Nooit

Nooit = geen enkele keer; nimmer; op geen enkel tijdstip …… “met sint -juttemis!”

Deze mis (dienst) voor Sint Jut (Jutte) werd dus kennelijk nooit gehouden
Maar wie was die sneue Sint Jut (te) eigenlijk?

Ik las dat deze uitdrukking voor het eerst is aangetroffen in de Kronieken van Roermond in 1577 en dat de hele uitdrukking luidt:…  met sint-juttemis als de kalveren op het ijs dansen.
Daar zijn later 2 uitdrukkingen uit ontstaan die allebei NOOIT tot betekenis hadden:
Met sint -juttemis      en
Als de kalveren op het ijs dansen.

Er zijn nogal wat verklaringen voor de herkomst van de uitdrukking “ Met sint- juttemis”
maar het komt er eigenlijk op neer dat men de oorsprong ervan NIET zeker weet.

Een paar van de (on)mogelijkheden
Juttemis zou afkomstig kunnen zijn van:


* de Bijbelse Judit (betekenis “vrouw uit Judea”). Haar naamdag was  17 augustus, maar gezien de toevoeging : als de kalveren op het ijs dansen én er op 17 augustus in Nederland nóóit ijs ligt ( laat staan dat kalveren kunnen dansen) vond dit “evenement” dus nóóit plaats

*Jutte  zou een ander woord voor Joden zijn; De Joden kennen geen “mis” dus een Juttemis  wordt nooit gehouden; bestaat dus niet;

*Pausin Johanna (rond het jaar 855)  Zij werd verondersteld een man *)te zijn en als zodanig werd ze paus, pas toen ze (2 jr later) beval van een kind “ontdekte” men dat ze eigenlijk een vrouw was. (Ze stierf bij de geboorte van dit kind, dus van een “afzettingsprocedure” hoefde geen sprake meer te zijn)
Zij heeft nooit haar eigen naamdag gekregen!

Het woord sint-juttemis wordt met een streepje en kleine letters geschreven, omdat niet (meer) wordt verwezen naar een bestaande heilige.


Er blijken meer spreekwoorden te zijn die NOOIT betekenen:

Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen
;

Als er twee zondagen in één week komen;

Als de kiekens tanden krijgen
(Vlaanderen)





*)  Elke katholieke geestelijk die in aanmerking komt om paus te worden schijnt na dit débacle met Johanna op zijn mannelijkheid gecontroleerd te worden. ( Testiculos habet et bene pendentes oftewel “Hij heeft testikels en ze hangen goed”)


Lummeltje

Soms hoor je een “nieuw” woord.
Laatst schreef ik al een blog over een, voor mij nieuw woord: scheluw.

Gisteren hoorde ik een “oud” woord met een nieuwe betekenis! Lummeltje!
Bedoeld werd NIET een kleine lummel (vlgs woordenboek: slome, onhandige jongen), maar het woord lummeltje, dat niet bestaat zonder “tje” !

Het woord is dan wel nieuw voor me maar ik heb wel lummeltjes in mijn kleding!
Het zijn namelijk bandjes binnenin je mouw. Ze zijn er (met een knoopje op de mouw) als mogelijkheid om mouwen korter te maken. Een synoniem is “mouwbandje”

De lummeltjes in gebruik én op de roze mouw het knoopje: dán weet je dat aan de mouwbinnenkant een lummeltje zit!

Niet alleen vrouwen kunnen lummeltjes hebben, ook bij mannenoverhemden zijn wel eens “lummeltjes” te vinden. Ik vond in een advertentie: Regular fit- western shirt,  de mouwen hebben een lummeltje waarmee je ze een paar keer kunt omslaan en ook waren er foto’s van mannenhemden mét lummeltjes te vinden.

Toen ik, op internet, naar lummeltjes aan het zoeken was vond ik wel wat “andere” lummels (zonder verkleinwoord) allemaal verschillende producten die zo genoemd werden!
Een zitelement,, een vloerlamp, een doos extra lange frikandellen én een scharnierende pen waarmee een giek aan de mast is bevestigd (waardoor de giek in het verticale vlak en in het horizontale draaibaar is)




Scheef?

