Bijen alom

Afgelopen weekend was de Nationaal Bijentelling.
Ik heb dit jaar niet meegedaan.
Toch hoorde ik van allerlei kanten “bijennieuws”

Een familielid stuurde me een foto van zijn nieuwe bijenhotel. Gekocht mét toekomstige bewoners.
Die zitten in het kartonnen kokertje dat je onder het hotel plakt.
Als de temperatuur ze goed genoeg lijkt komen ze eruit.
Eén is er al te zien.
Het zijn rosse metselbijtjes, een solitair soort, werd erbij gezegd!

Van een ander, overzees, familielid kreeg foto’s van door hem gemaakte “homes for queen bees”
A queen nursery;  appte hij.
De koninginbij legt er haar eitjes in en sluit de gaatjes af.
De larven eten zich, het volgende jaar, de weg naar de uitgang, vliegen uit en gaan daarna zelf weer “ergens” eitjes leggen. Bij voorkeur in de tuin van mijn familielid in een, eigengemaakt, leegstaand koninginnenhotel

Een vriend is imker, dus hebben we altijd heerlijk, door hem zelf geslingerde honing.

Er ligt, bij ons, in de lectuurbak onder de koffietafel, een vel met plaatjes van allerlei soorten bijen zodat ik kan herkennen welke bij in onze tuin hoe heet!

Zelf hebben we ook 2 (zelfgemaakte) insectenhotels in de tuin hangen waar af en toe ook een bij in/bij zit.

Er zitten momenteel veel bijen, zweefvliegen en wespen in onze tuin; het gonst nu al behoorlijk, maar……. ze zijn dit jaar NIET geteld.

Vooruitlopend op 2022

Onlangs las ik dat 2022 het Jaar van de Merel *) gaat worden!
Waarom? En waarom dan pas?

De merel blijkt één van de belangrijkste broedvogels in Nederland. De populatie nam alsmaar toe.
Tot 2016, daarna nam de populatie met zo’n 30% af.
Waarom?
Dat weet men niet. Daarom wil men gaan onderzoeken waarom deze populaire tuinvogel minder in Nederland voorkomt.
Deels komt dit, weet men, door het Ushutu virus, genoemd naar een rivier in Swaziland (Afrika)
Het virus wordt overgedragen door steekmuggen; de meeste zieke merels gaan na een paar dagen dood. (Vindt u een dode merel meldt dit aub bij: www.sovon.nl/dodevogels)
Doch er blijkt meer aan de hand met de merels!


Vogelbescherming Nederland en SOVON (non-profit vogelorganisatie die ontwikkeling van vogels in Ned. bijhoudt) hebben 2022 uitgeroepen tot jaar van de Merel maar gebruiken 2021 om vooronderzoek te doen (de focus ligt vooral op nestonderzoek)
Merels zingen vooral ’s avonds, ze bakenen zo hun terrein af, overdag moet er voedsel gezocht worden

Merels zijn vrij opvallende vogels behalve…..na het laatste legsel eind van de zomer, dan gaan ze in de rui en houden zich wat schuil, ze zien er dan ook wat “rommelig uit” met soms een kalige kop.



*)De merel is een zangvogel, behorend tot de familie van de lijsters, wetenschappelijke naam: Turdus merula

Vogelbrein

Vogels zijn slimme beestjes.
Dat weten wij mensen nog niet zo lang.
Eerst vonden wij onszelf superieur, toen ontdekten we dat primaten en dolfijnen ook wel slim waren en vandaar af zijn we ons voor het intellect van allerlei andere beesten gaan interesseren.

