Eind “O”

23 juni jl  promoveerde taalkundige en journalist Camiel Hamans ( 1948 – ) op een proefschrift over taalverandering aan de Universiteit van Amsterdam (aar hij (tot 1979) zelf studeerde)
Zijn proefschrift heet: Borderline cases in morphology. A study in language change.


Ik las een stukje over de eind o! Zoals in psycho, lesbo, aso en Brabo
Het zijn afkortingen, die in het Amerikaans-Engels van de jaren ’50 ontstonden, vermoedelijk door Italiaanse Amerikanen.

Woorden van 2 lettergrepen, klemtoon op de eerste lettergreep en mét een negatieve lading.
Het blijkt dat ook het woord “homo” in de jaren 50 ontstaan is, daarvoor sprak men voor homofielen en nog eerder werden mannen die op mannen vielen met de 19e -eeuwse term ”uraniërs” genoemd.


In de jaren ’60 kwam de termen eindigend op “o” over naar Nederland.
In 1965 werd de Provo- beweging opgericht, een anarchistische protestbeweging. De naam afgeleid van provoceren, de volgelingen werden “provo’s” genoemd.


Zelf heb ik me, tot ik het artikel over Camiel Hamans las, niet gerealiseerd dat al die woorden op een “o” een negatieve quotatie hadden. Het lijkt mij ook niet wáár.
Ik vind woorden als homo, hetero, lesbo, Limbo en Brabo géén negatieve woorden; in mijn beleving worden ze gebruikt omdat de woorden homofiel, heteroseksueel, lesbienne, Limburger en Brabander langer zijn: uitspraakluiheid dus!


Ik herinner me het t.v. programma Jiskefet *) van de VPRO (uitgezonden 1990-2005) waarin het woord “lullo” werd geïntroduceerd

Dit keer geen afkorting met een o erachter, maar het hele woord met “lo” erachter! (negatieve betekenis? Misschien. Ze noemden elkaar “gewoon” zo)

Het is natuurlijk niet zo dat elk woord eindigend op een o een afkorting is, hoewel….
Misschien waren we het vergeten maar auto is wel de afkorting van automobiel!


Camiel Hamans:  “Taalkundigen zeggen wel graag dat taal verandert, maar het zijn de taalgebruikers die de taal veranderen.”


*) Jiskefet is een Fries woord dat vuilnisemmer betekent.


Umlaut en trema

Soms zoek ik qua taal iets na en “verdwaal” ik in een begrip.
Zo had ik dat ook met de tekens umlaut en trema; allebei 2 puntjes boven een letter
Ik “rolde” van het ene (bekende) in het andere (onbekende) en besloot er een blog aan te wijden.
Ik kwam er achter dat zowel de umlaut als het trema  diakritische tekens zijn
Een diakritisch teken is een schriftteken dat boven, onder of door een letter gezet wordt ter aanduiding van de uitspraak (Diakritisch vanuit Grieks diakritikós = onderscheidend)



Hoewel umlaut en trema grafisch (meestal) identiek zijn, hebben ze een verschillende functie.
De Umlaut  was oorspronkelijk een teken dat er uit zag als twee schuine streepjes naar rechts wijzend die boven een klinker werden geschreven. Die umlaut is in de loop der tijd van die twee schuine streepjes verworden tot twee puntjes)

“Umlaut” is een leenwoord uit het Duits gevormd uit um =om (anders) en Laut = klank, geluid, letterlijk omklank, dus klankverandering.

Umlauten komen alleen in leenwoorden voor (oa Duits, Zweeds en Turks) zoals bijvoorbeeld het woord föhn, Duits voor een warme valwind.(Dát woord is overigens afgeleid van het Latijnse favonius = warme wind).

