Vogelwetens(w)aardig (3)

Als lid van de Vogelbescherming komen veel vogelnieuwtjes tot mij. Af en toe noteer ik iets “opmerkelijks” om dat “ooit” te delen.
NU is weer zo’n deelmoment!

Maar eerst een eigen vogelwaarneming van eergisteren: UILEN!
Het was op een braderie (daar horen ze natuurlijk niet) Bij de kraam kon je een foto laten maken van een uil op je hand: daartoe kreeg je een speciale leren handschoen aan ( € 5,- per foto)
Ik vind het altijd zo triest, zo’n majestueuze vogel met een kettinkje aan zijn poot.
Het is wel zo, dat je een uil zelden van zó dichtbij kan zien.
De Europese Oehoe (een van de grootste uilen ter wereld) keek en…..knipoogde naar de fotograaf (mijn lief)

Er was ook een kerkuil, boven in de nok van de tent, een konijnuiltje (broedt in een (konijnen) hol in de grond) en een witwangdwergooruil!

Dan nu de Vogelbescherming weetjes

Er zijn vogels die NIET tot de roofvogels behoren, maar toch behoorlijk bloeddorstig zijn.
Zoals bijvoorbeeld de grauwe klauwier. Hij/Zij spiest zijn/haar prooidieren aan de doornen van bv een braamstruik, zo “bewaart ” hij/zij zijn prooi voor later! (oa. kleine vogels en muizen)

Trekvogels leggen enorme afstanden af, zoals de Phylloscopus trochilus yakutensis (soort fitis).Dit vogeltje legt één van de langste migraties van een vogel van zijn omvang af; namelijk 12.000 km – van Oost Siberië naar Oost Afrika (en terug)
In 2 jaar tijd vliegt dit vogeltje méér dan een rondje om de aarde qua kilometers!

Vóór vogels de lange halfjaarlijkse vogeltrek gaan vliegen, ondergaan ze belangrijke lichaamsveranderingen! Om voor de grote trek een energievoorraad aan te leggen, wordt hun spijskanaal vergroot. Omdat het spijsverteringsproces veel energie kost wordt het tijdens de trek, “uitgezet” De reproductieve organen van de vogels zijn ook niet nodig tijdens de vlucht, dus die krimpen tot minimale grootte. Pas als ze op de plaats van bestemming zijn worden de organen weer hun oorspronkelijk grootte.

Vogeleieren

Bij vrouwtjesvogels liggen, in de eiersokken, een heleboel kleine eitje opgeslagen. Pas als de tijd van het broedseizoen (bijna) aanbreekt groeien deze eitjes uit tot volwaardige eieren.
Eieren zitten zonder schil in de vogel. De schil wordt pas op het allerlaatste moment, vlak voor het eitje het vrouwtje verlaat, gemaakt
Als een vrouwtjesvogel te weinig kalk heeft legt deze windeieren, eieren zonder schaal; de kuikens hierin overleven het niet.

Vogelgeluiden uit de hele wereld

Er is een website waarop je vogelgeluiden van over de hele wereld kunt leren herkennen: www.xeno-canto.org.
Het is een samenwerkingsproject: je wordt ook uitgenodigd om je eigen vogelgeluidsopnames te delen, om te helpen raadselgeluiden te identificeren, of om je kennis te delen op het forum.




Ooievaars? Ja en nee.

Vlakbij de afrit van de snelweg naar ons huis stonden jarenlang 2 hoge palen met daarop de mogelijkheid tot een ooievaarsnest. Eén van die palen is verdwenen, maar de andere staat nog fier overeind.
Ieder jaar kwam daar een paartje broeden ( volgens iemand met een telelens was het ieder jaar hetzelfde paartje: ze waren geringd en het nummer was te zien!)

Eerst kwam de ene ooievaar, iets later de partner (ze maakten de lange reis vanuit Afrika kennelijk niet samen) Heel wat jaren zagen we kleine koppies over de rand (meestal 2 jongen)

Het was niet altijd ooievaarsfeest, ik herinner me een jaar dat er één ooievaarsjong uit het nest gevallen was en het NIET overleeft heeft én een jaar dat er een (iets ouder) jong plotseling op de weg stond en men bang was voor een verkeersongeluk (goed afgelopen)

Dit jaar zagen we één ooievaar.
Onlangs hoorde ik het trieste verhaal: een ooievaar was op het nest aangekomen (ik ben vergeten of het mannetje of het vrouwtje was) maar kennelijk erg verzwakt.

