Stenen


Ik heb iets met stenen.

Het Joodse gebruik om een steentje op een graf achter te laten om respect te betonen, om te laten zien dat je geweest bent, om te laten weten dat de dode niet vergeten wordt, om bij te dragen aan de symbolische grafsteen vind ik prachtig (en heb ook als niet Joods op menig graf een steentje achter gelaten)

Qua “stenen” vakantie was Ierland heel bijzonder, in Connemara (Nationaal Park) zijn veel stenen, cairns genaamd.
Heel veel (kleine) stenen liggen daar op elkaar gestapeld.
Vroeger was dat om vreemdelingen de weg te wijzen. Tegenwoordig stapelt elke toerist die er langs komt een paar stenen op elkaar om “iets” van zichzelf daar achter te laten (ook ik deed dat)

Van bijna elke wandeling of vakantie neem ik wel een of meer stenen mee.
De gewone, lichtgekleurde gaan in de voortuin, in een rand naast ons tegelpaadje.
De bijzondere zitten óf in een jaszak, zwerven “ergens” in huis óf zijn weggegeven.
Of, en dat zijn de meesten, belanden in mijn rotstuintje.

In een donkerhoekje onder de bamboe waar “bijna” niets wil groeien heb ik mijn” rotstuintje” gecreëerd.
Tuintje is een te groot woord: allerlei rots- en heideplantjes heb ik tussen de stenen geprobeerd, bijna al het levende gaf het na verloop van tijd op; de bamboe “pikt” al het water daar.
Momenteel liggen e wat afgevallen bladeren op (beschermen met heftige vorst het levende iets dat er nog wél groeit) en ziet het er niet uit, maar in de lente, na de grote schoonmaak is het weer een leuk (herinnerings) hoekje


Ook kreeg ik ooit een vriendschapssteentje een, in de vorm van een hartje, rood geschilderd steentje, het ligt op mijn kleine altaartje

Onlangs kreeg iedere buurtbewoner van een Welzijnsorganisatie een “pakketje” om de Coronatijd door te komen met een puzzel met pen, 1 kopje koffiebon voor “als het weer kan”, een pakje stroopwafels, lootjes voor een loterij, een recept én een idee om een zwerfkei(tje) te beschilderen en ergens in de wijk achter te laten. Een leuk initiatief, waar ik gehoor aan heb gegeven: ik heb “ergens” beschilderde steentjes achtergelaten.
Na eerst uitgezocht te hebben, welke stenen uit mijn tuintje ik zou gaan beschilderen.
Die stenen lieten het me zelf laten weten en zijn inmiddels beschilderd en achtergelaten.

Van mijn wandeling in de bossen van Warnsveld (blog van een paar dagen geleden) kon ik de grote K-tegel niet meenemen, wel vond ik een klein steentje met een nummer erop. Geen idee waarvan het geweest is, maar bijzonder vond ik het wel.

Opkikken

In onze vijver in de tuin zitten behalve vissen ook schaatsenrijders (nu in diapauze), de hoogst ontwikkelde familie van de oppervlaktewantsen*); een enkele salamander; (nu waarschijnlijk ergens buiten de vijver aan het winterslapen) klein microbiologisch leven onzichtbaar voor mensenogen én kikkers.

kikkers in april

Kikkers houden ook een winterslaap maar zijn daar niet fanatiek in; een enkele keer zie ik op de bodem of onder de rand van de vijver een kikker traag bewegen.  Opgeschrikt uit winterslaap, of even rek en strek-oefeningen aan het doen

Het mooie van een vijver is dat er altijd “leven” in zit, al is het ’s winters allemaal wat traag.
In deze lockdowntijd, zien we, meer wandelend door de wijk, ook in voortuinen vaak vijvertjes, soms met beeldjes ernaast, vaak van kikkers of vissende kabouters!

