Vogelwetens(w)aardig (5)

Als lid van de Vogelbescherming komen veel vogelnieuwtjes tot mij. Af en toe noteer ik iets “opmerkelijks” om dat “ooit” te delen.
NU is weer zo’n deelmoment!

De wetenschappelijke naam van een patrijs (hoenderachtige vogel )is perdix perdix, dat afgeleid is van het Griekse perdomai = winden laten.
Laat deze vogels windjes? Nee.

Het snorrende geluid dat een patrijs bij het opstijgen maakt, schijnt te lijken op het geluid van het laten van een (mensen)wind.

Sinds 1975 is de Nederlandse patrijspopulatie met 95% achteruit gegaan; de patrijs staat (door veranderingen in de landbouw (oa insecticiden) op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels in de categorie kwetsbaar.

Patrijzen hebben het grootste legsel van alle vogels: 13 tot 16 eieren is normaal, maar er is ook wel eens een nest met 29 eieren gevonden.

Er zijn ook vogels die altijd maar één ei leggen! Zoals de Noordse stormvogel, de talrijkste vogelsoort van de Noordzee Deze vogel heeft een “apart” afweermechanisme; ze kunnen een soort maagolie naar hun vijand spuiten, en dat wel 2 meter ver! (het muskusachtige spul kan de veren van een vijand ernstige schade toebrengen) Als er geen vijanden zijn kunnen ze de maagolie ook aan hun jongen als voeding geven!

De stormvogels wetenschappelijke naam fulmaris glacialis betekent dan ook stinkmeeuw van de ijsgebieden.

Een boerenzwaluwnest bestaat uit modder en organisch materiaal ( oa. veertjes en gras.) Voor het maken van zo’n nest moeten pa en ma zwaluw meer dan 1.000 keer heen en weer vliegen met materiaal!
De nesten worden jaar na jaar hergebruikt. (gemiddeld gaat een nest zo’n 7 jaar mee)

Zwaluwen worden weersvoorspellende gaven toegedicht. Dat komt waarschijnlijk doordat de zwaluwen bij mooi weer hoog vliegen als hun voedsel (muggen en andere vliegende insecten) zich in hogere luchtlagen bevinden en dat die insecten bij regenachtig en stormachtig weer zich rond bomen en struiken laag ophouden, dus dat de zwaluwen dan laag vliegen

Vliegen de zwaluwen hoog, dan blijft het droog
Vliegen zwaluwen laag dan komt er regen vandaag.

Spreuken over vogels
Onlangs las ik er één over uilen, die het overdenken waard is:


Vogelkijkhut

Na het eten fietsen we naar de vogelkijkhut, die op het Eemmeer uitkijkt.
We zijn er dit jaar nog niet geweest.
Eerder zagen we alleen eenden, zwanen, meeuwen en talingen, maar het is een leuk fietstochtje voor na het eten.

Het was gisteren bloedheet overdag en ook die avond was het nog warm, maar in de polder op de fiets rijden we in een heerlijk koeltje.
Vóór we er komen moeten we een brug over.
We blijken de enige “gewone” fietsers te zijn, mensen 2x zo oud als wij vliegen ons voorbij terwijl wij voorover gebogen zwetend de brug op zwoegen.
Vier achter elkaar rijdende, in blitsend gekleurde strakke broeken geklede, wielrenners flitsen ons voorbij alsof we stilstaan.
Pfff

We zetten ons fietsen tegen het hek en moeten dan een stukje lopen.
Er staat al een auto bij het hek; we zijn vanavond niet de enige vogelkijkers
We klimmen 2 opstapjes over en lopen de dijk af.

De vorige keer toen we hier liepen, deelden we dit dijkpad met schapen (en hun keutels) nu waren we samen (geen schaap te zien), alleen in de verte rende een haas.

Als we de hutdeur opendoen staat er binnen een man door een Swarovski telescoop op statief naar het water te kijken.

