Botanische tuinen

De Utrechtse Botanische Tuinen zijn opgericht in 1639 (3 jr.na oprichting v.d. Utrechtse Universiteit) en behoren tot de oudste nog bestaande universitaire tuinen van Nederland.

De eerste tuinen werd elders aangelegd, maar op dit moment is de hoofdlocatie van de Tuinen te vinden op Fort Hoofddijk in Utrecht.
Met een museumjaarkaart zijn de tuinen gratis te bezoeken.
Nu, in Coronatijd, moeten er wel vooraf kaartjes worden besteld!

Fort Hoofddijk is gebouwd omstreeks 1877 als onderdeel van de Nieuwe Hollandse waterlinie en bestaat uit een bomvrije kazerne( 2 verdiepingen en gemaakt van bakstenen) en drie remises.



Meteen bij binnenkomst zijn de rotstuinformaties te zien.
Op een zonnige dag zie je er hagedissen op zitten zonnen.

Er was ooit in de tuin een soort tent van gaas waarin vlinders zaten, die is nu verdwenen, de vlinderafdeling zit binnen in een gebouw waar het tropisch warm is en waar prachtige vlinders rondvliegen en waar één op mijn schouder gingen zitten (dé plek waar ik NIET kan fotograferen, dus heb ik mijn lief (stiekem voor de vlinder) mijn telefoon gegeven en  hebben we deze beauty  dus toch op de foto)





We komen bij de evolutietuin het  is van oorsprong een echte onderwijstuin.
We raken er aan de praat met een Universiteitsmedewerker. Hij vertelt ons dat de evolutietuin het Cronquist-systeem hanteert; een classificatie van bloeiende planten. Dit systeem werd bedacht door de Amerikaanse botanicus Arthur Cronquist (1919-1992) Deze botanicus ging voor het bepalen van de evolutionaire verwantschappen van planten uit van secundaire plantenstoffen (stoffen die de plant zelf aanmaakt, maar geen directe rol in de stofwisseling spelen)

Nu is met behulp van het DNA-onderzoek door Angiosperm Phylogeny Group (een gezelschap wetenschappers)  duidelijk geworden dat de indeling van Cronquist op veel punten niet klopt:
handboeken en andere botanische literatuur  zijn overgegaan op het nieuwe APG-systeem.
Ook de evolutietuin zou nu totaal anders ingericht moeten worden.
De medewerker met wie we nu, toevallig, spraken heeft het ontwerp voor de nieuwe evolutietuin gemaakt en gaat het ook begeleiden. Hij  was nu zaden aan het verzamelen voor de “nieuwe” tuin die op het huidige evenemententerrein zal verrijzen. Niet alles zal verpoot kunnen worden, vertelt hij, ze zijn al druk aan het stekken en zaden verzamelen.
Een machtig interessant en educatief gesprek, leuk om over de komende ontwikkelingen van de tuin te horen.

Ook aan educatie voor kinderen doen de universiteitstuinen! Zo is er voor leerlingen van groep 7/8 van de basisschool een lesprogramma van prof. dr. Eusebio Billenklap (tekenfiguur op de foto), één van de meest vooraanstaande onderzoekers van deze tijd: een omnialoog (= een professor in de alweetkunde)

In de tuinen zijn waterpartijen, binnen en buiten, groot en klein, met waterlelies en hun gigantische bladeren en lotussen, watervallen groot en klein, stroompjes en stromen lijkend op rivieren.

Water is een uitstekend transportmiddel voor zaden, het stroomt vaak over enorm afstanden. Zaden die ver over water reizen moeten een groot drijfvermogen hebben, dat zijn o.a. zaden van de kokospalm, zij kunnen over duizenden kilometers reizen.

Buiten zijn ook bijen, goed te bekijken door de doorzichtige in/uitgang van de korf bij de Buzzz-halte.

Kauwen zitten op een hoge plek te kijken naar de, op het terraszittende mensen die “iets” eten en misschien wel wat laten vallen.

