Natuurwerkdag 2019

vrijwlligers

Eén keer per jaar werken mijn lief en ik in natuur, die niet van ons is.
Dus niet in onze tuin, maar in de “tuin” van familie de Beaufort.
De nazaten van W.H.de Beaufort (die in 1807 het landgoed en de omliggende bossen en landerijen kocht )beheren het familielandgoed Den Treek- Henschoten dat nu uit ca. 2200 hectaren, bos, heide en landbouwgronden bestaat.
|
uitleg
Beheerder Martin Nolsen begeleid ons deze dag, evenals Marion en John Nieuwendyk, de organisatoren van deze natuurwerkdag.

Deze keer gaan we opslag verwijderen nabij een ven, op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug in het buurtschap Schuttershoef. En dat allemaal zodat het ven een ven blijft en niet dichtgroeit.

tangen en zagenZagen en tangen lagen klaar, net als de koffie en thee met koek.
Het traditionele veiligheidspraatje wordt ook dit jaar weer door John gehouden; er zijn “nieuwe” mensen bij en ook (kleine) kinderen.Er wordt ook nu weer gevraagd de opslag zo kort mogelijk boven de grond af te knippen, want over de stronken kunnen mens en dier lelijk vallen.

de opzichters
opzichters

We zwermen uit, ieder met het gewilde gereedschap (t komt er bijna altijd op neer dat de mannen zagen en de vrouwen en kinderen knippen, maar ik zag dit jaar ook stoere zaagvrouwen)

Er worden stapels  afgezaagd en geknipt hout gemaakt, die later zullen worden weggehaald met groot materieel.

Onderweg naar “ons” werkgebied vertelt de beheerder dat niet alleen opslag het gebied een ander gezicht geeft (als alles groeien mag is er over een aantal jaren alleen maar bos) maar ook de letterzetter bedreigt de bossen. In dit geval de fijnsparren ( 4% van het bos op het landgoed bestaat uit fijnsparren) Het letterzettertje (zo groot als een halve rijstkorrel) dankt zijn naam aan het patroon dat zijn larven maken onder de schors van de boom . Ze boren gaatjes en maken gangetjes in de schors van de fijnspar, daardoor wordt de sapstroom onderbroken en gaat de spar dood.
De helft van de fijnsparren op het landgoed zijn al “besmet” met dit vraatgrage kevertje.

brekebeenWe leren  van de beheerder onderweg naar het ven (laarzen en regenbroeken aan, want het is behoorlijk nat, zowel  in de grond als uit de lucht)  dat bij en in het ven de Beenbreek  (Narthecium ossifragum)  groeit. Nu staan er alleen dorre halmen, maar Martin laat ons een foto zien van hoe het er begin van de zomer uitziet met al die prachtige gele wuivende halmen.
Het blijkt een heel “oude” plant die vroeger “magische” eigenschappen werd toegedicht; vee dat er van zou eten zou botbreuken oplopen. Dat “magische” wordt heden ten dage  verklaard; het vee leed misschien wel aan botbreuken, maar dat was omdat ze op de kalkarme grond ( waar dit plantje groeit) graasden; kalkgebrek bij het vee leidde tot de botbreuken.

We gaan flink aan het werk en al gauw lijkt het of er een kudde vraatgrage sprinkhanen is bezig geweest; een heel stuk om en nabij het vennetje is weer opslagvrij.
Enig om te zien hoe de kleintjes meehielpen en met de grote kniptang (onder toeziend oog van mama) opslag afknipten en wegsleepten.
De regen stopte en er kwam zon door, we werden er helemaal blij van én het werk ging nog sneller.
Nog één ferme bui tijdens de pauze, waarvoor we konden schuilen onder de luifel van de bouwkeet, en daarna bleef het weer droog en mooi.
keetNa het harde werk was er de beloning: soep en brood met worst, koffie en thee én stoelen, voor degenen wiens rug “klaagde” van het vele gebuk.
Een super geslaagde “werkdag” vond ook de beheerder van het landgoed, die ons bedankte en tot besluit een glaasje wijn schonk.
Het was weer  geweldig van sfeer: jong en oud, man en vrouw;  allemaal natuurgenieters die wat terug wilden doen voor de natuur én een  Treeker ven is (voorlopig) weer behouden!

