Marlene, dochter van de Alpen

Zoals ik al eerder blogde lees ik ALLES wat los en vast zit en ik in mijn handen krijg.
Onlangs was dat een folder (in boekjesvorm) die ik kreeg bij de groenteman met de titel: Marlene, Seasonal Art Book!

In het boekje kunstwerkjes van verschillende artiesten, allemaal geënt op de Marlene appel,  zoals er op het merkje staat “Daughter of the Alps”*)
Een leuke manier van reclamemaken!

Het blijkt dat de Italiaanse provincie Zuid Tirol vol staat met appelboomgaarden en dat de lekkerste van al die appels de Marlene is.

Marlene zegt daar zelf over: “Mijn vader is de berg. Mijn moeder is de mediterrane zon. Ik ben Marlene, dochter van de Alpen”  (welke pr man/vrouw zou dát bedacht hebben?)

De Marlene appel is niet alleen gezond ( vitaminen, mineralen en antioxidanten) maar doet ook “wonderen” voor de huid.

De bovenstaande 2 schuingedrukte zinnen zijn (knap?) pr – gepraat.
Nu de feiten:

Er blijken 7 varianten van Marlene te zijn: Golden Delicious,Royal Gala,Granny Smith, Fuji,Red Delicious, Braeburn, Stayman Winesap!

Allemaal met een certificaat: Indicazione Geografica Protetta = beschermde geografische aanduiding

Marlene is een handelsmerk van het VOG Consortium (opgericht in 1945 met handelsmerk ”What one cannot do alone, many can do together” – coöperaties dus)
Op 10.900 hectare in Zuid Tirol  worden de appels  geteeld. En ze zijn sinds 2008  verkrijgbaar op de Nederlandse markt .
De nieuwe sticker óp de appel werd speciaal ontworpen door de Italiaanse kunstenaar Luca Santella
De afbeelding  wil laten zien hoe de natuur, midden in de winterkou rust, om met meer energie en kleur dan ooit te voren te ontwaken mét de Marlene appels.

Een aantal van afbeeldingen van dit boekje zijn een tijdje geschilderd op de trams van Milaan te zien geweest! Over exposure gesproken!

Misschien is het een idee om toch maar eens één (of meer) Marlene appeltjes te proberen?

Toen ik dit blog gemaakt had vond ik het idee van die 4 kunstwerkjes leuk, dus heb ik lijstjes gekocht en is mijn lief aan het inlijsten gegaan.
We hebben 4 van de appelportretjes opgehangen (wisselen kan altijd nog)
Waar een blog al niet toe kan leiden!





*) mij deed zo’n titel meteen denken aan vroegere boekjes van Heidi en Peter. Heidi een weeskind uit de Alpen, met plaatjes van een meisje huppelend in aan Alpenwei, bergen op de achtergrond



Pools paard(je)

Het Europese wilde oerpaard, de tarpan was omstreeks 1879 uitgestorven
Vóór die tijd hadden de tarpanhengsten nog wel eens een romance met een, half in het wild levende konikmerrie (kón = Pools voor paard, kónik = Pools voor paardje)
Zodoende heeft de huidige konik nog een scheutje tarpanbloed in de aderen!

De stokmaat (=schofthoogte) voor een konik is 130 tot 140 cm.
Het is een eigenzinnig paardenras dat niet zo geschikt is om te berijden en meer als werkpaard, vrijetijdspaard of als begrazer voor een natuurgebied te houden is.
In 1982 werd de eerste konik naar Nederland gehaald en uitgezet in een Gronings natuurgebied (Ennemaborg) voor begrazing.
In Nederland heeft de konik geen natuurlijke vijanden, maar in Polen schijnen gevallen bekend te zijn van koniks die met hun voorhoeven zelfs wolven bevechten.

