Nationaal Bomenmuseum Gimborn

In 1925 werd Max Theododor von Gimborn, (1872-1964) een Duitse inktfabrikant die in 1916 de Nederlandse nationaliteit kreeg, de grondlegger van het Von Gimborn Arboretum in Doorn.
In 1907 begon hij met zijn bomenverzameling eerst op 5 ha terrein maar in 1924 kocht hij een groter terrein in Doorn (47 ha.)

Hij kwam naar Nederland omdat in Emmerich (zijn geboorteplaats)”… de stoomboten te veel rook maakten voor zijn blauwdennen
Hij  begon zijn inktfabriek én een tuin in Nederland in Zevenaar.
Omdat zijn bomenvoorkeur uitging naar coniferen, die het op de kleigrond van Zevenaar niet zo goed deden, begon hij in 1907 een nieuwe bomentuin in Doorn.

Zijn inktbedrijf verkocht hij in 1931 aan Pelikan en de tuinen kwamen na zijn dood in eigendom van de Universiteit van Utrecht, die in 2009 de tuinen op haar beurt weer overdroeg aan een Stichting (Von Gimborn Arboretum) die het Nationaal Bomenmuseum Gimborn, zoals het nu heet, beheert. Veel vrijwilligers houden de tuinen in tiptopconditie

Zelfs de toilet ziet er uit alsof je in de natuur bent; de deuren zijn prachtig beplakt

De tuin zelf heeft prachtige doorkijkjes, waterpartijen en heideplantsoenen.
Je loopt rond en wordt steeds weer verrast met bijzondere struiken, bomen en planten.


Ook “gewone” struiken blijken iets verrassends te hebben, zoals een (parasol)magnoliaboom die, verscholen tussen de bladeren felroze vruchten blijkt te hebben.

We zien ook een bijzondere boom/plant met 3 soorten verschillende bladeren eraan, één vingerige, 2 vingerige en 3 vingerige bladeren aan één stam/tak. Helaas heb ik de naam van een bordje van een andere plant genoteerd! Dus weet ik niet hoe dit bijzonder exemplaar heet!

De Japanse notenboom draagt erg veel vrucht, maak kennelijk zijn ze nog niet rijp, want er ligt (nog) geen vrucht onder de boom.

We zien trouwens meer bomen met vruchten. Als ik tegen mijn lief zeg ”Kijk, een appelboom” richt een geknielde, onkruidtrekkende vrijwilliger zich op en zegt: “Kweeperen, mevrouw.”
We danken voor de informatie, die hij nog meer met ons deelt “Men maakt er gelei van”.

Ergens anders hangen mooi apart gevormde zaaddoosjes aan een tak, op het bordje staat dat de boom een bergsneeuwklokjesboom is!

In tegenstelling tot liefelijke (zachte) tafrelen zien we ook de rechte stammen van Douglassparren in een keurige rechte rij.
Stoer, mooi op een andere manier.


De verscheidenheid aan bomen, planten en struiken is groot.
Ook al is het eind september er zijn, behalve de voor de hand liggende planten als herfsthooi en hei

ook nog andere planten die pronken met bloeiende bloemen, zoals de verschillende soorten hortensia’s.

Er zijn veel, meest mannelijke, vrijwilligers aan het werk in deze grote, prachtige tuin, zij verplaatsen zich met (geluidloze) fietsen; invalide bezoekers kunnen in een(stil) golfkarretje rondgereden worden en verder zijn het wandelaars die, al zijn het er veel, zich verloren kunnen lopen op de vele slingerende paadjes. Stilte en natuur: een prachtige combinatie.
Nationaal Bomenmuseum Gimborn: Echt een aanrader.

Ode aan de Natuur (2)

Vervolg van de keramiekexpositie in het Nationaal Bomenmuseum in Doorn

Als we voorbij een beeld stenen voluptueus vrouwenfiguur )lopen vraagt een heer ons wat we er van vinden. Mijn lief zegt “mooi”, ik onthoud me van commentaar.
“Ja he?” De man straalt ”Ik heb het net gekocht”
Nu ben ik erg blij dat ik mijn mening niet gegeven heb. Zijn vrouw drukt zijn arm “Eind oktober mogen we het mee naar huis nemen!
Mijn man vraagt nog of ze er een mooi plekje voor hebben. Dat hebben ze.
We lopen door; in deze tuin lopen in ieder geval 2 gelukkige, kunstminnende mensen.
(geen foto van het vrouwenfiguur, ik vond het beeld niet mooi/spectaculair /opmerkelijk of /verrassend!)


