De Haagse toren (het strijkijzer)

Met een Hagenaar gaan we uit eten in Den Haag.
De lokaliteit is een verrassing. En wat voor één!
The Penthouse in de Haagse toren, het hoogste restaurant in Nederland op de 42ste verdieping.
Beneden worden we opgewacht door een receptioniste, die ons voor gaat naar de lift, we mogen op de 40ste verdieping uitstappen en dan nog 2 trappen lopen naar verdieping 42, vertelt ze ons.

Op de 40ste verdieping staat weer iemand te wachten om onze jassen aan te pakken en op te hangen en ons de trap te wijzen die ons naar The Penthouse brengt (Het garderobebonnetje is tevens ons tafelnummer)

penthouse2Op de 42ste verdieping worden opgewacht door iemand die ons naar ons tafeltje begeleid, met een geweldig uitzicht. We laten ons door de Hagenaar*) bijzondere landmarks aanwijzen. Een jonge ober (in een geweldig mooie zwart met goud shirt) zegt dat we buiten op het balkon van het uitzicht kunnen genieten als we dat willen, onze tafel wacht wel.
Helaas staat er een straffe wind en hangen onze jassen 2 (traplopende) etages lager, maar we willen toch even kijken (en fotograferen) Het is geweldig om Den Haag zó uit de lucht te zien, maar het waait er wel!

penthouse3
Teruggekomen bij onze tafel duiken we in het menu, bestellen en genieten weer van het uitzicht.
We zitten 136 meter hoog in de Haagse Toren die in 2007 is opgeleverd en gebouwd door architect Paul Bontenbal. Alle tafeltjes zijn voor het raam en per 2 tafeltjes hangen ragfijne gordijnen, zodat het toch een intiem karakter heeft. We laten ons niet (weinig) storen door het stel dat ook aan onze kant van het gordijn zit en waarvan de jonge vrouw een flink aantal keren het k.. woord zegt en afgeeft op alles: van de stoel waarop ze zit tot de dame die bediend en uitsluitend Engels spreekt.
Er deugt werkelijk NIETS en aan het eind  deugde ook haar vriend (die in het begin nog haar hand op tafel pakte) niet meer.
ZIJ hadden géén gezellige avond, WIJ wel (hen zagen we maar als extra entertainment)

hague towerDe Haagse Toren is gebaseerd op The Flatiron Building in New York, misschien dat daarom er gesproken wordt van The Hague Tower, er binnen op de toiletdeuren ladies en gentlemen  staat en onze vrouwelijke ober uitsluitend Engels spreekt (maar wel Nederlands verstaat) Ze was aardig en wij vonden het Engels niet storend (maar eigenlijk wonen we wel in Nederland waar de voertaal Nederlands is en snap ik (uitsluitend) op dit punt onze “buurvrouw ” wel een beetje)

Het eten was nouvelle cuisine en werd ingeleid met zinnen als “ met een toefje van… ” en “op een bedje van…”   ( In het Engels dan!) Géén schaaltjes op tafel alleen het bord met  een “kunstwerkje” van voedsel.penthouseOndertussen bleven we, behalve naar ons bord,  kijken naar het geweldige uitzicht. Steeds ontdekten we weer nieuwe gebouwen. En terwijl we gang na gang kregen voorgeschoteld werd het alsmaar donkerder. De straatlantarens gingen aan en het werd nog meer een sprookjesdecor.
Na het heerlijke kopje koffie daalden we de twee trappen af om onze jassen weer terug te krijgen en daarna  stapten we de glazen lift in, die te snel naar ons zin, een eind maakte aan het prachtige uitzicht en ons op de begane grond afzette.
Een bijzondere belevenis was ten einde.

 

 

*) Een Hagenaar woont in Den Haag een Hagenees is er geboren

Dubbeltentoonstelling Den Haag

Op de fiets door Den Haag naar de dubbeltentoonstelling van Nederlandse fotograaf Erwin Olaf (1959)
Bizar.
Dat slaat inderdaad ook op sommige foto’s van de tentoonstelling, maar ik bedoelde nu de reis erheen. Het waaide namelijk behoorlijk hard. Stilstaand bij een fietslicht werd ik bijna omgeblazen; een stukje verder vloog ik haast een straat over, omdat ik de wind in de rug kreeg en bijna bij het museum stond ik bijna stil op de pedalen omdat de wind harder blies dan ik kon trappen.
Een belevenis.
portretten

We begonnen met het “vrije werk” van Olaf vanaf het jaar 2000, tentoongesteld  in het Gemeentemuseum.

