Voorlopers, kunst van NU

Iets in “NU te zien op tv”, waarin directeur van museum Voorlinden, Suzanne Swarts de tentoonstelling Voorlopers (een tentoonstelling met het thema duurzaamheid)bezocht en erover vertelde deed ons besluiten een bezoek aan Park Paleis Soestdijk bovenaan ons to do lijstje te zetten.
Gisteren waren we er.



De sculpturen staan in de tuinen van Paleis Soestdijk, waar ook de “bijgebouwen” die dienst deden in de tijd van Koningin Juliana en Prins Bernard (en daarvoor) nog staan.

De kleedkamers bij de tennisbaan en het buitenzwembad, toen van Olympische afmetingen, nu een stuk kleiner. Op de tennisbaan de verroeste lijntrekker, op de deuren van de kleedkamers het dames- en herenpoppetje.

Het Prinsessenspeelhuisje mét buitenbel voor als de prinsesjes iets nodig hadden

Het Zwitsers ogende speelhuisje  in 1892 gebouwd voor prinses Wilhelmina met het bruggetje dat van hout lijkt, maar van beton is

De, misschien wel oudste nog bestaande,  watertoren van ca.1678.

De Oranjerie, waar oa. de sinasappelbomen (Huis van Oranje) ’s winters werden “gestald” en later, toen het paleis nog te bezichtigen was, tot restaurant gebombardeerd werd.
De ijskelder, waar nu vleermuizen in huizen en DUS niet meer toegankelijk is.

En natuurlijk het witte paleis zelf!  Het oudste gedeelte van Paleis Soestdijk stamt uit 1650.
1928 werd het gebouw als verjaardagscadeau voor Koningin Emma voorzien van elektriciteit en in 1937 werd hier centrale verwarming aan toegevoegd.

De kunstwerken  van de Voorlopers tentoonstelling zijn erg divers. Een paar heb ik vereeuwigd: zoals het waterpaviljoen van Tilly Buy een Gerard Groenewoud; meer dan 1800 potten gevuld met water van dichtbij (paleistuin) en ver weg (de Ganges; Lourdes)

Twee kunstwerken van Bob Hendrikx:
* de levende, duurzame doodskist (2020 ontwikkeld )die zichzelf in de grond afbreekt
* living couch; een opblaassculptuur gevuld met levende algen uit Nederlandse vijvers, sloten en plassen.

Ivan Cremer maakte een sculptuur van materiaal dat al een geschiedenis heeft (vaak gevonden in oude ruïnes)

Marjan Laaper maakte een metershoge video uil, waarvan helaas toen wij er waren alleen de achterkant zichtbaar was; de uil moest kunnen omdraaien ( de foto daarvan heb ik uit de catalogus gehaald)

Ingrid Mol heeft het prinsessenhuisje “bewerkt” :er een kijkdoos van gemaakt; je kijkt door de ramen van buiten naar binnen en ziet prinses Juliana in 3 leeftijdsfasen.

Iliada Charalambous  ontwierp met verschillende stoelen van cement in het hoge gras “een democratisch platform dat uitnodigt tot dialoog”

Lennart Lahuis heeft in een glazen parkhuisje “de koudste dagen” bewaard. De installatie is bijzonder; er borrelen stoomletters op, maar ondanks herhaalde pogingen zijn mijn foto’s niet publiek toonbaar. Dit is echt iets dat u zelf moet gaan zien!

Buiten bij  de watertoren staan picknicktafels, binnen helpen vrijwilligers je aan koffie met koek.
(Daar is ook nog de vroegere ijskelder te zien! Deze was er al vóór dat de buitenijskelder er kwam)
In de huidige vorm is de tuin vooral een negentiende eeuws park, waarvan de tuinen werden aangelegd door de (tuin)architecten Zocher sr. en Zocher jr.
Er staan prachtige oude bomen, zoals de Noordelijke Catalpa (omstreeks 1880 geplant)

Een onderdeel van het park is ook de Springertuin, in opdracht van koningin Emma door landschapsarchitect L.Springer ontworpen (met een Venusbeeld)
We zien ook “ergens” een rozenboog; touwen gespannen met lathyrus er tegenaan én, nu lege, kassen.

