IJS van de Dag!

We hebben een ambachtelijke ijssalon in ons dorp.
De dame  (SVH meesterijsbereider) die de zaak  runt heeft al vele prijzen in de wacht gesleept; de ijssalon heeft al 2 x  de beste ijssalon van Nederland -beker gewonnen.

profiteroleLaatst kwamen we er langs op de fiets; er stond een bord voor de salon met daarop het ijs van de dag: profiterol ijs.

Ik durf het toe te geven, géén idee wat dat voor smaak is.
Dus thuis maar eens opgezocht:  profiterol blijkt een gerecht te zijn, gemaakt van soesjes met daarin custard en overgoten met chocoladesaus (alleen al door het lezen voel ik de extra kilo’s aan mijn lijf vliegen)
Het ijs van de dag  van onze ijssalon zal dus die smaak gehad hebben.
Weer wat geleerd! NIET geproefd! (nog steeds even slank)

Leenkarretje

Het is warm.
We fietsen en nemen onderweg een ijsje.
De weg is opengebroken en we moeten ver met de fiets aan de hand omlopen vóór we de ijssalon kunnen bereiken.
We gaan op 2 stoeltjes voor de ijssalon ons ijsje zitten oplikken.
Er komt een oude meneer met een scootmobiel aan.
Kennelijk een reguliere klant van de ijssalon want de ijsschepper komt achter zijn toonbank vandaan naar buiten.
”Vanille zeker?”
De man knikt, hij kan niet antwoorden want op dat moment gaat zijn telefoon. Hij graait in zijn borstzakje, knikt naar ons en zegt “Me dochter”.

Ik heb wel eens gelezen dat bijna elke eerste vraag die iemand stelt aan de telefoon is “Waar ben je? ”
Ook deze dochter maakt daarop geen uitzondering,   getuige het antwoord van papa
“Ik ben even aan het luchten”
– Ja, ik heb al gebeld om een uur of 12, maar toen nam je niet op. Ik ben toen maar naar buiten gegaan, eindelijk.
Ja, hij is geweest. Best een mooi dingetje, rijdt lekker.
Gewoon, buiten.
Ja dat regelt hij allemaal via jou. Hij zei wel vier keer dat regel ik wel met uw dochter. Nee, dat hoeft niet meteen. Vanavond? Ook goed. Ja, dag.-
De opschepper zit op een stoeltje met het ijsje van de man in zijn hand te wachten.
De man bergt zijn telefoon op en zegt tegen ons (weer):  “Me dochter. ‘k Ben tien dagen niet buiten geweest, ellende met mijn scootmobiel.”
Hij neemt zijn ijsje aan van de ijssalonhouder en dan weer tegen ons
“5 januari is hij gemaakt, € 600,- reparatiekosten, nou gingen weer allerlei lichtjes branden. Dat is niet goed, vast niet. Toen zei mijn dochter “Pa, ik heb liever niet dat je erop rijdt, stel dat er wat fout gaat.”
Hij lacht. “Vroeger moest je hun behoeden, nou doet zij het met mij!
Ja, ik ben wel al 88 jaar.”

De ijscoman meeluisterend naar het verhaal zegt, wijzend op voor en achterkant van de scootmobiel “Je hebt anders schade zat”
De man lacht; een leenkarretje, zo kan ik tenminste naar buiten en ik dacht bij mezelf NOU wil ik een ijsje, hebben ze hier heel die boel opgebroken, ken ik niet bij je kommen.” “Nou” zegt de ijscoman – je bent er toch.

We hebben onze ijsjes op, een goed moment om op te stappen en de 2 heren ongestoord  verder te laten converseren.

De billenman

Omdat we zin in een eitje hebben fietsen we naar de plaatselijke boer om, na € 2,- in het op het plankje vastgeschroefde geldkistje gestopt te hebben én een leeg eierdoosje neer te zetten, 6 eitjes te mogen meenemen.

Omdat het warm is en er vlakbij een ijssalon met heerlijk ijs is, rijden we daar even langs. Er staat een mega lange rij met kinderen voor de deur. Mij schrikt dat niet af, manlief wel, dus ik ga er tussen staan.
Het zijn zonder uitzondering zwartgekleurde kinderen, licht en donker. Naast me staat aan de ene kant een dik zwart jongetje, aan de andere kant een smal hindoestaans ventje met een brutale oog opslag.
– Vindt u hem mooi  – hij wijst met zijn vingertje op het dikke jongetje.

Ik vind mensen zelden mooi.
Interessant, intelligent, intrigerend, kan allemaal, maar MOOI?

Ik zeg  dat ik “mooi” geen toepasselijk woord  voor een mensenuiterlijk vindt, wel dat hij “een leuk koppie” heeft ( dat heeft hij ook)
Ze grinniken allebei.
De rij schiet niet echt op. Mijn lief is verderop gaan staan.
Een oudere dame achter me, neemt een omweg om de rij heen en verdwijnt.

– Vindt u mij mooi? – het Hindoestaanse jongetje houdt vol
Ik ook.
Jij hebt ook een leuk koppie.
– Ja, maar ben ik mooi? –
Ik vindt mensen niet mooi! Wel bijzonder, aardig of leuk.
Ze grinniken allebei.

In de heg staat een klein verlegen jochie naar ons te kijken
– Hoe vind je hem dan? – het Hindoestaanse jongetje geeft niet op.
Het verlegen ventje kijkt woedend en dringt zich nog verder in de heg om niet op te vallen.
Ook leuk.  Geef ik terug.
Op dat moment zie ik de oudere dame van eerst, vanuit de ijssalon wenken.
Het lijkt wel naar mij, maar ik ken haar niet.
Ze maakt gebaren, die duidelijk maken dat IK naar binnen moet komen.

Het jongetje heeft nu een ander onderwerp gekozen.
Het mooi-vinden is kennelijk passé!
Nu priemt hij met zijn vingertje naar me” Ik hou van billen.”
DIT is het moment dat ik ZEKER weet dat die mevrouw binnen MIJ moet hebben en ik ga langs de rij naar binnen.
“Die kinderen moeten in de rij staan, maar hier wordt gevraagd wie ze kunnen helpen, dus ik denk ik roep u maar even.”
Ik bedank en bestel mijn 2 ijsjes, die ik prompt krijg en kan betalen.
Ik ben gered van de jonge “billenman”