Deelfietsenoverlast

Over het milieu kun je ontzettend veel lezen; hoe we het aan het verknoeien zijn, welke plannen er zijn om het tij wat betreft het milieu te keren en welke maatregelen je zelf kunt nemen om het milieu minder te belasten.

Soms lees ik over een idee dat mij top lijkt en blog ik erover, een andere keer lees ik over cijfers aangaande het milieu en sla ik stijl achterover, en blog erover.
Nu las ik weer iets waar IK verbijsterd over was en dat was over het milieu en fietsen!

Fietsen – geen brandstofuitstoot en op lopen na, de meest milieuvriendelijke manier van transport.
Maar….
Fietsen moeten ook geproduceerd worden en op zich brengt dat natuurlijk ook een belasting voor het milieu met zich mee. Om minder fietsen te produceren en tóch mensen per fiets van a naar b te kunnen laten is er ooit een project DEELFIETS ontstaan.
In Nederland, een echt fietsland, maar ook in China, in de grote steden.

Het leek voor grote steden in China een geweldig idee; de wegen waren daar auto-overbelast (gevolg; smog) de populatie groeide en veel mensen die in de grote steden woonden konden zich geen auto veroorloven, wél een abonnement op het deelfietsenplan.
Met een abonnement kan, via smartphone, de fiets van slot gaan en voor zo’n 20 cent per uur kan hij worden meegenomen.
Je kon de deelfiets achterlaten waar je wilt; er waren geen regels.
Het werd chaos! Zo erg dat de landelijke regering zich ermee heeft bemoeid en er regels zijn opgesteld.

Dat neemt niet weg dat er nog miljoenen  kapotte deelfietsen “ergens” liggen te wachten om vervoerd te worden naar een fietsenkerkhof.


fietsenkerkhof Sjanghai

En, nu komt het : Om milieuvriendelijk te kunnen deelfietsen moet zo’n fiets minimaal 686 keer worden gebruikt; dat is dan om de uitstoot die én bij  productie én bij de afbraak plaatsvindt, te compenseren.
In 2020 becijferden wetenschappers van de  Chinese Academie of Sciences deze minimale gebruikstijd.
De deelfietsen in China halen die leeftijd vaak niet!

Ik las dat in 2019  volgens het Ministerie van Transport in China 70 bedrijven deelfietsen aanboden en dat ze samen 16 miljoen fietsen bezitten en er 130 miljoen gebruikers geregistreerd staan.
In Sjanghai (24 miljoen inwoners) waren ( in 2019) 1,5 miljoen deelfietsen; de Sjanghai Bicycle Association berekende dat er maar plek was voor 600.000 fietsen!
De gemeente Sjanghai stelde daarop speciale parkeerplekken voor deelfietsen op; het hielp niet echt.
Daarop namen ze 150.000 deelfietsen in beslag, die werden op een hoop “ergens” gedumpt.
Ook niet erg milieuvriendelijk!

NEDERLAND en deelfietsen:


Het eerste soort deelfietseninitiatief  in Nederland kwam er in de jaren ’60 in Amsterdam:  het Wittefietsenplan door de Provobeweging.


In Nationaal Park de Hoge Veluwe kun je een gratis witte fiets gebruiken om in het Park rond te rijden (1974 begonnen met 50 stuks NU ca.1800 witte fietsen)




Verder kennen we in Nederland de OV-fiets; een initiatief van de NS; op stations staan fietsen te huur.




Ook in Amsterdam was het “parkeren” van deelfietsen voor veel Amsterdammers een doorn in het oog, zodat de Gemeente Amsterdam ook dáár heeft ingegrepen.
Onlangs (afgelopen juni) heeft Amsterdam voor de looptijd van 2 jaar, een klein experimenteel deelfietsenplan toegestaan: 1300 deelfietsen en 100 buurtbakfietsen.
Om te voorkomen dat de deelfietsen tot parkeeroverlast gaan leiden wordt het systeem van back-to-many gehanteerd:  deelfietsen moeten bij een van de locaties van de aanbieders terug gebracht worden en de buurtbakfietsen hebben elk een eigen parkeerplek. 