We zien ook vleesetende planten, waar we afblijven, want anders beschadig je de “voelers” en kan de plant geen vliegen meer vangen (en sterft)

Niet alles gaat goed, bomen gaan dood en moeten soms omgezaagd worden en planten kunnen opgegeten worden door insecten.
Maar heel veel gaat wél goed en groeit en bloeit dat het een lieve lust is.

Er is in de tuinen ook aandacht besteed aan planten die gezondheid brengen.
Zo zie ik de Echinacea (rode zonnehoed), een plant die gebruikt wordt om de symptomen van keelpijn en hoest te verminderen. Echinacea is ook een ingrediënt van een middel dat wordt gebruikt om de weerstand te bevorderen en infecties te bestrijden.

Minder bekend is de slijmjurk (gevlekt longkruid) Vroeger dacht men dat longkruid een goed middel zou zijn tegen tuberculose. Dáár heeft het NIET tegen gewerkt, maar de plant bleek wel slijmoplossende stoffen te bevatten. Tegen vastzittende hoest en verkoudheden blijkt het wel (enigszins) effectief te zijn.
Ook de vijgenboom brengt gezondheid: naast vitamine A, bevatten vijgen ook vitamine B in de vorm van foliumzuur en biotine.

Geweldige mooie tuinen met veel bijzonders te zien en veel te leren.


blauweregen berceau

Anderhalve liter

In onze tuin staat een hekwerk met hedra (klimplant) er tegenaan.
We zijn er vele jaren NIET met een snoeischaar in de buurt geweest.

Op een dag, een paar weken geleden besloot mijn lief (iets té enthousiast) te gaan snoeien.
Aan het eind van de dag konden we wel huilen, het zag er vreselijk uit.

Het was net zoiets als met pony knippen geweest, stukje eraf, nog een stukje, nog een stukje….
Oef….te veel!

Bovendien waren takken die om en om door het hek gevlochten bleken te zitten, los van de wortels geknipt, dus na een week, hingen er vele takken met hangende (stervende) bladeren.
We hebben geen grote tuin, dus naar buitenkijkend konden we niet om deze droefenis heen kijken


Een rijtje plantenbakjes eraan hangen? Niet onze stijl!

Ik vond een oplossing bij een tuincentrum, een plantenzak.
Geen opvallende kleur, zacht geel.
Mijn lief hing de zak op.
Het zag er daarna iets minder droef uit!

Bovenin de zak zit een pijp, daarin moet elke 48 uur 1 ½ liter water gegooid, dat staat op de bijgeleverde “gebruiksaanwijzing”
Grote gieters hebben we wel, maar hoeveel is dan precies 1 ½ liter?
Ik ben geen klein vrouwtje (1.72m) maar ik kan NIET bovenin de pijp kijken en gieten.
Mijn lief overdenkt dit probleem.

Hij komt met een oplossing: een klein breed plastic flesje heeft daarvoor een bodem moeten offeren.
Een 1 ½ L cola fles staat nu naast het kleine flesje in de schuur.
Als het 48 uur NIET regent vul ik de colafles met water; voel met mijn hand waar de pijp in de zak zit en zet er het kleine flesje op én giet dan de colafles met water erin leeg!

’t Was even jammer: een té enthousiast snoeiende man!
’t Is lang fijn: een probleemoplossend denkende man!

Sebastiaan en andere spinnen

Onlangs las ik, dat in een gemiddeld huis zo’n 1500 spinnen leven
( bron: Brancheorganisatie voor Plaagdierenbeheersers)

Ik ben niet bang voor spinnen maar 1500 vind ik toch wel wat veel om samen in een huis mee te leven. Aan de andere kant, 1500 spinnen uit mijn huis verdrijven lijkt me wel een tijdrovende bezigheid.

Spinnen zijn nuttige beesten; ze eten oa muggen, motten en oorwurmen. Dus als heb je spinnen hebt, zul je geen, of weinig oorwurmen, motten en muggen in je huis hebben.

