Minder plastic in Frankrijk

Naar aanleiding van mijn blog over de petitie over het terugdringen van plastic kreeg ik berichtjes van 5 lezers dat ze de petitie ondertekend hadden.
Het zullen vast meer lezers/lezeressen zijn, want niet iedere lezer zal het me melden.
Fijn dat ook ik heb kunnen bijdragen aan de bewustwording van het gebruik van te veel plastic.

Ik kreeg ook een reactie over de Franse regering met betrekking tot plastic verpakkingen.
De essentie van deze reactie wil ik graag met u delen.

Per 1 januari van dit jaar mag een dertigtal soorten groenten en fruit niet meer in plastic verpakt worden. Als bv. radijzen, bananen en aardappelen in een hoeveelheid van minder dan 1,5 kilo word aangeboden mag daar géén plastic omheen gedaan worden!

Zie je nu nergens in Frankrijk meer dié hoeveelheid groenten en fruit in plastic?
Dat nog “even” wél, distributeurs en producenten krijgen 6 maanden de tijd om hun oude, plastic verpakking op te maken.

Dit zul je over 6 maanden niet meer in Frankrijk tegenkomen!


Telers van o.a. champignons  krijgen tot 2024 de tijd om een alternatief te bedenken voor hun plastic verpakkingen

Frankrijk loopt (weer) voorop in deze (plastic) milieuverbeterende strijd.
Wéér, omdat toen wij vele jaren geleden in Frankrijk kampeerden, daar op campings al verschillende kleuren afvalbakken stonden om gescheiden het vuil in te stoppen.
Toen hadden wij dat in Nederland nog niet!
Vooroplopers!

De Europese Unie vraagt de lidstaten om vanaf 2026 het gebruik van kunststofverpakkingen aanzienlijk te verminderen. Dat duurt nog lang en is, vind ik, wel erg voorzichtig geformuleerd!

Frankrijk is wat resoluter. Hoewel? Bakjes voor kwetsbaar fruit, zoals aardbeien, bosbessen en frambozen mogen nu nog van plastic zijn, dat is pas vanaf 2026 pas voorbij.

Duurzame verpakkingsmanieren gaan méér geld kosten zeggen de producenten, overstappen op karton bijvoorbeeld, zou twee keer duurder zijn dan plastic verpakking!



Het zijn aparte jongens, die Fransen! Goed bezig op het gebied van het terugdringen van plastic, Beter dan wij in Nederland, terwijl we het, als burgers, toch allemaal wel willen.


Dierenasiel Crailo

Als we in het Goois natuurreservaat de Zanderij (vroeger een zandafgraving) fietsen horen we enorm veel geblaf. Eerst denken we nog dat er HUS*) op de hei loopt, maar het is té veel herrie

Dan realiseren we ons dat het geblaf van het nabijgelegen dierenasiel komt.
Het dierenasiel heeft, evenals het gebied bij de Crailosebrug, de naam Crailo**).
Crailo betekent oorspronkelijk “kraaienbos” ( lo(o)= bos).

Het dierenasyl, zoals men vroeger schreef, is er gekomen omdat in 1923 een stel  dierenvrienden
een voorlopig comité  vormde dat zich “met den meest mogelijken ernst en ijver” bezig ging houden met de oprichting van een tehuis voor zwerfdieren.
Het lukte ze de benodigde fondsen bij elkaar te krijgen en in augustus 1925 opende” het Asyl voor noodlijdende, zwervende en andere dieren” haar deuren.

In 1930 waren in totaal 52 honden en 47 katten als zwervende dieren ingebracht.  
Zeventien honden en twee katten werden weer door hun eigenaar afgehaald.
Aan 25 van de 35 niet afgehaalde zwerfhonden ’werd een goed tehuis bezorgd’.

Behalve voor de opvang van noodlijdende dieren was Asiel Crailo ook toen al een dierenpensioen. In 1930 verbleven er bijvoorbeeld in totaal 481 honden, 145 katten, 37 duiven, 1 kalkoen, 1 kraai, 1 papegaai, 1 kanarie, 2 bokken en 2 konijnen.

Persoonlijk heb (had) ik ook wat met dit Hilversumse asiel; behalve dat (als kind) we altijd op 4 oktober (dierendag) daar op bezoek gingen om “ iets“ ( hondenvoer) te gaan schenken, was
de tweede hond in mijn ouderlijk huis uit dát asiel afkomstig.
Er was geprobeerd de pup te verdrinken, maar hij was gered en naar het asiel gebracht, waar hij eerst herstellen moest. Hij was angstig, ziek en zijn huid schurftig. We konden hem, eenmaal uitgezocht, pas een paar weken later, geheel hersteld meenemen.