Jade




Jade is de gemeenschappelijke naam voor twee mineralen die als edelstenen worden gebruikt: jadeïet en nefriet, of een combinatie van de twee.

Nefriet wordt  het meest ontgonnen in China, maar ook in Canada, Rusland, Australië en Nieuw-Zeeland gedolven.
Jade is een van de meest breukvaste edelstenen ter wereld (breukvaster dan diamant) waardoor het bij uitstek geschikt is voor snijwerken.
Ik las dat deze edelsteen een hardheid van 5-7 heeft ; de chemische formule van NaAI (Si2O6); de dichtheid van de Jade is 3,3-3,5 en dat jade bestaat uit vastgegroeide kleine korrels en viltachtige vezels, die het zeer sterk maken.

Ik heb een paar dingen van jade omdat ik het een bijzondere uitstraling vind hebben, sereen en teer (terwijl het heel hard is)
In Vietnam kocht ik een kleine boeddha van deze bijzondere groene steen (jade hoeft trouwens  niet groen te zijn, het kan ook wit, oranje of bruin zijn, las ik)
Het beeldje sprak me aan. Pas thuis las ik dat jade kalmerend en stabiliserend kan werken bij negatieve emoties, gedachten en boosheid. Als dát werkt, mooi meegenomen.




Jade wordt gezien als symbool van China en heeft van daaruit heel Zuidoost-Azië veroverd.
De mooiste exemplaren met een zeer hoge zuiverheid en een volmaakte smaragdgroene kleur werden door de vroegere Chinese keizers benoemd tot “keizerlijke jade”
De edelsteen werd in China, vermoedelijk rond 6000 v. Chr. al gewonnen.
De vroegere Chinezen noemden jade de “de steen van de hemel” en associeerden de steen met onsterfelijkheid. Ook zou de steen de gave hebben om een verbinding te scheppen tussen hemel en aarde.
Oorspronkelijk werd jade,in China, gebruikt om gereedschap van te maken, maar tijdens en ná de Han-dynastie  (206 v. Chr- 220 na Chr) werd het ook gebruikt voor sieraden

Niet alleen in China was jade bekend, de steen speelde ook een belangrijke rol in de culturen van de Maya’s, Tolteken, Azteken en de Maori (eerste bewoners van Nieuw Zeeland)

In oktober 2016 werd in de kranten melding gemaakt van een enorme vondst jade in Myanmar (Birma) in de staat Kachin in het noorden van het land aan de grens met China.  
De steen daar gevonden woog 175 ton en was toen ongeveer 150 miljoen euro waard.
The Telegraph (Eng. krant) schreef toen dat alleen een beeld in het Jade Boeddha Paleis in China groter is dan deze vondst.
China, de grootste afnemer van jade zou interesse hebben in deze steen (of de steen ook daadwerkelijk daar aangekomen is weet ik niet) 

Ik heb ook nog 2 armbandjes van jade, één gekregen van een door China reizende vriend en één gekocht tijdens een prachtige expositie MING, in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.
De tentoonstelling was indrukwekkend en ik wilde er graag iets van meenemen. Ik was niet de enige die die tentoonstelling bezocht: 73.500 mensen bezochten in het vóór Coronatijdperk (2013) deze tentoonstelling.

Wie nog meer “iets” van Jade heeft zijn de medaillewinnaars van de Olympische spelen van 2008: jade werd toen in de medailles,  van de in Peking gehouden Olympische Spelen, verwerkt



Paarlemoer


Verschillende mensen vinden verschillende dingen mooi.

Zo hield mijn moeder enorm van parelmoer, ook wel paarlemoer geschreven.
(En in het Engels “Mother of Pearls“)


Parels zelf vond mijn moeder een “statussymbool”, ze had ze dan ook niet (ze noemde ze “tranen”)
Mother of pearls, de moeder van alle parels; zijnde parelmoer, de glinsterachtige substantie uit oesterschelpen vond ze prachtig.
In de loop der jaren hebben wij, haar kinderen, haar “gebruiksvoorwerpen” van parelmoer gegeven, die nu (na haar dood) bij mij in de vitrine staan



Het natuurlijke, de schittering, het feit dat je aan het strand “gewoon” zo’n schat kon vinden fascineerde haar.
Oorspronkelijk is parelmoer de vertaling van het middeleeuws Latijnse Mater Perlarum, de naam van een schelp die een parel bevat. Later werd het de naam van de schelp waarvan de binnenkant bedekt was met dezelfde stof als een parel; de binnenbekleding van oesterschelpen.

