Vér huizen

Al eerder schreef ik over verhuizen, dat ik het leuk vind mensen bij het verhuizen te helpen.
Afgelopen weekend hebben wij weer familie helpen vér  huizen.
Vér in de zin van dat het ene huis in Zuid-Holland en het andere huis in de Achterhoek staat.

Er was hulp in beide huizen. Ik denk dat wij het “moeilijkste” huis gekozen hadden want deze was met 2 trappen; dus dozen die naar de zolder moesten én één verdieping lager. (Vreemd genoeg droeg ik bijna niets wat “gewoon” naar de huiskamer moest, maar het waren wel lichte dozen!)

laadklep’s Morgens werd er in het ene huis mét helper, geladen in een busje, dat de makelaar 2 dagen ter beschikking had gesteld. Dát had ik nog nooit gehoord, een makelaar die de verkoop regelt én een verhuisbusje ter beschikking stelt.
(Hij had in dit geval een makkie gehad, want het huis was in 1 week verkocht!)verhuisauto

Het stel verhuisde dus zélf.

zelfverhuizerDat deed me denken aan de (laatste keer) dat wij verhuisden.
Toen huurden we een zelfverhuizer.
Ik weet niet of dat  fenomeen nog bestaat.
De ene dag zette een trailer ’s morgens vroeg een oplegger voor de deur van onze flat; wij mét hulp van onze vrienden laadden die oplegger vol (dekens, steekkarretje en spanbanden aanwezig)én schilderijenrek
De volgende ochtend  kwam de trailer de oplegger ophalen om naar het nieuwe huis brengen, daar laadden wij, mét onze vrienden, hem weer uit.
Die laatste nacht in onze “oude” lege flat met onze vrienden in slaapzakken in de, verdere lege,  woonkamer, zal ik niet gauw vergeten.

Ook dit stel verhuisden “zelf” maar niet met een grote oplegger maar met een veel kleiner busje in een heerlijk zonnig weekend met tussendoor buiten lunchen en avondeten (beide op gepaste Corona- afstand)
Misschien hadden wij wel het “moeilijkste” huis (mét trappen) maar zeker ook het huis met de grootste tuin!
De sfeer was goed en vele handen maken licht werk. We zagen het huis “groeien” met de spullen, die meteen werden neergezet waar het de bedoeling was.
Twee dagen intensief spullen binnenbrengen en we zagen het huis groeien en in plaats van een huis een “thuis” worden.

Veranderend straatbeeld

doodlopend
doodlopend

Zoals ik al eerder blogde zijn er in ons buurtje (doodlopend straatje)in korte tijd 3 huizen verkocht .
Wat ik me vooraf niet gerealiseerd had was de tijd die er ná de koop zou aanbreken.
En dát bedoel ik letterlijk!

afvalcontainerEr wordt in alle drie de huizen al weken geboord, gehakt en gezaagd; er worden bouwcontainers voor de deur neergezet,
bomen omgehakt,tuinen leeggehaaldlege tuin
omhak

Wat mij elke keer verbaasd is dat mensen niet alleen geld hebben om een huis te kopen, maar ook nog zoveel “over” hebben om te renoveren. En dan bedoel ik niet “een zoveel-jaren-plan”, maar ’t ruige werk; de ene dag de sleutel, de volgende dag; breek en sloopwerk: nieuwe badkamer, nieuwe keuken etc.

Als je  zó met drie huizen aan de gang bent, in een kleine straat, verandert er best veel.
Nóg een huis stond ook kort leeg en is verhuurd; een paar dagen geleden  kwam de verhuiswagen met de spullen.
Er zijn, in dat huis, al een paar keer mensen gekomen die een tijdelijk verblijf zochten omdat hun eigen huis nog gebouwd werd of omdat ze hier tijdelijk werkten.
Vaak mensen die geen contact proberen te maken, omdat ze toch zó weer weg zijn.

De buurt verandert.
peuter-in-zicht-logoOp zich is dat goed. Een verjonging van een buurt/straat maakt het levendig, zeker met jonge kinderen (1 van de nu 3 nieuwe gezinnen)
De aanlooptijd: lege tuin- totale vernieuwing, mensen die er nog niet wonen, alleen werken, maakt ons straatje  (tijdelijk?) wel anders van sfeer én met veel meer auto’s voor de deuren.