Het restaurant “onder de paal” is in januari van dit jaar in andere handen overgegaan; ook de nieuwe eigenaars blijken “te zorgen” voor de ooievaars. Ik hoorde dat ze een hoogwerker hadden geregeld en de verzwakte ooievaar naar een vogelopvang hebben laten brengen; dáár zouden ze de expertise hebben om, indien mogelijk, deze ooievaar nog op te lappen.
Helaas is dat niet geluk en is de ooievaar overleden.

De partner van de ooievaar is na een tijdje op het nest gestaan te hebben, naar elders vertrokken. Geen eieren, géén kleine ooievaars op die paal dit jaar.
Tot zover het trieste nieuws.

Nu het “mooie” nieuws; er zijn daar weer 2 ooievaars gesignaleerd; er zit weer een “stel” op het nest.
Volgens een insider is het een heel jong stel (misschien is één van de twee daar verleden jaar geboren?)
Ze zijn niet geringd (volgens de dame met de telelens)

Dit jaar zullen er geen eieren meer gelegd worden, daarvoor schijnt het te laat te zijn.
Er is wel de hoop dat DIT stel volgend jaar zullen terugkomen om dan van dit nest hun “tijdelijk” woonplaats te maken en misschien aan een gezinnetje te beginnen.

We wachten het af.

Vogelwetens(w)aardig (2)

Als lid van de Vogelbescherming komen veel vogelnieuwtjes tot mij. Af en toe noteer ik iets “opmerkelijks” om dat “ooit” te delen.
NU is weer zo’n deelmoment!

Maar eerst twee eigen vogelbelevenissen van zeer onlangs.
Bezig in de voortuin met snoeien vond ik dit schedeltje. Geen idee van wat het is of hoe het daar terecht komt

De tweede belevenis is van een paar dagen geleden. Vreselijk geschreeuw bij de pindakaaspot (speciale vogelpindakaas)
De laatste tijd zijn het voornamelijk kauwtjes die zich tegoed doen aan de pindakaas, terwijl de pot eigenlijk bedoeld is voor meesjes. De grote kauwen zwaaien met de glazen pot heen en weer en hij is al een paar keer gevallen, stuk op de grond.
Vol of bijna leeg, ik gooi hem dan weg omdat er minuscuul kleine glasscherfjes in de pindakaas kunnen zitten. Om de kans op de val van de pot te verkleinen hebben we een postbode-elastiek om de pot gedaan en die vastgemaakt aan de houder.

Hoe het kan weet ik niet, maar een kauwtje zat vast aan het elastiek en kon niet loskomen.
Gauw mijn tuinhandschoenen aangetrokken en de kauw vastgepakt om het elastiek los te maken.
Ik voelde de snavelpik amper; (leve de tuinhandschoenen) de kauw was duidelijk in paniek. Toen ik hem los had en op de grond gezet had, hipte hij 2x en vloog toen weg. Opluchting bij ons beiden.
Nooit meer een elastiek om de pot; mijn lief heeft er iets anders op gevonden.

Overwinteren
Sommige vogels overwinteren in Afrika, zo ook de gekraagde roodstaart; zij maken de tocht van maar liefst 5.000 km alléén. Ze vliegen het liefst ’s nachts (55 tot 60 km per uur!) dan is er vaak minder wind en koeler én zijn de roofvogels minder actief. Voordat ze de (droge) Sahara oversteken eten ze extra veel; ze wachten totdat ze wind mee hebben, want tegenwind (zandstorm) overleven maar weinig vogels.


Het broedpaar komt dus los van elkaar op de plaats van bestemming, de Sahel (landstreek in Afrika)  aan.

Een adspirantmoeder koekoek legt haar ei in het nest van een andere vogel, die broedt haar ei dan uit.
Het babyvogeltje ziet zijn/haar moeder dus nooit. Hij/zij kan in het nest gelegd zijn van vogels die nooit zullen trekken. Toch weet het koekoeksjong exact wanneer het naar Afrika moet vertrekken; de trekbehoefte is aangeboren! Zijn/haar instinct wijst hem de weg en verder navigeert de koekoek  op de stand van de sterren en planeten.

