Natuur en kunst

Genieten van de natuur.
Nu, gedurende de lockdown nog meer. Omdat er zoveel NIET meer kan.
Kunst kijken op computer kán, maar haalt niet bij het lopen in een museum en de echte werken dáár zien.

Van Gogh                                                                         foto

Veel schilders hebben zich laten inspireren door de natuur en hebben hun eigen impressie gegeven van een boom, een bloem, een landschap.
Die, vaak beroemde, werken hangen in musea.
Eigenlijk doen heel veel mensen hetzelfde, ze vereeuwigen met  fototoestel of hun mobieltje “iets” in de natuur.
In sommige gevallen delen ze dat met anderen.

Monet                                                                        foto

Ik kijk méér op mijn mobieltje gedurende de lockdown dan óóit te voren; het is mijn contact met de buitenwereld, nu ik zoveel mensen niet in het echt kan zien of spreken.
Er valt me een verband op met de gedeelde natuurfoto’s en  de kunst die ik ooit “ergens” gezien heb.

Monet                                                   foto                                           schilderij van mijn pa

Dát wil ik ook graag met u, mijn bloglezers/lezeressen delen.
Misschien vallen u ook overeenkomsten op tussen uw geappte foto’s en de kunstwerken van GROTEN der aarde (of de niet-groten!)

van Gogh                                                                 foto

Op weg naar Monet

Op 7 november blogde ik over de lezing van De tuinen van Monet.
Vandaag was het zo ver: we zouden we naar Den Haag gaan.
Sinds september van dit jaar heet het Gemeentemuseum Den Haag  het
Kunstmuseum Den Haag”.
De reden van de naamswijziging was dat het Gemeentemuseum vaak werd aangezien voor het gemeentehuis; er kwamen mensen die daar hun paspoort  wilden verlengen en zo.  Dus werd er voor een naamsverandering gekozen!

We gingen met zijn drieën naar de tentoonstelling. Onze derde man moest tot 3 uur werken, dus spraken we af om op die tijd  samen naar de tentoonstelling te gaan.

Vóór die tijd ( ’s morgens)  zagen we dat de autoruit bevroren was en ook het water in het vogelwaterbakje had een dun ijslaagje. Hoog tijd om de buitenkranen voor de vorst af te sluiten.
Achter de voordeur onder de mat zit een luik, onder dat luik zit een diep gat waarin de kraan die afgesloten moet worden. Mijn lief zou dat even doen, als ik dan de buitenkranen even één voor één open wilde zetten. Hij haalde het luik weg en ging even de looplamp in de garage halen om goed “beneden” te kunnen rondkijken. Zijn gedachten waren kennelijk “even ”ergens anders, want hij stapte mét de looplamp de deur binnen en viel prompt in het gat. Dat was mega schrikken.
Hij was woest op zichzelf (ik zal niet herhalen hoe hij zichzelf noemde) Gelukkig kon hij uit het gat komen, wel  met een  pijnlijke  knie. Toen hij uit het gat was, zagen wij dat hij terechtgekomen was op de waterleiding, die had zijn gewicht niet kunnen dragen en er spoot water uit. Gauw de hoofdkraan waterleiding dichtdraaien dus.
Dat moet gebeuren in de meterkast waar eerst de sjoelbak uit moest (én  waar ook de spullen voor als er een ramp plaatsvindt, staan. Daar was je ooit als burger min of meer  toe verplicht;  een radio om overheids boodschappen te horen, een fles water, tandenborstel, w.c.papier, lucifers e.d..)

Na een tijdje spuit de waterleiding niet meer, hij drupt en daar kan ik (op mijn buik liggend) een bakje onder zetten. Ik bel een loodgieter, mijn lief legt een ijszak op zijn knie. De loodgieterservice zegt binnen een kwartier terug te bellen en doet dat ook.
Een lokale loodgieter kan er vanmiddag zijn, dan willen we eigenlijk weg nu het water niet meer  spuit. Dán kan hij morgen tussen de middag komen. Daar stemmen we mee in.

ton
Gelukkig heb ik alle buitenplanten op zolder staan mét 2 grote flessen water om ze te voeden. Die flessen haal ik beneden voor het handen wassen en één op de toilet.

Mijn lief is mega praktisch en haalt 2 grote tonnen met deksel uit de schuur.
Die gaan we straks in Den Haag, bij onze derde man, met water vullen.
Zó komen we de nacht en de ochtend dan wel door.

                                                   

                                                                                  Wordt vervolgd.