De laatste gemeenschappelijke voorouder van mens en vogel schijnt meer dan 300 miljoen jaar geleden bestaan te hebben; daarna hebben mens en vogel een gescheiden evolutie meegemaakt.*)

Vogels kom je overal op de wereld tegen van de evenaar tot de polen; als klasse bestaan ze al meer dan 100 miljoen jaar; ze zijn een van de succesnummers van de natuur.
Ooit was er een oervogel,  de voorouder van alle vogels, nu zijn er 10.400 soorten vogels, las ik.
Toen ik dat ging verifiëren vond ik elders een getal van 9.200 (op de Soortenbank)
Laten we het er maar op houden dat het er VEEL zijn ( want wat is de waarheid?)

Ooit las ik het bewezen verhaal dat een ekster een slimme vogel is; er zijn namelijk proeven gedaan om te zien of deze vogel zich zelf herkent in een spiegel. JA DUS.
Eerder was dat alleen bekend bij mensapen, dolfijnen en olifanten


Het onderzoek: Een spikkel werd op de borst van de ekster geplakt en de ekster werd voor de spiegel gezet.
De ekster keek in de spiegel, naar zichzelf en ging toen de sticker op zijn borst wegklauwen en pikken ( het werkte bij meerdere eksters, niet bij andere vogelsoorten)

Een vogel heeft een klein hoofdje, maar niet alleen de omvang van de hersenen is voor de capaciteit belangrijk, het aantal neuronen, wáár deze zich bevinden en hoe ze verbonden zijn ook.
Het is gebleken dat vogelbreinen een hoog aantal neuronen bevatten op plekken wáár dit telt met dichtheden vergelijkbaar met een primatenbrein én schakelingen die op die van de mensen lijken

Wat ik ook zo’n leuk verhaal vindt is dat van de pimpelmezen, koolmezen en (in veel mindere maten) van roodborstjes.

Engeland 1921 in  Swaythling; de melkboer zet glazen flessen met metalen folie melkdoppen voor de voordeuren.
Er komen bij de melkboer steeds meer klachten dat er gaatjes in de doppen zitten (en de melk daardoor zuur wordt) Bij nadere inspectie blijken kool- en pimpelmezen de veroorzakers van de gaatjes te zijn en de room, bovenop de melk te verschalken.
Dit verschijnsel verspreid zich over heel Engeland, Wales en Ierland.
Het blijkt dat de mezen het elkaar “leren”

Wat was er dan met die roodborstjes?
Die deden het “soms” ook wel eens, maar niet in de hoeveelheden van de mezen. De verklaring daarvan vonden vogelkenners in het feit dat roodborstjes niet zo sociaal zijn, niet in groepen leven en dus ook minder hun kennis onder hun soortgenoten verbreiden.

Het leuke vind ik ook dat je vogels OVERAL vindt, bos, hei, tuin, park en vakantieadres waar dan ook!
En dat er zoveel verschillende soorten zijn.
Duiven kunnen bijvoorbeeld beter navigeren dan mensen; er zijn ook vogels die ontelbaar veel liedjes kunnen herkennen, vogels die bessen kunnen verstoppen en later weer vinden en vogels die (net als primaten) hulpstukken kunnen gebruiken, kortom allerlei soorten SLIMME vogels!







*) In 1861 werd het fossiel ontdekt van Archaeopteryx, een van de oudst bekende vliegende dinosauriërs,  een oervogel van 150 miljoen jaar oud, die toen leefde in het gebied dat nu Duitsland is

Nagekomen vogelbericht
Momenteel wordt de grutto in ons land bedreigt!
Help dit te voorkomen.
Teken de petitie op: https://www.vogelbescherming.nl/petitie-aanvalsplan-grutto/
( Al 11.565 mensen gingen u voor)

Vogeleieren en meer

In dit jaargetijde beginnen de vogels weer met takjes en dergelijke te slepen om een nest te maken.
Sommige vogels beginnen met niks, andere nemen een nest van vorig jaar en knappen  het wat op én er zijn vogels die een kant en klaar vogelhuisje confisqueren.


In onze tuin heb ik al kool- en pimpelmeisjes ons vogelhuisje zien binnengaan, maar nog geen idee of één van hen ook daadwerkelijk voor deze woonruimte gekozen heeft.


