Corona hier en daar.

We hebben allemaal geluisterd naar onze minister-president en we doen wat hij zegt. We hoesten in onze elleboogjes en schudden ze dan tegen elkaar, in plaats van handen schudden.
We komen met niet te veel mensen bij elkaar. (We kunnen niet met veel mensen bij elkaar komen meer: Musea en theaters zijn dicht) En veel werkende mensen werken vanuit huis. Dát is hier in Nederland.
Laten we hopen dat die maatregelen genoeg zijn om het oprukkende Coronavirus tot stilstand te brengen

engelandMijn Engelse familie meldt dat bij hen in de buurt er geen toiletrol of desinfecterende zeep meer te krijgen is en dat de huisartsen alleen maar telefonisch te bereiken zijn.
Hun advies: Zelf in quarantaine gaan als je griepverschijnselen hebt.

vlag zuid afrikaUit Zuid Afrika meldt een vriendin dat gisteren het hamsteren is begonnen en dat daar nu 24 mensen besmet zijn. Er is een reisverbod ingesteld en er begint lichte paniek te ontstaan.

vlag spanjeOok     bekenden in Spanje melden dat de grenzen dicht gaan. Familie uit Ibiza kan niet naar het vaste land komen en ook uit Noord Spanje kan iemand  voorlopig niet naar centraal Spanje komen; de grenzen zullen maandag sluiten.

AesculaapEen familielid die in de zorg werkt vertelt dat alle afdelingen  in haar ziekenhuis stand by staan om  eventuele patiënten op te vangen.
En een bevriende doktersassistente vertelt rare Corona dingen mee te maken.
Er komt een mevrouw aan haar balie die zegt dat ze denkt dat ze misschien Corona heeft.
Ze zegt ”Wat doet u dan hier in de praktijk? BEL”!
En wat zegt de dame? “Ik probeer al een tijd te bellen maar ik kom er niet door”
Nee dat klopt, het is telefonisch spreekuur,een half uurtje later proberen en het was wel gelukt.
De dame had griepverschijnselen en wilde duidelijk gerustgesteld worden (dat ze géén Corona had) maar “vergat” even dat ze, als ze het wél onder de leden had, kwetsbare patiënten in de wachtkamer van de huisarts besmetten kon.
De assistente vertelde overigens dat háár dokter eventuele Coronapatiënten (met serieuze klachten) wél bezoekt mét speciale kleding en bescherming aan.

supermarktkarDe assistent bedrijfsleider van de supermarkt  vertelde me gisteren dat hij ’s avonds en ’s morgens vroeg extra bestellingen had gedaan omdat er veel meer als anders gekocht werd.
Vanmorgen ging ik even een broodje halen hier vlakbij. Dáár waren hele schappen leeg. Ik weet niet waarom maar ik vond het een angstig gezicht.

Zelf heb ik een “leeg” weekend.

zakdoekHet kinderfeestje van ons neefje ging wél door, maar onze nicht belde op om te zeggen dat het neefje en zij flink verkouden waren. Aan ons om wel of niet te komen.
Wikken en wegen. Hoe jammer we het ook vinden toch maar besloten het “niet op te gaan zoeken”.

NL-DOET-logoDit weekend was NL DOET, de grootste vrijwilligersactie in Nederland. We zouden gaan werken op een Landgoed in de Provincie Utrecht en hadden ons aangemeld. Van het Oranjefonds, de overkoepelende kracht achter deze actie kregen we een mail dat ZIJ de deelnemende organisaties voorgesteld hebben om dit evenement af te gelasten of uit te stellen.
Iedere organisatie mocht zélf beslissen wat ze wilden. (Omdat het buiten werken was, snoeien en dergelijke, hadden we nog even het idee dat het door zou kunnen gaan; we werken daar niet met 100 man of meer)
We kregen echter een mailtje van “onze” Utrechtse organisatie: ze gelasten het af; de laarzen gaan weer in de schuur; zaterdag vrij!

amsterdam architecture building capital
RijksmuseumPixabay op Pexels.com

Zondag hadden we kaartjes besteld voor het Rijksmuseum: Caravaggio- Bernini  (het ontstaan van barok in Rome) We kregen een mail dat het Rijksmuseum gesloten is, voorlopig tot 31 maart.
Zondag ook vrij!

Nu maar geen plannen meer maken; afwachten wat er komen gaat en hopen dat de verspreiding  niet verder gaat.
Vandaag in de tuin gewerkt én even een ommetje in het bos gemaakt; even de overtollige energie omzetten in flinke passen en boslucht opsnuiven. Dát kan  gelukkig (nog) wel.

Misschien geen eerlijke vergelijking

Gisteren moest ik naar het ziekenhuis. Niet voor het gat in mijn hoofd maar voor iets anders.
Ik ben altijd (zie ook eerdere blogs over medische zaken) erg tevreden over de medische zorg in Nederland, maar niet eerder was ik me zo hyperbewust van de zegeningen van een goede gezondheidszorg en verzorgend personeel.

ziekenhis van buitenHet gebouw: licht en schoon met mensen die je aankijken
NIET EERLIJK om de vergelijking met het Boedapester ziekenhuis te maken; dáár was ik ’s nachts, donker (letterlijk) en stil.
NIET EERLIJK: hier kom ik door de hoofdingang, daar door een achterommetje bij de spoedeisende hulp, die wel een garage leek.

ziekenhuis internTóch maak ik de vergelijking. U mag best weten dat mijn ogen traanden toen de medisch specialist me vroeg wat er gebeurd was, toen ik gehavend binnen kwam. Het had NIETS met zijn specialisme te maken! Het was geïnteresseerdheid!

