“Weg langs 12 schepels”

bos
Een eindje fietsen in het Goois Natuurreservaat (geen BN-er gezien)
Mooie bospaadjes, omgeploegde zwarte akkers zonder nog een gewas in zicht, een merel op het fietspad en brandnetels aan weerszijden

 

 

Op onze fietstocht zie ik een bordje dat me aanspreekt “Weg langs de 12 schepels”.
We fietsen er een stukje op en gaan dan weer een ander weggetje in.
Thuis  ga ik dát weggetje eens opzoeken.

Een schepel is een inhoudsmaat weet ik, maar thuis ontdek ik dat het ook een oppervlaktemaat is.
Hoeveel het is? Moeilijk te achterhalen: een schepel, is zoveel mud, is zoveel spint, is zoveel…
Al deze eenheden bleken vroeger per plaats te verschillen : Zo was  in Amsterdam was een schepel meer (of minder) dan in Hengelo.
Uiteindelijk vind ik een site (Alles op een rij) waarop staat dat een (oppervlaktemaat)  schepel, 9 are was. (Als inhoudsmaat van droge waar was een schepel vroeger 27,875 liter in Amsterdam en  41,7 liter in Nijmegen)
In 1820 werd een schepel (inhoudsmaat) officieel vastgesteld op 10 liter.

Nergens kon ik vinden waarom dit pad zo heet. Wat was er met die 12 schepels? Liep het pad om dit gebied heen?
We zijn het niet afgereden en als ik later thuis google komen er kaarten en een tekst over een lugubere moord in 2011 te voorschijn, maar geen verklaring van de naam.

Het zal wel een raadsel blijven.
Als ik het aan de weet komt hoort u het ook.

 

Kalaberen of Kandelaberen

Wat een kandelaber is wist ik, een soort kandelaar.
NU ik het echt wil weten zoek ik het op en blijkt het een meerarmige kandelaar te zijn.
Ontstaan in de 18e eeuw omdat toen ( 1770) de hoofdmaaltijd “verhuisde” van 3 uur ’s middags naar het begin van de avond en men dus méér licht nodig had*)

Dat er ook een werkwoord van kandelaber  afgeleid was wist ik NIET: kandelaberen.
kandelaber
Betekenis: de takken van een boom afzagen zodat de boom de vorm krijgt van een kandelaber.
Iemand gebruikte dit woord en ik zocht het na.

In een (digitaal) Gemeenteblad (Doetinchem 2018) staat dat er een omgevingsvergunning is verleend voor het kalaberen van een eik in Wehl (vroeger zelfstandige gemeente nú onderdeel van Doetinchem)

Ook in de Nieuwe Meerbode (2008) Editie Aalsmeer vond ik een ingezonden stuk waar het woord kalaberen gebruikt werd.

En artikelen van tuinlieden en snoeiers bevatten dit werkwoord: kalaberen. Maar de woordenboek vermelden dát woord niet: kandelaberen wél.

kandelaberlaantje

Hier in de buurt is een bomenrij in de vorm van kandelabers gesnoeid**).
Het ziet er niet uit!
Ik weet dat als je geduld heb het allemaal wel weer mooie bomen zullen worden maar voor alsnog is een prachtig fietspad (tijdelijk) uit model gehaald.

Onze zonen hadden van playmobiel een boom met slechts 3 takken (zonder bladeren) daarop kon je een gier neerzetten en daaronder lag een skelet; thema woestijn! Dáár moet ik aan denken als ik dit trieste laantje zie.
bomen
Hier zitten op de weinige takken  geen gieren, wél af en toe een duif!

 

 

 

*) bron Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW)
**) Ik kan het voltooid deelwoord van kalaberen NIET op internet vinden; gekalabeerd? Gekalaberd? (Wel kalibreren, gekalibreerd, maar dat is heel iets anders)

 

Rood en rond

tomatenLaatst reden we bij Beek en Donk en zagen we een groot mooi open “beeld” van trostomaten voor een kas.  Het herinnerde me aan documentatie over tomaten die ik nog in mijn map had zitten en die ik nu maar eens tot een blog bewerk.