Het leuke vind ik ook altijd dat de aankomende ouders allerlei materiaal geschikt vinden voor hun nest. Vroeger, toen onze hond er nog was en vaak in de tuin lag, zagen we nogal eens een vogel wegvliegen met een hele bek met hondenhaar.
Nu heeft de buurman een soort uitvallende graspluimen die door de vogels in hun snavel meegenomen worden.
Ook  van een plantje dat ik op de tuintafel heb staan wordt regelmatig het mos uitgepeuterd: ze zijn er maar druk mee.

Er zijn natuurlijk altijd “vroege” klanten;  een familielid heeft al duivenkuikens in zijn hulst!
Bij ons zijn ze zo ver nog niet.


Andere tuinbeesten hebben we al wel: de vijver is vol van kikkers; 3 op elkaar, 2 op elkaar, overal zijn groepjes kikkers tezamen en…. er is ook al kikkerdril. Géén idee hoe onze vissen dat vinden.

Lekker?
Elk jaar hebben we wel wat kleine kikkertjes, dus “iets” komt er wel van uit.

Bij de tuinmuisjes hebben we wel al kleine muisjes gezien. Behalve de 3 die er deze winter waren, lopen er minstens nog 2 rond We moeten gaan vangen vóór we een kolonie krijgen, de muizenval is al te voorschijn gehaald. Zodra er één inzit brengt mijn lief hem minstens 250 m van ons huis en laat hem daar los en dat herhalen we tot ze allemaal weg zijn.
En dan maar hopen dat ze de weg niet terug weten ( de muizen, niet mijn lief!)


De lente ademt verwachting!


Huisdieren en vlees

Onze consumptie van vlees MOET verminderen, het is ontzettend belastend voor onze planeet:
Dierlijke producten zijn verantwoordelijk voor ongeveer 60% van de voedsel gerelateerde uitstoot van broeikasgassen.*) Dan hebben we het nog niet over dierenwelzijn en je eigen gezondheid.

Minderen dus! Er zijn veel mensen die dat al doen: Veganisten, vegetariërs én minder extreem flexitariërs. Tot die laatste groep behoor ik zelf; een paar dagen per week eten we geen vlees.

Ik wil het nu even niet over vleesetende mensen hebben maar over huisdieren.
Persoonlijk heb ik nooit gedacht aan hoeveel vlees onze huisdieren (honden en katten) te eten krijgen.

Onlangs las ik een artikel over een onderzoek van de Universiteit van Edinburgh (opgericht in 1582 in de, sinds 1437, hoofdstad van Schotland) Daaruit blijkt dat  het produceren van dierenvoer **)jaarlijks zo’n 49 miljoen hectare aan landbouwgrond nodig heeft om alle honden en -katten ter wereld van voer te voorzien.  Wat betreft de uitstoot van CO2, bij het produceren van diervoerder: zou  de DiervoedersTan (Tan=Totaal Ammoniakaal stikstof)  op de zestigste plek van de wereld komen.

De conclusie van de onderzoekers luidt, nadat ze de voornaamste ingrediënten van 280 soorten Europees en Amerikaans droogvoer voor honden en katten hadden geanalyseerd en daarna keken naar de milieu-impact die de productie van deze ingrediënten met zich meebrengt, dat er meer aandacht moet komen voor de problematische gevolgen van dierenvoer.
Dat is, volgens de onderzoekers, heel hard nodig.

Ik heb ook ergens gelezen dat er meer huisdieren tijdens deze COVID 19 pandemie worden aangeschaft; door het coronavirus blijven mensen gedwongen massaal thuis (werken thuis) en willen dan wel dierengezelschap, getuige de toegenomen vraag bij asiels en fokkers.
Als het aantal huisdieren toeneemt neemt ook de bijbehorende CO2-uitstoot toe!

