De Groene Afslag.

De Groene Afslag is een Pleisterplaats voor de wereld van morgen!
Te abstract?
Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als restaurant, café, vergaderzalenverhuurbedrijf, flexwerkplek, evenementenlocatie. Maar de Groene Afslag is óók een HUB voor duurzame koplopers.
De Groene Afslag is de dorpspomp waar veranderaars elkaar treffen. Een gemeenschappelijke speelplaats voor mensen die inzien dat we een aantal dingen zullen moeten veranderen in onze levens.

Die fysieke locatie ligt in het hart van ’t Gooi, pal onderaan afrit 8 van de A1; gelegen in het Goois Natuurreservaat. Je neemt, om er te komen, dus letterlijk: de Groene Afslag.

De Groene afslag is maandag t/m vrijdag geopend van 9.00 tot 18.00 uur.
Ook is er elke eerste en derde zondag van de maand een markt die om 11.00 uur opent!
Leuk om eens rond te kijken, op het terras onder de bomen iets te drinken of te eten.
Voor de hond is er op het terras “bruiswater” Ik koos er voor een biertje van Brouwerij De Leckere, de eerste (Utrechtse) 100% biologische en 100% fossiele brandstofvrije brouwerij van Nederland (ze zijn van het gas af en hebben 920 zonnepanelen op hun dak).
Hun slagzin: . Laten we het leven vieren. Durf de Leckere.

Ook de kinderen kunnen mee naar de Groene Afslag, spelen in de zandbak, zitten/klimmen op de witte neushoorn of schommelen op de bijzondere schommels die tussen de bomen hangen,

terwijl de volwassenen kennis kunnen nemen van bijzondere “groene” zaken en/of gezonde plantjes, fruit, groente of bijzonder brood kopen

Infobord (voor-en achterkant); Wat als we bouwmaterialen uit onze eigen tuin kunnen halen?
Resultaat van het actieonderzoek van Bouwtuin,*) naar de architectonische innovatie van de natuurlijke bouwmaterialen: aarde, hout en riet, afkomstig uit de regio Hilversum en de Gooi- en Vechtstreek

Ik neem ook even een kijkje binnen, waar de flex-en vergaderruimtes zijn en het minitheaterzaaltje. De locatie is gevestigd in een oud slooppand en is compleet ingericht met gebruikte meubels en materialen.
Een snelle blik in de te huren vergaderruimtes liet me zien dat ze stuk voor stuk hun eigen sfeer hebben en ingericht zijn met “gered” vintage meubels en objecten ( mij sprak de “gele” kamer wel aan)  

Ook de toiletten zijn “groen” en de vuilnisbak is een Hotbin, een GFT bak die het afval tussen de 40 en 60 graden Celsius houdt en 32x sneller composteert dan een “koude” bak (organic compost in 30-90 days) Weliswaar letterlijk grijs, maar “groen” in de zin van milieuvriendelijk.

De Groene Afslag laat zien dat de wereld kan vergroenen en dat ieder mens daaraan kan bijdragen!

De oma van onze koning zwaait ons uit (met op de achtergrond de moeder van de koning)

*) Bouwtuin is een nieuw soort gilde op het gebied van natuurlijk bouwen en streekarchitectuur. 

De cursief getypte tekst is overgenomen uit pr materiaal van de Groene Afslag!

Souvenirs -Egypte

Bijna iedereen neemt souvenirs mee als hij of zij naar een ander land gaat. Sommige mensen doen dat ALTIJD, anderen alleen als ze wat moois zien en weer anderen als ze in een “bijzonder” land  zijn.

Ik besloot wat van de souvenirs die we door de jaren heen mee hebben genomen te laten fotograferen en daar een blog bij te schrijven.

