Vogelhut II

Nu hebben we de smaak te pakken van het kijken in een vogelhut (blog 23/5)
Vlakbij de hut die we onlangs zagen bezochten, schijnt er nog één te liggen zagen we op de kaart. Dus op naar de volgende vogelhut.
Ook deze kijkt uit op het Eemmeer.
style eemWe kunnen op een gegeven moment niet verder met de fiets en moeten een dijkje op lopen, weer met twee “styles” klimmen we naar de andere kant van de hekken
schapen eem

Daar staat een hele kudde ons op te wachten.
We groeten de dames  beleefd en kijken goed naar onze voeten wat de hele dijk ligt vol schapenpoep.
Een enkele ooi met kleintjes ligt midden op het pad, we zeggen dat ze mag blijven liggen en dat we ze niks doen, maar op één na staan alle gezinnen als we naderen op, luid blatend, dát wel.

ronde vogelhut

We komen bij een ander soort vogelhut dan de vorige: een ronde.
We kijken door de uitgespaarde gleuven, waardoor een straffe wind waait, ogen beginnen te tranen.
Ik zie, net als vanuit de vorige hut enorm veel zwanen, een fuut, wat kuifeenden (door ons Lakenfeldereenden genoemd vanwege de kleurschakering) en dat is het dan wel.
Ook hier een bord aan de wand waar onder andere opstaat dat met geld van het Ministerie van  LNV en de Provincie Utrecht een opkrikplan is uitgevoerd voor de grote hoeveelheid weidevogels in dit gebied.

bord vogels

De foto van een futengezin is aandoenlijk (minder leuk voor het visje dat wordt verschalkt.)

Op de terugweg worden we “aangevallen” door vogels. Ze cirkelen om onze hoofden en schreeuwen.We snappen aanvankelijk niet waarom, maar dan opeens zien we het: voor ons uit loopt een jong op het fietspad snel op zijn hoge poten. We stoppen, hopen dat het jong aan de kant gaat zodat het geen traumatische ervaring krijgt van 2 fietsers. Maar het blijft midden op het pad lopen, we stappen op onze fietsen en rijden langzaam, terwijl er in de lucht geschreeuwd wordt en dan….. stijgt het jong een stukje op, om even verderop wéér midden op het pad terecht te komen. Dat gaat zo nog een paar keer, waarna hij NET lang genoeg in de lucht blijft zodat wij voorbij kunnen. Meteen houdt het geschreeuw van zijn familie op en hebben wij een rustige fietstocht terug. ( Thuis nagekeken en het bleek om grutto’s te gaan, lange poten en snavel.)

ooievaarpaalWe gaan nog even kijken bij het ooievaarsnest, klimmen op de heuvel en zien na lang door de verrekijker turen eindelijk een babysnavel tegen de moedersnavel aan. Er wordt gebedeld om eten. Een van de ouders zal aan het voedsel zoeken zijn, de ander staat op één been op het nest en let op het kroost (waarschijnlijk 2 jongen)

 

Vogelhut I

Tot mijn grote vreugde hebben we de vogelhut, die we eerder NIET konden vinden, nu wel bezocht (blog 28/4) We fietsten weer naar dezelfde plek als toen waar het bordje vogelhut met een pijl stond. Wéér stonden we voor het doodlopende pad begroeid  met brandnetels. Een stuk verder in het gras lag een uit elkaar gereten konijn, geen prettig gezicht.
style eem
Mijn lief zag plotseling een overstapje (ik weet er geen ander Nederlands woord voor, in Engeland noemen ze het een style)
We klommen erover, liepen een klein stukje, en moesten er nog één over vóór we op een pad uitkwamen.

