Boek: Zondagskind

Schrijfster: Judith Visser
Met als ondertitel: Alsof opgroeien nog niet lastig genoeg is.


Publicatie 2018

Soms lees je een boek waar je, ook als het uit is, niet van loskomt.
Zo’n boek is Zondagskind.
Het heeft me diep geëmotioneerd, zo erg dat ik soms niet verder kon lezen.

Het gaat over een autistisch meisje: Jasmijn Vink.

De schrijfster Judith Visser
( geboren 1978 Rotterdam) heeft dit autobiografische boek geschreven omdat ze, zoals ze zelf zegt “Boeken  wil schrijven die voor mensen iets betekenen”
Dat gebeurde zeker bij Zondagskind
Zelf heeft Judith een vorm van het syndroom van Asperger,  maar kwam daar pas achter toen ze al volwassen was.
Het is een vorm  autisme,  een ontwikkelingsstoornis. Dit wil zeggen dat bij iemand met Asperger, zo las ik, de problemen in de sociale omgang al vroeg in het leven duidelijk worden, al duurt het soms nog jaren voordat echt een diagnose gesteld wordt.

Ook Judith kon, net als het boekfiguur Jasmijn Vink al op haar derde lezen, werd letterlijk ziek van verjaarsfeestjes en voelde zich veel beter op haar gemak bij dieren dan bij mensen.
Judith heeft nu 2 wolfshonden waarvan één naar lezingen meegaat en de ander naar bezoek van scholen: Yuriko en Fontana
Jasmijn had één hond “Senta”.

Jasmijn ontdekt, als ze 11 jaar is de muziek van Elvis Presley; er komen posters van hem op haar kamer. Ze praat niet vaak met “echte” mensen, wél met  de poster van  Elvis.
Dat is NIET gek, want ’s morgens zit de hele klas ook allemaal met gesloten ogen en gevouwen handen in de klas voor het ochtendgebed. Zoals Jasmijn zélf opmerkt “Spreken ze dan ook met iemand die geen van ons ooit gezien of gehoord heeft. En dát wordt door niemand gek gevonden”

Een geweldig, bijzonder geschreven boek; een boek dat ik niet meer vergeet!
Een aanrader voor mensen die willen lezen hoe “anders” de zogenaamde gewone wereld ook voor iemand kan aanvoelen; alsof je op dezelfde planeet woont maar géén spelregels hebt gekregen, alléén jij niet



Schrijfster: Judith Visser

















Te geef en te leen

Een leuke dag waarin we een aantal mensen ter wille konden zijn.
Het begon met een vriendin, waarvoor ik bonnetjes had gespaard zodat ze (goedkoper) Lego kon kopen. Samen gingen we naar de winkel, ze vond wat ze zocht en kon 2 dozen LEGO kopen, dankzij de gespaarde zegeltjes.

’s Middags kwam er een vriend; hij wilde iemand 2 vissen geven en wij hadden aangeboden dat hij die van ons krijgen kon. Daartoe moesten ze wel eerst gevangen worden.
Mijn lief begon met een schepnet, maar de vissen vonden het NIET leuk en waar ze anders bijna uit onze hand aten,”kropen” ze nu onder de grote waterleliebladeren weg.
Het vangen werd bemoeilijkt door het feit dat hij het liefst een rode, gele en zwarte vis wilde (de kleuren van de vlag van België)
We konden dus niet “zomaar” vissen vangen, maar moesten gericht “jagen”.
Door een lucky catch kreeg ik één gele vis te pakken, maar daarna waren ALLE vissen verdwenen.
Dat kwam natuurlijk ook doordat we een glazen bak IN de vijver mét vijverwater (juiste temperatuur) hadden gezet waar de gevangen vissen in konden vóór ze met onze vriend meegingen.
Af en toe kwam een vis “kijken ”bij zijn gevangen, gele vriendje!

We belden de vriend op : Meer dan 1 vis gaat niet lukken (de zwarte vissen zag je sowieso niet)
De vriend had nog meer ijzers in het vuur, oftewel hij mocht bij zijn buurman zelf in zijn vijver vissen vangen. Hij verliet ons met de glazen bak met één gele vis erin en ging naar zijn buurman.
Hopelijk kon hij de Belgische vlag “aanvullen” en nog een rode en een zwarte vis vangen!

Toen kwam een kennis ons traphekje lenen. Zijn hond was geopereerd en mocht 10 dagen NIET naar boven. De hond zou zich daar wél aanhouden als ze thuis waren (hij móest wel) maar als ze beiden weg waren…..dan was een traphekje een uitkomst.
(Ook wij gebruiken het, verstelbare, hekje voor de trap als er een logeerhond is.
We zijn stapelgek op honden maar ze mogen NIET naar boven en zeker niet op de slaapkamers.
De kennis verliet, ná enige uitleg hoe het aan een bepaalde maat kon worden aangepast mét traphekje.

