Focus op Suezkanaal

Het Suezkanaal, meer specifiek het 224.000 ton wegende containerschip Ever Given ( Charteraar Evergreen, thuishaven Panama) heeft even in het wereldnieuws gestaan.
23 maart maart blokkeerde een containerschip bijna een week één van de belangrijkste vaarroutes ter wereld: het Suezkanaal. *)
Elf sleepboten en twee zeesleepboten waren bij de operatie van het lostrekken betrokken en 30.000 kubieke meter zand werd weggebaggerd door de Nederlandse baggeraar Boskalis



Dit nieuws bracht mij bij het Suezkanaal. Hoe kwam dat er ook al weer?


De vaarroute essentieel verkorten met een kanaal van 193 kilometer tussen de Rode Zee en de Middellandse Zee dwars door de Egyptische woestijn dat wilden vroeger wel meer machtige mannen laten gebeuren.
Onder andere Napoleon (rond 1800) leek dat wel wat, maar hij blies het plan af. Overigens om een NIET geldige reden, zo bleek decennia later, zijn ingenieur had een rekenfout gemaakt en foutief geconcludeerd dat er sluizen met 10 meter hoogteverschil moesten worden aangelegd. Dat werd te gek en ging Napoleon dus NIET doen.

In 1859 ging de eerste pikhouweel de woestijngrond in, Graaf Ferdinand Marie de Lesseps, Franse ingenieur en diplomaat was de initiatiefnemer; hij kreeg het geld bij elkaar.
Op de plek waar men begon te graven, midden in de woestijn, werd een stad gesticht om de arbeiders onder te brengen.: Port Said.
Voor de drinkwatertoevoer werd een ruim zoetwaterkanaal gegraven (dát kanaal voert nog steeds drinkwater van de Nijl naar de steden langs het Suezkanaal aan )**)

Duizenden arbeiders zijn tijdens het werk overleden en ook dwangarbeiders werden ingezet.
Ik las dat de bouwers, na aanvankelijk met scheppen te zijn begonnen, later ook machines  gebruikten om het mulle woestijnzand weg te baggeren in plaats van te graven. Land werd onder water gezet en vervolgens weggezogen. Zo werd in totaal 75 miljoen kubieke meter zand weggehaald.
Lesseps had gerekend op een duur van  6 jaar; het kanaal aanleggen duurde echter 10 jaar en het berekende budget werd 2x zo hoog.


Vanwege deze budgetoverschrijding kwam de kunstzinnige uiting voor de bijzondere vuurtoren bij Port Said te vervallen. Het plan was een  toren in de vorm van een dame met een toorts, maar het werd een sobere vuurtoren.


Die dame met die toorts kwam er wel, maar niet op die plek!  De Franse beeldhouwer Frédéric Auguste Bartholdi kon zijn creatie in 1876 in iets aangepaste vorm bouwen in New York : het staat sindsdien bekend als het Vrijheidsbeeld.





*) De 193 kilometer lange waterweg tussen de Rode Zee en de Middellandse Zee is goed voor ongeveer 12 procent van de wereldwijde goederenhandel. Normaal gesproken wordt dagelijks voor bijna 10 miljard dollar aan goederen via het Suezkanaal vervoerd.

**) nu wonen er ca. 700.000 mensen in Port Saïd






Beroepen van Toen

Soms als ik, via internet, met genealogie bezig ben en een voorouder*) “ontdek” staat daar een beroep bij. Niet zelden is dat een ambt dat nu niet meer bestaat.
Ik heb een lijstje gemaakt van een paar van die beroepen en uitgezocht wat die voorouders  precies deden.

Touwbaander:
Honderden jaren geleden werd er in de Krimpenerwaard op vele plaatsen hennep verbouwd. Dat gebeurde in het bijzonder van de bastvezels van de hennepplant. Daar werd touw van gemaakt. De bossen ruwe hennepvezels werden door de hennepteler verkocht aan de eigenaars van touwbanen, die maakten er touw van.
De mensen die in de touwbanen werkten werden touwslagers, touwbaanders of kortweg ook wel baanders genoemd.
Er werd gesproken van een touwbaan omdat de plaats waar het touw werd gemaakt bestond uit een lange strook grond (een baan) van ongeveer 50 tot soms wel 100 meter. Dat was nodig om de lange touwen te kunnen maken.
Het maken van die touwen werd ‘touw slaan’ genoemd.