In Pompeï heeft men parels gevonden uit het jaar 79 na Christus! Dat is heel bijzonder omdat parels verouderen, na een jaar of honderd schijnen ze af te bladderen
Deze “wetenschap” die ik net op internet opdiepte staat lijnrecht tegenover het feit dat er parels in Mexico gevonden zijn die 2500 jaar oud blijken te zijn (misschien wel gebladderd?)
Ook in de Pyramides in Egypte vond men zeer oude parels.
Een parel bestaat uit parelmoer, dit is voornamelijk koolzure kalk en organische hoornstof die de concentrisch om een middelpunt gerangschikte microkristallen aan elkaar kit.

Parels hadden ook een spirituele waarde:
De Romeinen beschouwden ze als symbolen van macht en wijsheid;
De Chinezen gebruikten parels in hun geneeskunde;
Volgens de Mongolen vergrootte  een aftreksel van parels de mannelijke kracht en
in India gebruikt men parels als talisman.
Er zijn parels ter grootte van een duivenei en parels ter grootte van een speldenknop.

Parels vormen zich in oesterachtige zeemossels, enkele soorten zoetwatermossels en soms ook in slakken. Geschat wordt dat in 1 op de 15 000 wilde oesters een parel zit. Ze ontstaan als reactie op binnengedrongen vreemde delen tussen de schelp en de mantel of zelfs in het inwendige van de mantel. De buitenhuid van de mantel dat gewoonlijk parelmoer vormt aan de binnenzijde van de schelp, omsluit ook binnengedrongen vreemde voorwerpen. Uit deze kapsels ontstaat de parel.

Voor een gekweekte zoutwaterparel wordt in een parelkwekerij een korreltje parelmoer in een oester gelegd. Na twee jaar (of langer) is een parel ontstaan die geoogst kan worden.
Er bestaan ook zoetwaterparels ( zelden rond) daar wordt geen parelmoer maar mantelweefsel ingebracht (zonder kern gekweekt) Het mantelweefsel lost op waardoor gekweekte zoetwaterparels geheel van parelmoer zijn. Zoetwaterparels zijn ALTIJD gekweekte parels ( ontstaan in een periode tussen de 10 maanden en 6 jaar)


Mijn cadeau gekregen snoertje (nog steeds in originele verpakking) zoetwaterparels komt uit
China, een vrijgezelvriend nam het voor me mee. Hij vertelde meteen dat dit gekweekte zoetwaterparels waren
Ik vroeg waarom hij dat er meteen bij vertelde; het bleek voornamelijk met de symbolische waarde van parels te maken te hebben.  Zoutwaterparels zijn een symbool van liefde, dat zijn zoetwaterparels NIET!
Hij was een vriend, geen geliefde! (dat wisten we allebei!)

.

Tranentrekkers.

Bijna bij iedereen gaan de ogen tranen als er uien worden gesneden.
Die traanogen worden veroorzaak doordat er in de cellen van de uien stoffen  (oa het enzym alliinase en een zwavelhoudende component) zitten die, door het uien snijden, kapot gemaakt worden. Er komt dan lucht bij waardoor er een zuur  ontstaat dat omgezet wordt in een gas: synpropaanthial-S-oxide. Als dit gas in aanraking komt met (oog)vocht ontstaat er een verbinding  die de ogen irriteert, ze willen schoon spoelen en dat doen ze door middel van tranen

Een bijkomend ongemak als je deze groente (want dat is de ui; een groente) die op nr. 1 staat van de meest gegeten groente in Nederland, voor een maaltijd wil snijden.
De ui (Allium cepa) werd 3000 jaar vóór Christus al gekweekt in Azië en China en later ook in India en werd door de Romeinen in Europa geïntroduceerd.

De ui is een plant van de narcisfamilie en wordt ook wel ajuin of siepel of look genoemd. Uien bestaan in verschillende kleuren.

