Alcedo – ijsvogel- ijzervogel

Nu, door de Corona er meer mensen in de natuur te vinden zijn, zien we meer wandelaars en meer fietsers op onze tochten. Het is niet echt DRUK, maar alleen zijn we beslist nergens meer

Dus schuwe wilde dieren zien we minder. Al tijden  wandelend of fietsend geen herten of hazen gezien. Vandaag hadden we geluk. We fietsen langs een brede (3 m) sloot op een onverhard, hobbelig zandweggetje.
Af en toe kwamen we fietsers tegen en vaak mensen met ( loslopende) honden.

Plotseling zagen we, op een tak boven het watertje iets blauws. Het schoot weg en vloog vlak over het water naar een verder gelegen overhangende tak. Ik keerde mijn fiets en probeerde zo rustig mogelijk (hobbeldebobbel) naar de tak toe te fietsen.

Toen ik er bijna was schoot het metalic blauw gekleurde vogeltje van de tak af en scheerde over het water naar een verderop hangende tak. Ik volgde en zag nu ook zijn fel oranje/gouden borst, hij vloog in het novemberzonnetje.
Aangekomen bij de tak die ik dácht dat hij verkozen had, was hij weg.
Een cadeautje van de natuur noem ik dit, zo’n bijzonder vogeltje “zomaar” te zien

Ooit voeren we op de Nijl in een felucca (soort zeilboot) en had de gids verteld dat we misschien kingfishers zouden zien.
Dat leek ons gaaf. We zagen ze ook, alleen waren de Egyptisch ijsvogels veel minder fel gekleurd dan de onze en volgens mij ook iets groter.

“Onze” ijsvogeltjes zijn hele schuwe vogels, het is echt een bijzonderheid als je ze ziet. Ik las dat ze op sommige plaatsen met uitsterven bedreigd zijn. Ze leven altijd in een waterrijke omgeving, het zijn piscivoren, ze jagen op kleine vis (modderkruipers, stekelbaarsjes, voorntjes) het liefst in  stromend water.

Linnaeus ( Zweedse arts, zoöloog en plantkundige) schijnt de vogel  ooit zijn Latijnse naam te hebben gegeven: alcedo atthis = koningsvisser. In het Nederland noemen we de vogel ijsvogel, hetgeen op 2 manieren te herleiden is. Hij kán uit een wak vis halen. De andere verklaring is dat WIJ (Nederlanders) verkeerd aan het vertalen geslagen zijn; De Germaanse naam voor de vogels was EISENVOGEL (= ijzervogel, dat slaat op de metaalachtige glans van zijn veren) het kán zijn dat die naam ooit vertaald is met ijsvogel en tot op de dag van vandaag zo is blijven heten.

IJsvogel, geëxposeerd in ijs.
Collectie Natuurhistorisch Museum Rotterdam.

Fringilla coelebs

Bovenstaande naam las ik op mijn laatste verjaardag voor het eerst.
Ik kreeg een mooie verjaardagskaart “printed in England” met op de achterkant een uitleg over The Common Chaffinch.


Ik kén de vogel: een vink.
Maar ik ging wél even google translate “eroverheen gooien” : boekvink– In de lage landen, de meest frequent voorkomende vinkachtige, stond er
Ze worden ook wel botvink of Charlotte genoemd en komen voor in het Palearctisch gebied.
Ook die term moest ik even opzoeken: Het Palearctisch gebied is in de biogeografie de aaneengesloten landmassa, met de dicht bij de kust liggende eilanden, die grofweg geheel Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Noord-, Centraal- en Oost-Azië omvat. (weer wat geleerd)

Helaas heb ik niet kunnen achterhalen waarom dit vinkje Charlotte wordt genoemd (daar moet een verhaal achter zitten!)
Het bijzondere van deze vink, zo las ik, is dat het een zaadeter is, maar omdat als hun jongen gevoed moeten worden planten nog geen zaden hebben voert het vinkenpaar hun jongen DAN met insecten.