Koniks leven in een kudde, de oudste merrie bepaalt waar de kudde heengaat, zij weet uit ervaring waar, op dát moment, het beste groen te vinden is.
Wilde paarden zijn echte grazers: door hun dubbele rij tanden kunnen ze gras zeer kort afgrazen

Paarden hebben maar één maag, ze hoeven niet te herkauwen zoals bv koeien. Om toch voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen eten ze de hele dag door( koniks wegen ongeveer 400 kg) Een konikmerrie is maar 11 dagen per jaar niet drachtig.
Als het veulen na een jaar nog steeds bij de moeder wil drinken, trapt de moeder het weg; het veulen moet dan voor zich zelf kunnen zorgen (na ca. 3 jaar is het veulen geslachtsrijp)

Ik zag deze paarden voor het eerst in het natuurgebied Oostvaardersplassen* (het zijn paarden die niet aan mensen gewend zijn, afstand houden dus )

Heden ten dage leven er meer konikpaarden in Nederland dan in Polen





*)Toen de Flevopolder was drooggemalen, bleef dit natte stuk (5600 ha tussen Almere en Lelystad) ongebruikt. De natuur greep haar kans en er ontstond een moeras met plassen, rietvelden en wilgenbossen.




Vogelwetens(w)aardigheden (8)

Als lid van de Vogelbescherming komen veel vogelnieuwtjes tot mij. Af en toe noteer ik iets “opmerkelijks” om dat “ooit” te delen.
NU is weer zo’n deelmoment

Nederland heeft 99,9 miljoen kippen!

Sinds eind vorige eeuw broeden ook mandarijneenden in Nederland; ze komen oorspronkelijk uit Oost-Azië. De mandarijneenden hier zijn waarschijnlijk nazaten van de ooit ontsnapte mandarijneenden uit watervogelcollecties in Europa!



Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat kraaien gezichten kunnen onthouden!


Er is zelfs gebleken dat ze deze informatie aan elkaar door kunnen geven; een hele groep kan het gezicht van iemand die één hunner kwaad gedaan heeft,  herkennen!

Wat kraaien ook kunnen is stoplichten “begrijpen” Ze leggen op drukke kruispunten hun noten op de weg, zodat auto’s erover heen rijden en de noten openbreken. Het blijkt dat ze de noten “klaarleggen” als het stoplicht op rood staat (bij groen vliegen ze snel weg en bij weer rood licht halen ze hun kapotte noten weer op!)

Vogels blijken een systeem te hebben om warmteverlies in hun poten te voorkomen.

De aderen waar door het (warme) bloed van hun hart naar de poten stroomt liggen vlakbij de aderen waarin het (afgekoelde) bloed naar het hart stroomt. Zo wordt het “koude” bloed vast een beetje vóórverwarmd, terwijl het “warme” bloed juist wat afkoelt. Wetenschappers noemen dit systeem ook wel het “wondernet”.

Canadezen ganzen (gewicht van ongeveer 8 kilo ) spanwijdte van ca. 170 cm) hebben nogal eens “botsingen” met vliegtuigen; doordat ze vaak in grote groepen vliegen. Omdat het flinke vogels zijn kan dat serieuze gevolgen voor het vliegtuig hebben.


In de jaren tussen 1990 en 2019 hebben er in de Verenigde Staten 1815 botsingen tussen Canadese ganzen en vliegtuigen plaatsgevonden.
In Nederland worden ganzen ”regelmatig” gevangen (en vergast) of afgeschoten om vliegbotsingen te voorkomen.

Ganzen in het algemeen zijn geen graag geziene gasten, ook niet bij boeren. Ganzen eten namelijk ongeveer een pond gras per dag én hebben een snelle spijsvertering; dát maakt het overgebleven gras eten voor koeien minder smakelijk!

Staartmezen leven in grote groepen van soms meer dan 300 soortgenoten. Als de broedpoging van een paartje mislukt wordt een ander broedpaar (in hetzelfde leefgebied) door hen geholpen (sociaal gedrag)

De wilde eend

Soms hoor, of lees je iets waarna je denkt “Die verklaring daar voor, dáár was ik niet opgekomen”

Zo las ik onlangs dat wilde eenden, u weet wel die eenden die in parkvijvers zitten, die je brood gaat voeren met kleine kinderen*), die bruine vrouwtjes eenden met hier en daar een witte streep en die mannetjeseenden met die prachtige metaalkleurige groenblauw glanzende kop mét die witte halsring en gele snavel, DIE!