Een trema, leenwoord uit het Frans =deelteken, wordt gebruikt bij klinkerbotsing; als het na elkaar schrijven van de letters zonder extra aanduiding tot een verkeerde uitspraak kan leiden, zoals bijvoorbeeld bij ruïne

Als een woord een umlaut heeft, blijft dat woord altijd met een umlaut.
Bij een trema kan het, als het woord, aan het eind van een regel wordt afgebroken, het trema verliezen.
Dan is er immers geen verkeerde uitspraak meer mogelijk, zoals ruïne aan het eind van de zin ru
ine wordt

Ik “vond” ook nog een woord met 2 trema’s in zich: coëfficiënt  (er zullen er misschien wel meer zijn)

Verder nog een weetje over onnodige umlauten. 
Heavy metalgroepen hebben soms namen met, “overbodige” umlauttekens op de naam om “stoerder” te klinken.
De bekendste voorbeelden : Motörhead en Blue Öyster Cult .

Communicatie

Ooit heb ik mijn opleiding als hulpverleenster een psychologieles gehad die ik nooit meer zal vergeten.
Het ging over Communicatie.

Twee mensen hebben het over een stoel.
De een denkt aan haar eetkamerstoel, de andere aan een ligstoel.
Er wordt gesproken over EEN stoel, maar beide personen DENKEN over een ander voorwerp

Dat kan ook met een abstract begrip, zoals VERDRIET.

Iemand vertelt je dat haar kind overleden is en dat ze verdriet heeft.
Je begrijpt dat “helemaal”
Iedereen die zijn/haar kind verliest zal verdriet hebben.
Je wéét echter niet HOE haar verdriet er uitziet.
Zij komt misschien haar bed niet meer uit, huilt de hele dag en verzorgt zichzelf niet; het kan ook zijn dat ze “gewoon” functioneert maar dat dit verdriet een gat geslagen heeft in haar hart.
Om haar te kunnen helpen MOET een hulpverlener weten HOE haar verdriet er uitziet; vragen dus!
Zonder dit te checken, kun je langs elkaar heen praten!

In het “gewone” alledaagse leven merk ik vaak dat TAAL essentieel is, dat het gebruik van een bepaald woord, door een bepaald persoon, over een bepaald onderwerp, je totaal op het verkeerde been kan zetten.

Taal vind ik fascinerend, waarom noemen we iets zoals we dat doen?
Onlangs las ik een stukje over de MAAN

links: Io, ook wel “pizzamaan” genoemd – rechts: de maan

Tot 1610 dachten de mensen, die toen op aarde leefden dat er maar één maan was: DE maan
Iedereen behalve één man Galileo Galilei.
Deze Italiaanse astronoom ontdekte dat ook Jupiter manen had: 4 manen!
Die vier manen kregen namen om ze uit elkaar te houden.
De “eerst ontdekte maan” bleef gewoon “maan”
Maan (zonder hoofdletter) géén eigennaam, het is een (zelfstandig naam)woord.

Theoretisch zou ik het dus met iemand over (een) maan kunnen hebben, Io bijvoorbeeld  (een van de manen van Jupiter, genoemd naar de mythologische dochter van Inachus) waarbij de ander zou denken aan de enige natuurlijke satelliet van de aarde (één van de grootste 5 manen van het zonnestelsel)
Dat zou verwarring kunnen geven.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de verwarring die homoniemen ( woorden die er hetzelfde uitzien en hetzelfde klinken, maar een verschillende betekenis hebben) zoals slot een kasteel kan betekenen, en slot dat het einde betekent en slot dat een sluiting kan zijn, kunnen veroorzaken.

Of  homofonen (woorden die hetzelfde klinken, maar verschillend worden geschreven) zoals  bereiden en berijden.

Gelukkig verschillen de betekenissen van homoniemen en homofonen zoveel van elkaar dat we meestal gauw “doorhebben” wat de ander bedoelt
Het zijn meestal de abstracte begrippen waar we qua gevoel veel in kunnen verschillen en die tot miscommunicatie kunnen leiden.
Checken dus!

Eigenlijk is het een wonder dat we elkaar sowieso kunnen begrijpen



Maaltijdpakket

Af en toe haal ik  in de supermarkt een maaltijdpakket en maakt mijn lief dat klaar.
In de doos zit “bijna” alles wat je voor het gerecht nodig hebt. Een sticker erop met zelf toevoegen
geeft aan wat er (soms) nog meer bij nodig is.
Soms zijn dat dingen als water of  peper, zout  ( en/of iets dat je als je zelf wel eens kookt altijd in huis hebt) soms iets extra’s zoals kip, gehakt, koksroom.

