Polderland

Gisteren hebben we een route gefietst door polderlandschap Eemland.
Eerst over een dijk met aan weerskanten besmette (processierups) eiken. Het was mooi weer, dus hadden we T-shirt en “blote” broek aan; maar hopen dat de rupsenhaartjes de andere kant opwaaiden.

stiltegebiedDan door een stiltegebied langs eindeloos lijkende weilanden. In één zo’n weiland staan veel schapen, geen greintje schaduw te vinden. Dan zo’n wollen jas aan hebben!! Ik heb me laten vertellen dat boeren wel een afdakje o.i.d. willen maken, maar dat de gemeenten daar geen vergunning voor geven: bestemmingsplan onbebouwd is onbebouwd. (Misschien wel terecht, maar als het nog warmer wordt, zoals verleden jaar, is dat NIET diervriendelijk!)

fietspont

We komen bij een zelf te bedienen fietspontje. Aan de overkant van de sloot staat een dame met een fiets te wachten tot wij aan de overkant zijn (de pont ligt aan onze kant) Er staat een bord wat we moeten doen met veel waarschuwingen. De dame mét fiets woont hier kennelijk in de buurt want ze vertelt ons, als we “over”zijn, dat er regelmatig mensen naast het pontje vallen bij het eraf en erop gaan! Géén overbodige luxe dus, die waarschuwingsborden.

Er zijn ook hier veel weilanden met niets: geen dieren, alleen gras.
We zien één haas in zo’n weiland. Naast het pad staat een bordje vogelboulevard.
Helaas zien we maar 2 scholeksters; prachtig met hun oranje/rode poten en snavel.
Er scheren af en toe zwaluwen over het pad.
Hier moet ik  denken aan een weersvoorspellend rijmpje:
Vliegen de zwaluwen laag,
dan blijft het droog vandaag
.
Zo ziet het er ook uit vandaag: droog.
Verderop in een paar weilanden naast elkaar tel ik 40 paarden, misschien een stoeterij?
Hollen of stilstaan hier: veel weilanden met NIKS en dan opeens; veel schapen, koeien of paarden. Wisselweilanden?

Aan het eind van de route:  Polderrestaurant De Haven van Eemnes. We beklimmen een trap en zoeken een plaatsje in de schaduw; het terras kijkt uit over haven en polder


We bestellen iets te drinken, met niets te eten erbij, tot groot verdriet van de enige terrasmus hier, die van stoel op stoel hipt, op onze tafel komt kijken en ons vragend aankijkt;geen taart? Bier hoeft hij niet.

Na het genieten, drinken en afrekenen dalen weer af tot normaal niveau en fietsen weer langs  weilanden. Nu zien we twee reigers. Het rare is dat hier nu in de “lege” weilanden enorm veel houtduiven zitten. In één wei langs het fietspad tel ik er 9! Wat zoekt een HOUTduif in een weiland?

Ná de weilanden komen we uit bij wel een leuk laantje máár met allemaal roodwitte linten met PAS OP er langs. Ik trek toch maar iets met lang mouwen aan en hoop er het beste van. ( gelukkig allebei géén last van JEUK gekregen)
Eén van de laatste paadjes waar we overheen fietsen is zand met stenen en DROOG; grijze stofwolkjes stijgen op onder de fiets voor me.
Boven een weiland zie ik een enorm grote roofvogel (helaas geen verrekijker meegenomen) zou het de zeearend zijn, die op het eiland De Dode Hond zijn domicilie heeft gevonden? Het zou zo maar kunnen.

Leuke fietstocht, heerlijk weer, lekker bier.
Ik had op deze poldertocht wel wat meer vogels verwacht.

Polderlandschap in de winter

Een koude zondagmorgen in een polder in de provincie Utrecht.
Overal weiland met dijkjes, bruggetjes en stukken, door de regen ondergelopen, grasland. Een hekje door en meteen wegzakkend in zompig gras.
Doorzetten; de laarzen zijn aan en de broekspijpen zijn na 3 stappen toch al modderig.

Het silhouet van een witte reiger in de verte, zijn slanke hals omhoog geheven, het geluid van een troep overtrekkende ganzen en in een poeltje twee statig zwemmende zwanen. Ze lijken te luisteren naar eventueel ritselende plastic zakjes, waar brood uit kan komen. Helaas. Mensenvoer maakt ze afhankelijk en kwetsbaar, dus geen brood van ons. Zwemmen ze nu teleurgesteld weg of was de verwachting toch al niet hooggespannen?

Op een ander poeltje ligt een vliesdun laagje ijs, dunne lijntjes lopen er overheen. Bijna al het riet is eerder al gemaaid en weggehaald, maar er zijn al weer nieuwe scheutjes tussen de overgebleven korte stengels in het water te zien. Winter en de opkomende lente ineen.

Een bruggetje over een slootje is bedekt met gaas; er is aan de wandelaars gedacht, geen geglibber hier. In de verte staat, bij een doodlopend weggetje een auto, erin zitten twee mensen met telelenzen. We houden onze pas in en kijken waar zij naar kijken: op een hekje vlakbij, zit een torenvalk. We houden onze pas in, de fototoestellen klikken door het open autoraampje. Vóór ze het raampje dichtdraaien en wegrijden, steken ze hun duim naar ons op.

We komen op een keien paadje, het lopen op de zompige ondergrond is verleden tijd, we schieten  veel sneller op. Dát is de bedoeling niet! Ergens bij een hek zien we een “stepstool”, een met traanplaat bedekt opstapje; er mag dus over het hek geklommen worden. We maken een ons rondje groter door deze “bocht” erbij te nemen.
Ook over deze stepstool is goed nagedacht, geen houten planken die door de regen spekglad kunnen worden, maar een hoge, meerdere treden antislip overstap.
We komen 2 fietsers tegen, beiden hebben een fototoestel met telelens erop om hun nek hangen. Het valt op, tegenwoordig heeft iedereen ( in musea, op straat en in de natuur) mobieltjes om foto’s mee te maken. Op deze zondagochtend komen we “echte” natuurfotografen tegen.

We zien een troep (toom) ganzen grazend in een ver weiland; we horen de geluiden van “klokkende” meerkoeten in de plas en voor ons zien we overal sliertjes ganzenpoep op het pad liggen.

De zon schijnt, we zien de spiegeling van de wolken in de vennetjes en in de verte, op de dijk rijdt af en toe een auto. Een winterse zondagochtend wandelend in een open landschap; het verruimt de blik.