Daarvan zie je er zovéél, maar vaak veel meer vrouwtjes dan mannetjes.
Nu las ik dat, na het broedseizoen, de mannetjes eenden “vrouwenkleren aantrekken!” Zij gaan dan in de rui, verliezen hun slagpennen, willen zo min mogelijk opvallen, omdat ze tijdens de rui NIET kunnen vliegen (dus heel kwetsbaar zijn)
Globaal gezien lijkt het, in die tijd, dus bij een vijver of meer dat er meer vrouwtjes eenden zijn. Apart weetje.

Een jong van een eend is een “nestvlieder” d.w.z

dat ze, als ze uit het ei komen, al meteen grotendeels voor zichzelf kunnen zorgen, pa een is dan ”verdwenen”( met zichzelf bezig, aan het ruien)

Ma eend houdt de jongen ’s nachts warm en houdt ze overdag in de gaten om ze voor gevaar te behoeden (eten zoeken kunnen ze zelf al)

Wilde eenden worden door mensen gegeten; de wilde eend mag bejaagd worden in de periode van 15 augustus – 31 januari.

Vroeger werden eenden gevangen met eendenkooien; afgelegen vijvers, waar slootjes op uit komen, werden omringd met hout- en rietschermen Daarin werden gekortwiekte lokeenden gehouden, die door de kooiker (eigenaar van de vijver en de lokeenden) gevoerd werden.
Men denkt dat er in de zeventiende eeuw ongeveer 3000 van dergelijke eendenkooien in Nederland waren.
In 1620 werd er een eendenkooi aangelegd bij Uitgeest, deze is er nog (wordt beschermd en onderhouden, niet meer gebruikt om eenden te vangen, wél om te bezoeken en uitleg over te krijgen)

Zodra er veel wilde eenden in de vijver zaten werden deze op gedreven door een kooikerhondje, die liep te keffen langs de vijverkant. De eenden werden naar een smal slootje gedreven, de kooiker dreef ze dan in een fuikachtig net.
Wilde eenden voor consumptie gereed!

Een kooikerhondje was vroeger geen speciaal ras. Kooikers zochten een hondje uit dat niet te groot en goed wendbaar was: een hondje dat goed iets aan te leren was.
Op oude schilderijen staat vaak een dergelijk klein spioenachtig (hond die behulpzaam was bij de jacht) hondje.
In 1966 vond een voorlopige erkenning van  kooikerras plaats en in 1971 verleende de Raad van Beheer de officiële erkenning; het kooikerhondje was een ras geworden!

Zover het wilden eendenblog. Over een ander soort eenden komt in januari een blog,op de Internationale ….  eenddag!

Kerstklassieker

De vrucht van de plant Vaccinium macrocarpon (in het Hollands lepeltjesheide of grote veenbes) de cranberry is,  in saus, een echte kerstklassieker. Waarschijnlijk omdat de saus gecombineerd werd (en wordt) bij kalkoen (traditie in Amerika met Kerst én met Thanksgiving-diner )Cranberrysaus is een goede combi bij gevogelte en in het algemeen én bij wild!

De bessen komen van een kruipende heideplant met dunne stengels.
Ik wist dat ze in Nederland, (bijna) alleen groeien op het eiland Terschelling, maar hoe dat komt las ik  onlangs pas in het  blad Lekker (W)eten.

Het schijnt dat rond 1800 Amerikaanse koopvaardijschepen vaten met cranberry’s bij zich hadden. Scheurbuik (een ziekte waarvan nu bekend is dat het ontstaat na een langdurig tekort aan vitamine C) kwam veel voor onder zeelui en men had “ontdekt” dat als de zeelui af en toe een handje cranberry’s aten ze NIET ziek werden.*)


De Waddenzee was (is?) een verraderlijk stuk zee, er kwamen nog al eens wat schepen bij Terschelling in moeilijkheden of vergingen daar.
De regel was, dat alles wat op het strand aanspoelde van de gemeente was, maar wat in de duinen lag, was voor de vinder.
Dus: aangespoelde vaten werden de duinen ingerold en daar opengemaakt. Toen de “eerlijke” vinders de vaten de duinen ingerold hadden en ontdekten dat er zure bessen inzaten, kiepten ze de tonnen in de duinen leeg; de lege vaten ging wél mee, dat was nuttig als brandhout.