In het artikel dat ik las ik ook over een onderzoek van de Universiteit Maastricht (2019) dat onderzoek kwam tot vergelijkbare conclusies, bovendien maakten zij zich zorgen over de toenemende obesitastrend; huisdieren zijn vaak (veel te) dik! En dat is dan weer, behalve voor het dier, ook extra belastend voor het milieu.

Een oplossing wordt in dit artikel niet aangereikt; vegetarisch huisdierenmenu zou een optie kunnen zijn, ware het niet dat katten carnivoren zijn en dus vlees NODIG hebben om hun lijf te laten functioneren.
Ook staat er in het artikel,  dat het de vraag is  of louter plantenvoeding gezond is voor honden.
Een suggestie is wel om dan in plaats van rundvlees (het meest belastende vlees voor het milieu) dan pluimveevlees of vissenvlees te gebruiken als huisdierenvoer-ingrediënt.
Knappe koppen zijn hierover aan het nadenken en er proeven mee aan het doen, want dát er iets moet gebeuren is duidelijk.

Nawoord

Natuurlijk ben ik, na het lezen van het artikel, meteen gaan kijken waarvan vijvervissenvoer dan gemaakt is (want vijvervissen zijn de enige huisdieren die WIJ momenteel hebben)
Wat blijkt: één van de bestanddelen van dit voer is: vismeel.
Onze koi’s blijven netjes van onze sarasa’s en goudvissen af (hoewel: misschien zouden we veel meer jonge visjes moeten hebben maar zijn die, door ons ongezien, in de koimagen verdwenen!) maar in hun voeding zit wél een bestanddeel van andere vissen!
IK ga ze dat niet vertellen!


*) Vlees is verantwoordelijk voor 40 procent van broeikasgassen die vrijkomen bij productie van het voedsel van de gemiddelde Nederlander De veehouderij die al dat vlees produceert, stoot broeikasgassen uit, verbruikt veel water, heeft wereldwijd veel ruimte nodig voor de verbouw van veevoer en kan een mestprobleem veroorzaken. (Bron MilieuCentraal)

**) er is ook water nodig om dit diervoer te produceren, daarover “zegt” het onderzoek: Zo’n 0,2 tot 0,4 procent van het wereldwijde waterverbruik in de agrarische sector komt ten goede aan het dierenvoer.

Stenen


Ik heb iets met stenen.

Het Joodse gebruik om een steentje op een graf achter te laten om respect te betonen, om te laten zien dat je geweest bent, om te laten weten dat de dode niet vergeten wordt, om bij te dragen aan de symbolische grafsteen vind ik prachtig (en heb ook als niet Joods op menig graf een steentje achter gelaten)

Qua “stenen” vakantie was Ierland heel bijzonder, in Connemara (Nationaal Park) zijn veel stenen, cairns genaamd.
Heel veel (kleine) stenen liggen daar op elkaar gestapeld.
Vroeger was dat om vreemdelingen de weg te wijzen. Tegenwoordig stapelt elke toerist die er langs komt een paar stenen op elkaar om “iets” van zichzelf daar achter te laten (ook ik deed dat)

Van bijna elke wandeling of vakantie neem ik wel een of meer stenen mee.
De gewone, lichtgekleurde gaan in de voortuin, in een rand naast ons tegelpaadje.
De bijzondere zitten óf in een jaszak, zwerven “ergens” in huis óf zijn weggegeven.
Of, en dat zijn de meesten, belanden in mijn rotstuintje.

