Persoonlijk water

Ik houd van regen! Vooral die zachte, fijne regen, die je gezicht
kietelt en waarvan mijn moeder altijd zei dat ik van DIE regen zou groeien!
(Ik groeide wel maar of het van die regen kwam?)

Water, je hoeft er niet IN te gaan om ervan te houden.
IN en OP het water, in zowel vloeibare als in vaste vorm kan mij niet bekoren.
Dan heb ik het over erin zwemmen of erop schaatsen.
Bootvaren dan weer wel, mits ik zelf geen taak heb zoals  touwtjes of roer vasthouden.
Water in de natuur vind ik, in alle seizoenen, prachtig om te zien.

Toen ik jong was hadden we met de hele familie een eiland in Loosdrecht en ieder gezin had een zeilboot. Al heel jong zat ik dus (met een opgepompte fietsband om tegen het verdrinken) in een zeilboot

veerboot
Omdat familie in Engeland woont zijn we ook vaak met de veerboot naar Engeland gegaan, dus heb ik ook “groot” gevaren.

loosdr.plassen
Loosdrecht, geschilderd door mijn vader

Ooit woonden mijn lief en ik IN in Loosdrecht, aan de Loosdrechtse plassen; altijd een wisselend uitzicht door de wind, de zon en de jaargetijden: prachtig!
Ook met vakanties hebben we genoten van water.Met de vleugelboot van Kroatië naar Venetië. In de stad in plaats van wegen waterwegen, een belevenis op zich.
plitvice (2)

En in Kroatië, (dat toen nog Joegoslavië heette) met een dagtocht naar Plitvice
16 meren en 90 watervallen. (Helaas een regenachtige dag uitgekozen toen)

 

halong Bay

 

Halong Bay in Vietnam, met een boot langs de enorme rotspartijen IN het water (volgens de legende zijn de rotsen tranen  gestort door een, door de lucht vliegende, draak)

nw zeeland (2)Op het Noordereiland  (Nieuw Zeeland ) zagen we  bij Whangarei  een waterval  van 26,3 m hoog

Water.
Vroeger thuis hadden we een vijver.
Twee van mijn 3 broers hadden, toen ze zelf een eigen huis hadden, in hun tuin een vijver.
vijver nico met mosselplanten (2)De één kleine ronde, de andere een gigantisch grote.
Wij hebben nu ook een vijver 2500 liter)

en één van onze zonen heeft ook een vijver (de andere woont op een bovenhuis)

WATER, het beweegt, het leeft.

Nog even Zuiderzee…

Mijn vorige blog ging over de voormalige Zuiderzee en daar ga ik nog even op door, want vandaag bezochten we het IJmeer.
Deze keer met een boot: de Stern: de veerboot van Muiden naar het Forteiland Pampus, onderdeel van de Stelling van Amsterdam.

steiger pampus
veerboot de Stern

Pampus, zo leerde ik vandaag is een kunstmatig eiland, het werd in opdracht van het Ministerie van Oorlog gebouwd omstreeks 1889 op de voormalige zandplaat PAMPUS (één van de eerste door mensenhanden gebouwde eilanden ter wereld)

 

De uitdrukking “voor pampus liggen” kwam dan ook van vóór die tijd.
Schepen (VOC) die terug kwamen van hun reis konden, zwaar beladen met goederen, niet naar Amsterdam doorvaren, door die ondiepte bij Pampus.
Er werden eerst goederen overgeladen in kleinere bootjes, waardoor de schepen lichter waren en dan wel door konden varen, maar dat was een heel gedoe en duurde erg lang. Men vond scheepskamelen (drijvers) uit, die het schip als het ware omhoog tilden. Schepen lagen dus vóór Pampus te wachten tot ze eindelijk naar huis konden.
Er werden met bootjes vers eten en drank aan boord gebracht om het wachten te veraangenamen, vaak met dronkenschap ten gevolge: voor Pampus liggen dus!
(Dit “feitje” wordt geprojecteerd op een plafond van het fort en liggend op dikke kussens kun je daar kennis van nemen)

We liepen rond door het immense fort, waar nooit echt oorlogshandelingen zijn verricht, behalve dan het oefenen. Er woonden wel zo’n 200 soldaten in het fort tijdens de Eerste Wereldoorlog (ze verveelden zich te pletter)
In 1932 met de aanleg van de afsluitdijk werd het fort, als verdedigingswerk, nutteloos. In de Tweede Wereld Oorlog hebben de Duitsers er de kanonnen opgeblazen en het staal meegenomen voor hun eigen oorlogsindustrie.

ford
op de koepel stond ooit het kanon.

