Medische snelheid

Gisteren was dé dag dat ik naar een specialist moest (orthopeed) om meer te horen  over mijn voeten en het gevolg ervan: pijnlijk lopen.
Ik moest mij melden bij de poli en kreeg een briefje voor radiologie. Even wachten en toen werden er 2 foto’s van mijn voet gemaakt.

Toen naar de specialist, waardoor ik, omdat alles zo razendsnel ging, een half uur te vroeg was.
ziekenhuis KIn de wachtkamer staat een kinderspeeltafel. Waarom? Daar kom ik snel genoeg achter: in het half uur dat we er zitten (mijn lief is mee voor moral support) komen er 4 kindjes met spreidbroekjes voor controle. Hele kleine pukkies, kruipen over de vloer, één met alleen een papa, één met alleen een mama, en 2 met papa en mama en nog een kleuter erbij, die naar de speeltafel gaan. Het brengt leuk kijkvermaak.De kleintjes lijken zich niets aan te trekken van hun “harnasje” en schuiven  vrolijk over de grond.

ziekenhuis arthoEr komt een co- assistente me halen. Ze vraagt meer dan 10 dwazen kunnen beantwoorden, ze moet nog leren, vertelt ze me. Ik geef op alles antwoord en ze knikt, typt in, stelt weer een vraag en zo zijn we leuk een tijdje bezig. Ik vertel dat er foto’s zijn gemaakt. Ze roept ze op  de computer op en laat ze me zien. Ze zegt dat hierop alleen botten te zien zijn. Dat zie ik (waarom zijn ze gemaakt als ik geen botprobleem heb? denk ik, maar ik vraag het niet. Ik wacht af)
Ze gaat overleggen met de orthopeed en dan komt hij naar me kijken, zo waarschuwt ze.

En dan komt de specialist zelf, een rijzige man die autoriteit uitstraalt. Hij voelt, hij kijkt en zegt bondig ”Gescheurde pees is de oorzaak, daar komt littekenweefsel omheen, dat gaat drukken en dat geeft pijn. Niet te opereren want daardoor komt meer littekenweefsel en lost niets op”.
Ik vertel dat mijn andere voet het ook heeft en hij voelt (met handschoentje aan) ook daar.
“Ja, dat klopt” Ik vraag of dat niet bijzonder is, dat allebei de voeten een gescheurde pees hebben.
Gelukkig is het een dokter met humor: ”Ik zou u graag zeggen dat u iets bijzonders bent, maar dit geval komt vaker voor” Hij glimlacht en ik ook.
We spreken over de oorzaak, hij bekent dat hij het niet weet, het kan al zijn door in het bos “verkeerd” op een takje te stappen. Het heeft niets met leeftijd of leeftrant te maken en kan iedereen gebeuren.
Maar nu! Wat kan hij/ik eraan doen. Hij niets. Ik ook niet. Maar……….. de instrumentmaker wel.
“Toevallig heeft hij nu spreekuur en kan u er meteen heen, misschien een tijdje wachten, maar dan meet hij u speciale orthopedische zolen aan, die de druk verlichten en u hopelijk van de pijn afhelpen. Ik leg een brief voor hem neer bij de assistente, als u daar even zegt dat u op hem wacht, wordt u zo binnen geroepen”
Hij steekt zijn hand uit en voor ik het weet is hij de behandelkamer uit en ben ik weer alleen met de co-assistente. Zij gaat me voor naar de assistente, die me weer naar de wachtkamer verwijst
Ik vindt alles best en ben erg blij dat dit allemaal achter elkaar kan worden afgehandeld en ik mogelijk al gauw weer (een beetje?) normaal kan lopen.

Na een dik half uur komt de instrumentmaker me halen. Hij vraagt het een en ander, bekijkt mijn podoloogzooltjes (“die brengen u helemaal geen steun”)
Ik leg hem snel uit dat die ook niet gemaakt waren voor deze klacht en hun werk “toen” hebben gedaan en spreek de hoop uit dat de nieuw te maken zooltjes mij opnieuw zullen helpen om de pijn te verlichten. Hij garandeert niets, maar ervaring heeft hem geleerd dat dat “meestal” wel het geval is. Twee en half uur later sta ik weer buiten met een afspraak over 14 dagen om de zooltjes op te halen.
Wat leven we toch in een geweldig land, dat dit allemaal zo snel geregeld kan worden.
Ik hoop zó dat de zooltjes gaan helpen en strompel intussen naar de geparkeerde auto; naar huis, naar koffie, dít heb ik weer achter de rug!