Kikkers doen ons, mensen, wat! Misschien niet de gladde, glibberige beesten zélf, maar wél hun beeltenis.
Onlangs kreeg ik een “opvrolijkkaart”
Een lieve wens van een lief mens.
Een kaart met een kikker op de voorkant: een (OP)KIKKERTJE!

De commercie heeft plaatjes van de kikker omarmt vanwege de naam én de associatie met opkikkeren
Hoe dat kwam?

Dát heb ik even nagezocht en het blijkt (etymologisch) dat het woord opkikkeren oorspronkelijk opkikken was.
Kikken (1875)= een klein geluid geven: Hij geeft geen kik!
Hij hoeft maar te kikken, of ze staat al voor hem klaar!
(Toen zat er volgens mij nog geen enkele associatie met de kikker in.
Heeft u wel eens een kikker een “zacht” geluid horen geven? Ze kwaken meestal uit volle borst!!)

Het woord opkikken werd vroeger ook gebruikt voor opbeuren, opmonteren.
Dát opkikken werd verworden tot opkikkeren; een woord  dat NU verwijst naar het levendige, springerige van een kikker.





*) Schaatsenrijders komen ook op zee voor en zijn de enige insecten die een vuile zee kunnen overleven

Oorzaak en gevolg?

Wij wonen in een mooie omgeving. De polder en het water (Gooimeer) binnen loopafstand.
Ook  hei en bos zijn, hoewel “iets” verder weg (15 min by car) ook binnen bereik.

Dus hebben we gisteren de auto vanonder 3 dagen sneeuw gegraven (hij deed het bij de eerste startpoging!) en reden we naar een bos om daar “nog even” van de mooie witte sneeuw te genieten.
Het wordt warmer en het KNMI verwacht dat we minder “potentiële” sneeuwdagen dagen krijgen (10 tot 20 % minder sneeuwval per graad opwarming) De wind uit noordelijke streken die ons eerst de sneeuw bracht, gaat in de toekomst meer regen aanvoeren. 

In het bos waren we niet de enige auto die op dat zandpad wilde parkeren. Er stonden al 2 “gewone” auto’s en 2 soort busjes met hondenpootjes erop; HUSSEN dus (niet met je neus er tussen, maar HondenUitlaatServices)

Het valt me elke keer met sneeuw weer op hoe anders de sneeuw blijft liggen (of eraf valt) op een naald- of loofboom.

We waren in een gemengd bos, dus we zagen veel loof bomen waarop de sneeuw al bijna weg was, maar ook naaldbomen met een flink pak sneeuw er nog op.

Wat mij het meest verbaasde (deze keer) waren de vormen van de sliertjes sneeuwijs die van de (loofboom)takjes gegleden waren; ronde vormen, het leken wel dikke spaghettislierten! In één boom zag ik zelfs  in de  afgegeleden sneeuw een olifantje!

De pootafdrukken waar meestal van honden (grote én kleine) maar ook van vogels (tenminste dat vermoed ik van dit spoor) Deze leek op dat van een reiger in onze tuin, maar ik denk niet dat een reiger ook in een bos zit!?

Het zicht van omgevallen bomen, die tegenwoordig (bijna) altijd in een bos blijven liggen ( dát hout brengt kennelijk niks meer op) geven me vaak een triest gevoel. Met een laag sneeuw erop is dat anders. We zien twee bomen die een soort vork vormden voor een omgevallen boom die ze “gered” hebben van een val op de bosgrond.


Bomen die dreigen om te vallen maar door “iets” tegengehouden worden lijken met sneeuw een soort trap naar de hemel.

Een knisperige wandeling met, zo leek het: extra schone lucht!
Met veel enthousiaste honden die (bijna) allemaal wilden weten of we hondenkoekjes in onze zakken hadden. Teleurstelling alom.

Wij kregen bij het naar huisgaan onze eigen teleurstelling te verwerken; na zo’n heerlijke boswandeling zou een opgewarmde appelflap heerlijk smaken, maar hoewel de vanen én de vlag met tekst elke dag open, vrolijk wapperden waren de luiken van de kraam dicht, de borden op de grond (gewaaid), het zag er verlaten uit.

