Slavernij (2)

Ik kreeg een paar vragen over mijn blog van gisteren over slavernij.
Een vraag was “Hoe kom je op dit onderwerp?”

Het simpele antwoord is: Ik liep een kerk in Doesburg binnen waar een tentoonstelling was over slavernij. Dát was de aanleiding + de folder van IJM die ik daar vandaan mee nam en later las, van dit blog

Maar er is méér, er is altijd méér

Ooit was ik Ghana en bezocht daar het slavenfort Elmina meer dan twee eeuwen geleid door de Nederlanders die hiervandaan zo’n 2000 slaven per jaar naar het Amerikaanse continent verscheepten.
Een rondleiding daar emotioneerde me enorm en dat niet alleen ik voelde me medeschuldig aan wat hier gebeurd was. Nederlanders hadden hier de meest vreselijke dingen gedaan. Eén persoon speciaal is me bijgebleven, niet zijn naam, maar zijn beroep. Een dominee uit Zeeland; wandaden mét een Christelijke bijbeltekst aan zijn muur!

Ik was me dan en daar bewust dat ik Nederlander, blank en mens ben en dat die drie dingen, mensen TOEN het recht dachten te geven andere mensen op te sluiten in een té kleine ruimte, zonder water en licht, vrouwen te verkrachten en ze daarna te verhandelen als koopwaar
Dié ervaring, de bezichtiging, de “uitleg” van de gids, het gezelschap waar ik mee was (zwart en wit) zal ik nooit meer vergeten, net als andere ervaringen die ik in Afrika heb gehad.
Vóór de tijd dat ik voor het eerst het continent Afrika bezocht (Mauritanië) had ik me nooit (naief) gerealiseerd dat niet alleen de tegenstelling zwart/ wit voor rassenproblemen zorgen maar ook onderling: bruin, licht bruin, nog lichtbruiner, bijna blank en zwart!

Verder kreeg ik een vraag  :Wat de kunstenaar André Bikker ermee te maken had.
Het antwoord: Op de tentoonstelling in de kerk hing het werk van 15 kunstenaars.
Het werk van André Bikker sprak me aan, daarom maakte ik er een foto van, die ik later gebruikte om mijn blog te illustreren.

Op de BBC was (en wordt herhaald) een t.v. programma “Who do you think you are”
Een programma over de zoektocht naar de voorouders van bekende mensen.*)
Soms ken ik die mensen niet, maar daar gaat het niet om, het geeft een tijdsbeeld en laat zien hoe de wereld er 100 of (veel) meer jaren geleden uitzag, hoe de omstandigheden waren van de rijken, zowel als van de armen, welke beroepen men toen had en onder welke condities men toen moest leven en werken.

Er zijn een paar afleveringen geweest waar mensen op zoek gingen naar hun voorouders die afkomstig waren van slaven, maar ook wiens voorouders slavenhandelaren waren.
Heftige uitzendingen.
Niet iedereen heeft alleen maar “goede” voorouders: eigenlijk willen we allemaal afstammen van de GOEDEN, reëel is het niet!
Er zijn vreselijke dingen gebeurd, het is goed dat we dat NIET wegstoppen, maar er kennis van nemen.

*) Er is een Nederlandse versie van dit programma gemaakt onder de titel “Verborgen verleden”
Ook daarin kwam het slavenverleden aan de orde.

Poes; roof- én huisdier

Als ik in de tuin ben hoor ik manlief binnen “NEEE!” roepen.
Als ik bij de achterdeur kom, roept hij “Naar buiten, allemaal”
Mijn lief verheft zijn stem niet vaak.
Links en rechts schieten katten om me heen naar buiten.

Wat bleek: Eén van de katten had een vogeltje in zijn bek.
Mijn lief heeft de kat ( in keuken) in nekvel gegrepen en geschud.
Gelukkig liet hij vogeltje los, die piepend wegvluchtte.

Met de (3) katten buiten en de deuren dicht gaan we op zoek naar het vogeltje.
Mijn lief kijkt hoog en ik laag. De binnendeuren stonden open dus OVERAL was mogelijk, zelfs boven is een mogelijkheid. We kijken en zoeken, maar vinden… ho maar.
Goede raad is duur.
We zouden weggaan, maar doen dat NIET zolang dit niet opgelost is.
Waar kan dat kleintje zitten, want klein was ze, zei mijn lief!

Dan zie ik op de deurmat vóór de voordeur in een hoekje een klein vogeltje zitten. Het is een groenling. Ik pak het op, het fladdert een beetje (ik krijg hoop op een goede afloop)
Het hartje gaat in de holte van mijn handen vreselijk te keer.
Wat nu?
Buiten zitten 3 (niet hongerige, ze krijgen genoeg) katten.
Met het kloppende vogelhartje in mijn handen opent mijn lief de voordeur; de katten zitten achter.
Ik zit op de bank voor het huis, in de hoop dat het vogeltje rustiger wordt.