Gisteren kocht ik een stamppotpakket, waar, behalve olijfolie en rookworst, alles voor het klaar te maken gerecht, al in zat.
Oa. een gele, een witte én een rode ui!
Ik zag voor het eerst deze combinatie!
Het klaarmaken van de stamppot doet mijn lief, hij is de kok van ons tweeën.
Ondertussen zocht  ik (op internet) uit wat het verschil tussen deze  drie uien is.

De gewone ui, ook wel “gele” ui genoemd  heeft een vrij scherpe, maar toch ook zoete smaak. Wanneer je deze bakt wordt hij minder scherp en een stuk zoeter. De gele ui is de smaakmaker bij stoofpotjes soepen en sauzen. Zo las ik

Witte uien schijnen veel in de Mexicaanse keuken te worden gebruikt, ze zijn groter dan de gewone ui  en hebben een scherpe, niet zo zoete smaak en zijn lekker knapperig, te gebruiken in chutneys en salsa’s én bij gebakken en gesmoorde groenten
De witte ui die in Nederland geteeld wordt is van juli tot februari verkrijgbaar!

Rode uien smaken milder, ze zijn lekker knapperig en lichtzoet, met een beetje bittere nasmaak. Daarnaast veroorzaken ze minder tranen tijdens het snijden en geven ze een minder heftige geur na het eten, de schil is dunner dan van de gele ui en déze ui is goed rauw te eten, te gebruiken in guacamole en salade (bijzonder decoratief)




Die “decoratieve” ui hebben we ooit voor iets anders dan eten gebruikt: als tuinornament.

Ooit gezien op een tuinbeurs en nagemaakte door mijn lief van een paar in het bos gezochte berkenstammetjes met spijkers erop, waar de 5 rode uien konden worden opgeprikt

Een groot gedeelte van het jaar staat dit “kunstwerk” op onze tuintafel. De rode uien blijven ontzettend lang goed en als ze uitgaan lopen en verschrompelen, prik ik er weer nieuwe op

Ik heb weer heel wat geleerd over deze “groente”, die ikzelf NIET lekker vindt.
De smaak is wel oké, maar die glazige stukjes of reepjes…..brrrr ( ik vis ze uit ieder gerecht)
Toen ik zelf kookte gebruikte ik zeer zelden ui ( het moet gezegd worden, MIJN eten was ook een stuk minder smakelijk dan dat van mijn lief.)

De lucht van een ui in de pan op het vuur vind ik wel lekker; etenslust opwekkend zelfs.
Mijn lief lost mijn “ glazige-ui-eetprobleem” op door de ui heel klein te snijden zodat ik weinig glazige stukjes in de gerechten terugvindt. Meestal lukt dat aardig.

De stamppot uit het pakket is inmiddels gemaakt en opgegeten. Mijn lief heeft de 3 uien kleingesneden en door het gerecht gedaan en voor hem zelf wat grote stukken met de paprika apart gehouden om op zijn bord toe te voegen.
Het was best lekker met die 3 soorten uien, de  zoete aardappel én de boontjes.


Er bleef bij ons niets over van de uien.  
Maar nu ik toch e.e.a. nagezocht had kan ik u vertellen hoe je UIEN moet bewaren: buiten de koelkast op een donkere, droge, koele plek (enkele weken zo houdbaar)
Stukjes ui kunnen in een koelkastbakje of plastic zakje zo’n 3 maanden in de diepvries (minimaal – 18 graden) bewaard worden.



Kaneelstokjes

In de supermarkt waar ik altijd kom staat het kruidenrek vlakbij de slagerij en aangezien het personeel IN die slagerij aardig en behulpzaam is, vroeg ik gisteren of er nog kaneelstokjes in een zakje waren. Het vakje waar ze “normaal” in horen te liggen was namelijk leeg.
Het meisje van de slagerij liep naar het andere kruidenrek (daar haaks op staand) en pakte, bijna zonder te kijken een zakje kaneelstokjes. De slager kwam erbij staan en stak zijn hand meer onderaan op het rek uit en gaf me een glazenpotje mét kaneelstokjes ”Nieuw”.
Op het potje staat een sticker: Tot 20 jaar gerijpt