Chaff is kaf (van koren) en de vinken heten chaffinch omdat ze met grote groepen neerstrijken op velden waar het koren geoogst is.
Misschien dat boekvink afgeleid is van boekweit? ( is maar een idee)


Bij het nazoeken van dit vinkje op internet ging een hele nieuwe wereld voor me open.
Die van de vinkensport!

De Latijnse naam ”coelebs” betekent vrijgezel, dát is, volgens de tekst op mijn verjaardagskaart, te herleiden tot het feit dat alleen de mannetjesvinken in de winter in Noord Europa blijven, de vrouwtjes trekken naar het zuiden


Mannetjesvink

Mensen die vinken houden worden vinkeniers genoemd en hun hobby heet vinkenieren.
Ze bezitten de vogels en nemen deel aan zangwedstrijden: vinkenzettingen of suskewiet *) genoemd.
Vinkeniers  stellen zich met een vinkenkooi (een muit) op langs een weg, met telkens 2,4 meter tussen vinkenier en vink.

Ze tellen gedurende een uur  het aantal liedjes van hun vink door te turven  ( met een krijtje  worden streepjes getrokken op een zwarte houten telstok (een telstok kan 800 turven bevatten)


Ik las in Het Belgisch  Nieuwsblad dat er afgelopen mei nog een vinkenzetting was gehouden in Moorslede (West Vlaanderen); er deden 20 deelnemers aan mee en, door Corona, had iedereen (de mensen NIET de vinken) een mondkapje voor!

Dan las ik ook nog een stukje over de vink dat niet zo fraai was, of liever over de niet-zo-fraaie-mens in relatie tot de vink

In 1595 werd voor het eerst een zangwedstrijd van vinken beschreven; de vinken werden toen gevangen met mistnetten en lijmstokken!

[Even moest ik denken aan Malta. Ooit daar met vakantie en aan het wandelen zagen we netten en mannen verscholen zitten met vogelkooitjes met lokvogels erin. Malta heeft al formele berispingen van de Europese Unie  gekregen en, naar wat ik heb begrepen blijven ze nu van de vinken af, maar andere vogels die op Malta neerstrijken zijn nog steeds niet veilig voor “sommige” Maltezers.]


Vinken werden in de Middeleeuwen ook gestroopt om te eten!
In de  achttiende en negentiende eeuw waren zangwedstrijden voor “blinde vinken” de norm.
Hierbij werden de oogleden aan elkaar geschroeid! Het idee was toen dat een blinde zangvogel mooier zong
Sinds 2003 worden er geen vinken in het wild meer gevangen (in 1972 werd de vinkenvangst al afgeschaft maar omdat de kweek in gevangenschap onmogelijk aan de vraag kon voldoen, werd een overgangsregeling uitgewerkt.)**)
Tegenwoordig worden de vinken voor zangwedstrijden niet gevangen maar zelf gekweekt én er wordt “geruild”




*) De vinkensport is voornamelijk populair in Vlaanderen maar ook in Nederland en Duitsland  worden nog vinkenzettingen gehouden.
**)Sinds 2002 bestaat in Nederland de Partij voor de Dieren, misschien hebben die daar iets mee van doen gehad?

Bloemen en haar vrienden

Een tijdje geleden schreef ik een blog over Verkade boeken van Jac.P Thijsse en J. Voerman jr.
Het boek dat beneden ligt en dat ook nu nog gebruikt wordt is dat van de Paddenstoelen.
De anderen, zo moet ik bekennen lagen “ergens” in een kast en haalde ik pas voor dat blog te voorschijn.

In mijn beleving keken mijn vader en ik naar het vlinderboek om vlinders, die we gezien hadden op te zoeken. Dat was dit boek dan niet! Er staan niet zoveel vlinders in en ook zijn er veel  lege plekken waar plaatjes horen te zitten.