Snel boodschappen doen is dus werkelijk snel door zo’n pakket pakken, zien wat er nog nodig is en als dat iets is dat je NIET in huis hebt, dát dan ook uit het schap pakken: snel klaar met boodschappen doen en gegarandeerd lekker eten.





Onlangs hadden we een Goulash pakket.
Het woord goulash ken ik wel, maar wat het eigenlijk betekent? Even nazoeken.
Het komt van het Hongaarse: Gulyás.
Ik wil graag weten wat het Hongaarse woord betekent, maar ik kom daar niet achter (Gulyás verklaring Nederlands: goulash)


Het blijkt dé Nationale Hongaarse schotel te zijn en is SOEP!
Wat hier, in Nederland, goulash wordt genoemd is een ingedikte vorm van deze soep: een vleesstoofpot, die de Hongaren zélf dan weer : Pörköl noemen.

Bij het klaarmaken van goulashgerechten vind ik (op internet) een tijdsduur van 2 ½ uur tot langer. Vermoedelijk is ons goulashrecept, dat maar 30 minuten bereidingstijd vergt, sneller omdat het met kip is en niet met rundvlees.

IK was snel klaar met boodschappen voor het avondeten halen; mijn lief 30 minuten aan het koken.
Daarna  samen met een glaasje wijn erbij en tuttifrutti*) als dessert aan het avondeten: het was het een prima maaltijd





*) tuttifrutti is pseudo Italiaans voor al het fruit en bestaat uit gedroogde vruchten: (meestal) abrikoos, pruim en appel

Opkikken

In onze vijver in de tuin zitten behalve vissen ook schaatsenrijders (nu in diapauze), de hoogst ontwikkelde familie van de oppervlaktewantsen*); een enkele salamander; (nu waarschijnlijk ergens buiten de vijver aan het winterslapen) klein microbiologisch leven onzichtbaar voor mensenogen én kikkers.

kikkers in april

Kikkers houden ook een winterslaap maar zijn daar niet fanatiek in; een enkele keer zie ik op de bodem of onder de rand van de vijver een kikker traag bewegen.  Opgeschrikt uit winterslaap, of even rek en strek-oefeningen aan het doen

Het mooie van een vijver is dat er altijd “leven” in zit, al is het ’s winters allemaal wat traag.
In deze lockdowntijd, zien we, meer wandelend door de wijk, ook in voortuinen vaak vijvertjes, soms met beeldjes ernaast, vaak van kikkers of vissende kabouters!

Kikkers doen ons, mensen, wat! Misschien niet de gladde, glibberige beesten zélf, maar wél hun beeltenis.
Onlangs kreeg ik een “opvrolijkkaart”
Een lieve wens van een lief mens.
Een kaart met een kikker op de voorkant: een (OP)KIKKERTJE!

De commercie heeft plaatjes van de kikker omarmt vanwege de naam én de associatie met opkikkeren
Hoe dat kwam?

Dát heb ik even nagezocht en het blijkt (etymologisch) dat het woord opkikkeren oorspronkelijk opkikken was.
Kikken (1875)= een klein geluid geven: Hij geeft geen kik!
Hij hoeft maar te kikken, of ze staat al voor hem klaar!
(Toen zat er volgens mij nog geen enkele associatie met de kikker in.
Heeft u wel eens een kikker een “zacht” geluid horen geven? Ze kwaken meestal uit volle borst!!)

Het woord opkikken werd vroeger ook gebruikt voor opbeuren, opmonteren.
Dát opkikken werd verworden tot opkikkeren; een woord  dat NU verwijst naar het levendige, springerige van een kikker.