Mijn lief wijst op een begroeid dakje van een hokje.
Dáár bovenop zet ik het vogeltje neer. Ik kan hem van daar niet zien, het is boven mijn macht.
Zijn hartje klopte, hij had geen zichtbare gebreken, dus we hopen dat ze kan vliegen en het overleeft!


We halen de poezen binnen en vertrekken.
Ik wil even geen poes meer zien!

Wie was de dader?


(Als we thuiskomen is de groenling weg, mogen de poezen weer naar buiten en is mijn woede (en verdriet) geslonken. Ik kan zelfs weer lief doen tegen de oppaspoezen

Komt de dader terug?

Vanmiddag lag er op zo’n 2 meter van het graf van onze op 21 september begraven vis (zie blog raadselachtige moord) een lijk.
Het bleek de opgegraven vis te zijn. Waar eens het graf was, was nu een lege kuil in het zand.
De vis lag, lichtelijk aangevreten op de stenen.
Ik werd er onpauselijk van.

Opnieuw moet ik begraven, dieper ditmaal. Ik kom allerlei plantenwortels tegen en hoop dat ik door ze af te knippen niets “echt” verstoor .De vis is groot en zijn rug ligt open. Gekrabd?


Het lijkt me niet dat een reiger zich onder/in ons prieeltje waagt, waar de vis begraven lag
Ik verdenk de rooie kat die de laatste tijd vaak in onze tuin verblijft van dit vergrijp.
Door zoiets wordt ik nog feller op katten: roofdieren, die thuis genoeg in hun bakje krijgen maar toch MIJN dieren dood gaan maken of opgraven! Grrrr

Ode aan de Natuur (2)

Vervolg van de keramiekexpositie in het Nationaal Bomenmuseum in Doorn

Als we voorbij een beeld stenen voluptueus vrouwenfiguur )lopen vraagt een heer ons wat we er van vinden. Mijn lief zegt “mooi”, ik onthoud me van commentaar.
“Ja he?” De man straalt ”Ik heb het net gekocht”
Nu ben ik erg blij dat ik mijn mening niet gegeven heb. Zijn vrouw drukt zijn arm “Eind oktober mogen we het mee naar huis nemen!
Mijn man vraagt nog of ze er een mooi plekje voor hebben. Dat hebben ze.
We lopen door; in deze tuin lopen in ieder geval 2 gelukkige, kunstminnende mensen.
(geen foto van het vrouwenfiguur, ik vond het beeld niet mooi/spectaculair /opmerkelijk of /verrassend!)


We krijgen door dat als er een rood stokje náást het kunstwerk staat of een rood bandje eromheen, het werk is verkocht .Wij hebben, (zuinige Hollanders) géén catalogus gekocht!

Om aardig wat kunstwerken zit een rood bandje!
Bij een kunstwerk van heel veel blauwe vogels zitten heel wat ( ontsierende) rode bandjes; op het nummerbordje bij het kunstwerk staat “alle vogels zijn verkocht”
Er zijn dus al heel wat bezoekers, die in oktober een blauwe vogel gaan ophalen!

Bij een kunstwerk van heel veel blauwe vogels zitten heel wat (ontsierende) rode bandjes, máár op het nummerbordje bij het kunstwerk staat “alle vogels zijn verkocht”
Er zijn dus al heel wat bezoekers, die in oktober een blauwe vogel gaan ophalen!

Zelf zien we ook wel een paar mooie beelden, maar voor een mooi beeld moet je een mooie plek hebben om het kunstwerk neer te zetten óf, in ons geval neer te hangen! Een oude kromme fruitboom zou prachtig geweest zijn. Helaas, die hebben we niet.



Maar we genieten volop van de beelden.
Je kunt iets mooi vinden zonder het te willen hebben!

Ode aan de Natuur is nog in Doorn te zien tot 25 oktober a.s.


blog Nationaal Bomenmuseum volgt nog




Mezenlief- en leed

Verleden jaar maakten mijn lief 15 mezen nestkastjes voor de bestrijding van de processierupsen bij de Pitch & Putt golfbaan. En het werkte! Heel veel mezen in de nestkastjes en heel weinig processierupsen in de eiken (middelste foto is van verleden jaar vóór de mezenkasten)


Er waren wel wat “bijverschijnselen”. Zo gingen er spechten de kleine mezengaatjes groter maken om met hun puntige snavels de mezenbaby’s eruit te halen en op te eten.
Zoiets laat de P&P-baan natuurlijk volgend jaar niet weer gebeuren.Mijn mijn lief heeft aanvullend nog 15 metalen plaatjes gefabriekt, die om de gaten geplaatst kunnen worden, zodat het spechten niet meer zal lukken, van een klein gat een groter gat te maken.