Er zijn beeldjes van Bartje en  van een ventje met een eend, maar ook van olifanten, waaronder degene  die op 1976 door voormalig verzetstrijders werd aangeboden aan Prins Bernard.
En, óók op het  vorstelijk/persoonlijke vlak, staat ergens een kleigebakken eendbeeldje  dat wordt toegeschreven aan maakster prinses Beatrix.

De kunst, de waterpartijen met jonge brandganzen… het is puur genieten!


Voorlopers, een echte aanrader om te gaan zien. Ook het Paleispark en de bijgebouwen zijn zeker het aanzien waard!

Eenmaal van het (betaald) terrein af is tegenover het paleis een soort voormalig ”paleisdorpje” waar ondermeer de garage, de stallen, de intendantswoning, woningen voor het personeel en de kwekerij/ boomgaard gevestigd zijn
De boomgaard/ kwekerij van Paleis Soestdijk telt bijna 1 hectare grond. Generaties lang werden er onder meer appels, peren, walnoten, bessen en bloemen voor de koninklijke familie gekweekt. Sinds 2019 beheren (zonder gebruik van kunstmest) een grote groep van vrijwilligers deze plek. Als wij er zijn staat het hek open en kunnen we er even kijken.
Na de mooie parktuinen, de gebouwen en de kunst heeft ook dit stukje “Soestdijk” een koninklijke uitstraling, nog steeds!






Warmelo, zand en groen

Er is een kasteel Warmelo gehetenin Diepenheim (Overijssel); de vroegste leencharter dateert van 1457. De oorspronkelijke verdedigbare vorm was een carré met een binnenplaats, maar die vorm is in de loop van de eeuwen veranderd.

In 1952 werd dit kasteel aangekocht door Prins Bernhard  (de echtgenoot van de toenmalige koningin Juliana) voor zijn moeder Armgard Kunigunde Alharda Agnes Oda von Cramm, Gräfin von Biesterfeld, Prinzessin zur Lippe-Biesterfeld,  die hier verbleef tot aan haar dood in 1971.

Het huidige kasteel is in eigendom van, en in gebruik dóór de familie Avenarius (dus niet toegankelijk)
De tuinen zijn gelukkig wél toegankelijk.

Van 30 april t/m 2 oktober a.s (maandags gesloten) zijn er zandsculpturen te zien; binnen én buiten. Negen kunstenaars uit Nederland, België, Ierland, Polen, Tjechië en Letland hebben met 2.000m3 speciaalzand sculpturen gemaakt; het thema dit jaar is typisch Nederlands!

Binnen (in een bijgebouw) zijn o.a. de sculpturen van Sinterklaasavond, Oudjaarsavond en een draaiorgel te zien.
Dan, eenmaal buiten, is er de vogeltuin: NU helaas verbodengebied vanwege de Vogelgriep! We zien de hokken met de vogels van een afstandje!

Er is een looproute langs de sculpturen uitgezet.
We beginnen op een pad met een overvloedig bloeiende petuniaboom (Hangingbaskets aan stam en takken) en een rij vierkanten bakken met citroenplanten, langs strak geschoren heggen.
Opeens is daar een prachtig doorkijkje naar water. We zullen vaker verrast worden door de aparte wendingen in deze tuinen.

Tuinen meervoud, want  er is o.a. een Franse tuin (17e eeuw), een Engelse tuin( 18e eeuw) een Victoriaanse tuin (19e eeuw) een rozentuin en de vogeltuin. En er zijn waters, grachtjes en vijvers, waaronder een Rococovijver.

We lopen langs de knapgemaakte zandsculpturen, zoals het “Typische Nederlandse meisje” (met Heineken, klomp, tulpen en sigaar(??), de gouden koets voor de Ridderzaal én het carbidschieten (waarschijnlijk afkomstig van de Germaanse joelfeesten) dat in de Achterhoek nog steeds op Oudjaarsdag wordt gedaan (we waren er ooit bij!)