Broeden
Er zijn verschillende vogels die in kolonies broeden; bijeneters en zilvermeeuwen bijvoorbeeld, maar ook zeevogels die NIET kunnen vliegen broeden in kolonies;

zoals de koningspinguïns. Zij broeden op het Ile aux Cochons (=varkenseiland) gelegen tussen Antarctica en Zuid Afrika. Een kolonie van zo’n 60.000 paren!

Een koekoek legt haar ei in het nest van een andere vogel.
Maar hoe doet ze dat?
Die andere vogel moet immers eieren hebben om er één bij te kunnen leggen?
En als een vogel eieren heeft, zit ze er op!

karekiet – koekoek- sperwer


Onderzoek heeft aangetoond dat de koekoek dan doelbewust op een sperwer gaat lijken.
Een broedende karekiet bijvoorbeeld, schrikt dan (een sperwer lust wel een karekiet weet ze) en vliegt weg, dát geeft de op de sperwer lijkende a.s. moederkoekoek de gelegenheid om gauw haar ei in het karekietennest te leggen!
Het koekoeksei komt al na 2 weken uit, eerder dan de eieren van de ongewilde adoptiemoeder!
Door (bewust) te wiebelen en te draaien werkt het koekoeksjong de andere eieren dan uit het nest zodat hij/zij alleen overblijft en dus al het voedsel dat het “gastgezin” aandraagt kan opeten.( het jong weegt dan al snel meer dan de (surrogaat) ouders!)

Vindt u het leuk om meer te weten over vogels? Volg dan de gratis online cursus “Vogels in Nederland” van Nico de Haan en Camilla Dreef. Zie: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/online-vogelcursussen/cursus-vogels-in-nederland

Beleef de lente (camera’s in vogelnesten om mee te kijken hoe het daarin toe gaat) is nog te zien tot 1 juli a.s.: http://www.beleefdelente.nl

Zwanenblog

Regelmatig lopen of fietsen wij langs de 3 zwanennesten hier in de buurt.
We kijken, genieten en maken ons ongerust.
Zoals laatst toen 7 eieren in het nest “bloot” lagen, geen zwaan in de buurt, dát zag er niet goed uit.


De volgende dag stond moeder? vader? wel op het nest maar ging niet liggen, het leek of pa of ma vreselijke jeuk had! De ouderzwaan was zeker 10 minuten met de snavel tussen de veren in de weer. Ongedierte lijkt me niet denkbeeldig!
We zijn weggegaan, er kwam geen eind aan het poetsen en ondertussen lagen de eieren bloot!
De volgende dag zat er weer een zwaan op het nest.
Maar of het verder goed gaat?


In een van de andere nesten was het onlangs bingo, de zwaan zat wat te wiebelen en ik zag een klein zwanenhoofdje onder haar veren én een aantal eieren. Na een lange tijd kijken zag ik nog een zwanenkopje. Moeder dekte de eieren en haar kinderen daarna weer toe met haar lichaam.
Een dag later waren er al 4 pullen.

Foto’s maken van zwanennesten met een telefoontje is een uitdaging, zonder telelens en met vaak water er tussen kom je er niet altijd dicht genoeg bij en al kún je het, je wilt ook de rust niet verstoren!

Ik ben dan ook best (plaatsvervangend) trots op de foto van zwaan met een kleintje op zijn/haar rug. Niet dat ik die zelf gemaakt heb!

We liepen met zijn vieren en 3 daarvan maakten (met telefoon) een foto van dit snoezige tafereel; bij één lukte het!

We wonen niet zover van het Gooimeer, daar zitten altijd zwanen. Ik heb me laten vertellen, of het waar is weet ik niet, dat alleen vrijgezellen zwanen daar “rondhangen”, geen paartjes! We hebben daar ook nog nooit kleintjes of zelfs een nest gezien, dus het zou kunnen kloppen.

Vlakbij de bewoonde wereld hier was verleden jaar een nest, mensen lieten daar hun hond vaak uit. Een wonder dat de zwanen al die tijd gebroed hebben en niet verstoord zijn door een hond. Omwonenden hadden rood/wit lint gespannen en een bord gemaakt.