Gebruiksvoorwerpen zijn ideale souvenirs dus meestal struin ik, in vreemde landen, markten af
Ook in Egypte. Een prachtig land, maar (in mijn ogen) vreselijk om iets ( wat dan ook) te kopen.
Je MOET afdingen en dat háát ik, ik kan en wil het niet) Rustig kijken is onmogelijk, men stopt iets ongevraagd in je handen, eist betaling, troont je mee naar dingen die je niet wil, heel opdringerig.
We hebben daar met een Egyptenaar over gesproken, hij begreep ons, maar, zei hij ; HET WERKT! Toeristen kopen!

Een keer zag ik een klein lokaal marktje. Ik bekeek het een tijdje vanaf een terrasje. De paar kooplui zaten op een stoeltje achter hun tafeltje, stonden NIET op als er iemand in de buurt kwam, misschien kon ik daar even “ongestoord” kijken!
Dáár kwam, voor het eerst, niemand op me af om me mee te tronen naar iets dat ik NIET wilde zien, iedereen zat en bleef zitten. Er zat een oude vrouw met houten voorwerpen. Eén ding trok mijn aandacht en ik vroeg wat het was. Ze sprak geen andere taal dan Arabisch en dat, helaas, spreek ik niet, maar met handen en voeten kwamen we een heel eind.
Ze opende. op mijn verzoek, een houten “vaasje” eruit kwam een eveneens houten pennetje; beide mooi bewerkt. Maar waar was het voor wilde ik weten. Ze wees op een schaaltje voor haar met, het leek mij een soort kolengruis.
Ze maakte een gebaar dat dát in het “vaasje” hoorde. Ik glimlachte, dát snapte ik, maar wat doe je er mee?
Dat was te abstract! Ik maakte een gebaar van eten. Nu schaterde ze ( hoofd achter in de nek, zonder tanden)
Toen ze uitgelachen was, pakte ze het houten pennetje stopte het in met gruis gevulde schaaltje en deed alsof ze haar wenkbrauwen verfde, ze pakte een spiegel, keek er in en zei vermoedelijk iets van MOOI.
Ik snapte opeens het kolengruis, het was kohl! Dat gebruikt werd als mascara.
[Later las ik thuis dat men denkt dat de eerste mensen die kohl voor “make-up “gebruikte de oude Egyptenaren waren,  het was toen een substantie met  onder andere roet erin! ]

Mijn tweede souvenir heb ik niet zelf gekocht en dus ook niet zelf uitgezocht.
In een museum hadden we alles uitgelegd (Engels) gekregen over canopen: grafvazen.
De oude Egyptenaren verwijderden maag, darmen, longen en lever van de doden, deze werden bewaard in canopen (grafvazen) en vergezelden de dode in zijn graf.  Die grafvazen hadden een deksel met een dierenkop of mensenhoofd als deksel. Die gebeeldhouwde dekseltjes stelden de 4 zonen van Horus *) voor. De lever zat in een vaas met een mannenhoofd als deksel, de maag in een vaas met een jakhalzenkop, de longen hadden een bavianendeksel en de darmen een valkenkop.

Iemand uit ons reisgezelschap bij die excursie vroeg waarom we ons altijd afzijdig hielden als er iets verkocht werd.
Ik vertelde dat we niet van afdingen houden en dat dus ook niet doen. Zij vond het juist een sport en énig en ze kon het goed zei ze. Als ik haar geld gaf wilde zij wel afdingen en kopen.
Ik vertelde van de canopen en hoeveel geld ik daar aan wilde besteden en gaf het haar.
Ik weet nog de teleurstelling die ik  voelde toen ze terug kwam met deze ene canope ( ik vind “goudkleurig” eigenlijk nergens mooi voor, máár dát had ik niet gezegd) Ook deze, naar eigen zeggen “goed afdingende dame”, had maar één, en dan nog niet eens mooie, canope voor € 20,- kunnen kopen!

Toch (mede)vertegenwoordigt dit “rare”, niet zo mooie, goudkleurige beeldje een hele bijzondere rondreis door Egypte én  hun oude geschiedenis!

