De Hamvraag

johan Bodegraven
Johan Bodegraven (1914-1993)

Als kind woonde ik in een oplopend straatje. Wij woonden bijna onderaan. Bijna bovenaan de straat (die overigens laan heet) woonde een bekende radioman; Johan Bodegraven. (de uitdrukking BN-er bestond toen nog niet)

Mijn moeder zei van hem “Johan Bodegraven kon zelfs je laatste dubbeltje uit  je zak praten”
Dát sloeg op het feit dat deze radiopresentator geld binnenpraatte voor Goede Doelen.
Ter ere van het 50 jarig bestaan van de NCRV was er de actie Geven voor Leven, die Bodegraven in 1974  presenteerde. Aan het eind van de avond was er 65 miljoen (gulden) binnengehaald voor de bestrijding van kanker bij kinderen.
Dit  laatste feitje heb ik net op internet gelezen.
Toen wij daar woonden
wist ik alleen dat hij op de radio (NCRV) spelletjesprogramma’s presenteerde en dat zijn bijnaam de “aartsbedelaar van Nederland ” was.

Gisteren hadden we het over de uitdrukking: De hamvraag.
Waar komt die uitdrukking vandaan?Onze (oudere) bezoeker zei dat het uit een quiz  van de radio kwam: Mastklimmen (uitgezonden 1953-1957) Daarin werden door Johan Bodegraven vragen gesteld en als er een vraag goed beantwoord was mocht iemand hoger in een mast klimmen.Boven in de mast hing een gerookte ham (een flinke prijs voor die dagen wist onze bezoeker) Als je de laatste vraag goed had mocht je de ham uit de mast pakken.
Onze bezoeker wist zelfs de zin, die Bodegraven aan het eind van het programma zei: “Want haalde u de ham niet uit de top, dan haalde u in elk geval uw kennis weer eens op!”

Hij wist nog iets over Johan Bodegraven; Bodegraven heeft het radioprogramma Beurzen Open, Dijken Dicht gepresenteerd, dat vanaf 7 februari tot 28 maart 1953 elke week werd uitgezonden om geld in te zamelen voor de slachtoffers van de watersnoodramp in Zeeland ( 1.2.1953)
Aan het eind van de uitzendingen werd er 6 miljoen gulden aan giften aan het Rampenfonds overhandigd. En dat in een tijd dat velen het zelf niet breed hadden.

Ik denk nu, met terugwerkende kracht, dat mijn moeder gelijk had met de uitspraak:
“Die man kon zelfs het laatste dubbeltje uit je zak praten”

Overvragen

Op 1 oktober schreef ik een blog over borstkanker.
Ik vermeldde daar ondermeer in dat ik onlangs ( schriftelijk) werd gevraagd om een donatie aan het Wereld Kanker Onderzoek Fonds te geven.
Ik heb aan dat verzoek voldaan én ook een donatie aan de deurcollecte gegeven.

Vandaag kreeg ik een wéér brief van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds mét acceptgiro en de vraag ik of een bijdrage wilde storten.
Hier word ik een “beetje narrig van.

Het is een doel waar ik achtersta (  Ik leed ooit zelf aan borstkanker) maar een donatie vragen en een week later wéér een donatie is me te veel.
Natuurlijk kan er een fout gemaakt zijn (de brieven waar beide op naam gesteld, MIJN naam) maarrrrr…

De laatste tijd is het me echter al meer gebeurd. Een goed doel vraagt om een donatie; ongeveer anderhalve maand later krijg ik een bedankbrief met daarin de melding dat er veel geld nodig is en of ik wellicht een extra gift wil overmaken.

De politieke partij, waarvan ik lid ben en DUS betaal, stuurt me een brief MET acceptgiro en de mededeling dat er veel gedaan moet worden voor de twee verkiezingen volgend jaar, dat kost geld, kan ik iets extra’s overmaken?

Unicef, een doel wat ons na aan het hart ligt en waar we maandelijks een (klein) bedrag aan overmaken, belde onlangs op, of het bedrag wat hoger kon.

ICT (werft fondsen voor Tibet) dankt voor mijn donatie en vertelt in een brief hoeveel er nog moet gebeuren en of er wat extra’s kan gegeven worden ( mét bijgesloten acceptgiro)

Ik heb het helemaal gehad met deze manier van werken.
Ik besef dat ik een bevoorrecht mens ben om in Nederland te wonen, een dak boven mijn hoofd te hebben en geld om van te leven. Ik wil mijn welvaart best delen, maar door bovenstaande praktijken word ik verdrietig en eerlijk gezegd ook wat bozig.
STOP ER MEE, of moet ik ermee stoppen?
Dát is iets dat tegen mijn gevoel ingaat, maar zo langzamerhand…..