Het tableau van het fierljeppen (polsstokhoogspringen) vond ik bijzonder leuk,; de springer haalt het niet, zijn stok breekt, een toeschouwer (eveneens van zand gemaakt) houdt zijn hart vast.
De springer heeft zich kennelijk aan een polletje vastgegrepen en klimt hier net uit de sloot. Waarschijnlijk is hij kopje onder geweest want een lelieblad mét kikker zit nog op zijn hoofd!

Het lopen door de tuin is een genot op zich, af en toe een “gebouwtje” een houten looppad, een bruggetje over het grachtje en soms het kasteel in de verte.

Een rond koepeltje omringd door cipressen was “gemeubileerd” met een openhaard en bijzondere leunstoeltjes. Varens, braam-en lavendelstruiken omringden het geheel, een romantisch pied-a-terre!

Bij het kasteel is een mogelijkheid om op een terras wat te drinken en te eten.
Ik fotografeer de ingang van het kasteel, de deur waar heden ten dage de familie Avenarius in en uit gaat, of zouden ze zelf een dienst-in- en uitgang gebruiken?

Roodborstje tikt (weer) tegen het raam

In september verleden jaar ( 10 en 14 sept) schreef ik al blogs over roodborstjes; hoe ze aan hun naam komen  (gebeurde bij de kruisiging van Jezus) én waarom ze NIET tegen het raam tikken om binnengelaten te worden (ze zien zichzelf weerspiegelt in de ruit en vallen aan)
Nu las ik weer een nieuw roodborstenfeitje!



De reden waarom roodborstjes zo vaak op kerskaarten staan!

In Groot Brittannië, in de Victoriaanse tijd ( koningin Victoria regeerde van 1837-1901) hadden postbodes een rood uniform, ze leken op roodborstjes (robins) en werden ook Robins genoemd! (De postbodes in die tijd schenen wél op deuren te kloppen om de post te kunnen overhandigen)
Omdat de kersttijd topdrukte voor de postbodes met zich meebrengt ( inmiddels wellicht verledentijd door de mogelijkheden van apps en e-mails) werden toen kerstkaarten met afbeeldingen van “roodborstjes” die tegen het raam tikten of roodborstjes die bij een brievenbus zitten, gemaakt. ( dus eigenlijk de postbode brengt mijn kerstwens naar jou, verdierlijkt in een roodborstje)

Rood (en groen) is dé kleur met kerst (schijnt door de hulst met bessen te komen) dus de roodborst zal nog wel een tijdje( ook zonder een postbode te verbeelden), op huidige, kerstkaarten afgebeeld blijven.

Zelf hebben mijn lief en ik een bijzondere band met roodborstjes en niet alleen in de Kersttijd! Behalve dat we er één in de voortuin én een in de achtertuin hebben, die zo aan ons gewend zijn dat ze niet wegvliegen als we in hun nabijheid komen, hebben we ook op de camping in Engeland nog al eens encounters met robins gehad.

Het zijn vogeltjes die graag mensen om zich heen hebben en wij vinden ze ook leuk!( de meeste mensen denk ik)

Vliegende dieren onderkomens

Wij, mensen, doen nogal wat om vliegende dieren naar onze tuinen te lokken.
We willen vogels, insecten én de enige vliegende zoogdieren “beschermen”; voor uitsterven behoeden; een rustige plek geven om te broeden, maar we willen óók dat ze ons vermaken, voor ons “optreden”, als we ze (vaak) achter glas gadeslaan.

In de loop van de jaren heb ik nogal wat vogelhuisjes, nestkastjes, vleermuiskasten en insectenhotels gezien en soms ook gefotografeerd

Vleermuizenonderkomens
Ik heb er een aantal bijeengezocht om u de variatie  te laten zien.
Variatie ook in “nestkastjes”

De natuur heeft een rijke variatie aan vliegende dieren.
Wij mensen hebben fantasie als het op het maken van hun onderkomens aankomt!