Als laatste souvenir een gebruiksvoorwerp.
Een echt afschuwelijk kitscherig ding, maar o wat was ik er daar blij mee: een waaier!
Het was, in het Koningsdal zó heet (boven de 40%). Ergens stond iemand deze waaiers te verkopen, schreeuwerige kleuren, plastic. Gewoon betaald, niet afgedongen.
Een waaier gaf je het gevoel dat je wat aan de hitte doen kon, jezelf een koeltje toewapperen.
De omgeving, de beelden het was er zó mooi!
De waaier is een prachtige herinnering mét het gevoel erbij ; HEET!





*) Horus, de zoon van Osiris en Isis

Souvenirs (1)

Bijna iedereen neemt souvenirs mee als hij of zij naar een ander land gaat. Sommige mensen doen dat ALTIJD, anderen alleen als ze wat moois zien en weer anderen als ze in een “bijzonder” land  zijn.

Wij hebben jaren gekampeerd in Frankrijk (daar mocht de hond mee op vrijwel alle campings)
Nú blijkt dat ik van al die jaren (toch zeker 10) geen enkel souvenir heb: niets van Frankrijk

Ik besloot wat van de souvenirs die we door de jaren heen mee hebben genomen te fotograferen en daar een blog bij te schrijven.(mijn lief heeft al die items gefotografeerd)
Ik heb altijd gezocht (en soms gevonden) naar een souvenir dat een gebruiksvoorwerp is en dan bedoel ik geen “ asbak met groeten uit…” maar iets dat je daadwerkelijk kan gebruiken.
In mijn ervaring is iets dat je neerzet (beeldje, schilderijtje o.i.d.) geen lang leven in je gezichtsveld beschoren en “verhuist” het vaak naar zolder of doos.
Dus zo af en toe zult u een foto van een souvenir van me vinden met (korte!) uitleg.

Ik wil graag beginnen met Mauritanië*) Een land waar ik ooit met een vriendin heenging om haar, daartoe uitgezonden dochter, te bezoeken

Er waren (zijn?) weinig tot geen toeristen in Mauritanië.
Hetgeen geïllustreerd wordt door het reisbureau waar mijn vriendin en ik heen gingen om te boeken.
Mauritius*) bedoelt U ?-
– Nee, Mauritanië. –
-Dat moet ik dan even opzoeken, ik heb daar naartoe nog nooit een reis geboekt!-

Behalve een verblijf bij de dochter van mijn vriendin in de hoofdstad Nouakchott, zijn we ook een paar dagen met een auto en chauffeur/gids de (Adrar) woestijn ingetrokken.
Dat was HET avontuur in mijn leven. Steenkoude nachten met miljoenen sterren, (geen omgevingslichten) prachtige oranje zonsopgangen, hete dagen, maar vooral ZAND, overal zand.
Geen struikje of boom. De gids groef “ergens” in het zand en vond hout (van de vorige voorbijganger) en maakte een houtvuurtje om onze thee op te warmen ( zonder gids is daar voor vreemden geen doortocht mogelijk)
Slapen met zijn allen in een nomadentent!

We reden met een soort oude jeep door de woestijn, geen wegen, het leek alsof we “zomaar” reden, toch zijn we wel degelijk “ergens” naar onderweg.
De gids stopte bij een hut in de woestijn, de vrouw die daar (tijdelijk) verbleef vroeg ons of we iets wilde drinken.
Nee zeggen is onbeleefd, ja zeggen “ berooft” de vrouw van het weinige dat ze heeft.
Eén slok water, als het mogelijk is – antwoordde onze gids voor ons.
Gastvrijheid is in de woestijn is meer dan een beleefdheidsfrase, het kan van levensbelang zijn.
We namen allemaal (chauffeur, vriendin en ik, dochter en vriend) één slok uit een waterdraagzak die zij ons aanreikte. De gids vroeg of ze een vindplaats wist voor oude (paleolithische) stenen. Omdat door zandstormen veel zand verstuift ligt soms iets bloot, wat eerder verborgen was.
De vrouw vertelde de gids waar hij (en wij) op dát moment de meeste kans zouden hebben.( zij trok zelf door de woestijn mét kameel)
En daar, in the middle of nowhere, in de goudgele woestijn, zochten we. Alle drie vonden we “iets”
Dit is mijn, ooit bewerkte steen, die zo maar meer dan een miljoen jaar oud kan zijn.