Een glazenpotje, met strooidekseltje met 5 gaatjes en erin 4 kaneelstokjes.
Ongelooflijk maf!
Waarom?
De slager en zijn dame wisten het allebei niet.
Ik wil héél graag de plastic afvalberg verminderen, maar of het glazen potje MET plastic dop MINDER biologisch- niet- afbreekbaar- afval geeft dan het plastic zakje?
IK wil meer weten over dit potje, dus ik koop het en bedank het slagerijstel voor hun behulpzaamheid. (Bij de kassa moest ik  € 2,99 voor dit potje betalen)

Thuis maar eens eerst kijken wat SILVO (het merk)  er zelf van zegt.
Ik vind een artikel van febr.2019 uit de Levensmiddelenkrant:

De potjes met kruiden, specerijen en kruidenmixen van Silvo krijgen een modernere en transparante uitstraling. Ze maken deel uit van de mondiale duurzaamheidsplannen van McCormick. De potjes krijgen bovendien een grotere opening, zodat consumenten er een theelepeltje in kunnen steken en zo gemakkelijk kunnen doseren. Ze stromen vanaf nu gefaseerd in. Dit vertelt Noud Werner, brand & categorymanager van McCormick Benelux, waarvan het kruiden- en specerijenmerk Silvo deel uitmaakt. 
De potjes, die de komende tijd gefaseerd instromen binnen retail, worden bovendien volledig recyclebaar en lichter in gewicht. Hierin is bovendien 20 procent minder glas verwerkt, en zijn de dopjes te recyclen. Onze nieuwe doppen sluiten de potjes nog beter af, waardoor de hierin verpakte kruiden, specerijen en kruidenmixen langer vers blijven. De verpakkingsinnovatie maakt dus deel uit van onze mondiale duurzaamheidsambities, die zijn vastgelegd in het Purpose-Led Performance Report.

Oké, dat weet ik dan ook weer. Goed duurzaam bezig die McCormick!
Blijft de dop met de 5 strooigaatjes maf als je 4 (dikke) kaneelstokjes erin doet!
Ook  de “grotere opening voor mijn theelepeltje” is in het geval van de kaneelstokjes NIET nodig.
Maar ik snap het wel: uniforme potjes voor alles is goedkoper dan aparte verpakking.

In mijn research voor kaneelstokjes en hun verpakking kom ik ook een (3 letter) Supermarkt in Nieuwegein tegen die hetzelfde potje Silvo kaneelstokjes voor € 2,05 verkoopt!
Dat vind ik nogal een prijsverschil, maar Nieuwegein is me te ver weg en bovendien ben ik gehecht aan MIJN supermarkt; ik zie het deze keer door de vingers!

Kaneel, zo lees ik nu, wordt gewonnen van de bast van de kaneelboom. Kaneel is vaak afkomstig uit Sri Lanka of de Filipijnen omdat de bomen een warm klimaat nodig hebben.  

Het gaat bij deze bomen om de binnenste bast; stukken bast worden gedroogd op kokosmatten waardoor de binnenbast van kleur verandert. De bast rolt zich door deze droging op en wordt daarna in “pijpjes” gesneden.
Ik denk dat de kaneelwinning al lang geleden begonnen is, toen Sri Lanka nog Ceylon heette  (1972 was de naamwisseling : Sri Lanka betekent ”mooi eiland”) want op het SILVO potje staat Ceylon Kaneel

Bij het uitzoeken kwam ik er achter dat kaneel geen beschermde naam is, maar  dat Ceylonkaneel ook wel “echte kaneel” genoemd wordt. De kaneel (en dus ook de kaneelstokjes)  uit Ceylon komt van een andere boom,  heeft een andere kleur, structuur en vorm en geeft de gerechten een andere smaak dan cassia,  dat van de Cinnamomum Cassia  boom  (die o.a. China en in Indonesië groeit)
Chinees kaneel is veel goedkoper en wordt in veel supermarkten verkocht: tenminste 95% van de verkoop van kaneel  bestaat uit Cassia kaneel  ( uit: hoeherkenechtekaneel)

Ik vind ook op internet talloze waarschuwingen over de kaneel van de Cinnamomum Cassia (Chinese kaneel)  omdat daar de  giftige stof coumarine in zit. Dat schijnt ook in veel kleinere hoeveelheden in Ceyclonkaneel te zitten: 250x meer in Cassia dan in Ceylonkaneel.

