De Voltairestoel (vervolg )

Op 24 juni schreef ik een blog:  deel 1 van “de Voltaire stoel”
Hieronder het vervolg.

dutch troneDe stoel stond prachtig in de erker van het grote landhuis en mijn broer was vreselijk blij met The Dutch Trone (die van oorsprong Frans was)

Officieel bleef de troon van mij, omdat ik hem geërfd had en het niet “netjes” is om iets geërfds weg te geven (te leengeven kon wel, vond ik)

Mijn broer overleed. Het landhuis moest worden verkocht, mijn Engelse schoonzus ging kleiner wonen, maar vroeg of the Dutch trone mee mocht verhuizen.
Ze liet hem opnieuw bekleden en nu kreeg de eens zo robuust uitziende herenstoel, de uitstraling van een damesstoeltje met een petit points dessin. Ik maakte, toen we daar waren, een foto van de stoel en eenmaal thuis kreeg ik het onzalige idee om de foto aan tante te laten zien. Zo kon ze zien, dacht ik, hoe prachtig de stoel daar in Engeland tot zijn recht kwam.
Onzalig idee!!

Tante werd boos. Ik had een “ge- voor-erfd” iets weggegeven.
Ik legde uit dat het, zelfs door mijn schoonzus bij de notaris was vastgelegd dat de stoel van mij bleef (had van mij niet gehoeven maar mijn schoonzus wilde dat persé)  maar tante vond het ongehoord van mij.
Ze besloot daar en dan dat als ze ECHT stierf, ik NIETS zou krijgen.
Tante bleef niet boos, toen ze me “onterfd” had was de lucht meteen opgeklaard.
We hebben nog vele fijne jaren van elkaar genoten (het was enig om met haar uit rijden te gaan, ze genoot enorm van de ritjes en was leuk gezelschap)

Toen tante op hoge leeftijd (over de 90) stierf, een paar dagen na het trouwen van onze jongste zoon, waar ze gelukkig nog bij was, erfde ik, zoals ik al wist, niets.
Haar nichtje, testamentair executeur, vroeg of ik toch iets van (haar echte) tante wilde hebben (tante had veel antiek) maar dat wilde ik niet, dat zou tante niet gewild hebben. Eén, niet waardevol, gebruiksvoorwerp als aandenken aan deze bijzondere vrouw wilde ik wel graag, en ik vroeg of ik haar versleten houten doosje met haakpennen hebben mocht.Dát staat nu in mijn bureautje als pennenbakje.

De dutch trone staat nog in Engeland, bij mijn schoonzus, die nu ook over de negentig  jaar oud is.

De Voltairestoel

dutch trone
Een tijdje geleden schreef ik een blog over “tante”.
Daarin noemde ik al het “voorerven” van een Voltairestoel.
Op zich een verhaal dat zich, denk ik, wel leent voor een blog.

Tante was een eigenzinnige, gelovige vrouw.
Ze wist wat ze wilde en zo gebeurde het ook.
Toen ze naar het bejaardenhuis ging en de datum bekend was belde ze me op.
Wanneer was mijn man vrij? Dan konden hij en ik naar haar huis komen en de Voltairestoel komen halen.
Die kon ze niet meenemen naar het bejaardenhuis en kregen wij.
Hij was nogal zwaar, dus mijn lief moest maar meekomen als ik hem kwam halen.

Tactvol probeerde ik door te laten dringen dat onze inrichting niet “Voltaire-achtig” was en de ruimte beperkt.
Maar tante duldde geen tegenspraak: de stoel had ze voor mij bedacht.
IK mocht zeggen wanneer ik hem kwam halen, niet of ik hem kwam halen.

Tante kwam niet veel bij ons. Minstens één x per maand haalde ik haar op en maakten we een ritje. Ze mocht kiezen waarheen, vaak was dat richting de Betuwe, waar haar familie oorspronkelijk vandaan kwam.
Dus dat dé stoel op zolder kwam te staan, zou tante niet opvallen.
Ik vond dat wel zonde, want het was een mooie stoel, die het niet verdiende “weggestopt” te worden, maar het was totaal onze smaak niet en paste bij niets in ons huis (ook op zolder niet).

Eén van mijn broers woonde in Engeland in een soort kasteeltje, beeldschoon, met  kamers met hoge  gedecoreerde plafonds. Hij was weg van mijn stoel, die hij DE TROON noemde. Toen we een keer met de auto op de boot naar hem toegingen namen we de troon voor hem mee. De stoel moest vóór de reis getaxeerd worden.
’s Morgens heel vroeg in de schemering kwam “onze” boot in Engeland aan.
We reden in de “lane” met het rode vak “something to declare”
We waren de enigen die iets aan te geven hadden (of de enige die er voor uitkwamen dát we iets bij ons hadden dat we moeten aangeven)

De Engelse douane kwam op ons af: Wát hadden we aan te geven?
Ik opende de achterklep  en haalde de plaid van de stoel af.
“O no, not that”
Een meubelstuk was kennelijk heel veel papierwerk voor hem en  zo vroeg op de ochtend had hij daar duidelijk geen zin in.
“Rijd door, dan doe ik of ik het niet gezien heb” siste hij ons in het Engels toe.
En zo reden we Engeland in met een “illegale” Voltaire stoel.

(wordt vervolgd)