Mijn “souvenir” een (misschien) vuistbijl uit de oude steentijd, maar zeker iets dat IK, eigenhandig, in de woestijn vond en daarom voor MIJ bijzonder is.

Mijn 2e “souvenir” van Mauritanië vond ik op de markt van Nouakchott. Een theepotje, met de hand beschilderd

Dát kocht ik omdat we de gids/chauffeur in de woestijn thee had zien zetten in een dergelijk (onbeschilderd) potje. Hoog- en iets lager houdend,  steeds de waterstroom in beweging houden, dát maakte volgens hem de lekkerste thee.

Mauritanië is 100% Islamitisch.
Islamieten drinken niet en hoewel in de Koran niets over roken staat (roken kwam pas in de 16e eeuw vanuit Amerika naar Europa en verder) heb ik weinig mensen in Mauritanië zien roken. Een enkele keer “lurkte” een op straat staande man( vrouwen heb ik nooit zien roken) aan een soort sigarettenpijpje (zonder zichtbare sigaret) Zo’n pijpje fascineerde me en ik heb gevraagd of de vriend van onze gastvrouw er één met bewaartasje voor me wilde kopen

Het laatste souvenir uit Mauritanië kreeg ik.
Bij de dochter van mijn vriendin verbleef, op het moment dat wij daar waren, een collega/vriendin die malaria had. Ze sliep een groot deel van de dag.
In Nouakchott was een goed ziekenhuis waar ze pillen had gekregen waarmee ze, uiteindelijk, van de malaria genezen zou.
Het was een hele aardige, Belgische jonge vrouw, waarmee ik een band kreeg.
Van haar kreeg ik deze moskeewekker. Ik had gezegd dat ik de gebedsoproep een paar keer per dag zo’n specifiek geluid vond voor Mauritanië, daarom kreeg ik deze bijzondere wekker van haar.
In plaats van een rinkeltje om je te wekken hoor je een oproep tot gebed, zoals die vanuit de moskeeën daar klinken.

Een héél bijzonder gift, die ik blijf koesteren.




*) officieel de Islamitische Republiek Mauritanië is een land aan de westkust van Afrika

**)  republiek bestaande uit eilanden in de Indische Oceaan

Kijk & Grijp groente en fruitkraam

Een leus vroeger was “Op de markt is je gulden een daalder waard
Er werd  door mijn  ouders veel (voornamelijk groenten en fruit op de markt gekocht)
Tas mee, waar met name het verse fruit door de marktkoopman ingekieperd werd.

Toen we pas getrouwd waren was er geen markt in het lintdorp waar we toen woonden.
Later verhuisden we naar mijn geboortedorp, daar was woensdags én zaterdags markt.
Ik kwam er zó vaak, dat de man van de kaaskraam als hij me zag al een stukje boeren belegen kaas om te proeven afsneed en riep “Deze maar weer of iets pittiger?”

Nog weer later verhuisden we naar een klein boerendorp zonder markt. Maar met op fietsafstand een ander (groter) dorp mét een zaterdagmarkt. Daar ging ik (bijna) elke zaterdag heen toen de kinderen nog thuis woonden. Nu is dat minder omdat een tweepersoonshuishouden (veel) minder nodig heeft
Ik ben gek op markten, behalve dat het er vaker goedkoper (minder vaste lasten voor de kooplui) is, én gezellig worden er ook vaak dingen aangeprezen die je niet kent, die je mag proeven en die je voor weinig geld meteen kopen kunt.