We krijgen door dat als er een rood stokje náást het kunstwerk staat of een rood bandje eromheen, het werk is verkocht .Wij hebben, (zuinige Hollanders) géén catalogus gekocht!

Om aardig wat kunstwerken zit een rood bandje!
Bij een kunstwerk van heel veel blauwe vogels zitten heel wat ( ontsierende) rode bandjes; op het nummerbordje bij het kunstwerk staat “alle vogels zijn verkocht”
Er zijn dus al heel wat bezoekers, die in oktober een blauwe vogel gaan ophalen!

Bij een kunstwerk van heel veel blauwe vogels zitten heel wat (ontsierende) rode bandjes, máár op het nummerbordje bij het kunstwerk staat “alle vogels zijn verkocht”
Er zijn dus al heel wat bezoekers, die in oktober een blauwe vogel gaan ophalen!

Zelf zien we ook wel een paar mooie beelden, maar voor een mooi beeld moet je een mooie plek hebben om het kunstwerk neer te zetten óf, in ons geval neer te hangen! Een oude kromme fruitboom zou prachtig geweest zijn. Helaas, die hebben we niet.



Maar we genieten volop van de beelden.
Je kunt iets mooi vinden zonder het te willen hebben!

Ode aan de Natuur is nog in Doorn te zien tot 25 oktober a.s.


blog Nationaal Bomenmuseum volgt nog




Slangeden

Lang geleden was hier, waar ik nu woon, een meent. Een gemeenschappelijke wei waar de koeien van lokale boeren graasden.
Minder boeren, minder grasland nodig.
Er werden huizen gebouwd; er kwam een nieuwe wijk.
Toen wij hier kwamen wonen was het een zandvlakte (met wind dreven mijn lenzen constant mijn ogen uit) Er werd tuinaarde opgebracht en de nieuwe bewoners begonnen een tuin aan te leggen.
Onze hoekburen (we hebben een rijtje van 4 huizen) van toen zette een bijzonder (Chileens) boompje in hun achtertuin. Geen bladeren en geen naalden, maar “schubben” het is officieel een conifeer.

De wetenschappelijke naam is Araucaria araucana  een altijdgroene conifeer, genoemd naar de bewoners van centraal Chili en Zuidwest-Argentinië in wiens gebied de boom oorspronkelijk ontdekt werd:  de Arauco-indianen
De boom heeft veel bijnamen: apenboom, apenpuzzel, apentreiter en kandelaarden.*)
Het verhaal gaat dat de boom, die in het Engels Monkey puzzle tree heet,  zo heet omdat een van de eerste Westerlingen die de vreemde boom met scherpe naalden zag, zei: “Climbing this tree would puzzle a monkey”


De mannelijke en vrouwelijke delen zijn te vinden op verschillende bomen (tweehuizig) maar er zijn ook slangendennen die eenhuizig zijn.
De vrouwelijke kegels zijn bolvormig en kunnen zo groot als een kleine voetbal worden, en bevatten eetbare zaden. In Chili werden deze zaden op grote schaal geoogst,  het was een belangrijke voedingsbron voor de Araucano-Indianen
De mannelijke kegels zijn kleiner en min of meer cilindrisch.

Door vulkanisme en menselijke activiteit kwamen en komen er nogal wat bosbranden voor in het oorspronkelijke slangendennengebied. De boom heeft zich daaraan aangepast en een dikke schors ontwikkeld, als bescherming tegen brand.

Tot het jaar 2000 had de boom in Chili de status “kwetsbaar”; sinds 2013 staat de boom daar als “officieel bedreigd” te boek. Tegenwoordig heeft de boom de status van een natuurmonument!
Het kappen van een slangeden is in Chili verboden.

In Nederland weet ik niet of zo’n boom gekapt zou mogen worden.
Een nieuwe buurman heeft de boom ooit een stukje verplaatst toen hij van de Gemeente een stukje grond bij zijn tuin kocht. De boom heeft daarvan geen schade ondervonden, misschien zelf voordeel; hij is bijna zo hoog als ons huis, met prachtige “bollen” die rijp en bruin worden in hun tweede herfst en dan hun 4cm grote zaden laten vallen.

