Drie eenheid

sieraden

  1. De aanleiding
    Toen mijn moeder overleed liet ze mij een sieradendoosje na.
    Erin zaten een paar broches, haar horloge en wat ringetjes.
    Die ringetjes had ik haar nooit zien dragen, ze waren erg klein en kapot
    Van haar moeder of oma vermoedelijk.
    Ik heb er niets mee gedaan.
    Het doosje staat er nog.

2.De financiering.
Toen ik terug kwam van de kaakchirurg had ik een gat in mijn mond en een gouden kroon in een papieren servetje in mijn zak. Twee maanden later, na een hernieuwd bezoek aan de kaakchirurg had ik nu ook aan de andere kant van mijn mond een gat en wéér een gouden kroon in een servetje in mijn tas.

3.De edelsmid.
Eén keer per jaar fiets ik een atelierroute. Hier in de buurt zijn dan ateliers open voor bezichtiging. Dat kunnen schildersateliers zijn, of handwerkateliers, maar ook werkplaatsen van licht, foto- en videokunstenaars, edelsmeden en pottenbakkers.
Van één van die atelierbezoeken had ik ooit een visitekaartje meegenomen van een edelsmid  wiens werk me wel aansprak.

ringenBovenstaande dingen bij elkaar opgeteld heeft me doen besluiten de stoute schoenen aan te trekken en de edelsmid te vragen van de kronen en de ringetjes een nieuw sieraard te maken.

In blijde verwachting
Nu zit ik in haar atelier.
De ringen zijn echt goud, maar één steen was glas en de andere was beschadigd en gaat zeker verder stuk als hij ontmanteld moet worden. Wat wil ik?
Ik wil graag een hangertje, zonder steentje
De edelsmid heeft ideeën en meerdere boeken met dingen die ze al eens gemaakt heeft.

We praten en we kijken en ik zie iets moois, waarop zij de suggestie doet omdat van goud én zilver te maken. Dat vind ik een prima plan, want eerlijk gezegd vind ik zilver mooier dan goud, en heb ik ook meer zilveren sieraden dan gouden.
Een hangertje van beide edelmetalen lijkt me altijd en overal bij te dragen!

Het goud van de kronen kan zij niet verwerken; ze brengt het naar een goudhandelaar, daar krijgt ze een prijs naar gewicht voor, waarvan ze goud koopt dat wél voor een edelsmid te verwerken is.
Ik vind het spannend én bijzonder dat nu eindelijk mijn moeders, (oma ’s wellicht)ringetjes een nieuw leven krijgen en weer, in een andere vorm gedragen gaan worden.
Nu is het afwachten op de geboorte van mijn sierraad.

 

 

De Pers

De laatste jaren van zijn leven kreeg mijn broer een hang naar vroeger.
Hij ging zich omgeven met spullen die wij vroeger thuis ook hadden.
Mijn vaders’zus en haar man hadden heel vroeger een veilinghuis, zodoende hadden wij vroeger chique spullen (voor niet veel geld) in huis, waaronder een Perzisch tapijt.
tapijt
Dát wilde mijn broer ook graag. Via een internetveiling kwam hij aan een Perzisch tapijt. Hij was er erg blij mee en genoot, helaas niet lang, van zijn aankoop.

 

Toen mijn broer overleed kwam zijn zoon (en enige erfgenaam) in het bezit van heel veel spullen die niet zijn smaak waren, waaronder de Pers.
Toen mijn schoondochter op de crematie voor het eerst in mijn broers huis was, maakte ze een opmerking over de Pers: ze vond hem mooi.
Mijn neefje zei onmiddellijk: “Dan is die voor jou!”
Ik heb een hele leuke, vrijgevige neef!

De Pers is groot.
Mijn zoon en schoondochter hebben noch rijbewijs, noch auto.
Mijn broer woonde aan een andere kant van het land dan mijn schoondochter.

De oplossing voor de laatste twee kwesties is dat wij een aanhangwagentje lenen, die achter onze auto zetten (we hebben een trekhaak) en de Pers ophalen van de ene kant van het land en brengen naar de andere kant van het land.

 

Döstädning.

MargaretaDöstädning is een Zweeds gebruik om je materiële dingen te ordenen vóór je doodgaat.
Margareta Magnusson is de schrijfster van het boekje Dödstädning met als ondertitel “Opruimen voor je doodgaat” Hoewel ik nog lang niet van plan ben om dood te gaan zou opruimen een slim plan zijn. Het probleem is dat ik zo moeilijk afstand van dingen kan doen. Bij veel dingen in ons huis zit een verhaal achter: Dít heb ik gekregen van een vriendin die nu dood is, dát heb ik gekregen één van onze zonen van zijn eerste zakgeld, die blouse droeg ik toen….. en zo gaat het maar door. En hoewel veel “spullen” in een kast of doos liggen, blijken ze, als ik ze zie, niet WEG te kunnen

Margareta Magnusson, die zelf, “ergens tussen de 80 en honderd jaar oud is”  heeft op een inzichtelijke manier beschreven dat je afstand van dingen MOET doen, anders zadel je er een anderen (kinderen) mee op als je dood gaat. Maar ze schrijft ook dat afscheid nemen van spullen een ritueel kan zijn en je andere mensen BLIJ kan maken met jouw spullen.Ik gooi zelden iets weg, de Kringloopwinkel, de zak van Max, Mensen in Nood, er zijn genoeg goede doelen die je met spullen, huisraad, boeken of kleiding blij kan maken.