 

Tomatenplanten kunnen wel 15 meter hoog worden en komt oorspronkelijk uit Zuid Amerika. In de 16e eeuw werden tomaten door ontdekkingsreizigers meegenomen naar
Europa. Zuid Europa sloot de tomaat meteen in haar hart, maar bv. in Nederland duurde het tot in de 19 eeuw voordat de tomaat “gemeengoed” werd en pas begin 20 ste eeuw werden er tomaten ook in Nederland geteeld.

tomaatOp de weegschaal bij de supermarkt is de tomaat onder GROENTE te vinden. Sommige mensen vinden het meer FRUIT. Het blijkt dat in 1893 het Hooggerechtshof in de VS besliste dat de tomaat voor de Amerikaanse wet als groente wordt beschouwd.  Nederland volgt ook deze uitspraak: tomaat is ook hier een GROENTE.

Vanaf de komst van het bloemetje aan de plant tot de eerste rijpe tomaat aan de plant duurt ongeveer 55 dagen.
Ik las dat tot 30 jaar geleden alle tomaten in kassen met de hand werden bestoven.
Tegenwoordig doen hommels dat.

Een gemiddelde tomatenplant zorgt 9 maanden voor tomaten; de tomaten aan de onderkant van de plant zijn het eerste rijp.

Tomaten worden met de hand geplukt; een gemiddelde tomatenplukker/plukster plukt zo’n 50 kilo tomaten per uur.

Tomaten zouden eigenlijk buiten de koelkast bewaard moeten blijven. Ze blijven weliswaar in de koelkast langer goed, maar ze verliezen daardoor aan smaak.

Er zijn tegenwoordig heel veel soorten tomaten; cherrytomaten, snoep of soeptomaten, cocktailtomaatjes, pomodori, trostomaten*) en vleestomaten om er maar eens een paar van de ca 60 soorten die er zijn te noemen (ik las ook ergens dat er wel 10.000 verschillende tomaten zijn; ik vermoed dat dat weer “onder”soorten van die 60 zijn???)

Tomaten bevatten veel vitamine C, vitamine B1, vitamine B2 en vitamine B6 en caroteen en ook mineralen t.w: fosfor, kalium en magnesium.

Geen idee of het enige waarheid bevat maar “ergens” las ik ook dat tomaten eten kan helpen als je hoofdpijn hebt. Het schijnt dat hoofdpijn veroorzaakt kan worden door de zuurgraad van je lichaam en de alkalische werking van een tomaat zou je, bij het eten daarvan; van je hoofdpijn  af kunnen helpen.

Ook las ik dat als je je huid beter tegen UV stralen wil beschermen je tomatenpuree zou moeten eten (minstens 10 eetlepels per dag) aangelengd met olijfolie voor een betere opname.

Ook nog een apart weetje: de Heinz fabrieken gebruiken zo’n  2 miljoen ton tomaten per jaar onder andere voor hun pastasausen en ketchup.
In Elst staat de grootste ketchupfabriek van Europa

 

*) Bij trostomaten wacht men met plukken tot de hele tros rijp is.

Milieuscene

Locatie: ergens op een onverhard parkeerterrein voor een natuurgebied en naast een hondenuitlaatplek.
Weersomstandigheid: tussen de 10 en 11 graden
Ons doel: kijken in het natuurgebied naar de oeverzwaluwen die NU schijnen te nestelen in de speciaal aangebrachte zandwal.
Hoofdrolspelers: 2 pratende dames, één openstaande bestelauto met daarin hokken met honden én mijn lief.
Audio: één bestelbusje met draaiende motor (dierenuitlaatservice)
Figuranten: heel veel geparkeerde auto’s

Scene 1: Mijn lief en ik zetten onze fietsen neer,gaan het hek naar het natuurgebied in
De dames praten. De schuifdeur van de auto staat open en de motor draait.
We kijken in de poel of we kikkervisjes zien en staan een tijdje te kijken bij de                      zandwand waar we wel gaten/sleuven in zien maar geen in- en uitvliegende
zwaluwen