Een insectenhotel is een door de mens, met natuurlijke materialen vormgegeven. overlevingsplaats voor heel wat dieren. (In de onze zitten voornamelijk oorwurmen en spinnetjes)

Er zijn insectenhotels in allerlei formaten en vormen

Iets dat ik zelf nog nooit ergens gezien heb, maar waarvan ik afbeeldingen op internet zag, is een vlinderhotel.
Vlinders overwinteren op een beschut plekje. Zelf heb ik wel eens een overwinterende vlinder op de zolder gevonden
Het leek mij leuk om vlinders in onze tuin een kans te geven om in een “hotel te overwinteren” Maar toen ik las “Blijft je vlinderhotel leeg? Niet getreurd. Vlinders kruipen van nature toch liever op andere plekjes, zoals schuurtjes, houtstapels of struiken.” heb ik maar géén vlinderhotel aangeschaft; ze komen wel “op onze andere plekjes”

Eén woord, meerdere betekenissen

Een psycholoog, van wie ik vroeger les had, had een “stokpaardje” over communicatie.
Hij zei: ”Als ik over een stoel praat denk jij aan een eetkamerstoel, een ander aan een makkelijke leunstoel en weer een ander aan zo’n inklapbare ligstoel. Je kunt op allemaal zitten, maar het zijn verschillende dingen. Met taal communiceren we, maar we moeten ons goed bewust zijn van verschillen in beleving van WOORDEN”
Dit voorbeeld haalde hij aan om ons, toehoorders, duidelijk te maken dat ook abstracte dingen zoals verdriet, boosheid en angst woorden zijn die de uitspreker van die woorden ANDERS kan bedoelen dan dat de luisteraar ze opvangt. Eén van zijn voorbeelden: ”Als iemand zijn kind verloren is en zegt verdriet te hebben, denken we dat we dat kunnen begrijpen, terwijl het antwoord op de enige juiste vraag, om bij benadering te begrijpen WAT in dit geval met VERDRIET bedoeld wordt, zou moeten zijn Hoe ziet jouw verdriet eruit? Pas ná het antwoord op dié vraag gehoord te hebben kun je, als hulpverlener, hulp of steun proberen te bieden.
Het verdriet van jou, als luisteraar, kan totaal anders zijn dan die van de uitspreker van het woord VERDRIET.


Een misschien wat vreemde inleiding op een aantal foto’s van buiten zitplaatsen, maar ik moest denken aan zijn uitspraak (vaak gedaan) over stoelen en de verscheidenheid ervan, toen ik “apart” zitmeubilair in een bos bij Ruurlo zag staan. Kunst met de naam “loveseat” maar gebruikskunst, je kunt er daadwerkelijk op zitten (hebben we ook gedaan).
Als ik “loveseat” schrijf, denkt u niet aan een dergelijk zitmeubel, wil ik wedden.

Ook in een bos stond apart zitmeubilair, in de stijl van het bos mét materialen ván het bos.

In sier-bezoektuinen en arboretum zag ik ook bijzonder zitmeubilair.

En ook parken hebben soms iets anders-dan-anders.

Zitmeubilair staat op plekken om even letterlijk stil te staan en van de omgeving te genieten.
Stilstaan is misschien(te) vermoeiend, daarom zet MEN ergens een stoel of bank neer, soms is dat uitnodigend, soms “alleen maar” mooi om te zien en soms gewoon “puur ongemakkelijk”,
maar het staat er!

Lezing; De tuinen van Monet

lezing
De oorspronkelijke docente die deze lezing zou geven was haar stem kwijt en daarvoor in de plaats hield Yvonne Hilgenkamp, kunst- en architectuurhistoricus deze lezing. Fijn dat de lezing NIET werd afgezegd en op korte termijn deze dame de lezing kon overnemen.

Tot 2 februari 2020 is de tentoonstelling ” Monet – tuinen van verbeelding” te zien in Den Haag in het Gemeentemuseum dat, met ingang van 1 oktober jl. het Kunstmuseum heet.

Naar aanleiding van deze tentoonstelling was deze lezing door de Volksuniversiteit georganiseerd.
Er werd iets van Monet ’s levensloop verteld en op 2 schermen werden zijn werken en dat van sommige van zijn tijdgenoten geprojecteerd.