 

“Speelgoed” van de rijken

Als je puissant rijk *) bent en je hebt huizen in vele delen van de wereld en daarbij ook de auto’s die je status geven, een stel ondernemingen en nog een heleboel andere dingen, waar moet je je geld dan aan uitgeven?

Je kunt natuurlijk de wereld een beetje mooier maken en geld schenken een goede doelen.Dat doen sommige rijken ook (Mark Zuckerberg, Bill en Melinda Gates, om maar eens een paar te noemen)
Je kunt ook “speeltjes” kopen, zoals een voetbalteam, een formule 1 team of een ander sportteam (rugby, basket- en baseball en cricket zijn oa in handen van miljardairs.)

Als het je verveelt (of het kost te veel) verkoop je het weer.
Voorbeelden te over: de heer Wang (UVS) die met ADO “speelde” en, dichterbij huis Michiel Mol oprichter van Lost Boys en Media Republic) die met een groep investeerders ooit het Midland-1 formuleteam overnam.  Een team dat later weer werd over genomen door Vijay Mallya (Indiaas zakenman) en Force India ging heten en nu net weer is overgenomen door  oa Lawrence Stroll, een Canadese zakenman (en pappie van Lance Stroll, coureur bij het Williams team)

Verleden jaar kwam er een rapport uit van de UBS bank en PricewaterhouseCoopers waarin geconcludeerd werd dat miljardairs tegenwoordig sportclubs kopen uit andere motieven dan vroeger. Toen was het een statussymbool, werd een club vaak gekocht om het ego te strelen.
Tegenwoordig kan de rijke zakenman door een sportclub te kopen een band op bouwen met de lokale gemeenschap waarin hij actief is, zo staat in het rapport te lezen.

In het rapport staat ook dat de 140 bekendste sportclubs in handen zijn van 109 miljardairs (okt.2017)
Saillant detail is dat de gemiddelde leeftijd van deze tycoons 68 jaar is

 

*) Het Engelse billion is wat in het Nederlands een miljard genoemd wordt, dus 1000 miljoen of 1.000.000.000

 

AmnestyCollecte

amnestyAl jaren collecteer ik voor Amnesty International. Ooit was ik door een kennis, die wist dat ik donateur was, gevraagd als vrijwilliger voor schrijfavonden. Ik ben er één keer naar een toegegaan en wist meteen: dit is niets voor mij! In een ruimte met allemaal mensen een voorbeeldbrief overschrijven. Of ik dan wat anders voor Amnesty wilde doen? Niet een vraag waar ik toen nog NEE op kon zeggen. Dat “anders” werd één keer per jaar collecteren.
busGoede doelen hebben vaste maanden waarin ze collectanten langs de deuren mogen sturen. Amnesty heeft “haar” collecte in maart; vaak regen, soms koud; niet de meest ideale maand om langs de deuren te gaan.
Ik heb een bepaald systeem.
Allereerst spaar ik stuivers. Die gooi ik dan in de lege collectebus die ik krijg: ook bij de eerste mensen waarbij ik aanbel rinkelt het dan al. Als ik aanbel en de mensen niet thuis tref, noteer ik het huisnummer. Ik ga dan een van de volgende dagen in de collecteweek op een andere tijd naar dat huis. Als er dan nog niemand thuis is gooi ik een kaartje in de bus. Daarop staat de mogelijkheid alsnog een gift te geven met je mobieltje via SMS.

Steeds meer mensen hebben geen of weinig kleingeld meer in huis, ze generen zich om een heel klein beetje te geven. Ik zeg altijd dat alle beetjes helpen en dat Amnesty ook daar blij mee is.
Dit jaar vroegen 2 mensen om een pinapparaat, dan zouden ze wél meteen kunnen geven.
Van de 4 straten waar ik liep waren 14 mensen niet thuis;
zeiden 3 dat ze niets wilden geven;
één dame was Frans en zei: NON ;
één meneer vroeg of ik kon garanderen dat de vrijwilligers van Amnesty zich niet schuldig maakte aan seksuele intimidatie.
Die garantie kon ik hem NIET geven. We spraken een dik kwartier aan de deur; hij deed wél geld in de bus.
Wat dit jaar voor het eerst een paar keer gebeurde was dat er mensen waren die MIJ bedankte dat ik dit werk wilde doen. ’n Heel warm gevoel.

