Vliegende dieren onderkomens

Wij, mensen, doen nogal wat om vliegende dieren naar onze tuinen te lokken.
We willen vogels, insecten én de enige vliegende zoogdieren “beschermen”; voor uitsterven behoeden; een rustige plek geven om te broeden, maar we willen óók dat ze ons vermaken, voor ons “optreden”, als we ze (vaak) achter glas gadeslaan.

In de loop van de jaren heb ik nogal wat vogelhuisjes, nestkastjes, vleermuiskasten en insectenhotels gezien en soms ook gefotografeerd

Vleermuizenonderkomens
Ik heb er een aantal bijeengezocht om u de variatie  te laten zien.
Variatie ook in “nestkastjes”

De natuur heeft een rijke variatie aan vliegende dieren.
Wij mensen hebben fantasie als het op het maken van hun onderkomens aankomt!

Een insectenhotel is een door de mens, met natuurlijke materialen vormgegeven. overlevingsplaats voor heel wat dieren. (In de onze zitten voornamelijk oorwurmen en spinnetjes)

Er zijn insectenhotels in allerlei formaten en vormen

Iets dat ik zelf nog nooit ergens gezien heb, maar waarvan ik afbeeldingen op internet zag, is een vlinderhotel.
Vlinders overwinteren op een beschut plekje. Zelf heb ik wel eens een overwinterende vlinder op de zolder gevonden
Het leek mij leuk om vlinders in onze tuin een kans te geven om in een “hotel te overwinteren” Maar toen ik las “Blijft je vlinderhotel leeg? Niet getreurd. Vlinders kruipen van nature toch liever op andere plekjes, zoals schuurtjes, houtstapels of struiken.” heb ik maar géén vlinderhotel aangeschaft; ze komen wel “op onze andere plekjes”

“Het is de natuur”

We hebben nog geen vakantieplannen.
Corona staat het vakantieplannen maken (nog steeds)  in de weg.
Familieleden gaan een weekje (in Nederland) weg en vragen of wij op hun huis en haard willen passen.
In een ander gedeelte van Nederland.
Het klinkt als een “beetje” vakantie.
Change of scenery.

Een huis met een mega grote tuin, een vijver en een kas.
Planten en vijver te verzorgen én 3 katten.

Lezers van mijn blogs weten dat ik geen kattenmens ben.
Katten eten (vijver) vissen (onze huisdieren) én vogeltjes en ze en mollen kikkers (onze “wilde” tuindieren)
Ik wéét dat dat de natuur is, maar ik wil graag de dieren, op het kleine stukje grond op aarde dat wij het onze mogen noemen, beschermen.
Dat kunnen we niet; beschermen.
Katten klimmen over de schutting, kruipen door heggen: ze zijn er, als ZIJ dat WILLEN.
Vandaar mijn aversie tegen katten.

Deze 3 katten (waar we al eerder op hem gepast) zijn binnen leuke beesten met individuele karaktertjes.
Twee van de katten werden door hun kattenmoeder ergens “gedropt”
Bij één, van oorsprong wilde kat, is dat nog duidelijk te merken; hij houdt afstand, is eenzelvig.


Ik ben altijd vroeg wakker. Helemaal in een andere omgeving.
Als ik om half zes mijn blog beneden aan het typen ben ( ná eerst de kattenbeesten gevoerd te hebben!) hoor ik het kattenluikje open en dicht gaan.
Ik zie een kattenbeest binnenkomen mét ………….een vogeltje in de bek.
Ik gruw.


De dader

Dit is het moment waarop ik direct naar huis wil en de boel de boel te laten, maar dat doe ik natuurlijk niet.
Het kattenluikje gaat weer, poes nummer 2 komt binnen, spring op de rug van nummer 1 om zijn prooi af te pakken. Het gaat vlug, een fractie van een seconde en het piepkleine musje fladdert tegen het raam.
Een kat springt.
Gelukkig mis.
Ik grijp het musje, dat tegen het raam fladdert, vóór de twee katten het doen, sla met mijn (goede) been de deur achter me dicht en sta in de hal (alleen, zonder poezenbeesten) met een klein musje in mijn hand.

Ik laat in dat halletje onze beide harten, van de mus en van mezelf, eerst hun normale tempo weer hervinden en probeer dan met één hand de voordeur open te maken. Dat lukt na een paar pogingen.
Twee poezen zitten binnen, wáár is nummer 3?
Ik loop naar een door planten overwoekerd afdakje en wil het musje daarop zetten; het musje denkt er anders over en vliegt zodra mijn hand een beetje opengaat de vrije lucht in.
Gelukkig alles “werkt” zo te zien nog.