Heel wat wijzer over kaneel geworden, behalve waarom kaneelstokjes in een potje met strooi deksel gedaan worden, maar met die “leemte” in mijn kennis kan ik wel leven.

Gelukkig heb ik zonder he t te weten, de GOEDE kaneelstokjes gekocht.
Ik ben dan ook klant van een TOP supermarkt!

Autokleur

Er schijnt een theorie te bestaan dat mensen ten tijden van crisis een andere autokleur kiezen dan in tijden dat het economisch goed gaat. Crisis werkt kennelijk “behoudzucht” in de hand; kleuren als zwart wit en grijs schijnen in die tijden meer verkocht te worden dan bijvoorbeeld rode of blauwe auto’s.

Dit kleurengedrag blijkt niet alleen voor de autokleur op te gaan. De grootste verffabrikant ter wereld: AkzoNobel*) deed in 2009 een onderzoek: Zij ontdekten dat de economische situatie een sterke invloed heeft op keuze en gebruik van kleuren. In tijden van economische recessie kiezen mensen eerder voor neutrale kleuren zoals zwart, wit en grijs. Meer intense tinten genieten de voorkeur als er meer vertrouwen is.

In 2013 bestond 80% van de nieuw verkochte auto’s (in Nederland) uit zwarte, grijze of witte auto’s. Toen reden er in het totaal zo’n 60% van  alle personenwagens in die drie kleuren.

Ook in februari 2020  bleek dat TOEN, in Nederland, grijs de autokleur was van auto’s die het meest verkocht werden.
In Europa ligt dat NU anders: daar zijn de meeste auto’s wit. Dat geldt overigens niet alleen voor Europa maar ook voor de rest van de wereld: wit is  (nu) de meeste verkochte autokleur

In de grootste automarkt ter wereld, China, zijn maar liefst 6 op 10 verkochte wagens wit.

Ik zou, uit eigen ervaring, niet weten, of een economische toestand invloed heeft op de keuze van mijn autokleur. Wij hebben nog nooit van ons leven een nieuwe auto gekocht en dus vrije keuze in de kleur van een auto gehad. We zochten (en vonden) een tweedehands auto, het liefst zo jong mogelijk voor het geld dat we wilden uitgeven; de kleur deed er dan niet zo toe.

Ik heb niet eerder een relatie gelegd tussen een economische toestand en een autokleur.
Een interessant weetje.

*)  AkzoNobel: Over 2019 bedroeg de geconsolideerde omzet bijna 10 miljard euro.
     De onderneming is actief in meer dan 80 landen





Gemberpot


Vroeger hadden veel mensen een groene Chinese gemberpot in huis. Wij ook! (geen idee of er ooit daadwerkelijk gember heeft ingezeten) Ik weet niet hoe ik aan de andere gemberpot kom: ik heb er 2, waarvan één met deksel, soms gebruik ik er één als vaas.


Wat ik begrepen heb is dat deze potten door de Chinezen al zo’n duizend jaar worden gemaakt en gebruikt, maar niet uitsluitend om gember in te bewaren, ook als verpakking voor snoep en dergelijke
Er waren ook rijk beschilderde gekleurde, maar omstreeks de 18e eeuw werd de pot gestandaardiseerd in blauwgroene kleur
De mal was over heel China hetzelfde, de klei werd (eerst op lage temperatuur) gebakken en door een bepaald procedé werd de grijze kleikleur, de blauwgroene kleur die zo karakteristiek is voor de gemberpotten.
Ik las dat het kleine verschil wat er soms in de kleur zit komt door de verschillende soorten klei die op de verschillende plekken uit China gebruikt wordt.

Mijn vader was een zondagsschilder, hij schilderde voornamelijk bloemen; stillevens.
Bij al zijn schilderijen (hij wilde niets verkopen, hoogstens weggeven) zat er ook één van bloemen (azalea mollis uit de tuin) in een gemberpot ( de pot die ik nu heb, waarschijnlijk)



Laatst zag ik een tentoonstelling met schilderijen van Jan Mankes; daar zaten twee werken van bloemen in een gemberpot bij.