 

 

 

 

 

 

 

We konden er alleen, of met een gids rondlopen; we hebben beide gedaan.
Er huisden veel boerenzwaluwen, die vlak langs ons scheerden en nesten hadden in allerlei kleine hoekjes. Er zijn in de verschillende ruimtes allerlei games te spelen; kinderen kunnen voor € 2,- een speciale sleutel gebruiken om de Pampus Xperience te beleven.
We hoorden dat Pampus “zijn eigen broek ophoudt” en zonder subsidie kan blijven draaien.Het eiland is een Rijksmonument en Unesco Werelderfgoed.
Veel vrijwilligers onderhouden het, ze wieden onkruid, onderhouden de moestuin, verrichten technische handelingen en dichten scheuren.
tafel met zonnepanelenAls we moeten wachten op de veerboot terug strijken we neer op het terras, dat zonnepanelen op de tafels heeft geïnstalleerd; er wordt voor toilet en handen wassen water uit de grond gepompt (voor consumptie blijkt het water ongeschikt) Windmolens gingen stuk van de té grote windkracht; er worden in de toekomst Amerikaanse windmolens geïnstalleerd.

Het streven is in de nabije toekomst volledig duurzaam zelfvoorzienend te worden.

We varen terug met een zonnetje, het IJmeer ligt er mooi bij.

 

 

De Voltairestoel

dutch trone
Een tijdje geleden schreef ik een blog over “tante”.
Daarin noemde ik al het “voorerven” van een Voltairestoel.
Op zich een verhaal dat zich, denk ik, wel leent voor een blog.

Tante was een eigenzinnige, gelovige vrouw.
Ze wist wat ze wilde en zo gebeurde het ook.
Toen ze naar het bejaardenhuis ging en de datum bekend was belde ze me op.
Wanneer was mijn man vrij? Dan konden hij en ik naar haar huis komen en de Voltairestoel komen halen.
Die kon ze niet meenemen naar het bejaardenhuis en kregen wij.
Hij was nogal zwaar, dus mijn lief moest maar meekomen als ik hem kwam halen.

Tactvol probeerde ik door te laten dringen dat onze inrichting niet “Voltaire-achtig” was en de ruimte beperkt.
Maar tante duldde geen tegenspraak: de stoel had ze voor mij bedacht.
IK mocht zeggen wanneer ik hem kwam halen, niet of ik hem kwam halen.

Tante kwam niet veel bij ons. Minstens één x per maand haalde ik haar op en maakten we een ritje. Ze mocht kiezen waarheen, vaak was dat richting de Betuwe, waar haar familie oorspronkelijk vandaan kwam.
Dus dat dé stoel op zolder kwam te staan, zou tante niet opvallen.
Ik vond dat wel zonde, want het was een mooie stoel, die het niet verdiende “weggestopt” te worden, maar het was totaal onze smaak niet en paste bij niets in ons huis (ook op zolder niet).

Eén van mijn broers woonde in Engeland in een soort kasteeltje, beeldschoon, met  kamers met hoge  gedecoreerde plafonds. Hij was weg van mijn stoel, die hij DE TROON noemde. Toen we een keer met de auto op de boot naar hem toegingen namen we de troon voor hem mee. De stoel moest vóór de reis getaxeerd worden.
’s Morgens heel vroeg in de schemering kwam “onze” boot in Engeland aan.
We reden in de “lane” met het rode vak “something to declare”
We waren de enigen die iets aan te geven hadden (of de enige die er voor uitkwamen dát we iets bij ons hadden dat we moeten aangeven)

De Engelse douane kwam op ons af: Wát hadden we aan te geven?
Ik opende de achterklep  en haalde de plaid van de stoel af.
“O no, not that”
Een meubelstuk was kennelijk heel veel papierwerk voor hem en  zo vroeg op de ochtend had hij daar duidelijk geen zin in.
“Rijd door, dan doe ik of ik het niet gezien heb” siste hij ons in het Engels toe.
En zo reden we Engeland in met een “illegale” Voltaire stoel.

(wordt vervolgd)