Mensenpoep

Ooit waren we in een horecagelegenheid waar een briefje op het raam hing dat er op het toilet géén grote boodschap mocht worden gedaan.
Zo’n briefje intrigeert me dus ik ben met de dame achter de toonbank gaan praten.
Wat bleek? Het gebeurde nog al eens dat iemand vroeg of hij of zij even van het toilet gebruik mag maken, dat mocht altijd.
Een paar keer heeft ze nu meegemaakt dat de hele toilet onder de poep zat. Zij moet het dan schoonmaken. Dat is ze zat.
Dit briefje voorkomt dit.
Niet, dat ze ook maar één moment denkt dat de mensen hun grote boodschap NIET  daar doen, maar tenminste ruimen ze het op om niet te laten merken dat ze het WEL gedaan hebben.
Een slimme dame daar achter de toonbank!

Onlangs moest ik daaraan terug denken. Ik hoorde wéér zo’n verhaal van een horeca-onderneemster.
Zij heeft, behalve de horeca ook een paar buitentoiletten waar badgasten (het ligt aan het water) naar het toilet kunnen, schoon te houden. Wat ze daar soms aantreft!!
Zoals een urinoir waar men een kind,  dat aan de dunne is, in heeft laten poepen! Niet schoongemaakt, de vieze luier nog op de grond.

Mensen die zoiets doen zouden taakstraffen moeten krijgen; wekenlang toiletten schoonmaken! Ze verprutsen het ook voor anderen want horecaondernemers zijn het zat en sommigen zeggen nu NEEN als je vraagt of je even van het toilet gebruik mag maken.

Ook bij zo’n verhaal wil ik wel graag een “toepasselijke”, zelfgemaakte*) foto plaatsen.
Deze keer de “bijzonderste toiletten “die ik ooit gezien heb, in the middle of nowhere in een regenwoud “ergens” in Nieuw Zeeland.
w.c. nieuwzeeland

 

*) ik smokkel een beetje met dat” zelf”, foto’s van mijn zéér naasten vallen daar ook onder.

Met familie naar de Plantage.

Ik maak deel uit van 3 families; de familie waarin ik geboren ben, mijn schoonfamilie én nog een familie!

Mijn moeder werd op 47 jarige leeftijd weduwe en is alleen gebleven tot een paar maanden voor mijn trouwen. Toen kwam een man, die ze eerder had leren kennen bij ons inwonen.
Zij tweeën, zijn (volwassen) kinderen, mijn kersverse echtgenoot en ik gingen uit eten om “kennis te maken”.
Het bleek dat mijn lief en zijn jongste zoon op de middelbare school in dezelfde klas hadden gezeten:.  die hadden genoeg gespreksstof! Tussen zijn vrouw en mij klikte het meteen. Haar noem ik (nog steeds) het zusje dat ik nooit gehad heb. En zo voelt het ook. De familie van mijn stiefvader heb ik er dus later “bij gekregen”.

Na de dood van “onze” ouders gaan we één keer per jaar met zijn allen weg,ergens iets drinken, uit eten of allebei.
Eergisteren kwamen we weer bij elkaar. Niet allemaal, want zoals bijna iedere keer is er altijd wel iemand NIET ( het is een  reislustige familie)
Deze keer was het familielid die in Zwitserland woont wél aanwezig, helaas zijn vrouw niet, die werkte op dat moment in Oostenrijk.

plantageWe ontmoetten elkaar tussen de oude platanen, in het sfeervolle monumentale pand de Ledenlokalen aan de Plantage Kerklaan, naast de hoofdentree van Artis in Amsterdam.
Dit pand is in 1870 door architect G.B. Salm ontworpen en herbergt nu oa. een café restaurant.

Het was een heerlijke dag dus we zaten buiten op het terras.
buitenplantage De meeste familieleden hebben we lang niet gezien.We drinken een drankje en  toasten op absent friends, want helaas zijn er ook al familieleden overleden.
We praten elkaar bij.
Het wordt later en we hebben wel zin om wat te eten. Er is een kleine kaart met “hapjes”. We vragen tot hoe laat we deze kunnen bestellen; dat kan de hele avond.
plantagefoodDus bestellen we het één en ander van de hapjeskaart en ook nog wat te drinken. Er komen leuke schaaltjes met mini pitabroodjes en  dipsauzen, chorizo, buikspek, kazen, olijven  kortom “hapjes”
Als de broodjes op zijn vragen we om meer en die krijgen we ook.
Het wordt inmiddels wat drukker, ook binnen.

plantagefood2

We willen nog wel wat meer hapjes bestellen, maar de ober (eerder hadden we een vrolijke dame) komt vragen of we ook gaan dineren?
Dát waren we niet van plan. Dán heeft hij onze tafel nodig en hebben we nog 20 minuten om  te eten.
Er wordt gefronst. Als we gaan dineren kunnen we blijven zitten als we  blijven bij onze hapjes, die we de hele avond door kunnen bestellen, moeten we weg? We snappen het niet zo goed. De ober zegt dat er sprake is van een miscommunicatie en dat we nog 20 minuten aan deze tafel hebben of anders binnen aan de bar kunnen gaan zitten. Eén familielid oppert dat hij maar snel de hapjes moet gaan halen, dan kunnen we ze nog opeten.Een ander familielid deelt mede dat dit de laatste keer is geweest dat hij hier komt.
De ober gaat weg.