Ik reis ontzettend graag, verruim  er mijn kennis over andere landen en volkeren mee.
Ooit was er een kans dat mijn lief in het buitenland zou gaan werken en ik met hem mee kon gaan; het ging niet door, maar ik had er geen moeite mee om weg te gaan uit Nederland.
Desondanks ben ik zo dankbaar dat ik in Nederland leef en geboren ben; waar misschien veel overgeorganiseerd is en teveel regeltjes zijn, waar vaak van betutteling sprake is, maar waar het o zo goed leven is!

 

Slechts één paar lieve,Hongaarse ogen

’s Nachts word ik misselijk wakker, ik moet vomeren en loop naar de badkamer.
Als ik bij kom staat mijn lief over me heen gebogen en moet ik stil blijven liggen.
Mijn hoofd bonkt als een gek en ik voel vocht. Ik “doezel” weer weg. Ik hoor mijn lief bellen en probeer ondersteund naar mijn bed te komen. Er wordt geklopt en ik hoor de Engelssprekende receptioniste; er komen twee geelgeheste ambulancepersonen in mijn blikveld. Het is druk in de kamer, veel gepraat. Ik hoor dingen als: Passport, insurance, allergic? Seafood?
De blond gepaardenstaarte ambulancedame komt mijn blikveld in en begint aan me te sjorren, ze wikkelt een verband hardhandig en erg strak om mijn hoofd. Harde ogen kijken me aan, geen enkele blik van mededogen. Mijn hoofd bonkt en ik zak weer weg. Ik hoor mijn lief ruziemaken, hij geeft mijn paspoort NIET af. De paardenstaart blaft, kennelijk MOET het. Mijn lief houdt voet bij stuk.

Ik ben er weer als ik hoor “Can she walk?” de receptioniste vertaalt de paardenstaart. Ik snap het al en kom overeind. De tot dan toe op de achtergrond gebleven broeder komt naar voren en ondersteunt me, terwijl mijn lief mijn broek aangeeft en mijn sokken en schoenen aanwurmt. Zelf gris ik mijn vest van de stoel, de broeder helpt me er in en hij en mijn lief sjorren me omhoog, de gang in, de lift in, de straat uit.
Het is stil in de straat.

De ambulance staat een eind verder (autovrije straat, dus óók geen ambulance!)
Ik word rechtop in een stoel gehesen, de paardenstaart blaft bevelen, de broeder helpt me met de gordel. Ik wil slapen. Mijn lief zit naast me en pakt mijn hand. Hij is er.
We scheuren weg. Ik heb moeite om te blijven zitten, glijd onderuit. De sirenes gaan aan.
Ik ben toch niet ernstig??

ziekenhuisbandje

Daarna beland ik in een soort kafka-achtige scene. Een achterkant van een ziekenhuis met verticale doorzichtige, harde lamellen waar ik lopend doorheen geduwd wordt en een klein, gedrongen man in een wit trainingspak die me op een zwart leren brancard wijst. Ik hoor weer passport en mijn lief moet kennelijk iets regelen. De ambulancebroeder verschijnt in mijn beeld (het verband belemmert mijn zicht gedeeltelijk) Hij trekt me op en helpt me op de brancard, trainingspak haalt de hekjes aan weerszijden omhoog en daar lig ik dan. Alles in het schemerdonker. Er komt een zwartgeklede man aan, dronken? Stoned? Hij pakt de brancard vast en stamelt in het Hongaars. Ik trek dit echt niet. Ik kan me nu geen junk van het lijf houden. Gelukkig verschijnt mijn lief, die tussen mij en de junk/dronkenman komt staan,niemand anders is aanwezig.

Het trainingspak verschijnt weer, pakt de brancard en rijdt ermee weg, mijn lief loopt er achteraan, maar hij wordt gestopt, alleen ik kom een verlichte ruimte binnen: Plank aan de muur met verlichte schermen, 3 figuren hangen in een stoel, één met haar benen gedeeltelijk op de plank, één probeert kennelijk te slapen en ligt opgerold in een stoel en een ander draait zijn stoel om als we binnenkomen; trainingspak blaft iets. Géén enkele reactie van de twee ander figuren.
Het is alsof ik er niet ben.

Ik zak weg en zie een grote tang op me af komen, trainingspak begint de knippen, hardhandig. Volgens mij knipt hij ook mijn haar mee. Hij duwt een lap met vocht op mijn hoofd, het loopt mijn nek in (ik hoop maar dat het iets desinfecterend is, ik heb nog niets steriels gezien) Dan komt er een jonge man in witte jas, hij kijkt naar mijn hoofd (stelt zich niet voor, kijkt naar mij of ik een ding ben en zegt: “no stitches”  zegt verder iets Hongaars tegen trainingspak en vraagt dan “last 3 weeks Tetanus?” Ik zeg no.(3 weken zo’n prik is toch 10 jaar geldig?)De dokter vertrekt.