Bovendien moesten de nestkastjes vóór de winter allemaal schoongemaakt worden.
Dát hebben de mannen afgelopen week gedaan. Géén prettige klus. In sommige nestkastjes zaten nog eitjes, (Pa en ma opgeschrikte en het nest verlaten?) in andere kastjes vonden ze dode mezenbaby’s (gestorven van honger omdat pa en ma omgekomen waren of niet genoeg voedsel vonden?) en in alle kastjes zat behoorlijk wat mos en dergelijke om het nestje lekker zacht te bekleden.

Nu zijn de kastjes allemaal weer schoon, voorzien van een anti-spechtenplaatje en opgehangen voor mezen inspectie; klaar voor gebruik het volgend voorjaar.


Terwijl er hard gewerkt werd moest natuurlijk ook de gereed gekomen nieuwe terrasoverkapping bekeken worden, een sfeervol extra, extra knus voor een barbecue, regen en voor de brandende zon!

Pitch & Putt Strand Horst
Palmbosweg 4 in Ermelo
Reserveren:Email: strandhorst@pitch-putt.nl of : 0341 552 431

Pitch & Putt golfnieuws

Leuk nieuws van de Pitch & puttbaan Strand Horst;
Ten eerste: er wordt momenteel een overkapping van het terras gemaakt, nog méér overdekte ruimte om te zitten en te genieten ( en ’t wordt mooi!)

Ten tweede er is besloten om ook  ’s winters de baan NIET te sluiten; dus ook na de herfst, als het weer het toelaat,  is het mogelijk om pitch & putt spelen!
Wel tevoren reserveren, maar dat is nu door Corona ALTIJD al het geval.

Door de ruime opstelling kunnen nu ook binnen meer mensen ontvangen worden, ook met de 1,5 meter regel,om iets te drinken of te eten óf een feestje te vieren.

Wat ook weer gaat komen is moonlight golf.
Persoonlijk vind ik dat ontzettend leuk; golf spelen in het donker met verlichte balletjes; er branden fakkels tussen de greens, op het terras staan vuurkorven, kortom een sportieve, gezellige (romantische misschien wel) ervaring.
Soms gecombineerd met een barbecue.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen:

https://pitch-putt.nl/strand-horst/contact/
of telefoonnummer : 0341 552 431 (maandags gesloten)

Vliesvleugeligen

Op 18 april jl schreef ik een blog over het (voor het eerst) meedoen aan de Nationale Bijentelling.
Sindsdien ben ik toch wat meer geïnteresseerd in bijen.
Ik vind het moeilijk bijen te herkennen en de verschillen te onderscheiden.
Een bevriende imker vindt dat vreemd ”Je hebt toch ook verschillende hondenrassen, zo heb je ook verschillende bijenrassen.”
Dát is zo, maar om honden kun je niet heen (je ziet ze overal, ze springen tegen je op, ze leggen hun kop op je knie: kortom ze zijn overal); om bijen te zien (onderscheiden) moet je echt je er echt moeite voor doen!
bijenwijzer

Ik heb mijn bijenwijzer bij de hand om, als er een bij in de tuin zit op een afstand dat ik hem (of haar) goed bekijken kan, te zien welke naam en bijzonderheden dit beestje heeft.

 

Van de imker zelf kreeg ik een pracht van een foto van een Carnica op kaasjeskruid (die namen schreef hij erbij anders had ik noch de bij noch de plant kunnen benoemen)

carnica
De bij ziet onder het stuifmeel, goed op de foto te zien.

De carnica bij heeft trouwens vele namen: Carnioolse bij, Carnische bij, Carnica honingbij, grijze bij, Sloveense honingbij en Krainerbij  (Krain is een regio in Slovenië).
kaasjeskruid
Nog even een weetje dat ik zag tijdens mijn research:
kaasjeskruid klein    Kaasjeskruid wordt zo genoemd omdat de vrucht met      aaneensluitende zaden de vorm heeft van een plat              rond kaasje (ga ik opletten als ik  kaasjeskruid
in het wild, in de tijd van de vrucht zie)

 

 

Berenjacht auteur Corona

Op 6 april schreef ik een blog over de berenjacht, een initiatief om in Coronatijd met
(kleine) kinderen te gaan wandelen en onderweg de beren te tellen, die mensen voor hun raam, in de tuin of waar dan ook hebben neergezet.
berenjact
Deze berenjacht kwam voor uit het boek Wij gaan op berenjacht, vertaald uit het Engels, geschreven door Michael Rosen en getekend door Helen Oxenbury, gepubliceerd in 1989.