In 1794 werd de slangeden voor het eerst in Europa ingevoerd

*) Niet apenbroodboom dat is een tropische boom afkomstig uit Afrika die bladeren heeft)
wetenschappelijke naam

Voor vogels?

Wij hebben verschillende vogelvoedersilo’s hangen, het is er altijd een drukte van belang en wij genieten erg van al die vogels in de tuin.

Laatst hadden wij “ergens” een ander vogelvoer dan normaal gehaald; de vogels werden nóg enthousiaster.
Wat bleek? Er zaten tussen de zaden ook meelwormen!
Het specifieke zaad dat ik ergens, en route, gekocht had, kon ik hier nergens krijgen dus kocht ik 15 kilo gemengde zaden, gooide die in mij voorraadton en hoopte nog ergens een zak gedroogde meelwormen te kopen

Gedroogde meelwormen. Niet te krijgen.
In een tuincentrum zag ik “iets degelijk” gedroogd. Ik liep naar de verkoper en vroeg of dit “een soort” meelwormen waren en geschikt om aan de vogels te voeren

Niet precies meelwormen, maar wel zo iets, vogels zijn er gek op. Mevrouw, ze gaan uit uw hand eten” Ik was overtuigd en kocht een zakje  van één liter. Trouwens best duur.
Thuis deed ik een beetje zaden en een beetje van de gammarus (dat stond op de zak)  in de voeder silo. Er kwamen een paar vogels, het leek of ze een hap namen en die uitspuugde.
Normaal is de voedersilo binnen 1 dag leeg, nu zat er een beetje in, de volgende dag hing het er nog.
Ik keek op de zak van de gammarus. Eigenlijk leken het niet op (gedroogde) meelwormen !
En op  het etiket stond een plaatje van parkietjes en een papegaai.
Zou het alleen voor tropische vogels zijn?
Toch maar even googelen:
Gammarus – vlokreeftjes: voor vele dieren een gezonde eiwitrijke traktatie!
…. ook een erg goed voer voor schildpadden;
……. koisnoepjes;
……geschikt voor alle insectenetende knaagdieren, zoals hamsters, muizen, gerbils en ratten.


Voor vogels? Ik zag het niet staan.
Ik gooide het voer uit de silo en vulde hem met “gewone zaden”’ binnen een dag was de silo weer leeg.
Gelukkig hebben we een vijver met koi’s; ik gooide wat gammarus in de vijver, de koi’s kwamen er likkebaardend op af, binnen no time geen gedroogd vlokreeftje meer te zien.


Ik googelde weer en typte nu in vogelvoer gammarus, na een aantal dezelfde sites als ik eerder gevonden had kwam er één (VoerdeNatuur.nl) waarop stond:
Dit vogelvoer is gemaakt van fijngehakte zaden waardoor uw weinig tot geen last heeft van onkruid. Tevens is het voer verrijkt met gammarus, welke een extra eiwitbron vormen voor de tuinvogels.

Het was dus WEL bedoeld voor tuinvogels, zoals de verkoper gezegd had.
Maar aangezien onze koi’s het lekker vonden en onze tuinvogels er op zijn minst nog even aan moesten wennen, bleef de zak in de vissenvoorraadton zitten voor af en toe een verwenmoment voor de vissen!

“Roodborstje tikt tegen het raam”

Het liedje “Roodborstje tikt tegen het raam, laat mij er in” klopt wel en niet.
Een roodborstje kan (herhaaldelijk zelfs) tegen het raam tikken, maar niet omdat hij erin wil, zelfs niet omdat hij “bedelt” om eten. Dit vogeltje wil de “andere” roodborst die hij ziet wegjagen.Hij of zij ziet namelijk NIET dat hijzelf  de weerspiegeling in de ruit is.*)
Hij ziet de “andere” vogel als vijand die hij moet bevechten.


De vogelbescherming vraagt dan ook om, als dit gebeurd, tijdelijk iets op die plek voor het raam te plaatsen zodat de ruit niet meer weerspiegelt en het roodborstje niet meer hoeft te “vechten”.