Trainingspak komt weer in beeld, hardhandig drukt hij op mijn hoofd en plakt zwaluwstaartjes. Ik zeg au! Hij verdwijnt en komt terug met een naald. Mijn rechterarm mag om medische redenen persé niet beprikt worden. Ik zeg dat, hij verstaat me niet, het interesseert hem ook niet; hij pakt mijn rechterarm. Met alle kracht die in me is brul ik NO. De ambulancebroeder komt in mijn blikveld (kwam hij net binnen?) hij pakt mijn hand, ik zeg hem not my right arm . Hij zegt iets tegen trainingspak die terugblaft, ik probeer mijn linkerarm vrij te maken, maar mijn pyjamajasje zit te strak. De broeder lijkt iets te zeggen dat klinkt als quick. Ik open mijn knoopje en maak mijn linkerschouder vrij. Uit het niks komt de naald.
Is trainingspak om me heen geslopen? Het doet zeer, de ambulancebroeder buigt zich over me heen, lieve ogen kijken me aan en knikken me toe. Eén echt levend mens in deze ruimte met een soort zombies met lege, ongeïnteresseerd ogen.Ik ben de ambulancebroeder zó dankbaar.

Mijn brancard wordt weggereden naar de donkere ruimte, mijn lief komt weer in beeld. Ik hoor hem praten met de ambulancebroeder! Duits. Ik hoor hem vertellen dat hij zijn spreekvaardigheidstest Duits gisteren heeft gehaald, dat hij zich verontschuldigt voor het gedoe hier, dat ze altijd veel interesse hebben in formaliteiten, meer dan……
Ik houd van die man!
Hij kwam in de hotelkamer amper aan bod doordat paardenstaart de leiding had/nam, maar hij is de enige die zich om ons bekommert.
Hij neemt afscheid. We zijn weer alleen tussen de zombies.

Trainingspak komt weer in beeld en rijdt me uit de donkere ruimte. Alles zonder een woord te zeggen (oké hij kent alleen maar Hongaars, maar zeg wat, knik, kijk me aan, NIETS)
Waarheen gaan we nu? Mijn lief loopt mee, er moet nog een CTI scan gemaakt worden, had de ambulancebroeder in het Duits aan mijn lief verteld.
Ik zie de junk(?) weer, hij zwalkt (loopt schuin) door de ruimte, niemand besteed aandacht aan hem. Er zit een man op een stoel met een doek onder zijn kin.  Verder is er niemand.We rijden door gangen en trainingspak drukt op een bel, er galmt iets, hij pakt een soort hoorn van de haak en blaft er iets in, de metalen deur schuift open met een geratel van een garagedeur.
Mijn lief blijft buiten en mijn brancard wordt naast het apparaat gereden. Trainingspak wijst op het lig gedeelte. Ik kan moeilijk over het hekje heen klimmen en vraag of het hekje naar beneden kan, hij zucht en wijst op het bed. Ik wijs terug op het hekje; hij rommelt wat en het hekje zakt, ik schuif op en… zak weg. Ik hoor Hongaarse stemmen, ik houd mijn ogen gesloten, het gebrom begint en mijn bed schuift het apparaat in.
Als het gezoem ophoudt komt trainingspak in beeld, hij wijst weer op de brancard, er loopt een blauw figuur weg. Ik schuif weer door en wordt weggereden.

Mijn lief pakt mijn hand. Ik wil  NU naar huis! Naar het hotel en ons vliegtuig halen. Geen idee hoe laat het is en dit allemaal geduurd heeft, maar het lijkt me nog donker dus het moet lukken (om 10.00 uur s morgens worden we opgehaald)  Mijn lief is dingen regelen en ik zie de dokter lopen. Ik roep hem, hij komt, ik vraag wat de uitslag was van de CTI scan, negative. Is dat goed of fout? You can go home now.
Hij verdwijnt uit beeld en ik blijf wachten op mijn lief.

Dan voel ik nattigheid, er loopt bloed over mijn gezicht. Mijn lief verschijnt in beeld en roept; My wife is bleeding. Trainingspak komt in beeld en rijdt me weer naar de eerdere ruimte met de plank aan de muur, hardhandig verwijdert hij de zwaluwstaartjes. De dokter komt in beeld en zegt stitches en is weer weg. Ik word weggereden en samen met mijn lief gaan we gangen door. Er wordt weer ergens aangebeld, getelefoneerd en er schuift weer een metalen deur met geratel open. Een fel verlichte ruimte: operatiekamer. Een oudere in blauw geklede dame staat in de deuropening. Trainingspak wil mijn brancard binnen rijden, maar ze pakt hem over, mijn lief glipt de deur in. Trainingspak wil dat niet, hij loopt op mijn lief af, agressief. Ik vrees een lichamelijke confrontatie en kom overeind; bloed begint weer te lopen.
I don’t leave my wife hoor ik mijn lief zeggen, sussende woorden van de blauwe dame, boze woorden van trainingspak. De blauwe dame wijst op een stoel in een hokje zonder deur, mijn lief gaat braaf zitten: hij is binnen. De deur schuift ratelend dicht met een briesend trainingspak aan de andere kant.

