Haagse markt

marktEen markt vind ik altijd leuk, maar de Haagse markt is voor mij het einde.
Groente en fruit worden op “buitenlandse wijze” tentoongesteld, waardoor de kleuren feller en frisser lijken.
Er zijn etenswaren wier naam ik niet ken en sommige ervan heb ik nog nooit (bewust) gezien.

Ook de huishoudelijke artikelen zijn kleuriger, er is meer bling bling, zilver- en goudkleurige schalen en lichtgevende kleuren plastic artikelen.

De kledingstukken zijn vaak exotisch, felgekleurd met bontrandjes of met (namaak) edelstenen versierd.
Ik koop deze dingen niet, maar mijn ogen genieten van zoveel kleurenpracht.
En dan de mensen! Sarongs, burka’s, tulbanden, van alles veel en kleurig.

Natuurlijk koop ik te veel en te zware (!) etenswaren en loop te sjouwen, met fruit, groente  (ook een leuke blouse voor € 5,-)
Bij de kaas raakte ik in de war. Allemaal manden met stukken kaas, daarop prijzen in de 7 en 8 euro, maar op het kaartje bij de mand: € 2,98.
Toch maar even vragen.
“Welke prijs mevrouw? Nou, ik wil de mensen laten kiezen. U mag de prijs op het kaartje of die op de kaas betalen. U wil liever de prijs op het kaartje? Ja, dat doen de meeste mensen, eerlijk gezegd. Dat is dan € 3,- *)

Ik maak een opmerking tegen een koopman bij het fruit, hij lacht me toe en zegt : “Ik maak graag iedereen om me heen gelukkig, is dat bij u gelukt?” Ik lach en steek mijn duim op.

Ik fiets lachend en blij weg van de Haagse markt.
Een auto rijdt langs me, opent zijn raampje en zegt in onvervalst Haags; “He, trut, waarom rij je niet op t fietspad?”
Ik zeg niets terug. Dat hoeft ook niet, de auto spuit weg.
Ik rijd het fietspad op en de lach keert terug op mijn gezicht.

 

*)en weer verlaat een tevreden klant het pand! Uit de conference Herman Finkers

Fototentoonstelling Lauren Greenfield

Fotomuseum Den Haag

Lauren Greenfield, Amerikaanse, geboren in 1966, start als persfotograaf, maakt ondertussen ook zelf foto’s en heeft haar eerste tentoonstelling in 1997.
Ze start haar Generation Wealth project, foto’s maken van vrouwen, die tegen elke prijs rijk  en beroemd willen zijn. Ze interviewt deze vrouwen ook.

RIJKIn het fotomuseum in Den Haag is nu een tentoonstelling van haar werk  (zo’n 200 foto’s met tekst) en een paar filmpjes te zien.
Het is een tentoonstelling waar IK, door er naar te kijken verdrietig van wordt; vrouwen die zich zelf dingen aandoen om maar beroemd en rijk (zoals hun idolen) te kunnen worden. Medisch: Lip- borst- of bilvergroting, maar ook lesnemen om te kunnen paaldansen, strippen of andere dingen waar zelden iemand ECHT beroemd mee zal worden. Vaak zich daarbij in de schulden stekend om dingen te kunnen aanschaffen, die ze “nodig zouden kunnen hebben” om hun ideaal te bereiken.

Eigenlijk ben ik van mening dat foto’s niet “ondertiteld” moeten worden: de foto moet voor zichzelf spreken. Bij deze tentoonstelling ben ik toch begonnen ALLE tekst onder of naast de foto’s te lezen.
Een meisje van 5, die opgemaakt wordt; de haartjes in de (volwassen) krul, lippenstift op en glitterkleertjes aan wordt gepromoot als een soort  jonge Marilyn Monroe.
Een foto van een meisje van 6 die uit een pashokje komt, met een  roze bovenstukje met een hartje en een roze broekje en roze slippers, waarbij het commentaar van de vader(of opa?) staat; ” Dit heb ik altijd willen hebben een (klein) kind die eruit ziet alsof ze zo uit een bordeel komt.”

De tentoonstelling heeft als ondertitel: Wie ben je echt?
Op alle foto’s lijken de vrouwen NIET ECHT zichzelf.

In hoeveel gevallen zullen de medische ingrepen, de kleding, het bling/bling of the chique auto onder de kont, ertoe bijdragen dat zo’n vrouw gelukkig (er) wordt?
Of rijk en beroemd?

Na één zaal heb ik het opgegeven, ik hoefde niet meer: niet meer lezen, niet meer zien. Mijn (voor) oordeel over Amerikaanse vrouwen is  wel  bevestigd:  voor veel vrouwen is uiterlijk, geld en beroemd -zijn, mega  belangrijk.

Als ik naar buiten loop en in de zon naar de museumvijver sta te kijken zie ik aan de rand van de  afgeschermde vierkanten bak met waterleliebladeren een reiger staan.
Ik denk dat het een beeld is, maar zijn lange nek beweegt en hij loert op iets levends.
HIJ IS ECHT! Hij wél!