Vandaag waren we, na heel lang, weer eens in mijn geboortedorp (mijn lief is een Amsterdammer) en omdat het woensdag was hebben we over de markt gelopen (met een linnen tasje mee!)
Een hele grote kraam wordt gerund door een familie, die een begrip is in mijn geboortedorp ( al meer dan 100 jaar voor groenten en fruit) Vroeger wachtte je je beurt af totdat de groenteman vroeg wat je hebben wilde, nu is het een grote kraam, waar je inloopt met een mandje en pakt wat je wilt, aan het eind staan 2 kassa’s en moet er gewogen en betaald worden. Een soort Kijk & Grijp Kraam.
Bij verschillende fruitsoorten ligt een schoteltje met stukjes om te proeven.
Ik pak een stukje geel fruit, heerlijk! Op het bordje erbij staat kaki.
We pakken vier van die feloranje vruchten, doen de rest van de boodschappen, rekenen af en doen het fruit (zelf) in de meegebrachte linnen tas.

Thuis gekomen pak ik het tasje van de achterbank, het laat een natte plek achter. Ook het linnen tasje is van onderen nat. De kaki’s waren “erg rijp” Twee hebben natte, beurse plekken (er lag niets bovenop!)  Dus we eten er twee meteen op (geen straf) Heerlijk.

kakiIk  ga eens kijken wát een kaki is en waar deze vandaan komt: China, de kaki heeft een dunne, gladde, fel oranje schil, oranje vruchtvlees, een uitgedroogd, groen kroontje. Een kaki is overrijp op zijn lekkerst. Lees ik  Helemaal waar!
De boom komt van nature voor in de Himalaya en in de bergen Myanmar, Thailand, Korea en Japan. Het blijkt de nationale vrucht van Japan te zijn, maar men denkt dat de oorsprong van de vrucht in China ligt. (Daar noemt men hem “Chinese pruim”)
In China wordt dit fruit geacht, hoofd-en rugpijn te kunnen verhelpen
Er is ook een soort kaki die in Israël geteeld wordt in het kustgebied Sjaron, waarnaar de vrucht genoemd is: Sharonfruit.

“Even“ op de markt geweest, heerlijk fruit gekocht én weer wat geleerd

Onverwachts inkijkje

Op de markt (in een kerks dorp) raak ik aan de praat met een wat oudere man (51 jaar getrouwd vertelt hij later)

Het gesprek begint over de winkelopenstelling op zondag.
– Mijn vader zou zich in zijn graf omdraaien als hij dit wist –
De (jonge) marktkoopman praat mee
– In mijn (ook kerks dorp) zijn 5 supermarkten, maar er is er maar één op zondag open- De oudere man zegt dat er véél veranderd is sinds zijn jeugd
Hij was, in 1968, met een katholiek meisje getrouwd, dat was toen in beide families een enorm “gedoe”, nu woont zijn dochter al jaren samen. Dát werd vroeger “hokken” genoemd: je leefde dan in zonde.
– Ach mevrouw, het geloof heeft zoveel kwaad gedaan. IK moest vroeger elke dag naar de kerk, of ik wou of niet en tegenwoordig weer dat gedoe met die moslims. Geloof – Hij spuwt het woord uit en snuift, er valt een korte stilte.
Maar dan gaat hij verder:
– Mijn dochter is verhuisd van een niet-kerkelijke gemeente naar een kerkelijk dorp: prachtig huis met een mooie tuin aan het water. Ik heb haar gewaarschuwd; Eén keer zondags de was buiten hangen en je ligt er daar uit!