De dame pakt een in blauw gewikkeld pakketje en opent het, glimmende instrumenten komen er uit, ik kom wat overeind, wil weten wat er gebeurt. Met zachte hand drukt ze me neer: stitches zegt ze. Ik krijg een groene doek met een gat erin over mijn hoofd en hoor de dokters stem. Injection for pain en er wordt meteen een naald in mijn hoofd gejast. Het doet ontzettend pijn en als de naald eruit gaat komt er meteen een tweede in
(kennelijk met draad) die niet veel minder pijn doet dan de eerste (moet daar niet een tijdje tussen zitten?) Er wordt me niets gevraagd.

De dokter verdwijnt.
De dame haalt de doek weg, plakt een verband half op mijn oog en de deur ratelt weer open.
Trainingspak rijdt me naar de hal, mijn lief houdt gepaste afstand.
In de donkere hal is de junk weg, maar de meneer met kin zit nu met verband op een stoel.
Ik hoor een stem tegen mijn lief zeggen pay en zie een vinger naar een hokje wijzend.*)
Mijn lief verdwijnt en ik besluit weg te doezelen. Ik kan niks, BEN NIKS,  HIER ben ik alleen  een hoofdwond.
verwond

Even later hoor ik mijn lief iets zeggen over een taxi, de hekjes zijn naar beneden en ik probeer te gaan zitten, dat gaat. Mijn hoofd bonkt van mijn romp, maar ik kan staan en ondersteund door mijn lief een gang doorlopen. Daar zit een man in een blauwe (beveiligings ?) trui in een hokje.
De administrateur waar mijn lief moest betalen was aardig en had gewezen waar we uit het gebouw konden en gezegd dat de bewaker een taxi zou bellen. De trui kijkt ons ECHT aan, staat op zegt “taxi yes,5 minutes” en wijst op stoelen. Eindelijk weer een mens! Hij gaat naar buiten kijken of de taxi eraan komt en wenkt. De lieverd! We stappen in de taxi zeggen de naam van het hotel en rijden weg, laten dit hellhole met zombies achter ons.
Als we in de buurt van het hotel zijn vraagt mijn lief  de chauffeur hoe hij moet betalen; onze HUF’s zijn op.( we gaan immers over een paar uur naar huis)
Geen punt, het mag ook in Euro’s. Hoeveel is dat? Hij vraagt 5 euro’s voor de rit.

We lopen naar het hotel, het is inmiddels iets over drieën en gelukkig is de straat uitgestorven. Niemand ziet het onder mijn vest uitstekende pyamajasje, mijn strompelende gang en mijn verbonden hoofd. De receptioniste knikt als we lang haar lopen, mijn man verontschuldigd zich voor de troep in onze kamer, ze wuift het weg
“ They’ll clean it tomorrow”
Ik ruk de vieze lakens van het bed en plof zó op de matras, uitgeput.
Mijn lief gaat de badkamer kuisen, er ligt een mega plas bloed en meer. Als we naar het toilet moeten moeten we niet uitglijden!! Ik verontschuldig me voor de puinhoop, hij kijkt me aan met een blik die zegt; houd je mond, laat mij mijn ding doen en ga slapen!
Ik houd van hem!

*) Het bedrag dat ik in Nederland pas op de rekening zie was, omgerekend in euro’s, ca  € 60,- (mét ambulance, CTI scan en tetanusprik !)
We hadden graag wat meer betaald voor een beetje meer menselijkheid.

 

De dag ná Monet

Mijn lief heeft pijn in zijn knie en weinig geslapen, dus ik maak een afspraak voor hem bij de huisarts.
De loodgieterscentrale belt of de loodgieters ook eerder mogen komen. (De meervoudsvorm verontrust me een Natuurlijk mag dat.
Het tandenpoetsen zonder kraan, de toiletgang, het poedelen ipv wassen, we zijn het na amper een dag al zat.

Mijn lief komt terug van de dokter: Vanmiddag rontgenfoto’s laten maken.
De loodgieter belt op vanuit de auto: over minder dan een uur zijn ze hier (wéér de meervoudsvorm Ik vrees dat we niet 2 voor de prijs van één krijgen en dat we flink voor de reparatie  moeten dokken)

Na de koffie ( het koffie apparaat zat nog vol water) komen er inderdaad 2 loodgieters, dat moet altijd, legt er één me uit ”Eén in de kruipruimte, de andere geeft aan en haalt uit de auto, anders duurt het nog langer!”k knik; het klinkt logisch, maar onze portemonnee begint al te huilen.

De loodgieters zijn aardig, (de één vertelt dat hij de 33 jaar geleden de eerste Turk in Wateringen was)  ze vernieuwen de kapotte pijp en zetten hem meteen zó dat, mocht mijn man (of iemand anders) ooit nog in het gat vallen, de leiding gemist wordt; ze zetten er een nieuw kraantje aan en draaien en passant ook nog ons buitenkraantje dicht.(nu mag het vriezen. Liever niet, maar de leidingen lopen geen bevriesgevaar meer)

Dan komt het uur van de waarheid; héél erg veel geld, waarbij de ene loodgieter zegt ”Iedereen is altijd blij als we komen. Als de klus geklaard is, zijn ze niet meer blij. Dan gaat het van: Was dit nou nodig en kon het niet sneller en zo.”
Ik snap het. Ik ben nog steeds blij, maar (meer dan) 500 euro is erg veel geld.
De rekening moet ter plekke voldaan worden, mijn lief maakt het geld ter plekke over, maar………..
De telefoon van de loodgieter geeft NIET aan dat het betaald is.
Mijn lief maakt een screenshot van de overboeking. De loodgieter gaat akkoord en zet VOLDAAN op de rekening. We nemen afscheid. Het water is weer bruikbaar !!