Wat ik NIET wist is dat deze kinderboekenauteur en dichter (meer dan 140 boeken geschreven) in maart zelf aan Corona ten prooi was gevallen.
michael RosenIk lees nu dat hij 24 juni uit het ziekenhuis is gekomen, na 47 dagen op een intensive care en daarna nog op een “gewone” ziekenhuisafdeling heeft gelegen.
Sinds 24 juni is hij weer thuis en  met intensieve therapie kan hij weer met een stok lopen. Zelf schreef hij daarover dat na 2 maanden 24 uur plat te hebben gelegen zijn benen weer moeten leren functioneren.

Bijzonder dat een boek in de vorige eeuw gepubliceerd nu, in Coronatijd,  deze Berenjacht tot gevolg heeft en  weer zoveel kinderen (én volwassenen) blij maakt en gelukkig dat de schrijver zelf van deze ziekte  herstellende is.
zittende beer

 

 

 

 

De vermiste poes (vervolg)

poes1 April (geen grap) schreef ik een blog over de vermiste poes van de achterbuurvrouw.
Vandaag sprak ik haar, ze was a een paar keer aan de deur geweest om ons de afloop van het verhaal te vertellen; we waren er  toen niet.


Op 4 mei
stond ze (zo vertelde ze) bij het oorlogsmonument om “Hen die vielen 1940-1945oorlogsmonument te herdenken, toen haar mobieltje (trillend) afging.
Het was een dierenarts in een plaats 6 kilometer van haar huis; haar poes was zojuist bij hem binnen gebracht, aangereden.

Zij erheen.
De poes leefde nog.
Hij was binnen gebracht door een familie die de hem al zo’n 3 weken in en om hun huis had zien scharrelen. Ze zagen hem aangereden worden en hadden hem naar de dierenarts gebracht.
De poes was gechipt, zodoende had de dierenarts haar kunnen bellen.
Hij was sterk vermagerd en had een klap gehad van de aanrijding (hij was al ziek toen hij kwijtraakte)
Eigenlijk wilde ze hem mee naar huis nemen en de volgende dag pas beslissen over hoe of wat.De dierenarts herinnerde haar er aan dat het morgen 5 mei was: een  Nationale feestdag; dierenartsenpraktijken zijn dan  gesloten.
Ze keek de arts aan, die schudde zijn hoofd: deze oude poes zou het niet halen.

Toen was de beslissing eigenlijk al genomen, op haar schoot, geknuffeld en gestreeld verliet de poes deze wereld en vertrok naar de poezenhemel.

Ze vertelde me dat ze zo dankbaar was dat ze nu WEET wat er gebeurd is, met dien verstande dat het volkomen ondenkbaar is dat de poes in DIE conditie 6 kilometer gelopen had.Misschien in een auto gesprongen en 6 kilometer verder er weer uit?
We zullen het nooit weten.

De achterbuurvrouw heeft rust, niet elke keer meer hopen en denken dat ze hem ziet of hoort;
Het is goed zo!
Ze mist hem wel, nog steeds.

Verlaten nest

duif 2Eerder blogde ik al over het  tortelduivennest tussen de wingerd ranken in onze achtertuin.
Helaas heeft dit verhaal geen happy ending.
Twee keer zagen we, achterin de tuin omhoogkijkend, 2 kauwen in de dakgoot zitten en naar beneden staren. Zagen zij wat wij vanaf onze plek NIET konden zien; een duivennest met jonkies erin?
Lekkere hapjes voor hun kids?

Dat wij geen duivenpa of ma af en aan zagen vliegen om de kleine duifjes te voeden blijkt normaal te zijn. Het duivenouderpaar  geeft de eerste dagen nadat de kleintjes uit het ei zijn gekropen duivenmelk, zo leerde ik onlangs! Duivenmelk is een melkachtige substantie die in de krop van duiven wordt geproduceerd nadat de jongen uit het ei zijn gekropen..

Het was stil in het nest, dát verontrustte ons.
Mijn lief, die met een vreemde kronkel vanachter ons ene slaapkamerraam een beetje in het nest, dat tussen de beide slaapkamerramen in gebouwd was,  kon kijken, dacht gisteren dat  hij het nest leeg zag. Toen dus maar het raam een stukje geopend en met een spiegel  goed in het nest gekeken: inderdaad geheel  LEEG.

Uitgevlogen kon nog niet, de kleintjes waren pas een paar dagen oud. Ze lagen NIET op de grond, lagen NIET in het nest, waar zouden ze zijn?
Wij verdenken de kauwen, die nop de dakgoot zaten én ook hún jongen te eten moeten geven. Het zijn niet de enige verdachten. Ook eksters en Vlaamse gaaien zijn regelmatige bezoekers van onze achtertuin.
Jammer dat dít nestverhaal geen goede afloop kent.