Als we terug naar huis rijden door veel weidegebied zien we 2 ooievaars in het weiland, veel zwanen, 4 buizerds op paaltjes en 2 spandoeken: “Boeren zorgen voor eten” en “Boeren blijven broodnodig”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de struik bij het ziekenhuis

Als je  het ziekenhuis in onze gemeente is (het gaat verhuizen naar een andere gemeente en moet in 2024 klaar zijn) binnenkomt is er een balie waaraan twee vrijwilligers zitten met een bordje voor zich waarop staat: gastvrouwen.
Het zijn meestal oude dames, die precies weten hoe en wát er gedaan moet worden als iemand wat vraagt. Dat stralen ze uit: wij weten alles: Kom maar op met je  vragen!
De meeste patiënten, het is de poli-ingang, weten wel waar ze heen moeten en als ze het niet weten zijn er overal borden en pijlen, dus erg veel te doen hebben de dames niet.
Des te vasthoudender zijn ze als ze beet hebben.

Vandaag waren we in het ziekenhuis, er moest een biopsie worden gedaan.
Er was kortgeleden een specialist weggegaan. Zij had de afdeling een bijzondere bos (kunst)bloemen cadeau gedaan voor op de balie. Wat een topidee!
Ze genoten er allemaal van, zei de assistente die ons binnen riep.Wij ook.

We zaten maar kort in de wachtkamer toen we al  de behandelkamer in mochten komen. De  assistente vertelde dat zij het intake gesprekje zou houden en dat daarna de dokter kwam kijken (fijn als je weet wat er gebeuren gaat)
De biopsie was zo klaar, toen naar de balie om een telefoonafspraak te maken. Daarin ga je, 2 weken later horen of je al dan niet “onrustige cellen” in je hebt.

Na 20 minuten zijn we klaar en lopen naar buiten op weg naar de parkeerautomaat. Langs het tegelpad staan bosjes en daar zie ik wéér een bankpas liggen (zie blog 7 sept.)
Meenemen en de verliezer opsporen lijkt me hier beter van niet.Als iemand belt of terug komt bij het ziekenhuis is het beter dat zijn pas dáár is
Dus ik loop naar binnen, naar de gastvrouwen
Ze eten op dát moment nét een kroketje.
Zodra ze zien dat ik op HEN afkom, leggen ze allebei hun kroketje neer ( zo’n beetje ónder de rand van de balie)
Ik richt me tot beiden en laat het betaalpasje zien: gevonden.
De één steekt haar hand uit “Geeft u maar hier daar hebben wij een protocol voor”
Ik aarzel.
“Voor gevonden voorwerpen” voegt de ander toe.
“Het gaat naar de beveiliging daar komen alle gevonden voorwerpen en worden ze geregistreerd en kunnen mensen ze ook afhalen” zegt de eerste dame.
Ik had even willen overleggen of ik misschien niet beter zelf de man/vrouw van het pasje kon opsporen (daar heb ik inmiddels ervaring in)
Maar van overleg was hier geen sprake; het protocol trad in werking, de hand werd dwingend.
Ik legde er het pasje in.
Ik liep weg en keek niet om.
Ze waren vast voldaan dat ze dit weer netjes snel hadden afgehandeld én er moest een vervolg komen: een beveiliger gebeld, of er heen; ze zouden straks weer wat te doen hebben én de kroketjes waren niet koud geworden!

Ik hoop dat de eigenaar van het pasje wéét dat hij het waarschijnlijk verloren heeft bij het ziekenhuis, dán komt het allemaal toch nog goed.
Geen bloemen voor mij dit keer!

Het Leger des Heils

 

logo leger des
Doen wat we geloven

“Het Leger des Heils is een protestantse geloofsgemeenschap, die ontstaan is vanuit het methodisme. Het Leger des Heils gelooft in de mogelijkheid om met elkaar te werken aan een betere samenleving. Een samenleving waarin iedereen tot zijn recht kan komen.
Het Leger des Heils helpt en zorgt voor mensen aan de onderkant van de samenleving. Want wij geloven dat iedereen er toe doet.”

De Britse methodist William Booth *)(1829-1912) is de stichter van deze wereldwijde organisatie.

In mijn leven ben ik, behalve dan het inleveren van gedragen kleding en het, samen met mijn moeder inleveren van mijn speelgoed bij een tehuis dat gerund werd door het Leger des Heils, twee keer met de organisatie in contact gekomen.