Even later gaat de telefoon. Ik vermoed dat de loodgieter met zijn baas gebeld heeft. Het geld is “er nog steeds niet” en dat moet écht wel. Mijn man antwoordt dat het van zijn rekening is afgeschreven en dat hij meer niet kan doen en legt de telefoon neer.
Ik vind het erg naar en bel onze bank.
Meteen een aardige dame aan de lijn die na verificatie dat ik ben wie ik ben, zegt dat het geld er ECHT af is, naar de goede rekening overgemaakt, maar dat het soms van de ene bank naar de andere bank “even” duurt. Uiterlijk eind van de middag is het op de loodgietersrekening bijgeschreven.

Ik bel  de loodgieter. Ik hoor hem zuchten als ik vertel dat ik de bank gebeld heb en dat het geld ECHT overgemaakt is; hij heeft het nog niet! Ik zeg dat ik het erg rot voor hem vindt, maar het is er bij ons echt af en het komt vandaag, dát verzekerde de bank me.
Hij zucht weer, hij denkt vast aan wat zijn baas straks zeggen zal.
Als ik de telefoon heb neergelegd, stofzuig ik de gang, zet de sjoelbak weer in de meterkast en gooi de meeste spullen uit de rampentas weg (de radio die op batterijen én elektra kan, gaat naar  vintage giving van Unicef) Daarna ga ik lekker lang mijn handen wassen met zeep: we hebben weer water!

’s Middags vertrekken we naar het ziekenhuis voor een kniefoto. We hoeven maar even te wachten, dan wordt mijn lief opgeroepen. Hij is ook razendsnel weer terug en moet even wachten totdat degene die de foto heeft genomen deze aan een arts, die de foto beoordeelt, heeft kunnen laten zien.
Ook dat duurt maar heel even. De arts kan niets “fouts” ontdekken, alles ziet er goed uit.
Als de pijn “lang” blijft kan mijn lief nog eens naar de huisarts gaan
Een pak van ons hart, geen enge scheurtjes, waarschijnlijk verrekt en dát heeft tijd nodig.

Deze dag heeft ons (veel) geld gekost, maar zeg nou zelf we hebben toch ook wel mazzel.
De val in het gat, waarbij mijn lief’s been wel  heel raar terecht kwam, blijkt geen blijvende schade te hebben aangericht; de loodgieters (meervoud!) kwamen eerder dan afgesproken; ze hadden al het benodigde materiaal bij zich in hun auto,  mijn lief hoeft zich deze winter niet meer in rare kronkels te buigen om ergens onder de grond een waterkraan dicht te draaien; we hebben AMPER hoeven wachten in het ziekenhuis op het maken van de foto én op uitslag; Hoeveel mazzel kan een mens hebben!

 

 

In de struik bij het ziekenhuis

Als je  het ziekenhuis in onze gemeente is (het gaat verhuizen naar een andere gemeente en moet in 2024 klaar zijn) binnenkomt is er een balie waaraan twee vrijwilligers zitten met een bordje voor zich waarop staat: gastvrouwen.
Het zijn meestal oude dames, die precies weten hoe en wát er gedaan moet worden als iemand wat vraagt. Dat stralen ze uit: wij weten alles: Kom maar op met je  vragen!
De meeste patiënten, het is de poli-ingang, weten wel waar ze heen moeten en als ze het niet weten zijn er overal borden en pijlen, dus erg veel te doen hebben de dames niet.
Des te vasthoudender zijn ze als ze beet hebben.

Vandaag waren we in het ziekenhuis, er moest een biopsie worden gedaan.
Er was kortgeleden een specialist weggegaan. Zij had de afdeling een bijzondere bos (kunst)bloemen cadeau gedaan voor op de balie. Wat een topidee!
Ze genoten er allemaal van, zei de assistente die ons binnen riep.Wij ook.

We zaten maar kort in de wachtkamer toen we al  de behandelkamer in mochten komen. De  assistente vertelde dat zij het intake gesprekje zou houden en dat daarna de dokter kwam kijken (fijn als je weet wat er gebeuren gaat)
De biopsie was zo klaar, toen naar de balie om een telefoonafspraak te maken. Daarin ga je, 2 weken later horen of je al dan niet “onrustige cellen” in je hebt.