We liepen door de klaver, boterbloemen en hondsdraf en zagen een paar hazen in de weilanden rennen.
Opeens kwam er een bruine hond uit het niets die achter een haas aanging.
In de verte stond een man met een pet “Hou die hond vast, idioot” mompelde ik.
De hond stond stil bij een sloot, de haas was ontkomen, zijn leger in, vermoed ik.
Toen we dichter bij de man kwamen stak hij zijn hand op. Ik zag dat hij een koptelefoon op had en even later sneed het vreselijk geluid van een grastrimmer door de stilte. Geen idee waarom de man, ver van alles en iedereen vandaan een stukje hoog gras en riet aan het trimmen was, het zal wel zijn nut gehad hebben.
vogelkijkhut
We liepen verder en vonden de vogeluitkijkpost

vogelplaat

De deur was dicht, maar binnen waren de luikjes open en hing een geplastificeerde kaart met vogels die je zou kunnen zien. We had den allebei een verrekijker bij ons.

Er gebeurde echter weer hetzelfde als in alle vogeluitkijkposten die ik ooit in mijn leven heb betreden: NIETS bijzonders  te zien: 2 meerkoetjes vlakbij en heel veel zwanen in de verte
De “belofte” dat als je stil bent en alleen maar kijkt, je bijzondere vogels ziet, wordt zelden waargemaakt, is mijn ervaring. (misschien ben ik te ongeduldig en moet je er twee uur of meer in zitten om “iets” te zien?)

We liepen terug door het hoge gras, de hond blafte toen we over de “style” kwamen, de man hoorde of zag ons niet, zijn trimmer maakte ongelofelijke herrie.
Eenmaal bij onze fietsen ging ik, net als op de heenweg, de reigers in de weilanden tellen.
Heen zag ik er 12, op de terugweg 16.
Geen “bijzondere” vogels, wel veel!

De vroegere Zuiderzee

In 1932 hield de Zuiderzee op te bestaan, van die tijd af heette het water achter de afsluitdijk Het IJsselmeer. Nu is het IJsselmeer “verdeeld” in allerlei meernamen:  het IJmeer, Gooimeer, Eemmeer en de Randmeren, zoals Nuldernauw,  Nijkerkernauw en Wolderwijd.

wolkenAalscholvers, futen, meerkoetjes en scholeksters “bewonen” deze wateren en “dobberen” naast de eenden, zwanen en ganzen.
Gisteren fietsten we langs de Gooisekust en het Harderwijkerzand en zagen alleen af en toe een “mens” met een hond, een walnotenboom met al flink grote groene noten, prachtige dikke donkerbruine duilen en vooral veel, heel veel riet. De basaltblokken aan de waterkant, die vroeger goed te zien waren, zijn nu grotendeels aan het oog onttrokken door de enorme hoeveelheid riet die er voor en tussen staat.

Vandaag waren we aan het Wolderwijd, een strook water langs strand Horst, waar een pitch & putt (golf) baan aan ligt.golfbaan

Je kunt van het vaste land naar een (schier) eilandje slaan, daar zat een moeder zwaan met 4 kleintjes. We zijn even gaan kijken of ze “het goed vond” dat we op háár eiland kwamen, ze had er geen enkel probleem mee en de kleintjes ook niet. ( wij sloegen natuurlijk veel te zacht, bang om een zacht bolletje te raken)

Het is een prachtige, goed onderhouden baan, waar het ook op het terras goed toeven is.
golf balletjesIk sloeg nog, onbedoeld een ontzettend “apart” balletje exact naast die van mijn lief.
De foto lijkt wat op een Liefde is…. reclame.

Ook dit is een prachtig watergebied, want ook al golfen we met passie: we kijken ook om ons heen.

 

Mooi gebied daar om die vroegere Zuiderzee

Zwanenfamilie

Houdt uw hond vast hier broeden zwanen” stond er op geplastificeerde vellen aan in de grond gestoken palen aan het water, een rood/wit lint erom heen gespannen.
Aan de rand van het water was inderdaad een meganest met een broedende zwaan erop.

Ik heb begrepen dat de papazwaan een grotere knobbel op zijn snavel heeft dan de mamazwaan; we zagen nu duidelijk de mama op het nest. Eens stond ze op en telden we 7 gigantische eieren.
De meeste avonden liepen we wel even een rondje en zagen meestal de beide ouders bij of op het nest.
nest

Nu waren we een paar dagen weggeweest, en waren benieuwd of de eieren uitgekomen waren, dus liepen we richting nest. De plastic vellen waren weg. Het nest was er nog wel, 2 eieren ook nog.