Bepaalde spinnen zijn in praktisch ieder huis te vinden: zoals  bijvoorbeeld de grote trilspin en de getijgerde lijmspuiter:

De grote trilspin doet zijn naam eer aan, hij gaat, als er gevaar dreigt heel hard trillen in zijn web. Dat trillen is een verdedigingsmechanisme. Buiten schrikt hij dan vogels (zijn vijanden) af, dan gaat hij zo hard heen en weer dat vogels de spin niet mee zien

De getijgerde lijmspuiter is een klein spinnetje (3 tot 6 millimeter) die zich graag verschuilt in de donkere hoekjes van een huis, hij eet kleine insecten en soms kleinere spinnen. Zijn naam heeft hij te danken aan het feit dat hij draden uit zijn hoektanden “spuugt” (bij de meeste spinnen komt het spinsel uit een klein gaatje in hun achterlijf, maar de lijmspuiter maakt zijn plaksel in een gifklier in zijn kop)

Spinnen wonen graag op plekjes waar de mens niet of nauwelijks komt, zoals achter een radiator. Ze houden niet van stof, want als dat in hun web gaat zitten kleeft het niet meer en vangen ze geen prooien meer.

Bij het opzuigen met een stofzuiger gaan  de meeste spinnen dood; ze stikken door het stof in het apparaat. Als ze NIET meteen stikken kunnen sommige huisspinnen (met een lijf van minimaal 1,5 centimeter) de stofzuiger wel uitkruipen.

Wil je toch (een begin maken met) het verwijderen van spinnen dan is het oppakken van een spin met een kartonnetje en een glas  de diervriendelijkste manier, je kunt hem (of haar) buiten in de natuur weer loslaten .


Zelf pak ik de meeste spinnen gewoon( blote handen) voorzichtig op en zet hem of haar in de tuin (Een avondspin brengt zegening en een spin in de morgen brengt kommer en zorgen)

Wie was “Sebastiaan” in de titel van dit blog?
Dát was de spin die Annie M.G.Schmidt “verzon” en waar ze een geweldig gedicht over schreef


Tot slot las ik een tip ( die ik zelf nog niet geprobeerd heb):
Spinnen schijnen een hekel te hebben aan de geur van munt!
Een muntplant in de vensterbak schijnt spinnen “af te schrikken”( net als een citroengeranium muggen verjaagd). Een tip die te proberen valt, al denk ik niet dat één muntplantje genoeg is om 1500 spinnen af te schrikken)


Vogelen

Vogelfoto’s gemaakt door mij en mijn gezinsleden én een paar vogelweetjes (waarvan Vogelbescherming de voornaamste bron is)

Met de bonte spechten gaat het goed (vlgs de Vogelbescherming); ze komen nu ons ons hele land voor
( inmiddels ook op Schiermonnikoog) Sinds de begin jaren ’90 is het aantal van de grote bonte specht met de helft, toegenomen ( het aantal spechten in Nederland wordt geschat op ongeveer 90.000)

De koperwiek, (bij de rand van de vijver) een lijster met koperrode oksels is een Scandinavische vogel die van september tot mei in Nederland te zien is.

Met de roodborst gaat het ook GOED in Nederland: naar schatting zijn er zo’n 300.000 broedparen in ons land.

De muskuseend (hier gefotografeerd op een camping in Engeland) heeft een wat “wratachtige” kop en komt oorspronkelijk uit Midden en Zuid Amerika Ze werden daar gedomesticeerd en gehouden voor hun vlees.
Door Spaanse ontdekkingsreizigers in de 16e eeuw namen het soort mee naar Europa



[Albert Verwey ( Verweij) 1865-1937- Ned. Letterkundige, dichter, essayist en vertaler]

Buitenvraatbeesten.

Wij verzorgen de tuin, vijver met koi’s en poezenbeesten van familie.
Ze hebben lol in verplanten, zaaien, groenten, kruiden, fruit en sierplanten; eigenlijk in alles dat groeit en bloeit.

