Nederlandse invloed op Amerikaanse taal

Er zijn veel dingen die ik NIET weet en die anderen wél weten.
In een gesprek of op papier of digitaal komt zoiets tot mij en soms schrijf ik daarover.
Er zijn ook dingen die ik weet én waarvan ik denk dat iederéén die weet en waar ik soms achter kom dat anderen dat niet weten. Daar schrijf ik dan nu maar eens over.
Vandaag over taal.

Hoewel we hem niet meer in onze portemonnee hebben kennen de meeste Nederlanders het woord daalder, oorspronkelijk had deze Oudhollandse munt de waarde van f.1,50.

Vanaf 1807 werd het een rijksdaalder en was deze f.2,50 waard.
In 2002 werden onze Nederlandse munten vervangen door de Euro en hield ook de rijksdaalder met de waarde van 2 en een halve gulden, op te bestaan.

Deze daalder is ooit door Nederlandse kolonisten naar Nieuw Amsterdam (nu New York) meegenomen en daar verbasterd van het woord daalder tot dollar.
Een dollar komt dus van het Hollandse woord daalder!

Ook het woord Yankee, nu synoniem voor Amerikaan, komt uit het Nederlands.
Oorspronkelijk was het een scheldwoord.
Jan en Kees en JanKees waren veel  voorkomende namen in de 17e eeuw in Nederland, dus óók onder de Nederlandse kolonisten zaten veel Jannen en Kezen en Jan-Kezen.
Toen de Britten Nieuw Engeland overnamen noemden zij de Nederlandse kolonisten Jankees, dat werd verbasterd tot Yankees.

Ook dat Brooklyn terug te voeren is tot het Nederlandse Breukelen en Harlem tot Haarlem wist ik wel, maar toen ik voor dit blog  jaartallen opging zoeken zag ik ook andere Amerikaanse leenwoorden vanuit het Nederlands.
Sommige woorden zijn erg voor de hand liggend zoals coleslaw van koolsla en Santa Claus van Sinterklaas.
Andere leenwoorden liggen misschien wel voor de hand, maar ik heb ze nooit als Hollandse woorden gezien, zoals dat cookies van koekjes afkomt, en skate  afkomstig van schaats is
En weer andere namen heb ik nooit als afkomstig van Nederlands gezien:

Staten Island (het minst bevolkte deel van New York) blijkt  door Henry Hudson (1565-1611, die in dienst was van VOC kamer Amsterdam)  Staaten Eylandt te zijn genoemd, naar de Staten Generaal  (het Nederlandse parlement)

Nieuw Amsterdam is zo’n 40 jaar in Nederlandse handen geweest; het begon als kleine Nederlandse handelspost van de West Indische Compagnie en eindigde na ondertekening van het Verdrag van Westminster op 19 februari 1674 (toen werd de kolonie Nieuw-Nederland met de stad NieuwAmsterdam (New York) voorgoed overgedragen aan de Engelsen)

Dan is het toch op zijn minst opmerkelijk dat er daar nog steeds veramerikaanste Nederlandse woorden en namen terug te vinden zijn.

Hop (2x), hopjes, hopjesvla, hopman, hop hop.

Twee woorden zijn homoniem als ze een gelijke uitspraak en spelling hebben, maar een duidelijk verschillende betekenis

Zoals met HOP!

Er is een vogel die Hop heet (wetenschappelijke naam Upupa, een klanknabootsing van het geluid dat de vogel maakt “hoep- hoep” )
Misschien heet de vogel ook wel hop als vertaling van het Franse “huppe”  dat staat voor kuif.
De hop heeft een sierlijke bos veren op de kop!