De plantjes hebben zure (heideachtige) grond nodig, dát was in de duinen volop, dus de bessen ontkiemden en vermeerderden zich op Terschelling

Dit zou natuurlijk een verzonnen verhaal kunnen zijn, maar er zijn bewijzen die dit verhaal staven! De Universiteit van Wageningen heeft uitgebreid onderzoek naar de Vaccinium macrocarpon van Terschelling gedaan, déze Terschellingse cranberry’s zijn zeker verwant aan die van de cranberryplantfamilies uit Canada en Amerika!

Het is een bijzondere teelt daar op Terschelling want de bessen groeien op het eiland in beschermde natuurgebieden (eigendom Staatsbosbeheer)
Terschellinger Cranberry is dus géén eigenaar van de bessenplanten!
Ze zijn geen bessenkwekers, ze besproeien niet als het droog is; schoffelen daar ook géén onkruid! Ze moeten het doen met wat de natuur hen geeft.
Als het regent tijdens oogsttijd (najaar) mogen ze het natuurgebied niet in omdat ze de natuur kunnen beschadigen (gevolg dan: een kleinere oogst)

Bijzonder is ook dat, zo vertelt de directeur van Cranberry Terschelling in Lekker (W)eten,  dat de bessen door (een vaste ploeg) eilanders met de hand worden geplukt met een soort bak met tandjes (afgeleid van deze (foto) vroegere “kam”) Het schijnt zwaar werk te zijn en een traditie die van vader op zoon (en kleinzoon) wordt doorgegeven.

Tot slot van dit cranberryblog nog het recept van een cocktail mét cranberry sap! (niet bedacht op Terschelling)
Deze cocktail is niet echt bedoeld voor in de kersttijd (een zomercocktail eigenlijk), maar doe eens wild, gooi je haar los en probeer het NU, zonder alcohol kan ook! (wie weet smaakt het in december ook lekker)

Sex on the beach:  Een glas met veel ijsblokjes, daarbij 30 ml wodka, 30 ml perzikenlikeur,90 ml sinaasappelsap en 30 ml cranberry sap
Voor alcoholvrij: Vervang perzikenlikeur door perzik sap en voeg geen wodka toe.

Zo’n cocktail kan natuurlijk “versierd” worden met een schijfje sinaasappel en/of kersje of parapluutje, maar het hoeft niet! (blaadje hulst er naast mag in deze tijd ook!)

Cheers






*)  het gebruik van de cranberry als medicinale plant was al bekend bij de Noord-Amerikaanse indianen

**)Dit soort bessen werd door de Britse botanicus William Aiton in 1789 Vaccinium macrocarpon benoemd ( vaccinium = bosbes; macrocarpon = grote bes)


Pinetum Birkhoven

Het is 15 december ’s morgens; er ligt een wit laagje rijp op sommige plekken in de tuin.
Als ik de grijze afvalbak binnenhaal zegt de buurman dat het volgende week 10 graden wordt.
Tijd dus om snel de natuur in te gaan, nu er nog wat rijp op de bomen en de grond ligt.

We kiezen voor een naaldbos, daar blijft het witte laagje langer liggen. We zien op internet dat er een Pinetum in Amersfoort ligt, in een bosgebied dat Birkhoven heet
We rijden er heen.

Het bosgebied ligt op de uitlopers van de Utrechtse Heuvelrug. Naast de parkeerplaats van het Bosbad beginnen wandelroutes. We kiezen de gele en zullen zo in het Pinetum komen.

Dit Pinetum is één van de 7 naaldbomenverzamelingen van Nederland. Aangelegd in de jaren “30 van de vorige eeuw als werkverschaffingsproject tijdens de crisisjaren. Er werden toen ongeveer 100 verschillende soorten naaldbomen uit de hele wereld afkomstig, geplant (ze staan per 3 per werelddeel van herkomst) Helaas hebben niet alle soorten het overleeft.
Sinds dit naaldbomenpark onder het Utrechts Landschap valt (2005) wordt het bomenpark weer (door een groep vrijwilligers) onderhouden.