Verleden jaar waren gingen heel veel plantjes in hun tuin dood.
De boosdoeners bleken engerlingen (larven van kevers, oa. de mei- en junikever)
Er is omgespit en meer dan 200 engerlingen zijn aan de vogels (vooral merels zijn er gek op) gevoerd.

Dit jaar staan de meeste kruiden en eetbare planten in bakken (van de grond af, dus)

En zijn er enorme zakken met (vruchtbare) aarde gekocht

Wij, oppassers, geven planten, zaailingen in en buiten de kas regelmatig water, dus zien we ( kleine) veranderingen.
Een plant (in volle grond) zag er zielig uit, de volgende dag lag hij bijna geheel buiten de grond. Wat bleek er zaten bijna geen wortels meer aan. Ik pakte een schep en woelde wat in de grond. Twee engerlingen zag ik liggen te kronkelen; C-vormige dikke (volgevreten?)  witte, rupsachtige beesten.



Ik heb hun eten (zijnde de plant) ”afgepakt” en ze zelf aan de merels te eten gegeven.

Ik las dat zo’n engerling één of meerdere jaren (hangt van temperatuur af) onder de grond blijft. Dat kan, bv. in “koude” landen (Scandinavië ) wel vijf jaar zijn! Gedurende deze tijd komt de engerling nooit bovengronds! Maar blijft wel wortels eten!

Ik appte mijn familielid dat ik “die engerds” nu ook met eigen ogen in hun tuin gezien hebt.
Kort daarna kreeg ik een appje terug “aaltjes zijn besteld” (de zegening van internet: directe actie)
De vijanden van de engerlingen zijn in bestelling!


Nematoden zullen hun “werk” gaan doen; het zijn microscopisch kleine aaltjes

Het zijn parasieten, zo las ik. Zodra ze zijn “uitgezet” gaan ze opzoek naar de engerlingen. Als ze de engerlingen gevonden hebben dringen ze deze binnen en besmetten die met een bacterie uit hun darmkanaal. Die bacterie vermenigvuldigt zich en laat de engerling sterven.

Niet alleen engerlingen bedreigen de tuinplanten hier er zijn ook andere boosdoeners.
Drie “naast elkaar staande plantjes zien er “beslijmd en aangevreten” uit.
Het zijn Verbenaplantjes, die er normaal vrolijk bloeiend uitzien. DEZE niet en ik betwijfel of deze ooit de kans krijgen om nog te bloeien, laat staan “vrolijk”. ( het laatste plaatje is van een zaaizakje, om te laten zien hoe ze eruit zouden MOETEN zien)

Een tegeltjeswijsheid van mijn moeder vroeger luidde:” Kleine kinderen, kleine zorgen – grote kinderen, grote zorgen”.
Ik denk dat het ook zo is met tuinen: Kleine tuin, kleine zorgjes – grote tuin, grote zorgen.

De eigenaars van de tuin zijn nu elders aan het “ontzorgen”. Wij nemen “even” hun huis-haard-huisdieren-en tuinzorgen over.
Maar vooral genieten we van volop van hun huis-haard-huisdieren én tuin.









Bonsai

Ooit waren wij in Harmelen bij een Bonsaikwekerij.
Bonsai betekent letterlijk: Geplant in pot –  盆栽
Het bezoek aan zo’n kwekerij is net als een nest jonge hondjes bekijken, je ziet ze en je wilt er één mee naar huis nemen.
Bij een hondje heb je dan ook een mandje, riempje en voederbak nodig.
Bij de aanschaf van een Bonsai zijn dat: een schaartje, speciale mest en potgrond.

Mijn lief was helemaal hoteldebotel en zocht een mooi, klein (goed geprijsd) bonsaiboompje uit mét toebehoren! Het werd ZIJN troetelkindje. (Ik kom er NIET aan, kijk er alleen maar naar)

Het bedrijf in Harmelen is groot, relaxte sfeer, leuke mensen, je mag overal rondkijken en ze hebben prachtige spullen in allerlei prijsklassen.