Wij hadden het vroeger niet zo breed, niks mis mee en nou….
Neem mijn dochter die gaat (hij kijkt op zijn horloge) nou zo’n beetje,  vliegen ze mét de kinderen even 4 dagen naar New York.
Wij gingen vroeger nooit met vakantie  –

De marktkoopman maakt aanstalten om wat te zeggen maar de man is hem voor:
– Ik zeg niet dat het vroeger allemaal beter was, echt niet, maar sommige dingen……….-
Ik knik: sommige dingen…………………

Ik moet nog meer boodschappen doen en sluit zijn monoloog af.
– Fijn weekend – roept hij me na.
– U ook –
Een onverwacht inkijkje in het leven van een man die zijn hele leven in een kerks dorp heeft gewoond, maar (ondanks dat?) niets meer met het geloof heeft.

 

 

t Praatje

logohetpraatje

Al eerder schreef ik over de kapperszaak waar ik, als ik in de Achterhoek ben, heen ga.
Op 7 juli  schreef ik in “Als je haar maar goed zit” over de overname van het bedrijf door één van de kapsters; de eigenaar “ging wat anders doen”.
Dát andere doet hij wel vlakbij zijn vroegere kapperszaak; bijna schuin er tegenover.

Waar we ooit in de Bloemenboetiek het bloemstuk voor op de kist van mijn broer bestelden heeft kapper Bart (met compagnon) een bruin café geopend.

Toen ik  deze zomer weer in de Achterhoek was, werd er achter het geblindeerde raam hard gewerkt om van de vroegere bloemenzaak een bruin café te maken. Zo hard getimmerd dat hij mijn geklop niet hoorde en ik dus wachten moest met kijken tot het café geopend was.

Nu ik deze keer in Zelhem ben, staat de voordeur open, zitten er mensen op het terras en staat Bart achter de tap. Het ziet er uit, alsof hij er altijd gestaan heeft.
Het café heeft NIET de uitstraling van een net geopend café (eind augustus) maar of het er altijd ZO heeft uitgezien. Knap ingericht en sfeer gegeven. Bart zelf is er ook gelukkig mee (Hij was het kappersvak niet zat, wel toe aan een nieuwe uitdaging)

Toen ik ’s avonds met familie langs het café kwam was er buiten live muziek en zat het terras vol. Helaas deze keer geen tijd om neer te strijken op het terras, wie weet volgende keer.
Een horeca aanwinst erbij op de Markt in Zelhem

Uit Friesland

Ooit in Friesland, op bezoek bij vrienden, maakten we kennis met Tynjetaler, een Friese gatenkaas, genoemd naar het dorp Tijnje (16 km ten n.o. van Heerenveen)
Tijnje is een dorp in de gemeente Opsterland en daar is, in het buitengebied, een melkveehouderij met ambachtelijke kaasmakerij.
De melkveehouderij werd gesticht in 1962 door de familie Van Emst; zij noemen de kaas Tynjetaler: een  Friese Emmentaler met een knipoog naar de Zwitserse Alpen.

Eenmaal terug in “het westen” probeerde ik deze heerlijke kaas hier ook te krijgen (kopen).
Er was één winkel (vlgs internet) op een afstand van ca.10 kilometer die het verkocht.
Helaas NIET toen ik er was, 2x geweest en het toen opgegeven en niet meer aan Tynjetaler gedacht.

kaasZaterdag ging ik naar de lokale markt in een dorp hier vlakbij. De kraam van de kaasboer wordt altijd druk bezocht. Ik wachtte netjes op mijn beurt toen ik een klant voor me hoorde zeggen “Mag ik een stuk Tynjetaler”? Ik zag dat de verkoper een groot stuk gatenkaas pakte, het water liep me al bijna in de mond (even was ik weer terug in Friesland)

 

Toen ik aan de beurt was vroeg ik meteen om een stuk Tynjetaler. Wéér kwam het grote stuk met veel gaten te voorschijn
Ik vroeg om een recht stuk en kreeg het.

Thuis, meteen na het uitpakken van de boodschappen, een stukje kaas genomen; het was nog net zo lekker als we ons herinnerden! En bleek dus dichterbij dan we dachten.