*) Schaatsenrijders komen ook op zee voor en zijn de enige insecten die een vuile zee kunnen overleven

Latijn en Grieks (2)

Allebei de talen heb ik NIET op school gevolgd. Pas op latere leeftijd heb ik interesse gekregen in andere talen dan Frans, Duits en Engels.
Latijn heb ik een beetje proberen “in te halen” door boeken aan te schaffen en aan zelfstudie te doen (in het vóórdigitale tijdperk)
Ik vond het enig om mezelf Latijn te leren. Dan heb ik het niet over spreken maar over teksten vertalen. Als er ergens een inscriptie in het Latijn stond probeerde ik die te vertalen.
Nu heb ik er jaren niets aangedaan en weet er nog maar een fractie van.

Over Grieks schreef ik al eerder een blog dus nu is Latijn aan de beurt


Ooit vestigden de Latijnen zich in Latium (huidige Lazio, een regio in Italië met Rome als hoofdstad)
Rome werd daarvóór de Etrusken bewoond  (Etrusken, één van de hoogst ontwikkelde volken van de Oudheid met een eigen taal, het Etruskisch, én een eigen religie en cultuur)
Het Romeinse alfabet is gebaseerd op het Etruskisch alfabet dat op zijn beurt weer afgeleid is van het Griekse alfabet.

Een leenwoord uit de Etruskische taal naar Latijn is bijvoorbeeld persona; hiervan is het Nederlandse persoon afgeleid
Latium is de bakermat van de Latijnse taal en daarmee van alle Romaanse (afkomstig van Rome) talen. De Romaanse talen zijn Frans, Italiaans, Portugees, Roemeens, Spaans en Catalaans.

Men zou het Latijn misschien wel een historische taal moeten noemen (in plaats van een “dode” taal)  want het Latijn heeft weliswaar geen moedertaalsprekers meer maar leeft nog wel als voertaal in de liturgie.
Ik las dat er nogal  een groot verschil bestaat tussen de schattingen van mensen die nog Latijn kunnen spreken: tussen de 500 en 10.000 personen (héél ruime schatting!)

In Engeland werd Latijn door het Angelsaksisch verdreven, in Noord Afrika door het Arabisch.
In Italië Frankrijk en Spanje en Catalonië werd de taal niet uitgeroeid maar wel sterk veranderd.
In de 9e eeuw kwam het Frans als gesprekstaal én als literaire taal te voorschijn.
Fransen zijn Gallische Kelten en hun taal is de meest gedistingeerde nakomeling van het Latijn.
In de 10e eeuw kwamen de eerste geschriften in het Italiaans en in de 11e eeuw ontstond het Spaans

De oudste gevonden Latijnse tekst dateert vermoedelijk van de 7e eeuw v.Chr. en was ingegrift op een kledingspeld.

Latijn had zijn hoogtepunt in de eerste eeuw v. Chr. : voor advocaten en in de literatuur; voor de “man op de straat” was het toen onbegrijpelijk geworden.
Als de meerderheid van de mensen analfabeet is overheerst de spreektaal;  Vulgair Latijn.
Volkslatijn is  ook de vorm van het Latijn waaruit de Romaanse talen zijn ontstaan.
Romaanse talen zijn de enige nog levende tak van Italische talen (Italische talen zijn een groep van Indo-Europese talen die in het eerste millennium v. Chr. op het Italische schiereiland werden gesproken.

Latijn komt in Nederland, nú nog voor in de wetenschap (medici), juridisch taalgebruik én in de katholieke kerk.
In Nederland wordt het Latijn onderwezen op het gymnasium.  (De uitspraak die op de meeste scholen wordt geleerd, is niet meer dan een praktische benadering van deze klassieke uitspraak)

                                                                                     haec est finis

Dutch en Deutsch

Al heel jong was ik me bewust van dat Engelsen met taal Hollanders vaak  in negatieve zin aanhalen.
Double Dutch (onverstaanbaar praten) Going Dutch (bij een date voor jezelf betalen) Dutch Alps (kleine borsten) en Dutch courage  (moed hebben die te wijten is aan drank!)

De Engelsen die we daar ontmoeten (regelmatig familiebezoek) weten zelf ook niet hoe die uitdrukkingen ontstaan zijn.

Die negatieve uitlatingen, zo las ik onlangs, schijnen begonnen te zijn in de 17e en 18e eeuw toen oorlogen werden gevoerd tussen Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden om de controle over de zee- en handelsroutes.