Dat hondenverdrinkingstrauma was ook toen hij bij ons was, nog te merken: hij weigerde over een brug te lopen, zijn hele lijf verzette zich en hij begon te trillen. De Hondenbrug (over de Gooise Vaart in Hilversum) qua naam toch echt geschikt voor de oversteek van een HOND was een brede weg, voor hem “een brug te ver” hij ging liggen en wilde er NooiT overheen

Hondenbrug, ontworpen door W.Dudok (1930) die de, van oorsprong houten, brug verving. De naam Hondenbrug komt van de herkomst fondsen die voor de bouw van de stenen brug gebruikt werden: het geld kwam van de daartoe ingestelde hondenbelasting

Nu, met een zonnetje, fietsend door dit prachtige natuurgebied achtervolgt ons dit geblaf een tijdje, dan sterft het geluid weg en fietsen we, begeleid door vogelgefluit én de ( zwakke) geluiden van nabijgelegen wegen; het is tenslotte wél de Randstad!




*)Honden uitlaat Service
**) De naam van een, enkele kilometers verderop gelegen buurtschap (villawijk) is ook Crailo, dáár lag ooit een zeventiende eeuws landgoed met de naam Crailo. ’n Beetje verwarrend.





Nostalgisch Hilversum (2)

In het vorige blog  had ik ons achtergelaten op het terras van restaurant Parc,  gevestigd boven op de vroegere zout en zandbunker van Hilversum, genietend van onze lunch en het uitzicht op de Oude Haven, waar vroeger de boten met zand aanlegde.

In 1634 is de aanleg van de Gooische Vaart gestart en in 1651 is deze gerealiseerd tot aan de huidige gemeentegrens.
Voor goederen en personen kwam er zo een verbinding met (trekschuit) naar Amsterdam
(A’dam – H’sum duurt dan 6 uur)
In 1841 wordt pas met bescheiden middelen door de hoge stuwwal gegraven, waarbij hoogteverschillen van wel 14 meter zijn ontstaan.
In 1876 is het eindpunt bereikt, het Loosend, de plek van de huidige Havenstraat en waar wij nu op neer kijken.

We dalen na de lunch af in de diepte en lopen een stukje over het vroegere jaagpad *)  door het in 2002 aangelegde park langs het water.

Dan gaan we omhoog met de trap en zien bovenaan, op de Badhuislaan, de oude stenen lantaarn staan. Terug naar de zand- en zoutbunker waar onze fietsen staan.
Daar tegenover fotografeer ik nog, in het kader van onze architectonisch tocht ONS GEBOUW, een voormalig Bondsgebouw, gebouwd in 1932 en oorspronkelijk het onderkomen van de SDAP (voorloper van de PvdA). Architectonisch is de bouwstijl verwant aan de Amsterdamse school. (Momenteel, zo las ik, zijn er studio’s in gemaakt voor jongeren met een beperking)

We besluiten de “prijsnominatie route” te verlaten en onze eigen weg te gaan langs bijzonder Hilversumse landmarks
We zijn nu vlakbij de Algemene Begraafplaats (in 1889 aangelegd in Engelse landschapsstijl) Hilversumse als ik ben zijn hier familieleden van mij (en ook van mijn partner) begraven.

We zijn blij verrast dat hier nu in de gebouwen (aula oa) renovatiewerkzaamheden plaatsvinden; het rijksmonument wordt opgeknapt! De laatste keer dat we hier waren zag het er erg verloederd uit.
We bezoeken het graf van familieleden.
De, meestal serene, sfeer van oude begraafplaatsen wordt verstoord door een grasmaaier en grastrimmer. Als de mannen (met oorbeschermers) ons zien stilstaan bij een graf, zetten ze hun apparatuur uit en zeggen dat ze straks terugkomen; ze lopen weg.
Heel attent!

In de villawijk, waar we daarna doorheen fietsen zien we een boomhut,  geweldig geconstrueerd met natuurlijke materialen, zoéén die ieder kind wel zou willen hebben, maar nooit genomineerd voor een architectuurprijs!

We komen langs het Rosarium met middenin hét monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Tweede Wereld Oorlog.