Meestal komt tegenwoordig een nieuw woord bij mij binnen door een wordfeudspelletje of iets dat ik lees. Vandaag leerde ik een nieuw woord van mijn lief, waar ik toch al een aantal jaren mee samen ben.
Nooit eerder dit woord gehoord!

De situatie:
Onze kokosmat*) was gescheurd, dus er moest een nieuwe komen vóór iemand languit, plat op de snuit in de hal zou belanden (dat kan niet echt, daarvoor is het halletje te klein)
Een kokosmat kun je kopen per meter en dan zelf passend maken (wist ik ook niet maar mijn lief wel)
Omdat ik nu graag eens een ander kleurtje dan de kapotte mat wilde, ging ik mee.

Helaas, de Praxis had maar één soort kokosmat aan de rol en die was dezelfde kleur als die we al hadden.
Er waren matten (ook aan de rol) van een ander materiaal, maar die waren veel te dun om passend op het luik achter onze voordeur te leggen. Dus….. dan maar dezelfde kleur mat.
We hadden een onervaren afsnijder, hij kon geen centimeter vinden en geen stanleymes Er kwam iemand bij helpen; een (niet oude) rot in het vak; een (vak)vrouw.
Zij had snel een centimeter en een stanleymes gevonden; ze gaf hem tips hoe te meten, want met een “golf” in het materiaal, zoals hij het wilde doen, wordt NIET goed gemeten!
De aanzet met het mes van de jongen was nogal scheef (dat zag ik zelfs!) zodat de vakvrouw meteen ingreep. ”Meet maar met één centimeter erbij, dan kan meneer het zelf RECHT snijden! En laat meneer NIET voor die centimeter betalen!”
Zoals ik al zei: VAKvrouw!

Thuis ging mijn lief meteen aan de slag.
Toen kwam het moment waarop ik het nieuwe woord uit zijn mond hoorde!
Het luik waarop de mat moest komen te liggen was, mopperde hij,  scheluw.
Wat?
Hij herhaalde het en gaf de betekenis.

Nu, voor het blog, zoek ik het even na om een korte beschrijving van het woord te geven:
Een vlak wordt scheluw genoemd wanneer de tegenover elkaar liggende randen of zijden niet in een plat vlak liggen.
Het woord is ontwikkeld uit het Proto-Germaans (oergermaans) zijnde skelwa = scheef, vervormd.
De vorm scheluw bestaat in het hedendaags Nederlands nog als vakterm voor “scheef” en “kromgetrokken” (o.a van hout)
In sommige dialecten, o.a. het West-Vlaams is het ook het “gewone” woord voor “scheel” (het scheef kijken met de ogen)

Jaren samen en nog nooit was iets scheluw, althans niet noemenswaardig scheluw!

Scheluw of niet, ik vind dat mijn lief de mat prima passend heeft gemaakt




*) Kokosvezel is een taaie en stugge plantenvezel die afkomstig is van de bast van kokosnoten.

Eind “O”

23 juni jl  promoveerde taalkundige en journalist Camiel Hamans ( 1948 – ) op een proefschrift over taalverandering aan de Universiteit van Amsterdam (aar hij (tot 1979) zelf studeerde)
Zijn proefschrift heet: Borderline cases in morphology. A study in language change.


Ik las een stukje over de eind o! Zoals in psycho, lesbo, aso en Brabo
Het zijn afkortingen, die in het Amerikaans-Engels van de jaren ’50 ontstonden, vermoedelijk door Italiaanse Amerikanen.

Woorden van 2 lettergrepen, klemtoon op de eerste lettergreep en mét een negatieve lading.
Het blijkt dat ook het woord “homo” in de jaren 50 ontstaan is, daarvoor sprak men voor homofielen en nog eerder werden mannen die op mannen vielen met de 19e -eeuwse term ”uraniërs” genoemd.


In de jaren ’60 kwam de termen eindigend op “o” over naar Nederland.
In 1965 werd de Provo- beweging opgericht, een anarchistische protestbeweging. De naam afgeleid van provoceren, de volgelingen werden “provo’s” genoemd.