Gerechtigheid: Geen hondenkoekjes in de zak voor eventueel tegen te komen honden?
Géén appelflappen voor hongerige wandelaars!

De cosmos regelt het allemaal zelf!

(Huis?)Muis.

Wij delen onze tuin behalve met vijvervissen (zelf gekocht) kikkers en salamanders (wild; aan komen lopen, springen) vogels ( wild, af- en aanvliegend) de laatste tijd ook met muizen. Ik heb geen verstand van muizen, maar hoewel ze in de tuin leven, vermoed ik dat het huismuizen zijn.
Het grootste aantal dat we tegelijkertijd gezien hebben is drie.


Muizen zijn knaagdieren en knaagdieren vormen de grootste groep binnen de zoogdieren; bijna veertig procent van alle zoogdiersoorten behoort tot deze orde en zijn cultuurvolgers met een kosmopolitische verschijning.
Dat laatste heb ik (natuurlijk) niet van mijzelf maar van Wikipedia.
Het kosmopolitische betekent dat muizen bijna overal ter wereld voorkomen (ik geloof alleen op Antarctica niet) en cultuurvolgers wil zeggen dat ze voor verspreiding gebruik maken van de mogelijkheid die de mens biedt.

In onze tuin maken ze gebruik van de mogelijkheden die we de vogels bieden; ze eten van de vetbollen die we voor de vogels ophangen.
De vogels, voornamelijk mussen (en in deze tijd ook veel spreeuwen) die hier van de vetbollen eten én de muizen leven naast elkaar. Ze schrikken meestal niet van elkaar. (Eén van de oorzaken zou kunnen zijn dat muizen slecht zien; het zijn eigenlijk nachtdieren)
Wél zijn de muizen, als er een Vlaamse gaai in de buurt van de vetbol landt, razend snel verdwenen. Normaal lopen ze langs de takken omlaag, maar ik heb nu al 2x gezien dat ze (van schrik?) bij het aanvliegen van een grotere vogel (spreeuw soms ook) zich van de hoogte van de vetbol “laten vallen” en  dan meteen tussen de bladeren verdwenen zijn.

We zien echt een “show” van deze diertjes, waarvan we natuurlijk hopen dat zij buiten blijven en zo, naast ons, kunnen blijven bestaan.
Omdat ik e.e.a. opzocht kwam ik een paar dingen over knaagdieren te weten:

  • Knaagdieren vormen de grootste groep binnen de zoogdieren; bijna veertig procent van alle zoogdiersoorten behoort tot deze orde.
     
  • Knaagdieren hebben in het bovenste deel van het gebit maar 2 snijtanden; haasachtige hebben er 4  (Een konijn is dus géen knaagdier maar een haasachtige).
  • Alle knaagdieren hebben goed ontwikkelde snijtanden. Ze gebruiken deze scherpe tanden om voedsel te knagen, holen op te graven en zichzelf te verdedigen. De meeste knaagdieren leven van zaden of ander plantaardig materiaal, maar sommige hebben een meer gevarieerd dieet
  • De huismuis en de bruine rat  zijn de knaagdieren met de grootste verspreiding.
  • Een capibara  ook wel waterzwijn genoemd, is familie van de cavia en dus óók een knaagdier
  • De Patagonische *) haas (mara) is familie van de capibara en de cavia en is ook een knaagdier
    (en geen haasachtige zoals ik dacht)


    Tot slot: knaagdieren hebben een belangrijke relatie tot de mens: ze worden (werden) bijvoorbeeld gebruikt als voedsel (rat), voor kleding (chinchilla, bever), als huisdier (cavia, marmot)  en als proefdieren in onderzoek (muizen, ratten).

    Ik wil nog wel een “functie” aan toevoegen: voor amusement!
    “Onze” huis/tuin muizen zijn géén huisdieren (letterlijk én figuurlijk niet) maar we genieten van het zo nabij zien van hun muizenleven.