BerlijnVan de serie Berlijn maakte ook een groep verklede kinderen zonder hoofd  deel uit. Ze draaide rond om een geblinddoekte pierrot terwijl er een Duits kinderversje werd gespeeld. Een vreemd, intrigerend geheel.

Ook de serie Shanghai was heel apart, met beelden van Chinese vrouwen die draaide en dingen aan je vroegen als “kijk naar mij” en “luister naar mij”

Zijn foto’s, geënsceneerd en soms ook gefotoshopt, zijn vaak mooi van licht en er is veel aandacht aan besteed.
Bizarre foto’s ook, zoals van naakten in aparte posities met apart gevormde lijven, of vreemd vervormde rimpelige gezichten.
Olaf zegt zelf: In het Gemeentemuseum doorbreek ik de klassieke manier van tentoonstellen van foto’. Ik toon mijn fotografie hier als installaties, in combinatie met film en geluid.

vlag in de boomZelf vond ik de foto van een vlieger in een boom erg intrigerend. De vlieger beweegt door de wind, je blijft er naar kijken.

Aan de foto’s van de Koninklijke familie zie je dat Olaf iets bijzonders heeft. Het is de Koninklijke familie zoals we die van de beelden kennen en toch ook weer niet. kon.familie
Paleis op de Dam

De foto’s in de hal van vaasjes met takjes bloemen zijn bijzonder, afstandelijk, tegelijkertijd een tijdsbeeld, een kunstwerkje.

Het fotomuseum, een klein stukje voorbij het Gemeentemuseum zoomt in op Olafs ambachtelijke maakproces en de transitie die hij daarbij doormaakte van analoog werkend fotojournalist naar digitale beeldmaker en verhalenverteller.

Deze tentoonstelling had voor mij geen meerwaarde ná de andere tentoonstelling. Het kan ook zijn dat ik al “vol” was van indrukken van de vorig tentoonstelling
t/m 12 mei van dit jaar is deze dubbeltentoonstelling ter ere van Erwin Olaf’s 60 ste verjaardag nog te zien

 

 

Anekdote Minister-President

Voorbereidend op mijn bezoek in Den Haag heb ik zitten bladeren in het dunne boekje “Lekker weg in Den Haag aan zee”.
Daar kwam ik een opmerkelijk verhaal tegen.

Na de oorlog was onze minister president  (1948-1958) Willem Drees *)
Hij werd Vadertje Drees genoemd, een titel die hij mede te danken had aan zijn “Noodvoorziening  voor Ouden van Dagen” (1947)
Hij stond bekend als een uitgesproken zuinig man.
Hij woonde in een rijtjeshuis aan de Beeklaan in Den Haag  van 1945 tot aan zijn dood (dus ook in zijn ministerpresidentsperiode)

Het Marshallplan*) was een hulpplan dat  Frankrijk, Engeland, Nederland en de Belgisch-Luxemburgse Unie er na de Tweede Wereldoorlog weer bovenop zou moeten helpen (het ging om Amerikaanse steun van zo’n 14 miljard dollar)

In 1948 Kwam de Amerikaanse politicus (belast met de Marshallhulp) W.A.Harriman op bezoek in het woonhuis van onze toenmalige minister president Willem Drees om over de Amerikaanse hulp aan Nederland te spreken.

Het verhaal gaat dat de vrouw van minister president voor die gelegenheid een rolletje Maria-kaakjes aanbrak en presenteerde. Harriman rapporteerde daarop aan zijn bazen in de VS dat de steun aan Nederland absoluut prioriteit had.
Nederland was, zo rapporteerde hij, “een land waar zelfs de minister-president zich niet meer dan een eenvoudig biscuitje kon veroorloven”.

 

 

 

*) In de periode daarvoor was hij minister van Sociale Zaken
**) genoemd naar de Amerikaanse generaal G.C Marshall

Straatbeeld Den Haag

Voor iemand zoals ik, die geboren en opgegroeid is in een dorp waar, toen ik op de lagere school zat  de 100.000ste inwoner werd geboren, is een stad zoals Den Haag, met meer dan een half miljoen inwoners, een totaal andere wereld.