De letterbak

Ooit was het “mode” om een letterbak aan de muur te hebben.
Het waren letter sorteerbakken van een drukkerij. Omdat die toen niet langer meer nodig waren werden ze in “rommelwinkels” voor bijna niets verkocht.
Ik denk dat een knutsel/ hobbyblad (“Na vijven” ?*) toen met het idee gekomen is om een letterbak aan de muur te hangen en daar kleine frutsels in te kijk te zetten; het werd mode in de jaren zestig.
Kleine beeldjes en bijzondere herinneringen kwamen in zo’n bak.

Mijn letterbak is al lang weg (eerst uit de huiskamer, toen uit mijn werkkamer, toen van de zolder) en de meeste kleine spulletjes ook, maar een paar kleine dingetjes heb ik bewaard. Waarom? Ik denk dat sommige dingen toen nog te dierbaar waren om weg te gooien.

Zo vond ik onlangs in een doosje een paar van deze “schatten”:
dolfijnDe dolfijn, symbool voor het bedrijf dat mijn broer ooit startte: Dolphinworks.
De boekhouder ging er met het geld van door en het bedrijf ging failliet.
Ik had het porseleinen dolfijntje nog.

schepOoit lopend op soort  “handige handenmarkt” in de openlucht, kwamen we langs een oud echtpaar (zeker in de tachtig) achter een kraampje.
Zij zat achter de kraam met een sigarendoosje voor het geld. Hij stond vóór de kraam en probeerde klanten te lokken. Op de kraam, netjes op een donkerblauwe doek, lagen kleine gereedschapjes.
Alles miniscull nagemaakt, draaibank, tangen, Engelse sleutels. We raakten aan de praat met de man en ik bewonderde zijn prachtig gemaakte gereedschap. Hij vertelde dat hij ze vroeger als instrumentmaker, in het groot gemaakt had. Na zijn pensionering verveelde hij zich en was hij ze in het klein gaan maken.
Zijn vrouw had zijn gepraat aangehoord en greep in ”Laat die mensen nou maar gaan, die hebben wel wat anders te doen”.
Dát vond ik cru, dus ik pakte een schepje op en vroeg hoeveel het kostte. Ik weet niet meer wat het bedrag was, wel dat ik het kocht én bewaarde, het was zo’n lief mannetje!

appelEén keer per jaar kwam de familie van mijn man bij elkaar.
Een hele kleine familie.Er werd met elkaar gegeten.
Nadat mijn schoonzusje overleden was begon ik met na afloop van het samenzijn ieder familielid een herinneringetje te geven aan de dag. Iets kleins.
Dit houten, ooit geurige appeltje, was daar het begin van.

potjesLopend door kleine hoog oplopende straatjes in een klein dorpje; vakantie. Geen idee waar. Er waren toeristenwinkeltjes vol met beschilderd aardewerk. Knap gedaan, maar niet onze stijl. We liepen langs de winkeltjes omhoog. Er stonden “lokkers” die persé wilden dat je er NIET voorbij liep, maar de winkel inging. Wij wisten ZEKER dat we niets kopen wilden, maar ik kon niet voorkomen dat ik een winkel in gemanoeuvreerd werd (ik kon  niet onbeschoft worden, en dat moet je wel om dergelijk lieden te ontwijken) De dame liet me van alles zien, ik knikte en zei “mooi”  in alle denkbare talen, maar dat ik echt niets hoefde. Ze was immuun voor buitenlands “neegezeg” Uit eindelijk stond ze stil bij een soort poppenhuisje met exact beschilderde potjes als in de rest van de winkel, maar dan minuscuul klein, ze noemde een (klein) prijsje.
Ik wilde de winkel uit, de open lucht in, ademen in plaats van dit kleine winkeltje met de opdringerige dame; ik ging overstag en kocht de potjes.
Waarom ik ze bewaard heb?
Waarschijnlijk om te helpen herinneren dat ik me NIET meer moet laten overhalen om dingen te kopen die ik NIET wil. (het waren er overigens meer dan deze 3, de rest is vast “zoek” geraakt)

Nu heb ik een (jong) iemand ontmoet, die nog een letterbak aan de muur heeft.
Een letterbak mét lege vakjes. Ze wil wel een paar van mijn “schatten” in haar letterbak huisvesten.
Ik geef ze met liefde weg, ze krijgen een goed tehuis, ik heb de tastbare bewijzen niet meer nodig. De herinneringen blijven ( zolang mijn bovenkamer blijft werken)

 

*) Na Vijven een blad voor actieve besteding van de vrije tijd en tevens om mensen te activeren om overgebleven materialen en weggooiproducten een zinvolle bestemming te geven