    En detail van een kunstwerk dat ik ooit op een tentoonstelling fotografeerde en waarvan ik, helaas, de naam van de kunstenaar niet meer weet!


    *) Patagonië- gebied in Zuid Amerika


Labyrint

Zoek en je zult vinden
Ook als je niet zoekt, kun je wat vinden.

Wij zochten niet.
Wij liepen in een bos (ten zuidoosten van Hilversum) en vonden een labyrint!

Dit labyrint, zo staat op een bord, is gemaakt naar het voorbeeld van het beroemde Chartres (hoofdstad van het Franse departement Eure-et-Loir) labyrint
Het labyrint, dat dáár te vinden ligt op de vloer van de (Onze Lieve Vrouwe)kathedraal van Chartres en staat symbool voor de levensweg
Pelgrims (de kathedraal werd gebouwd tussen 1194 en 1220) moesten het labyrint volgen tot aan het midden; vandaar konden ze de bijzondere ramen van de kerk bewonderen.

Foto’s Chartres: Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=510275

In/bij dit labyrint in het bos “moet” niets, je kunt de weg naar binnen gaan, maar je kunt het ook niet doen; als je het wél doet loop je één kilometer.

Een onverwachte “schat” in een verder “leeg”(qua mensaanwezigheid) bos.

Vleermuizen verdelgen ook!

Fietsend door het Gooi zagen we onlangs “opeens”  grijze platte dozen aan bomen hangen.
Het blijken vleermuizenkasten te zijn. Ik had al eens eerder vleermuizenkasten gezien, maar nog nooit  in deze vorm.

Het blijkt dat meerdere gemeentes gehoor hebben gegeven hebben aan de, van verschillende kanten gedane, (smeek) bede:

Help  de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups.

Eind 2019 zijn er al veel mezenkasten opgehangen, omdat kool- en pimpelmezen én hun al dan niet gevederde mezenkinderen erg graag processierupsen eten. Door het ophangen van deze mezenkasten waren er afgelopen lente minder processierupsen dan het jaar daarvoor, heb ik me laten vertellen.

Nu las ik in een uitgave van de gemeente Eemnes: We stimuleren de natuurlijke vijanden van de rupsen (o.a. kool- en pimpelmees, boomklever, vleermuis, sluipwespen) door te zorgen voor meer biodiversiteit, meer (en lang) bloeiende ondergroei bij bomen, meer nestkasten voor mezen en mussen en meer vleermuizenkasten.

Dus vandaar meer vleermuizenkasten in openbaar groen in Eemnes en omliggende gemeentes.
Ik had al eerder vleermuizenkasten in het Gooi gezien, op het terrein van het klooster  van de Stad Gods (Hilversum) Die hingen daar, zo te zien, al heel wat langer, waren zwart en anders van vorm.

In een uitgave van NatureToday las ik dat, omdat ook in Nederland de gevolgen van klimaatverandering merkbaar zijn en de zomers steeds warmer worden, dat het vroegere advies van zwarte vleermuiskasten hoognodig herzien zou moeten worden.*)
Uit onderzoek is namelijk gebleken dat donkere kasten snel kunnen leiden tot oververhitting en daarmee negatieve gevolgen kunnen opleveren voor vleermuizen.

Vandaar dat deze gemeentes waarschijnlijk grijze vleermuizenkasten had aangeschaft (of laten maken)

Ik heb nog nooit een vleermuis kunnen fotograferen, wél een beeld van een vleermuis!



