Memory Lane

Vandaag moesten we in mijn geboortedorp zijn.
We komen er wel eens vaker maar nooit in de buurt waar ik als kind ben opgegroeid.
Vandaag hadden we tijd.
We deden onze “boodschap” en reden naar de straat waar ik vroeger woonde.
We parkeerden de auto, staken een weg over en gingen wandelen in het bos.

tunneltje

Om dat bos te bereiken moet (en moest) je een tunneltje door.
Het voet/fietspad er onderdoor loopt naar beneden. Daar sleeden we vroeger  ’s winters vanaf. Nu pas vallen de muurtjes met siersteentjes  aan weerszijden me op
Door het tunneltje heen kwam je op een bospad met aan één kant sportvelden aan de andere kant bos.

Nu was het “bos” vrij open en was het meer een perceeltje bomen dan een BOS.
Vroeger gingen we, aan het begin van de avond, grote, kleine kinderen en een paar ouders hier naar toe om Blikjetrap (soort verstoppertje) te spelen.
Maar ja vroeger was ik een stuk kleiner en leek het BOS een stuk groter!

We lopen langs de sportvelden (waar ik ooit aan schoolsporttoernooien heb meegedaan)
Ik zie weinig bos, wel bomen. Dan komen we bij open velden. Vroeger was hier wuivend graan, waartussen korenbloemen en klaprozen stonden. (Misschien nog wel als we hier in de maand juni zouden zijn) én er was ook een knollenveld (suikerbieten of knolraap)

Tussen de blaadjes onder de kale bomen bloeit een veld sneeuwklokjes.
Niet ver hier vandaan is een landgoed dat in 1934 in handen van Natuurmonumenten kwam.
zichtlaanDe zichtlaan is nog steeds te bewandelen, heel in de verte kun je een glimp zien van het huis.

We lopen weer terug naar de auto.
Ik maak een foto van “ons” straatje, dat oploopt naar boven en waar wij vrij “laag” woonden in een huis dat in 1919 was gebouwd.
straat

padvindershuisjeOm het padvindershuisje  om de hoek kan ik niet heen (letterlijk en figuurlijk); er staat een hek omheen, én het was de plek waarachter ik vroeger een paar keer flink in elkaar gemept ben door meisjes waar ik niet bij hoorde en (naar hun zin) wel bij moest horen.
Het huisje is wat verloederd maar zal nu vast wel een monument zijn (ik ben er niet dicht genoeg bij geweest om dát te zien; het roept geen fijne herinneringen op: het was zó dicht bij huis, maar (nog) niet veilig)
Het is een gebouwtje met een apart paraboolvormig dak van architect Jacobus van Laren gebouwd in 1921.

We stappen in de auto en rijden naar huis.
Ik sluit het verleden weer af: de fijne én de minder fijne dingen.

 

Schim uit het verleden

In mijn jeugdjaren speelde ik met een buurmeisje. Ik at daar ook wel eens.  (Ze zal ook wel eens bij mij gegeten hebben, maar dat herinner ik me niet meer.)
Het eten bij haar vond ik bijzonder, zij was namelijk katholiek en moest een gebed opzeggen vóór ze mocht eten. Als ze een fout maakte, moest het weer opnieuw opgezegd worden. Dan kon je eten koud worden. Ik keek en luisterde er met verbazing naar.

Het meisje had een tante (zus van haar moeder) die zangeres was. Die tante at ook wel eens mee.
Er was nog geen t.v. dus van gezicht kende ik die tante niet; alleen omdat mijn vriendinnetje me dat verteld had, wist ik wie het was.  Ze zong jazz. Later voor de radio met the Skymasters en the Dutch Swing College Band en ze maakte platen.

Afgelopen week stond ik  in een naburig dorp bij de slijter en stond de zangeres naast me. We raakten aan de praat over het dorp en de straat waar haar zus woonde.
De zus was overleden, en haar zwager ook vertelde ze.

Toen ik thuis kwam  zocht ik op internet haar naam.
Daar zag ik dat er die komende zondag een tributeconcert zou worden georganiseerd vanwege het bereiken van haar 80 jarige leeftijd.