Op vakantie gaan

Met vakantie zijn is super.
Op vakantie gaan, de voorbereidingen, het nadenken wat mee moet, het “schoon ”achterlaten van je huis, vind ik de mindere dingen van vakantie.

Ik ben een voorbereider: als ik weet dat we met vakantie gaan, wanneer en waar naar toe, ben ik al tijden van te voren “dingen” op de logeerkamer aan het leggen die mee moeten.
Die kamer wordt “dus” een rommelkamer, waar ik, omdat ik er veel te vroeg aan begin, ook regelmatig weer dingen uithaal omdat ze toch nog eerder nodig blijken te zijn.

ak
Omdat we (bijna) altijd kamperen is er behoorlijk wat spul nodig
We hebben een vouwwagen, daar zit veel “altijd” al blijvend in.
Maar er zijn dingen die je de rest van het jaar OOK nodig hebt, dus er is ook e.e.a. UIT.
Dát moet vóór de vakantie weer aangevuld worden.

 
Dat is niet alleen een kwestie van pakken en op de goede plek leggen, maar voornamelijk van NADENKEN.
En daar zit mijn probleem, ik denk te veel. Er is geen ruimte voor dit soort EXTRA dingen.
Ik denk aan een (erg) zieke vriendin, aan een vriend die, tijdens onze vakantie een operatie moet ondergaan  aan familie die gaan verhuizen (en we na onze vakantie gaan helpen)  aan  “menselijke” dingen. Daar komen dan nog de “dagelijkse” dingen bij, de boodschappen, verjaardagen etc. MIJN hoofd is daarmee vol!

De vakantievoorbereidingen komen daar dan bij, ik word al moe  als ik eraan denk.
Er zijn mensen die lijstjes maken. Ik maak er maar één: zodra ik me iets herinner dat ik MOET doen, maar NU (nog) niet kan, komt het op de lijst.  De rest van de “lijstjes”blijft in mijn hoofd zitten. Het leuke van een fysiek lijstje hebben is het WEGstrepen

Mijn  lief en ik hebben “eigen” dingen te doen, dat is niet afgesproken, maar zo gegroeid.
Hij hoeft niet aan MIJN werkzaamheden (wat moet er mee, voedsel voor onderweg, wie zorgt voor huis en haard als we weg zijn, is de koelkast leeg etc) te denken en ik niet aan de zijne (auto inpakken, huis en tuin veilig achterlaten, verzekeringen, technische zaken, auto nagekeken, reservespul en verbandkist mee)

Ik dacht dat het altijd zo met stellen ging, maar een paar jaar geleden was ik bij voorbereidingen van een bevriend koppel. Zij liepen, in mijn ogen, achter elkaar aan te alles werd samen gedaan en nagekeken en weer gedaan.
Ik vind ONZE methode efficiënter.

Als we in de auto zitten om te vertrekken en ik zucht”Als ik alles maar heb”
pareert mijn gade altijd met ”Zo niet, dan kopen we het daar wel”.

(Die relaxte houding was er niet altijd, want toen ik op huwelijksreis de PIL vergeten was, en je die NIET zonder recept kon krijgen, was dat ANDERS! Toen we, halverwege  ons reisdoel zijnde, terug naar huis moesten rijden, was er best wel even “een spanningsveld”)

Pas als we dan in de auto zitten en een stuk gereden hebben, dán begint het grote genieten, want minstens zo belangrijk als de bestemming*) is de reis erheen.

*) We hebben eigenlijk nooit een bestemming, alleen een streek, voor ogen, zien dáár wel hoe of wat en trekken rond, totdat we weer naar huis moeten/willen.

Stress

Vroeger had men het over “overwerkt” of “overspannen”
Nu zijn de gangbare termen daarvoor “stress” en “burn-out”.

Ik heb ooit geleerd dat als de belasting die je krijgt opgelegd (of je zelf oplegt) groter is dan je draagkracht, komt er spanning en als dat lang aanhoudt wordt dat overspanning.

Ik las dat tegenwoordig 1 op de 6 mensen (1 op de 5 vrouwen) burn-out of stressklachten krijgt.
Als reden waarom het heden ten dage meer voorkomt dan in de dagen van onze ouders geeft men aan dat door de sociale media men zich nu kan vergelijken met bijna IEDEREEN, terwijl onze ouders dat alleen met naaste vrienden en familie konden doen.