We schuiven zachtjes op de bank aan, mijn lief pakt zijn verrekijker, terwijl ik………….. een ijsvogeltje over het water zie scheren; metaalblauw, geen twijfel mogelijk. De man met de kijker zegt dat hij een paar minuten vóór wij kwamen  een ijsvogeltje al hoorde.

Mijn lief zegt, door de verrekijker kijkend dat de witte vogels géén zwanen zijn, wat dan wel kan hij niet zien. Lepelaars zegt de man met de kijker.
Lepelaars! Gaaf.

Hij vraagt of wij door zijn kijker willen kijken en een zeearend zien.
Een ZEEAREND? Graag, die hebben we nog nooit live gezien.

Ik kijk met een oog door de kijker, moeilijk als je een bril op hebt; ik mag (zonder bril) scherpstellen. Hij dirigeert mijn oog: een windmolen, daar rechts van 2 dode bomen, daarin iets zwart bruins! Nog verder scherpstellen en ik zie het wit in zijn staart. Een zeearend!!

Ik maak plaats voor mijn lief. We zijn beide onder de indruk. De man weet te vertellen dat de zeearend (“een” zeearend) daar een vorig jaar gebroed heeft, het is dus bekend zeearendterrein.

Mijn lief kijkt ook nog even door de kijker naar de witte vogels: lepelaars!

Nog nooit hebben we zo veel “spannende” vogels in een vogelhut gezien
Maar ook nog nooit eerder hebben we door zo’n vergrotende kijker gekeken!
Dank u wel lieve meneer!

Verpakking: duurzaam,duurzamer

Om het milieu te sparen zouden we eigenlijk géén plastic verpakkingsmateriaal moeten gebruiken want wat niet IN het milieu zit hoef je er ook niet UIT te halen.

Al probeer je plastic zo veel mogelijk te mijden, je kunt er soms niet omheen, maar…. er is plastic en er is plastic

Biobased plastic – gemaakt van hernieuwbare materialen zoals suikerriet of maiszetmeel. (Van dat laatste heb ik jaren geleden al op een festival uit bierglazen gedronken; in te leveren in een gigantische maiskolf, zodat het weer hergebruikt kon worden.
Het wordt dus NIET van aardolie gemaakt. (maar het kost wel landbouwgrond om het te verbouwen.

Bio degradable plastic – composteerbaar plastic. Deze kunnen van aardolie zijn gemaakt maar ook van duurzame materialen. Dit plastic krijgt alleen het composteerbaarcertificaat als het binnen 12 weken in een composteermachine afbreekt.

Recyclebaar plastic, plastic dat opnieuw gebruikt kan worden, maar dan wél in kwaliteit achteruit gaat (in een sorteerfabriek eerst gescheiden in verschillende soorten plastic, dan door de versnipperaar, gewassen en tot kleine korrels vermalen. Van die korrels worden  oa nieuwe shampooflessen, broodtrommels en emmers gemaakt)*)

In de praktijk blijkt dat consumenten slechts 50% van plasticverpakkingsmateriaal recycled.
Soms ligt dat bij de afvalverwerker (niet de juiste apparatuur, niet kunnen sorteren) maar vaak ook bij de consument, dat kan zijn omdat men de moeite er niet voor wil nemen maar óók vaak omdat het niet goed staat aangegeven.

Ik zag een lijstje ergens staan en heb dat gekopieerd, zodat  de lezers van dit blog goed geïnformeerd zijn!

Ik las ook iets dat IK nog niet wist: glazen potten en flessen mogen MET dop in de glasbak ( ik schroefde en draaide ze er thuis altijd al af)*

Er is vorig jaar statiegeld op kleine petflesjes ingesteld en ook blikjes  kunnen we vanaf volgend jaar voor statiegeld inleveren. Er zijn echter altijd vooroplopers! Biologische supermarktketen Ekoplaza  zamelt nu al blikjes in!

Vanaf 31 december 2022 komt er 15 eurocent statiegeld op blikjes.  (Die maatregel zou NIET doorgaan als het aantal blikjes in het zwerfafval met minstens 70% zou afnemen. Vorig jaar nam het aantal echter toe met 27 procent)

*) bron: Milieu Centraal
 

Een “toevallige” moerbei

Wij, hier in het westen, kennen de moerbeiboom voornamelijk van de zijderups De moerbeibladeren zijn immers het voedsel van de zijderups.