Na 20 minuten zijn we klaar en lopen naar buiten op weg naar de parkeerautomaat. Langs het tegelpad staan bosjes en daar zie ik wéér een bankpas liggen (zie blog 7 sept.)
Meenemen en de verliezer opsporen lijkt me hier beter van niet.Als iemand belt of terug komt bij het ziekenhuis is het beter dat zijn pas dáár is
Dus ik loop naar binnen, naar de gastvrouwen
Ze eten op dát moment nét een kroketje.
Zodra ze zien dat ik op HEN afkom, leggen ze allebei hun kroketje neer ( zo’n beetje ónder de rand van de balie)
Ik richt me tot beiden en laat het betaalpasje zien: gevonden.
De één steekt haar hand uit “Geeft u maar hier daar hebben wij een protocol voor”
Ik aarzel.
“Voor gevonden voorwerpen” voegt de ander toe.
“Het gaat naar de beveiliging daar komen alle gevonden voorwerpen en worden ze geregistreerd en kunnen mensen ze ook afhalen” zegt de eerste dame.
Ik had even willen overleggen of ik misschien niet beter zelf de man/vrouw van het pasje kon opsporen (daar heb ik inmiddels ervaring in)
Maar van overleg was hier geen sprake; het protocol trad in werking, de hand werd dwingend.
Ik legde er het pasje in.
Ik liep weg en keek niet om.
Ze waren vast voldaan dat ze dit weer netjes snel hadden afgehandeld én er moest een vervolg komen: een beveiliger gebeld, of er heen; ze zouden straks weer wat te doen hebben én de kroketjes waren niet koud geworden!

Ik hoop dat de eigenaar van het pasje wéét dat hij het waarschijnlijk verloren heeft bij het ziekenhuis, dán komt het allemaal toch nog goed.
Geen bloemen voor mij dit keer!

Film: The Children Act (2017)

Hoofdrollen: Emma Thomson , Stanley Tucci, Fionn Whitehead
Regie: Richard Eyre

Children Act
Een bijzondere film die gaat over een vrouwelijke rechter van het (Engelse) Hooggerechtshof, gespecialiseerd in familierecht.
Ze moet oordelen over bijzondere zaken, zoals het scheiden van een Siamese tweeling (baby’s)
De ouders willen ze niet scheiden, omdat er dan één baby ZEKER zal sterven. Zonder separatie zullen ze beiden overlijden.
De rechter spreekt haar oordeel uit: separatie.
Haar motivatie; één levend kind gaat boven twee dode kinderen.

De rechter wordt alom gerespecteerd door vakgenoten, maar haar privé leven loopt niet zo lekker.
Ze werkt, werk meer en is thuis bezig met inlezen en voorbereiden. *)
Haar man brengt  fijntjes het feit ter sprake dat ze al 11 maanden geen seks hebben gehad.
Ze gaat niet met hem in discussie.
Dan kondigt hij aan dat hij denkt een affaire te gaan beginnen. Ze zegt dat dat hij dan kan vertrekken (hij is daarna 2 dagen weg maar komt terug)

Ondertussen komt een andere zaak op haar pad. Een 17 jaar (én een paar maanden) oude Adam heeft leukemie en ligt in het ziekenhuis. Hij en zijn ouders zijn Jehova getuigen en weigeren bloedtransfusie. Jehova’s wet verbiedt hen bloed van dieren of andere mensen aan te nemen: bloed vertegenwoordigt het leven dat hen door God is geschonken, dat mag NIET vermengd worden.
Zonder een bloedtransfusie zal Adam sterven.
Het ziekenhuis doet een beroep op een wettelijke uitspraak.
Bij de hearing, door haar geleid komt Adam’s arts aan het woord, die de medische relevantie van de bloedtransfusie uitlegt. De advocate van de ouders legt uit waarom Jehova getuigen bloedtransfusies weigeren (ze beroepen zich op teksten in de bijbel)
De rechter besluit met Adam zelf te gaan praten om te horen wat ZIJN mening werkelijk is of dat hij onder invloed van zijn ouders dit besluit (gedwongen?) neemt.

De scene in het ziekenhuis is bijzonder. Ze vertrekt ná het ziekenhuisbezoek  naar de rechtszaal en spreekt haar oordeel uit
Hierna zou de film afgelopen kunnen zijn.
Maar het gaat verder.

De afloop van de film is dramatisch


Nawoord:
Ieder mens kijkt naar een film, leest een boek met zijn of haar achtergrond en zijn of haar eerdere levenservaringen; dat bleek bij het napraten met  andere filmkijkers in de bioscoophal: Verschillende meningen over de uitspraak en de handelingen van de rechter daarna.

 

 

*) het echtpaar heeft géén kinderen

Medische snelheid

Gisteren was dé dag dat ik naar een specialist moest (orthopeed) om meer te horen  over mijn voeten en het gevolg ervan: pijnlijk lopen.
Ik moest mij melden bij de poli en kreeg een briefje voor radiologie. Even wachten en toen werden er 2 foto’s van mijn voet gemaakt.

Toen naar de specialist, waardoor ik, omdat alles zo razendsnel ging, een half uur te vroeg was.
ziekenhuis KIn de wachtkamer staat een kinderspeeltafel. Waarom? Daar kom ik snel genoeg achter: in het half uur dat we er zitten (mijn lief is mee voor moral support) komen er 4 kindjes met spreidbroekjes voor controle. Hele kleine pukkies, kruipen over de vloer, één met alleen een papa, één met alleen een mama, en 2 met papa en mama en nog een kleuter erbij, die naar de speeltafel gaan. Het brengt leuk kijkvermaak.De kleintjes lijken zich niets aan te trekken van hun “harnasje” en schuiven  vrolijk over de grond.

ziekenhuis arthoEr komt een co- assistente me halen. Ze vraagt meer dan 10 dwazen kunnen beantwoorden, ze moet nog leren, vertelt ze me. Ik geef op alles antwoord en ze knikt, typt in, stelt weer een vraag en zo zijn we leuk een tijdje bezig. Ik vertel dat er foto’s zijn gemaakt. Ze roept ze op  de computer op en laat ze me zien. Ze zegt dat hierop alleen botten te zien zijn. Dat zie ik (waarom zijn ze gemaakt als ik geen botprobleem heb? denk ik, maar ik vraag het niet. Ik wacht af)
Ze gaat overleggen met de orthopeed en dan komt hij naar me kijken, zo waarschuwt ze.

