Doop in Brabant

Zaterdag gigantische regenbuien op sportvelden in Zeist.
Pinksterzondag een heerlijk zonnetje in Noord Brabant.

We hebben de reistijd voor de af te leggen 100+ kilometer ruim genomen en komen DUS te vroeg bij de kerk aan.
Gelukkig is het Brabant, DUS een kroeg (bijna naast de kerk) die open is én een terrasje heeft!
Het terrasje heeft twee tafeltjes, aan één tafeltje zitten 6 mannen en één vrouw nogal luidruchtig  te praten: “Als je allebei dood bent, kunnen je kinderen je hypotheek overnemen ” is de stelling, maar er zijn een paar mannen het daar NIET mee eens.
Wij kiezen het andere tafeltje. Heerlijk in het zonnetje met een lekker koel drankje én met zicht op de kerk. We zien de doopborgen*) op de fiets aankomen; Het feest gaat beginnen!
doopkerkDe St.Jozefkerk is in 1968 ingewijd en is een moderne, lichte kerk.
Voor niet-katholieken, wat mijn lief en ik zijn, is het fijn dat er liturgie wordt rondgedeeld mét voorop een leuke foto van de 500 dagen oude dopeling.
Zo zijn we een beetje voorbereid  van wat er zal gaan gebeuren.
De doopborgen (in dit geval 2 peters) zijn getuigen bij de doop én zorgen in het verdere leven van de dopeling mét de ouders voor de katholieke opvoeding van de dopeling.

De doop is het teken dat de dopeling wordt opgenomen in de christelijke kerk; er bestaat geen aparte remonstrantse doop, evangelische doop of rooms-katholieke doop; kerken erkennen elkaars doop.
De vorm waarin de
 doop gegoten wordt is wel anders dan een protestante doop die ik wél eerder heb meegemaakt, er wordt bijvoorbeeld helemaal niet gezongen

doop2
Er is een ( rituele?) handeling met kaarsen. De peters, geassisteerd door een kleuter, steken 7 kaarsen aan en er wordt gezegd;
In ieder van ons branden 7 vlammetjes:
1e vlam is van de taal,
2de vlam is van de zon,
3de vlam is van de liefde,
4de vlam is van de honger en dorst, (wanneer je zelf vervelende dingen meemaakt, dan kun je meevoelen met andere mensen en zo kun je hun warmte geven)
5de vlam is van muziek,
6de vlam is van hoop,
7de vlam is GOD, die zijn vonken uitstraalt in al wat leeft – dus ook in je hart- waardoor je kunt stralen voor anderen

Er wordt gebeden, er wordt zout**) aan het kind gegeven, een beetje op zijn lipjes (Jezus zei: “Wees het zout der aarde“) en het doopwater wordt gezegend

Onder al deze handelingen en het gepraat van de pastor zit de dreumes bij papa, mama, opa of oma; hij laat alles over zich komen.

De ouders en peters beloven  goed voor de dopeling te zorgen en hem een christelijke opvoeding te geven en dan komt er daadwerkelijk water op zijn hoofdje.
Er is in deze kerk geen doopvont (althans het werd niet gebruikt) Het water, uit een soort lampetkan, wordt in een schaal gegoten en komt dan via de hand van de pastor op het hoofdje van de dopeling; hij doorstaat het manmoedig. (thuis geoefend?)
Dan wordt hij gezalfd met chrisma*** (olijfolie en balsem) een beetje op zijn  voorhoofdje (symboliseert dat hij nu daadwerkelijk een Christen is)
Een mooi moment vond ik dat de ouders en de peters hun rechterhand uitstrekten en boven het hoofdje van het kind hielden en zij allen een gebed uitspraken.

De pastor zegt  de woorden:
Ik doop jou
In de naam van de vader
en de zoon
en de heilige geest.

