Lezing; De tuinen van Monet

lezing
De oorspronkelijke docente die deze lezing zou geven was haar stem kwijt en daarvoor in de plaats hield Yvonne Hilgenkamp, kunst- en architectuurhistoricus deze lezing. Fijn dat de lezing NIET werd afgezegd en op korte termijn deze dame de lezing kon overnemen.

Tot 2 februari 2020 is de tentoonstelling ” Monet – tuinen van verbeelding” te zien in Den Haag in het Gemeentemuseum dat, met ingang van 1 oktober jl. het Kunstmuseum heet.

Naar aanleiding van deze tentoonstelling was deze lezing door de Volksuniversiteit georganiseerd.
Er werd iets van Monet ’s levensloop verteld en op 2 schermen werden zijn werken en dat van sommige van zijn tijdgenoten geprojecteerd.

Claude Monet (1840-1926) maakte op jeugdige leeftijd kennis met Eugene Boudin, een van de eerste Franse schilders die in de open lucht schilderde. Monet zou later meerdere keren verklaren dat Boudin hem in het schildersvak heeft geïntroduceerd en  dat hij veel van hem geleerd heeft

monetDe tentoonstelling in Den Haag gaat over de latere werken van Monet, toen hij in Giverny woonde en zijn eigen tuinen heeft ontworpen en laten aanleggen. De ene tuin was een bloementuin de andere een vijvertuin. Daar heeft hij heel veel schilderijen van waterlelies gemaakt. Voornamelijk DEZE werken zijn in het Kunstmuseum te zien.

Deze lezing gaat over dát werk ná de pauze.
Voor de pauze vertelt Yvonne een en ander over  Monet zelf, zijn twee huwelijken, zijn woonplaatsen en zijn schildersvrienden; zoals Renoir ,Sisley en Turner en zijn militaire diensttijd in de Frans Pruisische oorlog  (1870-1871) waar zijn tante hem uitkocht waardoor hij weer schilderen kon.

Een interessant weetje  dat verteld wordt is de uitvinding van de verftube:
Op 4 maart 1841 kreeg  de Amerikaanse portretschilder en uitvinder (1801-1873) het Britse patent  op de door hem uitgevonden verftube.
Daardoor konden schilders nu ook plein air schilderen ( pleinairisme genoemd) De verf droogde niet uit en kon mee naar buiten genomen worden.   Voor die tijd  werd de verf in varkensblaasjes gestopt.

Nog zo’n leuk weetje vond ik het feit dat Monet waarschijnlijk op de Wereldtentoonstelling in Parijs 1889 voor het eerst waterlelies had gezien en daar zo enthousiast van was geworden dat hij, eenmaal wonend in Giverny,  een extra stuk grond  kocht en daar het riviertje  de Epte (zijrivier van de Seine)liet omleiden om zijn vijver van water te voorzien. Hij legde er een bruggetje( naar Japans voorbeeld) overheen, die op meerdere van zijn vijverschilderijen te zien is.

Eén van de trieste weetjes die Yvonne ons vertelde was dat Monet op een gegeven moment aan één oog zo goed als blind was en aan de andere nog maar 10% zicht had; hij had staar. Het schijnt in zijn schilderijen te zien te zijn aan het kleurgebruik in de tijd vóór zijn staaroperatie.
In 1923 werd hij aan staar geopereerd. Een anekdote vertelt dat hij schrok van het kleurgebruik van het werk dat hij daarvoor geschilderd had.