De Engelsen beschouwden ons toen als concurrenten in de strijd om de koloniën en  gaven ons een imago van machtsbeluste lieden. Ze vonden dat wij het, voor zo’n klein landje, nogal hoog in onze bol hadden. Vandaar de vele negatieve uitdrukkingen met Dutch erin

De Amerikanen deden er in de 19e eeuw nog een schepje bovenop dingen met méér negatieve uitlatingen die “Dutch” genoemd werden.

Dáár hadden wij, Hollanders, echter niets mee te maken!
In de 19e eeuw trokken er miljoenen Duitse immigranten naar Amerika.  
De Engelstalige inwoners van de VS voelden zich overlopen. Ze duidden de “Deutsche” nieuwkomers aan als “Dutch”
Alles wat slecht was, projecteerden ze op hen. Een voorbeeld: de Duitse immigranten golden als mensen die zich niet aan de regels hielden,  vandaar dat een term als “Dutch crossing” (de straat oversteken zonder de regels te respecteren) daar en toen ontstaan is.

In september van vorig jaar verscheen een boek van de hand van Gaston Dorren, de “Dutchionary”, een boek vol uitspraken (vooroordelen)  over the Dutch (Nederlanders én Duitsers) die ontstaan zijn in Engeland én de VS!

Grieks en Latijn

Grieks en Latijn heb ik op school niet gehad. Pas op latere leeftijd interesse gekregen in andere talen dan Frans, Duits en Engels.
Latijn heb ik een beetje proberen “in te halen” door boeken aan te schaffen en aan zelfstudie te doen (vóór digitale tijdperk)

Grieks is de eerste Europese taal waarvan schriftelijke bronnen bestaan

Grieks of Helleens gaat zo’n duizend jaar verder terug dan Latijn.
Het Griekse alfabet (alfa en bèta zijn de eerste 2 letters van het Griekse alfabet)  dateert uit de 9e eeuw v. Chr. Het oud Grieks is een verzamelnaam voor de 5 Griekse dialecten van tussen de 9e eeuw vóór en de 6e eeuw ná Chr

In de 4e eeuw vóór Chr. werd het dialect van Athene, het Attisch, de belangrijkste taal in de westerse wereld. Dat vaardigde de pa van Alexander de Grote, koning Philippus van Macedonië, uit. Zoon Alexander zat niet bepaald stil en nam het Grieks “mee” op zijn expedities naar Azië en Afrika.
Het Grieks bleef ook ná de dood van Alexander de Grote de lingua franca (internationale omgangstaal) van een deel van het Middellandse Zeegebied

Over het algemeen veranderen talen door de gebruikers ervan. Zo niet het Grieks
Ik las dat de Griekse taal zó behoudend is dat een burger van het oude Athene een hedendaagse Griekse krant voor een groot gedeelte zou kunnen lezen.

Grieks is ook een taal van de wetenschap; de woordenschat van medici bevat meer Grieks dan enige andere wetenschap.
[pharmakon= kruid- farmaceut; narka=verdoving-narcotic; hepar=lever-hepatitis]
Ook de taal in de botanie zou “uitdunnen” zonder het Grieks
[Clematis; vertaling: klimplant; geranion, vertaling: ooievaarsbek- geranium]

Ook gebruiken wij samengestelde termen: “oude” Griekse samenstellingen, zoals
anthrops=mens en logia=studie= samen: antropologie
holos= geheel en kaustos=verbrand = samen: holocaust
En “nieuwe” samenstellingen, zoals Europa en kratein=heersen, samen: Eurokraat
Makros = lang en bios= leven, samen: macrobiotisch
Techne= vaardigheid en kratein+ heersen, samen:  technocraat

Toen het Romeinse Rijk in opkomst kwam wilden ook de Romeinen een alfabet hebben; zij baseerden het hunne op het Griekse alfabet en paste een en ander aan.
Wij Nederlanders namen dit alfabet ongeveer zo aan; we hebben 26 letters maar ook een paar
tweeklanken, zoals  bijvoorbeeld  de o en e= samen oe.*)

Toen ik voor het eerst naar Griekenland ging had ik me thuis een beetje voorbereid op dit andere schrift, maar eenmaal dáár waren bijvoorbeeld straatnaambordjes, als het niet ook in Romeins schrift stond, amper te herkennen. Snel een plattegrond gekocht waarop beider schrift stond. Fonetisch uitspreken bleek moeilijker dan elke taal die ik eerder had geleerd.