De hop komt  voor in de Torah, de Koran, oude Griekse verhalen en Perzische geschriften.
(In Nederland staat de vogel op de Rode Lijst (Verdwenen broedvogels in Nederland)
In het oude Egypte werd de hop afgebeeld op tombes en tempels. Met de beeltenis van de hop op een tombe gaven de oude Egyptenaren aan dat het kind dat daar lag erfgenaam en op volger van zijn vader was.
Hopfeitjes:
* Een hop baddert nóóit in water ( wel in het zand)
* Een hop is monogaam.
* De mannetjeshop kan behoorlijk gewelddadig zijn als het om mannelijke hoprivalen aankomt, met de snavel kan de andere hop blind gepikt worden
* De hop is een van de grote stinkerds in het dierenrijk (de vogel heeft een klier waar een smerige substantie uitkomt, daar smeert de hop zichzelf en haar nest mee in om zo minder aantrekkelijk voor roofdieren te zijn)

Hop is ook een plant uit de hennepfamilie
De hopbellen (vruchtkegels) worden als conserveer- en smaakmiddel gebruikt bij de bereiding van bier.
De hopplant komt in het wild voor in Nederland en België. Hop klimt graag in doornstruiken.

Een biertype waarbij speciaal veel hop wordt gebruikt is India Pale Ale  (= extra hoppig)
In 2005 werd naar schatting zo’n 80.000 ton hop geoogst, van 55.000 hectare land, verspreid over de hele wereld.

In gebieden waar er hop wordt geteeld, zijn de mannelijke hopplanten niet gewenst. In België bestaat zelfs een wettelijk verbod (uit 1987) dat in de omgeving van de hopteelt, binnen een straal van 5 km rond de hopplantage, de mannelijke hopplant verbiedt. 
Aan het extract van hop wordt een rustgevende en slaapverwekkende werking toegeschreven. 
Met dit doel wordt het soms in thee verwerkt. Ook wordt het extract beschouwd als maagversterkend. Een van de in hop voorkomende stoffen is lupuline ( fyto-oestrogene werking = plantaardige oestrogenen)

Mensen die met de hand de rijpe hopbellen plukten, kregen nogal eens klachten die de “hopplukkersziekte” genoemd werden. Ze bestonden uit verschijnselen als hoofdpijn, ademhalingsklachten en huidirritatie. Niet zeker is of dit te maken had met de hop óf met de chemicaliën waarmee de hop werd bespoten gedurende het groeiproces.

Twee keer hop dus met verschillende betekenissen, maar er is meer hoppigs!
L
ekkernijen die hopjes heten.

Een hopje is een hard  snoepje met een koffie (caramel) smaak..
Het snoepje is genoemd naar baron Hendrik Hop, ( 1723-1808)  gezant der Staten van Holland. Toen de Fransen in 1792 Brussel innamen, werd  Hendrik Hop naar Den Haag teruggeroepen. Daar ging hij tot 1801 boven een banketbakker op het Lange Voorhout 92 wonen.
De baron was verslaafd aan koffie. Het verhaal gaat dat hij op een avond zijn kop koffie met suiker en room op de kachel liet staan, de volgende ochtend bleek dat caramel  te zijn geworden.
Toen  de baron, korte tijd later van zijn dokter geen koffie meer mocht drinken, vroeg hij zijn onderbuurman, de banketbakker, voor hem van die “brokken koffie” te maken.
Ze werden toen “de brokken van baron Hop” genoemd.
In 1880 werd de naam Haagsche Hopjes.

Eerst werden de hopjes werden in Den Haag gemaakt, maar later elders, o.a. in fabrieken in Breda. Firma Rademaker was één van de bedrijven die de hopjes “namaakte” Het was het eerste bedrijf dat de snoepjes in bedrukte wikkels verpakte (niet gebruikelijk in die tijd).
In 2012 werd dit bedrijf overgenomen door de Zweedse snoepfabrikant Cloetta (opgericht 1862) Die bracht de productie van de koffiesnoepjes onder in een Italiaanse fabriek waar ook andere zuigsnoepjes worden gemaakt (weg dus uit Nederland!)

Hopjesvla is een Haagsche vla-specialiteit,  dat voortgevloeid is uit het Haagse Hopje, óók de vla heeft een karamel- en koffiesmaak.
Ingrediënten die altijd in hopjesvla zitten zijn melk, tot karamel gebrande suiker, (oplos)koffie of koffievervanger en een verdikkingsmiddel ( ei, custard of maiszetmeel)

Dan is er ook nog een Hopman, die heeft niets met de vogel, de plant, de snoepjes of de vla te maken, maar met het Duitse Hauptmann letterlijke hoofdman= kapitein) vroeger een officiële militaire titel (deze is in het leger al lang niet meer in gebruik)
Begin van de twintigste eeuw kwam deze titel weer in gebruik maar dan niet in het leger maar bij de Padvinderij (tegenwoordig Scouting). Het is de mannelijke vorm van de akela!

