Geestelijke Voeding



In deze tijd voel ik mijn optimistische, mijn meestal vrolijk IK, langzaam als door een afvoerputje verdwijnen. Het kost me steeds meer moeite om opgewekt de dag te beginnen.


Ik, die altijd ’s morgens vroeg (uur of 6) uit bed sprong om de dag te beginnen, die iedere avond in bed plofte en even de mooie momenten uit de dag haalde, om na te genieten.
Die IK is langzaam aan het verdwijnen.

Ik merk nu (als ik dat al niet wist) dat de voeding voor mijn ziel bestaat uit de interactie met mensen.
Dat voel ik extra nu ik begonnen ben met de blogrubriek Souvenirs en daarvoor in mijn herinneringen graaf.
De mooie natuur, de andere culturen en de reizen, allemaal prachtig. Maar het meeste dat me bij gebleven is, zijn de (bijzondere) contacten met mensen, in binnen- en buitenland.
De interactie die soms de taalbarriére voorbij ging; de verbondenheid die je op dát moment bij dát contact voelt. Dát voedt mij.

Nu, na bijna een jaar pandemie ebt mijn “mensgevoel” weg. Hoe gelukkig ik ook ben met mijn partner en hoe fijn we het samen ook hebben, ik mis de (on)bekende ander, de onverwachte en verwachte ontmoetingen met vreemden en bekenden. De diepe gesprekken over wezenlijke dingen, maar ook de vluchtige contacten, de blikken over en weer, de snedige opmerkingen; het delen van blijheid en verdriet. Ik mis het.

Whats App, telefoon en brie
f zijn vervangers, ik ben er blij mee, gebruik ze veelvuldig; het zijn “draadjes”naar anderen, maar het contact is verre van volledig. Ik mis de aanraking, de blik in de ogen, het wederzijdse gevoel  dat over en weer stroomt.
Die dingen blijken méér mijn  geestelijke voeding te zijn dan ik gedacht had.

Ik voel me als een droogstaande alcoholist. Ik zoek naar de fles (de mens) maar het MAG niet, het KAN niet. Familie en bekenden blijven juist weg omdat ZIJ van MIJ houden. IK blijf weg van HEN omdat ik van ze houd. We kunnen elkaar NIET zien omdat het virus er, ongezien en niet bekend, er zómaar ook kan  ZIJN! 
Drie is het getal dat mag en kan en zelfs dan nog……
Als echtpaar kunnen we dus naar één iemand toegaan of één iemand ontvangen.
Dat gebeurt heel sporadisch.

Zo als onlangs! Een goede vriendin belde op en vroeg of ze langs kon komen.
Ze kwam en we hadden een paar fijne uren. Dát is brandstof voor mijn welzijn en gelukkig voor het hare ook.
We whatsappen, maar dat is anders! Deze, sporadisch “echte” contacten,  1,5 m van elkaar, zonder knuffelen of zelfs handen schudden, één voor één de hal in, niet langs elkaar lopend, zijn zo waardevol.

Het ontbreken van een horizon is ook iets dat me nu zo zwaar valt (en meerdere mensen met mij heb ik begrepen) Uitkijkend naar een museum-, familie-,vrienden-,theaterbezoek geeft ook vooraf vreugde. Een vakantie, hoogtijdagen (Kerst,Klaas,Paas,Jarig) het  waren in het verleden drukke dagen met voorbereidingen, inkopen, gedoe!
Afgelopen jaar waren het voorbijkabbelende dagen zonder “gedoe”
Natuurlijk maken we er wat van, natuurlijk genieten we van elkaar en maken we sfeer, maar allebei missen we iets, de outside input.

En dan opeens komen er een lichtpuntjes; Mijn lief gaat “ergens” een American football nachtwedstrijd kijken en blijft daar slapen (doet dat al jaren; hamburger,popcorn en de hele nacht samen voor de buis); Het gaat ook dit jaar (mits beide gezond) door!
Een nichtje appt mij: kom jij dan een nachtje bij ons?
Even is er een horizon; we gaan mensen (en wat voor! The best!) zien, even echt contact hebben.
En ook al kan er niet aangeraakt en geknuffeld worden, de blik in de ogen, de lichaamstaal, dát is er dan even allemaal! SAMEN!

Maar het lot grijpt in: er komt slecht weer aan; sneeuw, gladheid, storm!
We wachten de vertrekdag af. Code ROODniet de weg op, als het niet nodig is!
Er ligt een pak sneeuw bij ons; bij onze familie, in een ander deel van Nederland is het zelfs nog erger. Discussie hoeft er niet te zijn. We kunnen NIET gaan.

We zijn teleurgesteld, hadden ons zó verheugd.
Toch zijn we niet verdrietig. Overmacht beslist voor ons, dat kan gebeuren.
Maar de tijd ervóór hadden we “even” een horizon; iets om naar uit te kijken, dát maakte ons blij, dát kan ons niet meer afgenomen worden.
Onze bezoeken gaan een andere keer vast wél door.
Er komt wel wéér een horizon