Geen zelfgemaakte foto maar een oude ansichtkaart van hoe het rosarium vroeger was



We fietsen door en komen bij het Raadhuis (gebouwd 1931) ooit door Dudok ontworpen.
(Wij zijn daar getrouwd en daarna uit Hilversum vertrokken)

Nu zien we aangeplakt dat er een architectuurtentoonstelling is.
De deur is  echter dicht; de tentoonstelling is maar een paar dagen per week open, blijkt.
Als ik informatie vraag IN het Raadhuis wordt me verteld wanneer de tentoonstelling wél geopend is, maar de man vertelt méér over het Raadhuis. Er wordt momenteel het een en ander in de toren gerenoveerd; de werkzaamheden zullen half november worden afgerond, waarna de 48 meter hoge toren weer beklommen kan worden en men weer van het uitzicht over Hilversum genieten kan. We krijgen folders mee.
We besluiten daar en dan zeker terug te komen in november!

Als we, na al deze omzwervingen weer bij onze tijdelijke verblijfplaats aankomen zijn we moe en voldaan; de hele weg zonnig zonder jas gefietst, nostalgische gevoelens toegelaten, maar ook nieuwe dingen gezien en met leuke mensen gepraat.
Een topdag!


*) een  jaagpad diende om vaartuigen met menselijke kracht dan wel met paardenkracht door de vaart te kunnen slepen.

Laat ze weer ZIEN

Al eerder schreef ik een blog over het sparen en inleveren van plasticdoppen van melkpakken t.b.v. de opleiding van blindengeleidenhonden.

Een geringe inspanning: doppen in zamelen en in leveren, die grote gevolgen heeft voor het leven van blinden, wier leven door een blindengeleidehond een stuk “leefbaarder” kan worden.

Onlangs kwam ik weer een actie tegen, waar ik meteen enthousiast over was: deze keer gaat het over vreemd en oud geld.

Terug van een vakantie uit Frankrijk gingen de overgebleven Franse francs in een doosje, even als Oostenrijkse Gröschen en Duitse marken en zo meer.
Dat doosje had ik nog steeds. Inmiddels waren er ook wat Nederlandse centen, een kwartje en een paar eurocenten bijgekomen.
Er was ook een doosje met papiergeld met wat Egyptische ponden en Vietnamese Dong

Onlangs las ik dat Lionsclubs (charitatieve club) i.s.m. supermarkten een verzamelzuil hebben ingesteld, waar dit vreemde én oude geld kan worden ingeleverd.

In Nederland en België zijn er al 75 supermarkten die meewerken.
Leden van de Lionsclubs legen de zuilen, sorteren het geld en zorgen dat het vreemde én oude geld, dat niet meer inwisselbaar is, wordt verkocht bijvoorbeeld op veilingen.
Het geld dat dit opbrengt gaat naar oogklinieken in Derdewereldlanden oa. voor het uitvoeren van staaroperaties.

Op https://www.vreemdenoudgeld.nl/verzamelzuilen/ kunt u zien waar een inleverzuil bij u in de buurt is




Jaarlijks worden duizenden munten en papiergeld in 160 landen ingezameld; er is al geld ingezameld voor 62.000 (eenvoudige) staaroperaties.

Wéér door een geringe inspanning :“vreemde en oude” geld inleveren kunnen mensen in Derde Wereld Landen aan hun ogen geholpen worden: bv aan staar en kunnen ze daarna weer zien!






Vaccinatie 2

Zo stil als het bij vaccinatie 1 was zo druk is het bij vaccinatie 2 (dezelfde priklocatie)
Druk zowel op het parkeerterrein én in de hal van de tent; van de 10 loketjes met welkom-mag- ik- u- ID-gastvrouwen en mannen zijn er 8 bemand.
Ook deze keer moet ik, naar aanleiding van mijn ingevulde formulier, na aanmelding, met iemand mee naar een arts.
Deze keer geen jonge mannelijke arts, maar een wat oudere vrouwelijke arts.
Ze vraagt mijn ID ( voor mijn burgerservicenummer (BSN), checkt of ik ben wie ik zeg dat ik ben, knikt naar me en zegt dat zij me wel even zal prikken, dan hoef ik niet in de rij te staan.
Toppie!
Ze roept er een man bij “Graag een paar sterke armen voor het geval dat er flauwgevallen gaat worden. “
Op haar roep om hulp komt een Turkse jongen met lachende ogen aan, die door de dokter aan één kant van mijn stoel gedirigeerd wordt, voor het geval ik omkieper met stoel en al (dat is wel eens gebeurd)
Gelukkig doe ik dat niet en kan de jongen onverrichter zaken weer gaan.