Nu, zelf wonend in een boerendorp van net 10.000 inwoners, zijn we tijdelijk verkast naar het multiculturele Den Haag, waar het leven snel gaat, er altijd herrie is en zo veel “anders” is dan in ons boerendorp.

Er is zoveel te zien en te beleven. Vele keren per dag horen we de sirenes van ambulance, brandweer of politie. Denken we thuis nog bij dat geluid, wat zou er gebeurd zijn, hier is het een net zo vanzelfsprekend geluid als een toeterende auto.

“Ons” huis staat, zoals zovele in de stad, direct aan de straat (zonder voortuin) Als er mensen een praatje maken voor je raam lijkt het bijna of ze in je huiskamer staan.

Er zijn smalle straatjes, waar geregeld auto’s van koeriersdiensten midden op de straat staan en geen auto er meer langs kan  (wij doen alles op de fiets en gaan er dan vrolijk omheen)Ook  zijn er brede straten met een middenberm met bomen en gras, of geheel bestraat met geparkeerde auto’s. Soms staat er een soort “kooi” in die middenberm, met speeltuigen voor de kids, zodat ze veilig voor verkeer,  kunnen spelen
Gisteren reden we op de fiets langs een soort volkstuin met groenten en bloemen, waar een klasje kinderen onder leiding bezig was de tuin te verzorgen. Dit alles IN de stad.
In de brede straten met fietspad, zag ik ook een paar keer zo’n wit koeriersautootje op het fietspad rijden en zijn bestelling afleveren ( ik vraag me dan af hoeveel en of ze daar ooit bekeuringen voor krijgen en dat maar voor lief nemen).

VABGisteren zag ik voor het eerst een VAB, een Vol Automatische Autoberging; een soort “huisje” waar je je auto inzet, dan verlaat je de ruimte en wordt de auto volautomatisch “weggezet”.126 auto’s konden daar op die manier van de weg af, uit het zicht, onder de grond worden geparkeerd.
Ook hier zijn, net als in Amsterdam, de bakfietsen met kids erin een niet weg te denken straatbeeld. Evenals de panden met  op de ramen geschilderd, al dan niet versierd met roze en lichtblauwe figuurtjes: kinderopvang, kinderdagverblijf ,24- uurs kinderopvang en gastoudergroep.

In en bij straten met oer Hollandse namen als Hoenderlo-, Otterlo- en Ermelostraat zijn winkels met namen als Groszek, Shiva, Hali Yikama en Polskie Produkty op de ruiten geschilderd. Waarvan ik alleen bij de laatste bij benadering kan raden wat ze verkopen.

Veel portiekwoningen, met hoge, vaak steile, stenen trappen en vaak met prachtige ornamenten versierd. Dat hier ook oude mensen wonen kun je zien aan de vele trapliften die geïnstalleerd zijn en  waarbij boven bij de voordeur het stoeltje onder een zeil staat.

Ik voel me echt op vakantie en geniet van het straatbeeld.
Een Hagenees met wie ik sprak, denkt daar heel ander over.

 

 

Zee

zee

Vandaag heb ik de zee (weer) gezien én… ik heb mij gedragen.
Het verhaal gaat namelijk (ooit door mijn moeder verteld) dat ik, toen ik de eerste keer de Noordzee zag,  op mijn kleine beentjes zo met schoenen en al van het strand de zee in liep.
Dát was in die tijd een klein drama; er bestonden toen nog geen crocs, teenslippers of watersandaaltjes. Als kind had je twee paar(leren) schoenen: een winter en een zomerpaar en beiden konden NIET goed tegen zout zeewater.

Nu fietsten we vanuit Den Haag via de Laan van Poot en het Westduinpark naar de zee. De vegetatie in de duinen vind ik apart; veel struiken met doornen, veel bessen, oranje, rood en geel en vooral veel zilvergrijze bladeren aan struiken en bomen.

We zetten onze fietsen  aan de ene kant van een duin en klauteren door het mulle zand  het duin op, waar een vrij steile trap onze naar het strand en de zee brengt.
In de verte liggen (zeker 10) grote tankers te wachten op vracht; een vliegtuigje van de kustwacht vliegt laag over; een politieauto rijdt op het strand langs de zee en er lopen veel mensen met een hond op het strand. Bijna allemaal gooien ze een bal de zee in en bijna alle honden rennen de zee in en komen met bal terug.

