Veranderende tijden

photo of perched common blackbirdHet was stil hier, vanmorgen.
Geen rijdende auto’s af en aan met ouders die, op weg naar het werk, de kinderen bij school droppen.
Geen kinderstemmetjes.

Alleen een merelmannetje zingt vanuit de hoogste boom zijn liefdeslied, ongevoelig voor de Coronacrisis

Ik fiets naar de supermarkt zoals ik elke ochtend rond acht uur doe om door het fietsen alle spieren weer even in beweging te krijgen voor de dag die komen gaat. En ik haal  de dagelijkse boodschappen.

Er zijn meer mensen in het winkelcentrum dan anders. Lopen er normaal bijna alleen vrouwen met een enkele man met bestofte werkkleding die vóór of zelfs tussen het werk door, even een broodje of een pak chocomelk haalt, nu lopen er echtparen in de supermarkt. Ze overleggen bij de schappen. Het lijkt een beetje op de kerst: opeens mag de man meebeslissen over welke aardappels er gekocht moeten worden!

Het is raar maar zelf denk ik ook “opeens” gedachten die ik niet WIL denken.
Op mijn lijstje staan aardappels (er zijn er thuis nog 2)
Altijd haal ik een kilootje. Nu aarzel ik: Zal ik toch nu maar niet 2,5 kilo nemen?
Maffe gedachten! Ik koop gewoon een kilootje ( hoewel  ik even in verleiding werd gebracht)

Ik praat met een medewerker die eigenlijk vrij zou hebben vanmiddag maar toch werken gaat.
Als de vracht aan komt, moeten er handen zijn die de spullen in de schappen zetten.
Wat hij het ergste vindt is dat de hamsterende mensen gelijk krijgen als ze zien dat er schappen leeg zijn, terwijl die lege schappen leeg zijn omdat ZIJ te veel ineens gaan kopen!
Als ik vraag wát er dan nu OP is blijken dat eieren te zijn.
Ik snap mensen echt niet; w.c. papier en eieren! Zijn dát de dingen waar je (als het ooit zover komt)  niet buiten kan?
Of slaan die mensen vast eieren in omdat ze anders misschien met Pasen zonder zitten?
Volgens de medewerker kunnen ZIJ (de supermarkt)  alles nog gewoon bestellen, alleen zijn de hoeveelheden nu zó anders dat dat “even” op zich laat wachten.
hulp

Vanavond gaat de minister president ons, het Nederlandse volk, toespreken.
Dat schijnt heel bijzonder te zijn (de laatste keer mp den Uyl met de oliecrisis)
Ik denk ook dat het nodig is, hoewel  er mensen zijn die wat hij  gaat zeggen bij voorbaat “afschieten”. Zelf zou ik nu niet (eigenlijk nóóit) in zijn schoenen willen staan want WAT is wijsheid nu in deze Coronacrisis?
Ik hoorde in de winkel een gezegde dat IK nog nooit gehoord had: “Achteraf  kijk je een koe in de kont”
Zo is het wel: je kunt achteraf makkelijk oordelen omdat je DAN het eindresultaat kent. In de situatie waarin we NU zitten kan niemand voorspellen hoe dit alles gaat aflopen, óf het wel gaat aflopen.
Zelf denk ik dat déze crisis de wereld zal gaan veranderen, dat ons gedrag MOET veranderen, maar HOE?

Vogelhut I

Tot mijn grote vreugde hebben we de vogelhut, die we eerder NIET konden vinden, nu wel bezocht (blog 28/4) We fietsten weer naar dezelfde plek als toen waar het bordje vogelhut met een pijl stond. Wéér stonden we voor het doodlopende pad begroeid  met brandnetels. Een stuk verder in het gras lag een uit elkaar gereten konijn, geen prettig gezicht.
style eem
Mijn lief zag plotseling een overstapje (ik weet er geen ander Nederlands woord voor, in Engeland noemen ze het een style)
We klommen erover, liepen een klein stukje, en moesten er nog één over vóór we op een pad uitkwamen.