Ik loop naar binnen en sluit de voordeur.
Eén kat zit op de vensterbank en snuft tegen het raam waar het vogeltje fladderde; de ander zit onder tafel zijn pootje te likken.
Ik kan  ze “even” niet zien en verdiep me in mijn blog.

Op een tak zingt een lijster.
Ik hoor het kattenluikje weer.
Ik wil die twee dingen NIET combineren.
De katten wél.

8 revisies




Over de helft

We zitten volop in de lente, pas 21 juni is de lente voorbij.
Dus ik zou zeggen: geniet er nog even van!

Vooral het jonge groen en de jonge dieren zijn nu een lust om te zien.
Wonend in een landelijke omgeving is hier veel jong spul te zien.
Maar ook als je in een stad woont zijn er parken en vijvers, met jonge zwanen, eendjes en bomen met nesten én misschien wel kinderboerderijen met jonge dieren.
Kijk en geniet.
De natuur laat zich niet tegenhouden door Corona; er wordt volop gebaard!

Ik ben in mijn foto’s van jonge dieren gedoken toen ik onlangs een flink aantal jonge gansjes met vaders en moeders aan de waterkant zag, een prachtig schouwspel. Daar heb ik meer foto’s van!

Jonge eendjes en jonge zwanen, zo aandoenlijk

En nu we toch “in het water” zijn meteen maar even onze vijverkikkers met hun kroost-in-wording



Ook “in de lucht” is nu genoeg jong spul te zien (voor de jonge ooievaar moet je wel héél goed kijken!)

En omdat we in een “boerenomgeving” wonen laat ik ook even “onze” jonge zoogdiertjes zien

Overal is jong leven, IK word er vrolijk van, ik hoop u ook, al is het maar van het kijken naar deze foto’s!

Ik zag ook nog buiten een “mensenbaby”

Vogeleieren en meer

In dit jaargetijde beginnen de vogels weer met takjes en dergelijke te slepen om een nest te maken.
Sommige vogels beginnen met niks, andere nemen een nest van vorig jaar en knappen  het wat op én er zijn vogels die een kant en klaar vogelhuisje confisqueren.


In onze tuin heb ik al kool- en pimpelmeisjes ons vogelhuisje zien binnengaan, maar nog geen idee of één van hen ook daadwerkelijk voor deze woonruimte gekozen heeft.


Het leuke vind ik ook altijd dat de aankomende ouders allerlei materiaal geschikt vinden voor hun nest. Vroeger, toen onze hond er nog was en vaak in de tuin lag, zagen we nogal eens een vogel wegvliegen met een hele bek met hondenhaar.
Nu heeft de buurman een soort uitvallende graspluimen die door de vogels in hun snavel meegenomen worden.
Ook  van een plantje dat ik op de tuintafel heb staan wordt regelmatig het mos uitgepeuterd: ze zijn er maar druk mee.

Er zijn natuurlijk altijd “vroege” klanten;  een familielid heeft al duivenkuikens in zijn hulst!
Bij ons zijn ze zo ver nog niet.


Andere tuinbeesten hebben we al wel: de vijver is vol van kikkers; 3 op elkaar, 2 op elkaar, overal zijn groepjes kikkers tezamen en…. er is ook al kikkerdril. Géén idee hoe onze vissen dat vinden.

Lekker?
Elk jaar hebben we wel wat kleine kikkertjes, dus “iets” komt er wel van uit.

Bij de tuinmuisjes hebben we wel al kleine muisjes gezien. Behalve de 3 die er deze winter waren, lopen er minstens nog 2 rond We moeten gaan vangen vóór we een kolonie krijgen, de muizenval is al te voorschijn gehaald. Zodra er één inzit brengt mijn lief hem minstens 250 m van ons huis en laat hem daar los en dat herhalen we tot ze allemaal weg zijn.
En dan maar hopen dat ze de weg niet terug weten ( de muizen, niet mijn lief!)


De lente ademt verwachting!


(Huis?)Muis.

Wij delen onze tuin behalve met vijvervissen (zelf gekocht) kikkers en salamanders (wild; aan komen lopen, springen) vogels ( wild, af- en aanvliegend) de laatste tijd ook met muizen. Ik heb geen verstand van muizen, maar hoewel ze in de tuin leven, vermoed ik dat het huismuizen zijn.
Het grootste aantal dat we tegelijkertijd gezien hebben is drie.


