest.

De twee andere kamergenoten van mijn vriendin gaan vertrekken.
De heer naast haar en zijn vrouw wachten al een tijd vóór de ontslagpapieren én de benodigde medicijnen verstrekt kunnen worden.
De andere, jonge, man heeft zijn vriendin op bezoek als ze horen dat hij naar huis mag; de vriendin gaat naar huis om een hogere- instap- auto te regelen, zodat haar vriend zonder pijn in kan stappen en naar huis worden vervoerd.

Het wordt stil om mijn vriendin heen, maar daar zit ze niet over in “Er komen wel weer andere kamergenoten”
Mijn vriendin is een optimist; dit is haar 25ste operatie!

Na het bezoek aan haar en vóór we weer helemaal terugrijden stelt mijn lief voor een stuk te wandelen in het bos bij Ede op de Veluwe en bij  uitspanning Planken Wambuis *) daarna iets warms te gaan drinken. Puik plan!
Ware het niet dat als we er aankomen meteen een bordje op de deur opvalt: verschillende personeelsleden zijn in quarantaine vanwege Corona, dus is het restaurant momenteel gesloten.
Teleurstelling.

Toch maar een wandeling, de zon schijnt prachtig over de rood/bruin/gele bladeren en “ piept“ af en toe met lichte stralen tussen de naaldbomen door.

Helaas zien we het (aangekondigde?) wildzwijn niet in het echt, wel zijn (haar) wroetsporen.

Het enige “wild” dat we op onze wandeling zien is een kloppende specht hoog in een boom en een mestkever, laag bij de grond.

Behalve overvliegende vliegtuigen is het hier heerlijk stil en veel te genieten, van het palet aan kleuren, tot het gezang van de vogels, de variatie in paddenstoelen en de speling van het licht.

We zien ook een gedenkplaat ter herinnering aan een Britse Stirling bommenwerper die hier in sept.1944 neerstortte en we lezen de namen van de 6 omgekomen en 2 geredde bemanningsleden.
Als we het bos verlaten, zouden we op een heideveld moeten uitkomen, maar de hei is overwoekerd door onder andere het pijpenstrootje (grassoort) Grazende schapen zijn hier hoognodig!

Mijn lief heeft weer een (puik) plan, we rijden naar pannenkoekrestaurant Ede (de Langenberg) en eten een pannenkoek alvorens helemaal huiswaarts te keren.

Vlak voor we de auto instappen zien we nog de boom die we van plan zijn,10 jaar later, als kerstboom op te halen om ons huis als kerstboom op te sieren.

*)Planken wambuis is een Oud Hollandse uitdrukking voor “houten jas“ oftewel doodskist.
Ik las ergens dat de oorspronkelijke uitspanning de vorm van een kist had en dat daar de naam van kwam. 

Schaduwen

Tijdens de lockdown konden we veel dingen NIET, toch moesten we onszelf en de kinderen bezighouden. Veel werd op internet gedaan, maar ook “ouderwetse” dingen kwamen terug.
Mensen gingen weer bordspelletjes  doen, van kastanjes spinnen maken en schaduwen op muren maken.


Benodigdheden: een lamp of zon én je handen

Ook zonder muur kan het, getuige een foto die ik kreeg van iemand die in de auto zat en moest wachten.

We leven in een “snelle” tijd, die door de lockdown “even” werd afgeremd; dingen hoefden niet meer snel.
De lockdown heeft vele nare dingen opgeleverd, waaronder veel eenzame mensen.
De lockdown heeft  door een REM op bijna alles, mensen (weer) de kans gegeven anders naar dingen te kijken; de natuur in te gaan, meer tijd in het gezin en MET elkaar door te brengen (er kon immers niet veel anders!)

Wat ik zelf mooi vind is dat veel mensen nu anders, “beter” dingen ZIEN, er naar kijken.
Het schaduwspelletje op de muur leerde MIJ in ieder geval wat vaker naar schaduwen kijken en het leuke ervan was dat toen ik hier over appte, ik foto’s kreeg van familie die ook schaduwen “zagen”, opzochten of zelf creëerde.

Toevaltreffers op een buitenmuur”, een binnenwand én een keukenkastje, waar de metalen vogel op de boom in de voortuin ”plotseling” als schaduw verscheen

Foto’s die me door familie werden opgestuurd van hun schaduwen

Buiten en binnen schaduwen van planten

Mijn ”opdracht” voor vandaag, lieve lezers: Kijk ook eens (vaker) naar ”toevalschaduwen” en zie het wonder van licht en donker

Zelf gevonden steenvruchten e.a.*)


Gemiddeld hebben walnotenbomen 10 tot 15 jaar nodig vóór ze vrucht dragen
Waarschijnlijk hebben we daarom vroeger, wandelend met de hond nooit noten zien liggen onder een boom in het park.
Sinds we die wél ontdekt hebben gaan we in “notentijd” (nu zonder hond) altijd een paar keer noten rapen, schoonmaken en laten drogen in de schuur vóór ze aan consumptie toe zijn.

