Wéér een bevrijdingsoperatie

Wij vinden het leuk om weg te gaan, dingen te ontdekken, mensen te ontmoeten, (nieuwe) dingen mee te maken, maar ook altijd weer leuk om thuis te komen.

Dit keer was er nog “iets” blij dat we THUIS waren.
Misschien ook de vissen in onze vijver, hoewel die  goed verzorgd worden tijdens onze afwezigheid en waarschijnlijk niet eens door hebben dat we weg zijn.
We waren één dag thuis en ik was in de slaapkamer de schone was aan het opruimen toen ik een raar geluid hoorde vanuit de badkamer. In het ventilatiekanaal klonk duidelijk gefladder, erg hard gefladder.

Nadat we een keer 2 kauwtjes én een dode muis uit het kanaal vanaf de schoorsteen hadden gehaald (een vreselijke ervaring, half ontbonden vogels opruimen) hebben we een schoorsteenkap op het rookkanaal gezet.
Kennelijk was dit vogeltje zo klein dat hij (of zij) er toch tussendoor kon.

Het gefladder gaat door en is hard! Nog even en hij of zij beschadigt zijn/haar vleugels.
Mijn lief kan bij het rooster van het ventilatiekanaal zonder trapje. We sluiten de deur en hij haalt het rooster eraf.

Een musje vliegt door de badkamer en gaat boven op de kast in een hoekje zitten.
Dáár kunnen we allebei niet bij (Ik had tevoren het idee dat ik hem kon pakken, net als de groenling een paar dagen eerder en naar buiten brengen. Hoop vervlogen)

Mijn lief heeft een idee, licht in badkamer uit (onze badkamer ligt inpandig)  alle deuren dicht, behalve de slaapkamerdeur, in de slaapkamer de ramen open zetten en dan hopen dat het vogeltje naar het licht én de koude luchtstroom trekt en naar buiten vliegt.
Goed plan, helaas er zitten 2 maren aan. We hebben géén deur voor de trap naar zolder én geen deur voor de trap naar beneden. Voor de trap naar beneden zijn we allebei niet bang,  vogels vliegen in zo’n omstandigheid meestal omhoog, maar de trap naar boven…..
Mijn lief heeft vaak briljante plannen, zo ook nu: Hij pakt het grote kleed van de vloer, houdt met hoera-armen het kleed, staande op een zoldertraptree vast: zo is de zolder zo goed als afgesloten.
Ik open de badkamerdeur.
Geen reactie.
Ik klim op de badrand en raak met een kam een doos op de kast aan (verder is alles daar buiten bereik)
De doos verschuift iets, de mus vliegt de open badkamerdeur uit, recht tegen het kleed aan, bounced back en vliegt zo het open slaapkamerraam uit.
Missie geslaagd.
Onze harten gaan als gekken tekeer; we zijn erg blij dat dit zó is afgelopen.
Was het 2 dagen eerder gebeurd had niemand  hem of haar gehoord of gezien en had de mus zeker de dood in de ogen gekeken.

Even later zitten heel veel mussen in de achtertuin te tjilpen, ik versta hun taal niet, maar volgens mij vragen ze allemaal aan die ene mus wat er gebeurd is. Het blijft nog lang onrustig in onze tuin. Ik denk dat elke voorbij vliegende mus het ventilatiekanaalverhaal moet aanhoren én er, in mussentjilptaal vragen over stelt.

Plantendankbaarheid

Hoewel we een “rustige” tuin hebben (veel groen) met een vijver en maar hier en daar een kleurtje, ben ik wel erg gek op bepaalde uitbundig bloeiende planten zoals bougainvillea en oleander.
Helaas kunnen beide planten niet tegen ons klimaat en al helemaal niet tegen vorst.
De bougainvillea zag ik ooit lang geleden als paarse struiken, bijna bomen, uitbundig tegen een wit klooster in Griekenland op groeien; ik was meteen verliefd op die plant.
Eenmaal in Nederland heb ik een kleintje voor de vensterbank gekocht, hij heeft helaas niet lang geleefd. Deze van oorsprong uit de Tropen komende plant (vooral Brazilië) is pas in de 19 eeuw in Europa ingevoerd.

De oleander is vooral te vinden in het MiddellandseZee gebied en kan even als de bougainvillea géén vorst verdragen. De enige mogelijkheid om ze hier toch in de tuin te hebben is als kuipplant.
In een kuip of grote pot kun je de plant ’s winters binnen halen, zodat hij de koude periode binnen overleven kan. Vroeger had men daar een oranjerie (orangerie) voor; een speciaal gebouw, meestal met veel glas, waarin tropische planten konden overwinteren; het werd ook wel een wintertuin genoemd.

Paleis Soestdijk heeft een oranjerie die Willem III heeft laten bouwen en die nu niet meer nodig voor overwinterende planten als restaurant is ingericht ( het blijft natuurlijk  wel chique ’n kopje thee drinken op het terrein van een voormalig paleis)

Helaas wij hebben geen dergelijk gebouwtje en staat de schuur al vol, zodat de laatste jaren de zolder tot wintertuin gebombardeerd is.
Het is er licht en, omdat warmte stijgt, ook best warm. De meeste planten vinden het overwinteren daar prettig.