Hondenaanschafmogelijkheden

Als je een hond wil aanschaffen kun je er een bij een particulier kopen of naar een dierenasiel gaan of naar een fokker van een bepaald ras of bij een stichting of organisatie die zwerfhonden ter adoptie aanbiedt.
Ook las ik dat je een hond kan kopen op Marktplaats
Er zijn ook mensen die een pup willen opleiden als hulphond; zij “krijgen” dan een pup voor ongeveer een jaar om hem te socialiseren en om mee naar cursus te gaan kortom  om hem of haar “klaar” te maken om naar een hulphondenschool te gaan voor the finishing touch vóór  de teef of reu volwassen is en haar/zijn werk kan gaan doen.
Na ongeveer een jaar moet de hond dan ” ingeleverd” worden bij de school.
Daarna kun je dan besluiten om weer een jaar een pup op te leiden of om ermee te stoppen.

Zelf hebben wij vroeger thuis eerst een hondje gekregen dat op de markt  was gekocht*) Hij bleek té jong bij de moeder te zijn weggehaald, een maand nadat wij hem kregen is hij aan hondenziekte overleden.
Een tijd daarna is mijn moeder naar het dierenasiel gegaan om daar een hond te halen.

hond bZelf hebben mijn man en ik een “test” gedaan welke hond het beste bij ons zou passen, qua gezinssamenstelling, grootte van huis en tuin, uitlaatmogelijkheden etc. Daar kwamen 3 rassen uit. Eén daarvan hebben we gekozen en die rashondenvereniging gebeld om een adres van een fokker te vragen.(Met die fokker hebben we nog steeds contact, ondanks dat onze hond al geruime tijd geleden overleden is)

hondGEén van mijn vriendinnen heeft een hulphondenpup in opleiding (daar heb ik al eens meer een blog over geschreven) Soms mogen we op zo’n pup passen, we genieten daar enorm van.
Stuk voor stuk ontzettend leuke honden.

Een vriendin van mijn schoonzus was ooit op vakantie in Frankrijk en zag daar enorm veel zwerfhonden. Eén daarvan heeft ze “geadopteerd” dat wil zeggen illegaal in de auto meegesmokkeld naar Nederland, daar alle benodigde injecties laten geven en er jaren een schat van een huishond aan gehad.

Nu kennen we iemand die een hond geadopteerd heeft uit Cyprus. Er schijnt een organisatie te zijn die daar zwerfhonden vandaan haalt en hier in Nederland een goed tehuis voor ze zoekt. Zo’n hondje hebben kennissen van ons verleden week van Schiphol opgehaald. Het hondje was behoorlijk van slag toen hij aankwam, een reis in een  hok in een vliegtuig is niet niks als je (zwerf) hond bent.
Hij is nu aan het wennen aan zijn nieuwe baas en bazinnetje.
Mooi als je zo’n hondje een goed leven bieden kan.

 

 

*) dat kon toen nog.

Haagse markt

marktEen markt vind ik altijd leuk, maar de Haagse markt is voor mij het einde.
Groente en fruit worden op “buitenlandse wijze” tentoongesteld, waardoor de kleuren feller en frisser lijken.
Er zijn etenswaren wier naam ik niet ken en sommige ervan heb ik nog nooit (bewust) gezien.

Ook de huishoudelijke artikelen zijn kleuriger, er is meer bling bling, zilver- en goudkleurige schalen en lichtgevende kleuren plastic artikelen.

De kledingstukken zijn vaak exotisch, felgekleurd met bontrandjes of met (namaak) edelstenen versierd.
Ik koop deze dingen niet, maar mijn ogen genieten van zoveel kleurenpracht.
En dan de mensen! Sarongs, burka’s, tulbanden, van alles veel en kleurig.