Onze bonsai; Zelkova*) geheten had het vreselijk naar zijn zin bij ons; mijn lief gaf hem veel liefde én goede verzorging; hij (of zij?) floreerde.
Als we met vakantie gaan zoeken we plantminnende mensen uit en brengen de bonsai daar.
Eén of 2 keer per week een beetje water (zoals de rest van onze planten krijgen) is voor het “troetelkindje” niet genoeg; liefde en aandacht is nodig.

Sinds ik van de trap men gevallen en mijn lief een gat in zijn been is gesneden zijn we “even” met andere dingen bezig geweest. De bonsai kreeg NIET de aandacht die hij verdiende: Hij moest verpot worden, maar waar haalden we een groter bonsaipot vandaan nu de winkels dicht waren?
In afwachting van de verpotting liet Zelkova sommige van haar blaadjes vallen; anderen werden bruin. Zodra de ons leidende Mark zei dat we weer konden winkelen namen we ons voor een bonsaipot te kopen.
Helaas in onze omgeving blijkt geen bonsaipot te koop.
We zijn, gemondkapt bij een verschillende tuincentra geweest, helaas geen goede maat bonsaipot.

Onze bonsai kon de tijd niet meer afwachten, hij werd agressiever in zijn methodes, liet meer blaadjes vallen om ons opmerkzaam te make van zijn ongenoegen.
Er bleef nog maar één optie over; de reis naar Harmelen nogmaals te ondernemen.

Deze week deden we dat.
Het was een aantal jaren geleden dat we er geweest waren en wéér verbaasden we ons over de grootte van het bedrijf.


Er kwam iemand op ons af die vroeg of hij ons kon helpen en we vroegen hem of we rond mochten kijken bij de planten en bomen, maar dat we eigenlijk kwamen voor een nieuwe bonsaipot.
Hij wees ons de POTTENKAS, een hele grote ruimte vol met potten én een bovenverdieping.
Hier zou vast iets voor ons bij staan, maar het duurde een tijd vóór we beseften dat dit buitenpotten waren en dat we naar de afdeling binnenpotten moesten, toen was de keuze snel gemaakt.

We liepen de kas met de binnenbonsai’s in, op ” tafels” staan kleine en middelgrote bonsai’s in allerlei soorten en maten. We spraken nog even met een van de mannen die vertelde dat de kwekerij goede zaken in de Coronaperiode heeft gedaan. Kennelijk zijn er niet alleen veel honden en katten verkocht om mee te kroelen, maar dus ook veel miniatuur-vertroetel-boompjes.

In een andere kas waren 2 vrouwen mét een trapje een reusachtige bonsai in model aan het knippen, een prachtig gezicht

We genoten van de vele mooie vormen, rekende de pot en een zakje mest af in de winkel bij de kwekerij en reden weer op huis aan. Langs weilanden met lammetjes en kalfjes, langs 2 op een paaltje zittende buizerds én een op een lantaarnpaal zittende aalscholver.

We hadden een vruchtbare tocht gehad.
Onze bonsai moet nog even wachten, maar dat wordt hij (zij) verwend met een nieuwe pot.
We hopen dat hij zich dan weer gelukkig voelt en gaat groeien.





Babyvogels

In ons vogelhuisje hebben we jonge koolmezen.
Geen idee hoeveel kleintjes er zijn, maar pa en ma koolmees vliegen af en aan met insecten.
Ik heb ergens gelezen dat mezen hun 10 dagen oude jongen zo’n 55 keer per uur voedsel brengen.
Wat een een werk en wat ouderliefde ( en dat “piepen” wij mensenmoeders dat het “zwaar” is een baby om de 4 uur te voeden!!)

Natuurlijk willen we de mezenouders “helpen” hun jongen te beschermen, dus hebben we een  hindernis om de boomstam waarop het vogelhuisje is bevestigd, aangebracht, zodat katten moeilijker in de boom kunnen klimmen ( er probeerde gisteren een kat het tóch) en een metalen plaatje rondom het invlieggat van het vogelhuisje, zodat de spechten moeilijker binnen kunnen komen.

