The Guernsey Literary and Potato Peel Pie Society (film uit 2018)

Regie: Mike Newell
Hoofdrolspelers: Lily James ,Michel Huisman* ,Glen Powell, Jessica Brown Findlay, Matthew Goode, Katherine Parkinson, Penelope Wilton, Tom Courtenay

Een bijzondere, naoorlogse film, die in flashbacks de Tweede Wereldoorlog op het Engelse eiland Guernsey laat zien.
Het gaat over een vrouw  die niet tegen onrecht kan en die, zo blijkt,  in de oorlog door de Duitsers naar het vaste land is afgevoerd en nooit is teruggekeerd.
Het verhaal wordt geopenbaard door een journaliste uit Londen die op het eiland terecht komt door dat een lid van de literaire club op het eiland een boek in handen krijgt met haar adres binnenin geschreven.
Het is een oorlogsverhaal én liefdesverhaal over twee paren, maar ook een liefdesverklaring aan het eiland Guernsey dat prachtig in beeld wordt gebracht.
Ook heeft het levenslessen in zich :

* volg je hart;
* materialisme is NIET zaligmakend;
* ergens zul jij je thuis voelen als je het nog niet gevonden hebt blijf zoeken, het bestaat;
* als iets niet goed voor je voelt, dan IS het ook niet goed voor je;
* je kunt mensen niet aan je binden met bloemen of diamanten;
* boeken kunnen, zeker in moeilijke tijden, een enorme troost zijn en de mogelijkheid      geven om te “vluchten” uit het werkelijke leven;
* niet elke oorlogsvijand is een slecht mens;
* er zijn mensen die, als je ze voor het eerst ziet, al vertrouwd voelen;
* liefde laat zich niet sturen door verstand;
* goede vrienden zijn heel belangrijk.

Een aanrader

 

 

*) Nederlands acteur

Franse Kamp

De zon schijnt, de jas kan open blijven, dus willen we wandelen.
We stappen in de (leen) auto en rijden naar een bos, even ten zuidwesten van Bussum. We parkeren onze (leen)auto bij een seizoenscamping.
We zijn in een natuurgebied dat de naam Franse Kamp draagt.
Het terrein dankt zijn naam aan de 3.000 man sterke Franse troepeneenheid die in 1672, onder het bewind van koning Lodewijk XIV hier zijn legerplaats opsloeg voor het beleg van de vesting Naarden.

In 1932 kocht gemeente Amsterdam het terrein van de Vereniging van Erfgooiers om er een kampeerterrein op te vestigen.  Bij dit (nu lege) kampeerterrein startten we onze wandeling.
hazedlaarkatjesMeteen valt een hazelaar op, die met zijn (mannelijke) katjes in de zon, mooi geel staat te wezen. Op de achtergrond een schattig huisje met rood/witte luikjes.
We horen een specht tikken, en na even speuren zien we hem ook. Van verder weg klinken meer kloppende spechten.
We lopen een eind  langs een rode paaltjesroute, die overgaat in een gele paaltjesroute (of we hebben een aanwijzing gemist en zijn op een andere route overgestapt!)
We komen 3 dames tegen met heel veel honden: uitlaatservices ook hier.
tankgracht
We zien water, het blijkt als tankgracht door de Duitsers gegraven te zijn (of misschien hebben ze het laten graven?) Generaal der  Flieger F.Ch.Christiansen, Wehrmacht -befehlshaber vestigde zich in mei 1942 in Hilversum en liet rondom Hilversum een tankgracht aanleggen om zijn hoofdkwartier tegen de geallieerden te beschermen.
Zo pakken we, tijdens deze boswandeling, ook nog een stukje historie mee.

 

hilversumThuis zie ik dat deze Duitse generaal  onder andere verantwoordelijk was voor de razzia van Putten.
Om te zien of er gerechtigheid is geschied kijk ik even of hij zijn straf heeft gehad.
Inderdaad is hij, na de capitulatie van de Duitsers,  in 1945 gevangen genomen.
In 1948 werd hij veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf, maar hij  kwam, wegens slechte gezondheid, in 1951 al vrij. Die “slechte gezondheid” heeft lang geduurd; hij stierf op 93 jarige leeftijd in 1972.

We zien hoog in de sparrenbomen een hele zwerm kleine vogeltjes.
Gelukkig strijkt er één lager neer, zodat we hem (of haar) goed kunnen bekijken; het blijken zwarte mezen te zijn (kleiner dan een koolmees)

We zijn al pratend van het pad (geen gele of rode paaltjes meer) geraakt.
Omdat we al best wel lang lopen vragen we aan een langslopende meneer (mét 1 hond) hoe we weer bij de camping komen.
We zijn er op dat moment 500 meter vanaf, wordt ons verteld. Dát komt goed uit, ik heb wel zin in thee en rust voor mijn pootjes.