Toen ik ooit een burn-out werd ik naar een ARBO arts gestuurd. Een jonge, vlotte vent.
Hij hoorde mijn symptomen aan (niet slapen, “zomaar” huilen, onrust, vermoeidheid en niet kunnen concentreren)  en schreef eerst 4 weken rust voor. Dat vond ik te veel, ik wilde eerder terugkomen en “er iets aan gaan doen”
Dat mocht niet, alleen slapen, rusten en “leuke dingen doen”, zoals wandelen en fietsen.
Na die maand, onderzocht hij me en gingen hij en ik praten over het werk en kreeg ik, behalve slapen, wandelen  en fietsen ook “huiswerk” mee: gericht nadenken over mijn baan. Wat vond ik ervan? Wat wilde ik? Hoe was de werkdruk? Kon daar wat aan veranderen? Kon IK daar wat aan veranderen? etc.
Duidelijk was voor hem én mij, dat het werk én de manier waarop ik invulling aan deze baan wilde geven een groot deel van de oorzaak van de overspannenheid waren.
Ik was al wat kalmer geworden en sliep ook meer dan eerst.
Toen ik weer bij hem terug kwam en tot de conclusie was gekomen dat deze baan eigenlijk NIET voor mij was en dat ik wat anders ging zoeken, mocht ik van hem NIET opzeggen. Ik moest er een tijdje tussen uit; andere omgeving.
Daarna zouden we het er weer over hebben.
Die “vakantie” kwam goed uit want een vriendin vroeg me  kort daarna 3 weken mee naar haar dochter in het buitenland. De arts gaf zijn oké.
Twee dagen na het artsengesprek  werd ik door de directeur van mijn bedrijf opgebeld; Waar ik het idee vandaan haalde om met vakantie te gaan; ik was ZIEK of ik was BETER en als ik beter was kon ik werken.
Ik kon niets zeggen, alleen maar aan de telefoon staan te trillen. Diep in mijn hart vond ik dat ze gelijk had. Uiteindelijk stamelde ik dat de Arbo arts het had voorgesteld.
O ja? Dan zou ze HEM wel eens even bellen. Ze hing op.

Een half uur later ging de telefoon weer. De directeur: Ze had het verkeerd begrepen en natuurlijk mocht ik met vakantie gaan: alles voor mijn herstel.
En poeslief “Of ik contact met haar op wilde nemen als ik terug was?”
Ik knikte. Dat zag ze niet door de telefoon, maar ik neem aan dat ze het wel begreep. Ik zei goedendag en legde neer.
Drie dagen later kon ik terecht bij mijn ARBO arts. Ik wilde  voor ik weg ging duidelijkheid van hem, ik voelde me ook schuldig om weg te gaan.
Hij vertelde dat hij met haar gesproken had en dat ze NU begreep dat ze over een week of drie zou horen WAT er zou gebeuren maar dat dat MIJN beslissing was. Hij keek me erg indringend aan
”Er zijn werknemers die maanden thuis blijven, ziek of niet. Ik heb JOUW directeur uitgelegd dat jij niet zo bent. Dat jij wilt doen wat goed voor JOU is EN  dat wat goed voor jou is ook goed voor HAAR is; een goede werkneemster terug of een vrijgekomen plek waar ze iemand anders neer kan zetten. NU snapt ze het.
Hij zag wat ik zeggen wou en werd streng: “Nee, je gaat niet NU opzeggen, je gaat met vakantie, ontspant én denkt na. Als je terug komt weet je zeker wat je wil en ga je  praten over HOE je dat gaan aanpakken, NIET NU!’

Ik ben die man dankbaar. Ik ben teruggekomen met de wetenschap dat deze baan NIET voor mij was. Ik heb, in overleg, 2 maanden opzegtermijn gevraagd,  dan kon ik een andere baan zoeken en de directeur een andere werknemer.
Ik had binnen die 2 maanden een andere, leuke baan, geen last meer van “overspanning” gehad, nooit meer.

Ik wens iedereen zo’n Arbo arts toe, met aandacht voor de werknemer én voor de werkgeefster!