Leeg

Ooit kwamen wij in een nieuwbouwwijk wonen, allemaal tegelijk: 113 woningen in een plannetje met 6 verschillende type huizen.
Veel jonge mensen met kinderen of stellen “nog” alleen.
Vele tientallen jaren later zijn de jonge mensen van toen een stuk ouder geworden.
Er woonden lang nog  veel mensen van toen, maar langzamerhand trekken ze weg, naar bejaardenhuizen, bungalows, in- en aanleunwoningen; er ontstaat een nieuwe dynamiek.
Prima, niks mis mee.
Maar soms vergis je je toch in het effect van zulke processen.

Een aantal maanden geleden zijn onze naaste buren vertrokken. Het ging allemaal heel snel. Hij kon steeds minder goed lopen, kon de trap niet meer op, ging tijdelijk naar een revalidatiehuis en kwam niet meer terug. Zijn vriendin zocht en vond een aanleunwoning en na een maand waren ze weg.
Nu staat er dus een leeg huis met een bord in de tuin naast het onze.
Dat is raar.
Als we aan komen rijden of lopen, kijken de dode ogen van het buurhuis ons aan.
Het kijkt ook voorbijgangers aan “Doe wat met me, ik ben onbewoond en alleen”

Onze vroegere buren waren geen herriemakers, maar je hoorde wel eens de wasmachine, het toilet  doortrekken, de voordeur open en dichtgaan én vele malen ( ook s winters)  het zonnescherm piepend en knarsend neer- en ophalen.
Nu hoor je niets.
Of liever: ALLES.
Van tijd tot tijd spitsen we onze oren; iets “hiernaast” horen moet niet kunnen, hoe kan het dan dat wel?
Het voelt wat onzeker.
Van tijd tot tijd komt er een makelaar met bezichtigers;  dan leeft het huis even. Holle stappen door het huis, hier en daar een stem en een opengeschoven raam. Maar dan verdwijnen de geluiden weer en ligt het huis weer te wachten.
Eén keer belden hier jonge mensen aan, frisse, open gezichten, ik werd er al blij van.
Helaas, ze kwamen er niet wonen, er moest té veel  geklust worden om het huis voor hen geschikt te kunnen maken vertelden ze, maar ze maakten zich zorgen over een poes in die tuin. Dáár kon ik ze gerust mee stellen.
Zij bleven in de beurt naar een huis rondkijken, zeiden ze, misschien werden we toch wel nabije buren.
Jammer jongens, gemiste kans, om naast ons te komen wonen!

Nu gaan er geruchten in ons (bijna) doodlopend straatje: het buurhuis schijnt verkocht.
Het ís dat we geen gordijntjes vóór hebben én weinig tijd, anders zou ik achter de gordijntjes staan te loeren, want we zijn ontzettend nieuwsgierig welke mensen ons buurhuis weer een gezicht gaan geven.

(wordt vervolgd)
te koop

 

Een gemiddelde Nederlander

Gemiddeld verhuizen Nederlanders 7x *) in hun leven, las ik.
Meteen vraag ik me dan af: Ben ik  daarin gemiddeld?
Bijna.
Ik ben tot nu toe 6 x verhuisd en nog niet dood!

1. Het huis waar ik geboren ben verliet ons gezin toen ik 6 jaar was; we gingen van een huurhuis naar een koophuis (zelfde woonplaats)
2. Dát huis, waar we mega gelukkig zijn geweest, moesten we verlaten toen mijn vader gestorven was en mijn moeder, als weduwe dat niet meer kon betalen en onderhouden. 3. Toen trokken we in een flat, 3 hoog (vreselijk vond ik dat, geen tuin!!! ik denk niet dat ik een lieve, begripvolle puber was in die tijd)
4.Vanuit die flat ben ik getrouwd; inwonend met meerder mensen in een groot huis (ooit weeshuis geweest) in een dorpje in de buurt van mijn geboortedorp.
5.Na een jaar kwamen we in aanmerking voor een huurflat in mijn geboortedorp
6.Na 10 jaar hadden we genoeg gespaard om de gok naar een koophuis te wagen en vertrokken we naar een boerendorp 12 km. verderop. En daar wonen we nog steeds.

Als ik een gemiddelde Nederlander ga worden, zou het dus betekenen dat ik nog 1 keer ga verhuizen. Ik hoop van niet.

 

*) Nederlanders verhuizen vaak, Zuid Europeanen het minst en Amerikanen het meest: gemiddeld zo’n 10 x in hun leven.

Thuis

Kennissen van ons zijn verhuisd.
Van een huis met een enorme tuin in een dorp van zo’n 1700 inwoners, naar een flat op de eerste etage van een dorp dat 10.500 inwoners telt.
Een behoorlijke verandering dus.
Gisteren waren we voor het eerst in hun nieuwe huis.
We kregen een rondleiding door de ruime, lichte flat.
De eerste vraag die ik stelde was: Hebben jullie het hier naar je zin?
(Ze wonen er nu een kleine 3 maanden) En wat de man zei zette me behoorlijk aan het denken: “De flat is ingericht en klaar, nu moeten we er nog ons thuis van maken.”

Hoe doe je dat ergens een thuis van  maken? Je hebt nieuwe- en je vertrouwde “oude spullen”, je hebt geverfd en behangen naar je eigen smaak, het is klaar! Maar hoe maak je er een thuis van?
Ook hij wist niet echt hoe.
Misschien kan een huis alleen een thuis worden door er een tijd in te wonen?
Het moet je eigen “geur” krijgen, vertrouwd worden.
Misschien wordt het een thuis door je buren te leren kennen?
Ik ben er niet uit.
Eerlijkheidshalve hoop ik dat ik nooit meer hoef te verhuizen, dat we hier kunnen blijven en van hieruit ooit (nog lang niet maar ooit) ten grave kunnen worden gedragen. Zodat we nergens meer een thuis meer hoeven maken; we hebben het al.