Het moeilijke vind ik altijd wanneer ze weer naar buiten kunnen. Vanzelfsprekend als er geen vorst meer is maar na een paar mooie warme dagen kan er opeens in april toch weer een nachtvorstje komen, dus is wachten tot mei de meest veilige optie. Helaas ben ik niet zo’n geduldig mens.

bougainvilleaHet was een paar dagen prachtig weer, dus ben ik tig keer de zoldertrap op en afgelopen om alle planten weer buiten te zetten en te verpotten.
De bougainvillea is daarvoor zó dankbaar dat hij volop in bloei is gekomen. Een prachtig cadeautje van de natuur.

De oleanders, een gele en een roze/rode denken nog even over de bloei na; zij zijn nog even aan het wennen om buiten te staan. De boomlange fuchsia heeft al haar eerste knopje, de agapanthus (Afrikaanse lelie) weet nog niet of ze dit jaar gaat bloeien, ze doet wat nuffig en hangt een beetje.

Je kunt natuurlijk elk voorjaar nieuwe planten kopen, maar dat geeft niet zoveel voldoening als een plant die, na een hele winter op zolder te hebben gestaan, blaadjes verloren heeft, kortom een winterslaap heeft gehouden, na een paar dagen buiten één grote wolk van bloemen geeft.

Opgeruimd en…ijsbeer gevonden

Als je opruimt kom je dingen tegen waarvan je niet wist dat je ze had.
Althans ik had dat verleden week. Iemand die ik ontmoette restaureert jukeboxen.
Ergens op zolder heb ik nog een platenkoffertje met singles ( Elvis, Cliff, the Beachboys etc)  staan van vroeger, die wil ik hem geven (dat doet iemand er nog wat mee)
Omdat ik “ergens achterin” zocht vond ik ook een doos met papieren die ik bewaard had; die doos nam ik mee naar beneden om uit te zoeken.
Daarin zaten gedichten die ik ooit geschreven had, commissieverslagen van vergaderingen die ik ooit genotuleerd had en uitgeknipte krantenadvertenties waarin ik ooit genoemd werd. Behalve de laatste heb ik bijna alles weggegooid.

Wat ik ook vond waren een aantal krantenknipsels waarvan ik NU geen idee meer heb waarom ik die ooit bewaard heb. Het zou kunnen zijn dat ik er ooit een kort verhaal over wilde schrijven. Het zijn uiteenlopende berichten van: Student steekt ijsbeer neer  tot
PTT verandert in 1996 driekwart telefoonnummers.

Bijzonder. Ik ging ze lezen en bedacht dat het misschien leuk is om er alsnog “iets” mee te doen (dan heb ik ze niet voor niets bewaard)

ijsbeerVandaag begin ik met de ijsbeer.
(Helaas staat er geen datum op dit stukje van de krant; meer dan 20 jaar geleden is het in ieder geval)
Een enorm maf verhaal. Het speelt zich af in Moskou en de betreffende student  studeert  aan de kunstacademie.
Volgens de bewakers wilde de student Alexej het bont en het vlees van de beer stelen.
De student verklaarde dat hij bezig was de ijsbeer te tekenen, toen hij per ongeluk in de kooi viel;uit zelfverdediging had hij een keukenmes uit zijn tas gehaald en de ijsbeer neergestoken.
De ijsbeer was zo zwaar gewond dat het 5 uur duurde om de wonden te hechten.
Tot zover het krantenbericht.

Wie (welke student) gaat met een keukenmes in zijn tas naar de Dierentuin?
Kun je “per ongeluk” in een ijsberenkooi vallen?
5 uur hechten is niet één messteek geweest, lijkt me.
Dan de bewakers, (ingehuurd omdat er de afgelopen jaren kostbare dieren uit de dierentuin waren gestolen) hun commentaar dat de student bont en vlees wilde stelen vind ik heel bizar.
Wie gaat moedwillig IN een ijsberenkooi met een keukenmes een ijsbeer van zijn bont ontdoen? (het vlees houd je, als het lukt dan inderdaad over; maar de kans van slagen acht ik nihil; hoe kom je trouwens UIT die kooi met een dode,  ca 400 kilo zware ijsbeer én zijn pels?)

De slotalinea in de krant vind ik ook nogal bizar: Dierenvrienden hebben hun bezorgdheid geuit dat voedseltekorten en de stijgende prijzen, de mensen zullen aanzetten om dieren te stelen en op te eten.

DIT commentaar brengt me meteen aan het denken over onze (Nederlandse) dierentuin: ARTIS.
Daar hebben in de Tweede Wereld Oorlog Joden in verborgen gezeten. Onder andere in de apenrots.
De directeur van Artis toen, Armand Sunier was van  Zwitserse afkomst wat een pré was voor het communiceren met de bezetters. Duitse militairen wilden graag in ARTIS verpozen, dat kon, maar Sunier vroeg wel of er dan genoeg eten voor de dieren kon komen. De Duitsers zorgde dat er genoeg eten kwam, waar Sunier dan weer ook onderduikers van kon voeden.
Het verhaal gaat ook dat er hompen brood in de hokken lagen, waar de dieren dan
“ even” geen trek in hadden en dat hongerige, omwonende Amsterdammers probeerden met stokken die stukken brood door de tralies te halen om zelf op te eten.

Twee bijzondere verhalen, één uit Moskou en één uit Amsterdam, verbonden door een vrouw die een krantenknipsel had bewaard en er nu een blog van gemaakt heeft.