Een bijzonder familiegebeuren was dat hij, na de dood van zijn eerste  vrouw Camille( oa. geportretteerd in “de vrouw in de groene jurk”  trouwde met Alice Hoschedé
Zij was met haar man(Ernst) en 6 kinderen na zijn faillissement( in 1877), in 1878 in Vétheuil met Monet, zijn vrouw Camille en hun twee zoons Jean en Michel in één huis gaan wonen. In 1891 stierf Ernst en in 1892 trouwde Claude met Alice.
Een van de kinderen van Alice, Blanche, trouwde later (1897) met Jean, de zoon van Claude en Camille. Blanche werd dus naast stiefdochter van Monet ook zijn schoondochter. Zij leerde van hem veel op schilder gebied en werd ook een talentvolle schilderes.(eerste solo expositie in 1927)

Door nu uitleg te krijgen omtrent de ontwikkelingen  die de schilder doormaakte, zijn kleurgebruik en het impressionisme zullen we straks  zeker “anders” naar zijn latere werken, de vijverschilderijen,  in Den Haag  kijken.

Pizza nu, pizza toen

In Den Haag wilden we een pizza.
Ik stapte op de fiets en haalde er 2. Terwijl ze werden klaargemaakt en ik de handige handen van de pizzabakker met het deeg zag ronddraaien, dacht ik aan de vorige keer dat ik hier was en het niet allemaal zo “normaal” ging.

We waren gevieren weggeweest en kwamen op het idee om pizza te halen. Ik stelde voor om mij uit te auto te laten en pizza te laten halen. De rest kon naar huis rijden, tafeldekken en een wijntje inschenken. Ik zou met de pizza’s wel naar het “logeerhuis” lopen, zo ver was het niet.

Zo gezegd, zo gedaan.
De pizzabakker met de lekkerste pizza’s zit bij een rotonde .
Toen we er aan kwamen zagen we veel rood/witte linten en politieauto’s staan.
Ik stapte uit de auto en de rest reed door. Ik was aan de andere kant van de rotonde afgezet en moest schuin oversteken naar de pizzeria.
Rondom waren echter rood/witte linten gespannen. Er stonden aan de overkant mensen te praten en verderop wat opgeschoten jongens. Politieagenten stonden aan de andere kant in walkietalkies te praten. Ik liep onder het rood/witte lint door en stak het plein over naar de pizzeria.
Een dame aan de overkant hield het lint voor me omhoog: “Gelukkig hebben ZIJ  (ze wees op de agenten die met de rug naar ons toestonden) jou dit niet sien doen, dat magnie he? ” en dat in het onvervalst Haags met een lachje.
Ik liep de pizzeria in, waar net vader en zoon ruzie hadden.
– Joh, pap het is anderhalf uur geleden, denk je nou echt dat ze hier nog zijn? Ik ga gewoon die pizza’s wegbrengen. Hij pakte 2 dozen en liep de zaak uit”
De vader keek hem hoofdschuddend na.
Ik gaf mijn bestelling op en vroeg wat er aan de hand was.
Er bleek geschoten te zijn en de daders waren voortvluchtig.
De politie had alles afgezet, maar verder gebeurde er niet veel.
– Heeft u zoon gelijk, denkt U? Zijn de schutters allang weg?
De pizzabakker liep naar achter en begon deeg te kneden  “Als ze slim zijn wel”.
Ik keek naar buiten waar de agenten nog steeds stonden te praten.

Met mijn pizza’s hoefde ik deze keer niet over te steken en kon ik op de stoep blijven.
Een agent zag me de zaak uitkomen en kwam op me af ”Waar komt u vandaan en waar gaat u heen?”
Zou hij werkelijk denken dat het pistool in een van de pizzadozen verstopt zat?
“Ik kom uit de pizzeria en ik ga naar… (ik noemde het adres)”
– Vlug dan maar-
Hij draaide zich om en armgebaarde naar zijn collega’s (niks aan de hand)
Gelukkig kwam ik “thuis” met 4 nog warme pizza’s.
Ze waren heerlijk.

Net als deze keer! Dit keer was de pizzabakker jong, maar net zo handig als ik me herinnerde.
Ook kwam er weer een jonge koerier binnen met zwart leren pak aan en helm op, ook hij ging met een stel pizza’s weer weg.
Deze keer was nergens een lint te zien.