Moerbeiboom van Vincent van Gogh

En we kennen de moerbei ook van de straatnamen, want in elke plaats of stad is wel een Moerbeilaan of –straat of –weg.

Er zijn adressen in den lande aan de Moerbeituin, de Moerbeiboom en er zijn Moerbeiplantsoenen en Moerbeipleinen, kortom de moerbei is qua naam in Nederland goed vertegenwoordigd!
De boom zelf komt uit Azië, Afrika en Noord Amerika.

Ik zag (bewust) mijn eerste moerbeiboom ooit aan de kant van een midgetgolfbaan mét een bordje erbij, maar zonder vruchten!

Onlangs in de tuin van een kasteel stond, tegen de muur van een bijgebouw dat nu als restaurant diende, een boom met een soort langgerekte frambozen er aan. Ik vroeg me hardop af wat dat voor een boom was.  Het antwoord kwam van binnen (het raam stond open) “Een moerbeiboom, mevrouw.” NU zag ik meer van de halfverstopte vruchten.
.

Thuis e.e.a. nagezocht;  Het woord moerbei is afgeleid uit het Latijn, waar “morus laat betekent en  “bei” of  “bezie” betekent bes: dus eigenlijk “late bes”. De moerbeiboom loopt dan ook laat in het voorjaar pas uit. Een moerbeiboom kan eeuwenoud worden.
Het hout van de moerbeiboom is duurzaam maar niet erg sterk, het wordt gebruikt voor fineer én siervoorwerpen.

Het blijkt dat niet alleen zijderupsen in China zich aan de bladeren tegoed doen maar, in Nederland, ook vogels aan de bessen.  
Het is in Nederland voornamelijk een “parkboom”
Bij mijn (internet) naspeuring over de moerbei in Nederland vond ik een bericht over de, op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam staande, moerbeiboom met een spanwijdte van  2,24m  (op hoogte van 1.30m gemeten)*) en een hoogte (lengte) van 14 meter.
Het oudste gedeelte van de begraafplaats (ontworpen door tuinarchitect L.A.Springer in 1892) was in 1914 vol; Springer werd benaderd voor een uitbreiding. Vermoedelijk werd bij die nieuwe uitbreiding deze moerbeiboom geplant (1915 )

De oudste moerbeiboom in Nederland schijnt in Groningen te staan.
Vroeger (rond 1750) waren moerbeibomen een unicum in Zeeland.
Een dame uit Zeeland, die naar Groningen verhuisde liet rond 1760 een moerbeiboom in haar tuin in Groningen planten, als herinnering aan Zeeland.
Inmiddels is haar toenmalige tuin grondgebied van de Rijks Universiteit Groningen waar de moerbeiboom nog steeds staat. De boom wordt wel al ondersteund door staalkabels én is kleiner door de, door de jaren heen, afgebroken takken.

Dus wilt u in Nederland een moerbeiboom zien, dan zijn 4 plaatsen gegarandeerd; Midgetgolftuinen(mooie banen, leuk spelen) Lage Vuursche; bij Kasteel Warmelo in Diepenheim, (koffiedrinken op het terras is top) op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam/Watergraafsmeer én in Groningen op het terrein van de RUG!

*) *) inmiddels al groter vermoed ik, want hij was toen gemeten in 2009

Boomstompen

Er zijn mensen een boom uit hun tuin willen hebben of een gedeelte daarvan

Ze huren een boomverzorgingsbedrijf die amputeert of verwijderd… of
ze hakken zelf om en graven uit… of

ze laten een stomp staan.

Soms krijgt die stomp een functie:
er wordt een waslijn aan vastgemaakt,
of een bloempot op gezet.

Het kan ook zijn dat er kunstuitingen op zo’n stomp worden losgelaten.
Ik zag er onlangs 2.