En toen ik opzocht uit welke tijd die gemberpotten stammen kwam ik op internet een schilderij van Mondriaan tegen met zo’n pot erop. (1901)
Veel meer blauw dan groen, maar dat kwam Mondriaan kennelijk beter uit óf het was klein uit een “aparte”China-streek!

Toen ik voor dit blog iets meer over de potten wilde weten kwam ik op vele sites (Marktplaats o.a.) terecht, die gemberpotten te koop aanboden.Kennelijk zijn de potten nog steeds in trek.

Eerlijk gezegd heb ik er nog nooit over nagedacht om in zo’n pot gember (wortel of stem) in te bewaren, terwijl ze daar toch ooit voor bedoeld waren. Ze staan leeg op een kast te wachten tot er bloemen in huis komen die gewoon daarin MOETEN omdat ze daar zo mooi in staan!



Hollandse Thee

Duizenden jaren geleden werd in China al thee gedronken.
5000 jaar vóór Christus vielen er daar, (bij toeval?) bladeren van een theestruik  in een pan met heet water, het rook lekker en smaakte ook goed. De pan was van, Shennong (= Goddelijke boer, figuur uit de Chinese mythologie en “uitvinder ”van de landbouw)

Veel later werd het eerste theeboek geschreven door een boeddhistische monnik (Lu Yu)
In Cha Ching (naam van het theeboek)  beschrijft hij niet alleen de plant en de productiemethode, maar ook de manier van theezetten én hoe belangrijk de kwaliteit van water is voor de smaak van thee.

Nu is het, voor het eerst in  Europa, zo las ik, een theeplantenkweker (Johan Janse, een Nederlander) gelukt om in samenwerking met universiteiten, een Camelia Sinesis*)  winterhard in Nederland te kweken
Het heeft Janse acht jaar gekost, maar nu heeft hij een theeplant gecreëerd die in Europa kan groeien. De theeplant was moeilijk te vermeerderen vanwege ons klimaat.
Door middel van kruisen en selecteren heeft Jansen een theeplant gekweekt die vorstvrij is.
In Zundert is nu  een “plantage” met zo’n 250.000 theeplanten
Niet alleen worden er in Zundert theeplanten gekweekt, er wordt ook thee geproduceerd onder de naam JOAN (samentrekking van Johan en theesommelier Anne

Ik las in een persberichtje van het bedrijf  dat Janse geloofd dat thee goed voor mens is. Volgens hem geeft  thee je  een natuurlijke boost door de theïne die erin zit en is de groene variant goed  voor het hart en de bloedvaten. Ook werkt het als een soort natuurlijke tandpasta én zou het kunnen helpen om gewicht te verliezen ( vlgs Janse)

Ooit zag ik in Vietnam, voor het eerst bergen met theestruiken erop en vrouwen die de blaadjes plukten. Ik heb aan de gids gevraagd of ik er mocht kijken. Hij  liet de auto aan de kant van de weg parkeren en stapte samen met me uit om de berg op te gaan, maar ik kon merken dat hij het “vreemd” vond. (Ik denk dat het hetzelfde is als je hier een auto bij een appelboom laat stoppen om te kijken hoe appels geplukt worden)
Ik vroeg aan de dames hoe ze wisten welke blaadjes geplukt moesten worden en de gids vertaalde, er kwamen antwoorden op mijn vragen, maar er werd voornamelijk héél veel gegiecheld om die vreemde mevrouw die “rare” vragen stelde.


In Zundert zijn ook theeplanten te koop, zodat je thuis je eigen thee kan maken:

1. Koop een Camellia Sinensis

2. Pluk de jonge blaadjes en leg ze 20 uur te drogen op een rooster 

3. Rol de blaadjes tussen je handen totdat ze bruin kleuren. Plaats ze daarna in een bakblik en laat ze drie uur liggen 

4. Breng water aan de kook, leg de blaadjes 1 à 2 minuten in het water en spoel af met koud water 

5. Doe de blaadjes 12 minuten in de oven op 105 °C. Daarna is het tijd om te proeven


*) Bijna alle thee:  groene, witte of zwarte worden allemaal gemaakt van de blaadjes van één theeplant: Camellia sinensis

Koninginne-, Konings- en kroningsboom

De Paulownia Tomentosa oftewel de Anna Paulownaboom is een koninginneboom genoemd naar grootvorstin van Rusland Anna Paulowna (1795-1865 tot het huis van Romanov behorend) Zij was getrouwd met “onze” Koning Willem II (1792-1849) en daardoor koningin van Nederland*)

anna paulowniaIk kwam onlangs één Anna Paulownaboom  tegen in een park en mijn lief nam foto’s.