Een bank (mijn eerste baan) in Utrecht had een echtpaar in dienst voor de huishoudelijke zaken: de dame schonk koffie en maakte schoon; haar man was conciërge,  fijne mensen.
Zij waren allebei bij het Leger. Ook nadat ik de bank verliet voor een andere baan, heb ik contact met hen gehouden. Zij waren ook bij op ons huwelijksfeest.
(Later is  het contact verwaterd, zoals dat soms gaat)

Het tweede contact dat ik met het Leger had was van een heel andere aard.
Ons zoontje lag in het ziekenhuis, niets ernstigs maar hij moest 2 nachtjes blijven.
Hij lag op zaal met een jongetje, waar de verpleging geen raad mee wist.
Hij sprak niet, maar ging met alles wat hij in zijn handjes kon krijgen langs de spijlen van zijn bedje en hield er niet mee op, ook stootte hij vreemde klanken uit.
Er kwam nooit iemand op bezoek bij hem, vertelde de verpleging me.
Aangezien MIJN zoontje het wel leuk vond dat ik er (bijna) de hele dag was, maar zich zelf wel kon vermaken, besteedde ik nogal wat tijd aan zijn buurpatiëntje.
Ik vroeg de verpleging of ik hem uit zijn bedje mocht halen en hem op schoot nemen. Dat mocht, hij was aanhalig, maar verstond duidelijk niet wat ik zei. Was hij soms doof, vroeg ik. De verpleging, die na 2 dagen zag dat ik echte interesse in het knaapje had vertelde me ( off the record) dat het jochie mishandeld was er waren oa sigaretten op zijn lijfje uitgedrukt en dat ze hem ook voor ondervoeding hadden behandeld.

Ons zoontje werd uit het ziekenhuis ontslagen. Ik ging nog 2x op bezoek bij het ventje, toen gingen we op vakantie, hetgeen ik de verpleging vertelde. Ná de vakantie zou ik weer komen.
Ik belde na de vakantie; Het ventje was vertrokken. Ik wilde graag zijn adres maar dat mochten ze me niet geven ( privacy woog toen nog niet zo zwaar als nu: bij aanhouden van MIJN kant kreeg ik een telefoonnummer)
Toen ik het belde kreeg ik iemand van het Leger aan de lijn (ik meen een majoor)
Ik vroeg naar het ventje. Hij was bij het Leger in een tehuis. Ik mocht hem NIET bezoeken. De majoor legde ook uit waarom niet. Het ventje was geboren uit een Roemeens zigeunermeisje en een burgerjongen. De zigeunergemeenschap had zowel het kind verstoten.
Zijn verblijfplaats mocht onder geen beding bekend worden, alleen zó kon hij beschermd worden van mensen die hem iets aan wilden doen.
De majoor was vrij dwingend en duidelijk: Laat het rusten! U kunt niets voor hem doen .Er wordt goed voor hem gezorgd.
Ik liet het, zij het met moeite, rusten.

We steunen het Leger des Heils financieel en heel soms vraag ik me af wat er van het ventje geworden is. Het jongetje stootte geen klanken uit, zoals iedereen dacht, hij  sprak, waarschijnlijk (gebrekkig omdat hij een peuter was) Roemeens.

Hoe kom ik nu op het Leger des Heils?
Onlangs kreeg ik het jaarverslag van het Leger van 2018.
Een paar cijfers wil ik u niet onthouden.
Het Leger des Heils zorgt voor:

2,13 miljoen overnachtingen, waarvan 80% van dak- en thuislozen én zwerfjongeren
7 miljoen maaltijden, waarvan 0.8 miljoen gratis
29,6 miljoen kg ingezameld textiel
Ze hebben:
meer dan 10.000 collectanten, die bij de jaarlijks collecte € 911.000,- ophaalden
6.930 medewerkers in dienst
14.000 vrijwilligers

Wilt u ook onderdeel worden van één van de Leger des Heilscijfers?
263.007 huishoudens geven een financiële bijdrage aan deze geweldige organisatie, maak er 263.008 van!