Een naaldboom is eigenlijk een conifeer, wat “kegeldragend” betekent. Er zijn in de wereld ongeveer 700 soorten coniferen  waarvan er in Nederland van oorsprong maar 3 voorkomen: de jeneverbes, taxus en de grove den.
Niet alle coniferen blijven groen, maar de meesten wel!

We zien gelukkig nog heel wat WIT, op de grond, op de bomen en op sommige planten en struiken.

Het is een prachtig gebied, duidelijk onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug. We “beklimmen” een heuvel en hebben daar een prachtig uitzicht over een bosmeer, waar één schaatser aan het rondjes draaien is!
Boven op de berg staat een apart soort houten bank waar plaats is voor velen.

In het bosmeer staat een kunstwerk; een vogel, het ziet er uit als een “groot” ijsvogeltje!

Ook het meer is een werkverschaffingsproject uit de crisisjaren geweest, het uitgeschepte zand is de “heuvel” geworden

Er is een rododendronbosje dat ook mooi is zonder felgekleurde bloemen, met alleen de vetachtige bladeren met laagje rijp!

Er staan op verschillende plekken  ruw houten banken, elke bank “ietsje” anders; het is nu te koud om stil te zitten, wel heerlijk om te wandelen. Naast één zo’n bank hangt een mondkapje, voor gebruik als het druk gaat worden? Of heeft iemand het daar opgehangen voor de volgende keer dat COVID-19 weer de kop op steekt?

Varens, altijd al favoriete planten van me, zijn prachtig gedetailleerd, nu de rijp de aparte blaadjes accentueert.

In het Pinetum staan enorme grote naaldbomen, mijn hart ging echter open voor dit kleintje; geen ballen in hangen, geen piek of spuitsneeuw; helemaal zó laten; ontroerend.

De natuur is zo prachtig, zelfs een pol van een grassoort, iets waar je normaal zó aan voorbij loopt, is nu een wit, teer kunstwerkje.

Omdat we zo naar de natuur kijken hebben we niet goed op de routepaaltjes gelet, in plaats van de gele paaltjes, zijn we de witte gaan volgen. Waar zijn we nu beland?
Gelukkig komen we een dame met hond tegen, haar Ridgeback komt enthousiast op ons af, we vragen haar hoe we weer bij het bosbad , waar onze auto staat, kunnen komen.
Het blijkt dat we er niet ver vandaan zijn.

Gelukkig, want handen en neus zijn koud en we lusten beiden wel een kop thee.
Tevreden rijden we naar huis. Het was (weer) een topwandeling.



Vogelwetens(w)aardig  (7)

Als lid van de Vogelbescherming komen veel vogelnieuwtjes tot mij. Af en toe noteer ik iets “opmerkelijks” om dat “ooit” te delen.
NU is weer zo’n deelmoment!


Kraaien zijn sociaal en leven, behalve in het broedseizoen, vaak in groepen.
Kraaien zijn in veel culturen “alwetend”, soms ook worden “voorspellende gaven” aan hen toegedicht.

Dat was zo bij de oude Egyptenaren en ook in de Germaanse mythologie was een kraai bijzonder.
Met de komst van het Christendom overheersend in Europa veranderde de kraai in een symbool van het kwaad, ongelukbrengers en  verspreiders van dood! (een oorzaak hiervan zou kunnen zijn dat ze zwart en dreigend kunnen overkomen; aaseters zijn en vroeger ogen van mensen die aan de galg hingen, uitpikten)
Over kraaien en de DOOD las ik nog een apart weetje. Kraaien schijnen de enige vogels te zijn die “iets doen” bij de dood van een soortgenoot. Een afscheidsceremonie:  als een kraai een dode soortgenoot ziet, verzamelt hij meer kraaien  en gaan ze om de dode soortgenoot heen zitten en maken ze (voor mensenoren) “aparte” geluiden.
Er is onderzoek naar dit fenomeen gedaan en daaruit concludeerden de onderzoekers dat zo’n moment een leerproces voor de andere kraaien is. Zoiets als Kijk naar wat hier gebeurd is, dat kan ons ook overkomen, wees waakzaam!

