Kinderen voorbereiden

Toen mijn zoontje naar het ziekenhuis moest, inclusief een nachtje blijven, wilde ik hem voorbereiden. Daarvoor kocht ik een boekje: Nijntje Pluis naar het ziekenhuis.
Daarin werd op kindniveau het e.e.a. over het ziekenhuis verteld. Onder andere ook over dat hekwerk dat voor je bedje komt, zodat je er niet uit kunt vallen. Ik had dat al verteld, maar mijn zoon zei dat hij pertinent niet in een hok wilde slapen. Met het plaatje uit het boek werd het nee, een oké.

Onlangs sprak ik een begrafenisonderneemster die helaas ook kinderen te begraven of cremeren krijgt. Ook broertjes en zusjes wil je op zo’n gebeurtenis voorbereiden.
Zij heeft daartoe de aula, de wachtkamer én de ovens met bouwsteentjes nagebouwd, zo exact mogelijk naar het voorbeeld van de werkelijkheid. Onlangs was er een kindje overleden en heeft ze het nagemaakte uitvaartcentrum aan het broertje en zusje laten zien. De moeder vertelde later dat ze bij de ovens, meteen zeiden “precies zoals  in het klein”.

kittenscannerNu las ik in een ziekenhuiskrantje iets over een Kittenscanner. Weer iets om ( kleine) kinderen voor te bereiden op een, voor hen onbekende gebeurtenis, een MRI ( 0f CTR) scanonderzoek.
De ouders kunnen daar NIET bij aanwezig zijn, dát maakt het voor de meeste kinderen al “spannend”.
Het ziekenhuis heeft de Kittenscanner in de wachtkamer gezet zodat de kinderen er vóór hun eigenlijke onderzoek mee kunnen spelen.
De kinderen kunnen zelf bepalen WIE er in de miniscanner geplaats moet worden; een olifant, kip of krokodil. Als het beest in de scanner ligt kunnen ze zien wat er binnenin (filmpje) de kip, krokodil of olifant zit.

Weer een mooi voorbeeld van hoe kinderen voorbereid kunnen worden

Stilstaan bij de dood.

Deze zomer was ik bij een begrafenis; de begrafenisonderneemster liep vóór de auto, de straat waar de overledene had gewoond, uit.
Dát straalde RUST uit. Vroeger stopten de mensen onderweg als er een begrafenisstoet voorbij kwam, men nam zijn hoed af.
Dat stukje respect voor een overledene en de nabestaanden  tonen vind ik mooi!
Even stond men stil bij de dood! Die tijd is voorbij.
We haasten ons suf. Vaak óók bij een begrafenis

stoetIk las in een artikel van een begrafenisondernemer dat lopen achter de kist weer terugkomt. (als de afstand niet te groot is)
De betrokkenheid bij de uitvaart is groter (dan in eigen auto stappen) én het is veel milieubewuster.

We hebben middelen, zodat we niet meer hoeven te lopen, maar zeker bij een begrafenis is het mooi als we even lopen en stilstaan.

In het boerendorp waarin ik woon zag ik een paar jaar geleden mensen lopen achter een platte kar, waarop een overleden boer lag. Twee paarden ( zijn paarden?) trokken de kar en mensen liepen achter de kar naar de kerk.
Het was of de tijd “even” stilstond. Even geen gehaast, maar in gedachten bezig zijn met de dode door te lopen.

Ik weet nog dat, toen we uit het ziekenhuis kwamen waar mijn schoonzusje zojuist euthanasie had laten plegen en we zaten op een bankje voor het ziekenhuis in de zon, dat ik me verwonderde over al die mensen die maar “gewoon” doorgingen, terwijl wij net een geliefd familielid verloren waren. Mensen liepen met gehaaste pas langs ons heen en door de ziekenhuisdeur naar binnen. In mijn beleving had alles even moeten bevriezen; alles even stil moeten staan uit respect voor de dood.

Mijn schoonzusje was leerkracht op een school voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) “Haar” klas was mee naar het bos genomen, waar een leerkracht verteld had dat hun juf was doodgegaan. Na de uitleg was een leraar op  een boomstronk op een iets afgelegen plek gaan zitten; elk kind dat iets over de juf wilde zeggen kon bij hem komen  om dat vertellen.
Op de crematie vertelde de leerkracht wat de kinderen gezegd hadden.
Eén opmerking zal ik me altijd blijven herinneren:
Ik wou dat juf een tweeling was, dan hadden we er nog één gehad.

Reünie

beeld nicoDoordat mijn broer een relatief kort (2 maanden) ziekbed heeft gehad vóór hij stierf, hebben wij, familieleden een intensieve tijd bij  en met hem en elkaar gehad.
Door dergelijke gebeurtenissen groei je (nog) dicht(er) naar elkaar toe.
We komen uit verschillende delen van het land maar zagen elkaar in die tijd veel.
Toen mijn broer overleden was, viel dat weg.
We hadden allemaal behoefte om dit nog “even” te laten voortduren.