Het “echte” boek met vlinders is vermoedelijk “de familie uit” gegaan en ligt wellicht nu bij een ander in de kast.

In dit boek zag ik weer een paar (Verkade)plaatjes van planten die ik (niet zo lang geleden) zelf ook gefotografeerd had en waarvan ik de namen nog kende uit de tijd dat mijn pa en ik samen met de natuur bezig waren.
Van de knautia …

…. en de vlinderstruik ! ( Zowel het plaatje in het boek als óp mijn foto mét Atlanta )

……en de dagkoekoeksbloem ( had ik nog foto’s op mijn telefoon zitten!)

Natuurlijk is zo’n oud boek altijd leuk om te bekijken, de taal die erin staat alleen al:”…ik herinner mij nog heel goed, dat wij door die beweringen van Plateau [Belgische professor]  erg gestoord werden in onze genotvolle bewondering voor de kleurige bloemen en hun aantrekkelijkheid voor insecten”
Dát schreef Dr.Jac.P Thijsse in 1934!

Ik hoop dat de boeken in de familie kunnen blijven en ook later nog bekeken worden. Zo’n boek uit 1934 voelt toch anders dan internet info

Natuurkennis via Verkade

Wie nu in het bos loopt, en dat doen we allemaal méér dan voor het Coronatijdperk, ziet veel paddenstoelen. Ik zag er van de week heel veel, ook “aparte” (zie lager in mijn blog)

Ooit hadden mijn ouders  (of grootouders misschien?) Verkadeplaatjes gespaard en in een boeken geplakt. Er waren bij ons thuis daarvan boeken over allerlei onderwerpen. We hadden onder andere het boek PADDENSTOELEN, geschreven door natuurbeschermer, onderwijzer en schrijver
Dr. Jac.P Thijsse (1865-1935)
Als we na een boswandeling thuiskwamen gingen mijn vader en ik de paddenstoelen die we gezien hadden opzoeken in het Verkadeboek. (Dat deden we ook met vlinders in een ander Verkadeboek

Niet alleen Verkade had, in die tijd, dergelijke plaatjesacties om mensen aanzetten meer te kopen en zo hun boek vol te krijgen;  We hadden ook  boeken van Koek en Beschuitfabriek v/h G.Hille & Zn en één van Koffiebranderij en Theehandel Kannis & Gunnik.  
De boeken die wij hadden zijn uitgegeven in 1928 en  1930!

Door een wonder zijn ze in de familie gebleven; mijn beide ouders zijn allang dood en ik wist niet dat deze boeken nog “ergens” waren. Tot dat een paar geleden mijn jongste broer sterven ging en me vertelde van de Verkadeboeken in zijn bezit, ik móest ze meenemen, zó bleven ze in de familie ( én, anders, zei hij, zijn ze nu, als oude boeken, geld waard)
Dat laatste deed me niks, ik zou ze zeker niet verkopen, vond het enig een stukje jeugd te zien herleven aan de hand van deze boeken.

Ook nu kan ik thuis, als ik een onbekende paddenstoel gezien heb, in het Verkadeboek kijken hoe die heet.

De tekenaar uit het paddenstoelenboek is  Jan Voerman jr.
De toevoeging junior wil zeggen dat er ook een senior is en inderdaad ook vader zat “in het vak”.  Senior schilderde,  na de Rijksacademie (Amsterdam) gevolgd te hebben, voornamelijk stadgezichten, landschappen en bloemstillevens
Jan Voerman sr (1857-1941) trouwde in 1889 met Anna Verkade en het echtpaar besloot in Hattem  te gaan wonen.
Jan Voerman sr.

Jan junior werd dan ook  in Hattem*) geboren (1890-1976)
Als kind werd hij al gefascineerd door de wereld van planten en insecten. 