Scene 2: We komen het hek uit. De dames staan nog steeds te praten, de motor
ronkt nog steeds.
Mijn lief vraagt de dames of ze weten dat ze de schone lucht hier staan te vervuilen met  hun ronkende diesel. De dame die zich aangesproken voelt recht haar rug; ”Ja, de motor staat aan omdat de airco aan staat.”
“ Misschien moet die dan af en de motor uit” pareert mijn lief.
De uitlaatdame haalt haar schouders op: “Het welzijn van de dieren gaat voor,
daar ben ik verantwoordelijk voor”

Gelukkig ziet mijn lief in dat deze discussie NIETS gaat opleveren en stappen
we op fietsen, zonder nog te beargumenteren dat de deur open staat, de dieren genoeg frisse lucht  krijgen; dat airco niet (goed) werkt als er een deur of raam openstaat én dat het welzijn van mensen én schone lucht ook belangrijk is.

Mijn lief wilde het gezegd hebben, maar zei tegen mij dat hij ook wel inzag dat het niet echt iets uit zou halen.
Zélf had ik na háár tweede zin graag iets gezegd in de trant van “Motor af en wegrijden lijkt me het beste voor de dieren”
Maar ook ik wist tevoren al dat dit geen zin zou hebben.

Waarschijnlijk scheidt diezelfde uitlaatmevrouw haar afval en vindt ze dat ze enorm goed bezig is met het milieu. Héél misschien denkt ze na dit “gesprekje” aan verontreinigde lucht en wat je er ZELF aan kan doen. Héél misschien.
(een mens mag toch hoop houden?)

Mexicaanse Soldatenara [Ara militaris]

soldatenara2
Deze ara heb ik gemaakt met mijn artisblokken. Vanaf de krijgdatum heb ik elke dag een ander dier gemaakt, random.
Dus nu moet ik “zoeken” welk dier ik nog niet heb gemaakt, dit is één van de laatste.
Het oorspronkelijke leefgebied gebied  van de Mexicaanse soldatenara loopt van Mexico tot Argentinië.Ze leven in groepen van enkele tientallen hoog in de bomen op een hoogte van 600 tot 2600 m (dat schijnt hoger te zijn dan bij de meeste andere ara’s)
Soldatenara-De mannetjes en vrouwtjes (pop geheten )zijn gelijk gekleurd:
De algemene kleur is groen, de vleugelbocht, de vleugelrand en de buitenste arm- en handpennen zijn lichtblauw en het voorhoofd is rood. De onderzijde van de staart is olijfgeel.
Ze zijn zo’n 65 cm groot en wegen ongeveer 1 kilo en ze eten noten, zaden, bessen, bladknoppen en bloemen.
Ze kunnen 55 km per uur vliegen

Ik heb niet kunnen vinden waarom hun naam Soldaten ara (militaris) is. Misschien dat toen ze ontdekt werden en hen een naam gegeven werd, de soldaten in Zuid Amerika er qua kleur zo gekleed uitzagen?

Nu ik foto’s van ze zie denk ik dat het mogelijk kan zijn dat dit de ara’s waren die een collega van mij vroeger had.
Hij had er twee en ze naar kantoor meegenomen toen ik jarig was. Ik werd gevraagd op zijn kamer te komen en daar zat het tweetal. Hij wilde dat ze wat zeiden, hij had (volgens zijn zeggen)  Lang zal ze Leven met ze ingestudeerd, maar ze zeiden NIETS.
Ze maakten wel geluid, maar daar konden we met de beste wil van de wereld geen Lang zal ze Leven uit halen!

De aantallen soldatenara’s zijn sterk gedaald in de afgelopen 50 jaar, vanwege vernietiging van hun leefgebieden maar ook door de mens (vangst voor handel in huisdieren)
Ik las dat geschat wordt dat er nog  maar 10.000 exemplaren in het wild leven.

 

 

Lente

Normaliter lopen we na het avondeten een eind. Nu dat, met mijn “rare” voeten (even?) niet mogelijk is, wordt het óf een heel klein rondje lopen óf we fietsen een stuk.
Verleden week werd het op een avond fietsen.
We zagen broedende meerkoeten, een zwaan op een nest en een stuk verderop  het andere zwanenzwaantjesechtpaar met…. 7 jonge zwaantjes (pulletjes) Grijs en wollig.
Waarschijnlijk vermoedden pa en ma zwaan dat we brood bij ons hadden want ze kwamen, gevolgd door hun kroos, vlakbij.

