Nog even Zuiderzee…

Mijn vorige blog ging over de voormalige Zuiderzee en daar ga ik nog even op door, want vandaag bezochten we het IJmeer.
Deze keer met een boot: de Stern: de veerboot van Muiden naar het Forteiland Pampus, onderdeel van de Stelling van Amsterdam.

steiger pampus
veerboot de Stern

Pampus, zo leerde ik vandaag is een kunstmatig eiland, het werd in opdracht van het Ministerie van Oorlog gebouwd omstreeks 1889 op de voormalige zandplaat PAMPUS (één van de eerste door mensenhanden gebouwde eilanden ter wereld)

 

De uitdrukking “voor pampus liggen” kwam dan ook van vóór die tijd.
Schepen (VOC) die terug kwamen van hun reis konden, zwaar beladen met goederen, niet naar Amsterdam doorvaren, door die ondiepte bij Pampus.
Er werden eerst goederen overgeladen in kleinere bootjes, waardoor de schepen lichter waren en dan wel door konden varen, maar dat was een heel gedoe en duurde erg lang. Men vond scheepskamelen (drijvers) uit, die het schip als het ware omhoog tilden. Schepen lagen dus vóór Pampus te wachten tot ze eindelijk naar huis konden.
Er werden met bootjes vers eten en drank aan boord gebracht om het wachten te veraangenamen, vaak met dronkenschap ten gevolge: voor Pampus liggen dus!
(Dit “feitje” wordt geprojecteerd op een plafond van het fort en liggend op dikke kussens kun je daar kennis van nemen)

We liepen rond door het immense fort, waar nooit echt oorlogshandelingen zijn verricht, behalve dan het oefenen. Er woonden wel zo’n 200 soldaten in het fort tijdens de Eerste Wereldoorlog (ze verveelden zich te pletter)
In 1932 met de aanleg van de afsluitdijk werd het fort, als verdedigingswerk, nutteloos. In de Tweede Wereld Oorlog hebben de Duitsers er de kanonnen opgeblazen en het staal meegenomen voor hun eigen oorlogsindustrie.

ford
op de koepel stond ooit het kanon.

 

 

 

 

 

 

 

We konden er alleen, of met een gids rondlopen; we hebben beide gedaan.
Er huisden veel boerenzwaluwen, die vlak langs ons scheerden en nesten hadden in allerlei kleine hoekjes. Er zijn in de verschillende ruimtes allerlei games te spelen; kinderen kunnen voor € 2,- een speciale sleutel gebruiken om de Pampus Xperience te beleven.
We hoorden dat Pampus “zijn eigen broek ophoudt” en zonder subsidie kan blijven draaien.Het eiland is een Rijksmonument en Unesco Werelderfgoed.
Veel vrijwilligers onderhouden het, ze wieden onkruid, onderhouden de moestuin, verrichten technische handelingen en dichten scheuren.
tafel met zonnepanelenAls we moeten wachten op de veerboot terug strijken we neer op het terras, dat zonnepanelen op de tafels heeft geïnstalleerd; er wordt voor toilet en handen wassen water uit de grond gepompt (voor consumptie blijkt het water ongeschikt) Windmolens gingen stuk van de té grote windkracht; er worden in de toekomst Amerikaanse windmolens geïnstalleerd.

Het streven is in de nabije toekomst volledig duurzaam zelfvoorzienend te worden.

We varen terug met een zonnetje, het IJmeer ligt er mooi bij.

 

 

De Voltairestoel

dutch trone
Een tijdje geleden schreef ik een blog over “tante”.
Daarin noemde ik al het “voorerven” van een Voltairestoel.
Op zich een verhaal dat zich, denk ik, wel leent voor een blog.

Tante was een eigenzinnige, gelovige vrouw.
Ze wist wat ze wilde en zo gebeurde het ook.
Toen ze naar het bejaardenhuis ging en de datum bekend was belde ze me op.
Wanneer was mijn man vrij? Dan konden hij en ik naar haar huis komen en de Voltairestoel komen halen.
Die kon ze niet meenemen naar het bejaardenhuis en kregen wij.
Hij was nogal zwaar, dus mijn lief moest maar meekomen als ik hem kwam halen.

Tactvol probeerde ik door te laten dringen dat onze inrichting niet “Voltaire-achtig” was en de ruimte beperkt.
Maar tante duldde geen tegenspraak: de stoel had ze voor mij bedacht.
IK mocht zeggen wanneer ik hem kwam halen, niet of ik hem kwam halen.

Tante kwam niet veel bij ons. Minstens één x per maand haalde ik haar op en maakten we een ritje. Ze mocht kiezen waarheen, vaak was dat richting de Betuwe, waar haar familie oorspronkelijk vandaan kwam.
Dus dat dé stoel op zolder kwam te staan, zou tante niet opvallen.
Ik vond dat wel zonde, want het was een mooie stoel, die het niet verdiende “weggestopt” te worden, maar het was totaal onze smaak niet en paste bij niets in ons huis (ook op zolder niet).

Eén van mijn broers woonde in Engeland in een soort kasteeltje, beeldschoon, met  kamers met hoge  gedecoreerde plafonds. Hij was weg van mijn stoel, die hij DE TROON noemde. Toen we een keer met de auto op de boot naar hem toegingen namen we de troon voor hem mee. De stoel moest vóór de reis getaxeerd worden.
’s Morgens heel vroeg in de schemering kwam “onze” boot in Engeland aan.
We reden in de “lane” met het rode vak “something to declare”
We waren de enigen die iets aan te geven hadden (of de enige die er voor uitkwamen dát we iets bij ons hadden dat we moeten aangeven)

De Engelse douane kwam op ons af: Wát hadden we aan te geven?
Ik opende de achterklep  en haalde de plaid van de stoel af.
“O no, not that”
Een meubelstuk was kennelijk heel veel papierwerk voor hem en  zo vroeg op de ochtend had hij daar duidelijk geen zin in.
“Rijd door, dan doe ik of ik het niet gezien heb” siste hij ons in het Engels toe.
En zo reden we Engeland in met een “illegale” Voltaire stoel.

(wordt vervolgd)