Website: http://www.legerdesheils.nl

*) Hij was ook de eerste generaal van het Leger des Heils

De Nationale Tuinvogeltelling

Dit jaar was de tuintelling op 25, 26 en 27 januari.
Zoals ieder jaar heb ik ook dit jaar weer meegedaan.
Leuk, een half uurtje voor het raam intensief naar de vogels in de tuin zitten kijken.
De tijd mag je , binnen die 3 dagen, zelf bepalen.
Dit jaar regende het, het geen de telling best zal hebben beïnvloed. Bij mij in ieder geval wel: 5 huismussen en één ekster. Voor onze tuin een schamele oogst. Ik telde van 9.50 tot 10.20.
Wat extra “gemeen” was dat in juist DIE tijd op de poort van onze tuin zich een zwart/witte poes had genesteld.
Omdat het regende wilde ik niet naar buiten en opende de schuifpui en riep kssst.
Daar trok de kat zich niets van aan, hij bleef zitten. Weinig kans op vogels zo.
Mijn lief trotseerde de regen en moest tot aan de poort lopen, vóór het poezenbeest vertrok!

huismusDit jaar deden 76652 mensen aan de telling mee. Ze telden totaal 1.260.719  vogels.
Landelijk stond de huismus op no.1.  Men telde er 202655 (daar zaten dus ook die 5 van mij bij!)
De nummer 2 was de koolmees en nummer 3  de vink.

Mijn 2de vogel: de ekster stond op de landelijke lijst nummer 10, men telde er 49137.

 

Op https://www.tuinvogeltelling.nl/resultaten zijn de resultaten, ook per provincie, te zien.

Natuurwerkdag 2018

3 November waren wij op Den Treek (Woudenberg) aan het werk om ( kleine) boompjes en struikjes op de hei te zagen en knippen, zodat de hei hei kon blijven en geen bos zou worden.
32 volwassenen en 8 kinderen gingen op een stuk van de hei aan de gang. Kniptangen of zagen werden verstrekt en werkhandschoenen en passende kleding had jezelf verzorgd.

In 1807 kocht W.H.de Beaufort de buitenplaats Den Treek met omliggende bossen en landerijen. Zijn ruim 560 nazaten hebben nu dit bezit in een Naamloze Vennootschap ondergebracht. Het terrein beslaat bijna 2200 hectaren.

mosEen stuk van de hei hebben we “geschoond”. Prachtige paddenstoelen en mosjes tussendoor gezien.
Dit was overigens wel de eerste dag dat we ’s morgens de autoruiten moesten krabben (nachtvorst)

paddestoel met ijs
De eerste paddenstoel die ik zag had een ijslaagje op zijn hoed.
Het werd een prachtige dag met zon, na een tijdje “werken” gingen de jassen uit en werd er zelf gezweet.
De koffie liet, in de pauze, even op zich wachten, de stroom viel uit. Geen nood, we gingen weer aan het werk tot er werd geroepen dat de koffie klaar is.

dierenschedel
Iemand vindt een dierenschedeltje, men veronderstelt van een ree.
Er is in een korte tijd enorm veel gebied al geschoond!

De organisatoren zijn trots op ons. We vieren het met koffie met (heerlijke) koek.
De schaapskudde (249stuks) komt even op bezoek, er zitten Solognote schapen bij *)
en ook 2 bordercollies. Eén moet aan de lijn blijven en “huilt” veel. De schapenhoedster vertelt dat hij een soort artrose heeft en “geen maat kan houden” wat lopen betreft. Ze moet hem tegen zichzelf in bescherming nemen, als hij teveel doet, heeft hij ’s avonds veel en lang pijn, dus aan de lijn, terwijl de andere hond het werk doet.

schaapskudde

We moeten, na de koffie, ver lopen om een nieuw gebied te schonen, we hebben al zoveel gedaan! Er lopen mensen met zagen die de dikkere boompjes “pakken” en mensen (zoals ik) met knipscharen die het kleiner spul knippen (zodat het geen kans krijgt om een echte boom te worden) Het ziet er, na een korte tijd, uit of er een horde sprinkhanen langs is geweest! Kaalgevreten.

Als we om 1 uur klaar zijn (om 9 uur begonnen) eten we soep en zijn er hamburgers op een kampvuurtje klaargemaakt. Als we  klaar zijn met eten  komt de bessenlikeur in kleine glaasjes aan de beurt. Er wordt duidelijk genoten na het harde werk.

slipjachtDan komen de ruiters in rode pakken, de amazones in het blauw, de meute brakken, kortom een slipjacht. Prachtig om te zien. Bijna alle natuurwerkers blijven kijken naar dit prachtige schouwspel. Een mooie afsluiting van een mooie dag.

