(Niet) kunnen lopen

Als je niet of moeilijk kunt lopen zijn er talloze hulpmiddelen ter beschikking.
Een vriend van ons heeft een (opvouwbare) stok, een rollator, een (opvouwbare) rolstoel én een gemotoriseerd karretje, waarmee hij op het fietspad kan rijden. NIETS vervangt benen, maar het stelt een mens wel in staat om binnen én buiten vooruit te komen.

voetsteunen
Als je tijdelijk niet of niet goed kunt lopen zijn er ook hulpmiddelen, maar bovenal is het kwestie van geduld hebben en, soms, oefenen.

Door mijn val kan ik tijdelijk moeilijk lopen. Ik heb niet veel geduld en was dat gestrompel zat dus ben naar de huisarts gegaan.
Zij zei dat er 6 weken voor staat, het ziet er goed uit er zijn geen gekke dingen aan de hand,  ik mag wel  de knie (voorzichtig) belasten en moet  vooral geduld hebben.
Ik ben even naar de fysiotherapeut gegaan voor oefeningen en het stellen van grenzen: wat mag wel en wat mag niet en hoe kan ik mijn herstel bespoedigen.
Ik mis het wandelen en fietsen enorm, dus vroeg of ik op een hometrainer mag oefenen om snel weer mobiel te zijn. Dat mag. Dus dat doe ik.

De vakantie hebben we al afgezegd, mijn lief hakte de knoop door (hij is de wijste van ons beide) en ik weet dat hij gelijk heeft maar ben er best een beetje verdrietig van en hij waarschijnlijk ook. Met een vouwwagen door Engeland trekken met/als een slecht loper levert vast meer frustratie op dan dat het een vakantiegevoel geeft.

Ik mag de knie wel belasten, dus vandaag zijn we even, met de auto, een stukje de hei op gegaan en hebben een klein rondje gelopen. Meteen begon ik met genieten.
Het zonlicht  dat tussen de bomen scheen en allerlei nuances groen op de blaadjes toverde en de roestbruine grond met heel veel al afgevallen bladeren,  dié kleurscharkeringen zie je alleen maar in de natuur.
berkendoders
Zelfs van dode bomen (met berkendoders), de totaal bruine (dode?) lijsterbesstruiken, de verdorde braamstruiken met ingedroogde vruchten en de roestbruine hei, werd ik niet verdrietig. Ik was weer buiten en  strompelde niet, maar liep (weliswaar heel voorzichtig)  weer een beetje in de natuur!

Ongeziene jonkies

Mijn lief wil een fietscomputer testen.
We hebben allebei geen zin in fietsen.
We besluiten de fietscomputer te foppen en in het bos te gaan lopen.
(Weet die fietscomputer veel.)
We stoppen op een parkeerterrein in een ons relatief onbekend bos.
Tegenover ons stopt op hetzelfde moment ook een auto waar een dame en een heer met hond uitstappen. Amper uit de auto wordt naar hen gegild. “Joehoe, hallo, Anja!!”
Er komen 3 jonge meiden in beeld. Ze schreeuwen: “We gaan 15 kilometer lopen voor een goed doel”.
De vrouw van het echtpaar roept”Moeten jullie dan niet eerst geld hebben?”
– Kan als nog –
Ze lopen naar elkaar toe.
Wij, met onze fietscomputer slaan een andere richting in, want het zal wel druk met “goededoellopers” worden daar.

Na een tijd lopen komen we een foto van “het goede doel”tegen; een leuke jonge vrouw van 33 jaar:
Sinds mijn negende heb ik diabetes type 1 waardoor ik sinds 2012 nagenoeg blind ben. Ik ben afhankelijk van insuline om mijn bloedglucosewaarden onder controle te houden. Omdat insuline via toediening in mijn huid (subcutaan) niet in de bloedbaan komt, ben ik afhankelijk van een inwendige insulinepomp. Die zorgt dat ik mijn leven zo normaal mogelijk kan leiden. Ik was altijd supersportief en gezond bezig. De fabrikant stopt in 2019 met de productie van deze pomp. Dan moet ik permanent het ziekenhuis in. Een nieuwe implanteerbare insulinepomp is voor mij van levensbelang.