Het is heel verwonderlijk hoe anderen op het lezen van mijn nieuwe boek reageren. Speciaal jonge mensen denken meteen dat ik een enge ziekte heb of van plan ben uit het leven te stappen. Ouderen vinden het óf luguber, óf willen het van me lenen.
Ik ben nu al een dag of drie aan het ruimen en al een paar keer naar de kringloopwinkel geweest om een doos af te leveren. Ook staat in de gang de “zak van Max” klaar die volgende week wordt afgehaald.
Met een paar tips van Margareta ben ik erg blij. De doos (hooguit schoenendoosformaat) waarin papieren, kaarten etc. die je NU nog niet weg wil doen, maar waar niemand later wat aan heeft. Daar kun je van alles instoppen wat emotionele waarde heeft, maar waar de kinderen later niet in hoeven kijken omdat ze denken dat er iets formeel belangrijks in zit. Alleen waarde voor mij! De doos( zelfs kleiner dan een schoenendoos) is er en veel spul is al weg. Margareta heeft een versnipperaar, ik niet, dus ik verscheur.
Ook een goede tip is ( voor mij zeker toepasbaar bij kleding) om iets in je hand te nemen en je af te vragen “word ik hier blij van?” Dingen die te strak of te wijd zitten, maar geld hebben gekost kon ik moeilijk weggooien, na deze vraag gesteld te hebben, is het antwoord bijna altijd NEEN, dus gaat het in de zak van MAX.

Het boekje heb ik inmiddels opgestuurd naar een vriendin aan de andere kant van het land, die het boekje wilde lenen. Ik hoef het niet terug om te herlezen, het zit in mijn hoofd. En het werkt, alleen  bij mij niet zo rigoureus als Margareta beschreef.
Maar die is ook veel ouder dan ik!

 

De kerstpudding

Ze hield niet erg van koken, maar met kerst pakte ze uit. Als toetje maakte ze altijd een bijzondere kerstpudding, met langevingers en jam en bovenop strooide ze kokos zodat het leek alsof het had gesneeuwd. Het werd helemaal “af” met een  (nep)takje hulst met rode besjes. De kinderen waren gek op die pudding. Toen haar man stierf moest het huis worden verkocht. Door de vrijkomende erfenis kwam er ruzie met haar schoondochter, en dus ook met haar zoon. Dát gezin zag ze niet meer, dus ook haar 3 kleinkinderen niet. Haar andere zoon ging het leger in en daarna op zichzelf wonen.

Zij verhuisde samen met haar dochter naar een flat. Om haar op te vrolijken gaf haar oudste zoon haar een hondje, een puppy nog. Ze had haar handen er vol aan. Met kerst was de eettafel in de flat te klein om, ook al was er een gezin van 5 personen minder, een kerstdiner op te dienen. Er werden bijzettafeltjes gebruikt. Het oogde rommelig, maar ook gezellig. De kerstpudding stond te pronken gezet op zo’n bijzettafeltje. Toen zij en haar dochter in de keuken bezig waren en haar zoon en schoondochter met hun baby druk waren deden nam de hond, wiens kop precies ter hoogte van het bijzettafeltje kwam, ongemerkt een hap uit de kerstpudding.

Ze zag het past toen ze aan tafel gingen. Ze begon te huilen. Zo als het was zou het nooit meer worden. Zelfs de kerstpudding kon “vroeger” niet terug brengen, maar ze had het geprobeerd en nu had de hond ook dat kleine stukje vroeger te niet gedaan. Haar zoon troostte haar, de dochter liep met de schaal naar de keuken, schepte de bovenlaag eraf, deed de rest in een kleiner schaaltje en strooide wat overgebleven kokos over het geheel uit. Ze kwam met het schaaltje binnen en zette het op het bijzettafeltje; de hond was naar de gang verbannen. De dochter gaf haar moeder een troostende aai over haar bol. Vrolijk kerstfeest en eet smakelijk. Ze lachte door haar tranen heen: Een gezegend kerstfeest, dát was het. Ze keek om haar heen naar de gezichten van haar kinderen en kleinkind: Zo als het was zou het nooit meer worden, maar ze had nog zoveel om dankbaar voor te zijn.