Tenslotte  kennen  de meeste van ons de knierijm : Hop Hop, paardje.
Een baby, peuter of kleuter zit op de knie van een volwassene die dit liedje zingt en hobbelende bewegingen maakt (meestal goed voor een lachend kind!)
Mijn laatste hoppige woord dus in combinatie met een paardje!

Woordspeling


Onlangs las ik een woordspeling die triest is maar waar ik toch om moest glimlachen: hij is zo “raak”, daarom deel ik hem in dit blog.

Een arts komt binnen bij een ongeneeslijk zieke patiënt om euthanasie uit te voeren.
De patiënt zegt “Daar komt de verloskundige”

Zelf ben ik bij 2 euthanasiegevallen betrokken geweest en beide zwaar zieke patiënten (familieleden) voelden het ook zo; de dokter kwam de “verlossing” brengen.
Het lijden hoefde niet meer!
Dan is een “verloskundige” een mooie omschrijving (ook al hebben wij mensen, eerder een andere betekenis aan dit beroep gegeven)

Kunst & Taal

In 2018 (13 mei) schreef ik een blog over onomatopee een woord dat, fonetisch, het geluid dat het beschrijft, nabootst of suggereert.

Voorbeeld van een onomatopee zijn de werkwoorden zappen, kraken, piepen en hikken, je hoort het geluid al als je het woord zegt. Dat is ook bij sommige dieren die hun naam noemen, zoals de tureluur, kievit, tjiftjaf en oehoe

Ook andere talen kennen onomatopeeën: in het Turks is klittenband cirt cirt en, in het Engels is piepen to beep. Deze buitenlandse woorden geven, zelfs voor Hollandse oren, de geluiden goed weer.

Onlangs kwam ik deze term Onomatopee weer tegen, maar dan in een andere context; de naam van een kunstwerk!


Ik begreep de naam Onomatopee van dit kunstobject, gemaakt door Nicolas Dings niet zo goed, er was uitleg voor nodig.

De bank staat in een beeldentuin in een park (Amersfoort) waar ’s zomers veel blauwe reigers schijnen te komen. De leuningen  zijn dan ook  geïnspireerd op de blauwe reiger.
In de zitting van terrazzo*) ook wel granito of marmori(e)t genoemd, zijn de woorden “schrèèèk” en  “kreik”  gegraveerd.
En nu komt de klanknabootsing aan bod: deze geluiden geven de klanken weer die een blauwe reiger, volgens de kunstenaar, produceert.

*) Terrazzo= terras in het Italiaans; het materiaal is gemaakt van marmerkorrels in cementgedrukt. Behalve vloeren worden er ook aanrechtbladen van gemaakt.

“Soggen”?

Sommige “groepen” hebben een andere taal dan het ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands)

We kunnen van de taal Nederlands spreken vanaf het moment dat er woorden opgetekend zijn die een band hebben met ons taalgebied. De taal Nederlands begint zo ongeveer tussen de jaren 500 en 700 (niet zoals we NU praten, maar een voorloper daarvan)

Na die periode kwam het Oud-Nederlands, deze liep tot ca. 1200 en was doorspekt met naamvalsuitgangen.
In het begin van de twintigste eeuw was het ABN nog slechts bij een kleine elite in gebruik, pas vanaf de jaren vijftig werd ze gemeengoed.

Met de groepen waarover ik het eerder over had, bedoel ik niet het Limburgs of Fries (regionale talen), maar straattaal, bargoens* studententaal.

collegezaal

Met individuen uit deze 3 groepen heb ik geen, of maar zelden, contact.
Ik ken hun specifieke taalwoorden dus ook niet.
Onlangs maakte iemand waarmee ik het taalspelletje wordfeud speel,  een vervoeging van het werkwoord “soggen” Ik kende het werkwoord niet: zijn verklaring luidde: Sociaal Onaangepast Gedrag vertonen.