Ik hoorde van een boer dat walnotenbomen vroeger op het boerenland (vaak dichtbij het melkhuisje) werden geplant om vliegen en muggen van mens en vee weg te houden.

Walnotenbomen hebben veel licht en ruimte nodig en staan daarom vaak solitair, ze kunnen honderden jaren oud worden.



Walnoten worden  superfood genoemd, ze bevatten omega-3-vetten en vezels, magnesium, vitamine E, polyfenolen, eiwitten, kalium, plantensterolen, vitamine B6  arginine, melatonine, koper en zink.



Walnoten worden  superfood genoemd, ze bevatten omega-3-vetten en vezels, magnesium, vitamine E, polyfenolen, eiwitten, kalium, plantensterolen, vitamine B6  arginine, melatonine, koper en zink. Het eten van walnoten schijnt te “helpen” tegen stress en hoge bloeddruk en bij mannen wordt de kwaliteit van het sperma daardoor verbeterd, las ik op Gezondheidsnet.nl

Altijd gedacht dat okkernoot een ouderwetswoord was voor walnoot,  nu las ik op internet dat er, verschil in de nootvorm, smaak, bladgroei en bloei van de okkernoten-  en walnotenboom zit.
Maar helaas (check, check en doublecheck) las ik op een andere site dat het allebei om dezelfde noot gaat!
( Wat is de waarheid?)

Eén van onze andere wandelingen levert ons kastanjes op, de “gewone” met de prikbolster, maar ook ontdekten we een boom met kastanjes met een gladde bolster en één boom met tamme kastanjes. Nog nooit hebben we tussen die tamme kastanjes op de grond één eetbare kastanje gevonden, alleen platte, zo goed als lege, vruchten.

Al die herfstuitingen doen het (eetbaar of niet)  prima op mijn herfst stillevens

Sinds een aantal jaren zien we in het herfstseizoen ook een boom waar een soort groene tennisballen onder liggen. Het blijkt een zwarte walnoot te zijn. De groene vrucht ruikt naar citroen, reden waarom we er wel eens één op de fruitschaal leggen. Opengemaakt hadden we ze, tot nu, nog nooit ( knoerthard, bijna niet te openen !)



De zwarte walnoot heeft ook medische toepassingen, zo las ik dat orale inname van zwarte walnoot wordt gebruikt als anti wormmiddel, bij difterie, leukemie en sifilis.
In Libanon worden de zwarte walnootbladen gebruikt als een remedie tegen microben en schimmels. 
In Zuid Amerika en Canada waar de boom oorspronkelijk vandaan komt wordt het hout gebruikt voor het maken van meubels

Dit jaar hebben we er een paar “open gekregen“ en hoewel met plastic handschoenen aan heeft kennelijk de olie in de noten een chemische reactie met de huid aangegaan, want na een week is de huid nog steeds zwart!
Zwarte noten, echt wel!
We laten ze drogen en hopen dan (ooit) te zien, voelen en wellicht proeven hoe de zwarte keiharde noot echt smaakt.

*) Een  gewone walnoot  en ook een zwarte walnoot worden in de botanie géén noot genoemd, maar een steenvrucht.
Een tamme kastanje daarentegen is een noot, evenals hazelnoot en beukennoot


Magische schimmels.

In de herfst zie je in het bos, in de tuin en het park paddenstoelen.
Vroeger dacht men dat het magische verschijningen waren ( eigenlijk vind ik dat nog)

Zo zijn ze er niet en zo staat er een heksenkring of één enkel exemplaar “ergens” tussen bladeren.
De naam paddenstoel is letterlijk te verklaren: een stoel van een pad.
Men geloofde vroeger dat padden de huisdieren waren van heksen.
Die padden zaten op hun eigen “stoelen” in het bos: paddenstoelen.

Men dichtte nog meer “magische” dingen toe aan paddenstoelen: heksen zouden ze voor hun toverdrankjes gebruiken én, een iets vrolijkere veronderstelling,  in paddenstoelen zouden kabouters wonen.

Ook de duivel zou iets met paddenstoelen te maken hebben dacht men vroeger: waar de duivel gelopen had, groeiden, in zijn voetsporen: paddenstoelen

Nu weten we dat paddenstoelen vruchtlichamen zijn van schimmels en dat er (voor de mens) giftige  en niet giftige- eetbare-  paddenstoelen bestaan.