Als vijftienjarige al kreeg Jan Voerman junior zijn eerste echte opdracht: Grootvader Verkade vroeg hem in 1905 of hij tekeningen kon maken voor de natuuralbums die de firma Verkade uit wilde brengen (Verkade had eerst  zijn schoonzoon [Voerman senior] gevraagd of die de illustraties wilde maken, maar die zei: “Vraag dat maar aan Jan”.)
Junior werkte ruim 20 jaar aan de albums tot Verkade hiermee stopte!

 



*) In Hattem staat ook het Voermanmuseum, waar werk van vader en zoon Voerman te zien is.
Een echte aanrader als je één of meer van de Verkadeboeken mooi vindt.


Verschillende stadia van de wilde wingerd.

Oktober is echt dé maand van het afscheid van de zomer. Bladeren  kleuren of vallen af.
De wilde wingerd, tegen onze schuur geplant en over de dakpannen groeiend (ik weet dat dat NIET zou moeten, maar het is zó mooi) wordt niet echt vuurrood. Jammer, maar hij staat niet in de volle zon en ik heb me laten vertellen dat hij dan in de herfst minder rood wordt.

Oorspronkelijk komt de wingerd uit Azië van een geslacht van houtachtige klimplanten uit de wijnstokfamilie, vandaar ook de Nederlandse naam wingerd, een ander woord voor wijngaard.
De wingerd heeft kleine zuignapjes waarmee hij zich aan de muur vastklemt.

In augustus klinkt er een enorm gezoem uit onze wingerd, moeilijk te zien wat het zijn, ze komen NIET binnen(terwijl de schuifpui onder de wingerd is) en zitten verscholen tussen de bladeren te zoemen. Het zijn er echt gigantisch veel.

Iemand, die er verstand van heeft zei dat het zweefvliegen zijn, inderdaad zijn ze geel gestreept, en kleiner/dunner dan wespen.

Nadat de zweefvliegen vertrokken zijn klinkt er een “knappend” geluid vanaf de wingerd; besjes springen en vallen op de grond. Soms lijkt het wel een regen die voorbij de schuifpui neerdaalt.


Dan komt het volgende merkwaardige stadium van de wingerd: de bladeren vallen af, maar de steeltjes blijven nog een tijdje zitten, het ziet er “maf” uit, die lege steeltjes.
Uiteindelijk vallen ze ook af en liggen ze op onze houten vlonder.

De bladeren vallen niet alléén op de houten vlonder, de meeste zijn nu geel met een rode gloed, en waaien helaas ook in de vijver, waar ik ze dan weer uitvis !



Hoewel ik de verhalen ken van klimplanten die dakpannen optillen, zich door de specie van de muren wringen en je schilderwerk aantasten (misschien doet hij dat bij ons ook wel, een beetje) geniet ik van elk stadium van deze bijzondere plant.
(Mijn lief houdt hem in toom en zorgt dat hij niet bij de buren komt)
IK vind dat ons huis door deze klimplant een veel lievere uitstraling heeft dan de andere huizen in het rijtje van 4, die hebben alleen maar stenen!



Buitenvarkens

In ons boerendorp zijn nog maar weinig boeren die nog boeren.

Bij één van de boeren die nog boert halen we regelmatig onze eieren. een paar dagen geleden zagen we in de wei bij de boerderij een varken met 8 kleine biggetjes, maar er was meer… In een wei dicht erbij stond nog een zeug met 8 biggetjes. De dochter van de boerin vertelde dat als allebei de moeders mét biggetjes in één wei staan, de biggetjes door elkaar lopen en  soms bij één zeug gaan drinken, dan kan één moeder het (te) zwaar krijgen, vandaar dat voor deze oplossing gekozen is.

Bij de andere wei kunnen we dichtbij  en de kleintjes goed zien: roodbruine, gevlekte en beigekleurige biggetjes. Beeldschoon.


