Zeilschip Peking (1911)

Een Engels familielid maakte me attent op een bijzondere  viermaster die gerestaureerd wordt. Een zeilschip waarop hij 3 jaar gebivakkeerd heeft
“Helaas”, appte hij, “ heeft het schip toen ik erop zat geen meter gevaren”

peking schipHet schip werd in 1911  in Hamburg gebouwd en was bedoeld om nitraat te vervoeren van Chili naar en Europa. Tot 1932 heeft het ook als zodanig dienst gedaan.
De eerste eigenaren waren de heren Laeisz. Zij bezaten aan het begin van 1900 de grootste en de snelste vrachtschepen.Door deze snelle vloot werd de bijnaam Flying P aan deze maatschappij gegeven (P omdat al hun schepen  met een P begonnen).

De overtocht van het Kanaal naar Chili werd in 70 dagen gedaan.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag het schip in Valparaiso (grootste havenstad van Chili). De viermaster is daar gedurende de hele oorlog gebleven
Daarna werd het een logies- en trainingsschip oa. voor de Engelse marine én een kindertehuis mét school.

Toen mijn familielid er verbleef lag het vrachtzeilschip in de rivier Medway ter hoogte van Upnor.

In 1974 kwam de viermaster  naar New York, waar mijn familielid het in de jaren ’80 bezocht toen het bij het the South Street Seaport Museum lag. Hij vertelde dat hij in de mess stond waar de meubelen toen al uitgehaald waren, maar waar de tafels en de banken op de muur waren geschilderd. Een bijzondere ervaring.

pekingDe Stichting Hamburg Maritiem kon het schip in 2015  voor € 100,-  overnemen.
Er moest wel 1 miljoen dollar worden geïnvesteerd om het schip op een dokschip naar Europa te vervoeren.  De Duitse Bondsdag maakte dit mogelijk door 26 miljoen euro beschikbaar te stellen.

De kosten lijken op dit moment de 42 miljoen euro  te  gaan overschrijden
De renovatie is nog niet klaar, verwacht wordt dat medio augustus/september het zeilschip in Hamburg te bezichtigen zal zijn.
Mijn familielid gaat er dan zeker heen om nog één keer te kijken hoe het weer in oude staat gebracht is.

Geboren op Tweede Kerstdag

J.A.E.ElsmannOp 26 december geboren zijn is speciaal, werd haar van jongs af aan verteld. Niet in het Nederlands maar in het Frans, want ze woonde de eerste 4 jaar van haar leven in het Franstalige Brussel. Ze was een Noël enfant. Toen de Eerste Wereld Oorlog uitgebroken was en haar moeder aan tbc overleed verhuisde de vader met zijn twee (zij was 5 en haar broertje 7) kinderen naar zijn ouders in Nederland. Daar probeerde opa en oma ook iets “speciaals” van haar verjaardag op Tweede Kerstdag te maken. Na een jaar bij opa en oma gewoond te hebben, had haar vader een andere vrouw ontmoet, hij trouwde en het nieuwe gezin ging in ’t Gooi wonen. Haar “nieuwe” moeder vond “kerstkind” en “speciaal zijn ”allemaal flauwekul. Ze kreeg een cadeautje voor haar verjaardag, er werd een appeltaart gebakken en dat was het dan. Haar vader gaf haar wel elk jaar een speciale kerstbal voor in de boom, die was alleen voor haar. Zó kreeg ze het speciale gevoel toch nog een beetje terug.

Het leven was goed, maar ook hard voor haar. Ze maakte ook een Tweede Wereldoorlog mee, nu in Nederland. Op het werk leerde ze een leuke weduwnaar met 3 zoons kennen: ze trouwden een paar jaar na de oorlog. Ze  kreeg zelf ook nog een dochter en had een kort maar gelukkig huwelijk. Haar man stierf toen haar dochter 10 was.

Tweede Kerstdag jarig zijn brengt vaak veel visite met zich mee; iedereen is vrij, heeft copieus gedineerd op Eerste Kerstdag en denkt: ”Wat zal ik tweede kerstdag eens gaan doen? Weet je wat even op verjaarsvisite bij mijn tante/nicht/buurvrouw.” Het was dus vaak druk op haar verjaardag. Tevoren moest het huis schoon, de boodschappen gedaan, gebakken en gestoofd. Op Tweede Kerstdag zelf was ze vaak bekaf. Ze vond het al lang niet echt leuk meer om op Tweede Kerstdag jarig te zijn.

Toen kwam de tijd dat ze naar een bejaardenhuis ging. De kerstdagen hadden ze daar extra lekker eten en toen de kok wist dat ze Tweede Kerstdag jarig was kreeg ze een extra lekker toetje op die dag. Haar dochter kwam tevoren de boodschappen doen en de familieleden die nog leefden (nog geen handvol) kwamen haar op die dag feliciteren. Haar dochter schonk dan de koffie en serveerde het gebak. Dáár voelde ze zich dan weer schuldig over want “Hoorde haar kind niet bij haar man en kinderen te zijn zo’n Tweede Kerstdag?” Dat vond de dochter niet en aan het eind van die Tweede Kerstdag nam ze haar moeder mee naar huis voor haar verjaarsdiner, waar oma trots aan het hoofd van de tafel bij dochter, kleinkinderen en schoonzoon zat.

Ze stierf op 86 jarige leeftijd begin januari, na weer zo’n “speciale” verjaardag en een kort ziekbed. Haar dochter was bij haar. Voor de dochter was daarna Tweede Kerstdag nooit meer hetzelfde. Wel een “speciale” dag, een herdenkingsdag.