In een donkerhoekje onder de bamboe waar “bijna” niets wil groeien heb ik mijn” rotstuintje” gecreëerd.
Tuintje is een te groot woord: allerlei rots- en heideplantjes heb ik tussen de stenen geprobeerd, bijna al het levende gaf het na verloop van tijd op; de bamboe “pikt” al het water daar.
Momenteel liggen e wat afgevallen bladeren op (beschermen met heftige vorst het levende iets dat er nog wél groeit) en ziet het er niet uit, maar in de lente, na de grote schoonmaak is het weer een leuk (herinnerings) hoekje


Ook kreeg ik ooit een vriendschapssteentje een, in de vorm van een hartje, rood geschilderd steentje, het ligt op mijn kleine altaartje

Onlangs kreeg iedere buurtbewoner van een Welzijnsorganisatie een “pakketje” om de Coronatijd door te komen met een puzzel met pen, 1 kopje koffiebon voor “als het weer kan”, een pakje stroopwafels, lootjes voor een loterij, een recept én een idee om een zwerfkei(tje) te beschilderen en ergens in de wijk achter te laten. Een leuk initiatief, waar ik gehoor aan heb gegeven: ik heb “ergens” beschilderde steentjes achtergelaten.
Na eerst uitgezocht te hebben, welke stenen uit mijn tuintje ik zou gaan beschilderen.
Die stenen lieten het me zelf laten weten en zijn inmiddels beschilderd en achtergelaten.

Van mijn wandeling in de bossen van Warnsveld (blog van een paar dagen geleden) kon ik de grote K-tegel niet meenemen, wel vond ik een klein steentje met een nummer erop. Geen idee waarvan het geweest is, maar bijzonder vond ik het wel.

Opkikken

In onze vijver in de tuin zitten behalve vissen ook schaatsenrijders (nu in diapauze), de hoogst ontwikkelde familie van de oppervlaktewantsen*); een enkele salamander; (nu waarschijnlijk ergens buiten de vijver aan het winterslapen) klein microbiologisch leven onzichtbaar voor mensenogen én kikkers.

kikkers in april

Kikkers houden ook een winterslaap maar zijn daar niet fanatiek in; een enkele keer zie ik op de bodem of onder de rand van de vijver een kikker traag bewegen.  Opgeschrikt uit winterslaap, of even rek en strek-oefeningen aan het doen

Het mooie van een vijver is dat er altijd “leven” in zit, al is het ’s winters allemaal wat traag.
In deze lockdowntijd, zien we, meer wandelend door de wijk, ook in voortuinen vaak vijvertjes, soms met beeldjes ernaast, vaak van kikkers of vissende kabouters!

Kikkers doen ons, mensen, wat! Misschien niet de gladde, glibberige beesten zélf, maar wél hun beeltenis.
Onlangs kreeg ik een “opvrolijkkaart”
Een lieve wens van een lief mens.
Een kaart met een kikker op de voorkant: een (OP)KIKKERTJE!

De commercie heeft plaatjes van de kikker omarmt vanwege de naam én de associatie met opkikkeren
Hoe dat kwam?

Dát heb ik even nagezocht en het blijkt (etymologisch) dat het woord opkikkeren oorspronkelijk opkikken was.
Kikken (1875)= een klein geluid geven: Hij geeft geen kik!
Hij hoeft maar te kikken, of ze staat al voor hem klaar!
(Toen zat er volgens mij nog geen enkele associatie met de kikker in.
Heeft u wel eens een kikker een “zacht” geluid horen geven? Ze kwaken meestal uit volle borst!!)

Het woord opkikken werd vroeger ook gebruikt voor opbeuren, opmonteren.
Dát opkikken werd verworden tot opkikkeren; een woord  dat NU verwijst naar het levendige, springerige van een kikker.





*) Schaatsenrijders komen ook op zee voor en zijn de enige insecten die een vuile zee kunnen overleven

Oorzaak en gevolg?

Wij wonen in een mooie omgeving. De polder en het water (Gooimeer) binnen loopafstand.
Ook  hei en bos zijn, hoewel “iets” verder weg (15 min by car) ook binnen bereik.