Natuurlijk koop ik te veel en te zware (!) etenswaren en loop te sjouwen, met fruit, groente  (ook een leuke blouse voor € 5,-)
Bij de kaas raakte ik in de war. Allemaal manden met stukken kaas, daarop prijzen in de 7 en 8 euro, maar op het kaartje bij de mand: € 2,98.
Toch maar even vragen.
“Welke prijs mevrouw? Nou, ik wil de mensen laten kiezen. U mag de prijs op het kaartje of die op de kaas betalen. U wil liever de prijs op het kaartje? Ja, dat doen de meeste mensen, eerlijk gezegd. Dat is dan € 3,- *)

Ik maak een opmerking tegen een koopman bij het fruit, hij lacht me toe en zegt : “Ik maak graag iedereen om me heen gelukkig, is dat bij u gelukt?” Ik lach en steek mijn duim op.

Ik fiets lachend en blij weg van de Haagse markt.
Een auto rijdt langs me, opent zijn raampje en zegt in onvervalst Haags; “He, trut, waarom rij je niet op t fietspad?”
Ik zeg niets terug. Dat hoeft ook niet, de auto spuit weg.
Ik rijd het fietspad op en de lach keert terug op mijn gezicht.

 

*)en weer verlaat een tevreden klant het pand! Uit de conference Herman Finkers

De Haagse Markt

Haagse markt 3De Haagse markt is de grootste onoverdekte markt in Nederland.
Ik liep er met een prachtig zonnetje, dus overdekt hoefde van mij toen ook niet.
Allerlei talen, allerlei huidskleuren en allerlei onbekende en bekende waar. En het vroegere gezegde (in aangepaste vorm) is hier zeker waar:
“Op de markt is je gulden een daalder waard”.haagse markt

Overal waar ik kom ga ik naar de markt en ik weet het zeker: in het buitenland zijn de markten kleuriger dan in Nederland.
Op de markt in Istanbul keek ik mijn ogen uit prachtige tableaus, het leek wel kunst.
haagse markt 2Hier, op de Haagse markt is de (etens)waar ook zo mooi uitgestald. Er zijn groente/fruitkraampjes met bakjes, die een euro of 3 of 5 kosten en waar soms alleen tomaten of mango’s inzitten, maar er zijn ook gecombineerde bakjes. Als je de inhoud koopt wordt die in een plastic zakje gedaan en krijg je dat zó mee. (Afval scheiden, daar doet men in Den Haag niet aan, althans niet in dat deel van het Haagse waar wij nu verblijven. Ook plastic zakjes worden hier nog “gewoon” bij de waar gegeven)

In één van de paden staan aan weerskanten kramen, aan de ene kant zijn een aantal viskramen, naast elkaar, op de afdakjes van de kramen er tegenover zitten (grote) meeuwen te wachten. Een marktkoopman gooit een stuk vis de lucht in, een meeuw vangt het op en vliegt er mee weg. Spectaculair gezicht, maar of het verstandig is…?
Bij verschillende kramen loopt het water me in de mond. Zodoende worden er 2 forellen, een kilo appels, amandelen en limoenen gekocht.
Omdat ik mijn riem vergeten ben en mijn spijkerbroek van mijn bips zakt wil ik een ceintuur kopen, de kraam met 2 voor € 5,- heeft alleen lelijke riemen in felle kleuren en overal zijn zilveren en gouden ceinturen te krijgen, maar die wil ik niet. Mijn geduld wordt beloond: een kraam met “eenkleurige” riemen voor € 1,- per stuk.

Het is een gezellige markt waar veel te zien is, kleurig, veel blingbling met vriendelijke kooplieden én………….een gratis fietsenstalling, waar een speciale heer ons aanwijst waar nog een fietsenstandaard vrij is. Als we terugkomen herkent hij ons (misschien?) hij zegt “hallo” en vraagt om een blauw bonnetje, dat we dus NIET gekregen hebben.
Dat zeg ik , waarop hij ons de stalling in wuift “Pak dan maar”.
Bewaakte stalling dat wel, vriendelijke man ook, maar fietsveilig????