Ik hoop dat na weken van hak en breekwerk, het stof neerdaalt en de mensen zich settelen

 

 

Verhuizingen

In mijn leven heb ik al heel wat mensen helpen verhuizen.
Ik vind dat leuk.
Omdat je gezamenlijk met een project bezig bent, omdat je doet wat nodig is, maar zelf niet hoeft én omdat je ná de verhuizing zelf naar je (redelijk) opgeruimde huis teruggaat, terwijl het voor de mensen die verhuisd zijn dan pas begint met inruimen etc.

Ik heb oude mensen verhuisd; moeder, schoonmoeder en tante van in de tachtig; jonge mensen: zonen van de ene kamer naar de andere en nu, de laatste tijd ook veertigers!

Gisteren waren we weer bezig (in klein comité van 3 personen) met 1,5 meter tussenruimte, geen gezoen én ieder zijn eigen werkgebied.
Het werk is hetzelfde, de sfeer anders omdat er nu het Coronaspook aanwezig is (een virus  dat de wereld rondwaart en dat je verhindert om iemand een knuffel of aai te geven).

vijver den
Een bijna schone vijver voor de toekomstige bewoner

We zijn redelijk opgeschoten. Niet alleen het binnengebeuren, maar ook het buitengebeuren moest mee (of niet mee) De vissen uit de vijver en de poezen waren al verhuisd, dus behalve pot binnen-en buitenplanten hoefde er geen levende haven mee.

plantenverh

Het huis en de tuin moeten ook netjes achtergelaten worden dus er waren  nog “klusjes” te doen.
Dat riep bij mij tal van herinneringen op: een schoonmoeder wiens huis “schoon” opgeleverd moest worden, waaronder de vloerbedekking overal weg, ook van de trap; een heidense klus waar ik erg tegen opzag totdat…. De nieuwe huurders bekend werden, een piepjong stel zonder centen die vroegen of de vloerbedekking (overal) mocht blijven liggen. Ik had ze wel kunnen zoenen (dat had TOEN nog gemogen)

Een moeder die overleden was en wiens inleunwoning ik leeg moest halen.
Een emotionele klus. Eenmaal klaar, kwam er inspectie: De w.c.-rolhouder was aan de andere kant opgehangen en moest terug, de andere gaatjes dichtgemaakt en in de w.c.bril zat een (bijna onzichtbaar) barstje (dat ik ECHT niet gezien had) maar er moest een nieuwe bril op. Twee dagen later moest het klaar zijn mét nieuwe inspectie!
Bij  al die emoties, die de ontruiming opriep was deze inspectie (én de manier waarop het ging) iets dat bij mij (meestal een vredelievend persoon)  moordneigingen opriep!

De  huidige verhuizenden zijn nog niet klaar; er moet nog het e.e.a  worden gedaan, maar het eind is in zicht en het nieuwe huis lonkt.
De laatste loodjes dus!

 

 

Leeg

Ooit kwamen wij in een nieuwbouwwijk wonen, allemaal tegelijk: 113 woningen in een plannetje met 6 verschillende type huizen.
Veel jonge mensen met kinderen of stellen “nog” alleen.
Vele tientallen jaren later zijn de jonge mensen van toen een stuk ouder geworden.
Er woonden lang nog  veel mensen van toen, maar langzamerhand trekken ze weg, naar bejaardenhuizen, bungalows, in- en aanleunwoningen; er ontstaat een nieuwe dynamiek.
Prima, niks mis mee.
Maar soms vergis je je toch in het effect van zulke processen.

Een aantal maanden geleden zijn onze naaste buren vertrokken. Het ging allemaal heel snel. Hij kon steeds minder goed lopen, kon de trap niet meer op, ging tijdelijk naar een revalidatiehuis en kwam niet meer terug. Zijn vriendin zocht en vond een aanleunwoning en na een maand waren ze weg.
Nu staat er dus een leeg huis met een bord in de tuin naast het onze.
Dat is raar.
Als we aan komen rijden of lopen, kijken de dode ogen van het buurhuis ons aan.
Het kijkt ook voorbijgangers aan “Doe wat met me, ik ben onbewoond en alleen”