De een was een soort totempaal, de stam bewerkt met ranken en bladeren

De ander was een giraffe; de stomp was de nek, met onderaan klimop begroeiing erop.

Het was vlakbij een spoorlijn, geen opwekkende buurt, maar van het aanzicht van zo’n giraffe zal iedereen vrolijk worden.

Wij hebben ooit “gewoon” een hele hoge boom uit de voortuin verwijderd, mijn lief zelf.
We kunnen het niet bewijzen: er staat NIETS meer: weg is weg! Géén stomp.

Koelte in de bossen

Het is warm, je zit niet dicht bij zee, houdt niet van zwembaden en zoekt verkoeling.
Wat ga je doen?
In ons geval: de bossen in.

Loofbos en naaldbos

Ik heb altijd gedacht dat een naaldbos méér verkoeling brengt dan een loofbos, maar dat blijkt (wetenschappelijk bewezen) niet zo te zijn. Omdat de naalden van naaldhoutgewassen (coniferen) donkerder van kleur zijn dan bladeren, absorberen ze meer licht en verhinderen dus uitstraling van warmte naar de ruimte. Zo wordt meer warmte in naaldbossen gevangen gehouden én omdat de naalden een veel kleiner bladoppervlak hebben dan de bladeren van loofbomen verdampen ze ook  minder verkoelende waterdamp in de atmosfeer.
Het is dus koeler in een loofbos.

Ik kom daar ook iets liever omdat het, in mijn optiek, wat vrolijker is: zonlicht door lichtgroene blaadjes en zo. Vaak zijn bossen gemengd. Ook prima, ik houd van afwisseling.
Dit keer rijden we met de auto, raampjes open, naar landgoed Pijnenburg, een eeuwenoud familielandgoed gelegen op de grens van de Provincie Utrecht met Noord Holland, vlakbij het vroegere Paleis Soestdijk, dat als landhuis in 1650 door een van de burgemeesters van Amsterdam werd gebouwd en waar Lodewijk Napoleon (broer van);  Willem (de latere koning Willem II) met zijn vrouw de Russische Anna Paulowna; Koningin Emma en als laatste Koningin Juliana en Prins Bernhard (tijdelijke en vaste) domicilie hadden.



Meteen als we de auto uitstappen vinden we bewijs van deze locatie: een grenspaaltje!

Provincie Utrecht

Het is inderdaad heerlijk koel in natuurgebied de Stulp, waar we terechtkomen (het grenst aan de Laagte van Pijnenburg, dat een laag gedeelte van de Utrechtse Heuvelrug is)
Als we het bos uit op een open vlakte komen is de temperatuur niet zo lekker meer, maar heet. We willen zo snel mogelijk afslaan het bos weer in. Helaas staan overal hekken; gebied van een ander! We ploegen een stuk door het mulle zand, drinken ons flesje water op en hopen toch echt op een snelle afslag.
Snel niet, maar hij komt wel.

Een stuk wandelen verder worden we beloond met een prachtig uitzicht op een (koel uitziend) meertje, ooit daar ontstaan toen een zandsteenfabriek er afgroef. Eind vorige eeuw is de plas schoongemaakt en nu groeien er weer allerlei soorten (beschermde) plantjes. Reden waarom er ook een hek om het Pluismeertje staat (jammer voor het zicht, maar kennelijk nodig om te beschermen)
Het Pluismeertje wordt zo genoemd omdat er zoveel wollegras omheen staat.
Er staan 2 banken, we gaan zitten en genieten van de stilte en de schaduw; een prachtige plek.

Als we eindelijk verder lopen komen we een vrouw met een rugzak tegen waarmee we een praatje maken. Ze kent het Pluismeertje niet, we vertellen dat het mooi is en zij vertelt dat ze een NS wandeling loopt en niet te ver van de wandeling wil afwijken (ze moet wel weer terug bij een station komen) Ze  is er nu wel nauwelijks 150 meter vanaf het Pluismeertje af! Ze lacht, zegt even te gaan kijken en verdwijnt in die richting.