*) ook het advies om ze op het zuiden te hangen, zou volgens NatureToday, niet meer moeten gelden.(Ik heb niet opgelet in welke richting de vleermuizenkasten NU hangen)

Sciurus vulgaris

Deze wetenschappelijke naam van de rode of gewone eekhoorn werd voor het eerst gepubliceerd door de Zweedse arts, plantkundige, zoöloog en geoloog Carl Linnaeus ( 1708-1778)

Wij lopen veel in de natuur en zien er maar zelden een eekhoorn. Dát zei ik laatst tegen mijn lief en in dezelfde week zagen wij er twee! Niet zo zeer in de “vrije” natuur maar overstekend op een viaduct waar wij overheen fietsten én overstekend op een fietspad vlakbij ons dorp*).
Toeval? (Ik geloof niet zo in toeval)

Wij zien een heel enkele keer een eekhoorn in de voortuin, dát zien we dan als een cadeautje van de natuur. Er hangen voederdingen voor de vogels, maar natuurlijk mogen ook de



eekhoorns hiervan snacken.
De natuurlijke vijanden van de eekhoorn zijn in de bomen: de boommarter en havik en de vos op de grond. In het wild kunnen eekhoorns 7 jaar oud worden, maar meestal sterven ze jonger, slechts een kwart van de jongen haalt het eerste levensjaar en slechts 1% van alle eekhoorns wordt 5 jaar of ouder.

De pluimstaart van de eekhoorn is niet alleen voor het mooi! De staart houdt het diertje in evenwicht bij het springen van tak tot tak en het klimmen in bomen én hij communiceert ermee: een heen en weer zwiepende eekhoornstaart betekent: alarm!

Al eerder schreef ik over de “opruiende” teksten in de natuur in Engeland over de grijze eekhoorn. Deze grijze indringer “verdringt” de rode eekhoorn, doordat de grijze soort resistent zijn voor  het parapoxvirus , maar het wel overdraagt aan zijn rode “neefje”. De rode eekhoorn is zo goed als uitgeroeid in Groot-Brittannië (Daar zijn de Engelsen boos over, ze haten de grijze eekhoorns)

Het is algemeen bekend dat eekhoorns hun voedsel verstoppen.
Ik had dit nog nooit gezien vóór we ooit een huisje huurde in Brabant, midden in een bos. We kochten zaden en noten en hingen die op in het bos. Zittend vóór de grote ruit zagen we eekhoorns (vooral) de noten pakken en een stukje verderop onder bladen “verstoppen” Een geweldig gezicht. De plek waar ze hun voedsel hebben verstopt (slechts enkele noten bij elkaar) schijnen ze, dankzij hun reukvermogen, weer op te kunnen sporen. Dát heb ik (nog) niet gezien.
Wat wij wél zagen was een Vlaamse gaai die de zorgvuldig verstopte pinda’s meteen “opgroef” zodra de eekhoorn die plek verliet!

Eekhoornvoedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden (eikels, noten en kegels van naaldbomen) Ook eten ze, als aanvulling op de boomzaden, afhankelijk van het jaargetijde, bessen, schors, paddenstoelen, rupsen, bladeren, vogeleieren en zelfs jonge vogeltjes.

Onderzoekster Barbara Clucas van de Universiteit van Californië ontdekte een bijzonder gedrag van de eekhoorns; Eekhoorns kauwden op stukjes slangenhuid die een slang ná het vervellen achter had gelaten. Vervolgens likte de eekhoorn zichzelf  af, zodat hun eigen lichaamsgeur wordt “overgeurd” door die van de slangenhuid. Ook rollen ze zich in slangenhuid, zodat ze naar slang ruiken en roofdieren én slangen ze met rust laten**)

Nog een paar “aparte” eekhoornweetjes”

* Eekhoorns komen NIET voor op de Waddeneilanden!
* Een eekhoorn is een knaagdier, heeft géén hoektanden. Hun tanden groeien hun hele leven door, ze slijten echter ook weer door het knagen en het tegen elkaar aan schuren.
* De diertjes houden géén winterslaap! ( zijn wel ’s winters minder actief)
* De oorharen van een eekhoorn zijn ’s winters langer.[Wetenschappers hebben nog niet uitgevogeld waarom dat zo is; ze denken dat het een “natuurverschijnsel” is, dat dient om het warmteverlies van de oren tegen te gaan.]
* In Nederland is de eekhoorn beschermd, wat betekent dat het verboden is eekhoorns te vangen, te doden, in gevangenschap te houden óf dit te proberen.
* Eekhoorns schijnen geen eten van soortgenoten te “stelen”
* Het verspreidingsgebied van de eekhoorn strekt zich uit over heel Europa en Noord-Azië.
* Ze kunnen tot op een hoogte van 2000 meter leven.