We hopen dat de kleine meesjes t.z.t. veilig uit zullen vliegen.
Als dat NIET gebeurd en ”ergens” zit een mezenjong op een gevaarlijke plek (kattenbereikbaarheid)
mogen we het NIET aanraken en “helpen” weet ik al jaren.

Onlangs las ik dat je dat inderdaad niet moet doen, maar niet om de reden die ik geleerd heb: dat de vogelouders ruiken dat het jong in mensenhanden is geweest en het daarom verstoten.
Vogels ruiken namelijk niet, las ik nu.
Wél is het zo dat áls mensen een jonge vogel ergens anders neer zetten (omdat ze op een gevaarlijke plek zitten of zo) de ouders ze niet kunnen terugvinden en de kleintjes daarom verstoken blijven van voedsel (en sterven)
Laat de jongen zitten waar ze zitten adviseert de Vogelbescherming, niet alle jonge vogeltjes kunnen meteen goed vliegen, er landen veel op de grond zo’n eerste keer. De ouders kunnen  komen als mensen ( en katten) ze met rust laten om ze verder verzorgen ( én wellicht een extra vliegles te geven)

Nog een advies van de Vogelbescherming: probeer het beestje niet zelf te verzorgen en groot te brengen. Het is namelijk (in tegenstelling tot het  verzorgen van een babykanaries b.v.) verboden om, zonder vergunning, inheemse vogelsoorten groot te brengen. ( ?? dat verbod vind ik RAAR)

Dat laatste wist ik niet en ik denk velen met mij.
Toen ik jong was heeft mijn broer een uit het nest gevallen kauwtje volwassen gevoerd  en zo’n 5 jaar geleden heeft een buurman een jonge ekster verzorgd tot volwassenheid.
Dat dát verboden was  wisten we niet en waarschijnlijk hadden we het tóch gedaan!

De populieren hier in de buurt zijn weer gekandelaberd, het zal wel nodig zijn, maar ik vind het een vreselijk naargeestig gezicht. Toen we er langs fietste hoorde ik gepiep. We stopten en zagen een vader/moeder spreeuw een gat in de boom binnenvliegen. Toen we beter keken zagen we dat bij veel van de kale stammen een gat zat en toen we nóg langer keken zagen we dat in verschillende van die gaten spreeuwen af en aan vliegen.
Geweldig om al dat nieuwe leven te horen en te zien dat er zo goed voor gezorgd wordt.

Het is écht lente!

Nu bloeiend!

Een struik/ boom die volop in bloei staat nu de magnolia’s en prunussen hun blaadjes, na uitbundige bloei, hebben laten vallen is de wisteria.
De wisteria floribunda (oorspronkelijk uit Japan), Wisteria sinensis  (oorspronkelijk uit China) zijn beiden blauw. De  Wisteria sinsensis alba, is de witte regen.
Er is ook nog de gouden regen (geel) maar die behoort tot een ander geslacht ( is wel verre familie)

Een Wisteria is één van de snelst groeiende  slingerplanten en kan zo’n 2 meter per jaar groeien; de maximale hoogte is zo’n tien meter.
Het zijn winterharde klimmers, ze staan bekend als agressieve planten voor regenpijpen, die kunnen door deze struik volledig in elkaar gedrukt worden (u bent gewaarschuwd)


Ik had gehoord dat de eerste jaren de wisteria soms geen bloemen geeft. Bij ons klopte dat, 7 jaar kwam er geen bloem aan, daarna een paar jaar twee of 3 bloemen in de hele struik en nu, jaren later, is het één blauwe zee van bloemen.

De witte (wisteria alba) zagen we in het hartje van Amsterdam tegen een huis op groeien en bloeien; een echte blikvanger.

Ik had dit blog bijna af toen ik bij familie in de tuin een prachtige, felgekleurde azalea mollis struik zag. Ik maakte foto’s en kon het niet nalaten deze bij dit blog  te plaatsen.