Helaas is er geen “makkelijke” regel om te leren welke paddenstoelen giftig zijn en welke niet.
Op dieren kunnen we niet af gaan, wat voor sommige dieren eetbaar is, zou voor de mens dodelijk zijn!

N.B. In Nederland is wild paddenstoelen plukken verboden.



Wel worden, ook in Nederland, sommige paddenstoelensoorten gekweekt; bv. de champignon.
Deze zijn oa.in supermarkten verkrijgbaar, goedkoop!
Door die lage prijs neemt het aantal champignonkwekerijen in Nederland de laatste jaren drastisch af; van meer dan 500 in het jaar 2000 tot nog ongeveer 100 in 2020!

Ook paddenstoelen kunnen duurzaam gekweekt worden; een bedrijf als Fungi Factory doet dat: zij kweken paddenstoelen op lokaal beschikbare afvalstromen zoals koffiedik en houtschaafsel  én verkopen de Fungi Factory Growkit  Daarmee kun je thuis paddenstoelen kweken op eigen koffiedik. Het werkt met filterkoffie, koffiedik uit de
percolator en de espressomachine.

Ook kun je thuis  zelf Shiitake paddenstoelen op een boomstam (Nederlandse eik) kweken,onderandere te bestellen bij de Natuurorganisatie IVN (Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid)

Men adverteert ermee dat je 3 tot 4 keer per jaar kunt oogsten en dat de stam gaat ca. 4 – 5 jaar mee. Bij mijn gekregen stam is dat niet en wél gelukt!
Ik kreeg  uit de stam, na 3 jaar in de tuin gestaan te hebben, de eerste paddenstoel uit de stam te zien (die ik NIET durfde op te eten) De stam staat nog steeds in de tuin!
.

Ik las dat er dit jaar, in september, al 8 vergiftigingsgevallen van mensen die zelf in het wild geplukte paddenstoelen hadden gegeten, zijn gemeld!
Het is dus géén goed idee zelf te plukken én het is bovendien strafbaar!

Mispel

Onlangs zag ik tijdens een wandeling hier in de buurt, tussen een randje bomen een mispel hangen. Nooit eerder de boom, noch de vrucht  in het wild gezien.(Zowel de boom als de vrucht heten mispel)

3000 jaar geleden kwam de plant*) al in Noord Iran voor. Pas rond 700 v.Chr. werd de struik meegenomen naar Griekenland  en rond 200 v.Chr. naar Rome.
De Romeinen  verspreidden de mispel verder over Europa.

De naam Mespilus zoals de struik oorspronkelijk heet is afkomstig van het Griekse : mesos (midden) en spilos (klip of steenmassa). De uitleg hiervan: de vijf pitten zijn steenachtig en ze steken met hun toppen uit het vruchtvlees.

Andere talen hebben, bij de naamgeving van de vrucht, andere associaties gehad: in het Frans wordt de mispel cul de chien (gat van de hond) genoemd en de Engelsen spreken van een openarse (open aars).

De droge, kleine, harde, goudbruine vruchten (mispels) zijn in oktober rijp, maar dan nog niet te eten
Na de eerste nachtvorst  worden de vruchten zacht en bruin
De mispel is pas eetbaar als hij donker kleurt en zacht wordt. Dat lijkt op een rottingsproces : Overrijp is misschien een beter woord dan rot.
Er is een uitdrukking: “Zo rot als een mispel” dat betekent helemaal verrot; door en door rot!

Mispels waren een zeer belangrijke vruchten tijdens het Romeinse Keizerrijk én in de Middeleeuwen.
Ze waren er, zo las ik nu, nog vóór de introductie van andere fruitsoorten in West-Europa.
In de Middeleeuwen werden ze vooral in Frankrijk en Duitsland aangeplant.
In Nederland minder en dan voornamelijk in kloostertuinen.
De mispel schijnt vol vitamine C en goed voor de maag en voor de spijsvertering te zijn!
Als de mispels zacht zijn kan er gelei en likeur van gemaakt worden

De mispel bloeit in mei met witte, soms iets roze bloemen, die lijken op die van een  wilde roos.

Ik las dat de mispel in de Achterhoek, Twente en Limburg zeldzaam is en in de rest van Nederland zéér zeldzaam! (Ik heb  dus wat bijzonders gezien)
Wel apart dat de boom zeldzaam is/was in de Achterhoek, want in het wapen van de “Hoofdstad” van de Achterhoek: Doetinchem, zitten 3 mispelbloemetjes!