Na een wandelingetje langs de kust strijken we neer op een terras van een strandpaviljoen en willen we een lunch bestellen.
Naast ons zitten 2 vrouwen van omstreeks de 40, beide met een hond.
De één met een zwarte legging en een zwart shirt met lange mouwen en laarsjes, de ander met een zwart topje zonder bandjes, korte broek en blote voeten: beiden met een hond.
Ik kan het niet helpen dat ik hoor wat de ene tegen de andere (collega?) zegt:
“Je zal toch Miranda heten en vandaag de hele dag aan je computer moeten zitten”.
Ze gniffelen allebei (ik ook, al ken ik  die sneue Miranda niet.

Ik wil graag iets dat op de kaart als “ontbijt” (tot 12uur) staat en loop binnen (open keuken) en vraag aan de kokkin of ik dat toch bestellen mag: ”Voor u maak ik vandaag een uitzondering”.
Ik heb wéér mazzel! Zonder jas of vest eind september op een terras zitten te lunchen met uitzicht op de zee met een heerlijk lunchhap!
Een doordeweekse feestdag!

 

 

Fabriekspand Den Haag

jaarsmaOude gebouwen vind ik intrigeren, vooral als ik niet weet met welk doel ze ooit waren gebouwd. Was het een school, een klooster of een……?
In Den Haag liep ik langs een groot gebouw met torentje in de Fahrenheitstraat. Ik zag  er niet aan af waarvoor het ooit gebouwd was, ergens op een deur hing een briefje.

Ik stak over om het briefje te lezen er stond dat pakketjes af te halen waren op een ander adres.
Een postkantoor? Het was vrij statig en gebouwd in het begin van 1900 schatte ik.
Thuis zocht ik het na en inderdaad was het een postkantoor geweest
Daar was het echter niet voor gebouwd, pas in 1936 werd het een postkantoor.

Het was in opdracht gebouwd ( 1906) van ene heer Jaarsma; fabrikant*) in kachels en haarden.  Het gebouw werd ontworpen door architect D.Oosthoek.
Het pand was tot 1936 als haardenfabriek in gebruik geweest; toen werd de Kachel- en Haardenfabriek Jaarsma namelijk overgenomen door DRU**)

DRU was een van de oudste industriële bedrijven in Nederland en begon in 1754 in Ulft.
(Eerder schreef ik al eens een blog over de Cultuurfabriek in Ulft, zoals de voormalige fabriek nu heet!)

*) In 1895 was Jan Jaarsma als smid begonnen met het maken van haarden
**) de naam DRU is ontstaan door de namen Diepenbrock en Reigers te Ulft

De dag van de democratie(15/9)

demo

Deze dag is in 2007 door de Verenigde Naties ingesteld om stil te staan bij de toestand van de democratie in de wereld.
Het geeft de lokale overheid ook een gelegenheid de politiek dichter bij het volk te brengen.
Sommige steden en dorpen organiseren op die dag van alles.

Dit jaar is de Dag van de Democratie op 15 september.
Ik vind het een dag die je zeker moet vieren. Wij leven hier in Nederland in een democratie, we kunnen stemmen, hebben recht van meningsuiting, kortom we zijn VRIJ. In heel veel landen is dat (nog?) niet zo, daar mogen we best eens bij stilstaan.

Een aantal jaar geleden zijn we (mijn gezin en ik) op de Dag van de Democratie naar Den Haag gegaan, hebben we daar op het Binnenhof gelopen, zijn  in de Kamers geweest, hebben lezingen gevolgd, kortom in het Nederlandse hart van de democratie een kijkje genomen. (prima georganiseerd)

Dit jaar doet mijn woongemeente ook mee, de burgerij kan onder andere speeddaten met raadsleden. Daar heb ik niet zo’n behoefte aan.( er zijn mogelijkheden genoeg in zo’n kleine gemeente om, als je dat wil, een raadslid of wethouder te spreken)
Misschien lees ik  nog iets wat interessant genoeg is om er op DIE DAG bij te willen zijn en anders “vier” ik in stilte de Dag van de Democratie.