Zelf heb ik me, tot ik het artikel over Camiel Hamans las, niet gerealiseerd dat al die woorden op een “o” een negatieve quotatie hadden. Het lijkt mij ook niet wáár.
Ik vind woorden als homo, hetero, lesbo, Limbo en Brabo géén negatieve woorden; in mijn beleving worden ze gebruikt omdat de woorden homofiel, heteroseksueel, lesbienne, Limburger en Brabander langer zijn: uitspraakluiheid dus!


Ik herinner me het t.v. programma Jiskefet *) van de VPRO (uitgezonden 1990-2005) waarin het woord “lullo” werd geïntroduceerd

Dit keer geen afkorting met een o erachter, maar het hele woord met “lo” erachter! (negatieve betekenis? Misschien. Ze noemden elkaar “gewoon” zo)

Het is natuurlijk niet zo dat elk woord eindigend op een o een afkorting is, hoewel….
Misschien waren we het vergeten maar auto is wel de afkorting van automobiel!


Camiel Hamans:  “Taalkundigen zeggen wel graag dat taal verandert, maar het zijn de taalgebruikers die de taal veranderen.”


*) Jiskefet is een Fries woord dat vuilnisemmer betekent.


Umlaut en trema

Soms zoek ik qua taal iets na en “verdwaal” ik in een begrip.
Zo had ik dat ook met de tekens umlaut en trema; allebei 2 puntjes boven een letter
Ik “rolde” van het ene (bekende) in het andere (onbekende) en besloot er een blog aan te wijden.
Ik kwam er achter dat zowel de umlaut als het trema  diakritische tekens zijn
Een diakritisch teken is een schriftteken dat boven, onder of door een letter gezet wordt ter aanduiding van de uitspraak (Diakritisch vanuit Grieks diakritikós = onderscheidend)



Hoewel umlaut en trema grafisch (meestal) identiek zijn, hebben ze een verschillende functie.
De Umlaut  was oorspronkelijk een teken dat er uit zag als twee schuine streepjes naar rechts wijzend die boven een klinker werden geschreven. Die umlaut is in de loop der tijd van die twee schuine streepjes verworden tot twee puntjes)

“Umlaut” is een leenwoord uit het Duits gevormd uit um =om (anders) en Laut = klank, geluid, letterlijk omklank, dus klankverandering.

Umlauten komen alleen in leenwoorden voor (oa Duits, Zweeds en Turks) zoals bijvoorbeeld het woord föhn, Duits voor een warme valwind.(Dát woord is overigens afgeleid van het Latijnse favonius = warme wind).

Een trema, leenwoord uit het Frans =deelteken, wordt gebruikt bij klinkerbotsing; als het na elkaar schrijven van de letters zonder extra aanduiding tot een verkeerde uitspraak kan leiden, zoals bijvoorbeeld bij ruïne

Als een woord een umlaut heeft, blijft dat woord altijd met een umlaut.
Bij een trema kan het, als het woord, aan het eind van een regel wordt afgebroken, het trema verliezen.
Dan is er immers geen verkeerde uitspraak meer mogelijk, zoals ruïne aan het eind van de zin ru
ine wordt

Ik “vond” ook nog een woord met 2 trema’s in zich: coëfficiënt  (er zullen er misschien wel meer zijn)

Verder nog een weetje over onnodige umlauten. 
Heavy metalgroepen hebben soms namen met, “overbodige” umlauttekens op de naam om “stoerder” te klinken.
De bekendste voorbeelden : Motörhead en Blue Öyster Cult .

Communicatie

Ooit heb ik mijn opleiding als hulpverleenster een psychologieles gehad die ik nooit meer zal vergeten.
Het ging over Communicatie.

Twee mensen hebben het over een stoel.
De een denkt aan haar eetkamerstoel, de andere aan een ligstoel.
Er wordt gesproken over EEN stoel, maar beide personen DENKEN over een ander voorwerp

Dat kan ook met een abstract begrip, zoals VERDRIET.