Schoon zijn ze zeker, vertelde de dochter: ze ruiken helemaal niet en zijn heel schoon op zichzelf zo ontlasten ze zichzelf liefst enkele meters van hun slaapplek vandaan. Een feitje dat IK niet wist. Deze biggetjes zijn ongeveer 1 maand oud. Omdat dit geen varkensfokker is maar een boer die 3 varkens heeft mag deze boer maar 4 biggetjes houden vertelde de dochter.
Varkens kunnen 10 tot 15 jaar oud worden en zijn sociale dieren, ze hebben gezelschap van soortgenoten nodig. De biggetjes liggen ook vaak dicht tegen elkaar aan.

Er staat boerenkarren in beide weiden, ‘s nachts liggen ze er onder en als de zon schijnt vinden de varkens daar schaduw.
De boerendochter vertelde dat de zeug (varkensmoeder)*)veel te dik werd omdat mensen hun overblijvende eten over het hek gooiden, zodat ze een bordje moesten plaatsen : NIET voeren.

Bij het hek zie ik eikels, kastanjes en wat groenten liggen, de zeug zet haar snuit erin, maar ook de kleintjes “wroeten al. Wroeten is voor een varken natuurlijk gedrag. Met hun wroetschijf (snuit) kunnen ze een hele weide omploegen. 
In de vrije natuur gaan wilde varkens zo op zoek naar voedsel; wortels, knollen, eikels

Toen we vroeger op de camping stonden in het Nationaal Park de Hoge Veluwe zagen we vaak, na het avondeten als het park officieel gesloten was, (en alleen de campinggasten nog IN het park waren) wilde zwijnen met kleintjes;  de everzwijnen wroetten in de bermen langs de weg naar eikels en wortels en de kleintjes renden daar achter aan. Ook een aandoenlijk gezicht.


De zeug



*) Een gelt is een vrouwtjesvarken dat nog niet geworpen heeft, een zeug is varkensmoeder en een beer een mannetjes varken én biggetjes zijn de varkenskinderen.

Mooi en eetbaar: kardoen

Bij een familielid op de vensterbank stond een glazen bak met “pluisjes” erg decoratief.
Echt of kunst?
Het bleek ECHT te zijn; zaadjes van de kardoen.
De WAT?
Kardoen, een eetbare distel, familie van de artisjok, officiële, Latijnse naam : Cynara cardunculus.

De plant (struik) komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en kan zo’n 1.80 hoog worden.
De oude Grieken en ook de Romeinen aten de plant duizenden jaren geleden al.
Het is een stengelgroente en de smaak schijnt op die van een artisjok te lijken (daar eet je de bloemknop van, van kardoen de stengel).
Je kunt het rauw én gekookt eten en het beste is deze groente in de koelkast te bewaren (vers kan dat ongeveer 2 weken)
De plant heeft diep ingesneden en wollig behaarde bladeren, de binnenste stengels van de struik schijnen mals te zijn, de buitenste smaken wat bitter.
Als je  verse kardoen klaar wil maken wordt je gewaarschuwd voor de stekels,  (het is per slot van rekening een distelsoort) geadviseerd wordt de stengels te “schillen”

Eerlijk gezegd heb ik geen behoefte deze groenten te gaan eten, maar de zaadjes (geen idee hoe lang deze zo mooi blijven) vind ik prachtig, ik zou ze graag net zo neerzetten als mijn familielid.
Kopieerdrag, ik weet het!
Mag toch wel?
Voor een enkel keertje?


Wilde peen – vogelnestje

De plant wilde peen wordt ook wel vogelnestje genoemd en komt heel veel in de bermen voor.

Het is een bloem van de familie: schermbloemige, waartoe ook de berenklauw en het fluitenkruid behoort.

Ook planten die vaak in de berm te vinden zijn.
De naam “vogelnestje” bij wilde peen komt waarschijnlijk door het feit dat de buitenste ring van de witte blaadjes zich om de kern heen sluit, waardoor door een soort nestje gevormd wordt.