*) Hoewel eekhoorn snel kunnen rennen, hebben ze de neiging bij het oversteken, of wanneer er gevaar dreigt, stil te gaan zitten  en zich op te rollen als een bolletje, zodat ze dan een makkelijke “prooi” zijn voor aanstormende auto’s

**) Clucas’bevindingen zijn  gepubliceerd in het tijdschrift Animal Behaviour.

Wintervogels.

Qua namen springen bij “wintervogels” in Nederland twee vogels meteen in het oog
Het winterkoninkje en de ijsvogel.

Het winterkoninkje schijnt zo te heten omdat er een verhaal bestaat over een wedstrijd die dát vogeltje won en daarom sindsdien de titel “koning” mocht voeren
De wedstrijd ging om te bepalen wie de koning van de luchtdieren  zou worden (de leeuw was al koning van de landdieren) *
De arend zou die wedstrijd normaal gesproken gewonnen hebben, maar toen hij het hoogst vloog van allemaal, kwam een klein vogeltje met opstaand staartje tussen zijn veren vandaan. Die vloog nog een stukje hoger dan de arend en werd dus de (slimme) koning!

Dat ” wedstrijd- “verhaal is logischer dan welke naamverklaring ook als je bedenkt dat het winterkoninkje helemaal niet zo blij is met koud weer en al helemaal niet met sneeuw en ijs, want zijn voedsel, insecten, zijn in de winter al minder te vinden, maar onder sneeuw en ijs al helemaal niet. Er gaan dus nogal wat winterkoninkjes ’s winters DOOD.
Voor het voortbestaan van de soort MOETEN er dus veel winterkoningbaby’s geboren worden!
Daar heeft pa winterkoning wat op gevonden; hij bouwt zo’n 4 (soms 6!) nesten en paart met meerdere vrouwtjes; zo is de kans op veel nageslacht flink GROOT.

Hetzelfde niet-gek-op-het-wintergevoel geldt eigenlijk voor de ijsvogel; hij houdt helemaal niet van sneeuw en ijs want dan zit ZIJN voedsel: visjes, onder het ijs en kan hij er niet bij!
Het zoù kunnen dat het vogeltje zó heet omdat hij wel eens bij een wak wordt gezien waar hij probeert om nog wél een visje te verschalken.
Aannemelijker is het dat hij ijsvogeltje heet omdat het ergens in de fonetische uitspraak is “mis” gegaan. Het Germaanse “Eisenvogel” (ijzeren vogel) zou dan verstaan zijn als ijsvogel.
Het “ijzeren” slaat op zijn staalblauwe kleur.
Het vogeltje vliegt zo snel dat als je hem een keer ziet dat vaak in een blauwe flits is.

Eén keer hebben we, op mijn verjaardag (november) een ijsvogeltje in de tuin gezien, naast de vijver, vermoedelijk loerend op onze vissen. Hij zat stil aan de rand van de vijver ( gelukkig zag mijn verjaarsvisite het ook; ze kunnen getuigen) maar vóór  mijn lief zijn camera gepakt had, was hij al weer vertrokken (en leefden al onze vissen nog).
Ik  zie zijn verschijning nog steeds als een verjaardagscadeautje!

Ieder jaar is de Nationale Vogeltelling** ( in 2021 op  29,30 en 31 januari) in 2011 werden daar in tuinen 36 ijsvogels geteld en in 2019  was dat aantal fors gestegen, maar liefst 343!