Dat stieren “gek” worden van een rode lap én dat je dus géén rode kleding moet aan hebben als je een weiland doorkruist waar een stier in huist, schijnt een fabeltje te zijn. Stieren kunnen wél verschil zien tussen rood, blauw en groen, maar de stierenvechter die wappert met een rode lap maakt een stier gek door het wapperen, niet door de kleur (een blauwe lap zou ‘m ook gek maken)**) Hard rennen in een wei zal de stier wellicht alarmeren, wát voor kleur trui je dan ook aanhebt.

Welk dier wél “gek” wordt van de rode kleur schijnt de roodborst te zijn. Een roodborst is erg
territoriaal gericht. Een andere roodborst wordt, desnoods met harde snavel uit zijn territorium verjaagd. Dat gebeurt ook de eerste keer te zijn dat (in de paartijd) een vrouwtjesroodborst het territorium van een mannetjes roodborst binnenkomt. Door “onderdanig” gedrag te vertonen mág het vrouwtje dan “even” wél in ZIJN grondgebied bivakkeren: ze krijgen jongen en op dat moment wordt ZIJN grondgebied “tijdelijk ”in tweeën gedeeld: Vrouw, jij haalt hier het eten voor de kids, en ik daar, als de kinderen ons niet meer nodig hebben:…. wegwezen!

Dat agressieve gedrag op rood is ook de reden dat de roodborstjongen bruin zijn, dan worden ze niet aangevallen door pa of ma!

Het aanvallende gedrag schijnt nodig te zijn omdat roodborstjes leven van insecten, larven, spinnen, slakken en wormen; hij of zij kiest een terrein, dat genoeg voedsel voor hem of haar heeft en verdedigt dat gebied tot het uiterste
Hij/zij bakent dit terrein af door te zingen: mannetjes en vrouwtjes zingen, overdag en ’s avonds en in alle jaargetijden om te laten weten: HIER HUIS IK en BLIJF HIER WEG!
Voedselschaarste is de reden dat een roodborst naar warmere oorden trekt. Niet alle roodborsten schijnen dat te doen, er zijn er ook die in Nederland blijven.(en bij insectenschaarste, af en toe een korstje brood nuttigen)

Er komt nog een blog over een roodborstje. Heeft dit vogeltje je interesse, houd de komende blogs dan in de gaten!

*) De enige vogel die zichzelf wél herkent is de ekster. Dit is ontdekt door de spiegelproef.

**) Bron:   Journal of diary science: “The perception of color by cattle and its influence on behavior” C.J.C.Phillips en C.A.Lomas

Deze exoot moet dood

We lopen in een gebied van het Goois Natuur Reservaat.

Op de achtergrond horen we een “zoemend” geluid van de auto’s van een nabijgelegen snelweg,   verder is het stil.
We lopen op een pad van bruine, verende dennennaalden, afgewisseld met stukken bruine, verdorde bladeren.

De grond alleen al is een stukje verstilde natuur met af en toe een paddenstoel, een eikel of een stuk boomschors.

Vóór ons op het pad, een stuk vooruit, zit een knielende man, groene GNR trui aan, pet op, met de rug naar ons toe in de grond te scheppen, naast het pad staat een fiets.
Het lijkt me een vreemde plek om een dood huisdier te begraven. We kuchen.

De man schrikt op (dat wilden we juist voorkomen) We vragen wat hij aan het doen is.
Het blijkt dat hij Japanse Duizend Knoopplanten met  een klein schepje in de hand aan het uit scheppen is. Hij volgt de wortel, waar een knoop, weer een knoop en zo door zit, die allemaal weer nieuwe plantjes kunnen vormen.

Ik wéét dat deze ooit geïmporteerde plant fundamenten en wegen kan aantasten en dat er geadviseerd wordt ze ook uit je tuin weg te halen en vernietigen.
Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik juist vanmorgen een klein takje, nét boven de grond  uit de tuin heb afgeknipt! NIET uitgegraven!
Niet in de groene bak doen he? zegt de GNR- vrijwilliger.
Ik weet dat deze planten verbrand moeten worden, willen ze écht geen kwaad meer kunnen doen, maar om nou een vuurtje te stoken voor een takje?
“Doe maar in de grijze bak, dan gaat hij vanzelf kapot en komt niet meer in aanraking met aarde zodat hij zich niet meer kan voortplanten”  lost de vrijwilliger het voor me op.