Aan het eind van dit zwanenblog  zwanenKUNST het beeld bij Singer (Laren)

Twee leerlingen van de Gooise Academie ( beeldhouwklas) van directeur/docent Kees Schrikker wonnen in 1958 de prijsvraag die voor het ontwerp van het beeld door Schrikker was uitgeschreven: Mirjam Verhoeff en Piem Koehler. Het beeld werd in 1958 door de Gemeente Laren geschonken aan Anna Singer voor haar 80 ste verjaardag *)
De zwanen zijn op ware grootte!

*) dit staat in Wikipedia, wat mij wat bevreemd, want de opdracht voor het beeld was van Anna Singer zelf, zij heeft ook de kosten van het gieten voor haar rekening genomen, dan lijkt het MIJ geen cadeau!

Tegenstellingen in het bos

In de lente een paardenbloem in het bos op een bedje van herfstbladeren.

Een regenplas in het bos en op dezelfde dag een zonnetje (door de bomen die nog weinig bladeren hebben)

Dood vermolmd hout met een holte en daarin een dood meesje, terwijl om ons heen de levende vogels fluiten en..

… gezaagd hout met een “mensenstempel”, met een wit stuk schimmel én met eruit lopende hars

Een omgevallen boom met de wortels met zand en daarin een holte, en de stam waarin is gezaagd op een manier waarvan ik het nut niet zie!

(Alle vier de foto’s zijn van dezelfde omgevallen boom!)

Een vlakke bosweg en een stukje verder een kuil met een oplopend stuk.

Een “natuurlijke” stomp hout en een stomp hout met “mensenletters”
Er was op één boswandeling zoveel te zien!
Vandaag verdiepte ik met in de tegenstellingen


Doorn: Nationaal Bomenmuseum

Al eerder (2020) schreef ik over dit  prachtige openlucht ”museum” een bomentuin (aboretum), met bomen ooit bij elkaar “gespaard” door de Duitse inktfabrikant Max Th.van Gimborn.
Na zijn dood kreeg de Universiteit Utrecht ( in 1966) deze tuin in beheer: zij droeg de tuin op haar beurt in 2009 over aan de Stichting Von Gimborn Arboretum.

Bezoekers kunnen een kaartje kopen in de automaat en zo lang ze willen de tuin door dwalen.
Hetgeen wij onlangs weer deden.

In mei is het rhododendron- en azaleatijd, een ware kleurenpracht aan struiken.

Maar er zijn ook bomen en struiken wat bescheidener van kleur, zoals de wilgbladige peer met hangende takken, grijze bladeren en witte bloemen;

de zakdoekjes-of  vaantjesboom, een bladverliezende middelgrote boom, waarvan de bloemen nu grotendeels waren uitgebloeid(de bloem op de grond zag er nog fotogeniek genoeg uit)

en de Erica arborea Alpina oftewel de boomheide, hei die zo’n 2 meter hoog is

We kwamen ook 2 dieren tegen; een groene kleine kikker, die veel moeite had door het hoge gras  van ons weg te springen én een vliegende meikever, die bij mijn lief in zijn nek landde.


Hij redde hem uit zijn nek en zette hem op ons plattegrondje, zodat we hem eens goed bekijken konden. Een bijzondere kever met grote waaiervormige antennes. Het beestje was op de juiste tijd hier zichtbaar ; MEI!

De lager dan ooghoogte aangebrachte soort “vogelkastjes” bleken bij nadere observatie voor bijen bedoeld te zijn.

Bomen en struiken zijn vaak mooi door hun vorm en bladerpracht

of hun bloemen


Hier in Doorn staan ook bomen die bijzonder zijn door hun vele stammen, hoe die gevormd zijn en in welke vorm ze waarheen leiden.

Hoewel het mei is, zagen we ook een paddenstoel, en niet zo’n kleintje ook; een door de natuur gemaakt kunstwerkje

Dit bomenmuseum is een echte aanrader in alle tijden, maar de maand mei is wel het uitbundigst.

Tip: Op zondag 15 mei is in het Bomenmuseum (openlucht) een Natuur- en ambachtmarkt:
kramen met ambachtelijke en natuurlijke producten, kinderactiviteiten en eten en drinken.
Van 10.00 toto 17.00 uur
Adres: Velperengh 13, 3941 BZ Doorn

Wouw

Vroeger, ver voor het digitale tijdperk, had ik nog nooit van een “wouw” gehoord
(Het is een roofvogel)
Toen we ooit in Engeland met vakantie waren was mijn lief iets “hoogs” aan het bekijken; hij moest een (vond ik) enge lange trap op, om daarboven iets “technisch” te bekijken.
Ik besloot beneden te blijven.
Het was in een prachtige landelijke omgeving en droog weer.