Lezing; De tuinen van Monet

lezing
De oorspronkelijke docente die deze lezing zou geven was haar stem kwijt en daarvoor in de plaats hield Yvonne Hilgenkamp, kunst- en architectuurhistoricus deze lezing. Fijn dat de lezing NIET werd afgezegd en op korte termijn deze dame de lezing kon overnemen.

Tot 2 februari 2020 is de tentoonstelling ” Monet – tuinen van verbeelding” te zien in Den Haag in het Gemeentemuseum dat, met ingang van 1 oktober jl. het Kunstmuseum heet.

Naar aanleiding van deze tentoonstelling was deze lezing door de Volksuniversiteit georganiseerd.
Er werd iets van Monet ’s levensloop verteld en op 2 schermen werden zijn werken en dat van sommige van zijn tijdgenoten geprojecteerd.

Claude Monet (1840-1926) maakte op jeugdige leeftijd kennis met Eugene Boudin, een van de eerste Franse schilders die in de open lucht schilderde. Monet zou later meerdere keren verklaren dat Boudin hem in het schildersvak heeft geïntroduceerd en  dat hij veel van hem geleerd heeft

monetDe tentoonstelling in Den Haag gaat over de latere werken van Monet, toen hij in Giverny woonde en zijn eigen tuinen heeft ontworpen en laten aanleggen. De ene tuin was een bloementuin de andere een vijvertuin. Daar heeft hij heel veel schilderijen van waterlelies gemaakt. Voornamelijk DEZE werken zijn in het Kunstmuseum te zien.

Deze lezing gaat over dát werk ná de pauze.
Voor de pauze vertelt Yvonne een en ander over  Monet zelf, zijn twee huwelijken, zijn woonplaatsen en zijn schildersvrienden; zoals Renoir ,Sisley en Turner en zijn militaire diensttijd in de Frans Pruisische oorlog  (1870-1871) waar zijn tante hem uitkocht waardoor hij weer schilderen kon.

Een interessant weetje  dat verteld wordt is de uitvinding van de verftube:
Op 4 maart 1841 kreeg  de Amerikaanse portretschilder en uitvinder (1801-1873) het Britse patent  op de door hem uitgevonden verftube.
Daardoor konden schilders nu ook plein air schilderen ( pleinairisme genoemd) De verf droogde niet uit en kon mee naar buiten genomen worden.   Voor die tijd  werd de verf in varkensblaasjes gestopt.

Nog zo’n leuk weetje vond ik het feit dat Monet waarschijnlijk op de Wereldtentoonstelling in Parijs 1889 voor het eerst waterlelies had gezien en daar zo enthousiast van was geworden dat hij, eenmaal wonend in Giverny,  een extra stuk grond  kocht en daar het riviertje  de Epte (zijrivier van de Seine)liet omleiden om zijn vijver van water te voorzien. Hij legde er een bruggetje( naar Japans voorbeeld) overheen, die op meerdere van zijn vijverschilderijen te zien is.

Eén van de trieste weetjes die Yvonne ons vertelde was dat Monet op een gegeven moment aan één oog zo goed als blind was en aan de andere nog maar 10% zicht had; hij had staar. Het schijnt in zijn schilderijen te zien te zijn aan het kleurgebruik in de tijd vóór zijn staaroperatie.
In 1923 werd hij aan staar geopereerd. Een anekdote vertelt dat hij schrok van het kleurgebruik van het werk dat hij daarvoor geschilderd had.

Een bijzonder familiegebeuren was dat hij, na de dood van zijn eerste  vrouw Camille( oa. geportretteerd in “de vrouw in de groene jurk”  trouwde met Alice Hoschedé
Zij was met haar man(Ernst) en 6 kinderen na zijn faillissement( in 1877), in 1878 in Vétheuil met Monet, zijn vrouw Camille en hun twee zoons Jean en Michel in één huis gaan wonen. In 1891 stierf Ernst en in 1892 trouwde Claude met Alice.
Een van de kinderen van Alice, Blanche, trouwde later (1897) met Jean, de zoon van Claude en Camille. Blanche werd dus naast stiefdochter van Monet ook zijn schoondochter. Zij leerde van hem veel op schilder gebied en werd ook een talentvolle schilderes.(eerste solo expositie in 1927)

Door nu uitleg te krijgen omtrent de ontwikkelingen  die de schilder doormaakte, zijn kleurgebruik en het impressionisme zullen we straks  zeker “anders” naar zijn latere werken, de vijverschilderijen,  in Den Haag  kijken.