Morgen en/of overmorgen ga ik nog naar de 14 mensen die niet thuis waren.*)
Ik heb geen idee hoeveel geld ik opgehaald heb (1x papiergeld, rest munt geld) en eigenlijk interesseert het me ook niet.
Ik doe het met een lach, in mijn eigen buurt, waar ik veel mensen ken, omdat ik denk dat ik beter “scoor” dan een wildvreemde aan de deur.
Ik kan niet zorgen dat de mensen meer geven, dus Amnesty zal het moeten doen met hetgeen ik ophaal.
Iemand merkte op dat het “niet de moeite is ” wat collectanten aan de deur ophalen”
Ik denk zelf van wel: Elk gift is meer dan niets.

 

*)Van de 14 mensen waren er de volgende dag 5 niet thuis, de rest gaf allemaal
Van die 5 mensen waren de dag erop 4 wéér niet thuis (kaartje in de bus) en gaf er
eentje NIET.

 

Döstädning.

MargaretaDöstädning is een Zweeds gebruik om je materiële dingen te ordenen vóór je doodgaat.
Margareta Magnusson is de schrijfster van het boekje Dödstädning met als ondertitel “Opruimen voor je doodgaat” Hoewel ik nog lang niet van plan ben om dood te gaan zou opruimen een slim plan zijn. Het probleem is dat ik zo moeilijk afstand van dingen kan doen. Bij veel dingen in ons huis zit een verhaal achter: Dít heb ik gekregen van een vriendin die nu dood is, dát heb ik gekregen één van onze zonen van zijn eerste zakgeld, die blouse droeg ik toen….. en zo gaat het maar door. En hoewel veel “spullen” in een kast of doos liggen, blijken ze, als ik ze zie, niet WEG te kunnen

Margareta Magnusson, die zelf, “ergens tussen de 80 en honderd jaar oud is”  heeft op een inzichtelijke manier beschreven dat je afstand van dingen MOET doen, anders zadel je er een anderen (kinderen) mee op als je dood gaat. Maar ze schrijft ook dat afscheid nemen van spullen een ritueel kan zijn en je andere mensen BLIJ kan maken met jouw spullen.Ik gooi zelden iets weg, de Kringloopwinkel, de zak van Max, Mensen in Nood, er zijn genoeg goede doelen die je met spullen, huisraad, boeken of kleiding blij kan maken.

Het is heel verwonderlijk hoe anderen op het lezen van mijn nieuwe boek reageren. Speciaal jonge mensen denken meteen dat ik een enge ziekte heb of van plan ben uit het leven te stappen. Ouderen vinden het óf luguber, óf willen het van me lenen.
Ik ben nu al een dag of drie aan het ruimen en al een paar keer naar de kringloopwinkel geweest om een doos af te leveren. Ook staat in de gang de “zak van Max” klaar die volgende week wordt afgehaald.
Met een paar tips van Margareta ben ik erg blij. De doos (hooguit schoenendoosformaat) waarin papieren, kaarten etc. die je NU nog niet weg wil doen, maar waar niemand later wat aan heeft. Daar kun je van alles instoppen wat emotionele waarde heeft, maar waar de kinderen later niet in hoeven kijken omdat ze denken dat er iets formeel belangrijks in zit. Alleen waarde voor mij! De doos( zelfs kleiner dan een schoenendoos) is er en veel spul is al weg. Margareta heeft een versnipperaar, ik niet, dus ik verscheur.
Ook een goede tip is ( voor mij zeker toepasbaar bij kleding) om iets in je hand te nemen en je af te vragen “word ik hier blij van?” Dingen die te strak of te wijd zitten, maar geld hebben gekost kon ik moeilijk weggooien, na deze vraag gesteld te hebben, is het antwoord bijna altijd NEEN, dus gaat het in de zak van MAX.

Het boekje heb ik inmiddels opgestuurd naar een vriendin aan de andere kant van het land, die het boekje wilde lenen. Ik hoef het niet terug om te herlezen, het zit in mijn hoofd. En het werkt, alleen  bij mij niet zo rigoureus als Margareta beschreef.
Maar die is ook veel ouder dan ik!