Volkstellingen

Sinds 1795 zijn er in Nederland (toen nog Bataafse Republiek) volkstellingen gehouden, de laatste was in 1971 (soms om de 10 jaar)
Er kwamen ambtenaren aan de deur die vragen stelden over oa. de gezinssamenstelling, huisvesting, geloof e.d.

De gegevens van zo’n volkstelling kunnen je heden ten dage nog helpen bij genealogisch onderzoek. Familiegegevens naspeuren brengen je vaak verder door deze bewaarde en vaak gedigitaliseerde census

In 1971 waren er veel mensen die NIET meer wilden meewerken aan een dergelijk onderzoek, vooral mensen die de oorlog mee hadden gemaakt en hadden gezien hoe een goed gedocumenteerd volksarchief  “foute” mensen  anderen een Jodenster lieten dragen en ze lieten wegvoeren.
Lucebert maakte een antivolkstellingaffiche  met de woorden: Voordat je ’t weet, is het weer zover, dan draagt de één een zweep, een ander een Jodenster.
Dit  was ook het begin van het digitale tijdperk en het ongeloof  (en argwaan) in de werking van de automatisering was groot.

Er stond een boete op het niet meewerken aan een volkstelling, maar toen er in 1971 zo’n 300.000 Nederlanders weigerden hieraan mee te doen besloot de toenmalige minister van Justitie van Agt een “generaal pardon” gegeven, waardoor de 300.000 mensen géén boete hoefden te betalen of in de cel moesten zitten.
Pas in 1991 volgde de afschaffing van de Volkstellingenwet.

Ik las nu in een blad in de wachtkamer van de podoloog dat er, mede in verband met de migratiegroei, weer stemmen opgaan om een volkstelling te houden.
De generatie die de oorlog nog heeft meegemaakt en fel tegen een volkstelling was, is uitgedund; de computer is inmiddels een onderdeel van bijna ieders leven en privacy wordt nu “anders” bezien dan in 1971. “Alles” staat immers al op facebook.
In het blad stond de voorspelling dat de Volkstelling weer terug komt!
We zullen het (niet) zien.

 

 

 

Anekdote Minister-President

Voorbereidend op mijn bezoek in Den Haag heb ik zitten bladeren in het dunne boekje “Lekker weg in Den Haag aan zee”.
Daar kwam ik een opmerkelijk verhaal tegen.

Na de oorlog was onze minister president  (1948-1958) Willem Drees *)
Hij werd Vadertje Drees genoemd, een titel die hij mede te danken had aan zijn “Noodvoorziening  voor Ouden van Dagen” (1947)
Hij stond bekend als een uitgesproken zuinig man.
Hij woonde in een rijtjeshuis aan de Beeklaan in Den Haag  van 1945 tot aan zijn dood (dus ook in zijn ministerpresidentsperiode)

Het Marshallplan*) was een hulpplan dat  Frankrijk, Engeland, Nederland en de Belgisch-Luxemburgse Unie er na de Tweede Wereldoorlog weer bovenop zou moeten helpen (het ging om Amerikaanse steun van zo’n 14 miljard dollar)

In 1948 Kwam de Amerikaanse politicus (belast met de Marshallhulp) W.A.Harriman op bezoek in het woonhuis van onze toenmalige minister president Willem Drees om over de Amerikaanse hulp aan Nederland te spreken.

Het verhaal gaat dat de vrouw van minister president voor die gelegenheid een rolletje Maria-kaakjes aanbrak en presenteerde. Harriman rapporteerde daarop aan zijn bazen in de VS dat de steun aan Nederland absoluut prioriteit had.
Nederland was, zo rapporteerde hij, “een land waar zelfs de minister-president zich niet meer dan een eenvoudig biscuitje kon veroorloven”.

 

 

 

*) In de periode daarvoor was hij minister van Sociale Zaken
**) genoemd naar de Amerikaanse generaal G.C Marshall

A Passage to Britain (BBC)

IndiaDe BBC zendt meestal goede en vaak ook leerzame programma’s uit.
Momenteel is er op dinsdagsavond een serie, gepresenteerd door hoogleraar geschiedenis Yasmin Kahn: A passage to Britain
(BBC 2)

Yasmin Kahn, zelf in Engeland geboren uit Engels/Ierse en Pakistaanse ouders zoekt in dit programma uit wat er geworden is van mensen die, in de jaren ’40 uit India naar Engeland vertrokken zijn.
Mensen, die vlak na de onafhankelijkheid van India per schip naar Engeland vertrokken zijn.
Ze stelt vragen als: Waarom vertrokken ze? Hoe hadden ze het in India? Waar verbleven ze en hoe werden ze ontvangen na hun aankomst? Hoe is het ze vergaan?