Dus hebben we gisteren de auto vanonder 3 dagen sneeuw gegraven (hij deed het bij de eerste startpoging!) en reden we naar een bos om daar “nog even” van de mooie witte sneeuw te genieten.
Het wordt warmer en het KNMI verwacht dat we minder “potentiële” sneeuwdagen dagen krijgen (10 tot 20 % minder sneeuwval per graad opwarming) De wind uit noordelijke streken die ons eerst de sneeuw bracht, gaat in de toekomst meer regen aanvoeren. 

In het bos waren we niet de enige auto die op dat zandpad wilde parkeren. Er stonden al 2 “gewone” auto’s en 2 soort busjes met hondenpootjes erop; HUSSEN dus (niet met je neus er tussen, maar HondenUitlaatServices)

Het valt me elke keer met sneeuw weer op hoe anders de sneeuw blijft liggen (of eraf valt) op een naald- of loofboom.

We waren in een gemengd bos, dus we zagen veel loof bomen waarop de sneeuw al bijna weg was, maar ook naaldbomen met een flink pak sneeuw er nog op.

Wat mij het meest verbaasde (deze keer) waren de vormen van de sliertjes sneeuwijs die van de (loofboom)takjes gegleden waren; ronde vormen, het leken wel dikke spaghettislierten! In één boom zag ik zelfs  in de  afgegeleden sneeuw een olifantje!

De pootafdrukken waar meestal van honden (grote én kleine) maar ook van vogels (tenminste dat vermoed ik van dit spoor) Deze leek op dat van een reiger in onze tuin, maar ik denk niet dat een reiger ook in een bos zit!?

Het zicht van omgevallen bomen, die tegenwoordig (bijna) altijd in een bos blijven liggen ( dát hout brengt kennelijk niks meer op) geven me vaak een triest gevoel. Met een laag sneeuw erop is dat anders. We zien twee bomen die een soort vork vormden voor een omgevallen boom die ze “gered” hebben van een val op de bosgrond.


Bomen die dreigen om te vallen maar door “iets” tegengehouden worden lijken met sneeuw een soort trap naar de hemel.

Een knisperige wandeling met, zo leek het: extra schone lucht!
Met veel enthousiaste honden die (bijna) allemaal wilden weten of we hondenkoekjes in onze zakken hadden. Teleurstelling alom.

Wij kregen bij het naar huisgaan onze eigen teleurstelling te verwerken; na zo’n heerlijke boswandeling zou een opgewarmde appelflap heerlijk smaken, maar hoewel de vanen én de vlag met tekst elke dag open, vrolijk wapperden waren de luiken van de kraam dicht, de borden op de grond (gewaaid), het zag er verlaten uit.

Gerechtigheid: Geen hondenkoekjes in de zak voor eventueel tegen te komen honden?
Géén appelflappen voor hongerige wandelaars!

De cosmos regelt het allemaal zelf!

(Huis?)Muis.

Wij delen onze tuin behalve met vijvervissen (zelf gekocht) kikkers en salamanders (wild; aan komen lopen, springen) vogels ( wild, af- en aanvliegend) de laatste tijd ook met muizen. Ik heb geen verstand van muizen, maar hoewel ze in de tuin leven, vermoed ik dat het huismuizen zijn.
Het grootste aantal dat we tegelijkertijd gezien hebben is drie.


Muizen zijn knaagdieren en knaagdieren vormen de grootste groep binnen de zoogdieren; bijna veertig procent van alle zoogdiersoorten behoort tot deze orde en zijn cultuurvolgers met een kosmopolitische verschijning.
Dat laatste heb ik (natuurlijk) niet van mijzelf maar van Wikipedia.
Het kosmopolitische betekent dat muizen bijna overal ter wereld voorkomen (ik geloof alleen op Antarctica niet) en cultuurvolgers wil zeggen dat ze voor verspreiding gebruik maken van de mogelijkheid die de mens biedt.