Toen ik dat later nakeek, bleek het toch “iets “anders te zijn, namelijk : Studie Ontwijkend Gedrag vertonen
Dat is totaal iets anders dan sociaal onaangepast!

In 2011 werd, in de sector jongerentaal,  soggen genomineerd als het Van Dale’s woord van het jaar. Maar, zo las ik ook, in 1999 werd in de Volkskrant al het werkwoord “soggen” genoemd; het was dus niet echt een nieuw woord in 2011!

In een nummer van opinieblad Elsevier stond in 2007 een uitleg over dit woord; soggen kan zijn chronisch voor de buis hangen bij stupide belspelletjes, doelloos rondsurfen over het wereldwijde web, maar ook het uiterst nauwkeurig reinigen van alle keukenapparatuur of het plakken van alle lekke banden van huisgenootjes.

“Soggen” hoeft dus niet per se nutteloos en onzinnig te zijn, het moet alleen wél in de plaats komen van het gedrag dat voor een student gewenst is: met je neus in de boeken zitten.

*) een minderheidstaal die in Nederland tot de eerste helft van de twintigste eeuw werd gehanteerd door voornamelijk daklozen, zogenoemde landlopers, rondtrekkende handelaren, kooplieden, kermisklanten en onderwereldfiguren. Ook wel dieventaal genoemd

Het  Jiddisch

Jiddisch is een mengtaal van het Hebreeuws en het Duits.*)
Toen Asjkenazische Joden zich, in de zeventiende eeuw, gevlucht voor het geweld van de Dertig Jarige Oorlog (1618-1648), in Amsterdam vestigden kwam de taal Jiddisch met hen mee naar Amsterdam.  
(Asjkenaz is het Hebreeuwse woord voor Duitsland)

Amsterdam had, rond 1700,  de grootste (ca.10.000) joodse gemeenschap in West-Europa.Veel Jiddische woorden werden in onze taal overgenomen

Misschien om dat mijn vader, zijn vader, zijn vader etc. allen in Amsterdam geboren zijn,  zijn er ook in ons gezin behoorlijk wat Jiddische woorden blijven hangen.
Woorden als mesjogge (gestoord) stennis (ruzie, herrie) goochem (slim) geteisem of gajes  (tuig) achenebbisj (armoedig) mazzel (geluk) en pieremachochel (wankel voertuig) zijn woorden die ook ik, nog regelmatig gebruik.

Het woord dat ik onlangs in het spelletje wordfeud tegenkwam “golem” klonk mij wel Jiddisch in de oren, maar ik kende de betekenis niet.
Dát woord heb ik maar eens nagezocht. Het blijkt afgeleid te zijn van het Hebreeuwse woord gelem dat ruw materiaal of grondstof betekent.

Aan de Golem zit een legende vast: het was een mensfiguur gemaakt van klei en tot leven gewekt (rond het jaar 1580 ) door een Tsjechische rabbijn uit Praag (rabbijn Löw) De rabbijn had medelijden met de arme, hardwerkende mensen in Praag. Hij las in de Kabbala (Joods mystiek boek) dat je een golem (dienaar) kon maken van rivierklei van de Moldau (langste rivier van Tsjechië)
Hij ging met helpers naar de Moldau en kleide een figuur en sprak de spreuk, zoals in de Kabbala had gestaan uit om het kleifiguur tot leven te wekken.
De kleifiguur kwam inderdaad tot leven en hielp de arme mensen.

Ik las ook de afloop van de legende van de golem.
Naarmate de tijd vorderde wilde de Golem niet alleen maar helpen, maar ook gevoel krijgen: mens worden. Dát ging niet waarop hij zich tegen de mensen keerde en met stenen ging gooien.
De mensen probeerde hem te vangen, dat lukte niet.
De golem vluchtte en niemand heeft ooit meer van hem gehoord.

Een bijzonder verhaal, waarvan ik me afvraag of de woordspeler die het gebruikte, het kende.
Ik en nu ook, zijn weer een Jiddisch woord rijker; een woord met een verhaal erachter.