Muizen zijn knaagdieren en knaagdieren vormen de grootste groep binnen de zoogdieren; bijna veertig procent van alle zoogdiersoorten behoort tot deze orde en zijn cultuurvolgers met een kosmopolitische verschijning.
Dat laatste heb ik (natuurlijk) niet van mijzelf maar van Wikipedia.
Het kosmopolitische betekent dat muizen bijna overal ter wereld voorkomen (ik geloof alleen op Antarctica niet) en cultuurvolgers wil zeggen dat ze voor verspreiding gebruik maken van de mogelijkheid die de mens biedt.

In onze tuin maken ze gebruik van de mogelijkheden die we de vogels bieden; ze eten van de vetbollen die we voor de vogels ophangen.
De vogels, voornamelijk mussen (en in deze tijd ook veel spreeuwen) die hier van de vetbollen eten én de muizen leven naast elkaar. Ze schrikken meestal niet van elkaar. (Eén van de oorzaken zou kunnen zijn dat muizen slecht zien; het zijn eigenlijk nachtdieren)
Wél zijn de muizen, als er een Vlaamse gaai in de buurt van de vetbol landt, razend snel verdwenen. Normaal lopen ze langs de takken omlaag, maar ik heb nu al 2x gezien dat ze (van schrik?) bij het aanvliegen van een grotere vogel (spreeuw soms ook) zich van de hoogte van de vetbol “laten vallen” en  dan meteen tussen de bladeren verdwenen zijn.

We zien echt een “show” van deze diertjes, waarvan we natuurlijk hopen dat zij buiten blijven en zo, naast ons, kunnen blijven bestaan.
Omdat ik e.e.a. opzocht kwam ik een paar dingen over knaagdieren te weten:

  • Knaagdieren vormen de grootste groep binnen de zoogdieren; bijna veertig procent van alle zoogdiersoorten behoort tot deze orde.
     
  • Knaagdieren hebben in het bovenste deel van het gebit maar 2 snijtanden; haasachtige hebben er 4  (Een konijn is dus géen knaagdier maar een haasachtige).
  • Alle knaagdieren hebben goed ontwikkelde snijtanden. Ze gebruiken deze scherpe tanden om voedsel te knagen, holen op te graven en zichzelf te verdedigen. De meeste knaagdieren leven van zaden of ander plantaardig materiaal, maar sommige hebben een meer gevarieerd dieet
  • De huismuis en de bruine rat  zijn de knaagdieren met de grootste verspreiding.
  • Een capibara  ook wel waterzwijn genoemd, is familie van de cavia en dus óók een knaagdier
  • De Patagonische *) haas (mara) is familie van de capibara en de cavia en is ook een knaagdier
    (en geen haasachtige zoals ik dacht)


    Tot slot: knaagdieren hebben een belangrijke relatie tot de mens: ze worden (werden) bijvoorbeeld gebruikt als voedsel (rat), voor kleding (chinchilla, bever), als huisdier (cavia, marmot)  en als proefdieren in onderzoek (muizen, ratten).

    Ik wil nog wel een “functie” aan toevoegen: voor amusement!
    “Onze” huis/tuin muizen zijn géén huisdieren (letterlijk én figuurlijk niet) maar we genieten van het zo nabij zien van hun muizenleven.


    En detail van een kunstwerk dat ik ooit op een tentoonstelling fotografeerde en waarvan ik, helaas, de naam van de kunstenaar niet meer weet!


    *) Patagonië- gebied in Zuid Amerika


Genode en ongenode gasten

Als je beesten voert komen ze en blijven ze komen, óók beesten die je liever niet wilt.
Door de pinda’s, vogelzaad en vetbollen hebben we in vóór en achtertuin genode gasten, pimpel- en koolmezen, een enkele lijster, spreeuwen en mussen, hout- en tortelduiven (al dan niet Turks), Vlaamse gaaien en eksters, roodborstje en af en toe een specht, een eekhoorn of egels én laatst voor het eerst een goudhaantje.

De ongenode gasten  zijn tegenwoordig muizen; we hebben er 3 tegelijk (in de tuin) gezien, maar iedereen zegt dat het er dan méér zullen zijn.
Deze foto maakte mijn lief vanachter het glas, 3 muizen met uitwapperende staartjes in het vetbolverzamelding!

