Kort, bijzonder, supermarktgesprek

Ik schrik van het bedrag dat de caissière noemt (de 10 jaar oude port voor een vriend vergeten mee te rekenen)
– Jeetje –
De jongen achter me, begin twintig, vaal spijkerpak met gaten in de broek, petje achterste voren op het hoofd,  nek getatoeeërd met donkere slang of draak, ringetje in het oor:
– Ja, het leven is duur –
Ik:  – Dit had ik niet verwacht –
Hij – Nee, dit is ook niet het leven dat ik had verwacht –
Ik ben even stil (dat gebeurt niet veel) achter deze opmerking gaat héél wat schuil, maar kan ik daar op in gaan, in dit korte moment bij de kassa? of kan ik dit moment zo maar voorbij  laten gaan? Snelle actie is vereist, anders is het moment voorbij.
Maar de jongen is mij voor
– Hopelijk is het in de hemel beter. Wat denkt u? –
Ik reageer meestal primair. Ook nu
– Ik geloof niet zo in een hemel –  (misschien was het in dit geval beter om mijn mening voor me te houden bedacht ik meteen toen ik het uitgesproken had)
Zijn gezicht betrekt. Snel voeg ik er aan toe (als verzachting?)
– Ik geloof in reïncarnatie –
Hij: – Als er geen hemel is, waarvoor is DIT dan allemaal? Ik probeer het goed te doen en hoop dat het hierna, in de hemel, beter wordt. Denkt u wel dat er een tussenfase is?  –
Ik: – Ja, dat zou best kunnen. Ik denk dat het goed is om sowieso proberen het goed te doen, of er een hemel is, of je reïncarneert of wat er dan ook hierna komt of niet komt –
De cassiere is klaar met haar handelingen, ik heb inmiddels gepind.
De cassiere geeft sterk de indruk dat ze “dit soort praat” liever niet aan haar kassa heeft. Ik heb mijn spullen van de lopende band inmiddels in mijn tas gedaan en de jongen heeft zijn ene boodschap afgerekend.
Hij kijkt me aan
– Daar houden we het dan maar bij –
Hij loopt weg.
– Succes – roep ik hem nog na.
De caissière zucht, dit gaat vast een lange werkdag voor haar worden.

Herkomst woorden

Zowel voor mijn verjaardag als voor Sinterklaas en Kerst krijg ik vaak boeken.
Geen romans, meer weetjesboeken of boeken over taal.

Zo ben ik nu in Linea recta bezig over Latijn en Grieks.
De herkomst van woorden heeft me altijd bezig gehouden. In kerken of bij historische monumenten probeer ik ook altijd de inscripties te ontcijferen (en vindt het steeds weer “jammer” dat ik geen Griekse en Latijn in mijn opleiding heb gehad)
Ik ben ooit, lang geleden,  een half jaar lang met een leerboek Latijn mezelf gaan leren vertalen. Enig was dat en het ging ook best goed, maar dan komen er andere beslommeringen en verdwijnt het boek achter in de kast (en daar ligt het bij mijn weten nog steeds)

NU lees ik bijvoorbeeld dat het woord diploma komt uit het Grieks en dat het van duplus komt, een dubbelgevouwen papiertje; een bewijs van wat je kan.
Een stapje verder is een man of vrouw die naar het buitenland gaat mét een dubbelgevouwen papiertje waarop staat wat hij of zij kan: Zo iemand is een diplomaat.

Dat de D in het Latijn staat voor het getal  500 weet ik. Wat ik NIET wist dat het komt van het woord dimidium  wat uit het Latijn komt en staat voor helft. (de helft van duizend, dat aangeduid wordt met een C)

Nog zo’n herkomst van een woord die ik niet kende komt van een Griekse mythe:
De Griekse God Hermes, de buitenechtelijke zoon van Jupiter, was boodschapper van de Goden. De berichten deed hij in een kokertje dat hij waterdicht afsloot.
Voelt u hem aankomen?
Afsluiten zoals Hermes deed, is hermetisch afsluiten!

Het woord carnivoor (vleeseter) komt van het Latijn; caro is vlees.
Ook in het gerecht Chili con carne komt het vleeswoord voor.
In het woord Carnaval ook, maar dat had IK nooit door; in dit boek las ik dat dát komt van het vasten: niet vlees eten tot Pasen.
Nog een woord waar ik het caro vleeswoord niet uitgehaald had: reïncarnatie.
Letterlijk is reïncarnatie dus hervervlezing.

Er kom vast nog meer weetjes  want mijn boek is nog niet uit.
Dus als u interesse heeft houdt de column Herkomst woorden II in de gaten

linea

 

Linea recta geschreven door Geert van Zandbrink uitgegeven bij Prometheus