.
Hij vertelt dat ze een groot gedeelte van dit gebied machinaal “schoon “hebben gemaakt van deze plant, maar dat op- en langs paden soms nog een enkel takje de kop op steekt, dat moet meteen weggehaald worden anders wordt het hier weer een Japans Duizendknopenoerwoud.
We vragen hoe het komt dat de plant zich hier in Nederland zo snel vermeerderd en kennelijk in Japan niet zoveel kwaad aanricht. Hij vertelt dat de plant in Japan natuurlijke vijanden (insecten) heeft.Hij dacht een soort kevertjes, maar dat men hier de gok niet durft te nemen om die diertjes te importeren. Je weet immers niet wat je binnenhaalt.

Ik beloof, zodra ik weer een blaadje Japanse Duizendknoop  in de tuin zie, de plant met wortel en al zal uit graven en in de grijze bak te gooien.
We zeggen gedag en lopen door: weer wat geleerd!

Zeepnoten

Een familielid van me heeft een prijs gewonnen met de Nationale Postcode Loterij; over de post kwam een mooi slank doosje met daarin een flesje handzeep en een flesje lotion in een witte, strakke standaard met een kaartje erbij: Samen met u zorgt de Postcode Loterij voor een schonere én mooiere wereld.

Ik wil ook graag een mooiere en schonere wereld, dus wil ik ALLES weten over deze producten.

Ik zocht en vond: In de tropen (India,Nepal, Pakistan) groeit een boom Sapindus (Latijn: Sapo = zeep, Indus= Indië) een zeepnotenboom of ook wel wasnotenboom
De vruchten van deze boom worden sapindus mukorossi genoemd, als de schil in contact komt met water maakt deze “ zeepnoot” een vorm van zeep aan die hypoallergeen is (veroorzaakt weinig of geen allergische reacties)

De noten (eigenlijk steenvruchten) schijnen al eeuwenlang in de landen van herkomst gebruikt te worden voor het wassen van tere stoffen zoals zijde én voor lichaamsverzorging!
Er zijn meer dan 2000 soorten van deze zeepnotenboom. De saponine die de boom afscheidt is om schadelijke insecten, schimmels en bacteriën van de boom te weren.
De vruchten van de boom kunnen pas geoogst worden als de boom tenminste 10 jaar oud is.

Een advertentietekst over deze zeepproducten luidt:
De doppen reinigen stof zonder kleur en vezel aan te tasten. Je hebt geen wasverzachter nodig. Vooral voor mensen met een gevoelige huid, die allergisch zijn tegen synthetische was – en bleekmiddelen zijn de wasnoten ideaal.

Ergens gaat in mijn hoofd een belletje rinkelen (meer een klok waarvan ik de klepel niet kan vinden)
Ooit met een IVN-natuurgids op pad wees hij me op zeepkruid en vertelde daarbij dat deze plant vroeger werd gebruikt om zeep van te maken. Ik vond de klepel, waarmee het klokje binnen in mijn hoofd ging luiden :saponine! Een stof, voornamelijk in de wortel van het zeepkruid waardoor die gaat schuimen als hij in contact met water komt.

We hebben dus geen exotische plant nodig om ook in Nederland natuurlijke zeep te kunnen maken!
(Zie: Kweek je eigen zeep op tuin of balkon: http://www.foodplanting.com/2016/09/15/zeepplanten-kweek-je-eigen-zeep/)
Nadeel is wel dat deze, natuurlijke, zelfgemaakte zeep maar hoogstens één week goed blijft!
Dan is het misschien makkelijker om kant-en-klare flesjes te kopen?
Maar dan mis je wel een uitdaging!

Herfst ?