*winterkoninkje in het Engels is wren, hetgeen weer van het Welsh afkomt en “heerser” betekent (een “bewijs” dat het wedstrijdverhaal klopt?)

** Meedoen met de vogeltelling? Een half uurtje vogels tellen in eigen tuin (balkon) op een van die drie dagen? Zie: https://www.vogelbescherming.nl/tuinvogeltelling.

Wat nog wél kan.

Om me heen hoor ik veel mensen zeggen dat zoveel NIET MEER KAN.
En ze hebben, helaas, gelijk.
Een heleboel dingen kunnen nu door de Corona en daardoor de ingestelde lockdown niet meer.
Veel dingen zijn nu niet verstandig omdat we elkaar daardoor kunnen besmetten en daarmee het COVID-19 virus niet onder controle krijgen. Thuis blijven is het advies.
Soms is het echter “even” nodig om eruit te zijn, even weg van thuis, hoe gezellig en warm dat ook is, even frisse lucht.


Ik besloot me in dit blog te focussen op outdoordingen die nog WEL KUNNEN (en mogen zonder iemand in gevaar te brengen)

Al in eerdere blogs had ik over wandel- en fietsroutes. “Zomaar” of via een knooppuntenroute.

Ook schreef ik al eerder over Pitch & Puttbanen waarvan sommigen nog open zijn ( wel mét gezin óf met één ander iemand en jezelf.) Geen golfbewijs nodig, benodigde spullen krijg je daar: een baan heeft 18 holes ( je kunt ook 9 holes lopen) Baan Strand Horst (bij Ermelo) is NU open!( (reserveren 0341-552431 )

Sporten in de Open Lucht. Her en der staan fitnessapparaten in de openlucht. Loop, fiets, of rijd erheen en doe zelf een work-out! ( Kijk op fitness-of, trimbaanroutes bij jou in de buurt.)

Je kunt ook tanken, dus ook als het fietsen of lopen te ver is, kun je met de auto erop uit naar een natuurgebied in de buurt om even frisse lucht in te ademen; het doet zoveel voor je welbevinden om even “weg” te zijn.

Loop langs het water! Enorm rustgevend. Een rivier, vaart, meer, kanaal of  zee.
Loop door het zand (strand) of vaar, als je een bootje hebt (met eigen gezin of één ander persoon en jezelf.) Neem even afstand, je kunt er daarna zoveel beter tegen.

Kaneelstokjes

In de supermarkt waar ik altijd kom staat het kruidenrek vlakbij de slagerij en aangezien het personeel IN die slagerij aardig en behulpzaam is, vroeg ik gisteren of er nog kaneelstokjes in een zakje waren. Het vakje waar ze “normaal” in horen te liggen was namelijk leeg.
Het meisje van de slagerij liep naar het andere kruidenrek (daar haaks op staand) en pakte, bijna zonder te kijken een zakje kaneelstokjes. De slager kwam erbij staan en stak zijn hand meer onderaan op het rek uit en gaf me een glazenpotje mét kaneelstokjes ”Nieuw”.
Op het potje staat een sticker: Tot 20 jaar gerijpt

Een glazenpotje, met strooidekseltje met 5 gaatjes en erin 4 kaneelstokjes.
Ongelooflijk maf!
Waarom?
De slager en zijn dame wisten het allebei niet.
Ik wil héél graag de plastic afvalberg verminderen, maar of het glazen potje MET plastic dop MINDER biologisch- niet- afbreekbaar- afval geeft dan het plastic zakje?
IK wil meer weten over dit potje, dus ik koop het en bedank het slagerijstel voor hun behulpzaamheid. (Bij de kassa moest ik  € 2,99 voor dit potje betalen)

Thuis maar eens eerst kijken wat SILVO (het merk)  er zelf van zegt.
Ik vind een artikel van febr.2019 uit de Levensmiddelenkrant:

De potjes met kruiden, specerijen en kruidenmixen van Silvo krijgen een modernere en transparante uitstraling. Ze maken deel uit van de mondiale duurzaamheidsplannen van McCormick. De potjes krijgen bovendien een grotere opening, zodat consumenten er een theelepeltje in kunnen steken en zo gemakkelijk kunnen doseren. Ze stromen vanaf nu gefaseerd in. Dit vertelt Noud Werner, brand & categorymanager van McCormick Benelux, waarvan het kruiden- en specerijenmerk Silvo deel uitmaakt. 
De potjes, die de komende tijd gefaseerd instromen binnen retail, worden bovendien volledig recyclebaar en lichter in gewicht. Hierin is bovendien 20 procent minder glas verwerkt, en zijn de dopjes te recyclen. Onze nieuwe doppen sluiten de potjes nog beter af, waardoor de hierin verpakte kruiden, specerijen en kruidenmixen langer vers blijven. De verpakkingsinnovatie maakt dus deel uit van onze mondiale duurzaamheidsambities, die zijn vastgelegd in het Purpose-Led Performance Report.

Oké, dat weet ik dan ook weer. Goed duurzaam bezig die McCormick!
Blijft de dop met de 5 strooigaatjes maf als je 4 (dikke) kaneelstokjes erin doet!
Ook  de “grotere opening voor mijn theelepeltje” is in het geval van de kaneelstokjes NIET nodig.
Maar ik snap het wel: uniforme potjes voor alles is goedkoper dan aparte verpakking.

In mijn research voor kaneelstokjes en hun verpakking kom ik ook een (3 letter) Supermarkt in Nieuwegein tegen die hetzelfde potje Silvo kaneelstokjes voor € 2,05 verkoopt!
Dat vind ik nogal een prijsverschil, maar Nieuwegein is me te ver weg en bovendien ben ik gehecht aan MIJN supermarkt; ik zie het deze keer door de vingers!

Kaneel, zo lees ik nu, wordt gewonnen van de bast van de kaneelboom. Kaneel is vaak afkomstig uit Sri Lanka of de Filipijnen omdat de bomen een warm klimaat nodig hebben.  

Het gaat bij deze bomen om de binnenste bast; stukken bast worden gedroogd op kokosmatten waardoor de binnenbast van kleur verandert. De bast rolt zich door deze droging op en wordt daarna in “pijpjes” gesneden.
Ik denk dat de kaneelwinning al lang geleden begonnen is, toen Sri Lanka nog Ceylon heette  (1972 was de naamwisseling : Sri Lanka betekent ”mooi eiland”) want op het SILVO potje staat Ceylon Kaneel

Bij het uitzoeken kwam ik er achter dat kaneel geen beschermde naam is, maar  dat Ceylonkaneel ook wel “echte kaneel” genoemd wordt. De kaneel (en dus ook de kaneelstokjes)  uit Ceylon komt van een andere boom,  heeft een andere kleur, structuur en vorm en geeft de gerechten een andere smaak dan cassia,  dat van de Cinnamomum Cassia  boom  (die o.a. China en in Indonesië groeit)
Chinees kaneel is veel goedkoper en wordt in veel supermarkten verkocht: tenminste 95% van de verkoop van kaneel  bestaat uit Cassia kaneel  ( uit: hoeherkenechtekaneel)

Ik vind ook op internet talloze waarschuwingen over de kaneel van de Cinnamomum Cassia (Chinese kaneel)  omdat daar de  giftige stof coumarine in zit. Dat schijnt ook in veel kleinere hoeveelheden in Ceyclonkaneel te zitten: 250x meer in Cassia dan in Ceylonkaneel.

Heel wat wijzer over kaneel geworden, behalve waarom kaneelstokjes in een potje met strooi deksel gedaan worden, maar met die “leemte” in mijn kennis kan ik wel leven.

Gelukkig heb ik zonder he t te weten, de GOEDE kaneelstokjes gekocht.
Ik ben dan ook klant van een TOP supermarkt!