Geweldig dat er mensen zijn die mee lopen en geld voor haar inzamelen.
Onze fietscomputer wil een andere richting op dan wij ( hij denkt nog steeds dat we aan het fietsen zijn)

spechtennestMijn lief staat op het ding te kijken en ik sta bij hem stil. Ik hoor heel hoog gepiep. Als ik op kijk zit er een rond gat in een dode dunne boom vlakbij me.
Mijn lief en ik gaan achteruit en houden het gat in de gaten. In de verte zie ik een specht aankomen, hij kleeft zich vast op een tak en…. Gaat een ander gat in een andere boom in.
Er zijn hier mee spechtennesten dus. Want dat dit er één is, daarvan ben ik overtuigd.Al snel komt er een specht (ma) aanvliegen, die met een bek vol, vleugels het gat induikt.
Even later vliegt ze er weer uit. We blijven op onze schuilplaats. Meteen daarna kom pa aanvliegen, (veel meer rood op de borst) ook weer met een hele bek vol vleugeltjes. Ook hij verdwijnt in het gat, even houdt het gepiep binnen op.

Wat geweldig om dit te mogen zien.

We lopen verder.
Ik vermoed dat we de weg een beetje kwijt zijn.
De fietscomputer fopt ons in plaats van wij hem.
Als we weer stil staan, hoor ik weer een gepiep en bij nadere bestudering van een boom zien we ook daar een scherp getekend hol zitten op ongeveer dezelfde hoogte als het andere gat zat. Deze pa of ma neemt er wel erg lang de tijd voor, dus we lopen nu door.

We draaien om en lopen, gevoelsmatig de andere kant op. Na een tijdje zien we iets “bekends”en vinden we onze auto.
Ik heb het mijn lief NIET gevraagd maar denk dat de fietscomputertest mislukt is.
Dat komt dan wel weer een andere keer .

                                                       

Polderlandschap in de winter

Een koude zondagmorgen in een polder in de provincie Utrecht.
Overal weiland met dijkjes, bruggetjes en stukken, door de regen ondergelopen, grasland. Een hekje door en meteen wegzakkend in zompig gras.
Doorzetten; de laarzen zijn aan en de broekspijpen zijn na 3 stappen toch al modderig.

Het silhouet van een witte reiger in de verte, zijn slanke hals omhoog geheven, het geluid van een troep overtrekkende ganzen en in een poeltje twee statig zwemmende zwanen. Ze lijken te luisteren naar eventueel ritselende plastic zakjes, waar brood uit kan komen. Helaas. Mensenvoer maakt ze afhankelijk en kwetsbaar, dus geen brood van ons. Zwemmen ze nu teleurgesteld weg of was de verwachting toch al niet hooggespannen?

Op een ander poeltje ligt een vliesdun laagje ijs, dunne lijntjes lopen er overheen. Bijna al het riet is eerder al gemaaid en weggehaald, maar er zijn al weer nieuwe scheutjes tussen de overgebleven korte stengels in het water te zien. Winter en de opkomende lente ineen.

Een bruggetje over een slootje is bedekt met gaas; er is aan de wandelaars gedacht, geen geglibber hier. In de verte staat, bij een doodlopend weggetje een auto, erin zitten twee mensen met telelenzen. We houden onze pas in en kijken waar zij naar kijken: op een hekje vlakbij, zit een torenvalk. We houden onze pas in, de fototoestellen klikken door het open autoraampje. Vóór ze het raampje dichtdraaien en wegrijden, steken ze hun duim naar ons op.

We komen op een keien paadje, het lopen op de zompige ondergrond is verleden tijd, we schieten  veel sneller op. Dát is de bedoeling niet! Ergens bij een hek zien we een “stepstool”, een met traanplaat bedekt opstapje; er mag dus over het hek geklommen worden. We maken een ons rondje groter door deze “bocht” erbij te nemen.
Ook over deze stepstool is goed nagedacht, geen houten planken die door de regen spekglad kunnen worden, maar een hoge, meerdere treden antislip overstap.
We komen 2 fietsers tegen, beiden hebben een fototoestel met telelens erop om hun nek hangen. Het valt op, tegenwoordig heeft iedereen ( in musea, op straat en in de natuur) mobieltjes om foto’s mee te maken. Op deze zondagochtend komen we “echte” natuurfotografen tegen.

We zien een troep (toom) ganzen grazend in een ver weiland; we horen de geluiden van “klokkende” meerkoeten in de plas en voor ons zien we overal sliertjes ganzenpoep op het pad liggen.

De zon schijnt, we zien de spiegeling van de wolken in de vennetjes en in de verte, op de dijk rijdt af en toe een auto. Een winterse zondagochtend wandelend in een open landschap; het verruimt de blik.