Een paar keer in de week wordt de supermarkt waar ik mijn boodschappen doe met bloemen bevoorraad. Omdat hun bloemen en planten supergoedkoop zijn ( € 1, of € 3,-), komen daar, zodra de wagen gearriveerd is, veel mensen op af.
Deze keer komt er een dame naar de bloemenman die vraagt of hij chrysanten bij zich heeft.
“Nee, mevrouw, ze zijn al wel te krijgen, maar ze verkopen bijna niet: de meeste mensen willen ze NU nog niet, dat geeft ze al zo’n herfstgevoel zeggen ze.”
De dame droop af. (ik zag niet meer of ze nu andere bloemen kocht)

Chrysanten en dahlia’s geven aan dat het herfst is, of dat dié in aantocht is. Ik ben gek op de herfst maar het moment dat de zomer écht voorbij is, wil ik toch zo lang mogelijk uitstellen.
Dit jaar begint de herfst op 22 september. Op school leerden we altijd dat de seizoenen wisselden op de 21ste van maart, juni, september en december, maar dat blijkt NIET altijd zo te zijn.*)

We hebben nu dus nog formeel een kleine maand ZOMER of één week tot de meteorologische herfst begint. De natuur gaat zichtbaar voor dat laatste!
Bij een wandelingetje gisteren zag ik al heel wat herfstbodes


*) De meteorologische herfst begint altijd op 1 september (de winter op 1 december, lente op 1 maart  en de zomer op 1 juni.

Ter Land ter Zee en in de lucht

Land: Op de Pitch & Puttbaan strand Horst wil mijn lief zijn bal oppakken, alleen was het zijn bal niet, maar………. een ei, gelukkig wel al uitgekomen (iets later vond hij zijn golfbal ook in het hoge gras!)

Zee in dit geval het Nuldernauw én lucht.
vogel in lucht
We zijn nu een “stille” lucht gewend, in Ermelo razen opeens, uit het niets, 4 straaljagers over; een enorme herrie. Ze zijn snel, dus ook zo voorbij, maar de stilte keert “nog even” niet terug; vogels (voornamelijk
ganzen) die aan het “dobberen” op het water waren, zijn verstoord en vliegen massaal, luid snaterend, op.
Mijn telefoon is te laat opgestart om van de opvliegende ganzen een foto te maken, enkel nog een  krijsende meeuw hoog  in de lucht, heb ik nog op de foto!


Lucht
én land: een vlindertje strijkt neer op een plantje dat op een terrastafeltje bij de Pitch & Puttbaan staat.

koevinkje.jpg5Geen mij bekend vlindertje, ik fotografeer,  dat lukt niet echt goed. koevinkje2
Hij loopt op een hand en zo kan ik hem beter determineren. Naar alle waarschijnlijkheid is het een koevinkje (rare naam voor een vlinder) hij heeft “oogjes”op zijn dichtgeklapte vleugeltjes.

 

Weer een bijzondere dag in de natuur!

Bijenbrood

bijenbrood2Mijn zwager heeft tegenover zijn huis een lange smalle strook gras. Daar heeft hij al een aantal jaren gemengd zaad gestrooid. Dit jaar is de strook wel extra mooi. Er staan klaprozen en korenbloemen, een soort gele margrieten en tal van ander moois in.
Maar één plant voert de paarse boventoon: Phacelia tanacetifolia,  in de volksmond bijenbrood  genoemd, vertelt mijn zwager.
Een éénjarige plant die door veel bijen en hommels bezocht wordt.
Ik vind de strook een prachtig gezicht.

Thuis lees ik dat het bijenbrood (ook wel bijenvoer genoemd) oorspronkelijk uit Californië komt en dat de plant ook wel, verwilderd, in Nederland voorkomt.
Mijn zwager had een blikje gemengd zaad gekocht waar kennelijk vrij veel van de phacelia in voorkwam.

De stelen zijn lang (ongeveer 70 cm en bovenin ruwbehaard, de bloemen lijken aanvankelijk opgerold. Ik heb er een aantal van mijn zwager meegekregen, die nu in een vaas hier op de tafel staan. Het lijkt alsof er steeds meer bloemetjes uit hun licht opgerolde behuizing komen.

Ik las dat er parfum van gemaakt wordt en ben toen even gaan snuffen; inderdaad een aparte geur (ik weet nog niet of ik het echt lekker vind)
Ik las dat als de plant voldoende vocht krijgt deze veel nectar produceert. De plant kán wel tegen droogte, maar produceert dán alleen stuifmeel.

Doordat de plant snel groeit heeft hij een sterk onkruidonderdrukkende werking, misschien dat daarom de plant in gemengd zaad zo de boventoon voert?

Ook een leuk weetje; de plant kan door haar breed vertakte wortelmassa de bodem los en doorlaatbaar maken. Na drie maanden (bij voorkeur in het najaar) kan de plant door de grond gewerkt worden: groenbemesting dus.