We liepen langs het water en toen we het bijna opgegeven hadden zagen we het gezinnetje foerageren.
Gelukkig telden we 5 kleine zwaantjes. Nu maar hopen dat ze alle vijf een kans krijgen om volwassen te worden.

5 zwanen

Uit de veren.

zwanenEen volwassen zwaan heeft ongeveer 25.000 veren, en ruit een of twee keer per jaar, las ik.
In de rui verliezen zwanen hun slagpennen, dan kunnen ze  dus een tijdje niet meer vliegen.
Dat is moeilijk als je als zwanenmoeder of vader je kroos wil verdedigen tegen “gevaarlijke” elementen, zoals mensen of honden.
De natuur heeft daar een methode voor bedacht:  als de kleine zwaantjes jong zijn is ma zwaan in de rui, pas als haar belangrijkste veren weer aangegroeid zijn, begint het mannetje te ruien.

Een zwaan kan wel 50 jaar oud worden, maar leeft in het wild meestal  zo’n 20 jaar.

Polderlandschap in de winter

Een koude zondagmorgen in een polder in de provincie Utrecht.
Overal weiland met dijkjes, bruggetjes en stukken, door de regen ondergelopen, grasland. Een hekje door en meteen wegzakkend in zompig gras.
Doorzetten; de laarzen zijn aan en de broekspijpen zijn na 3 stappen toch al modderig.

Het silhouet van een witte reiger in de verte, zijn slanke hals omhoog geheven, het geluid van een troep overtrekkende ganzen en in een poeltje twee statig zwemmende zwanen. Ze lijken te luisteren naar eventueel ritselende plastic zakjes, waar brood uit kan komen. Helaas. Mensenvoer maakt ze afhankelijk en kwetsbaar, dus geen brood van ons. Zwemmen ze nu teleurgesteld weg of was de verwachting toch al niet hooggespannen?

Op een ander poeltje ligt een vliesdun laagje ijs, dunne lijntjes lopen er overheen. Bijna al het riet is eerder al gemaaid en weggehaald, maar er zijn al weer nieuwe scheutjes tussen de overgebleven korte stengels in het water te zien. Winter en de opkomende lente ineen.

Een bruggetje over een slootje is bedekt met gaas; er is aan de wandelaars gedacht, geen geglibber hier. In de verte staat, bij een doodlopend weggetje een auto, erin zitten twee mensen met telelenzen. We houden onze pas in en kijken waar zij naar kijken: op een hekje vlakbij, zit een torenvalk. We houden onze pas in, de fototoestellen klikken door het open autoraampje. Vóór ze het raampje dichtdraaien en wegrijden, steken ze hun duim naar ons op.

We komen op een keien paadje, het lopen op de zompige ondergrond is verleden tijd, we schieten  veel sneller op. Dát is de bedoeling niet! Ergens bij een hek zien we een “stepstool”, een met traanplaat bedekt opstapje; er mag dus over het hek geklommen worden. We maken een ons rondje groter door deze “bocht” erbij te nemen.
Ook over deze stepstool is goed nagedacht, geen houten planken die door de regen spekglad kunnen worden, maar een hoge, meerdere treden antislip overstap.
We komen 2 fietsers tegen, beiden hebben een fototoestel met telelens erop om hun nek hangen. Het valt op, tegenwoordig heeft iedereen ( in musea, op straat en in de natuur) mobieltjes om foto’s mee te maken. Op deze zondagochtend komen we “echte” natuurfotografen tegen.

We zien een troep (toom) ganzen grazend in een ver weiland; we horen de geluiden van “klokkende” meerkoeten in de plas en voor ons zien we overal sliertjes ganzenpoep op het pad liggen.

De zon schijnt, we zien de spiegeling van de wolken in de vennetjes en in de verte, op de dijk rijdt af en toe een auto. Een winterse zondagochtend wandelend in een open landschap; het verruimt de blik.