Wij lopen verder en….. blijken niet vlakbij de auto te zijn, zoals we dachten.
We komen uiteindelijk een stuk verder op de weg, waar langs de auto geparkeerd stond, uit.
Wandelen in het bos met hitte? Slim plan: je ziet nog eens wat!




De kerkuil

Op een braderie in Huizen zag ik onlangs een kerkuil (je kon met een aantal roofvogels op de foto) Een bijzonder beest om te zien. Ik zag nog niet eerder een kerkuil in levende lijven.

Nu las ik dat hij kerkuil heet omdat deze vogels vaak broeden in de nissen van kerktorens en dat hij in Limburg : “kerkhofuil” wordt genoemd, vanwege zijn angstaanjagende krijs en het feit dat hij in het donker rondvliegt. Men geloofde vroeger dat als hij bij een ziek iemand voor het raam vloog, (en met zijn witte verschijning op een spook leek) hij de zieke kwam halen voor het kerkhof!
Kennelijk hebben ook de Drenten die associatie want zij noemen een kerkuil ook wel “lijkenuil” De Fransen noemen deze uil Effraie des clochers (=schrik van de torens) en de Engelsen hebben het over een Barn owl (schuuruil)

De kerkuilen met hun hartvormige hoofden zijn schuwe nachtdieren, dus is het moeilijk te zeggen hoeveel kerkuilen er in Nederland leven; de Dierenbescherming denkt dat er zo’n 2600 broedparen in Nederland zijn, die voornamelijk van muizen leven.

Een kerkuil kan weinig vetreserves aanleggen en kan daardoor maar 5 tot 8 dagen zonder voedsel in leven blijven. Weinig muizen, dan ook weinig broedsel; veel muizen dan soms een legsel van wel 12 eieren.

Kerkuilen blijven ook de winter in ons land, tenzij het een strenge winter is en er weinig muizen te vangen zijn, dan zijn ze wel eens “zwervend”, in principe zijn kerkuilen echter plaatsvast.

Bijzonderheden van de kerkuil: De kerkuil heeft 3 oogleden en zijn ene gehooropening ligt hoger aan de ene kant dan aan de andere;hun lengte is gemiddeld 35–39 cm, hun spanwijdte  80–95 cm; hun gewicht ligt meestal tussen de 4,0 en 5,5 kg én ze kunnen blazen om andere dieren af te schrikken! 

De kerkuilen zijn de kleinste groep uilen; ze bevat maar 20 ondersoorten.

Op t.v. naar natuur kijken

In plaats van in mijn eentje op een klein schermpje bezig te zijn, vind ik het ook leuk om af en toe samen op de bank naar t.v. te kijken.

Ouderwets? Ja, maar ook gezellig om iets SAMEN te zien.
Helaas is dit (zomer)seizoen daar NIET geschikt voor.
Er zijn zoveel zenders, maar ook héél veel herhalingen, waarvan we de “goede” al gezien hebben! (Nee, we hebben geen Netflix of ander tvbetaalnet)

Het enige wat in deze tijd (meestal) oké is om te kijken zijn natuurfilms

Dus dat deden we afgelopen week op de BBC: een documentaire van Rowan Crawford over Florida, met als ondertitel ”Zullen de wilde dieren in Florida de groeiende menselijke populatie overleven?”

Na het zien van deze documentaire is het, voor de handliggende, antwoord op die vraag: Sommige wel en sommige niet.

Waar wij ontzettend door gefascineerd werden was het koraalrifherstelproject. Nog nooit eerder had ik gehoord of gezien dat het op deze schaal en zó werd aangepakt!
Wetenschappers hebben een hands-on-benadering  ingesteld om de vernietiging van koraalriffen te herstellen: ze verzamelen kleine koraalfragmenten die zijn afgebroken, bijvoorbeeld door orkanen.
Deze koraalstukjes worden gekweekt in onderwaterkwekerijen en vervolgens getransplanteerd op wilde riffen.
In de “kinderkamer” kunnen de koraalstukjes op diverse manieren worden “opgekweekt” bv. bevestigd aan sokkels op blokken op de zeebodem. De geredde koralen worden verzorgd door biologen en vrijwilligers die de gezondheid en groei van de “stekjes” in de gaten houden en algen en korstvormende sponzen en manteldieren op afstand houden.