In onze tuin maken ze gebruik van de mogelijkheden die we de vogels bieden; ze eten van de vetbollen die we voor de vogels ophangen.
De vogels, voornamelijk mussen (en in deze tijd ook veel spreeuwen) die hier van de vetbollen eten én de muizen leven naast elkaar. Ze schrikken meestal niet van elkaar. (Eén van de oorzaken zou kunnen zijn dat muizen slecht zien; het zijn eigenlijk nachtdieren)
Wél zijn de muizen, als er een Vlaamse gaai in de buurt van de vetbol landt, razend snel verdwenen. Normaal lopen ze langs de takken omlaag, maar ik heb nu al 2x gezien dat ze (van schrik?) bij het aanvliegen van een grotere vogel (spreeuw soms ook) zich van de hoogte van de vetbol “laten vallen” en  dan meteen tussen de bladeren verdwenen zijn.

We zien echt een “show” van deze diertjes, waarvan we natuurlijk hopen dat zij buiten blijven en zo, naast ons, kunnen blijven bestaan.
Omdat ik e.e.a. opzocht kwam ik een paar dingen over knaagdieren te weten:

  • Knaagdieren vormen de grootste groep binnen de zoogdieren; bijna veertig procent van alle zoogdiersoorten behoort tot deze orde.
     
  • Knaagdieren hebben in het bovenste deel van het gebit maar 2 snijtanden; haasachtige hebben er 4  (Een konijn is dus géen knaagdier maar een haasachtige).
  • Alle knaagdieren hebben goed ontwikkelde snijtanden. Ze gebruiken deze scherpe tanden om voedsel te knagen, holen op te graven en zichzelf te verdedigen. De meeste knaagdieren leven van zaden of ander plantaardig materiaal, maar sommige hebben een meer gevarieerd dieet
  • De huismuis en de bruine rat  zijn de knaagdieren met de grootste verspreiding.
  • Een capibara  ook wel waterzwijn genoemd, is familie van de cavia en dus óók een knaagdier
  • De Patagonische *) haas (mara) is familie van de capibara en de cavia en is ook een knaagdier
    (en geen haasachtige zoals ik dacht)


    Tot slot: knaagdieren hebben een belangrijke relatie tot de mens: ze worden (werden) bijvoorbeeld gebruikt als voedsel (rat), voor kleding (chinchilla, bever), als huisdier (cavia, marmot)  en als proefdieren in onderzoek (muizen, ratten).

    Ik wil nog wel een “functie” aan toevoegen: voor amusement!
    “Onze” huis/tuin muizen zijn géén huisdieren (letterlijk én figuurlijk niet) maar we genieten van het zo nabij zien van hun muizenleven.


    En detail van een kunstwerk dat ik ooit op een tentoonstelling fotografeerde en waarvan ik, helaas, de naam van de kunstenaar niet meer weet!


    *) Patagonië- gebied in Zuid Amerika


Labyrint

Zoek en je zult vinden
Ook als je niet zoekt, kun je wat vinden.

Wij zochten niet.
Wij liepen in een bos (ten zuidoosten van Hilversum) en vonden een labyrint!

Dit labyrint, zo staat op een bord, is gemaakt naar het voorbeeld van het beroemde Chartres (hoofdstad van het Franse departement Eure-et-Loir) labyrint
Het labyrint, dat dáár te vinden ligt op de vloer van de (Onze Lieve Vrouwe)kathedraal van Chartres en staat symbool voor de levensweg
Pelgrims (de kathedraal werd gebouwd tussen 1194 en 1220) moesten het labyrint volgen tot aan het midden; vandaar konden ze de bijzondere ramen van de kerk bewonderen.

Foto’s Chartres: Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=510275

In/bij dit labyrint in het bos “moet” niets, je kunt de weg naar binnen gaan, maar je kunt het ook niet doen; als je het wél doet loop je één kilometer.

Een onverwachte “schat” in een verder “leeg”(qua mensaanwezigheid) bos.