Joodse grafzerk van hout met Hebreeuwse letters

*) Zowel het Hebreeuws als het  Jiddisch wordt van rechts naar links geschreven.
De naam Jiddisch is afgeleid van Middelhoogduits Jüd

Diakritisch teken

Door kruiswoord/puzzelen en woordspelletje te doen leer je wel eens een nieuw woord.
Het zijn zelden woorden die je in de “gewone” spreektaal gebruikt, desalniettemin vind ik het leuk om de herkomst te achterhalen en met u, lezers, te delen.

Weer een nieuw woord geleerd; caret.
Het woord was me onbekend het teken was dat niet.
Het is het diakritisch teken ( ^) boven een klinker om aan te geven dat er iets is weggelaten.
Op het toetsenbord staat het boven de 6.

Het  wordt ook wel accent circonflexe genoemd.

En zo kwam ik terecht bij diakritisch teken: een caret is een diakritisch teken: óók een woord dat ik niet dagelijks gebruik. Toch maar even opgezocht want meer dan taalkundig teken wist ik niet.
Het blijkt een schriftteken dat boven, onder of door een letter gezet wordt, ter aanduiding van de uitspraak, te zijn.

Ook las ik nu dat het Nederlandse woord voor caret of accent circonflexe dakje is.
Hoe simpel kan het wezen?

Circonflexe , is Frans en komt oorspronkelijk van het Latijnse circumflexus=  rondgebogen
caret
komt uit het latijn = 3e pers. enk. van carēre = zonder iets zijn; missen; ontbreken.

Weer door het spelletje wordfeud een nieuw woord geleerd!

Ondoorzichtig woord

Door (kruiswoord)puzzelen en woordspelletjes te doen leer je wel eens een nieuw woord. Het zijn zelden woorden die je in de “gewone” spreektaal gebruikt, desalniettemin vind ik het leuk om de herkomst te achterhalen en met u, lezers, te delen.

Het taalspelletje Wordfeud leert me wel eens “vreemde” woorden, zo maakte laatst iemand het woord “opake”.
Ik zocht het op en vond: verbogen vorm van de stellende trap van opaak. 
??
Even verder zoeken dus!
Opaak = ondoorzichtig, niet transparant, kan op kleuren en papier betrekking hebben, bij papier spreken we van opaciteit.
En zo rol je van het één in het ander:
Opaciteit = (On)doorschijnendheid van papier, hoe hoger de opaciteit, hoe minder doorschijnend het papier. De opaciteit wordt uitgedrukt in %, een groter getal betekent een hogere opaciteit

Die opaciteit van papier wordt beïnvloed door de samenstelling en de productiemethode ervan: oa de gebruikte vulstoffen, de vezels, de maling daarvan en de kleur van het papier bepalen in hoge mate de (on)doorzichtigheid. Lang malen geeft een transparant materiaal, kort malen geeft een papier met een hoge opaciteit .
De meting staat beschreven in ISO 2471. (laatste versie in 2017)

Door dit na te zoeken komen er meer woorden ontstaan uit opake als mogelijkheid voor wordfeud. Zo lees ik opaak, opaker, opaakst
Opaciteit blijkt uit het Latijn te komen: opacitatem= beschaduwd.  (Opaque in het Frans is duister, donker)

Als ik verder zoek zijn “opeens”  allerlei dingen opaak: Een bodystocking, een glazen fles en ringmappen

Ik ben (en u ook, als u opaak niet eerder kende) wéér een woord, wat zeg ik, een paar woorden, rijker

Ozewiezewoze

Veel kinderen zijn grootgebracht met kinderliedjes.
Ozewiezewoze is zo’n Nederlands (?) kinderliedje.

Ozewiezewoze wiezewalla kristalla
kristoze wiezewoze wiezewieswieswieswies.