 

Pietermannen

Wij stoppen bij een ons onbekende visboer in Den Haag en willen een visje voor het avondeten.
Op een bord staat: Pietermannen in de aanbieding.
We hebben allebei nog nooit gehoord van een Pietermanvis, dus ik vraag wat dat zijn.
pietermanHij wordt ons aangewezen. (gewoon; een vis, niks bijzonders, denken we dan nog)
– Hij smaakt een beetje als tong – zegt de dame die aan het vis schoonmaken is.
Een jongere werknemer zegt: : “Echt heel lekker, gegarandeerd komt u terug voor meer”.
We hebben geen idee hoe we een Pieterman klaar moeten maken.
Nu wordt het grove geschut in stelling gebracht: de baas van de zaak neemt het over
“Niks is makkelijker dan een Pieterman klaarmaken, beetje peper en zout erop, bakken in boter, huidkant onder, je ziet dat hij gaar wordt dan heel even omdraaien en klaar is de vis”
Oké we kopen Pietermannen. We wijzen er 3 aan. Dát vindt “ de baas” geen goed plan:
“Met zijn tweeën? Dan zeker 6”
We gaan met 6 stukken Pieterman naar huis.
Thuis kijkt mijn lief het toch nog even na op internet.

* Pas op voor de giftigste vis uit de Noordzee
* Wat kan ik doen na een steek van een giftige kleine Pieterman?
*Giftige Pieterman plaagt badgasten in de Noordzee.

Wouw, heftige berichten
De vis heeft een gifklier en een paar stekels op de rug en behoort tot de giftigste dieren van Europa. Ze graven zich in het zand in ondiep water in volgens wikipedia.
Op zo’n vis staan zorgt voor pijn, die je kunt bestrijden door je getroffen lichaamsdeel in zo heet mogelijk water te houden, dat schijnt het gif te neutraliseren.

We hebben een “gevaarlijk” visje gekocht, echter zonder gifstekels, die waren al verwijderd (de vis schoonmakende dame zag er gezond uit)
Hij werd ooit Pieterman genoemd omdat vroeger de duivel een Pieterman genoemd werd, en een duivelsvisje is het!

’s Avonds maakte mijn lief de Pietermannen voor ons klaar op de wijze zoals de visboer gezegd had. Heerlijk! Een aanrader. (volgende keer Den Haag, dan weer naar de Fahrenheitstraat)

Haags verkeergedrag

Hoewel ik al lang in een dorp van nét 10.000 inwoners woon, ken ik wel (een beetje) het leven in een grote stad; meer dan een jaar dagelijks in Utrecht en meer dan 10 jaar één dag in de week in Amsterdam gewerkt. Dan ken je het verkeersgedrag van inwoners en forenzen wel zo’n beetje.

Nu ben ik weer eens een tijdje in Den Haag en wéér verbaas ik me over het verkeersgedrag van Hagenaars en Hagenezen.

Iedere dag loop ik in een stukje in de periferie van het centrum en moet een aantal
(brede) straten oversteken. Als ik bij een zebrapad kom, stopt de (eindeloze) stroom auto’s en wordt er gewacht tot ik oversteek! Verbijsterend! Nergens anders meegemaakt.
Staat hier de doodstraf op doorrijden bij een zebra als er iemand WIL oversteken?

Ter vergelijk: in Amsterdam en volgens mij vroeger in Utrecht ook, rijden automobilisten zelfs als je al OP het zebrapad loopt nog het liefst vóór of achter je langs en in Amsterdam stopt een automobilist ZEKER niet (zonder stoplicht) als je nog op de stoep bij een zebra staat!
Elke ochtend verbaas ik me hierover in het Haagse verkeer.
Naast de drukke straten ligt een fietspad. De fietsers zijn iets minder coulant, sommige rijden “gewoon” door, maar ook daar vaak een handgebaar van “toe maar, ga maar voor”.