Vanmorgen vroeg, ik typte mijn blog, hoorde ik een plons in onze vijver. Soms doen onze (grote) koi’s dat en geeft dat flink wat gespetter, ik keek toch even op van mijn laptop: een reiger; midden in de vijver.
Als er, een enkele keer, een reiger in de tuin zit, open ik de schuifpui en vliegt hij of zij weg.
Nu, met mijn rechterhand in het gips krijg ik de schuifpui niet open. Ik tikte tegen de ruit en riep ksst kst. Niet erg imponerend, ik geef het toe, maar genoeg om de reiger op te laten vliegen.
Gestreste vissen zaten onderin de vijver (het is helder en de lelie- en andere bladen zijn nu vergaan, dus de vissen zijn goed zichtbaar, voor ons, maar dus ook voor de reiger!)

Ik keer terug naar mijn laptop. Er valt een donkere schaduw, de reiger landt aan de andere kant van de vijver. Ik ram tegen het raam, hij kijkt mijn kant op, ik zie hem denken” en wat denk jij hieraan te doen, even snacken, dame”. Ik knijp met mijn “goede” hand in de deur van de schuifpui, druk en trek en knijp en hoor een klik. Dié klik hoorde de reiger ook: de deur kan dus wél open. Hij vliegt weg.

Nu ik de schuifpui open heb, loop ik naar buiten; op het dak van het buurhuis zit de bijna- moordenaar!
Ik maak een foto.

Misschien hebben we ook het verkeerde bord naast de vijver staan.

Als ik terugkom van de toilet zie ik de reiger in onze klimop landen; nu is de deurklik genoeg om hem op te laten schrikken. Ik ga voor het raam zitten op te letten tot mijn lief naar beneden komt.
Hij ziet dan de reiger op de heg van de buren zitten mét de blik naar onze vijver.

We vinden het allebei vreselijk, een net over de vijver, maar NU is de tijd gekomen dat het MOET; deze reiger blijft terugkomen totdat de vijver leeggegeten is.
Mijn lief pakt het (zelf ontworpen) opklapbare net uit de schuur en installeert het over de vijver.
Jammer voor het zicht, maar de vissen moeten beschermd worden.

Foto’s van de vijver, toen deze nog met “groen” was én nu met net!


Een tijdje na dit reigeravontuur zie ik een poes voor de schuifpui langslopen.
Poezen wil ik NIET in de tuin, maar verbied het ze maar eens! Roepen en tikken tegen de ruit helpt bij bijna geen één kat. Deze kat wil ook niet weg: een dikke rode poes snuft onder een struikje.
Wéér kan ik dierengedachten lezen:
MUIZEN, jammie!”  
Wéér een ongenode gast die ik met ksst ksst uiteindelijk de tuin uitkrijg, nou ja, op de poort blijft hij zitten en blijft hij ( of zij) naar me kijken.
OP de poort is niet wezenlijk IN de tuin, dus ik laat het zo.
ik heb genoeg “verjaagd” vandaag!

Wéér een bevrijdingsoperatie

Wij vinden het leuk om weg te gaan, dingen te ontdekken, mensen te ontmoeten, (nieuwe) dingen mee te maken, maar ook altijd weer leuk om thuis te komen.

Dit keer was er nog “iets” blij dat we THUIS waren.
Misschien ook de vissen in onze vijver, hoewel die  goed verzorgd worden tijdens onze afwezigheid en waarschijnlijk niet eens door hebben dat we weg zijn.
We waren één dag thuis en ik was in de slaapkamer de schone was aan het opruimen toen ik een raar geluid hoorde vanuit de badkamer. In het ventilatiekanaal klonk duidelijk gefladder, erg hard gefladder.

Nadat we een keer 2 kauwtjes én een dode muis uit het kanaal vanaf de schoorsteen hadden gehaald (een vreselijke ervaring, half ontbonden vogels opruimen) hebben we een schoorsteenkap op het rookkanaal gezet.
Kennelijk was dit vogeltje zo klein dat hij (of zij) er toch tussendoor kon.

Het gefladder gaat door en is hard! Nog even en hij of zij beschadigt zijn/haar vleugels.
Mijn lief kan bij het rooster van het ventilatiekanaal zonder trapje. We sluiten de deur en hij haalt het rooster eraf.