En dan komt de specialist zelf, een rijzige man die autoriteit uitstraalt. Hij voelt, hij kijkt en zegt bondig ”Gescheurde pees is de oorzaak, daar komt littekenweefsel omheen, dat gaat drukken en dat geeft pijn. Niet te opereren want daardoor komt meer littekenweefsel en lost niets op”.
Ik vertel dat mijn andere voet het ook heeft en hij voelt (met handschoentje aan) ook daar.
“Ja, dat klopt” Ik vraag of dat niet bijzonder is, dat allebei de voeten een gescheurde pees hebben.
Gelukkig is het een dokter met humor: ”Ik zou u graag zeggen dat u iets bijzonders bent, maar dit geval komt vaker voor” Hij glimlacht en ik ook.
We spreken over de oorzaak, hij bekent dat hij het niet weet, het kan al zijn door in het bos “verkeerd” op een takje te stappen. Het heeft niets met leeftijd of leeftrant te maken en kan iedereen gebeuren.
Maar nu! Wat kan hij/ik eraan doen. Hij niets. Ik ook niet. Maar……….. de instrumentmaker wel.
“Toevallig heeft hij nu spreekuur en kan u er meteen heen, misschien een tijdje wachten, maar dan meet hij u speciale orthopedische zolen aan, die de druk verlichten en u hopelijk van de pijn afhelpen. Ik leg een brief voor hem neer bij de assistente, als u daar even zegt dat u op hem wacht, wordt u zo binnen geroepen”
Hij steekt zijn hand uit en voor ik het weet is hij de behandelkamer uit en ben ik weer alleen met de co-assistente. Zij gaat me voor naar de assistente, die me weer naar de wachtkamer verwijst
Ik vindt alles best en ben erg blij dat dit allemaal achter elkaar kan worden afgehandeld en ik mogelijk al gauw weer (een beetje?) normaal kan lopen.

Na een dik half uur komt de instrumentmaker me halen. Hij vraagt het een en ander, bekijkt mijn podoloogzooltjes (“die brengen u helemaal geen steun”)
Ik leg hem snel uit dat die ook niet gemaakt waren voor deze klacht en hun werk “toen” hebben gedaan en spreek de hoop uit dat de nieuw te maken zooltjes mij opnieuw zullen helpen om de pijn te verlichten. Hij garandeert niets, maar ervaring heeft hem geleerd dat dat “meestal” wel het geval is. Twee en half uur later sta ik weer buiten met een afspraak over 14 dagen om de zooltjes op te halen.
Wat leven we toch in een geweldig land, dat dit allemaal zo snel geregeld kan worden.
Ik hoop zó dat de zooltjes gaan helpen en strompel intussen naar de geparkeerde auto; naar huis, naar koffie, dít heb ik weer achter de rug!

Een Amsterdamse

In het winkelcentrum is een nieuw kledingwinkeltje gekomen.
Er hangen fleurige blouses, rokjes, jurken en broeken buiten.
Er staat een handgeschreven bordje bij: ALLES € 15, OOK BINNEN.
Welke vrouw kan dat weerstaan?
Ik loop naar binnen.

Er staat een dame bij de balie met een blouse met een vlekje.
“Gaat dat er nog uit, denkt u?”
De dame achter de balie is eerlijk
– Geen idee. Ik geef ‘m voor € 12,50, probeer het. Gaat het niet, breng je ‘m maandag weer terug, krijg je je 12,50 terug, oke? –
De dame koopt de blouse, want het is de laatste en ze vindt hem beeldschoon, zegt ze. (maar dat IS hij natuurlijk niet, want er zit een vlekje op)

jurkIk vraag of ik een jurkje mag passen.
– Tuurlijk –
Ik maak haar compliment over de afhandeling van de vorige klant.
“Ja zo zitten wij in elkaar, mijn man en ik. Wat je geeft krijg je terug ook “
Er komt een kale man met tattoo binnen, een jurk op een hangertje in zijn hand “Nou dan heb ik nog heel wat van je tegoed” zegt hij lachend.
“Mijn vent” zegt ze tegen mij
“We komen uit Amsterdam, daar wonen we”

 

Ik vraag hoe ze dan hier terecht komen.
Onderwijl komt er een dame met een rollator binnen
“Hé, Annie” groet de eigenaresse de klant
– Heb je iets met een kragie? –
“Nee, Annie momenteel niet, zal ik het aan mijn moeder meegeven als ik wat met een kraagje heb? Dan kun je het thuis even lekker passen”
En tegen mij “Dat is de buurvrouw van m’n moeder, die zit hier in het rusthuis. Zodoende zitten we hier. Ik zag dat winkeltje vrijkomen, ik denk dát is van ons”
Annie rollatort de winkel uit en zwaait “Fijn meid, geef maar aan je moe mee”.