Om maar even bij zwarte vogels te blijven, een nestweetje over spreeuwen: één van de meest voorkomende broedvogels in Nederland

In het nest van spreeuwen zijn vaak bloemblaadjes te vinden. Die blijkt de mannetjesspreeuw niet alleen te verzamelen om zijn vrouwtje te verleiden (de bloemengeur helpt wél, zeggen onderzoekers) maar het heeft ook een meer praktische reden: mét het verzamelen van bloemblaadjes komen ook roofmijten in het nest. Dat klinkt “gevaarlijk” maar dat is het niet, deze roofmijten eten oa. bloedluizen, waar zowel pa als ma spreeuw, maar ook hun jongen last van kunnen hebben. Er worden dus eigenlijk, tegelijk“  medische helpers” mét de bloemblaadjes het nest ingebracht.

Van zwart naar wit, of eigenlijk zilver; De zilvermeeuw

Een weetje over de zilvermeeuw: deze zeevogel steelt visjes uit de bek van andere vogels (oa. van papegaaiduikers, die vaak meerdere visjes in hun snavel hebben)
De zilvermeeuw vangt zelf oesters en mosselen, vliegt dan de lucht in en laat zijn prooi op grote hoogte op een harde ondergrond vallen. Hij duikt dat razendsnel op de kapotte schelp en eet het schelpdiertje snel op vóór een andere vogel dit kan doen.
Er schijnen ook zilvermeeuwen gezien die stukjes brood “voeren” aan vissen om ze te lokken en dan op te eten!

Wil je info over het inrichten van een (meer) vogelvriendelijke tuin?

Een tuinvogelconsulent van de vogelbescherming kan op aanvraag bij je thuis komen en een persoonlijk advies, toegesneden op jouw wensen en mogelijkheden, geven.
[kosten huisbezoek incl. advies rapport 47,50 voor niet-leden en € 30,- voor leden, voor aanvraag zie “www.vogelbescherming.nl”]

Onverwachte “winter”zon

We hebben een Mahonia (aquifolium*) in de voortuin, een winterharde struik die ongeveer 1,20 m hoog is, een stekelig, glanzend blad heeft en in maart/april gele bloemen draagt. Als de bloemen uitgebloeid zijn komen er blauw/zwarte bessen aan

De naam Mahonia komt van botanicus Bernard MacMahon (1775 – 1846), een Iers-Amerikaanse kweker.

Deze struik heeft NIETS te maken met de houtsoort Mahonie**)  die gebruikt wordt  voor meubels, muziekinstrumenten (gitaar oa.) en botenbouw.
De naam van de boom mahonie is afgeleid van “mahagoni”, een indiaans woord, verzamelnaam voor hout van div. tropische boomsoorten van verschillende geslachten van de familie Meliaceae.

Nu zag ik bij een wandeling onlangs een paar struiken, die wel wat op onze Mahonia leken

boven : blad van de net ontdekte struik
onder : blad van de onze

Deze struik bloeide NU (december) en zo heldergeel dat het me niet verbaasde dat, toen ik de naam opzocht dit Mahonia Winter Sun, bleek te zijn!
Mijn lief heeft mét zon een van de struiken gefotografeerd: het geel spat er van af! Wat een struik om nu, in december zo fel geel te bloeien!

John Muir ( 1838-1914)  de Schots-Amerikaans natuurvorser, schrijver en natuurbeschermer zei het al:

“Elke wandeling in de natuur levert meer op dan we zoeken”


Dát merk ik keer op keer weer!






*) aquifolium betekent: met scherp blad

**) ook de naam van een klassieke donkerrode kleur, de zwarte pigmenten zorgen voor een bruinkleurige uitstraling.

2022 Mastjaar

Een mastjaar is een jaar waar er meer vruchten aan de bomen zitten dan normaal; het gaat dit jaar om bovengemiddelde productie van de inlandse- én de Amerikaanse eik en de beuk .
Naar schatting zullen op de Veluwe dit jaar zo’n 4,4 miljoen kilo eikels en 1,3 miljoen kilo beukennootjes vallen! (bron Nature Today)*)

De naam “mastjaar” komt van het varkensvoer dat vroeger “mast” genoemd werd.
Als er vroeger een mastjaar was, stuurden boeren hun varkens het bos in om ze zo de grote hoeveelheid (gratis) eikels te laten eten.
Ook werden varkens in een bos gehoed (achttiende eeuw) dat hoeden noemde men vroeger “masten”

Er bestaat ook een Mastbos ( ten zuiden van Breda) of dat zo genoemd is doordat er vroeger varkens werden gehoed of genoemd naar de grove dennen, die vroeger “masten” werden genoemd is niet bekend. 