Heel bijzonder

De Haagse toren (het strijkijzer)

Met een Hagenaar gaan we uit eten in Den Haag.
De lokaliteit is een verrassing. En wat voor één!
The Penthouse in de Haagse toren, het hoogste restaurant in Nederland op de 42ste verdieping.
Beneden worden we opgewacht door een receptioniste, die ons voor gaat naar de lift, we mogen op de 40ste verdieping uitstappen en dan nog 2 trappen lopen naar verdieping 42, vertelt ze ons.

Op de 40ste verdieping staat weer iemand te wachten om onze jassen aan te pakken en op te hangen en ons de trap te wijzen die ons naar The Penthouse brengt (Het garderobebonnetje is tevens ons tafelnummer)

penthouse2Op de 42ste verdieping worden opgewacht door iemand die ons naar ons tafeltje begeleid, met een geweldig uitzicht. We laten ons door de Hagenaar*) bijzondere landmarks aanwijzen. Een jonge ober (in een geweldig mooie zwart met goud shirt) zegt dat we buiten op het balkon van het uitzicht kunnen genieten als we dat willen, onze tafel wacht wel.
Helaas staat er een straffe wind en hangen onze jassen 2 (traplopende) etages lager, maar we willen toch even kijken (en fotograferen) Het is geweldig om Den Haag zó uit de lucht te zien, maar het waait er wel!

penthouse3
Teruggekomen bij onze tafel duiken we in het menu, bestellen en genieten weer van het uitzicht.
We zitten 136 meter hoog in de Haagse Toren die in 2007 is opgeleverd en gebouwd door architect Paul Bontenbal. Alle tafeltjes zijn voor het raam en per 2 tafeltjes hangen ragfijne gordijnen, zodat het toch een intiem karakter heeft. We laten ons niet (weinig) storen door het stel dat ook aan onze kant van het gordijn zit en waarvan de jonge vrouw een flink aantal keren het k.. woord zegt en afgeeft op alles: van de stoel waarop ze zit tot de dame die bediend en uitsluitend Engels spreekt.
Er deugt werkelijk NIETS en aan het eind  deugde ook haar vriend (die in het begin nog haar hand op tafel pakte) niet meer.
ZIJ hadden géén gezellige avond, WIJ wel (hen zagen we maar als extra entertainment)

hague towerDe Haagse Toren is gebaseerd op The Flatiron Building in New York, misschien dat daarom er gesproken wordt van The Hague Tower, er binnen op de toiletdeuren ladies en gentlemen  staat en onze vrouwelijke ober uitsluitend Engels spreekt (maar wel Nederlands verstaat) Ze was aardig en wij vonden het Engels niet storend (maar eigenlijk wonen we wel in Nederland waar de voertaal Nederlands is en snap ik (uitsluitend) op dit punt onze “buurvrouw ” wel een beetje)

Het eten was nouvelle cuisine en werd ingeleid met zinnen als “ met een toefje van… ” en “op een bedje van…”   ( In het Engels dan!) Géén schaaltjes op tafel alleen het bord met  een “kunstwerkje” van voedsel.penthouseOndertussen bleven we, behalve naar ons bord,  kijken naar het geweldige uitzicht. Steeds ontdekten we weer nieuwe gebouwen. En terwijl we gang na gang kregen voorgeschoteld werd het alsmaar donkerder. De straatlantarens gingen aan en het werd nog meer een sprookjesdecor.
Na het heerlijke kopje koffie daalden we de twee trappen af om onze jassen weer terug te krijgen en daarna  stapten we de glazen lift in, die te snel naar ons zin, een eind maakte aan het prachtige uitzicht en ons op de begane grond afzette.
Een bijzondere belevenis was ten einde.