Ik moet even blijven zitten en mag daarna naar de wachtruimte. Die zit bijna helemaal vol.
Nadat ik mijn lief, ook geprikt, gevonden had werden we door een vriendelijke Rode Kruisdame naar een plekje met 2 stoelen naast elkaar gebracht. Heel attent

Er zijn mannen en vrouwen met een vloerwisser de vloer aan het  soppen en we moeten zittend, even de voeten optillen zodat de vloer er onder (weer) schoon kan worden ( lekker huiselijk)


Na een kwartiertje (wachten of er wat gebeuren gaat wat NIET zou moeten) kunnen we naar de uitgang (een andere dan de ingang) en naar huis
uitgang priklocatie

Buiten staat de Turkse jongen ( nu zonder mondkapje)  die mij opgevangen zou moeten hebben, mocht ik flauwgevallen zijn.
“Alles goed gegaan? Helemaal klaar nu?” Glimlacht hij vragend.
“Ja hoor alles oké”
“Fijne dag verder, mevrouw”
“Dank voor je hulp en jij ook fijne dag”
Weer aardige, leuke mensen ook  bij de 2de keer prikken.
We hebben een “diploma” gekregen.
“Goed bewaren” zegt de jongen die het uitreikt.
(Voor de zekerheid kopieer ik het maar. Wie weet of we het ooit moeten laten zien om “iets” te mogen doen.)



Rijksoverheid.nl meldt dat we 7 dagen na de laatste prik voor 95% beschermd zijn.Nu maar hopen dat die andere 5% ons niet te pakken neemt!
’s Avonds wordt mijn arm zwaar en gevoelig. De volgende dag heb ik één linkerarm die prominent en zwaar aanwezig is. Tot nu toe gaat het bijna net zoals de vorige vaccinatie!

’t Hooge Nest NU

Op 22 mei jl. schreef ik een blog over een boek:  ’t Hooge Nest,  schrijfster Roxane van Iperen.
Een boek over 2 dappere Joodse zussen die in het ’t Hooge Nest, een huis in Naarden dat ze huurden van 2 Amsterdamse gegoede dames, Joodse onderduikers een veilig onderkomen boden.

Van Iperen begint het boek met Dirk Witte,de liedjesschrijver die het huis in 1920 laat bouwen en ze eindigt op de begraafplaats waar Dirk Witte begraven ligt.

Ik besloot de 2 locaties in omgekeerde volgorde te bezoeken.

In 1825 werd, bij Koninklijk Besluit, het verboden om overledenen nog langer binnen de bebouwde kom of in kerken te begraven. De  Oude Begraafplaats Naarden werd daarom aangelegd in 1830,echter buiten het grondgebied van Naarden, in Bussum!
Een onderdeel daarvan was de Joodse Begraafplaats. Boven op het toegangshek  staat de Joodse ster en door het hek heen is het witte metaheerhuisje *) zichtbaar.

Daar op de begraafplaats vind ik, na lang zoeken, het graf van Dirk Witte (1885-1932)
De schrijfster heeft het in haar boek al vermeld; in 2005 is Dirk Witte, schrijver van liedjes als “Mensch, durf te leven” en “Mijn eerste meisjeherbegraven van een “eigen graf” naar het familiegraf van de Loomans, zijn schoonfamilie. Helaas zijn de paar dichtregels van Mensch, durf te leven, die op zijn eigen grafsteen stonden niet met zijn lichaam “meeverhuist”
De familiegraafsteen is sober.

Een oase van rust, deze begraafplaats die niet ver van de drukke  Amersfoortsestraatweg  ligt.

Dirk Witte en zijn vrouw Jet Looman lieten in 1920 het huis “t Hooge Nest bouwen, hij heeft er 12 jaar van mogen genieten: hij stierf in 1932.

Dit is ook het huis waarin later de zusters Brilleslijper en hun familie een gedeelte van de Tweede Wereldoorlog verblijven en waar ze Joodse onderduikers een veilig onderkomen boden.