Al eerder schreef ik een blog over blauwe bomen; toen kende ik déze boom nog niet.
Van oorsprong komt deze boom uit China en is hier een bladverliezende sierboom.
In 1834 werd de boom in Europa als sierboom geïntroduceerd, maar in China werd (wordt?) het hout van de Paulownia gebruikt voor het maken van o.a. snaarinstrumenten, meubels en ski’s,  zo las ik
De boom heeft prachtige trompetvormige blauwe bloemen en vormt na augustus doosvormige vruchten. Dit weetje heb ik niet alleen opgezocht maar heb ik ook zelf gezien; er hingen namelijk tussen de bloemen ook nog opengesprongen doosvruchten van het vorig jaar.

Ik las dat die doosjes méér dan één zaadje bevatten. (Ik wil terug naar die boom als de zaaddoosjes rijp zijn om zaadjes te verzamelen; het is het proberen waard)

De toevoeging Tomentosa blijkt het Latijnse woord voor behaard te zijn; de bladeren zijn “harig”.

Dit was dus de Koninginneboom.

We kennen ook de Koningsboom, dat is een lindeboom die geplant wordt ter gelegenheid van een troonswisseling in Nederland; deze koningslindes worden hier speciaal voor gekweekt

willemboom
Meestal wordt hier een sierhekje om geplaatst.
willemhek
Grappig vind ik het dat dit koningsbomen heten terwijl de eerste geplant werd toen koningin Wilhelmina aantrad, in 1898.**)
Dit, toen ontstane, ritueel werd herhaald bij de aantredingen van Koningin Juliana en koningin Beatrix;pas bij de huidige koning (Willem Alexander) is het pas een echte Koningsboom!

We zagen ook een boom met de naam kroningsboom op het hek, die was geplant n.a.v. de troonsbestijging van Willem Alexander, een betere naam voor een boom die geplant wordt ter ere van een troonwisseling.
lindebladHet waren overigens allemaal lindebomen, die hebben hartvormige bladeren, leven lang en doen het goed op allerlei grondsoorten.

 

 

*) Dit was het koninklijk echtpaar dat het jachthuis Soestdijk  liet verbouwen tot een zomerpaleis

**) Toen we gingen zoeken naar een Koningsboom (om een foto van te maken) vonden we ook  een Beatrixboom en een Amaliaboom.

Citaat: Dalai Lama

(Ver) voor de Coronacrisis deed de Dalai Lama onderstaande uitspraak.
Ik las hem onlangs en vond deze zeer toepasselijk voor de toestand waarin de wereld  nu verkeert:

We moeten hopen op een beter toekomst en
durven experimenteren met positieve dingen
in ons leven en onze omgeving”
dalai lama

De huidige, 14de dalai Lama heette bij zijn geboorte Lhamo Dhöndup.

Hij is de belangrijkste gereïncarneerde religieuze leraar (lama) van het Tibetaanse boeddhisme.

De dertiende dalai lama stierf in 1933; in 1937 werd Lhama Dhöndup herkent als reïncarnatie van de 13e lama en in februari 1940 werd hij bevestigd als dalai Lama.

In 1959 sloeg het Chinese leger de volksopstand die gericht was tegen de Chinese overheersing en communistische hervormingen, hardhandig neer en duizenden Tibetanen werden gedood.
De toen 23 jarige Dalai Lama vluchtte naar India (17 maart 1959).
Sinds 1960 woont hij in Dharamsala ( in het noorden van India waar duizenden Tibetaanse ballingen wonen)

Tibetaanse-vlag

De vlag van Tibet werd in 1913 door de dertiende dalai lama geïntroduceerd als samenvoeging van de legervlaggen van de provincies van de onafhankelijke theocratie Tibet.