We liepen door de klaver, boterbloemen en hondsdraf en zagen een paar hazen in de weilanden rennen.
Opeens kwam er een bruine hond uit het niets die achter een haas aanging.
In de verte stond een man met een pet “Hou die hond vast, idioot” mompelde ik.
De hond stond stil bij een sloot, de haas was ontkomen, zijn leger in, vermoed ik.
Toen we dichter bij de man kwamen stak hij zijn hand op. Ik zag dat hij een koptelefoon op had en even later sneed het vreselijk geluid van een grastrimmer door de stilte. Geen idee waarom de man, ver van alles en iedereen vandaan een stukje hoog gras en riet aan het trimmen was, het zal wel zijn nut gehad hebben.
vogelkijkhut
We liepen verder en vonden de vogeluitkijkpost

vogelplaat

De deur was dicht, maar binnen waren de luikjes open en hing een geplastificeerde kaart met vogels die je zou kunnen zien. We had den allebei een verrekijker bij ons.

Er gebeurde echter weer hetzelfde als in alle vogeluitkijkposten die ik ooit in mijn leven heb betreden: NIETS bijzonders  te zien: 2 meerkoetjes vlakbij en heel veel zwanen in de verte
De “belofte” dat als je stil bent en alleen maar kijkt, je bijzondere vogels ziet, wordt zelden waargemaakt, is mijn ervaring. (misschien ben ik te ongeduldig en moet je er twee uur of meer in zitten om “iets” te zien?)

We liepen terug door het hoge gras, de hond blafte toen we over de “style” kwamen, de man hoorde of zag ons niet, zijn trimmer maakte ongelofelijke herrie.
Eenmaal bij onze fietsen ging ik, net als op de heenweg, de reigers in de weilanden tellen.
Heen zag ik er 12, op de terugweg 16.
Geen “bijzondere” vogels, wel veel!

Stilstaan bij de dood.

Deze zomer was ik bij een begrafenis; de begrafenisonderneemster liep vóór de auto, de straat waar de overledene had gewoond, uit.
Dát straalde RUST uit. Vroeger stopten de mensen onderweg als er een begrafenisstoet voorbij kwam, men nam zijn hoed af.
Dat stukje respect voor een overledene en de nabestaanden  tonen vind ik mooi!
Even stond men stil bij de dood! Die tijd is voorbij.
We haasten ons suf. Vaak óók bij een begrafenis

stoetIk las in een artikel van een begrafenisondernemer dat lopen achter de kist weer terugkomt. (als de afstand niet te groot is)
De betrokkenheid bij de uitvaart is groter (dan in eigen auto stappen) én het is veel milieubewuster.

We hebben middelen, zodat we niet meer hoeven te lopen, maar zeker bij een begrafenis is het mooi als we even lopen en stilstaan.

In het boerendorp waarin ik woon zag ik een paar jaar geleden mensen lopen achter een platte kar, waarop een overleden boer lag. Twee paarden ( zijn paarden?) trokken de kar en mensen liepen achter de kar naar de kerk.
Het was of de tijd “even” stilstond. Even geen gehaast, maar in gedachten bezig zijn met de dode door te lopen.

Ik weet nog dat, toen we uit het ziekenhuis kwamen waar mijn schoonzusje zojuist euthanasie had laten plegen en we zaten op een bankje voor het ziekenhuis in de zon, dat ik me verwonderde over al die mensen die maar “gewoon” doorgingen, terwijl wij net een geliefd familielid verloren waren. Mensen liepen met gehaaste pas langs ons heen en door de ziekenhuisdeur naar binnen. In mijn beleving had alles even moeten bevriezen; alles even stil moeten staan uit respect voor de dood.

Mijn schoonzusje was leerkracht op een school voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) “Haar” klas was mee naar het bos genomen, waar een leerkracht verteld had dat hun juf was doodgegaan. Na de uitleg was een leraar op  een boomstronk op een iets afgelegen plek gaan zitten; elk kind dat iets over de juf wilde zeggen kon bij hem komen  om dat vertellen.
Op de crematie vertelde de leerkracht wat de kinderen gezegd hadden.
Eén opmerking zal ik me altijd blijven herinneren:
Ik wou dat juf een tweeling was, dan hadden we er nog één gehad.