Ik pas en het past.
Vijftien euro’s wisselen van eigenaar.
– Weet u, we moeten het hebben van mond tot mond reclame.
Laatst zaten er 2 dames in het ziekenhuis hier over onze winkel te praten, een derde luisterde mee. Toen ze klaar was in het ziekenhuis is ze meteen hierheen gereden. Heb ik ‘r een blouse verkocht. Leuk toch? –
Ik beaam en loop met mijn zakje de winkel uit.
Een aanwinst dit echtpaar mét hun winkel.

 

Dentofobie

Sommige mensen zijn bang voor spinnen (arachnofobie) anderen voor hoogtes (acrofobie). Ik heb dentofobie.

Ik ben een moedig mens en ga wel, elk half jaar naar de tandarts! Maar…. ik slaap een kleine week van tevoren slecht en op de dag zelf sta ik stijf van de stress.
Het helpt daarbij niet dat ik een slecht gebit heb en dus relatief “vaak” naar de tandarts moet.
Of het een fabeltje is of niet weet ik niet, maar mijn moeder zei vroeger dat omdat ZIJ Engelse ziekte heeft gehad, zij en ik een slecht gebit hebben.(?)

Als een tandarts al moeilijk is dan is een kaakchirurg natuurlijk helemaal “feest”.
De afgelopen jaren heb ik er 3 x naar toe moeten gaan.

De eerste van die 3 keer was het een bijzondere, roodharige man met gigantische handen, die, tijdens de behandeling zachte klassieke muziek liet draaien, kunst aan de muur had en beelden op sokkels. Hij straalde vertrouwen uit.

De tweede keer, was  2 jaar later en was die kaakchirurg, helaas voor mij, met pensioen.
Deze had geen kunst, geen klassieke muziek maar straalde een zelfverzekerdheid uit, die me kennelijk vertrouwen gaf, want ik zat redelijk “rustig” in de stoel.

Vandaag was ik weer bij hem (weer na een aantal nachten slecht slapen en opstaan met “een knoop in mijn maag”)
Het begon goed: toen ik in het ziekenhuis aankwam was de kaakchirurg weggeroepen en nog niet met zijn patiënten in de poli begonnen.
Dáár had ik nooit over nagedacht, dat ook een kaakchirurg een spoedgeval zou kunnen hebben en weggeroepen zou kunnen worden.
De uitlooptijd zou minstens een uur bedragen!

Vervolgens waren mijn foto’s er niet. De assistente zou de tandarts bellen. Maar aangezien ik toch lang moest wachten, besloot ik zelf langs de tandarts te gaan en te vragen alsnog mijn foto’s te mailen.
Het was heerlijk buiten, dus een wandelingetje deed me goed. De tandarts had (natuurlijk) wél de foto’s opgestuurd maar deed het met liefde nog een keer, maar niet naar het mailadres dat ik van het ziekenhuis had meegekregen: dat was volgens haar géén beveiligd adres.

Ik terug naar het ziekenhuis waar inmiddels de foto’s waren aangekomen. De assistente was allerliefst, ik kon nog koffie gaan drinken, de chirurg was al wel begonnen.
Na de koffie, weer terug bij de balie wilde de kaakchirurg nóg een foto.
Die ging helaas niet lukken, de plek was achter in mijn mond en ik kokte mijn darmen uit mijn lijf als het apparaatje met fotoplaatje achter in mijn mond kwam. Er werd overlegd. De foto MOEST echt, omdat de kieswortel wellicht bij de neusbijholte uitkwam en een gaatje in die wand NIET aanbevelenswaardig was.
De kaakchirurg kwam met het plan me vast te verdoven, zodat ook de kokreflexen wat minder zouden zijn en de foto alsnog  gemaakt kon worden.
Slim plan.
Mét de verdoving ging de foto goed en kon ik daarna doorlopen na de operatiestoel en gaan liggen. De doek werd over mijn hoofd uitgespreid (steriel werken en felle lampen) en de chirurg vertelde me elke stap die hij ging doen: Kies in stukken zagen en brokstukken eruit halen, terwijl de assistente de brokstukken wegzoog en zoutwater sproeide.
De geluiden en dreunen waren vreselijk voor zo’n HSP-er*) als ik, maar verdoofd is verdoofd, dus geen pijn.
Nu ging mijn neus dichtgeknepen worden en moest ik bolle wangen maken ( om te horen hoe het met mijn neusbijholte zat) de paniek bij mij werd gigantisch, (assistente:”U stopt toch niet met ademen he?”) Gelukkig was er geen verbinding tussen de mond en de kaakholte ontstaan en kon er gehecht worden . Ik  werd rustgevend toegesproken.

Een brief mee wat ik mocht en niet mocht en even later stond ik weer buiten.
De angst vooraf was vele malen erger dan de behandeling zelf! Toch weet ik bijna zeker dat het volgende tandartsenbezoek (over 2 maanden) de angst tevoren weer zal slaan. Jammer
Vandaag hebben assistentes en chirurg er alles aan gedaan om me op mijn gemak te stellen en niet overmatig te pijnigen.
Onze gezondheidszorg is geweldig!! (Gisteren op tv Ruben Terlou in Chinese ziekenhuizen gezien, dáár gaat het heel wat anders toe)
We zijn bevoorrecht dat we in Nederland geboren zijn.

*) Hoog Sensitief Persoon