Het wapen van de gemeente Doetinchem waarvan de beschrijving luidt: “In azuur een dubbelstaartige gekroonde leeuw van goud, getongd en genageld van keel, vergezeld van 3 mispelbloemen van zilver. Het schild gedekt met eene vijfbladerige kroon van goud.”






*) de mispel wordt plant, struik en ook kleine boom(hoogte van 1,5 tot 6 meter )genoemd.

Promotie Achterhoek

Geen idee hoeveel mensen er naar de Achterhoek gaan voor een korte (herfst) vakantie in oktober, maar voor wie nog twijfelt: ik kan het aanbevelen.

Zeker als je uit een grote stad, of de dichtbevolkte Randstad komt en van natuur en rust houdt. Er zijn mega veel wandel- en fietsroutes in de Achterhoek en er is erg veel te zien; coulisselandschappen en bossen, musea en kastelen én vreselijk aardige mensen die nog “de tied hebben voor een praatje” en vertrouwen in de mensheid, getuige de manieren van afrekenen bij kraamverkoop

Het onverwachte treft mij steeds weer. Zoals gisteren
We fietsen een knooppuntenroute die naar Laag Keppel leidt; aardappelcountry!
Aviko = Aardappel Verwerkende Industrie Keppel en Omstreken, u vast bekend van aardappels in allerlei varianten, had hier haar oorspronkelijke domicilie (nu Steenderen)

We fietsen en zien van alles: een prachtig geel koolzaadveld met de zon erop (in OKOBER!) een Achterhoekse vlag met een UIL erop ( geen idee of het een echte was!) en een kunstwerk langs de weg om aan te geven dat hier Werkkamp de Wittebrink was (In 1937 gebouwd als werkverschaffingskamp en in 1942 gebruikt voor Joodse dwangarbeiders)

We strijken neer op een terrasje van een etablissement dat de Gouden Karper heet.
Ze hebben ook een terras aan de overkant van de weg waar ook het standbeeld van de karper staat. Dáár zit niemand, het staat namelijk onder kastanjebomen, die op dat moment constant kastanjes laten vallen die met knallen overal heen springen

Ik wil graag een kop thee met een koek. Er zijn hier heel veel soorten thee zegt het meisje dat ons bedient, ik vraag of ZIJ een lekkere kruidenthee voor me wil uitzoeken (kennelijk hier geen theedoos)
Wie zulke vragen stelt kán verrast worden. Er komt een kopje met een snoezig zeefje erop met lekker ruikende kruiden erin “Ik heb thee zorgeloos voor u gekozen, dat leek me wel toepasselijk”
Ze heeft prima gekozen, de thee is heerlijk

We komen bij een pluktuin en praten met de dames die het runnen. De bloemen lopen op zijn eind, maar er is nog genoeg moois te vinden. Ik krijg een schaar en een emmer met water mee.



Mijn lief fotografeert vlinders en ik ook één


Ik word gematst met de prijs en wordt helemaal BLIJ van wat ik geplukt heb. Zo heb ik eenmaal thuis nog een stukje Achterhoek.

Amaranthus, trosroosjes, kardoen, dahlia en sedum

We zien onderweg een kasteel tussen de bomen én een veld met wel 50 alpaca’s. Of ze lief zijn weet ik niet (vermoedelijk gehouden voor de wol) maar ze zien er enorm knuffelig uit.

Na die schattige Alpaca’s willen we ook nog even bij de leuke ezeltjes kijken, die niet ver van ons oppasadres op een heuvel staan
Vroeger was dit een vuilnisbelt, nu is het begroeid met gras; er is een kinder- zorgboerderij en je kunt er, als toerist, een wandeling maken met een alpaca, ezel of rendier. (Ook meerdaags tochten met overnachtingen!)

Over dit terrein loopt een Smoks Hanne route en boven op de heuvel zijn uitzichtpunten, en zie je ook een lager gelegen trailcircuit

De fietstocht was weer enorm leuk en verrassend.
De Achterhoek ECHT een aanrader

Een kleine selectie interessante gebouwen in de Achterhoek waar ikzelf geweest ben en die ECHT de moeite waard zijn. Van het grote MORE in Gorssel tot het kleine MAG in Ruurlo


Lalique Museum Nederland in Doesburg: glaskunst
kasteel Ruurlo (nu museum More; veel Carel Willink werk!)
Gorssel  –  museum More (modern realisme)
Ruurlo – museum MAG (Maastrichts aardewerk en glas)
Ziewent – grote kerk, ook wel Achterhoeks kathedraal genoemd
Dinxperlo – kleinste kerkje: de Rietstap
Borculo – Brandweermuseum