De reden om deze kleurige azalea mollis foto’s bij dit blog te plaatsen is, dat deze heester ook NU bloeit, in prachtige felle kleuren én omdat deze struik ook een “Aziatisch” (Japan) tintje heeft.
Het is familie van de rododendron, alleen verliest dit “familielid” ’s winters zijn bladeren ( vallen de bloemen eens te meer op)

Er valt qua bloeiende struiken veel te genieten deze tijd!
Kijk om u heen, neem waar, drink in, de kleuren en geuren van de natuur, dát kan, óók in Coronatijd!

Overblijfselen uit het vroegere plantenrijk.

Al eerder blogde ik over mijn voorliefde voor varens.
In het regenwoud in Nieuw Zeeland zag ik reuzenvarens, groter dan ikzelf.
We liepen onder ze door!
(Mijn lief maakte er foto’s van; twee hangen er nog ingelijst in onze huiskamer)

Maar voor varens hoef je niet ver weg; varens en varenachtige komen over de hele wereld voor, óók in ons kikkerlandje.
Nu zitten we het jaargetijde waarop vele varens zich hier ontrollen. Ik vind dat altijd een fascinerend gezicht. En dan te bedenken dat varens behoren tot de alleroudste planten.
Macroscopische fossielen van landplanten zijn in Ierland gevonden en dateren uit het Midden­Siluur (geologisch tijdvak: 425 miljoen jaar oud)

Er zijn duizenden verschillende soorten varens,*) wat ze vooral nodig hebben is VOCHT! (Vandaar dat ze zo talrijk en groot in de regenwouden aanwezig zijn).
Varens zijn of kruidachtige **) (alle Europese varens) of boomvormige planten; alle varens zijn sporenplanten. Het zijn de nazaten van de eerste (sporen) planten die in de zeer vroege historie van het leven op aarde vanuit het water het land opkwamen.

Ook bij een wandeling laatst kon ik het niet nalaten weer wat foto’s van zich ontrollende varens te maken.
Het ontrollen van deze planten zijn kunstwerkjes op zich. Nu soms nog bruin, maar al gauw groen tot bijna lichtgevend groen

*) Naar recente schattingen zo’n 40.000 soorten
**)  Kruidachtige planten hebben geen stam, stengels of takken, die jaarlijks dikker worden.

Bijen alom

Afgelopen weekend was de Nationaal Bijentelling.
Ik heb dit jaar niet meegedaan.
Toch hoorde ik van allerlei kanten “bijennieuws”

Een familielid stuurde me een foto van zijn nieuwe bijenhotel. Gekocht mét toekomstige bewoners.
Die zitten in het kartonnen kokertje dat je onder het hotel plakt.
Als de temperatuur ze goed genoeg lijkt komen ze eruit.
Eén is er al te zien.
Het zijn rosse metselbijtjes, een solitair soort, werd erbij gezegd!

Van een ander, overzees, familielid kreeg foto’s van door hem gemaakte “homes for queen bees”
A queen nursery;  appte hij.
De koninginbij legt er haar eitjes in en sluit de gaatjes af.
De larven eten zich, het volgende jaar, de weg naar de uitgang, vliegen uit en gaan daarna zelf weer “ergens” eitjes leggen. Bij voorkeur in de tuin van mijn familielid in een, eigengemaakt, leegstaand koninginnenhotel

Een vriend is imker, dus hebben we altijd heerlijk, door hem zelf geslingerde honing.

Er ligt, bij ons, in de lectuurbak onder de koffietafel, een vel met plaatjes van allerlei soorten bijen zodat ik kan herkennen welke bij in onze tuin hoe heet!

Zelf hebben we ook 2 (zelfgemaakte) insectenhotels in de tuin hangen waar af en toe ook een bij in/bij zit.

Er zitten momenteel veel bijen, zweefvliegen en wespen in onze tuin; het gonst nu al behoorlijk, maar……. ze zijn dit jaar NIET geteld.