Een aantal mensen gelukkig gemaakt en onszelf ook.

Bosgebied Einde Gooi

lege buurtuin

Onze nieuwe buren gaan vandaag  en morgen mét hun familie in hun lege tuin aan het werk. Geen dagen dus om voor ons in de tuin te bivakkeren.
We willen weg maar waarheen?
Hemelvaartsdag is van oudsher een dag waarop IEDEREEN de weg op gaat, naar strand en zee,  duin, bos of hei.
Door het Coronavirus moeten we elkaar mijden, dus waar is het nu stil?

We hebben weer een plek gevonden!

Een gebied van logo natuur niet ver van Vliegveld Hilversum*)
We lopen in een mooi gebied, komen 4 mensen tegen: een echtpaar mét hond, een dame mét camera én telelens én een man alleen met een jonge hond, die vreselijk graag met ons wil spelen. Wij willen dat ook wel, maar de baas raadt het af ”hij verruïneerd uw kleding” Mijn spijkerbroek  kan wel wat hebben maar als ik één ding geleerd heb van hondenbezitters is dat je ze serieus moet nemen. Zíj kennen hun hond het best, “Let op hij kán bijten”,  is een ook zo’n waarschuwing die ik beslist ter harte neem.
wandelbos

We lopen “fout” of liever gezegd anders dan gepland en komen op een fietspad terecht. Hoezo niet druk?
Gezinnen met opa, oma, vader, moeder, kinderen voor- en achterop én met kinderfietsjes; grijze duiven op elektrische fietsen en wielrenners (zonder bel in flitsende pakken).
Op dit fietspad NU lopen is niet echt leuk. Na iets minder dan een kilometer kunnen we gelukkig het bos weer in.

Op de parkeerplaats is het een stuk drukker geworden; we waren op tijd om het bos voor ons alleen te hebben!
Het nadeel is weer dat we vroeg in de middag thuis zijn en de werkzaamheden in de buurtuin nog in volle gang zijn. Nu het zó open is ga ik maar even binnen mijn blog typen i.p.v. buiten te zitten/werken/frutten.
We hebben in ieder geval de zonnevitaminen al weer binnen!

*)Vliegveld Hilversum ligt ingesloten tussen Hilversum, Loosdrecht en Hollandse Rading. Je kunt er vlieglessen nemen;  er vliegen sportvliegtuigjes af en aan en er zijn zweef- en helikoptervluchten en parachutespringmogelijkheden.

 

 

Herinnering aan roodwangetjes

schildpad
Vandaag maakte ik met mijn artisblokken (zie blog 24 jan) een schildpad.

Dat bracht wat herinneringen terug aan de jonge jaren van onze oudste zoon
Hij  wilde een huisdier. Als klein mannetje op een flat had hij al goudvisjes in een kom gehad. Toen de visjes dood waren gegaan (logerend tijdens de vakantie) waren er geen nieuwe gekomen. Eigenlijk vonden we het ook wel zielig 2 visjes in een kom rondzwemmend, dát zou het niet meer worden. Na veel overleg, lezen en pratend in een dierenwinkel werden de nieuwe huisdieren: roodwangschildpadjes.

roodwangWe kochten een bak, die zowel water als een eilandje had en 2 schildpadjes, die iets kleiner dan een toenmalige gulden waren. We voerden ze met groente en vlees en ze groeiden voorspoedig.
De bak werd veel schoongemaakt, dat is nodig om ziektes buiten de deur te houden, maar ook tegen de stank. Ik geloof dat ze een kleine 2 jaar bij ons geweest zijn. Toen we met vakantie gingen hebben we de bak bij vrienden gebracht die voor ze wilden zorgen. Toen we terug kwamen waren ze ziek en zijn ze kort na elkaar gestorven.
Einde schildpadjes.

Heel veel later, toen we een huis met een tuin én een zoon erbij hadden, hebben we een hond gekocht.
Die is altijd mee met vakantie gegaan.

Gered?