Claude Monet (1840-1926) maakte op jeugdige leeftijd kennis met Eugene Boudin, een van de eerste Franse schilders die in de open lucht schilderde. Monet zou later meerdere keren verklaren dat Boudin hem in het schildersvak heeft geïntroduceerd en  dat hij veel van hem geleerd heeft

monetDe tentoonstelling in Den Haag gaat over de latere werken van Monet, toen hij in Giverny woonde en zijn eigen tuinen heeft ontworpen en laten aanleggen. De ene tuin was een bloementuin de andere een vijvertuin. Daar heeft hij heel veel schilderijen van waterlelies gemaakt. Voornamelijk DEZE werken zijn in het Kunstmuseum te zien.

Deze lezing gaat over dát werk ná de pauze.
Voor de pauze vertelt Yvonne een en ander over  Monet zelf, zijn twee huwelijken, zijn woonplaatsen en zijn schildersvrienden; zoals Renoir ,Sisley en Turner en zijn militaire diensttijd in de Frans Pruisische oorlog  (1870-1871) waar zijn tante hem uitkocht waardoor hij weer schilderen kon.

Een interessant weetje  dat verteld wordt is de uitvinding van de verftube:
Op 4 maart 1841 kreeg  de Amerikaanse portretschilder en uitvinder (1801-1873) het Britse patent  op de door hem uitgevonden verftube.
Daardoor konden schilders nu ook plein air schilderen ( pleinairisme genoemd) De verf droogde niet uit en kon mee naar buiten genomen worden.   Voor die tijd  werd de verf in varkensblaasjes gestopt.

Nog zo’n leuk weetje vond ik het feit dat Monet waarschijnlijk op de Wereldtentoonstelling in Parijs 1889 voor het eerst waterlelies had gezien en daar zo enthousiast van was geworden dat hij, eenmaal wonend in Giverny,  een extra stuk grond  kocht en daar het riviertje  de Epte (zijrivier van de Seine)liet omleiden om zijn vijver van water te voorzien. Hij legde er een bruggetje( naar Japans voorbeeld) overheen, die op meerdere van zijn vijverschilderijen te zien is.

Eén van de trieste weetjes die Yvonne ons vertelde was dat Monet op een gegeven moment aan één oog zo goed als blind was en aan de andere nog maar 10% zicht had; hij had staar. Het schijnt in zijn schilderijen te zien te zijn aan het kleurgebruik in de tijd vóór zijn staaroperatie.
In 1923 werd hij aan staar geopereerd. Een anekdote vertelt dat hij schrok van het kleurgebruik van het werk dat hij daarvoor geschilderd had.

Een bijzonder familiegebeuren was dat hij, na de dood van zijn eerste  vrouw Camille( oa. geportretteerd in “de vrouw in de groene jurk”  trouwde met Alice Hoschedé
Zij was met haar man(Ernst) en 6 kinderen na zijn faillissement( in 1877), in 1878 in Vétheuil met Monet, zijn vrouw Camille en hun twee zoons Jean en Michel in één huis gaan wonen. In 1891 stierf Ernst en in 1892 trouwde Claude met Alice.
Een van de kinderen van Alice, Blanche, trouwde later (1897) met Jean, de zoon van Claude en Camille. Blanche werd dus naast stiefdochter van Monet ook zijn schoondochter. Zij leerde van hem veel op schilder gebied en werd ook een talentvolle schilderes.(eerste solo expositie in 1927)

Door nu uitleg te krijgen omtrent de ontwikkelingen  die de schilder doormaakte, zijn kleurgebruik en het impressionisme zullen we straks  zeker “anders” naar zijn latere werken, de vijverschilderijen,  in Den Haag  kijken.

