Eén bezoeker per keer.

De (regerings)Coronaregel is één bezoeker per keer en aangezien we niemand willen besmetten en zelf ook niet met Covid 19 besmet willen raken, houden we ons daaraan.
Dat heeft wel tot gevolg dat er weinig reuring bij ons thuis was.

Door mijn ziekenhuisopname kwamen er opeens “mensen” in huis netjes één per keer mét mondkapje voor. De één vertelde hoe ik mezelf uit bed kan hijsen met behulp  van een shawl, hoe ik de hoge voordeurstap mét krukken kan maken zonder te kukelen, met een hulpstuk zelf sokken aan kan doen. Een ander ging oefeningen met me doen en vandaag was er (het was  eerder nogal druk bij de ergotherapie geweest!) iemand die me liet zien hoe ik, met hulpmiddel WEL de hoge stap in ons bad ( waar de douche boven hangt) kan maken en weer zelf douchen kan!

Sokaantrekker en van- de- grond -pakker


’s Middags kwam er weer een andere dame beroepsmatig naar me kijken.
Waar ik namelijk aanvankelijk NIET aan gedacht had was dat als je NIET mag bukken, je niet je teennagels kan knippen en dat, ook in Coronatijd, die nagels gewoon doorgroeien. Dus ook daar kwam iemand voor.

Ik wéét dat ik in Coronatijd, vóór dit alles, wel eens riep dat ik  het zo stil vond in huis en dat de agenda zo LEEG was. Nu is dat allemaal anders;  zoveel mensen die komen om “aan me te zitten”, te zeggen wat ik doen kan om mijn onvermogen te verkleinen: Terug naar de arts, 2x per week fysiotherapie, terug naar de andere arts, ik ben er maar druk mee! Geweldig dat het kan en mag ( we hebben in Nederland een geweldig gezondheidssysteem) maar ik ben wel de hele tijd met mezelf bezig en dát is niet “gewoon”

Natuurlijk heb ik het allemaal zelf (of bijna zelf) in gang gezet om me te helpen min of meer “aangepast” te leven.
Maar eigenlijk wil ik weer alles “gewoon” zelf doen (zonder hulpmiddelen)
Ik heb begrepen dat dát nog wel een tijdje gaat duren, ook als ik ALLE oefeningen trouw doe ( en dus af en toe barst van de spierpijn)

Wreed?

ooievaarsnest
Een tijdje geleden vertelde ik al in mijn blog dat de ooievaars op het nest op een paal, vlak bij ons huis waren teruggekeerd. Eerst alleen meneer en later ook mevrouw ooievaar. Lang zagen we hem of haar ( of afwisselend) op de eieren zitten.

Omdat het erg hoog is konden we niet zien hoeveel ooievaartjes er geboren zijn. ”Iets” kwam boven het nest uit, maar wat of hoeveel?

Op de dijk staan vaak mensen met telelenzen foto’s te nemen van het prille geluk. Vandaag hoorde ik van een van die telelensdames dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn in het nest is (geweest)
Er waren 4 jonge ooievaartjes, maar de ouders hebben er één uit het nest gegooid. Deze heeft de val niet overleefd; nekje gebroken.
Het schijnt dat ooievaarsouders instinctief  “weten” of hun kinderen gezond zijn en kans hebben om gezond te kunnen opgroeien. Pa en ma moeten enorm veel energie steken in het zoeken van voedsel en het brengen naar het nest. Als ze “ voelen” dat er een zwak jong bij zit, willen ze hun energie niet daaraan “verspillen” en schijnen ze, in sommige gevallen het jong uit het nest te gooien.
Dit was kennelijk zo’n geval