Onze vroegere buren waren geen herriemakers, maar je hoorde wel eens de wasmachine, het toilet  doortrekken, de voordeur open en dichtgaan én vele malen ( ook s winters)  het zonnescherm piepend en knarsend neer- en ophalen.
Nu hoor je niets.
Of liever: ALLES.
Van tijd tot tijd spitsen we onze oren; iets “hiernaast” horen moet niet kunnen, hoe kan het dan dat wel?
Het voelt wat onzeker.
Van tijd tot tijd komt er een makelaar met bezichtigers;  dan leeft het huis even. Holle stappen door het huis, hier en daar een stem en een opengeschoven raam. Maar dan verdwijnen de geluiden weer en ligt het huis weer te wachten.
Eén keer belden hier jonge mensen aan, frisse, open gezichten, ik werd er al blij van.
Helaas, ze kwamen er niet wonen, er moest té veel  geklust worden om het huis voor hen geschikt te kunnen maken vertelden ze, maar ze maakten zich zorgen over een poes in die tuin. Dáár kon ik ze gerust mee stellen.
Zij bleven in de beurt naar een huis rondkijken, zeiden ze, misschien werden we toch wel nabije buren.
Jammer jongens, gemiste kans, om naast ons te komen wonen!

Nu gaan er geruchten in ons (bijna) doodlopend straatje: het buurhuis schijnt verkocht.
Het ís dat we geen gordijntjes vóór hebben én weinig tijd, anders zou ik achter de gordijntjes staan te loeren, want we zijn ontzettend nieuwsgierig welke mensen ons buurhuis weer een gezicht gaan geven.

(wordt vervolgd)
te koop

 

Een gemiddelde Nederlander

Gemiddeld verhuizen Nederlanders 7x *) in hun leven, las ik.
Meteen vraag ik me dan af: Ben ik  daarin gemiddeld?
Bijna.
Ik ben tot nu toe 6 x verhuisd en nog niet dood!

1. Het huis waar ik geboren ben verliet ons gezin toen ik 6 jaar was; we gingen van een huurhuis naar een koophuis (zelfde woonplaats)
2. Dát huis, waar we mega gelukkig zijn geweest, moesten we verlaten toen mijn vader gestorven was en mijn moeder, als weduwe dat niet meer kon betalen en onderhouden. 3. Toen trokken we in een flat, 3 hoog (vreselijk vond ik dat, geen tuin!!! ik denk niet dat ik een lieve, begripvolle puber was in die tijd)
4.Vanuit die flat ben ik getrouwd; inwonend met meerder mensen in een groot huis (ooit weeshuis geweest) in een dorpje in de buurt van mijn geboortedorp.
5.Na een jaar kwamen we in aanmerking voor een huurflat in mijn geboortedorp
6.Na 10 jaar hadden we genoeg gespaard om de gok naar een koophuis te wagen en vertrokken we naar een boerendorp 12 km. verderop. En daar wonen we nog steeds.

Als ik een gemiddelde Nederlander ga worden, zou het dus betekenen dat ik nog 1 keer ga verhuizen. Ik hoop van niet.

 

*) Nederlanders verhuizen vaak, Zuid Europeanen het minst en Amerikanen het meest: gemiddeld zo’n 10 x in hun leven.

Thuis

Kennissen van ons zijn verhuisd.
Van een huis met een enorme tuin in een dorp van zo’n 1700 inwoners, naar een flat op de eerste etage van een dorp dat 10.500 inwoners telt.
Een behoorlijke verandering dus.
Gisteren waren we voor het eerst in hun nieuwe huis.
We kregen een rondleiding door de ruime, lichte flat.
De eerste vraag die ik stelde was: Hebben jullie het hier naar je zin?
(Ze wonen er nu een kleine 3 maanden) En wat de man zei zette me behoorlijk aan het denken: “De flat is ingericht en klaar, nu moeten we er nog ons thuis van maken.”

Hoe doe je dat ergens een thuis van  maken? Je hebt nieuwe- en je vertrouwde “oude spullen”, je hebt geverfd en behangen naar je eigen smaak, het is klaar! Maar hoe maak je er een thuis van?
Ook hij wist niet echt hoe.
Misschien kan een huis alleen een thuis worden door er een tijd in te wonen?
Het moet je eigen “geur” krijgen, vertrouwd worden.
Misschien wordt het een thuis door je buren te leren kennen?
Ik ben er niet uit.
Eerlijkheidshalve hoop ik dat ik nooit meer hoef te verhuizen, dat we hier kunnen blijven en van hieruit ooit (nog lang niet maar ooit) ten grave kunnen worden gedragen. Zodat we nergens meer een thuis meer hoeven maken; we hebben het al.