Iemand vertelt je dat haar kind overleden is en dat ze verdriet heeft.
Je begrijpt dat “helemaal”
Iedereen die zijn/haar kind verliest zal verdriet hebben.
Je wéét echter niet HOE haar verdriet er uitziet.
Zij komt misschien haar bed niet meer uit, huilt de hele dag en verzorgt zichzelf niet; het kan ook zijn dat ze “gewoon” functioneert maar dat dit verdriet een gat geslagen heeft in haar hart.
Om haar te kunnen helpen MOET een hulpverlener weten HOE haar verdriet er uitziet; vragen dus!
Zonder dit te checken, kun je langs elkaar heen praten!

In het “gewone” alledaagse leven merk ik vaak dat TAAL essentieel is, dat het gebruik van een bepaald woord, door een bepaald persoon, over een bepaald onderwerp, je totaal op het verkeerde been kan zetten.

Taal vind ik fascinerend, waarom noemen we iets zoals we dat doen?
Onlangs las ik een stukje over de MAAN

links: Io, ook wel “pizzamaan” genoemd – rechts: de maan

Tot 1610 dachten de mensen, die toen op aarde leefden dat er maar één maan was: DE maan
Iedereen behalve één man Galileo Galilei.
Deze Italiaanse astronoom ontdekte dat ook Jupiter manen had: 4 manen!
Die vier manen kregen namen om ze uit elkaar te houden.
De “eerst ontdekte maan” bleef gewoon “maan”
Maan (zonder hoofdletter) géén eigennaam, het is een (zelfstandig naam)woord.

Theoretisch zou ik het dus met iemand over (een) maan kunnen hebben, Io bijvoorbeeld  (een van de manen van Jupiter, genoemd naar de mythologische dochter van Inachus) waarbij de ander zou denken aan de enige natuurlijke satelliet van de aarde (één van de grootste 5 manen van het zonnestelsel)
Dat zou verwarring kunnen geven.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de verwarring die homoniemen ( woorden die er hetzelfde uitzien en hetzelfde klinken, maar een verschillende betekenis hebben) zoals slot een kasteel kan betekenen, en slot dat het einde betekent en slot dat een sluiting kan zijn, kunnen veroorzaken.

Of  homofonen (woorden die hetzelfde klinken, maar verschillend worden geschreven) zoals  bereiden en berijden.

Gelukkig verschillen de betekenissen van homoniemen en homofonen zoveel van elkaar dat we meestal gauw “doorhebben” wat de ander bedoelt
Het zijn meestal de abstracte begrippen waar we qua gevoel veel in kunnen verschillen en die tot miscommunicatie kunnen leiden.
Checken dus!

Eigenlijk is het een wonder dat we elkaar sowieso kunnen begrijpen



Maaltijdpakket

Af en toe haal ik  in de supermarkt een maaltijdpakket en maakt mijn lief dat klaar.
In de doos zit “bijna” alles wat je voor het gerecht nodig hebt. Een sticker erop met zelf toevoegen
geeft aan wat er (soms) nog meer bij nodig is.
Soms zijn dat dingen als water of  peper, zout  ( en/of iets dat je als je zelf wel eens kookt altijd in huis hebt) soms iets extra’s zoals kip, gehakt, koksroom.

Snel boodschappen doen is dus werkelijk snel door zo’n pakket pakken, zien wat er nog nodig is en als dat iets is dat je NIET in huis hebt, dát dan ook uit het schap pakken: snel klaar met boodschappen doen en gegarandeerd lekker eten.





Onlangs hadden we een Goulash pakket.
Het woord goulash ken ik wel, maar wat het eigenlijk betekent? Even nazoeken.
Het komt van het Hongaarse: Gulyás.
Ik wil graag weten wat het Hongaarse woord betekent, maar ik kom daar niet achter (Gulyás verklaring Nederlands: goulash)


Het blijkt dé Nationale Hongaarse schotel te zijn en is SOEP!
Wat hier, in Nederland, goulash wordt genoemd is een ingedikte vorm van deze soep: een vleesstoofpot, die de Hongaren zélf dan weer : Pörköl noemen.

Bij het klaarmaken van goulashgerechten vind ik (op internet) een tijdsduur van 2 ½ uur tot langer. Vermoedelijk is ons goulashrecept, dat maar 30 minuten bereidingstijd vergt, sneller omdat het met kip is en niet met rundvlees.