Een nachtelijk geluid

Een paar avonden geleden kwamen we thuis van een bezoek aan vrienden. We dronken  wat, rommelden nog wat en gingen toen naar bed.
Ik word uit mijn eerste slaap wakker. Het is nog donker. Ik hoor een raar geluid.
’t Klinkt als een beest in nood. Ik wil weer slapen, maar het geluid blijft aanhouden.
Ik schiet wat aan, pak een zaklantaarn en loop de trap af, schuif de pui open en stap in de donkere tuin. Zou er een dier in de vijver gevallen zijn?
Ik schijn, vissen zwemmen, alles is rustig.
Ik schijn onder de patio, onder het bankje, in het hoekje bij de bamboe; NIETS
Het geluid is er nog wel, een soort schreeuw. Niet van een kat en zeker niet van een vogel. Schreeuwende eksters, Vlaamse gaaien en kauwen horen we vaak genoeg, dit klinkt anders.

berberisBij nader inzien (inhoor) denk ik  dat het uit de buurtuin komt. De berberis heg tussen ons en de buren is bij daglicht al bijna ondoordringbaar, dus ook nu kan ik er niets door zien.
De buren hebben metalen rolluiken, dus waarschijnlijk horen zij niets.

Ik ga naar bed. Het geluid blijft aanhouden.
Nu kan mijn lief er niet meer tegen. Ook hij schiet iets aan en terwijl ik het bed inkruip loopt hij met zaklantaarn de trap af.
Hij blijft lang weg. Het geluid houdt soms even op en begint dan weer.

Als hij  (koud)  weer in bed komt zegt hij nog steeds niet te weten wat de kreten geweest zijn. Een achterbuurman en zijn vriendin liepen ook in ochtendjas met een lantaarntje en gezamenlijk zijn ze de tuin van de buurman in gegaan en hebben gezocht. Niets te vinden.
Inmiddels was het stil en lag iedereen weer in zijn warme bedje.

Zijn het parende of vechtende egels geweest?

Gisteren zag ik DE buurman pas weer. Hij was een paar dagen (en nachten, zo bleek) weggeweest en had (dus) niets gehoord. Hij vertelde wel iets heel RAARS meegemaakt te hebben.
Toen hij ’s avonds laat terug kwam van weggeweest, kwam hij de voordeur in met zijn handen vol, hij deed dus niet meteen het licht in de huiskamer aan. Buiten, door de ruit van de schuifpui zag hij 2 paar ogen. Hij kon de zijnen niet geloven; 2 vossen in zijn tuin!

Thuis googlede ik op krijsende vossen en zag ik een filmpje van Vroege Vogels mét geluid. Het was dát geluid dat we ’s nachts hadden gehoord.
Vossen in onze buurt, je verzint het niet!

Struinen in de tuinen.

muziek in de tuinOp 7 juli waren er tuinen in Amersfoort (en ook in andere steden) die in intieme podia waren veranderd; kunstenaars toonden met hun voeten in het gras hun talent. Elke act duurde 30 minuten, er was geen entreeprijs; een vrijwillige bijdrage werd wel op prijs gesteld; Struinen in de tuinen
Thuis hadden we een paar acts uitgedraaid, die ons leuk leken om te bekijken. De eerste tuin die we wilden bezoeken was “verdekt” opgesteld. Achterom lopend komen we in een tuin, met bank,krukjes en stoelen die klaar staan en waar al wat publiek klaar zit, we schuiven aan.

We zullen een vocalgroup gaan horen.
Er komt een dame  die ons vertelt dat er in het programma een fout is geslopen en dat ze pas gaan optreden om half 2. ( programma vermeldde 12.45) Het spijt haar zeer.
“Maar” zegt ze : “we zijn nog niet gekleed”(dat versta ik tenminste) Dus ik vraag wanneer ze wel gekleed zijn. Een lachsalvo!
Ze zei dat de groep nog niet compleet was.
Hen was verteld dat ze pas om half 2 zouden optreden. De kleding was dus het probleem niet. Ze vraagt of we terug willen komen. Dat gaan we doen.
We verlaten ons bankje onder de vijgenboom.