Ik maakte een praatje met de kaartjesverkoopster en ging daarna op een bankje voor het gebouw zitten om van het uitzicht te genieten.
Na een tijdje zag ik een grote vogel in de lucht rondcirkelen, iets later kwam er nog één.
Groot, roestbruin met een gevorkte staart. Ik rende naar binnen, naar de kaartjesverkoopster die alleen achter haar balie zat en ik wees opgewonden naar buiten: “Look”
Ze liep met me mee, keek waar ik op wees. Eén blik van haar was voldoende ”Kites” zei ze en wilde weer naar binnen lopen.

– Kites? These are not kites, this is a bird- probeerde ik haar tegen te houden.
Ze trok haar schouders op en liep naar binnen, zei nog één keer heel beslist “kites” en ging weer op haar vaste plekje zitten.

Dit waren echt geen vliegers, dit waren duidelijk vogels. Toen mijn lief (eindelijk) naar buiten kwam waren de vogels gevlogen!

Een paar dagen later waren we in een grote stad (die mijden we meestal op onze kampeervakanties)
In die stad waren in elke straat wel charity shops! Ik zag er één met boeken liep naar binnen en kocht voor een paar pond een vogelboek!
Ik vond “mijn vogel” meteen; het was een kite!
Dus niet alleen het Engelse woord voor vlieger maar ook voor een vogelsoort! (sorry met terugwerkende kracht voor de dame dat ik haar “kite” niet geloofde

Pas in Nederland kon ik in het Engels/Nederlandse woordenboek opzoeken wat de Hollandse benaming was voor “the kite”;



.

Pas in Nederland kon ik in het Engelse woordenboek opzoeken wat de Hollandse benaming is voor “the kite”; een  rode wouw dus! Een echte -vogel; spectaculair.

Hieraan moest ik denken toen ik onlangs e.e.a. over de wouw las:

Het is één van de soort roofvogels die bijna alleen in Europa voorkomt, makkelijk te herkennen door de lange, diep gevorkte staart. (samen met zijn soortgenoot de zwarte wouw, de enige in Nederland voorkomende roofvogel met zo’n gevorkte staart)

Sinds 2010, las ik NU, broeden ze ook in ons land ( vnl in het oosten des lands)

Het aantal wouwen in Groot Brittannië is, na de herintroductie van dit soort (eind jaren ’80) flink toegenomen; zo’n 10.000 exemplaren, schat men.

In heel Europa neemt het aantal wouwen echter af, voornamelijk in Duitsland; dan komt, zo denkt men door de toename van het aantal windturbines in hun leefgebied daar.

Deze roofvogel “jaagt” op  andere vogels, insecten, amfibieën, maar ook op regenwormen en hij pakt ook graag een prooi van  een andere roofvogel af én is ook een aaseter, dierverkeersslachtoffers behoren ook tot zijn mogelijke voedselbron.

Een wouwdame broedt 1x per jaar, meestal 2 eieren in een rommelig en (te) klein nest, waarvoor het wouwmannetje het nestmateriaal aanlevert, een stuk plastic, lappen of touw zijn favoriet, reden waarom vóór 1606, William Shakespeare in zijn toneelstuk King Lear al liet zeggen: “Als de rode wouw zijn nest bouwt, let dan goed op je wasgoed”

Rode wouw, als je hem ziet, herken je hem, zeker na dit verhaal meteen!

Out of the box

Mycelium, het wortelnetwerk van paddenstoelen (draden van een schimmel) is de grootste recycler van de natuur! Mycelium staat zelfs in het Guinness World Book of Record als het grootste levende organisme, met een totale grootte van 3.8 vierkante kilometer!

Onderzoekers van de TU Delft hebben een doodskist van dit levend organismen ontwikkeld. Het mycelium groeit dan in een speciale mal, die is gevuld met houtvezels, waardoor het zich kan vermeerderen en als biologisch bindmiddel werkt.
Na ongeveer 7 dagen heeft het al de vorm van de kist, waarna het op natuurlijk wijze gedroogd wordt. Dit stopt het groeiproces en geeft de kist zijn sterkte.( Pas nadat het langdurig in contact is geweest met vocht (het grondwater) begint het mycelium weer te leven. Dit betekent dat het composteerproces pas onder de grond begint, dus na de begrafenis.)