 

 

*) Een Hagenaar woont in Den Haag een Hagenees is er geboren

Dubbeltentoonstelling Den Haag

Op de fiets door Den Haag naar de dubbeltentoonstelling van Nederlandse fotograaf Erwin Olaf (1959)
Bizar.
Dat slaat inderdaad ook op sommige foto’s van de tentoonstelling, maar ik bedoelde nu de reis erheen. Het waaide namelijk behoorlijk hard. Stilstaand bij een fietslicht werd ik bijna omgeblazen; een stukje verder vloog ik haast een straat over, omdat ik de wind in de rug kreeg en bijna bij het museum stond ik bijna stil op de pedalen omdat de wind harder blies dan ik kon trappen.
Een belevenis.
portretten

We begonnen met het “vrije werk” van Olaf vanaf het jaar 2000, tentoongesteld  in het Gemeentemuseum.

BerlijnVan de serie Berlijn maakte ook een groep verklede kinderen zonder hoofd  deel uit. Ze draaide rond om een geblinddoekte pierrot terwijl er een Duits kinderversje werd gespeeld. Een vreemd, intrigerend geheel.

Ook de serie Shanghai was heel apart, met beelden van Chinese vrouwen die draaide en dingen aan je vroegen als “kijk naar mij” en “luister naar mij”

Zijn foto’s, geënsceneerd en soms ook gefotoshopt, zijn vaak mooi van licht en er is veel aandacht aan besteed.
Bizarre foto’s ook, zoals van naakten in aparte posities met apart gevormde lijven, of vreemd vervormde rimpelige gezichten.
Olaf zegt zelf: In het Gemeentemuseum doorbreek ik de klassieke manier van tentoonstellen van foto’. Ik toon mijn fotografie hier als installaties, in combinatie met film en geluid.

vlag in de boomZelf vond ik de foto van een vlieger in een boom erg intrigerend. De vlieger beweegt door de wind, je blijft er naar kijken.

Aan de foto’s van de Koninklijke familie zie je dat Olaf iets bijzonders heeft. Het is de Koninklijke familie zoals we die van de beelden kennen en toch ook weer niet. kon.familie
Paleis op de Dam

De foto’s in de hal van vaasjes met takjes bloemen zijn bijzonder, afstandelijk, tegelijkertijd een tijdsbeeld, een kunstwerkje.

Het fotomuseum, een klein stukje voorbij het Gemeentemuseum zoomt in op Olafs ambachtelijke maakproces en de transitie die hij daarbij doormaakte van analoog werkend fotojournalist naar digitale beeldmaker en verhalenverteller.

Deze tentoonstelling had voor mij geen meerwaarde ná de andere tentoonstelling. Het kan ook zijn dat ik al “vol” was van indrukken van de vorig tentoonstelling
t/m 12 mei van dit jaar is deze dubbeltentoonstelling ter ere van Erwin Olaf’s 60 ste verjaardag nog te zien

 

 

Anekdote Minister-President

Voorbereidend op mijn bezoek in Den Haag heb ik zitten bladeren in het dunne boekje “Lekker weg in Den Haag aan zee”.
Daar kwam ik een opmerkelijk verhaal tegen.

Na de oorlog was onze minister president  (1948-1958) Willem Drees *)
Hij werd Vadertje Drees genoemd, een titel die hij mede te danken had aan zijn “Noodvoorziening  voor Ouden van Dagen” (1947)
Hij stond bekend als een uitgesproken zuinig man.
Hij woonde in een rijtjeshuis aan de Beeklaan in Den Haag  van 1945 tot aan zijn dood (dus ook in zijn ministerpresidentsperiode)

Het Marshallplan*) was een hulpplan dat  Frankrijk, Engeland, Nederland en de Belgisch-Luxemburgse Unie er na de Tweede Wereldoorlog weer bovenop zou moeten helpen (het ging om Amerikaanse steun van zo’n 14 miljard dollar)

In 1948 Kwam de Amerikaanse politicus (belast met de Marshallhulp) W.A.Harriman op bezoek in het woonhuis van onze toenmalige minister president Willem Drees om over de Amerikaanse hulp aan Nederland te spreken.

