Afstand bewaren

Mijn maagzuurremmers waren op en omdat ik soms last van maagzuur heb wil ik  die wél in huis hebben. Dus op weg naar het Kruidvat.
De dichtstbijzijnde winkel is, wegens verbouwing, gesloten dus ik fiets, wel met wind maar lekker in het zonnetje naar een ander Kruidvatfiliaal.
Ik grijp de gaviscon en kruidenthee en ga in de rij staan.
Die is best lang.

Het echtpaar voor me wordt gewezen op afgeplakte vierkantjes op de grond, daar moeten ze in gaan staan. Ik vraag aan de man of hij bij zijn vrouw in háár vierkantje wil staan of een eigen vierkantje wil (dan moet ik nog een vierkantje achteruit) De vrouw keert zich om lacht en zegt dat hij wel in haar vierkantje mag staan.

Ik ga in mijn vierkantje staan. Een man achter me wijst me erop dat het máár 1,5 meter van elkaar af is, terwijl het eerst 2 meter moest zijn.
”Weet u waarom?”
Nee, dat weet ik niet.

“Ze hebben berekend dat als iedereen 2 m afstand gaat houden, Nederland te klein is, dus hebben ze het bijgesteld naar 1,5 m”
Bijna iedereen in de rij lacht.
Er is veel aan de hand in de wereld, maar gelukkig leeft de humor nog.

Een “aparte”dag.

We passen op huis, haard, planten en dieren van lieve mensen.
Hun huis is een portiekwoning in de hoofdstad van de Provincie Zuid Holland.
Het huis heeft een lange gang waarnaast de huiskamer ligt, de gang mond uit in de keuken, waarachter de werkkamer waarachter de slaapkamer ligt, met daarachter de schuur. (belangrijk voor het verhaal)

Er is een keer bij hen ingebroken dus het huis sluit als een fort, met 2 aparte sloten.
Eenmaal de deur dicht is er geen mogelijkheid meer om er in te komen, géén achterom, muurtje om overheen te klimmen of openstaand raam. Sleutels ALTIJD mee dus.
Op loopafstand is een AH, dus ’s morgens loop ik daarheen om een krantje en verse broodjes te halen.

Mijn lief slaapt uit (het is vermoeiend om op te passen!) en ik loop in de stromende regen naar de AH. Behalve broodjes en krant neem ik ook een pak toiletpapier mee, want ik zag dat dat bijna op was (belangrijk voor het verhaal) De kassière vraagt of ik voetbalplaatjes wil en aangezien ons enige kleinkind GEK op voetbal is zeg ik met graagte JA. Ik krijg een enorme stapel mee.
Als ik vlakbij het huis kom graai ik in mijn zak en voel mijn hoofd vuurrood worden: ik heb de deur achter me dicht getrokken ZONDER de sleutels in mijn zak te stoppen!
Mijn mobieltjes zit in de tas die op de bank ligt en de deurbel werkt vaker niet dan wel weet ik.

Ik bel, hoor de bel niet en mijn slapende lief ook niet, wed ik.
Ik klepper met de brievenbus en tik tegen het raam. Tevergeefs ik wéét het, maar wil toch WAT doen. In een grote stad bemoeit niemand zich met elkaar, dus al sta ik drie kwartier met de brievenbus te klepperen, op de deur te bonzen en op de bel te drukken, geen buurman of vrouw trekt zich er iets van aan. De schuinbovenwonende buurvrouw en bekende van ons en de oorspronkelijke bewoners logeert tijdelijk elders, dus ook daarvan hoef ik geen hulp te verwachten.

Gelukkig is het een PORTIEKwoning, dus ik sta droog, de trap is nat maar aangezien de vele rollen wc papier in plastic zijn verpakt en lekker zacht zijn leg ik die op de trap. Ik heb wel een krantje én voetbalplaatjes. Ik wissel af; bonken, beldrukken, voetbalplaatjes scheuren en door de brievenbus roepen.
Niet dat het zin heeft; de slaapkamer is erg ver van de voordeur er zit een halletje met tochtdeur tussen en vele meters gang, keuken en kamer. Mijn lief zal VANZELF wakker moeten worden.

Drie kwartier later:  mijn lief is (uit zichzelf) wakker geworden en hoort een raar geluid dat hem naar de voordeur lokt: Ik kan naar binnen.
Ik pak de boodschappen uit de tas en zie dat een van de katten op de bank gekotst heeft; dit gaat een bijzonder dagje worden.
’s Middags wilden we fietsen, mijn band stond lek.
Er stond een reservefiets, daar was het ventiel van stuk!