 

 

 

In de weilanden daar vlakbij graasden veel ganzen tussen de bloeiende paardenbloemen en in de berm naast het fietspad stond het koolzaad prachtig geel te wezen: samen met het  frisse groen was dat een prachtige kleurencombinatie.

In de hoge bomen was het een enorme herrie; de reigers hadden er hun nesten; ik telde zo al 12 nesten.
Verderop in de wei stonde zwarte schapen mét lammetjes. Hun hoofden hadden een aparte vorm en er liep een witte streep over hun kop (Zwartblesschapen zag ik later)
Een stukje verder liep het fietspad dood. Een bord meldde dat we wel het hek door mochten, maar dan wandelend. Geen optie voor mij. Dus dezelfde wegfietsend weer terug.

We hadden (weer) even de lente opgesnoven

Betrokken mens

Ik houd van betrokken mensen. Mensen die bezig zijn mét en zich inzetten voor een vereniging, een hobby, het milieu, de natuur. Kortom bevlogen mensen.

Eén van de caissières van de supermarkt waar ik altijd kom is (amateur?)fotografe.
Bij evenementen in de regio komen we haar wel eens tegen met haar fototoestel met telelens om haar nek.
Ze zet de foto’s ook op haar facebookpagina maar, omdat ik daar geen lid van ben kan ik de foto’s daarop niet zien, alleen zien op haar viewer, als ik haar tegenkom.

Vandaag zat ze achter de kassa en vertelde me dat ze gisteren de ooievaar (aan het broeden op een speciaal daarvoor neergezette paal in een naburig stadje) had gefotografeerd.
Ze werd, al vertellend, boos, zag ik. Wat bleek?
Er was een vliegtuig heel laag overgevlogen; de ooievaar was geschrokken en landde midden op de weg. Dat leverde haar dan wel een mooie foto op, maar het was NIET goed voor de ooievaar of de eieren. Gelukkig was er, op dat moment geen verkeer op de weg. Ze had de vliegtuigkenmerken genoteerd en naar de opdrachtgever een boze mail gestuurd. “Wat dacht hij wel? Laag vliegen bij zo’n ooievaarsnest”
Ze werd er nog boos om.

 

ooievaar
foto van vorig jaar (niet van haar

 

Ze gaat de meeste dagen wel even bij het nest kijken om foto’s te maken.


Verleden jaar was zij de eerste ( met haar telelens) die wist dat er geen 2 maar 3 jonge ooievaars waren geboren.

Alweer dierenleed.

De zondagen dat er formuleraces op t.v. zijn, zit mijn lief, afhankelijk van in welke tijdzone de race zich afspeelt, een groot deel van de dag aan de buis gekluisterd; voorbeschouwing, nabeschouwing, de hele reutemeteut wordt bekeken.
Ik vermaak me ondertussen met andere dingen en meestal gaan we als ALLES is afgelopen nog even naar buiten, de natuur in of zo.

Vandaag was er weer een race en om een uur of half 5 toen het afgelopen was, besloten we nog even te fietsen. In de polder is “ergens” een vogeluitkijkhut. Ooit hebben we hem gezocht en niet gevonden. We besloten vandaag het nogmaals te proberen.
wei