Er is heel wat veranderd sinds de tijd dat de zusters Brilleslijper het huis huurden; er zijn bomen gekapt, huizen nabij gebouwd, nu ligt het huis aan de rand van een “stukje bos” met een wandelpad ernaast.
Nu woont de schrijfster van dit boek met haar gezin er. Reden om er “even snel” zonder hun privacy te verstoren, vanuit de verte, 2 foto’s te maken.

Een boek gaat (nog meer) LEVEN als je, als lezer, de omgeving ziet waar een groot deel van het boek zich afspeelt
Het huis heeft veel meegemaakt; Roxane van Iperen schreef  de belevenissen op en woont er nu zelf





*) ook wel baarhuisje genoemd. Anders dan de naam doet vermoeden werden hier geen doden opgebaard, maar ritueel gewassen.

Naschrift: Ik zag er nog een graf van een, vroeger “bekende” Nederlander, maar daarover later meer!

Meer insectenleed in mondkapje

Soms krijg ik reacties op mijn blog die té bijzonder zijn om niet te vermelden.
Op het blog van vandaag kreeg ik een reactie van iemand die, ook zó uit de doos een wegwerpmasker haalde én…. daarin tussen de witte en blauwe lagen een spinnetje vond.

Ze overwoog nog het kapje op te zetten en zó het spinnetje mond-op-mondbeademing te geven, maar bij nadere observatie bleek het spinnetje, hoewel niet geheel plat, toch duidelijk naar de spinnenhemel vertrokken te zijn.

Het “vlieg” incident was dus niet iets éénmaligs; er gebeuren meer insectenongelukjes in de wegwerpmondkapjesfabriek (mooi woord voor scrabble of wordfeud)
Misschien is een waarschuwing op zijn plaats; bekijk het mondkapje alvorens u en anderen te “beschermen”


een insectenvrij mondkapje (zoals het hoort te zijn)

Als uil terugkeren.

Vandaag hebben wij een uil naar zijn “geboorteplaats” gebracht.

Vrienden hebben verleden jaar een overkapping bij hun  Pitch& Puttbaan  gebouwd.
Daar waren balken voor nodig. Bij het bouwen was er een stuk van een balk “over”.
Mijn lief mocht dat  stuk hebben; hij wilde er “iets” van maken.

Hij  heeft van een stuk balk een wildzwijnenbiggetje gemaakt.
We hebben daarvoor menig werkbezoek aan een boerderij met 16 jonge biggetjes (van 2 zeugen) gebracht, wat op zich vreselijk leuk was en mijn lief de gelegenheid gaf de anatomie van een biggetje te bekijken.

Het  houten biggetje staat in onze huiskamer.
Er was nog een stuk balk over.
Mijn lief besloot daarvan een uil te maken voor de vrienden die de balk ter beschikking hadden gesteld.
Helaas zijn er weinig uilen ergens te bekijken, dus voor de anatomie van de uil was internet zijn voornaamste bron.

Na verschillende stadia van de uil was hij gisteren eindelijk zo ver dat hij overhandigd kon worden.
De balk kwam vandaag, in de vorm van een uil, terug naar waar hij zijn leven eens begonnen was.
(Natuurlijk niet helemaal ECHT zijn geboorteplaats, want er was een stadium vóór de balk; die van Douglasspar “ergens” in een bos; maar wat heeft het voor zin een houten uil naar een bos te brengen waar vermoedelijk ECHTE uilen zitten!) Bovendien hebben mensen in de Horeca- en Evenementenindustrie het deze Corona maanden EXTRA zwaar, dus een “wijze” partner kunnen ze wel gebruiken én een hart onder de riem ook



De uil werd goed ontvangen, hij zit op de bar (nu tijdelijk ivm Corona gesloten) alsof hij daar hoort!
De Pitch & Putt baan is wél open; 1,5 m. afstand houden is daar geen enkel probleem, Coronavrij sport en spel beoefenen kan er! (Footgolf ook)

Het gewicht van een ei

Op 25 mei van vorig jaar schreef ik een blog over Respeggt eieren: eieren waarbij géén  jonggeboren haantjes worden gedood, maar waar, in het eistadium, al bepaald  kan worden of het ei een haan of een hennetje zal worden :de haantjes worden dan NIET geboren.
Wereldwijd worden 5 miljard eendagshaantjes gedood.

Sindsdien ik weet dat er 5 miljard eendagshaantjes worden gedood, koop ik Respeggt eieren.
Wat me wel opviel is dat de grootte van de eieren in één doosje verschilt: buiten op het doosje staat dan ook S/M/L.