Wij hadden vroeger een hond.
Dientengevolge kende ik alle hondenbezitters bij ons in de buurt.
Onze hond is al jaren dood en vele van zijn vroegere “vriendjes” ook, maar een aantal van de hondenbezitters van toen hebben, nadat hun hond overleden was, een andere hond genomen.

stafforshire 2
Mensen die een straat achter ons wonen, hadden vroeger een wolfshond, een knoeperd van een beest. Toen de hond overleed namen ze een Staffordshire bulterriër, niet zo groot, maar nog steeds geen knuffelhond! Hun oudste zoon werd volwassen en kocht een huis in onze straat en van die tijd af zie ik de zoon vaak met de bulterriër lopen.(ik denk dat hij de hond heeft meegenomen)

 

 

Vanavond liepen we na het eten een stuk door de wijk. Toen we  op de terugweg waren zat daar de bulterriër. Zijn baas was nergens te bekennen. Ik liep op de hond af en aaide hem, hij liet het toe en liep achter mijn lief aan.
“Waar is de baas?” vroeg ik,  alsof ik antwoord van de HOND zou krijgen!
Straat in straat uit gekeken, geen baas. De hond liep een beetje mank achter ons aan. Het zat mij en mijn lief niet lekker om hem zo alleen op straat te laten staan.
We namen hem mee en belde aan bij de zoon. Niemand deed open.
Vermoedelijk was hij zijn hond aan het zoeken.
Mijn lief pakte zijn fiets en reed de wijk wat rond om de baas op te sporen en ik nam de hond mee naar binnen, hij volgde me heel dociel. Water en een hondenkoekje (altijd in huis) verdwenen  in zijn bek onder luid geslobber.

Mijn lief kwam terug. Geen hondebaas gevonden
Ik belde nogmaals bij de voordeur van de hondenbaas aan, niemand deed open. Misschien was de baas weg en pasten zijn ouders op, bedacht ik me.
Ik zocht in onze schuur naar de riem van onze vroegere hond (wie wat bewaart heeft wat), lijnde de hond aan en samen liepen we een straatje om.
Hij liep langzaam (moe?) maar volgde wel. Ook bij het adres van de ouders werd niet opengedaan. Ik belde nogmaals en tikte hard tegen de ruit.
De hond zwiepstaartte, ik hoorde gestommel. De vader verscheen met verwarde haren (geslapen?) Ik vertelde dat ik de hond had gevonden en dat ik hem wilde thuisbrengen maar dat zijn zoon niet thuis was.
Hij keek me ietwat verdwaasd aan.” MIJN hond” zei hij. Het leek of hij me niet begreep.
– Kan ik hem hier achterlaten? – vroeg ik.
De vader knikte De hond probeerde al, achter de man, om naar binnen te komen.
Ik maakte hem los en de hond liep naar binnen. De man gaf me een “aparte” handdruk (bestaande uit 3 “grepen”)  en liep naar binnen. Een beetje vreemd ging het wel.
Maar kennelijk voelde de hond zich er thuis en het WAS de vader van de jongen waar de hond altijd mee liep. Dus ik nam maar aan dat het goed was.
 

Over de dood.

Na met het boekje “Opruimen voor je doodgaat” bezig te zijn geweest, ben ik ook een beetje met  dood bezig (niet mijn dood specifiek, meer dood in het algemeen) Opeens vallen allerlei  “doodse” dingen me op: zoals reclames van uitvaartverzorging en uitvaartverzekeringen. Laatst  kreeg ik een foldertje in de bus van een dame die bijzondere urnen uit Afrika importeert;  in een advertentie viel mijn oog op een “rouwkalender” en een rouwrugzakje voor kinderen  dat ”net zo zacht aanvoelt als een knuffel”.
De dood blijkt big business.

Zelf wil ik, als de tijd daar is, gecremeerd worden; tijdens mijn leven heb ik plaats ingenomen in dit overbevolkte landje, dat wil ik niet ook nog doen als ik dood ben. Mijn as mag verstrooid worden, ik hoef geen urn (tenzij een nabestaande mijn as wil bewaren, het mag, maar ’t is zinloos; mijn as ben ik niet)

Doordat er veel buitenlanders in Nederland wonen en  er ook sterven zijn ook “andere”  begrafenisrituelen in onze samenleving binnengekomen. Geen koffie met plakje cake, maar hele maaltijden, geen crematie maar begraven mét een heuveltje op het graf dat “zo hoog moet zijn als de bulten van een kameel”(moslims); geen bloemen, maar een gift aan een goed doel (Joods).

Niet alleen mensen worden begraven of gecremeerd, ook dieren; er zijn ook dierenbegraafplaatsen en dierencrematoria  in Nederland. De grootste dierenbegraafplaats, is in Frankrijk, La Cimetière des Chiens in Parijs. Indrukwekkend! Voor de crematie van onze hond heeft onze dierenarts zorggedragen, onze vissen werden (en worden, wanneer ze “gewoon” doodgaan en niet opgegeten worden door reiger of buurkat) in de tuin begraven . Vroeger door de kinderen met getimmerde houten kruisen (die na verloop van tijd werden weggehaald om te voorkomen dat onze tuin, naast de zandbak en het grasveldje meer op een begraaftuin leek)