IK was snel klaar met boodschappen voor het avondeten halen; mijn lief 30 minuten aan het koken.
Daarna  samen met een glaasje wijn erbij en tuttifrutti*) als dessert aan het avondeten: het was het een prima maaltijd





*) tuttifrutti is pseudo Italiaans voor al het fruit en bestaat uit gedroogde vruchten: (meestal) abrikoos, pruim en appel

Opkikken

In onze vijver in de tuin zitten behalve vissen ook schaatsenrijders (nu in diapauze), de hoogst ontwikkelde familie van de oppervlaktewantsen*); een enkele salamander; (nu waarschijnlijk ergens buiten de vijver aan het winterslapen) klein microbiologisch leven onzichtbaar voor mensenogen én kikkers.

kikkers in april

Kikkers houden ook een winterslaap maar zijn daar niet fanatiek in; een enkele keer zie ik op de bodem of onder de rand van de vijver een kikker traag bewegen.  Opgeschrikt uit winterslaap, of even rek en strek-oefeningen aan het doen

Het mooie van een vijver is dat er altijd “leven” in zit, al is het ’s winters allemaal wat traag.
In deze lockdowntijd, zien we, meer wandelend door de wijk, ook in voortuinen vaak vijvertjes, soms met beeldjes ernaast, vaak van kikkers of vissende kabouters!

Kikkers doen ons, mensen, wat! Misschien niet de gladde, glibberige beesten zélf, maar wél hun beeltenis.
Onlangs kreeg ik een “opvrolijkkaart”
Een lieve wens van een lief mens.
Een kaart met een kikker op de voorkant: een (OP)KIKKERTJE!

De commercie heeft plaatjes van de kikker omarmt vanwege de naam én de associatie met opkikkeren
Hoe dat kwam?

Dát heb ik even nagezocht en het blijkt (etymologisch) dat het woord opkikkeren oorspronkelijk opkikken was.
Kikken (1875)= een klein geluid geven: Hij geeft geen kik!
Hij hoeft maar te kikken, of ze staat al voor hem klaar!
(Toen zat er volgens mij nog geen enkele associatie met de kikker in.
Heeft u wel eens een kikker een “zacht” geluid horen geven? Ze kwaken meestal uit volle borst!!)

Het woord opkikken werd vroeger ook gebruikt voor opbeuren, opmonteren.
Dát opkikken werd verworden tot opkikkeren; een woord  dat NU verwijst naar het levendige, springerige van een kikker.





*) Schaatsenrijders komen ook op zee voor en zijn de enige insecten die een vuile zee kunnen overleven

Latijn en Grieks (2)

Allebei de talen heb ik NIET op school gevolgd. Pas op latere leeftijd heb ik interesse gekregen in andere talen dan Frans, Duits en Engels.
Latijn heb ik een beetje proberen “in te halen” door boeken aan te schaffen en aan zelfstudie te doen (in het vóórdigitale tijdperk)
Ik vond het enig om mezelf Latijn te leren. Dan heb ik het niet over spreken maar over teksten vertalen. Als er ergens een inscriptie in het Latijn stond probeerde ik die te vertalen.
Nu heb ik er jaren niets aangedaan en weet er nog maar een fractie van.

Over Grieks schreef ik al eerder een blog dus nu is Latijn aan de beurt


Ooit vestigden de Latijnen zich in Latium (huidige Lazio, een regio in Italië met Rome als hoofdstad)
Rome werd daarvóór de Etrusken bewoond  (Etrusken, één van de hoogst ontwikkelde volken van de Oudheid met een eigen taal, het Etruskisch, én een eigen religie en cultuur)
Het Romeinse alfabet is gebaseerd op het Etruskisch alfabet dat op zijn beurt weer afgeleid is van het Griekse alfabet.

Een leenwoord uit de Etruskische taal naar Latijn is bijvoorbeeld persona; hiervan is het Nederlandse persoon afgeleid
Latium is de bakermat van de Latijnse taal en daarmee van alle Romaanse (afkomstig van Rome) talen. De Romaanse talen zijn Frans, Italiaans, Portugees, Roemeens, Spaans en Catalaans.