Dit blog was grotendeels over het Grieks, over het Latijn komt later nog een blog.

*) Nederlands heeft  ook Griekse woorden die we wellicht niet als zodanig herkennen zoals
Chaos, ritme, horizon en sfeer bijvoorbeeld.

Nieuw woord

Een nieuw woord is onlangs ontstaan: vaccinatietwijfelaars.

Er is een steekproef gehouden onder 1014 Nederlanders door TU Delft en RIVM over de bereidheid tot vaccinatie ALS de Corona vaccinatie voor iedereen mogelijk zal zijn.

13% van hen zegt JA
14% van hen zegt NEE
En 73% zegt af te wachten: dát zijn de vaccinatietwijfelaars!

Eén van de reden waarom men twijfelt is de snelheid waarmee dit vaccin op de markt gebracht zal worden.
Ook is  men bang voor de bijverschijnselen én dat het middel (ontwikkeld door de bedrijven Pfizer en Moderna) niet genoeg getest zijn.

Dat laatste schijnt beslist NIET waar te zijn. Een vaccin moet, vóórdat het op de markt mág komen eerst op tienduizenden mensen getest zijn én door een onafhankelijk organisatie beoordeeld zijn
Die tienduizenden schijnen getest te zijn, dus aan die eis is voldaan!
In het Nederlandse geval  van onafhankelijke beoordeling, gebeurt dat testen door het  EMA = European Medicines Agency.

Het EMA ( gevestigd in Amsterdam) is nu bezig met haar beoordeling en verwacht vóór het einde van deze maand een besluit over de vaccins van de bedrijven Pfizer en BioNTech genomen te hebben.
Het EMA is op 1 december begonnen aan de  definitieve beoordeling van het vaccin van Moderna; wanneer die  eventuele goedkeuring zal plaatsvinden is (nog) niet bekend.

Bent u een vaccinatietwijfelaar? Of weet u al of u zich zal laten vaccineren als het middel beschikbaar is?

Nederlandse taal

Er zijn 6800 talen op de wereld! Daar is het Nederlands er één van.

Nederlands (een West-Germaanse taal) wordt gesproken in Nederland, Suriname, Aruba, Curacao en St.Maarten en België.
Het Nederlands is de derde meest gesproken Germaanse taal.

In Nederland spreken ook nog een aantal mensen Fries. Ik las ergens dat 250.00 Friezen Fries spreken, maar ik las ook het aantal  400.000 Friessprekers. In het laatste getal zijn óók de mensen die in Duitsland wonen en Fries spreken (Saterland en Nrd. Friesland) meegeteld.
Fries is, in tegenstelling tot Limburgs een TAAL. Limburgs is een dialect.

In België is Nederlands één van de 3 officiële talen (met Duits en Frans) 60% van de inwoners van België spreken Nederlands
In Suriname zijn 2 officiële talen : het Surinaams ( Srana Tongo) en het Nederlands; 60% van de bevolking spreekt Nederlands.
Aruba heeft 2 officiële talen het Papiamento en het Nederlands.
Curacao heeft 3 officiële talen: Nederlands, Engels en Papiamento
Sint Maarten is gedeeltelijk Frans en gedeeltelijk Nederlands en die talen worden daar dan ook gesproken.

Afrikaans is  één van de officiële talen in Zuid Afrika, het is een dochtertaal van het Nederlands (dochtertalen zijn onderling verstaanbaar)

Het aantal mensen dat Nederlands spreekt in de  Verenigde Staten, Canada en Australië wordt geschat op ruim een half miljoen.
Verder spreken  in de voormalige kolonie Indonesië nog mensen Nederlands