Een musje vliegt door de badkamer en gaat boven op de kast in een hoekje zitten.
Dáár kunnen we allebei niet bij (Ik had tevoren het idee dat ik hem kon pakken, net als de groenling een paar dagen eerder en naar buiten brengen. Hoop vervlogen)

Mijn lief heeft een idee, licht in badkamer uit (onze badkamer ligt inpandig)  alle deuren dicht, behalve de slaapkamerdeur, in de slaapkamer de ramen open zetten en dan hopen dat het vogeltje naar het licht én de koude luchtstroom trekt en naar buiten vliegt.
Goed plan, helaas er zitten 2 maren aan. We hebben géén deur voor de trap naar zolder én geen deur voor de trap naar beneden. Voor de trap naar beneden zijn we allebei niet bang,  vogels vliegen in zo’n omstandigheid meestal omhoog, maar de trap naar boven…..
Mijn lief heeft vaak briljante plannen, zo ook nu: Hij pakt het grote kleed van de vloer, houdt met hoera-armen het kleed, staande op een zoldertraptree vast: zo is de zolder zo goed als afgesloten.
Ik open de badkamerdeur.
Geen reactie.
Ik klim op de badrand en raak met een kam een doos op de kast aan (verder is alles daar buiten bereik)
De doos verschuift iets, de mus vliegt de open badkamerdeur uit, recht tegen het kleed aan, bounced back en vliegt zo het open slaapkamerraam uit.
Missie geslaagd.
Onze harten gaan als gekken tekeer; we zijn erg blij dat dit zó is afgelopen.
Was het 2 dagen eerder gebeurd had niemand  hem of haar gehoord of gezien en had de mus zeker de dood in de ogen gekeken.

Even later zitten heel veel mussen in de achtertuin te tjilpen, ik versta hun taal niet, maar volgens mij vragen ze allemaal aan die ene mus wat er gebeurd is. Het blijft nog lang onrustig in onze tuin. Ik denk dat elke voorbij vliegende mus het ventilatiekanaalverhaal moet aanhoren én er, in mussentjilptaal vragen over stelt.

Ode aan de Natuur (2)

Vervolg van de keramiekexpositie in het Nationaal Bomenmuseum in Doorn

Als we voorbij een beeld stenen voluptueus vrouwenfiguur )lopen vraagt een heer ons wat we er van vinden. Mijn lief zegt “mooi”, ik onthoud me van commentaar.
“Ja he?” De man straalt ”Ik heb het net gekocht”
Nu ben ik erg blij dat ik mijn mening niet gegeven heb. Zijn vrouw drukt zijn arm “Eind oktober mogen we het mee naar huis nemen!
Mijn man vraagt nog of ze er een mooi plekje voor hebben. Dat hebben ze.
We lopen door; in deze tuin lopen in ieder geval 2 gelukkige, kunstminnende mensen.
(geen foto van het vrouwenfiguur, ik vond het beeld niet mooi/spectaculair /opmerkelijk of /verrassend!)


We krijgen door dat als er een rood stokje náást het kunstwerk staat of een rood bandje eromheen, het werk is verkocht .Wij hebben, (zuinige Hollanders) géén catalogus gekocht!

Om aardig wat kunstwerken zit een rood bandje!
Bij een kunstwerk van heel veel blauwe vogels zitten heel wat ( ontsierende) rode bandjes; op het nummerbordje bij het kunstwerk staat “alle vogels zijn verkocht”
Er zijn dus al heel wat bezoekers, die in oktober een blauwe vogel gaan ophalen!

Bij een kunstwerk van heel veel blauwe vogels zitten heel wat (ontsierende) rode bandjes, máár op het nummerbordje bij het kunstwerk staat “alle vogels zijn verkocht”
Er zijn dus al heel wat bezoekers, die in oktober een blauwe vogel gaan ophalen!

Zelf zien we ook wel een paar mooie beelden, maar voor een mooi beeld moet je een mooie plek hebben om het kunstwerk neer te zetten óf, in ons geval neer te hangen! Een oude kromme fruitboom zou prachtig geweest zijn. Helaas, die hebben we niet.



Maar we genieten volop van de beelden.
Je kunt iets mooi vinden zonder het te willen hebben!