Bij één  van die methodes  worden brokken koraal aan een veelvertakte stangenconstructie opgehangen om te groeien. Het doel van biologen is om in de kraamkamer gekweekte koralen weer op het rif te transplanteren om bestaande koraalkolonies te versterken, om riffen opnieuw in te kunnen zaaien na grote gebeurtenissen (verwoestingen onder water) én om de kans te vergroten dat een diversiteit aan koraalkolonies dicht genoeg bij elkaar groeit voor succesvol kruisbestuiving.

Als de tijd is gekomen om de koraaltransplantaties op hun nieuwe plek te installeren, slaan duikers spijkers en bevestigen ze de koralen op hun nieuwe plaats. Binnen 3 tot 6 maanden zullen de koralen over de spijkers heen groeien en gezond weefsel op het rif gaan ontplooien.


Het met de hand nieuwe koralen verzamelen, opkweken en herplanten van koraal is arbeidsintensief en het zal ook niet genoeg zijn om de riffen weer helemaal aan te vullen, maar het is wel een DOE-methode die zoden aan de dijk zet; het werkt!

Er is zoveel slecht nieuws, heerlijk om mensen iets positiefs te zien doen, en dan nog wel onder water! Ik zie het NIET als een druppel op een gloeiende plaat, wetenschappers zijn óók aan het zoeken naar méér mogelijkheden om deze ecosystemen van rifbouwende bloemdieren en andere levende wezens in tropische zeeën te beschermen en te herstellen.
Dit is één van de methodes die al werkt!

Minder insecten

Begin verleden jaar publiceerden wetenschappers (oa. entomologen) een rapport in het officiële orgaan van de National Academy of Sciences van de Verenigde Staten (PNAS) waarin staat dat de afgelopen 20 jaar misschien wel een derde van alle insectensoorten verdwenen is.
Dit concluderen ze uit het feit dat elk jaar het aantal insecten dat in bepaalde streken op aarde vliegt, kruipt of in de grond leeft, met een paar procentpunten afneemt.
De oorzaken hiervan zijn oa. het gebruik van meer stikstof en fosfaat dan het landbouwkundig systeem kan vasthouden; het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen; de versnippering van natuurlijke leefgebieden én de klimaatveranderingen.

Dit jaar zijn de wetenschappers niet optimistischer, sommige insecten op sommige plekken zullen verdwijnen en met het afnemen van de insecten zullen ook vogels verdwijnen, voorspelen ze. Een heel somber beeld.

Ook de Engelse natuuronderzoeker Chris Packham, die onlangs 3 weken lang het  terugkerende BBC programma Springwatch medepresenteerde ,wees in dit natuurprogramma verscheidene keren op terugloop van de insectensoorten in Engeland.

Wat betreft Nederland zijn er grote verschillen tussen de regio’s.
Ik woon, denk ik, in een goede insectenregio, als ik zie welke insecten ik allemaal nog regelmatig zie

Ik moet wel eerlijk zeggen dat ik maar heel weinig van insecten afweet.
Ik herken het soort: spin, vlinder, mier, slak en tor, maar de onderverdelingen ken ik niet.

Onderstaande insecten zag ik afgelopen tijd  

Mieren, heel veel mieren,  op de foto op een waterplant, maar we zien ze ook tussen de stenen van het tuinpad. Wat kunnen die diertjes een zand versjouwen! Hoopjes wit zand met daartussen diepe kieren (naar het binnenste der aarde?)
Ik zag daar ook een vliegende mier bij, ééntje maar!

In de vele bloemen van het vingerhoedskruid zoemen bijen, ze zijn snel; erin en eruit (lastig met fotograferen, dus dat deed een ander voor me, ook de zonnehoed en de lavendel foto’s zijn van hem)

En dan de torren en torretjes, ik weet geen namen, maar soms zie je ze, zomaar, in de tuin!