Het verhaal gaat dat de vrouw van minister president voor die gelegenheid een rolletje Maria-kaakjes aanbrak en presenteerde. Harriman rapporteerde daarop aan zijn bazen in de VS dat de steun aan Nederland absoluut prioriteit had.
Nederland was, zo rapporteerde hij, “een land waar zelfs de minister-president zich niet meer dan een eenvoudig biscuitje kon veroorloven”.

 

 

 

*) In de periode daarvoor was hij minister van Sociale Zaken
**) genoemd naar de Amerikaanse generaal G.C Marshall

Straatbeeld Den Haag

Voor iemand zoals ik, die geboren en opgegroeid is in een dorp waar, toen ik op de lagere school zat  de 100.000ste inwoner werd geboren, is een stad zoals Den Haag, met meer dan een half miljoen inwoners, een totaal andere wereld.

Nu, zelf wonend in een boerendorp van net 10.000 inwoners, zijn we tijdelijk verkast naar het multiculturele Den Haag, waar het leven snel gaat, er altijd herrie is en zo veel “anders” is dan in ons boerendorp.

Er is zoveel te zien en te beleven. Vele keren per dag horen we de sirenes van ambulance, brandweer of politie. Denken we thuis nog bij dat geluid, wat zou er gebeurd zijn, hier is het een net zo vanzelfsprekend geluid als een toeterende auto.

“Ons” huis staat, zoals zovele in de stad, direct aan de straat (zonder voortuin) Als er mensen een praatje maken voor je raam lijkt het bijna of ze in je huiskamer staan.

Er zijn smalle straatjes, waar geregeld auto’s van koeriersdiensten midden op de straat staan en geen auto er meer langs kan  (wij doen alles op de fiets en gaan er dan vrolijk omheen)Ook  zijn er brede straten met een middenberm met bomen en gras, of geheel bestraat met geparkeerde auto’s. Soms staat er een soort “kooi” in die middenberm, met speeltuigen voor de kids, zodat ze veilig voor verkeer,  kunnen spelen
Gisteren reden we op de fiets langs een soort volkstuin met groenten en bloemen, waar een klasje kinderen onder leiding bezig was de tuin te verzorgen. Dit alles IN de stad.
In de brede straten met fietspad, zag ik ook een paar keer zo’n wit koeriersautootje op het fietspad rijden en zijn bestelling afleveren ( ik vraag me dan af hoeveel en of ze daar ooit bekeuringen voor krijgen en dat maar voor lief nemen).

VABGisteren zag ik voor het eerst een VAB, een Vol Automatische Autoberging; een soort “huisje” waar je je auto inzet, dan verlaat je de ruimte en wordt de auto volautomatisch “weggezet”.126 auto’s konden daar op die manier van de weg af, uit het zicht, onder de grond worden geparkeerd.
Ook hier zijn, net als in Amsterdam, de bakfietsen met kids erin een niet weg te denken straatbeeld. Evenals de panden met  op de ramen geschilderd, al dan niet versierd met roze en lichtblauwe figuurtjes: kinderopvang, kinderdagverblijf ,24- uurs kinderopvang en gastoudergroep.

In en bij straten met oer Hollandse namen als Hoenderlo-, Otterlo- en Ermelostraat zijn winkels met namen als Groszek, Shiva, Hali Yikama en Polskie Produkty op de ruiten geschilderd. Waarvan ik alleen bij de laatste bij benadering kan raden wat ze verkopen.

Veel portiekwoningen, met hoge, vaak steile, stenen trappen en vaak met prachtige ornamenten versierd. Dat hier ook oude mensen wonen kun je zien aan de vele trapliften die geïnstalleerd zijn en  waarbij boven bij de voordeur het stoeltje onder een zeil staat.

Ik voel me echt op vakantie en geniet van het straatbeeld.
Een Hagenees met wie ik sprak, denkt daar heel ander over.