Niemand wist wat de tekst betekende, totdat…………

|Frank, Martinus Arion (1936-2015) Curaçaos schrijver, dichter en taalwetenschapper, expert op het gebied van de gueni taal na onderzoek in 1981 meldde dat Ozewiezewoze vermoedelijk een liedje was uit de Creoolse taal Guene ( ook wel gueni, de naam van de taal afgeleid van Guinea)
Guene is een, nu uitgestorven, taal die door West Afrikaanse slaven werd gesproken, én de taal die mogelijk het Papiamento heeft beïnvloed (de naam van de Creoolse taal Papiamento komt af van het Portugees; papear is babbelen)

De woorden van het liedje uit de fonetisch uitgesproken taal zouden volgens Arion betekenen:

Vandaag is het kind gelukkig 
Is het kind gered 
Gedoopt is het 
Dit kind is gelukkig, 
Dit kind, kinderen, kinderen.

Arion had ook een verklaring voor het feit dat dit liedje zó naar Nederland was gekomen:
Nederlandse mannen zouden in de 17e en 18e eeuw (West Indische Compagnie) in West Indië hun bijvrouwen dit liedje voor hun kinderen hebben horen zingen en het, toen ze eenmaal terug in Nederland waren, voor hun Nederlandse kinderen fonetisch gaan zingen.

Eerst een nonsensliedje genoemd dan misschien de herkomst uit een Creoolse taal?
Andere taalkundigen achtten deze verklaring onwaarschijnlijk, mede omdat er van dit liedje NIETS geschrevens te vinden is van vóór 1941 (bron: Nederlandse Liederenbank van het  Meertens Instituut)
Dat er nergens een vermelding is van een liedje dat pas 200 jaar ná de oorsprong “te voorschijn komt” is, volgens taalkundigen,  zéér onwaarschijnlijk.
Ook is het niet bekend dat 17e (en 18e) eeuwse mannen kinderliedjes zongen voor hun kinderen.

Vaak bezig met het zoeken naar verklaringen voor taalbegrippen vond ik Arions verklaring plausibel: Een vrolijke Creools vertaalde tekst over een gelukkig kindje in plaats van een (herkomst onbekend) nonsensliedje!

Helaas lijkt Arion’s verklaring van Ozewiezewoze niet de juiste te zijn.
Wat dan wel de verklaring is zal wellicht altijd een mysterie blijven.

(winter)sportwoord

Door kruiswoord)puzzelen en woordspelletje te doen leer je wel eens een nieuw woord.
Het zijn zelden woorden die je in de “gewone” spreektaal gebruikt, desalniettemin vind ik het leuk om de herkomst te achterhalen. ( als het woorden met “onmogelijke” letters zijn, is het fijn om met wordfeud of scrabble bv. met de q,y of x méér mogelijkheden tot je beschikking te hebben)

Onlangs leerde ik weer een nieuw woord: Bandy.
Het is een sport die op het ijs wordt gespeeld en de voorloper is van ijshockey en veldhockey.
Zweden, Noorwegen, Finland en Rusland zijn DE bandylanden
Ook Nederland zit in de overkoepelende bandy organisatie; The Federation of International bandy (er zijn 32 landen momenteel aangesloten)
Bandy wordt gespeeld tussen 2 teams van elk 11 personen, die elke een bandystick hebben.

A Bandy stick

Het ijsveld is 90 tot 110 meter in de lengte, en 45 tot 65 meter breed. De wedstrijden worden gespeelt in 2 wedstrijdhelften, ieder van 45 minuten

Bandy werd in Engeland al in de 17e eeuw gespeeld op ijsvlaktes of harde stranden.
In 1890 zag Pim Mulier (1865-1954) grondlegger van de moderne sport, in Engeland een bandywedstrijd, werd enthousiast en introduceerde deze sport (strenge winter 1890/1891)  in zijn woonplaats Haarlem Een jaar later werd daar de eerste Nederlandse bandy- en veldhockeyclub opgericht



Het Nederlandse bandy elftal neemt deel aan het WK bandy ( bandy WK ‘s sinds 1957).
Het eerstvolgende wk bandy zal zijn in januari 2022 in Stockholm voor de dames en in maart 2022 begint het voor de Heren in Syktyvkar ( Rusland)

Bij bandy mag je géén lichamelijk contact hebben zoals bij ijshockey; het is dus een (veel) minder blessuregevoelige sport.