Men zou het Latijn misschien wel een historische taal moeten noemen (in plaats van een “dode” taal)  want het Latijn heeft weliswaar geen moedertaalsprekers meer maar leeft nog wel als voertaal in de liturgie.
Ik las dat er nogal  een groot verschil bestaat tussen de schattingen van mensen die nog Latijn kunnen spreken: tussen de 500 en 10.000 personen (héél ruime schatting!)

In Engeland werd Latijn door het Angelsaksisch verdreven, in Noord Afrika door het Arabisch.
In Italië Frankrijk en Spanje en Catalonië werd de taal niet uitgeroeid maar wel sterk veranderd.
In de 9e eeuw kwam het Frans als gesprekstaal én als literaire taal te voorschijn.
Fransen zijn Gallische Kelten en hun taal is de meest gedistingeerde nakomeling van het Latijn.
In de 10e eeuw kwamen de eerste geschriften in het Italiaans en in de 11e eeuw ontstond het Spaans

De oudste gevonden Latijnse tekst dateert vermoedelijk van de 7e eeuw v.Chr. en was ingegrift op een kledingspeld.

Latijn had zijn hoogtepunt in de eerste eeuw v. Chr. : voor advocaten en in de literatuur; voor de “man op de straat” was het toen onbegrijpelijk geworden.
Als de meerderheid van de mensen analfabeet is overheerst de spreektaal;  Vulgair Latijn.
Volkslatijn is  ook de vorm van het Latijn waaruit de Romaanse talen zijn ontstaan.
Romaanse talen zijn de enige nog levende tak van Italische talen (Italische talen zijn een groep van Indo-Europese talen die in het eerste millennium v. Chr. op het Italische schiereiland werden gesproken.

Latijn komt in Nederland, nú nog voor in de wetenschap (medici), juridisch taalgebruik én in de katholieke kerk.
In Nederland wordt het Latijn onderwezen op het gymnasium.  (De uitspraak die op de meeste scholen wordt geleerd, is niet meer dan een praktische benadering van deze klassieke uitspraak)

                                                                                     haec est finis

Dutch en Deutsch

Al heel jong was ik me bewust van dat Engelsen met taal Hollanders vaak  in negatieve zin aanhalen.
Double Dutch (onverstaanbaar praten) Going Dutch (bij een date voor jezelf betalen) Dutch Alps (kleine borsten) en Dutch courage  (moed hebben die te wijten is aan drank!)

De Engelsen die we daar ontmoeten (regelmatig familiebezoek) weten zelf ook niet hoe die uitdrukkingen ontstaan zijn.

Die negatieve uitlatingen, zo las ik onlangs, schijnen begonnen te zijn in de 17e en 18e eeuw toen oorlogen werden gevoerd tussen Engeland en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden om de controle over de zee- en handelsroutes.


De Engelsen beschouwden ons toen als concurrenten in de strijd om de koloniën en  gaven ons een imago van machtsbeluste lieden. Ze vonden dat wij het, voor zo’n klein landje, nogal hoog in onze bol hadden. Vandaar de vele negatieve uitdrukkingen met Dutch erin

De Amerikanen deden er in de 19e eeuw nog een schepje bovenop dingen met méér negatieve uitlatingen die “Dutch” genoemd werden.

Dáár hadden wij, Hollanders, echter niets mee te maken!
In de 19e eeuw trokken er miljoenen Duitse immigranten naar Amerika.  
De Engelstalige inwoners van de VS voelden zich overlopen. Ze duidden de “Deutsche” nieuwkomers aan als “Dutch”
Alles wat slecht was, projecteerden ze op hen. Een voorbeeld: de Duitse immigranten golden als mensen die zich niet aan de regels hielden,  vandaar dat een term als “Dutch crossing” (de straat oversteken zonder de regels te respecteren) daar en toen ontstaan is.

In september van vorig jaar verscheen een boek van de hand van Gaston Dorren, de “Dutchionary”, een boek vol uitspraken (vooroordelen)  over the Dutch (Nederlanders én Duitsers) die ontstaan zijn in Engeland én de VS!