De natuur bij Kootwijk

In 1900 heeft de Heidemaatschappij op de zeer grote, zich uitbreidende, zandverstuiving bij Kootwijk in Gelderland een enorme hoeveelheid grove dennen geplant.
De meer dan honderd jaar oude grove dennen houden nog steeds het verstuiven tegen.

Onder die vele dennen kun je sinds 1961, op een natuurkampeerterrein je tent, vouwwagen, camper of caravan neerzetten.

Er zijn wallen en het terrein heuvelt, waardoor de grote camping, toch een intiem karakter krijgt
Wij kampeerden met onze rug naar zo’n wal die, door het droge weer en bedekt met dorre bladeren, zand en takjes, bij de minste geringste aanraking, een ritselend geluid maakte.

’s Avonds kwam het geritsel van de muizen, kleine kraaloogjes staarden in onze aangeknipte zaklantaarns.
Aan het eind van de middag en ’s morgens vroeg kwamen de eekhoorntjes: ze renden op de wallen op zoek naar gevallen eikels. Ze krasten met hun nagels op de bomenstammen of sprongen van tak tot tak, waardoor de rijpe eikels naar beneden ploften. Een wonder dat we geen van allen eikels op ons hoofd hebben gekregen.
We zagen soms drie van die bruine pluimstaarten tegelijk.

De auto’s moeten buiten het kampeerterrein op diverse daarvoor aangelegde parkeerplaatsen worden gezet. “Ons” parkeerterrein was vlakbij de afvalcontainers.
Lopend op weg daar naar toe, stak een hert het zandpad over, bijna zo dichtbij dat we hem (of haar) konden aanraken.

Onder de caravan van de buren, die veel weg waren, zagen we keer op keer kleine vogeltjes rondhippen. Op een keer kwam één van hen dichterbij en konden we deze goed bekijken, het staartje stond rechtop: een winterkoninkje! Nooit eerder zag ik er 3 tegelijk.

Toen we broodkruimels strooiden kwamen er vinkjes op af, gewone maar ook een mooi gekleurd appelvinkje.
We hoorden regelmatig het getik van een specht. Vlakbij onze vouwwagen was een boom met  een dode tak, als de specht daarin zat te kloppen gaf dat een heel apart geluid, dat we al snel herkenden, zo konden we de grote bonte specht lokaliseren.
zanglijsterMaar het aandoenlijkste was toch wel onze huisvriend((in). Een hele “tamme” zanglijster.
Zij kwam onder onze stoel en zelfs als je opstond schrok ze niet en vloog ze niet weg.
Ze at broodkruimels bijna uit de hand.
Toen iemand me appte dat de dieren met deze droogte behoefte hadden aan water zetten we een schoteltje water neer.
De zanglijster vond het prachtig, ze dronk én doopte haar staart erin.

De buren legden hun slaapzakken buiten neer en sliepen buiten. Op een ochtend zat de zanglijster bij het hoofdeinde en kon de vrouw van wel heel dichtbij foto’s maken. Het stel sliep overigens ook wel eens ’s nachts in een hangmat, die ze tussen 2 bomen hadden gespannen. Geweldig dat het in Nederland nu zulk weer is dat het mogelijk is. Zelfs geen avond of ochtenddauw: droog slapen en droog wakker worden.

Laat in de avond zagen we in het open stuk lucht tussen de dennen de vleermuizen razendsnel heen en weer schieten. Vermoedelijk op muggenjacht.

De natuur is in de Harskamperdennen op aanraakafstand.