Ze zoekt ze op en praat met kinderen en kleinkinderen en een enkele keer ook met de mensen die ZELF ( als kleine kinderen) op de boot zaten. Er worden foto’s getoond van de bootreis, van het leven dat de mensen in India hadden en van de opvangkampen in Engeland waarin ze terecht kwamen.
We zien de mensen NU in Engeland en een enkele keer gaat professor Kahn met één van die mensen terug naar India.

Aan de orde kwamen, de sikhs, Anglo-Indians en, gisteren: POLEN
Het viel professor Kahn op dat op de passagierslijst van een bepaalde boot (passagierslijsten zijn  haar uitgangspunt) zoveel Polen van India naar Engeland vertrokken.
Ze zocht een gezin op en kwam bij twee zussen terecht die als kleine kinderen vertrokken waren uit India. Waarom?

Toen in 1939 de Duitsers en kort daarna de Russen Polen binnen vielen, werden veel polen gedeporteerd naar Siberië. Toen de Russen, die eerst een pact hadden met de Duitsers, maar na de inval van de Duitsers (1941) zich aansloten bij de geallieerden, waren de Poolse gevangenen geen gevangenen meer.  Van de geallieerden wilden de Engelsen de Polen wel opvangen in wat toen (nog) hun grondgebied was :India.
De Polen vertrokken veelal per trein maar ook deels lopend.

De twee zussen die we in de uitzending zien waren bijna een jaar onderweg geweest van Siberië naar India.
Toen, in 1947 India zelfstandig werd, konden de Engelsen de Polen niet meer beschermen en kregen ze de kans om naar Engeland te vertrekken.
Dat deden veel Polen, waaronder het gezin van de 2 zussen.
Mensen die al zoveel hebben meegemaakt werden weer opgevangen in kampen, waar dit  specifieke gezin 5 jaar verbleef.

Een stukje geschiedenis waar ik NIETS van wist.
Ook volgende week dinsdag gaat Yasmin Kahn weer aan de hand van passagierslijsten van schepen die  toen uit Bombay vertrokken speuren naar mensen met verhalen!!

 

Zookeeper’s wife (film)

zzokeepers wife

Een indrukwekkend, waargebeurd verhaal over een echtpaar in Warschau,  die in hun dierentuin  tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden liet onderduiken.

Ook in Nederland is dat het geval geweest in Artis. In het Verzetsmuseum in Amsterdam [vlakbij Artis] heb ik eens een lezing bijgewoond over wat er zoal in Artis in oorlogstijd gebeurd is.  Artis had  in de oorlog een Zwitserse directeur, die de dierentuin heeft open kunnen houden  met als reden “voor entertaining “van de Duitse soldaten.
Hij kon ervoor zorgen dat er voldoende (net genoeg) te eten was voor de dieren en dat het personeel er kon blijven werken. In, in ieder geval het apenverblijf, zaten Joden ondergedoken. Naar schatting 300 Joden zijn toen “gered” door hun verblijf in Artis

artis in oorlogstijd
Duitse militaire in Artis in oorlogstijd

Ook in de film over Warschau’s dierentuin hebben ongeveer 300 Joden hun leven te danken aan hun dierentuinonderduikadres; door het gedrag van de moedige directeur en zijn vrouw. Veel van hun dieren kwamen om bij bombardementen hekken en kooien werden kapotgebombardeerd zodat dieren vrij rondliepen. De Duitsers schoten daarop de meeste dood. Daarvoor had een Duitse directeur van een dierentuin in Berlijn aangeboden de dieren te “redden” door de sterke en goede fokdieren over te brengen naar Berlijn.( zogenaamd zouden ze terugkomen als de oorlog afgelopen was

Door een ingenieuze vondst van het echtpaar kon de dierentuin blijven bestaan als verzameling gebouwen met grond. Ze stelden voor er een varkensfokkerij van te maken. Het vlees kon dienen voor de Duitse soldaten en het eten van de varkens kon het afval van het getto zijn. Na de oorlog zou het echtpaar hun dierentuin dan weer kunnen exploiteren. Door hun varkensfokkerplan kon Jan (de directeur) met een vrachtwagentje in het getto komen om er vuilnisbakken  met groenafval te legen en tegelijkertijd kinderen en later ook volwassenen uit het getto  onder de schillen en drab in zijn vrachtwagentje naar de dierentuin smokkelen. De beelden in het getto zijn gruwelijk (ook in de bijzondere film The Pianist heb ik dergelijke beelden gezien)