Het koolwitje en de mot zaten net lang genoeg stil om te fotograferen en de langpootmug of  is het een spin(?) zat voor het raam. Allemaal vlakbij huis.

In de vijver zitten regelmatig waterjuffers, moeilijk te fotograferen.
Wat wel lukte om te fotograferen waren de schaatsenrijders. Fijn dat die er zijn want dat zou betekenen dat de waterkwaliteit goed is.

Wij mensen moeten ons zorgen maken om onze planeet, de natuur, het klimaat en dáár iets aan doen (oa consuminderen) maar laten we niet vergeten ook te genieten van wat er (nog?) wél is en we nog wél (vaak vlakbij huis) kunnen zien!

Vogelwetens(w)aardig (3)

Als lid van de Vogelbescherming komen veel vogelnieuwtjes tot mij. Af en toe noteer ik iets “opmerkelijks” om dat “ooit” te delen.
NU is weer zo’n deelmoment!

Maar eerst een eigen vogelwaarneming van eergisteren: UILEN!
Het was op een braderie (daar horen ze natuurlijk niet) Bij de kraam kon je een foto laten maken van een uil op je hand: daartoe kreeg je een speciale leren handschoen aan ( € 5,- per foto)
Ik vind het altijd zo triest, zo’n majestueuze vogel met een kettinkje aan zijn poot.
Het is wel zo, dat je een uil zelden van zó dichtbij kan zien.
De Europese Oehoe (een van de grootste uilen ter wereld) keek en…..knipoogde naar de fotograaf (mijn lief)

Er was ook een kerkuil, boven in de nok van de tent, een konijnuiltje (broedt in een (konijnen) hol in de grond) en een witwangdwergooruil!

Dan nu de Vogelbescherming weetjes

Er zijn vogels die NIET tot de roofvogels behoren, maar toch behoorlijk bloeddorstig zijn.
Zoals bijvoorbeeld de grauwe klauwier. Hij/Zij spiest zijn/haar prooidieren aan de doornen van bv een braamstruik, zo “bewaart ” hij/zij zijn prooi voor later! (oa. kleine vogels en muizen)

Trekvogels leggen enorme afstanden af, zoals de Phylloscopus trochilus yakutensis (soort fitis).Dit vogeltje legt één van de langste migraties van een vogel van zijn omvang af; namelijk 12.000 km – van Oost Siberië naar Oost Afrika (en terug)
In 2 jaar tijd vliegt dit vogeltje méér dan een rondje om de aarde qua kilometers!

Vóór vogels de lange halfjaarlijkse vogeltrek gaan vliegen, ondergaan ze belangrijke lichaamsveranderingen! Om voor de grote trek een energievoorraad aan te leggen, wordt hun spijskanaal vergroot. Omdat het spijsverteringsproces veel energie kost wordt het tijdens de trek, “uitgezet” De reproductieve organen van de vogels zijn ook niet nodig tijdens de vlucht, dus die krimpen tot minimale grootte. Pas als ze op de plaats van bestemming zijn worden de organen weer hun oorspronkelijk grootte.

Vogeleieren

Bij vrouwtjesvogels liggen, in de eiersokken, een heleboel kleine eitje opgeslagen. Pas als de tijd van het broedseizoen (bijna) aanbreekt groeien deze eitjes uit tot volwaardige eieren.
Eieren zitten zonder schil in de vogel. De schil wordt pas op het allerlaatste moment, vlak voor het eitje het vrouwtje verlaat, gemaakt
Als een vrouwtjesvogel te weinig kalk heeft legt deze windeieren, eieren zonder schaal; de kuikens hierin overleven het niet.

Vogelgeluiden uit de hele wereld

Er is een website waarop je vogelgeluiden van over de hele wereld kunt leren herkennen: www.xeno-canto.org.
Het is een samenwerkingsproject: je wordt ook uitgenodigd om je eigen vogelgeluidsopnames te delen, om te helpen raadselgeluiden te identificeren, of om je kennis te delen op het forum.