 

*) Streek in Frankrijk

Afgeplust!

Er bestaat een busje dat bejaarden thuis komt ophalen, ze naar een supermarkt brengt, waar ze mét (vrijwilligers) begeleiders boodschappen kunnen doen, daarna er kunnen koffie drinken en bijpraten, dan weer thuisgebracht worden, waar de vrijwilligers de boodschappen in de keuken zetten.
Helemaal TOP.

Ik zie die mensen wel eens boodschappen doen bij de PLUS.
De bus heet de PLUSbus.
Vandaag sprak ik een begeleidster.
“Toch goed van de PLUS dat ze dit doen” zei ik tegen haar.
Er kwam stoom uit haar oren: “Dat is de PLUS niet, die dat doet.
Dat is een organisatie die PLUS heet en toevallig doen we boodschappen bij de PLUS, maar dat had ook een andere Supermarkt kunnen zijn!
ZO, dát was even rechtgezet!

Een saillant detail: de dame was klein en volkomen grijs en ze sprak over “de Oudjes”!
De oudjes vinden het zo leuk; dan kunnen de oudjes even bij praten; zo vaak komen de oudjes hun huis niet uit.
Toch goed dat er vrijwilligers zijn!

Midwinterwandeling.

Een midwinterhoorn, naar men zegt van Germaanse oorsprong, is een houten instrument dat alleen “natuurtonen”(bijvoorbeeld G-c-e-g)kan voortbrengen. Het werd vroeger gebruikt bij het Midwinterfeest ( 21 dec.) maar ook als communicatiemiddel: boerenburen konden elkaar oproepen.

In Twente, Drenthe en de Achterhoek wordt het instrument nog in de decembermaand gebruikt. In de Achterhoek werd dit weekend een Midwinterwandeling georganiseerd. Vanaf half 5 kon men de route ( 3,5 km) gaan lopen. De route begon in een museumzaal, waar in een zaal, keizer Augustus op zijn troon zat en een decreet uitvaardigde dat alle aanwezigen zich moesten laten registreren. Er werd van iedereen een vingerafdruk genomen en aan iedereen een officieel papier (stempelkaart) uitgereikt. 2 Romeinse soldaten lieten ons door, waarna de wandeling kon beginnen. De route leidde langs lichtjes (jampotjes met waxinelichtjes erin) het dorp uit naar een mooi versierde kantine van de plaatselijke voetbalvereniging. Daar was een stempel verkrijgbaar en werd binnen, het kerstverhaal verteld. Het was muisstil tijdens de vertelling die geïllustreerd werd met een PowerPoint presentatie. Na de vertelling ging het weer de kou in; het was inmiddels mistig, er hing een geheimzinnig sfeer over de weilanden en in de bossen, die invloed had op de kleine kinderen die meeliepen, ze waren vrij rustig. Bij de volgende registratie werd warme chocolademelk uitgedeeld, konden kinderen marshmallows boven het vuur houden en was er een engelenkoor te beluisteren Weer in het bos zagen we Maria met de ezel, zagen we herders en hoorden we de midwinterhoorns. De blazers stonden op verschillende plaatsen bij een vuurpot te blazen. Van verre waren ze te horen, als een soort antwoord op elkaar. In een stal gaven musicerende herders een miniconcert. Een reconstructie van een kerkje uit 801 was de behuizing voor Jozef, Maria en het kindje. Een stralende ster leidde de aanwezigen naar de deur. En daar zaten ze: Jozef en Maria elk aan een kant van de kribbe. Het kindeke (een echte baby) in de kribbe, warm ingepakt, sliep; het mondje open, zo vredig, dat iedereen die er langs liep, er stil van werd. In het museum teruggekeerd was er warme glühwein te drinken en waren er binnen oude ambachten te zien. Er was een tent bij het museum gezet waar gegeten en gedronken konden worden. De kniepertjes ( Oudejaars lekkernij) vonden gretig aftrek.

Een enorm geslaagde wandeling, waarbij het weer meewerkte aan de bijzondere sfeer en heel veel vrijwilligers zich hadden ingezet om dit een onvergetelijke wandeling te maken