Eén eik en vele beuken.

Ik las berichten van boswachters die melden dat ze nog nooit zoveel eikels aan de bomen hadden gezien, takken bogen zelfs door van de enorme vracht.
Niet alleen varkens (wilde zwijnen) eten eikels, ook vogels (gaaien oa.), eekhoorns en herten eten beukennootjes en eikels.

Niet alleen de eikel en notenetende dieren zullen profiteren van het mastjaar, maar ook de roofdieren, die weer meer voedsel zullen hebben aan de (goed doorvoede) eikel-en notenetende diertjes

De Vogelbescherming denkt dat, omdat er zoveel te eten is in bossen en parken, dat de kans bestaat dat er deze herfst en winter minder vogels voor voedsel  in tuinen te zien zullen zijn.

Of dat waarheid zal worden,  zal bekend worden ná de Nationale Tuinvogeltelling die van 27 januari tot 29 januari 2023 gehouden zal worden; minder of meer vogels in de tuin én welke?



*)Ik ben altijd zo benieuwd doe zo’n getal  tot stand komt ( geteld/geschat?)

Eekhoornbehuizing

Mijn lief
was weer creatief.
Dit keer heeft hij, voor vrienden, na zorgvuldige bestudering, een eekhoornhuis gebouwd.

Ik heb me nooit gerealiseerd dat een eekhoornwoning zó groot zou zijn; wat een ding!
Ik las  dat een eekhoornmoeder 2 tot 6 jongen kan krijgen; dus moet inderdaad hun nest of huisje zeven eekhoorns kunnen bevatten. Inclusief staarten hebben ze dus best wat ruimte nodig!

Over die staart las ik dat dát eekhoornonderdeel behalve voor het houden van balans óók een communicatiemiddel is. Zwiepen eekhoorns met hun staart dat betekent dat GEVAAR!

(toen ik, bij gebrek aan eigen eekhoornstaartfoto een plaatje van een eekhoornstaart zocht, kwam ik hier op uit, té maf om niet te gebruiken)

Het blijkt dat eekhoorns  “bijzondere” oorharen hebben, die in de winter langer zijn dan in de zomer! Wetenschappers weten (nog?) niet waarom dat is. Een mogelijkheid is dat langere oorharen warmteverlies tegengaan (ze hebben hele “dunne” oortjes)

Eekhoorns kunnen, als de omstandigheden goed zijn, in het wild 7 jaar worden, maar…..het schijnt dat slechts 1 op de 4 ouder wordt dan één jaar en dat maar 1% van alle wilde eekhoorns zijn 5de levensjaar haalt!

De oorzaken van de sterftes kunnen zijn: gebrek aan nootjes (dit jaar zeker niet er zijn zóvéél eikels!) verkeer (er zijn altijd zóvéél auto’s) en hun natuurlijke vijanden zoals de havik, de boommarter en de vos, die graag een eekhoorn snacken.

(foto eikels op terrein waar eekhoonbehuizing komt)

Wij hebben behalve de, door mijn lief houtgesneden eekhoorn, ook een enkele keer een eekhoorn in de tuin gehad, maar we hebben géén dikke boom waar een dergelijk groot eekhoornhuis aan vast kan!

Hollandse eekhoorns houden overigens géén winterslaap, wel zijn ze minder actief in de winter. Onze vrienden hebben ze nu (in de herfst) nog wel op hun terrein gezien.

Ze zien er schattig uit, maar zijn niet zo lief voor vogels: Ze eten behalve eikels en bessen ook vogeleieren en  jonge vogeltjes!


Eekhoorns komen in (bijna) heel Nederland voor.
Bijna! Want op de Waddeneilanden schijnen géén eekhoorns te leven.

We zijn benieuwd of er eekhoornbewoning komt; de vrienden houden ons op de hoogte hebben ze beloofd!