Aangezien ik geen idee had hoeveel een (al dan niet niet-respeggt) ei weegt ben ik dit eens gaan nazoeken.
Een  met S,M of L geclassificeerd ei moet een bepaald minimum gewicht moet hebben:

S = een ei van minder dan 53 gram
M = een ei dat tussen de 53-63 gram weegt
L = een ei van rond de 63-73 gram
XL = een ei van 73 gram of meer
DD = een ei met de zogeheten dubbeldooier, een ei met twee dooiers.

6 eieren bij elkaar moeten een wettelijk minimaal gewicht van 258 gram hebben.

In het doosje met respeggteieren zou, zo vatte IK het op, een S, een M én een L ei in moeten zitten
( er staat immers S/M/L op)
Even wegen dan maar.


In mijn (laatst gekochte) Respeggtdoosje zaten 6 eieren:
1 van 70 gr
1 van 57 gr
1 van 60 gr
1 van 58 gr
1 van 63 gr én 1 van 67 gr

Totaal 375 gr. Dat is inderdaad meer dan 258 gr. en dus wettelijk correct!
Alles koek en ei dus!


Conclusie: in MIJN doosje zaten dus 4 M eieren in en 2 L eieren en géén S eieren.
Ik denk NU dat er met S/M/L  bedoeld wordt dat er eieren in het doosje zitten die het formaat S, óf M, óf L zouden kunnen hebben.

Statiegeld (2)

In november verleden jaar (10/11) schreef ik een blog over statiegeld.
Onlangs las ik (weer) een artikel hierover met aanvullende info, die ik graag met mijn lezers/lezeressen wil delen.

Verpakkingen terugbrengen en er voor geld krijgen was in 1899 al gebruikelijk in de bloembollenteelt, zo las ik in het Weekblad voor Bloembollencultuur. Daar ging het over de manden waarin de bollen verkocht werden en waarvoor statiegeld werd betaald en teruggekregen bij inlevering van de manden.

Ook de melkboer haalde vroeger de  glazen flessen op!
De flessen, die vroeger in de kruidenier/supermarkt werden teruggebracht, werden bij een loketje ingenomen en gesorteerd, behoorlijk arbeidsintensief

Twee Noorse broers bedachten daar wat op: ze ontwikkelden een machine die dit tijdrovende flesinnamegedoe kon overnemen. Dat leidde in 1972 tot de geboorte van het bedrijf  Tomra en de eerste flesinleverautomaat [er waren al wel eerder drankautomaten (eind jaren ‘50) die, na betaling, een flesje “uitspuugden” én het lege flesje ook weer opslokten].

Die eerste flesinleverautomaten zagen er anders uit dan de huidige: met lasers werd  op vorm gescand. Ook werd er zo info verkregen, of het flesje leeg of vol was.
Nu zijn de lasers vervangen door camera’s, die bepalen de vorm, de afmetingen  en het gewicht *) tegelijkertijd wordt de fles gewogen  en kan de barcode gescand worden.

Bij een krat wordt door een dergelijk apparaat stereovisie gebruikt. Dat is een oude cameratechniek waarbij je met twee camera’s naar de krat kijkt, zodat je diepte ziet. Zo kunnen ze zien of er flesjes in de krat zitten, hoe hoog die zijn en welke vorm de flessenhals heeft. Tegelijk kijken camera’s aan de korte zijde naar de kleur, de vorm en het logo van de krat.

Met plastic flessen gaat het ook zo in de machine. Vroeger werden plastic flessen (tot 2006) nog wel hergebruikt, nu niet meer, ze gaan, na inlevering in de flessenautomaat in grote zakken naar telcentra, waarna het plastic wordt hergebruikt.

TOMRA is actief in meer dan 80 markten wereldwijd en er werken zo’n 2500 mensen nu, het bedrijf had in 2016 een omzet van ongeveer 6,6 miljard
TOMRA: “Onze samenleving gebruikt meer grondstoffen dan er beschikbaar zijn. Als we zo doorgaan, komt er een moment dat de aarde uitgeput raakt. De visie van TOMRA is daarom: Leading the Resource Revolution. Wij willen vernieuwen hoe we onze grondstoffen verkrijgen, gebruiken en hergebruiken om zo te werken aan een duurzame samenleving.


*) je krijgt géén statiegeld voor een volle ingeleverde fles