De Loop*) Living Cocoon  is ’s werelds eerste levende doodskist (ontwikkeld in Nederland) die mensen in staat stelt om, na hun dood, de bodem te verrijken en een bron te worden voor nieuw leven.
Een geval van een klimaatpositief product dat CO2 opneemt in plaats van uitstoot.
Deze doodskist gaat namelijk volledig op in de aarde in ca. 45 dagen, voedt daarmee de aarde, verhoogt de biodiversiteit én composteert het lichaam sneller.
Het lichaam, dat in een traditionele kist 10 tot 20 jaar nodig heeft voor het gecomposteerd is, heeft in een klimaatpositieve kist ongeveer 3 jaar nodig, zo las ik nu pas. Het blijkt namelijk dat de eerste mens al in 2020 in een “levende doodskist” **) is begraven.

Een uitvaart, zo is berekend, levert bijna een ton CO2 ***) uitstoot op, dat is dus niet alleen de kist en het lichaam dat composteert maar ook het vervoer van de gasten naar de uitvaart (en terug)
Een begrafenis/crematie en herdenkingsdienst en koffie/lunchsamenzijn op korte afstand van elkaar kan de uitstoot wel iets verminderen, maar er zullen altijd bezoekers uit andere windstreken komen en niet iedereen kan op de fiets komen!


https://greenleave.nu/

Ik las nu ook dat er ook uitvaartondernemingen zijn die, om de uitstoot te compenseren voor elke uitvaart bomen planten****).
“Dat gaat de wereld niet redden, maar als 2 bomen 21 jaar groeien nemen ze meer dan de hele uitstoot van de hele uitvaart op”, schreef één van de oprichters van GreenLeave (= een samenwerkingsverband van uitvaartondernemers die streven naar 100% duurzame uitvaarten in Nederland.)

Goed duurzaam bezig die uitvaartjongens, nou wij nog!




*)LOOP is een bedrijf met grote ambities dat in 2014 werd opgericht en zich bezighoudt met recyclage, reparatie en hergebruik. Opgericht door bio-designer Bob Hendrikx

**)Een dergelijke doodskist van schimmels kosten ca. € 1500,-

***)Er zijn uitvaartleiders die elektrisch rijden, biologisch afbreekbare handschoenen gebruiken, energiebesparende maatregelen van haar gebouwen hebben doorgevoerd en de papierstroom hebben ingedamd en zoveel mogelijk hebben gedigitaliseerd.

****) 2 bomen per uitvaart, één in Nederland en één in een bosproject elders in de wereld

Van boom tot….

Er zijn nog al wat stormen geweest de afgelopen periode; stormen Corrie en Eunice om er maar eens een paar te noemen. Ze hebben heel wat schade veroorzaakt en heel wat bomen om laten waaien.

Hoewel het nu al weer een tijdje minder stormachtig weer is, zijn de sporen van de stormen in dorpen en steden (boomstompen met rode linten eromheen) en ook in bossen (veel “liggende” bomen) nog zichtbaar.

Persoonlijk heb ik nog niet gemerkt dat de houtprijzen nu, door de enorme hoeveelheden extra (omgewaaid) hout, zijn gedaald. (Wél dat de energieprijzen zijn gestegen en dat er meer mensen hout zijn gaan stoken (stank), iets dat slecht voor het milieu is, maar beter voor de portemonnee)

Ik las wel iets over goedkoop (omgewaaid) haardhout voor consumenten in Zuidoost Friesland:


Inwoners daar die door de storm gedupeerd zijn, kunnen bij de gemeenten Heerenveen en Opsterland goedkoop haardhout kopen
(€ 25,= per m3; vlgs de gemeenten € 100,- onder de marktprijs) Het hout is afkomstig van de honderden bomen, die in de beide gemeenten zijn omgewaaid tijdens het korte maar hevige noodweer.( gem)

In het bos hier zagen we vele stammen van dezelfde lengte opgestapeld liggen.
Prachtige nerffiguren erin en waarschuwingen om niet op de stapels te klimmen erop gestempeld en info van de Algemene Vereniging Inlands Hout (AVIH) erop geniet

Het hier liggende hout had 2 verschillende bestemmingen:

1. MDF = Medium Density Fibreboard voor stammen die niet geschikt zijn om planken of balken van te maken. Dit hout wordt fijn vermalen dan dicht op elkaar geperst tot MDR platen oa. gebruikt voor o.a. keukenkastjes en plinten.
(Allerlei houtsoorten kunnen hiervoor gebruikt worden. Vaak  gaan stukken hout die te dun, te dik of te krom zijn naar de plaatindustrie)

2.OSB = Oriented Strand Board, dat zijn grove snippers hout (strands)die in een bepaalde richting (oriented) op elkaar zijn geperst. Dit board wordt vaak gebruikt voor, in combinatie met isolatiemateriaal, een dak af te timmeren en voor wandafwerking.

Behalve omgevallen bomen zien je in het bos ook nog fier overeind staande bomenrijen én stamstukken die door en door verrot zijn, donker gekleurde bomen zonder groen, en struweel met licht groene knopjes eraan.
Ook stoere naaldbomen die hun lagere takken, op zoek naar de hoogte en het licht, hebben laten vallen en alleen helemaal bovenin groene naalden hebben.

In een bos valt, ook in deze tijd, wat te leren

Over eenden.

Ooit hebben we aan de Loosdrechtse plassen (in)gewoond. De tuin lag aan het water en er landden nogal eens witte eenden op het grasveld. Onze hospita had het dan altijd over “parkeenden”. Haar grote, dikke kater viel er wel eens één aan.
Ooit hebben we op het grasveld alleen een bek en gedeeltes van de zwemvliezen van zo’n eend gevonden. Bianca, de witte kater van de hospita is dagen lang ziek geweest.
De hospita combineerde bovenstaande feiten en had geen greintje medelijden met haar zieke moordende, kater!

Ik weet best wat van vogels en hun namen, maar eenden zijn om de een of andere reden een soort “vergeten” kennisgebied voor mij.

De wilden eenden, mannetje met glanzende groene kop en het vrouwtje onopvallend vlekkerig bruin, ken ik,

én ik ken de mandarijneend omdat die zo bijzonder getekend en gekleurd is. (Bijna té exotisch om in ons koude kikkerlandje voor te komen)

Onze huidige woonplaats ligt niet ver van het Gooimeer en daar zien we behalve heel veel zwanen ook vaak zwart/witte eenden, wij noemen ze Lakenveldereenden, naar het rund dat zo’n bijzondere zwart/wit tekening heeft

Nog niet zolang geleden vertelde iemand me dat deze eend kuifeend heet!
Toen ik beter keek zag ik nu ook dat deze eend een kuifje heeft. (dát had ik eerder niet gezien)

Onlangs las ik een artikeltje van de vogelbescherming over eenden en de 2 soorten die te onderscheiden zijn: duikeenden en grondeleenden.
De verschillen zijn:

*Duikeenden zijn alleseters
Grondeleenden, grondelen (= met de kop en borst onder water zoeken naar voedsel op de bodem of beneden de waterspiegel)Ze eten meestal alleen planten;

*Duikeenden hebben een gedrongen lichaam, daardoor liggen ze dieper in het water;

*De poten van duikeenden staan verder naar achteren dan bij de grondeleenden;

*Duikeenden hebben grotere zwemvliezen en grotere poten;

*Duikeenden zwemmen vaak op groter, dieper water, zelden in sloten of vijvers (op de kuifeend na)

Weer wat geleerd!

Ooit waren we in Engeland (East Sussex) op een landgoed (Halland) waarbij de vroegere landheer eenden had “verzameld” Van de 147 soorten eenden die er bestaan had hij er 125 op zijn landgoed. Er waren vijvers gegraven en in een bijgebouw van het huis, waren schilderijen en tekeningen van eenden te bewonderen.

Wat ik nooit meer vergeet was een heel bijzondere eend met blauwe snavel (later bleek dat hij ook blauwe zwemvliezen had)
Lopend over het landgoed zagen we een bruggetje in net  zo’n kleur blauw als de snavel van de punataling  (want zo blijk het eendensoort te heten) Omdat de snavelkleur zo’n onnatuurlijke kleur blauw had, dachten was dat de eend, ten tijde van het verven van de brug misschien met zijn snavel in de verfpot terecht was gekomen!
Dát bleek niet het geval: alle Punatalingen hebben zo’n blauwe snavel!