De wortel van de wilde peen is WIT van kleur en komt van oorsprong uit Iran.
De wortel werd, in de 17e eeuw, met de schepen van de Verenigde Oost Indische Compagnie naar Nederland gebracht. De oranje, eetbare wortel is het resultaat van kruisingen.
Frederik Hendrik, de zoon van Willem van Oranje, en zijn vrouw Amalia van Solms  zijn, in de 17e eeuw, de kleur oranje (zichzelf dus) gaan “promoten” . Er bestaat een “theorie” dat, toen de wortels (door kruising) ná wit allerlei kleuren konden krijgen en dus oranje wortels ook mogelijk werden, de oranje wortels de boventoon zijn gaan voeren; het was immers een “hotte” kleur toen! De Oranjes bleven én de oranje wortels DUS ook!

Waarschijnlijker is dat door het  extra veel betà-caroteen de oranje wortel iets zoeter was dan de anderen en daarom die oranje wortels de voorkeur kregen.

Zonnebrand

Mensen vragen soms hoe ik aan mijn onderwerpen kom, of ik veel op internet surf om een onderwerp te zoeken?
Nee nooit.
Alles wat ik niet zélf meemaak of hoor van mensen in mijn omgeving LEES ik.
Ook in dit digitale tijdperk zijn er nog steeds kranten, bladen en folders.
Vaak lees ik iets dat mijn interesse wekt, DAN ga ik op internet zoeken wat ik daarvan kan vinden.

Zo duik ik in een onderwerp, leer ik veel en dát vind ik leuk om te delen.
wist jij….? nee. echt?

Zo las ik onlangs iets over zonnebrandproducten. Als ik eerlijk ben smeer ik me zelden in, ik kan slecht tegen de zon zit er nóóit in. (Met zonnig weer gaan we bv nooit naar het strand!) Ik wéét dat je je toch moet insmeren, maar het zit niet in mijn systeem, ik vergeet het. Ik heb het wel in huis (bederft dat goedje eigenlijk?) en ook wel eens bij me in een tas, maar gebruiken…!

Schadelijk in zonnebrandproducten zijn met name de UV-filters in de crème, spray of zalf zoals oxybenzone (C14H12O3)  *)
Laboratoriumonderzoek (Amerika 2015) toonde  aan dat oxybenzone al in kleine concentraties hormoonverstorend werkt tijdens de ontwikkelingsprocessen van koraallarven. **)
Ook octinoxaat (C18H26O3), wereldwijd het meest gebruikte zonnefilter, is schadelijk voor de onderzeewereld.
Bovenzeewereld: Stille Oceaan

Ik las op internet een berichtje van juli 2018 (Junglamsterdam):
Elk jaar spoelt er zo’n 14.000 ton zonnebrandcrème de zee in. De chemicaliën die in zonnebrand zitten, vernietigen plankton en zijn giftig voor vissen. Daarnaast sterft op verschillende plekken in de wereld het koraal af. (niet gecheckt of dit feit op waarheid berust)

Als je  zelf zorgvuldig met zonnebrandproducten wilt zijn kun je (volgens het WNF blad Be one with nature):

  • zorgen dat (áls je zonnebrand gebruikt) er twee stoffen NIET in zitten: oxybenzone en octinoxaat;
  • liever crème dan spray gebruiken
  • beter geen beschermende factor hoger dan 50 gebruiken ;
  • niet minder dan een half uur na het insmeren gaan zwemmen (dan spoelt het minder snel van je lichaam af)

*)  Volgens reguleringen mag in, onder andere de Europese Unie, Canada en de Verenigde Staten in ieder geval niet meer dan zes procent oxybenzone toe gevoegd zijn aan zonnebrandproducten

**) In reactie hierop heeft de staat Hawaï  (VS) in 2018 een wet goedgekeurd die vanaf 1 januari 2021 ingaat. Deze wet verbiedt het gebruik van de UV-filters oxybenzone (benzophenone-3) en octinoxate (ethylhexyl).