Ik heb, jaren geleden, de resten van zo’n touwbaan in Vlaardingen gezien;inderdaad een lang smal gerekte “baan”.

Scheerder
Ik dacht dat dit misschien een schapenscheerder zou zijn, maar die zouden dan maar een bepaalde tijd van het jaar werk hebben. Het blijkt dat vroeger met een scheerder meestal een varkenscheerder bedoeld werd.
Varkenshaar werd (wordt misschien nog  wel eens?)  gebruikt  om borstels en kwasten
van te maken.

Loper
Een loper was een bode, om berichten over te brengen, maar ook liepen “lopers” voor koetsen (van rijken) uit, dat waren voorlopers

Pettenmaker
Lijkt duidelijk, hij maakt petten. Wat we dan wel even moeten weten dat een pet een hoofddeksel was anders dan dat we nu een PET noemen.
Het was een hoofddeksel dat mannen en jongens buitenhuis droegen, een soort ronde muts of baret met een klep van voren om tegen de zon of regen te beschermen.
Petten, maakten (en maken) ook deel uit van een uniform.
Eerst maakte de hoedenmaakster  ook petten, later werd het een apart beroep.
Er waren meerdere beroepen in de pettenbranche, er bestond ook als beroep pettenknipster!

Sjouwer
Een sjouwer  of sjouwerman was een arbeider die werkte aan het laden en lossen van schepen, aanvankelijk ruw werk bij schepen of scheepswerven.

Dat Napoleon ervoor gezorgd heeft dat wij (Nederlanders) allemaal een achternaam hebben in plaats van een patroniem (Janszoon, was de zoon van Jan, Pieterzoon was de zoon van Pieter) schijnt een fabeltje te zijn dat velen van ons wél op school hebben geleerd: Toen het Koninkrijk Holland door Frankrijk werd ingelijfd gingen ook de Franse wetten (Code Civil) hier gelden. De regels van wat we nu de Burgerlijke stand noemen werden van kracht. Dat hield in dat men tussen 1811 en 1812 naar het gemeentehuis van zijn of haar woonplaats kon gaan en een achternaam kon opgeven. Toen waren er mensen die van patroniem Pieterszoon Pietersen maakten, van  Klaaszoon, Klaassen én er waren die van hun beroep hun naam maakten.

Misschien is dat gebeurd bij de  voorouders van de groenteman die in al meer dan 100 jaar op de markt in Hilversum staat:  hij heet Sjouwerman.
sjouwerman

*) Ik zie voorouder heel breed, zoek ook de vader en moeder van mijn oma en daar weer allebei de ouders van neem ik mee in mijn onderzoek (soms ook de andere kinderen) Breed, maar leuk om te doen (en je blijft bezig)

 

De geschiedenis van het linksrijden

Ooit reden we allemaal links, óók in Nederland.
Dat had te maken met ridders en zwaarden.
Omdat de meerderheid van de mensen rechtshandig was en is, maaiden ze vroeger, vanaf hun paard, met hun zwaard in de rechterhand andere ridders neer (althans ze probeerden dat)
Dat zwaard zat links “omgord”
Een ridder stapte links op zijn paard en dus was linksrijden toen logisch.

In Het Verenigd Koninkrijk en in de meesten van hun vroegere koloniën rijdt men nog steeds links (denk aan Australië, Cyprus, Nieuw Zeeland etc)

Nederland had ook koloniën; in 1596 zetten ze voet aan wal in Indonesië en voerden daar ook het linksrijden in. Ook in Suriname ging dat zo.

Waarom zijn WIJ rechts gaan rijden?
Dat kwam door Napoleon! Linksrijden was, vóór Napoleon, een privilege van de Franse aristocratie.
Door de Franse Revolutie werd IEDEREEN gelijk, dus besloot Napoleon dat RECHTS (de kant van het volk) rijden voor IEDEREEN verplicht werd.
Eerst was dat alleen in de landen die Napoleon veroverde, later werd dat ook n de omliggende landen.

Suriname en Indonesië zijn NIET meegegaan met het rechts gaan rijden en daar rijden ze DUS nog steeds links.

Bij mijn weten is Zweden het land dat het laatst omgeturnd is van links naar rechtsrijden, dat was in september 1967 groot nieuws herinner ik me.

Nu zou, met de enorm drukte op de wegen, het veranderen van links naar rechtsrijden niet meer zonder veel  problemen en ongelukken mogelijk zijn.