lucy in the skyWe raadplegen het programma boekje en ontdekken dat als we flink doorlopen net of net niet de Westsingel kunnen halen. Dáár zal in de tuin van de monumentale mannenzaal van het St. Pieters en Bloklands Gasthuis  (gebouwd in 1531)  Lucy in the sky optreden.
We halen het nét niet!
Snel lopend door de mannenzaal (al eerder bezocht, geweldig om de verhalen te horen en zien hoe het daar vroeger toeging) komen we in de tuin. We zien de achterkant van een dame en heer die gitaar zitten te spelen. We strijken neer op een muurtje om niet te storen (alle stoelen zijn trouwens bezet)
Mooie liedjes, leuk gitaarspel, leuke sfeer.
Er komt 2 stoelen vlakbij vrij, dus strijken we neer onder een gigantische appelboom en luisteren comfortabel zittend verder.
Ze spelen nog één nummer na 12.15, dan moeten we daarna echt weer terug “rennen” naar de Bloemendalsestraat voor Vivid, de close harmony vocalgroup in de tuin waar we al eerder waren.

vividEen geweldig optreden onder de leiding van hun dirigent Ruben Smits, die ook de meeste arrangementen verzorgd heeft. Als we de tuin in komen zegt de dirigent net dat de mensen die achterin zitten het misschien niet goed kunnen horen, ”Kom naar voren er is nog plaats”
Niemand staat op, dus wij lopen door naar voren en zitten dan helemaal vooraan.
Genieten! Geweldig optreden van een groep die nog maar een half jaar bestaat.
Ik heb tranen in mijn ogen, mooie stemmen, goede solisten en zeker één lied met een ontroerende tekst! Na afloop praat ik met de dame naast me, die in dat huis geboren is. Ze weet NIET hoe oud het huis is; er is wel een stuk aangebouwd. Toen zij er geboren werd was de tuin veel groter, daar waar nu de Flint staat, vertelt ze.
Bloemendalsestraat
We stoppen geld in de bus en lopen om.
Om het huis van de voorkant te bekijken.
Het is een monument meldt het schildje naast de voordeur. De voordeur gaat open en de huidige eigenaresse staat in de deuropening. Ik vraag  of zij weet wanneer het huis gebouwd  is. Het schijnt moeilijk uit te zoeken te zijn, maar ze weet zeker dat het van vóór 1850 is.
We zijn “vol” van de optredens en hoeven niet meer.(Veel is niet altijd beter)
Genoten, van de zon, de muziek én de tuinen!

 

 

Natuurcadeautjes

Soms geeft de natuur je een cadeautje.
Zoals een paar jaar geleden op mijn verjaardag. We zaten met visite in de kamer die uitzicht heeft op de tuin door een glazen schuifpui (ik ben in de herfst jarig)
Opeens zie ik, uit mijn ooghoek, wat blauws in de tuin. Aan de rand van de vijver zat een ijsvogeltje. We zagen het alle vier. En toen, als kersje op de taart, vloog hij (of zij?) op en ging op het smeedijzeren ijsvogelbeeldje aan de rand van de vijver zitten (geen camera bij de hand helaas)
Het was mijn mooiste cadeau op die dag!

Je moet er natuurlijk wél oog voor hebben.
Mijn nichtje stuurde me foto’s van haar tuin. Ze woont in een gemeente met zo’n 45.000 inwoners met haar tuin grenzend ( door schutting gescheiden)aan een behoorlijk drukke weg.
sieb 2Ze keken naar buiten en zag dit ’s morgens.
Ze zette 2 schaaltjes buiten met water en met vogelzaadjes en dáár was hij weer.
Het blijkt een Siberische grondeekhoorn te zijn (Tamias sibiricus) De soort komt oorspronkelijk uit de Aziatische taigazone. Hij behoort tot het geslacht van de wangzakeekhoorns ( chipmunks)
Volgens mij zijn de Walt Disneyfiguren Knabbel en Babbel (Engelse namen Chip en Dale) naar deze chipmunks genoemd.
Ik las dat deze grondeekhoorn in Nederland wel eens als huisdier wordt gehouden en dan ontsnapt, dat zou in dit geval ook zo kunnen zijn.
Dit soort wordt ook wel boeroendoek genoemd; mijn nichtje en haar gezin noemen hem Sieb.  Hij heet Hij héét grondeekhoorn, maar hij kan goed en hoog klimmen
Een geluk dat mijn nichtje hem NU zag want eindoktober gaat dit soort in winterslaap in een hol onder de grond, wel wordt hij af en toe wakker om te eten.
Zal deze “Sieb” de winter buiten overleven?
sieb