In het huis (de kelder) van de directeur en zijn vrouw zaten de onderduikers, die s avonds in de huiskamer konden zijn. Antonina (Jan’s vrouw)) speelde  ’s op de piano als het safe was om te verschijnen.
Als ze overdag speelde wisten de onderduikers dat ze doodstil moesten zijn, dan waren er Duitsers binnen.
De Duitse zoöloog,  de directeur van de dierentuin in Berlijn dringt  hun leven binnen. Antonina probeert hem te paaien, om zo een en ander voor elkaar te krijgen, maar hoewel Jan daar aanvankelijk mee instemt, krijgt hij later toch grote moeite met het feit dat zijn vrouw “iets” te aardig tegen de Duitser is, die op dat moment het bevel over de dierentuin krijgt, om daar, volgens zijn zeggen, met toestemming van Göring , een fokprogramma met bizons op te zetten om de uitgestorven OEROS weer terug te brengen. Er zitten spannende momenten in de film, maar de film is toch vooral ontroerend en historisch.

Cast: Jessica Chastain = Antonina,
Johan Heldenbergh = Jan,
Daniel Brühl= zoöloog en directeur Berlijnse dierentuin.

Regie Nikola Jean Caro, Nieuw Zeelandse regisseur en scenarioschrijfster

Geboren op Tweede Kerstdag

J.A.E.ElsmannOp 26 december geboren zijn is speciaal, werd haar van jongs af aan verteld. Niet in het Nederlands maar in het Frans, want ze woonde de eerste 4 jaar van haar leven in het Franstalige Brussel. Ze was een Noël enfant. Toen de Eerste Wereld Oorlog uitgebroken was en haar moeder aan tbc overleed verhuisde de vader met zijn twee (zij was 5 en haar broertje 7) kinderen naar zijn ouders in Nederland. Daar probeerde opa en oma ook iets “speciaals” van haar verjaardag op Tweede Kerstdag te maken. Na een jaar bij opa en oma gewoond te hebben, had haar vader een andere vrouw ontmoet, hij trouwde en het nieuwe gezin ging in ’t Gooi wonen. Haar “nieuwe” moeder vond “kerstkind” en “speciaal zijn ”allemaal flauwekul. Ze kreeg een cadeautje voor haar verjaardag, er werd een appeltaart gebakken en dat was het dan. Haar vader gaf haar wel elk jaar een speciale kerstbal voor in de boom, die was alleen voor haar. Zó kreeg ze het speciale gevoel toch nog een beetje terug.

Het leven was goed, maar ook hard voor haar. Ze maakte ook een Tweede Wereldoorlog mee, nu in Nederland. Op het werk leerde ze een leuke weduwnaar met 3 zoons kennen: ze trouwden een paar jaar na de oorlog. Ze  kreeg zelf ook nog een dochter en had een kort maar gelukkig huwelijk. Haar man stierf toen haar dochter 10 was.

Tweede Kerstdag jarig zijn brengt vaak veel visite met zich mee; iedereen is vrij, heeft copieus gedineerd op Eerste Kerstdag en denkt: ”Wat zal ik tweede kerstdag eens gaan doen? Weet je wat even op verjaarsvisite bij mijn tante/nicht/buurvrouw.” Het was dus vaak druk op haar verjaardag. Tevoren moest het huis schoon, de boodschappen gedaan, gebakken en gestoofd. Op Tweede Kerstdag zelf was ze vaak bekaf. Ze vond het al lang niet echt leuk meer om op Tweede Kerstdag jarig te zijn.

Toen kwam de tijd dat ze naar een bejaardenhuis ging. De kerstdagen hadden ze daar extra lekker eten en toen de kok wist dat ze Tweede Kerstdag jarig was kreeg ze een extra lekker toetje op die dag. Haar dochter kwam tevoren de boodschappen doen en de familieleden die nog leefden (nog geen handvol) kwamen haar op die dag feliciteren. Haar dochter schonk dan de koffie en serveerde het gebak. Dáár voelde ze zich dan weer schuldig over want “Hoorde haar kind niet bij haar man en kinderen te zijn zo’n Tweede Kerstdag?” Dat vond de dochter niet en aan het eind van die Tweede Kerstdag nam ze haar moeder mee naar huis voor haar verjaarsdiner, waar oma trots aan het hoofd van de tafel bij dochter, kleinkinderen en schoonzoon zat.

Ze stierf op 86 jarige leeftijd begin januari, na weer zo’n “speciale” verjaardag en een kort ziekbed. Haar dochter was bij haar. Voor de dochter was daarna Tweede Kerstdag nooit meer hetzelfde. Wel een “speciale” dag, een herdenkingsdag.