Ode aan de Natuur is nog in Doorn te zien tot 25 oktober a.s.


blog Nationaal Bomenmuseum volgt nog




In de lucht

F 35Fietsend door de Eempolder worden we opgeschrikt door een enorme herrie in de lucht, 2 straaljagers. F 35 zegt mijn lief, geïnteresseerd in vliegtuigen. (Sinds de F16 uit Nederland verdwenen is en we dat “gedoe” met de JSF hebben gehad, ben ik qua interesse afgehaakt en noem alle supersonische vliegtuigen “straaljagers”)

Nu pas zie je hoeveel vogels zich op de weilanden bevinden: Allemaal schrikken ze op van de herrie en opeens zijn er vluchten ganzen, spreeuwen en kraaien/kauwen in de lucht. Alleen een zwanenfamilie in de sloot naast het fietspad blijft tussen het riet zitten (waarschijnlijk kunnen de 4 grijze pullen nog niet vliegen)

Ook de koeien in de wei verblikken of verblozen bij die herrie niet en (her)kauwen rustig door. Ik herinner me dat nog van de keer dat ik in een luchtballon over deze weilanden scheerde: geen koe liet zich hierdoor afleiden van zijn grasmaaltijd. Zelfs toen de luchtballon in een wei naast de koeien landden keken ze amper op.
Later las ik in de krant dat de boeren in de Eempolder geen vliegende luchtballonnen over hun land meer wilden: de koeien schrokken ervan!
(Nu kan het natuurlijk zijn dat een koe minder melk geeft nadat er een luchtballon overgevlogen is, als dát  het geval zou zijn zou een boer dat niet prettig kunnen vinden)

strepenIk heb trouwens in de Eempolderlucht  meer vliegtuigcondensstrepen gezien dan de laatste maanden waar dan ook Meer vliegtuigen ook. Je kunt merken dat de vakanties begonnen zijn. Hoewel van alle vrienden, familie en kennissen  die ik ken maar één stel (met 2 kinderen) is gaan vliegen. De anderen zijn óf binnen Nederland  gebleven óf met de auto naar Kroatië, Italië etc. gegaan.

windmolenIn de verte zie we een rij windmolens, lang niet allemaal draaien ze, terwijl er toch een behoorlijk windje staat. Omdat windenergie niet op te slaan valt, en er af en toe genoeg energie opgewekt wordt, zetten ze soms de wieken stil heb ik me laten vertellen.
Jammer dat ik de wind niet “even” stil kon zetten, want soms is het best hard trappen op zo’n dijkje met wind tegen. (Iedereen die we tegen komen zit op een elektrische fiets en “vliegt” ons voorbij.)

Over vliegen gesproken, hoog in de lucht vliegt een behoorlijk grote roofvogel; we kunnen niet zien wat het er voor één is, maar hij blijft cirkelen; ergens beneden vermoedt hij een prooi,  veronderstel ik.

Vaak als ik in de polder fiets snap ik waarom schilders vaak over de Nederlandse luchten schilderen, die luchten zijn hier prachtig!

foto lucht                                   “geschilderde lucht”(mijn pa)

Kwikstaart – kool- en pimpelmees

 

Verleden jaar knutselde mijn lief 15 nestkastjes (+ 1 prototype) in elkaar om in eikenbomen bij de de Pitch & Puttbaan strand Horst op te hangen. De mezen die er zouden gaan huizen zouden de processierupsen die misschien in de eiken zouden willen gaan kruipen, opeten!
Een milieuvriendelijke oplossing.

Het recreatiegebied waarin de Pitch & Puttbaan ligt heeft ook veel eiken staan; er zijn rood/witte linten omgespannen om recreanten te waarschuwen en ook dáár zijn nestkastjes opgehangen.

Het was nu tijd om te gaan kijken hoe het zat met de bewoning van de nestkastjes ( én om weer eens een partijtje Pitch & Puttgolf te spelen)
Er zijn nestkastjes bewoond! We hebben er bewijs van!
Helaas ook bewijs dat er toch weer processierupsen zijn, minder dan vorig jaar, gelukkig
De nesten worden, indien mogelijk weggebrand, waarvan we óók het bewijs zagen.
(Ontzettende domme processierupsen, want dat nest was náást een nestkastje gemaakt; easy snacken voor die mezen.


                     Babymees kijkt naar buiten.    Brandplek wat ooit een rupsennest was


Na het golfen wilden we zelf ook wel wat snacken en omdat het daar héérlijk eten is, bestelden we wat en zaten heerlijk op het terras onder de parasol te eten

kwikstaart
Op
de baan en vlak daarboven nogal wat kwikstaartjes. Niet te fotograferen zo snel. (dus maar een plaatje ervan opgezocht) Geen idee of ze rupsen eten (hoop van wel, want het waren best veel kwikstaarten)





We zagen meteen de nieuwe 20 m lange steiger, zodat nu bootjes kunnen aanleggen en ook opvarenden van dit heerlijke eten kunnen genieten of een balletje slaan!

 

                     Wél even onthouden: Maandag is de baan én de Horeca GESLOTEN!