Nationaal Bomenmuseum Gimborn

In 1925 werd Max Theododor von Gimborn, (1872-1964) een Duitse inktfabrikant die in 1916 de Nederlandse nationaliteit kreeg, de grondlegger van het Von Gimborn Arboretum in Doorn.
In 1907 begon hij met zijn bomenverzameling eerst op 5 ha terrein maar in 1924 kocht hij een groter terrein in Doorn (47 ha.)

Hij kwam naar Nederland omdat in Emmerich (zijn geboorteplaats)”… de stoomboten te veel rook maakten voor zijn blauwdennen
Hij  begon zijn inktfabriek én een tuin in Nederland in Zevenaar.
Omdat zijn bomenvoorkeur uitging naar coniferen, die het op de kleigrond van Zevenaar niet zo goed deden, begon hij in 1907 een nieuwe bomentuin in Doorn.

Zijn inktbedrijf verkocht hij in 1931 aan Pelikan en de tuinen kwamen na zijn dood in eigendom van de Universiteit van Utrecht, die in 2009 de tuinen op haar beurt weer overdroeg aan een Stichting (Von Gimborn Arboretum) die het Nationaal Bomenmuseum Gimborn, zoals het nu heet, beheert. Veel vrijwilligers houden de tuinen in tiptopconditie

Zelfs de toilet ziet er uit alsof je in de natuur bent; de deuren zijn prachtig beplakt

De tuin zelf heeft prachtige doorkijkjes, waterpartijen en heideplantsoenen.
Je loopt rond en wordt steeds weer verrast met bijzondere struiken, bomen en planten.


Ook “gewone” struiken blijken iets verrassends te hebben, zoals een (parasol)magnoliaboom die, verscholen tussen de bladeren felroze vruchten blijkt te hebben.

We zien ook een bijzondere boom/plant met 3 soorten verschillende bladeren eraan, één vingerige, 2 vingerige en 3 vingerige bladeren aan één stam/tak. Helaas heb ik de naam van een bordje van een andere plant genoteerd! Dus weet ik niet hoe dit bijzonder exemplaar heet!

De Japanse notenboom draagt erg veel vrucht, maak kennelijk zijn ze nog niet rijp, want er ligt (nog) geen vrucht onder de boom.

We zien trouwens meer bomen met vruchten. Als ik tegen mijn lief zeg ”Kijk, een appelboom” richt een geknielde, onkruidtrekkende vrijwilliger zich op en zegt: “Kweeperen, mevrouw.”
We danken voor de informatie, die hij nog meer met ons deelt “Men maakt er gelei van”.

Ergens anders hangen mooi apart gevormde zaaddoosjes aan een tak, op het bordje staat dat de boom een bergsneeuwklokjesboom is!

In tegenstelling tot liefelijke (zachte) tafrelen zien we ook de rechte stammen van Douglassparren in een keurige rechte rij.
Stoer, mooi op een andere manier.


De verscheidenheid aan bomen, planten en struiken is groot.
Ook al is het eind september er zijn, behalve de voor de hand liggende planten als herfsthooi en hei

ook nog andere planten die pronken met bloeiende bloemen, zoals de verschillende soorten hortensia’s.

Er zijn veel, meest mannelijke, vrijwilligers aan het werk in deze grote, prachtige tuin, zij verplaatsen zich met (geluidloze) fietsen; invalide bezoekers kunnen in een(stil) golfkarretje rondgereden worden en verder zijn het wandelaars die, al zijn het er veel, zich verloren kunnen lopen op de vele slingerende paadjes. Stilte en natuur: een prachtige combinatie.
Nationaal Bomenmuseum Gimborn: Echt een aanrader.