De hapjes  komen snel, maar de sfeer is een beetje weg.
Eén van de familieleden moet nog ver rijden en wilde toch niet zo laat weggaan, we doen haar met zijn alle uitgeleide. Bij Artis’ingang  nemen we afscheid van elkaar: Het was weer een gezellig samenzijn.

De “Zwitser “blijft bij een familielid slapen en is nog “even”in Nederland.Wij worden naar het station gebracht en pakken vandaar de trein naar huis.
Als we met de auto terugrijden (die stond bij station Diemen Station) komen we onder de Zandhazenbrug door, de spoorbrug met de langste overspanning van Nederland
(255 meter)**)
De brug is vlakbij Muiderberg; daar komt de naam Zandhazenbrug ook vandaan; de inwoners van Muiderberg schijnen de bijnaam Zandhazen te hebben (gehad)

 

 

 

*) ”*(her)trouwen deden ze niet meer.
**) geopend in 2016

Servettentekst

centralWie verre reizen doet kan veel verhalen, maar ook als je dichter bij huis blijft kun je dingen meemaken en erover vertellen (getuige sommige van mijn blogs)Onlangs waren we in ’s Hertogenbosch (blog 18/3). We lunchten daar op een toplocatie met uitzicht over de Markt, in een restaurant (tevens hotel) dat de leuze voert  “A warm welcome since 1905”.

Een meisje met een prachtige lach kwam ons bedienen, de cappuccino was er bijna direct en van heerlijke smaak.
Kort daarop kwam ze het bestek neerleggen. Een kraakhelder witte servet met daarop het bestek. Wat me opviel was de tekst op het servet: “Please, keep it clean”
Een servet dat je schoon moet houden?
Bijzonder.

Zoals altijd als iets me intrigeert wil ik daarover andermans(vrouws) mening horen.
Dus toen het meisje terugkwam las ik de leus op het servet en kreeg haar vragend aan. “O, mevrouw , we hebben deze servetten nu 2 maanden en krijgen er zoveel opmerkingen over. We hebben ze gekregen van het hoofdkantoor en dit al naar ze teruggekoppeld”
– En ? –
“We mogen nu zelf een andere leuze aandragen, maar ik heb nog geen ideeën.
Wel leuk dat we mee mogen denken van het hoofdkantoor”.
– Wil je dat wij er over denken? –
“Graag, dan kan ik zeggen dat de klanten hiermee kwamen”
Het meisje verlaat onze tafel, ons in nadenkende mood achterlatend.
Uiteindelijk kom ik niet verder  met een idee voor servettentekst  als het, in mijn ogen krachtige,  Geniet!
De lunch wordt door een ander meisje gebracht en we genoten van het uitzicht én de het broodje. Als de lunch op is komt het “eerste” meisje weer langs met een vragende blik in haar ogen
– We willen graag afrekenen en hebben als motto “Geniet” kunnen bedenken –
Ze kijkt bedachtzaam “Dan moet het ENJOY worden”
We fronsen onze wenkbrauwen, wetend dat het een internationaal concern is
–  Maar we zijn hier toch in Nederland? –
“Het moet van het hoofdkantoor in het Engels”
Manlief komt met een “tussenoplossing” dan maar allebei:  Enjoy, Geniet.
Het meisje bedankt ons hartelijk
“ Ik heb in ieder geval een suggestie  in te leveren”

We komen terug over een jaar of zo, voor zo’n heerlijke broodje, het uitzicht op de altijd bedrijvige Markt, haar lieve lach, maar bovenal om te zien welke leuze er op het hagelwitte servet staat.

 

 

 

Leer/werkplek.

Er zijn in verschillende plaatsen restaurants, lunch- en/of tearooms waar lichamelijk en/of geestelijk gehandicapten werken.

Vandaag was ik in een Theehuis op een bosrijk terrein waar ook een mythylschool is gehuisvest. Leerlingen van de school kunnen in het theehuis een leerwerkplek krijgen en worden daar ook begeleid.
Er was een publicatie geweest over een proeflunch. We werden bediend door een verlegen jong meisje. We vroegen naar de proeflunch. Ze had een beetje moeite met het opnoemen van wat de broodjes precies bevatten en moest zo nu en dan op haar spiekbriefje kijken.  Een van de broodjes heette MARC “genoemd naar die man daar” vertelde onze serveerster en ze wees op een man achter de toonbank, die lachend knikte. We namen allebei “een Marc”. Het bleek om een “Japans” broodje te gaan met zalm, zeewier, wasabi en dikgemaakte soja. Een proef die wat mij betreft heel goed geslaagd was. Heerlijk. Het meisje was verlegen, en wist niet alles, was wel vriendelijk en behulpzaam. Toen ik haar een compliment maakte, keek ze verlegen naar beneden.

Afrekenen hoefden we alleen de koffie en de melk die we bij de lunch genuttigd hadden. De publicatie was duidelijk bedoeld om onbekende klanten, te laten zien dat dit theehuis bestaat en dat het er goed toeven is. Wat mij betreft is dat helemaal gelukt. Ik ga er vast nog eens terug.