De pastor, de peters en de ouders met de dopeling gaan “even” naar het Maria altaar, daar speelt “iets” (gebed) buiten ons zicht af.
En zo is de dopeling nu een Christen.
Hij blijft zichzelf, blij dat hij weer “vrij” kan rondlopen.

We vieren zijn feestje nog na bij hem thuis, lekker in de tuin. Dáár kan hij zijn vriendje van dichtbij zien, zijn bretels af doen,cadeautjes ontvangen, zelf rondlopen én lekkere dingen eten.Net als wij.
Het was een mooie Pinksterdag

*) peetouders
**) zout staat voor smaak geven en pit hebben. ( het was vroeger kostbaarder dan goud)
***) chrisma is in de Katholieke kerk één van de 3 heiligen oliën

Ziekenhuizen in mijn geboortedorp

In het dorp waar ik geboren ben waren vroeger 2 ziekenhuizen. Of eigenlijk 3.
Maar het 3e ziekenhuis lag een eind buiten het dorp in het bos en was ooit gebouwd als een sanatorium voor tbc patiënten.
De andere twee waren op geloofsovertuiging gebaseerd: een Rooms Katholiek Ziekenhuis en een Diaconessenziekenhuis.

Het Roomskatholieke ziekenhuis, kortweg RKZ genoemd (in 1893 met 32 bedden geopend) waar onze oudste zoon nog in geboren is, werd in 1991 gesloten (tegelijkertijd met het voormalige tbc sanatorium én tegelijk met het openen van een nieuw ziekenhuis)

In 1918 wordt het protestante ziekenhuis gesticht met 15 bedden: het Diaconessenziekenhuis, later werd het meerdere keren uitgebreid.

In 1983 werd er een fusieovereenkomst gesloten tussen de 3 ziekenhuizen, na veel praten, verhuizen en verbouwen werd in 1991 het daaruit voortgekomen nieuwe ziekenhuis geopend.

ziekenhuisVandaag was ik daar voor onderzoek en aangezien ik me altijd erg nerveus maak voor een uitslag van een onderzoek, spreek ik zo vroeg mogelijk af. Dat is niet altijd slim, omdat ik dan in de ochtendspits zit en héél vroeg van huis moet gaan om op tijd te komen (wat ook weer niet zó naar is, want meestal slaap ik niet zo’n nacht te voor, dus vroeg op ben ik dan toch  al)

Vanmorgen was ik (zo als altijd) té vroeg, maar op tijd om een lichte paniek waar te nemen; bij het opstarten van de computers ging iets NIET goed, dus moest de ICT afdeling gewaarschuwd worden en computers uitgezet, waardoor bepaalde dingen NIET konden.

De assistentes bij deze poli zijn, in mijn ogen, engelen: in het wit gekleed, vriendelijk, geduldig en meevoelend (eigenlijk meer cherubijntjes want ze zijn alle drie aan de mollige kant)
Er liep van alles NIET zoals het moest, maar de drie gratiën bleven vriendelijk en geduldig en hadden onderwijl constant telefonisch contact met de ICT afdeling, die aanmoedigingen kreeg als: – Doe je best-, – we wachten wel af -,  -we organiseren hier wel wat-  en  -neem je tijd, maar zo snel als het kan-.

De assistente die me kwam halen ( uiteindelijk was ik maar 20 minuten later aan de beurt dan mijn oorspronkelijke afspraaktijd) en die ik een complimentje maakte om hun rustige aanpak zei me maar één doel te hebben: ”Als de dokter maar kan doorwerken, dat is het belangrijkst”
Helaas  voor mij geen nieuws van “Alles is oké” .
Wel van “We kunnen het nog een half jaartje aankijken, vóór….
Dus dat doen we dan maar:  het aankijken en er het beste van hopen.
Over, op zijn laatst een half jaar, ben ik dus weer terug in dit ziekenhuis.
Doorgaan met het lezen van "Ziekenhuizen in mijn geboortedorp"