Ook met de begrafenisonderneemster (die hij al eerder kende) had mijn broer én daardoor ook wij een intensief contact. Als je je eind voelt aankomen (en op het laatst zelf daar de hand in hebt, door euthanasie te regelen) kun je de voorbereidingen voor begrafenis of crematie grotendeels zelf doen. Dat deed mijn broer dan ook. Dat maakt vele bezoeken en gesprekken over “wat wil JIJ?” en “is dat mogelijk?” intensief en intiem.

Toen het plan ontstond om ná de crematie; het leegruimen van het huis én een tijdje “even” niets,  het plan ontstond om een soort “reünie” te organiseren was iedereen, inclusief begrafenisonderneemster, vóór.

Mijn broers huis staat grotendeels leeg, in de (grote) tuin staan nog tuinstoelen en tafel.
Eén van ons kwam op het idee om daar te gaan barbecueën.
Dát hebben we gisteren gedaan.
Twee mensen haalden de boodschappen in het dorp, anderen sleepten met stoelen en tafel en maakte op een schaduwrijk plekje een “zitje”

Croquethamers werden nog in de schuur gevonden en een balletje in een van de auto’s.
Er werd een parcours uitgezet met aanwezige ijzeren T-stukken en “aangepast” croquet gespeeld.
Salades en sausjes werden gemaakt.
De meegenomen barbecues werden aangestoken, de plastic bordjes en bestek werden uitgedeeld en er werd gegeten, gepraat en genoten.
Er werden herinneringen opgehaald aan onze intensieve tijd met mijn broer en gespeculeerd of hij ons nu wel of niet zou gadeslaan

Het was bijzonder om weer samen te zijn zonder de spil waar toen alles omdraaide, bijzonder ook dat het nog kon in zijn omgeving.

 

De eerste keer

Als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt heb je heel veel “al eens gedaan”.
Je komt wel op plaatsen waar je nog nooit geweest bent en ontmoet nieuwe mensen, maar nieuwe handelingen? Dat gebeurt niet zoveel meer.

Ik heb onlangs wel iets gedaan wat ik nog nooit gedaan heb, nooit heb willen doen en ook nooit meer zal doen.
Ik heb een doodskist gedragen.
Weliswaar twee kleine stukjes, maar toch.

De begrafenisondernemer vroeg of 6 mensen de kist vanuit huis naar de auto wilden dragen. We waren met zijn achten, 3 wilden niet. Van die 3 was ik er één.
Ik wilde het niet uit principe niet, het leek me juist wel mooi om zo betrokken bij het proces te zijn.
Ik wilde het niet omdat ik niet zwaar tillen kan, bang dat ik het gewicht niet zou houden, dat de waardigheid van dit alles teniet gedaan zou worden, door één “slappe” draagster. (Doen mannen dat dragen niet meestal?)
De begrafenisondernemer legde uit dat de persoon aan de middelste drager het minst te dragen had. Dus liep ik maar vast naar de middelste drager toe.
Als ik “nodig” was omdat er 6 dragers moesten zijn, dan moest ik het maar doen met het minste gewicht.

Het was maar een klein stukje vanuit huis naar de auto op de oprijlaan.
De tweede keer was vanuit de auto naar de baar in de aula van het crematorium. Weer stond ik in het midden en weer ging het goed.
We droegen de kist met mijn broer naar de baar en de begrafenisonderneemster begeleidde de kist recht de baar op.
kist nico
Het was volbracht

Gedicht

Nu er niet meer te doen is, alles is geregeld, alles is gezegd, ligt mijn broer in zijn bed te wachten op de euthanasie. Een zware tijd, waarin we nauwelijks iets voor hem kunnen doen.
Als ik eenmaal thuis ben, bedenk ik wat ik zal zeggen op zijn crematie. Deze laatste tijd is zo hectisch geweest, er zijn zoveel extreme dingen gebeurd dat is niet te delen met “anderen”. Dit  laatste stukje leven van mijn broer hebben we in een smeltkroes van emoties en hard werken met elkaar gedeeld en is niet in woorden in een aula  vol toehoorders te vatten.

Dus doe ik wat ik dan altijd doe: ik zoek het in woorden van anderen. Ik haal één plank uit onze Billy boekenkast leeg, die met de dichtbundels. Ik zit op de bank omringd door, meestal dunne, boekjes en lees! Ik hoop op een Eurekamoment. Ik heb, na lezing, een aantal boekjes met bladwijzers, aan de kant gelegd. Maar HET gedicht zit er nog niet bij.

Na  veel lezen komt het wel! Alle boekjes kunnen terug op de plank: DIT is het.
dichtbundel
Ik lees het voor aan mijn lief, ook hij “ziet” het.
Dan ga ik denken: ik kán het voordragen, maar wil ik niet mijn broers zegen?
Het is een gedicht vanuit de gestorvene gesproken.
Zou ik het dan niet met mijn broer moeten bespreken?
Kan ik dat?
Ik slaap er een nachtje over. Of liever gezegd: ik slaap niet.

De volgende dag, naast mijn broers bed vraag ik of ik mag voorlezen wat ik, eigenlijk namens HEM zeggen wil. Het mag. Ik lees, mijn stem breekt.
Ik wilde het zo graag “mooi” voorlezen. “Natuurlijk” lukte dat niet.
De essentie komt over. Een traan drupt uit mijn broers oog: Doen.
De rest van de familie knikt.