 

 

Zee

zee

Vandaag heb ik de zee (weer) gezien én… ik heb mij gedragen.
Het verhaal gaat namelijk (ooit door mijn moeder verteld) dat ik, toen ik de eerste keer de Noordzee zag,  op mijn kleine beentjes zo met schoenen en al van het strand de zee in liep.
Dát was in die tijd een klein drama; er bestonden toen nog geen crocs, teenslippers of watersandaaltjes. Als kind had je twee paar(leren) schoenen: een winter en een zomerpaar en beiden konden NIET goed tegen zout zeewater.

Nu fietsten we vanuit Den Haag via de Laan van Poot en het Westduinpark naar de zee. De vegetatie in de duinen vind ik apart; veel struiken met doornen, veel bessen, oranje, rood en geel en vooral veel zilvergrijze bladeren aan struiken en bomen.

We zetten onze fietsen  aan de ene kant van een duin en klauteren door het mulle zand  het duin op, waar een vrij steile trap onze naar het strand en de zee brengt.
In de verte liggen (zeker 10) grote tankers te wachten op vracht; een vliegtuigje van de kustwacht vliegt laag over; een politieauto rijdt op het strand langs de zee en er lopen veel mensen met een hond op het strand. Bijna allemaal gooien ze een bal de zee in en bijna alle honden rennen de zee in en komen met bal terug.

Na een wandelingetje langs de kust strijken we neer op een terras van een strandpaviljoen en willen we een lunch bestellen.
Naast ons zitten 2 vrouwen van omstreeks de 40, beide met een hond.
De één met een zwarte legging en een zwart shirt met lange mouwen en laarsjes, de ander met een zwart topje zonder bandjes, korte broek en blote voeten: beiden met een hond.
Ik kan het niet helpen dat ik hoor wat de ene tegen de andere (collega?) zegt:
“Je zal toch Miranda heten en vandaag de hele dag aan je computer moeten zitten”.
Ze gniffelen allebei (ik ook, al ken ik  die sneue Miranda niet.

Ik wil graag iets dat op de kaart als “ontbijt” (tot 12uur) staat en loop binnen (open keuken) en vraag aan de kokkin of ik dat toch bestellen mag: ”Voor u maak ik vandaag een uitzondering”.
Ik heb wéér mazzel! Zonder jas of vest eind september op een terras zitten te lunchen met uitzicht op de zee met een heerlijk lunchhap!
Een doordeweekse feestdag!

 

 

Fabriekspand Den Haag

jaarsmaOude gebouwen vind ik intrigeren, vooral als ik niet weet met welk doel ze ooit waren gebouwd. Was het een school, een klooster of een……?
In Den Haag liep ik langs een groot gebouw met torentje in de Fahrenheitstraat. Ik zag  er niet aan af waarvoor het ooit gebouwd was, ergens op een deur hing een briefje.

Ik stak over om het briefje te lezen er stond dat pakketjes af te halen waren op een ander adres.
Een postkantoor? Het was vrij statig en gebouwd in het begin van 1900 schatte ik.
Thuis zocht ik het na en inderdaad was het een postkantoor geweest
Daar was het echter niet voor gebouwd, pas in 1936 werd het een postkantoor.

Het was in opdracht gebouwd ( 1906) van ene heer Jaarsma; fabrikant*) in kachels en haarden.  Het gebouw werd ontworpen door architect D.Oosthoek.
Het pand was tot 1936 als haardenfabriek in gebruik geweest; toen werd de Kachel- en Haardenfabriek Jaarsma namelijk overgenomen door DRU**)

DRU was een van de oudste industriële bedrijven in Nederland en begon in 1754 in Ulft.
(Eerder schreef ik al eens een blog over de Cultuurfabriek in Ulft, zoals de voormalige fabriek nu heet!)

*) In 1895 was Jan Jaarsma als smid begonnen met het maken van haarden
**) de naam DRU is ontstaan door de namen Diepenbrock en Reigers te Ulft