Het is droog en best wel een beetje koud, dus flink trappen door de open polder dan houd je jezelf goed warm. We zagen een ooievaar foerageren in de wei, verschillende meerkoetjes op hun nest zitten te broeden en schapen, heel veel schapen, bruin en wit met lammetjes.
Ik stap mijn fiets af en roep mijn lief: het gaat verderop niet goed, er ligt een lammetje die op wil staan, maar wat niet lukt. Ik wil er op af en klim over het hek, de kudde staat me aan te kijken.Ik weet niet of schapen inmenging in hun wereld tolereren en hoop er maar het beste van.
Ik loop naar het lammetje toe, geen schaap verspert me de weg. Ik probeer het op de pootjes te zetten. De pootjes klappen weg onder het lijfje, dit is NIET GOED.
Mijn lief stelt voor om het lammetje mee te nemen naar de dichtstbijzijnde boerderij.
Die is echter best ver weg en ik ben bang dat mijn kleine fietstas geen goede behuizing is voor een mogelijk gekwetst lammetje. Dus rijden we naar die “verre” boerderij.
Daar aangekomen loop ik om de boerderij; kalfjes kijken me vanuit de stal aan en een poes loopt met hoge staart op me af.
Ik zie geen mens, loop een hek door, dan gaat er een deur open en komt een vrouw me tegemoet.
Ik vraag of ze weet van wie de schapen daar in de verte zijn; ze denkt van wel.
Ik vertel over het lammetje. Ze vraagt hoe oud ik denk dat het lammetje is. Ik heb werkelijk geen idee. NIET pasgeboren, niet liggend  vlak naast een moeder schaap, maar verder???
“Een dag, een week?” probeert de dame. Ik heb er ECHT geen verstand van en dat zeg ik ook.
Ze gaat bellen met de eigenaar en anders zal haar man er even gaan kijken.
Ik bedank haar.
Zij bedankt mij.
We hebben geen zin meer in de vogelhut.
We gaan naar huis, een beetje droef, vanwege het “zieke?” lammetje.

Dierendood

Vanmorgen lag er een klein, bloot, dood vogeltje op de vlonder.
Uit de dakgoot gevallen? Uit de bek van een roofvogel? Of door ma of pa zelf het nest uitgegooid omdat deze geen kans van overleven had?
Ik wéét: dit is naast zwanen die eieren leggen, appelbomen die in bloei staan en  kikkervisjes die de vijver bevolken ook natuur, maar hier word ik verdrietig van.

Ik heb het vogellijkje begraven, niet in een doosje met watten, zoals de kinderen vroeger een dood visje begroeven, maar gewoon zó in de  zwarte aarde op een schaduwrijk plekje; een dood vogeltje ook  een respectvol einde, ook als hij plat op een vlonder de dood vindt.

Brilbladneusvleermuis

vleermuis De Carollia perspicillata komt oorspronkelijk uit Suriname en komt nu in Paraquay, Bolivia en Mexico, Frans Guyana én dus in Artis (Amsterdam) voor.
Het is één van mijn artisblokdieren.

Ooit ben ik met een vleermuizenexpert ( Zomer Bruijn) op een bootje door Amersfoort gevaren. Hij had een batdetector bij zich en liet ons, inzittenden, de vleermuizen horen. Vleermuizen zenden een soort ratelend geluid uit, zodat je weet dat er één (of meer) in de buurt vliegen. Elke soort zendt op een andere frequentie uit en zo “leerden” we een aantal verschillende vleermuissoorten kennen.
Een vaartocht om nooit te vergeten!

Ook ben ik met een avondwandeltocht door een bos mee geweest, waarbij een vleermuizengids ons “alles” vertelde over vleermuizen. Boven een open plek in het bos zagen we er een paar in de lucht, maar wat me vooral bij is gebleven zijn de aanwijzingen hoe je kunt zien dat er vleermuizen in een boom huizen; Een soort “stroompje” langs de boomstam. De vleermuis hangt ondersteboven, laat zijn plas naar beneden lopen, dat is bij een “vaste” vleermuisboom te zien.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERADe brilbladneusvleermuis (waarvan MIJN eerste kennismaking op mijn artisblok) heeft ongeveer 5 tot 6,5 centimeter van kop-romplengte en weegt 10 tot 20 gram. Hij(zij) jaagt in zwermen van een paar honderd vleermuizen. Ze kunnen ongeveer 9 jaar oud worden

Bij zonsondergang vliegen ze uit en gaan op zoek naar fruit in een gebied tot ongeveer 1,5 kilometer afstand van hun slaapplaats. De brilbladneusvleermuis eet voornamelijk fruit zoals piper, banaan en zaadjes, mango, koffie, amandel, guava en pitten van vruchten.
Er worden meestal 2 keer zo veel mannetjes geboren als vrouwtjes, maar omdat de levensduur van de vrouwtjes langer is dan die van de mannetjes blijft de verhouding 1:1.